Skip to main content

Full text of "De opkomst van het Nederlandsch gezag in Oost-Indië : verzameling van onuitgegeven stukken uit het oud-koloniaal archief"

See other formats


Google 


This  is  a  digital  copy  of  a  book  that  was  prcscrvod  for  gcncrations  on  library  shclvcs  bcforc  it  was  carcfully  scannod  by  Google  as  part  of  a  project 

to  make  the  world's  books  discoverablc  onlinc. 

It  has  survived  long  enough  for  the  copyright  to  cxpirc  and  the  book  to  enter  the  public  domain.  A  public  domain  book  is  one  that  was  never  subject 

to  copyright  or  whose  legal  copyright  term  has  expired.  Whether  a  book  is  in  the  public  domain  may  vary  country  to  country.  Public  domain  books 

are  our  gateways  to  the  past,  representing  a  wealth  of  history,  culture  and  knowledge  that's  often  difficult  to  discover. 

Marks,  notations  and  other  maiginalia  present  in  the  original  volume  will  appear  in  this  file  -  a  reminder  of  this  book's  long  journey  from  the 

publisher  to  a  library  and  fmally  to  you. 

Usage  guidelines 

Google  is  proud  to  partner  with  libraries  to  digitize  public  domain  materials  and  make  them  widely  accessible.  Public  domain  books  belong  to  the 
public  and  we  are  merely  their  custodians.  Nevertheless,  this  work  is  expensive,  so  in  order  to  keep  providing  this  resource,  we  have  taken  steps  to 
prevent  abuse  by  commercial  parties,  including  placing  technical  restrictions  on  automatcd  querying. 
We  also  ask  that  you: 

+  Make  non-commercial  use  of  the  files  We  designed  Google  Book  Search  for  use  by  individuals,  and  we  request  that  you  use  these  files  for 
personal,  non-commercial  purposes. 

+  Refrainfivm  automated  querying  Do  nol  send  aulomated  queries  of  any  sort  to  Google's  system:  If  you  are  conducting  research  on  machine 
translation,  optical  character  recognition  or  other  areas  where  access  to  a  laige  amount  of  text  is  helpful,  please  contact  us.  We  encourage  the 
use  of  public  domain  materials  for  these  purposes  and  may  be  able  to  help. 

+  Maintain  attributionTht  GoogX'S  "watermark" you  see  on  each  file  is essential  for  informingpeopleabout  this  project  and  helping  them  find 
additional  materials  through  Google  Book  Search.  Please  do  not  remove  it. 

+  Keep  it  legal  Whatever  your  use,  remember  that  you  are  responsible  for  ensuring  that  what  you  are  doing  is  legal.  Do  not  assume  that  just 
because  we  believe  a  book  is  in  the  public  domain  for  users  in  the  United  States,  that  the  work  is  also  in  the  public  domain  for  users  in  other 
countries.  Whether  a  book  is  still  in  copyright  varies  from  country  to  country,  and  we  can'l  offer  guidance  on  whether  any  speciflc  use  of 
any  speciflc  book  is  allowed.  Please  do  not  assume  that  a  book's  appearance  in  Google  Book  Search  means  it  can  be  used  in  any  manner 
anywhere  in  the  world.  Copyright  infringement  liabili^  can  be  quite  seveie. 

About  Google  Book  Search 

Google's  mission  is  to  organize  the  world's  information  and  to  make  it  universally  accessible  and  useful.   Google  Book  Search  helps  readers 
discover  the  world's  books  while  helping  authors  and  publishers  reach  new  audiences.  You  can  search  through  the  full  icxi  of  this  book  on  the  web 

at|http  :  //books  .  google  .  com/| 


Google 


Dii  is  ccn  digitale  kopie  van  een  boek  dat  al  generaties  lang  op  bibliotheek  pi  anken  heeft  gestaan,  maar  nu  zorgvuldig  is  gescand  door  Google.  Dat 

doen  we  omdat  we  alle  boeken  ter  wereld  online  beschikbaar  willen  maken. 

Dit  boek  is  na  oud  dat  het  auteursrecht  erop  is  verlopen,  zodat  het  boek  nu  deel  uitmaakt  van  het  publieke  domein.  Een  boek  dat  tot  het  publieke 

domein  behoort,  is  een  boek  dat  nooit  onder  het  auteursrecht  is  gevallen,  of  waarvan  de  wettelijke  auteursrecht  termijn  is  verlopen.  Het  kan  per  land 

verschillen  of  een  boek  tot  het  publieke  domein  behoort.  Boeken  in  het  publieke  domein  zijn  een  stem  uit  het  verleden.  Ze  vormen  een  bron  van 

geschiedenis,  cultuur  en  kennis  die  anders  moeilijk  te  verkrijgen  zou  zijn. 

Aantekeningen,  opmerkingen  en  andere  kanttekeningen  die  in  het  origineel  stonden,  worden  weergegeven  in  dit  bestand,  als  herinnering  aan  de 

lange  reis  die  het  boek  heeft  gemaakt  van  uitgever  naar  bibliotheek,  en  uiteindelijk  naar  u. 

Richtlijnen  voor  gebruik 

Google  werkt  samen  met  bibliotheken  om  materiaal  uit  het  publieke  domein  te  digitaliseren,  zodat  het  voor  iedereen  beschikbaar  wordt.  Boeken 
uit  het  publieke  domein  behoren  toe  aan  het  publiek;  wij  bewaren  ze  alleen.  Dit  is  echter  een  kostbaar  proces.  Om  deze  dienst  te  kunnen  blijven 
leveren,  hebben  we  maatregelen  genomen  om  misbruik  door  commerciële  partijen  te  voorkomen,  zoals  het  plaatsen  van  technische  beperkingen  op 
automadsch  zoeken. 
Verder  vragen  we  u  het  volgende: 

+  Gebruik  de  bestanden  alleen  voor  niei-commerciële  doeleinden  We  hebben  Zoeken  naar  boeken  met  Google  ontworpen  voor  gebruik  door 
individuen.  We  vragen  u  deze  bestanden  alleen  te  gebruiken  voor  persoonlijke  en  niet-commercicle  doeleinden. 

+  Voer  geen  geautomatiseerde  zoekopdrachten  uit  Stuur  geen  geautomatiseerde  zoekopdrachten  naar  het  systeem  van  Google.  Als  u  onderzoek 
doet  naar  computervertalingen,  optische  tekenherkenning  of  andere  wetenschapsgebieden  waarbij  u  toegang  nodig  heeft  tot  grote  hoeveelhe- 
den tekst,  kunt  u  contact  met  ons  opnemen.  We  raden  u  aan  hiervoor  materiaal  uit  het  publieke  domein  te  gebruiken,  en  kunnen  u  misschien 
hiermee  van  dienst  zijn. 

+  Laat  de  eigendomsverklaring  staan  Het  "watermerk"  van  Google  dat  u  onder  aan  elk  bestand  ziet,  dient  om  mensen  informatie  over  hci 
project  te  geven,  en  ze  te  helpen  extra  materiaal  te  vinden  met  Zoeken  naar  boeken  met  Google.  Verwijder  dit  watermerk  niet. 

+  Houd  u  aan  de  wet  Wat  u  ook  doet,  houd  er  rekening  mee  dat  u  er  zelf  verantwoordelijk  voor  bent  dat  alles  wat  u  doet  legaal  is.  U  kunt  er 
niet  van  uitgaan  dat  wanneer  een  werk  beschikbaar  lijkt  te  zijn  voor  het  publieke  domein  in  de  Verenigde  Staten,  het  ook  publiek  domein  is 
voor  gebniikers  in  andere  landen.  Of  er  nog  auteursrecht  op  een  boek  mst,  verschilt  per  land.  We  kunnen  u  niet  vertellen  wat  u  in  uw  geval 
met  een  bepaald  boek  mag  doen.  Neem  niet  zomaar  aan  dat  u  een  boek  overal  ter  wereld  op  allerlei  manieren  kunt  gebruiken,  wanneer  het 
eenmaal  in  Zoeken  naar  boeken  met  Google  staat.  De  wettelijke  aansprakelijkheid  voor  auteursrechten  is  behoorlijk  streng. 

Informatie  over  Zoeken  naar  boeken  met  Google 

Het  doel  van  Google  is  om  alle  informade  wereldwijd  toegankelijk  en  bruikbaar  te  maken.  Zoeken  naar  boeken  met  Google  helpt  lezers  boeken  uit 
allerlei  landen  te  ontdekken,  en  helpt  auteurs  en  uitgevers  om  een  nieuw  leespubliek  te  bereiken.  U  kunt  de  volledige  tekst  van  dit  boek  doorzoeken 

op  het  web  via|http:  //books  .google  .coml 


p 


èil 

0(a 


\ 


DE  OPKOMST 


VAN  HET 


NEDERLANDSCH  GEZAG 


IN 


OOST-INDIK 


VERZAMELING   VAN 

ONUITGEGEVEN  STUKKEN  UIT  HET  OUD-KOLONIAAL  ARCHIEF. 


T^WEEIDK    REEKS. 
(Suiten.  bessittingen.) 


UITGEGEVEN   EN   BEWERKT 


DOOR 


Dr.  P.  A.  TIELE. 


Tweede  Deel, 

BEWERKT  DOOR  Mr.  J.  E.  HeERES, 

Adjunct^comiuies  by  het  Rijksarchief. 


n.^/^,j^  f\f 


'SGRAVENIIAGE, 

MARTINUS  NIJHOFP. 

MDCCGLXXXX. 


•  '  . 

>        * 


DE  OPKOMST 


TAN  HET 


NEDERLANDSen  GEZAG 


IN 


ÓOSTINDIÊ. 


VERZAMELING   VAN 

ONUITGEGEVEN  STUKKEN  UIT  HET  OUD-KOLONIAAL  ARCHIEF. 

(SuitexL  bezittinsexi.) 

UITGEGEVEN   EN   BEWERKT 

DOOR 

Dr.  P.  A.  TIELE. 


Tweede  IDeel,  i 

BEWERKT  DOOR  Mr.  J.   E.  HeERES, 

Adjunct-commies  bij  het  Rijksarchief. 


'SGRAVENHAGE, 

MARTINÜS  NIJHOFF. 

MDCCCLXXXX. 


^ 


BOUWSTOFFEN 


VOOR  DE 


GESCHIEDENIS  DER  NEDEELANDERS 


IN  DEN 


MALEISCHEN  ARCHIPEL. 


UITGEGEVEN  EN  TOEGELICHT 


DOOR 


Dr.  P.   A    T I E  L  E. 


Tweede  IDeel, 

BEWERKT  DOOR  Mr.  J.  E.  HeERES  , 

Adjunct-commies  bij  het  Rijksarchief. 


'S  GRAVENHAGE , 

MARTINÜS  NIJHOFF. 
1890. 


YOOKBEKICHT. 


Het  zg  mg  Yergand,  mgn  aandeel  in  het  totstandkomen  van 
dit  boekwerk  met  een  enkel  woord  aan  te  geven.  Toen  de  heer 
Nghoff  mg  voorstelde ,  de  aanteekeningen  betreffende  het  tweede 
deel  der  „ Bouwstoffen' %  door  Dr.  Tiele  nagelaten,  tot  een 
i,Inleiding"  te  verwerken  en  tevens  de  correctie  der  „Docu- 
menten*'  op  mg  te  nemen  en  hg  m§  alles  ^  wat  de  gestorven 
geleerde  daartoe  had  bestemd;  ter  hand  gesteld  had,  bleek 
mg;  dat  de  ;, Documenten"  geheel  voor  de  pers  gereed  waren, 
dat  zelfs  een  klein  gedeelte  daarvan  reeds  was  gecorrigeerd  en 
gerevideerd.  Mgn  verbeteringstaak  begon  dan  ook  pas  bg  het 
zesde  vel.  De  kopg,  zooals  die  voor  de  pers  was  gereed  ge- 
maakt, had  Dr.  Tiele  blgkbaar  zelf  geheel  met  de  archief- 
stukken vergeleken ;  zoodat  ik  mg  dan  ook  geheel  onthouden 
heb  van  het  aanbrengen  van  wgzigingen  b.  v.  in  de  spelling 
der  woorden.  Slechts  in  die  gevallen,  waarin  mg  de  zinondui- 
delgk  was  of  waarin  ik  een  weglating  of  vergissing  meende  te 
bespeuren,  nam  ik  mgn  toevlucht  tot  de  genoemde  stukken 
zelf.  Een  zeer  enkele  maal  mocht  het  mg  gelukken,  een  kleine 
verbetering  aan  te  brengen.  Dat  er  schrijf-  en  drukfouten  in  de 
nu  afgedrukte  „Documenten"  zijn  overgebleven,  weet  niemand 
beter  dan  ik  zelf,  daar  ik  ze  ën  bg  het  samenstellen  der  „In- 
leiding" èn  bg  het  vervaardigen  van  het  „Register"  heb  moeten 
doorwerken  en  doorlezen.  Niemand,  die  van  nabg  bekend  is 
met  het  lastige  yan  het  verbeteren  van  dergelgke,  in  ouder- 
wetschen  vorm  gegoten  stukken,  zal  mg  daarvan,  hoop  ik, 
een  verwgt  maken.  Een  enkele  zinstorende  of  grove  fout  vindt 
men  achter  het  „Register"  vermeld*    Voor  de  aanteekeningen 

394440 


VI  VOORBERICHT. 

aan  den  voet  der  „Documenten''  is  Dr.  Tiele  geheel  aanspra- 
keiyk. 

Wat  de  „Inleiding"  betreft,  wezen  de  mij  ter  hand  gestelde 
aanteekeningen  mij  voldoende  den  weg.  Met  verbazingwekkende 
nauwkeurigheid   en  juiste   beknoptheid  zgn  alle  stukken,  voor 
zijn  doel  van  belang,  door  Dr.  Tiele  geëxcerpeerd ,  voor  zoover 
zg  niet  gedrukt  in  dit  boekdeel  worden  aangetroffen.  Mgntaak 
was   dus,   wat  dat  betreft,  zeer  gemakkelijk.   Toch  deed  zich 
een  niet  geringe  moeiigkheid  voor  mg  op.  De  Utrèchtsche  biblio- 
thecaris had  sinds  eenige  jaren  zgn  vrgen  tgd  besteed  aan  de 
studie   van  de  geschiedenis  der  Europeeërs*  in  den  Maleischen 
Archipel   en   kon   dus  soms  in  zgne  aanteekeningen  zeer  kort 
zgn  over  personen  en  zaken,   aangaande  welke  ik,  wien  die 
voorstudie  ontbrak ,  meer  licht  noodig  had.  Ook  in  die  gevallen 
moest  ik  mgn  toevlucht  nemen  tot  het  Bijksarchief ,  tot  de  papieren 
van  Ggsels,   die  de  directie  der  Hofbiblioihek  te  Earlsruhe  zoo 
welwillend   was,    ook   mij   ten  gebruike  toe  te  vertrouwen  èn 
tot  de  verdere  mij  ten  dienste  staande  bronnen  of  reeds  vroeger 
gepubliceerde  werken.  Er  is  meer.   Dr.  Tiele  kon  in  het  „Voor- 
bericht" vóór  zgn  eerste  deel  verwgzen  naar  zgn  correspondeé- 
rende  artikelen  in  de   „Bgdragen"   van  het  Indisch  Instituut, 
en  kon  dus  in  vele  gevallen  kort  zgn,  waarin  ik  aan  mgn  ge- 
schiedverhaal een  grootere  uitgebreidheid  moest  geven.  Buitendien 
kon  hg ,  meer  dan  het  mij  vergund  was ,  een  beschrgving  leveren 
van    de   algemeene   politiek   der  Compagnie,  en  behoefde  niet, 
zooals  ik  geloof,  dat  op  mgn  weg  lag,  af  te  dalen  tot  de  zich 
telkens   herhalende    kleine   nuanceeringen   in    de   verhouding, 
waarin  het  Nederlandsch  bestuur  tot  de  inlandsche  hoofden  en 
hunne  onderdanen  stond. 

Ik  heb  mg  verder  bg.  het  vervaardigen  der  „Inleiding"  natuur- 
Igk  niet  alleen  laten  leiden  door  de  nu  gepubliceerde  „Docu- 
menten", maar  ook  door  de  reeds  meer  genoemde  aanteeke- 
ningen, waaronder  er  waren,  waarop  ik  soms  den  nadruk  heb 
meenen  te  moeten  leggen,  meer  dan  op  de  stukken  zelf,  die 


VOORBERICHT.  VII 

*wel  de  hoofdzaak  vormen;  maar  toch;  zooals  zg  worden  uitge- 
geven ;  een  onderlingen  band ;  een  leiddraad  missen.  Die  band ; 
die  leiddraad  wordt  juist  gevormd  door  de  kleine  excerpten; 
door  Dr.  Tiele  met  zooveel  zorg  bgeeuverzameld.  Een  middel 
tot  controle  vinden  mijne  lezers  in  het  verwgzen  aan  den  voet 
der  bladzgden  naar  de  desbetreffende  pagina's  der ;,  Documenten"; 
waarop  hetgeen  ik  schreef  steunde.  Een  enkele  maal  echter  is 
een  meening;  door  mij  uit  die  stukken  gevormd;  eenigermate 
gewgzigd  door  het  bestudeeren  der  aanteekeningen. 

In  die  gevallen;  waarin  Valenten;  of  waarin  auteurs  van 
den  nieuweren  tijd ;  zooals  de  Jonge  voor  meer  algemeene  aange- 
legenheden; van  Dgk;  Leupe,  Bokemeger  —  f  en  passé  el  des 
meilleurs  —  naar  het  oordeel  van  Dr.  Tiele  of  van  mg  zelf 
betrouwbaar  waren ;  heb  ik  zeer  kort  kunnen  zgn.  Omgekeerd 
zal  het  verschil  in  opinie  (b.  v.  tusschen  Dr.  Bokemeger  en  mg 
over  Ambonsche  personen  en  zaken)  den  aandachtigen  lezer 
eveneens  duidelijk  genoeg  in  'toog  vallen. 

Dit  deel  behandelt  de  gebeurtenissen  van  omstreeks  1623 — 
1640.  Een  heerlgk  tafereel  ontrolt  zich  niet  voor  onze  oogen: 
geen  schitterende  wapenfeiten;  die  bloedige  lauweren  zouden 
kunnen  vlechten  om  de  slapen  der  Nederlandsche  dapperen; 
geen  groote  vooruitgang  in  beschaving ;  die  den  Nederlandscben 
naam  met  eere  zoude  kunnen  kronen ;  vallen  hier  te  bewon- 
deren. Wel  werd  ook  nu  door  onze  militaire  aanvoerders ,  door 
Janmaat  en  door  het  veldleger  de  eer  der  „Princevlag"  opge- 
houden; wel  werden  er  ook  nu  daden  verricht;  die  den  Neder- 
lander bet  hart  sneller  doen  kloppen  en  met  bewondering  voor 
de  bedrgvers  er  van  vervullen;  maar  zij  stonden  op  zich  zelf. 
De  groote  beteekenis  van  dit  tijdsbestek  moet  gezocht  worden 
in  de  Ausdauer,  waarmede  de  onzen  hunne  positie  behielden 
en  langzaam  maar  zeker  veld  wonnen ;  in  hunne  taaie  volhar- 
ding tegenover  de  vele  moeilijkheden ;  die  zich  voor  hen  opdeden. 

Mocht  dus  het  geschiedverhaal  niet  steeds  een  aangename 
lectuur  bieden ;  men  leze  het  met  welwillendheid  tegenover  den 


VIII  VOOnBERIGHT. 

schrg ver  der  „  Inleiding  "•  Die  welwillendheid ,  die  niet  behoeft* 
te  worden  ingeroepen  voor  Dr.  Tiele's  aandeel  in  dit  werk^  zou 
voor  mg  een  reden  te  meer  zijn,  om  —  indien  omstandigheden 
buiten  mijn  wil  het  mij  niet  beletten  —  op  mgn  beurt  in  mgn 
vrgen  tgd  mgn  beste  krachten  te  wijden  aan  den  arbeid, 
waarbg  mannen  als  de  Jonge ;  van  Deventer  en  Tiele  mij  zgn 
voorgegaan. 

Den  Haag,  19  Dec.  1889. 

J.  Ë.  HËEfiËS. 


I  rH  o  D  D. 


• 


Voorbericht. 

Inleiding « BI2.         I 

Documenten. 

I — IV.  Brieven  van  Jacques  Lefebvre,  Gonvemenr  der  Molakken, 

(19  Oct  1623—18  Aug.  1624) „  1 

V — VI.  Brieven  van  Herman  van  Spenlt,  Gouvemenr  vanAmbon, 

(16  Mei  1624  —  16  Sept.  1624) „  9 

VIL  Brief  van  Gtheen  Enigen  Schapenham ,  Admiraal  van  de 

Nassanscbe  vloot,  (April  1626) „  34 

VIII — X.  Brieven  van  Jacqnes  Lefebvre,  Gonvemenr  der  Molnk- 

ken,  (27  Maart  1626  —  16  Ang.  1626) „  38 

XI.  Jonmaal  op  een  tocht  naar  Loeboe  en  Eambelo,  (14  Mei 

1626—23  Jnni  1626) „  48 

XII — ^XIII.  Brieven  van  Jan  van  Gk>rcnm,  Gonvernenr  vanAmbon,. 

(16  Juü  1626—8  Sept.  1626) „  76 

XIV — ^XV.    Memorie    van    Herman  van  Spenlt  over  Makassar 

(10  Ang.  1626). „         83 

XVI.  Brief  van  den  €k)nvernenr-(}eneraal  Pieter  de  Carpentier 

en  Raden,  (27  Oct.  1626) „  87 

XVII — XVIII.   Brieven  van  Jacqnes  Lefebvre,  Gonvemenr  der 

Molnkken,  (29  Jan.  1626—7  Aug.  1626) „  89 

XIX.  Uit  de  Besolntiën  van  Gonvemenr  en  Baad  der  Molnkken, 

(17—20  Dec.  1626) „  92 

XX.  Brief  van  Jan  van  Gorcnm,  Gonvemenr  van  Ambon,  (20 

Aprü  16?6) „         96 

XXI.  Uit  bet  Jonmaal  van  Ambon  door  den  Gonvemenr  Jan 

van  Gorcnm,  (Mei  1626) „  100 

XXII — XXIV.   Brieven  van  Jan  van  Gorcnm,  Gonvemenr  van 

Ambon,  (26  JnU  1626—6  Ang.  1627) „  106 

XXV — XXVI.    Brieven   van  Jacques  Lefebvre,  Gonvemenr  der 

Molnkken,  (30  Maart  1627—16  Aug.  1627) „  116 

XXyil.  Brief  van  Hamdja,  Sultan  van  Temate,  (14  Ang.  1627) .  „  124 

XXVIII. Brief  van  Gonvemeur-Generaal  en  Raden,  (9  Nov.  1627).  „  127 

XXIX.  Brief  van  Pieter  van  Dujnen ,  Raad  van  Indië,  (7  Nov.  1627).  „  131 


INHOUD. 

XXX.  Brief  van  Philips  Lncasz.,  Gonyernenr  van  Ambon,  (10 

Sept.  1628) Blz.      132 

XXXI— XXXII.  Brieven  van  Gillis  Seys ,  President  in  de  Molukken , 

(29  Maari;  1628—22  Mei  1628) „        136 

XXXIII.  Brief  van  Pieter  Wagensvelt,  tijdelgk  President  in  de 

Molnkken,  (23  Ang.  1628) „         140 

XXXIY.  Brief  van  den  Gonvernenr-Generaal  J.  Pz.  Coen  en  Baden, 

(3  Nov.  1628) „        142 

XXXV— XXXVI.  Brieven  van  Philips  Lncasz.,  Gouverneur  van 

Ambon,  (20  Mei  1629—10  Sept.  1629j    ........        146 

XXXVII.  Brief  van  Hamdja,  Sultan  van  Ternate,  (1629).     .    .    .      „        150 

XXX Vm.  Brief  van   Gijsbert   van   Lodens teyn,  Gouverneur  der 

Molukken ,  (1  Sept.  1629) „        162 

XXXIX.  Brief  van  Adriaen  Blocq  Martensz.  uit  Batavia,  (8Febr. 

1629) „        166 

XL — XLI.  Brieven  van  Philips  Lucasz. ,  Gouverneur  van  Ambon , 

(3  Febr.  1630—6  Sept.  1630) „        169 

XLII.  Brief  van  Hamdja,  Sultan  van  Ternate,  (24  Aug.  1630)    .      „        162 
XLin — XLIV.  Brieven  van  Crgn  van  Raemburch,  Gouverneur  van 

Banda,  (2  Mei  1630—10  Juni  1630) „        163 

XLV.  Brief  van  Jan  Oosterwij  ck,  Opperkoopman  te  Djambi,  (16 

Maart  1630) „        166 

XL VI.  Brief   van    den    Gouverneur-Generaal   J.  Specx  en  Raden, 

(7  Maart  1630) „        168 

XL VII.  Brief  van  Antonio  vanDiemen,  Directeur-Generaal ,  (6  Juni 

1631) „        173 

XL  VUL  Brief  van  Artus  Gijsels,  Gouverneur  van  Ambon ,  (23  Mei 

1631) „        186 

XLIX.  Brief  Van  Gjjsbert  van  Lodensteyn,  Gouverneur  der  Mo- 
lukken, (7  April  1631) „         189 

L.  Brief  van  Hamdja,  Sultan  van  Ternate,  (10  Aug.  1631)     .      „        193 
LI — ^LII.  Brieven    van    Artus   Ggsels,    Gouverneur   van   Ambon, 

(23  Mei  1632—10  Sept.  1632) „         196 

LIII— LIV.  Brieven  van  Gijsbert  van  Lodensteyn ,  Gouverneur  der 

Molukken,  (13  Maart  1632—9  Aug.  1632) n        210 

LV.  Verslag  van  Antonie  Caen  van  zijn  zending  naar  Patani 

en  Siam,  (31  Juli— 27  Nov.  1682) „        214  ^ 

LVI.  Brief  van  Ggsbert  van  Lodensteyn,  Gouverneur  der  Mo- 
lukken, (6  April  1633) „         231 

LVII— LVIIL  Brieven  van  Artus  Ggsels ,  Gouverneur  van  Ambon , 

(26  Mei  1633—12  Juni  1633) „        239 

LIX.  Brief  van  Hamdja,  Sultan  van  Ternate,  (11  Juli  1634)    .       „        249 


INHOUD.  XI 

LX — LXI.  Brieven  van  den  Gouverneur-Generaal  Hendrik  Brouwer 

en  Baden,  (16  Aug.  1634—8  Jan.  1635) Blz.     262 

LXII.  Brief    van    Artus   Gigsels,    Visitateur   der   kantoren  van 

Ambon  en  Banda,  (27  April  1636) ^        269 

LXIII.  Brief  van  A.ntonio  van  den  Heuvel ,  Gouverneur  van  Ambon , 

(27  Aprü  1635) „        276 

LXIY.  Brief  van  Jocbem  Roeloffsen  (van  Deutecom),  Gouverneur  • 

van  Ambon,  (19  Sept.  1635) „        276 

LXY.  Brief  van   den  Gouverneur-Generaal  Hendrik  Brouwer  en 

Baden,  (4  Jan*  1636) * „        280 

LXYI.  Brief  van  Artus  Gesels ,  Baad  van  Indië ,  uit  Batavia ,  (1  Jan. 

1636) „        287 

LXYII.  Brief  van  Justus   Heumius,  Predikant  op  Ambon,   (17 

Sept.  1636) „        289 

LXYIII.  Brief  van  Jan   vanBroeckum,  Gouverneur  der  Molukken , 

(18  Aug.  1636) „        291 

LXIX.  Brief  van  Cornelio  Acolej ,  Gouverneur  van  Banda ,  (12  Sept. 

1636) „        294 

LXX.  Brief  van  den  Gouverneur-Generaal  Antonio  van  Diemen, 

(28  Deo.  1636) „        298 

LXXI.  üit  het  Dagregister  gehouden  in  't  Kasteel  Batavia,  (over 

1636) „        309 

LXXn.  Brief  van  den  Kimelaha  Leliato ,  (1636) „        316 

LXXIII.  Brief  van  Comelio  Acolej,  Gouverneur  van  Banda,  (24 

Aug.  1637) „        317 

LXXIY.  Brief  van  den  Gouverneur-Generaal  Antonio  van  Diemen 

en  Baden,  (9—26  Deo.  1637) „        320 

LXXY.  Bemonstrantie  van  den  Opperkoopman  Hendrik  Eerckringh 

over  Makassar,  (24  Sept  1638) „        336 

LXXYI— LXXYII.  Brieven  van  den  Gouverneur-Generaal  Antonio 

van  Diemen  en  Baden,  (22  Deo.  1638—19  Jan.  1639)  .    .      „        337 
LXXYni.  Brief  van  Jan  van  Broeckum ,  Gouverneur  der  Molukken, 

(28  April  1639) „        366 

LXXIX— LXXX.    Brieven  van  Hamdja,  Sultan  van  Temate,  (30 

Maart  1639) „        369 

LXXXI.  Brief  van  Jan  van  Broeckum ,  Gouverneur  der  Molukken , 

(17  Aug.  1639) *.     .      „        372 

LXXXII.  Brief  van  den  Gouverneur-Generaal  Antonio  van  Diemen 

en  Baden,  (18  Dec.  1639) n        383 


INLEIDING. 


I. 


De  grondvester  van  het  Nederlandsch  gezag  in  Oost-Indië 
had^  toen  hij  in  Febraari  1623  het  Gouverneurschap-Generaal 
nederlegde,  in  een  Advies  ten  behoeve  van  zgn  opvolger  Pieter 
de  Carpentier  ^  zgn  denkbeelden  over  het  regeeringsbeleid  in  die 
'landen  uiteengezet.  Onder  meer  had  hg  daarin  aan  zgn  wan- 
trouwen lucht  gegeven  ten  opzichte  van  de  goede  gezindheid 
der  in  de  Molukken  zoo  invloedrijke  Ternatanen  te  onswaart. 
'Hg  begreep ;  dat  zg  zeer  gaarne  de  vreemdelingen  uit  hun 
vaderland  en  uit  de  onder  hun  gezag  staande  Ambonsche  kwar- 
tieren verjaagd  zouden  zien^  en  tevens  ^  dat  men  voor  hen  op 
2gn  hoede  moest  zgn ,  ook  waar  zg  vol  vriendschapsbetuigingen 
de  onzen  naderden. 

Aan  huü  hoofd  stond  in  dezen  tgd  Sultan  Modafar^  zwak 
van  karakter  eu  zwak  van  lichaam ,  uitgeput  als  hg  was  door 
allerlei  débauches  en  uitspattingen*  Weinig  bekreunden  zich  om 
zgn  gezag  de  machtige^  tegenover  hun  Vorst  bgna  onafhan- 
kelgke  Groeten,  waaronder  vooral  zgn  bloedverwanten ,  de 
Djogoegoe  of  Egksbestuurder  en  de  Kaïtsjil  (Prins)  Ali,  die 
onder  den  titel  Kapitein  Laont  de  marineaangelegenheden  be- 


*  Over  de  Caïpentier  zie  men  nog  Documenten,  p.  131,  v. 

N.  R.  II. 


I. 


11  I  N  t  B  I  D  I  N  6. 

staarde;  op  den  voorgrond  traden.  Wel  begverde  zich  laatst* 
genoemde  ten  zeerste  ^  om  de  onzen  te  overtuigen  van  zgn 
goede  gezindheid;  maar  dit  belette  niet;  dat  de  Ooavernear; 
Jacques  Lefebvre  ^  (1622 — 1628)  hem  met  wantrouwen  gade- 
sloeg. Deze  had  geen  gemakkelgke  taak  te  vervallen  ^.  De 
ontevredenheid  der  Tematanen  over  het  monopoliestelsel;  dat 
den  handel  tusschen  hen  en  andere  kooplieden  dan  de  onze 
geheel  trachtte  tegen  te  gaau;  nit  vrees ;  dat  ook  anderen  dan 
wg  de  nagelen  kwamen  opkoopeU;  hield  steeds  aan  en  ver- 
meerderde eerder  dan  dat  zij  verminderde.  Nog  daargelaten  de 
geringe  prgS;  dien  de  Compagnie  voor  dat  Moluksche  product 
besteedde;  werd  hevig  misnoegen  gewekt;  doordat  de  betaling 
geschiedde  in  rgst  en  kleeden  van  minder  goede  qualiteit  in 
plaats  van  in  geld.  En  werd  al  eens  geld  als  ruilmiddel  ge- 
bezigd; dan  vonden  de  HoUandsche  zilverstukken  geen  genade 
in  de  oogen  der  Oosterlingen ;  daar  zg  van  minder  allooi  waren 
dan  de  bg  de  contracten  bedongene  realen  van  achten.  Zagen 
zij  de  kans  schoon  —  en  bg  de  betrekkelgk  geringe  macht  * , 
welke  de  Nederlanders  ^  in  de  Molukken  ontwikkelden ;  had  dit 
zeer  dikwijls  plaats  —  dan  handelden  zg  met  de  TidoreezeU; 
die  op  hunne  beurt  goede  afnemers  vonden  in  de  Spanjaarden 
en  Portageezen  en  in  de  kooplieden  van  Makassar ,  Malaka 
en  Java.  Terwgl  wg  uit  krachte  der  contracten  slechts  50 
realen   voor   de  bahar   wenschten  te  besteden,   ontvingen  de 


i  Zgn  naam  wordt  verscliillend  geschreven,  nl.  met  u  en  met  v,  't  Is  moeilijk 
uit  te  maken ,  boe.  hg  moet  worden  uitgesproken.  Bij  ket  corrigeeren  der  druk- 
proeven van  de  Documenten  helde  ik  over  tot  de  tf-lezing;  later  ben  ik  tot  de  v 
bekeerd.  Ook  Dr.  Tiele  was  in  dubio, 

^  Behalve  zijn  moeiiyke  positie  tegenover  zijn  Temataansche  z.  g.  vrienden 
en  zgn  Spaansche  en  Tidoreesche  v^anden,  had  hij  nog  te  kampen  met  minder 
'aangename  verhoudingen  tot  den  kerkeraad  onder  Ds.  Candidius  en  met  de  amb- 
tenaren, die  hy  nog  al  op  de  vingers  sch^nt  gekeken  te  hebben. 

*  Betrekkelijk  geringe  macht :  zg  toch  was  op  te  veel  plaatsen  verspreid ,  om 
veel  kracht  te  kunnen  ontwikkelen.  —  Zie  echter  ook:  Documenten,  p.  8. 

^  In  offlciëele  stukken  moest  volgens  een  resolutie  de  XVII  tan  1617  de  naam 
„Nederlanders"  en  niet  die  van  „Hollanders"  worden  gebruikt. 


IN  LEI  Dl  KO.  Iir 

Terüatanen  en  de  Makianners  op  deze  wgze  100  &  130  realen 
voor  dezelfde  hoeveelheid.  Dien  smokkelhandel  voor  goed  den 
kop  in  te  drukken,  daartoe  schoot  —  het  is  reeds  gezegd  — 
onze  macht  te  kort;  wg  moesten  voor  het  oogenblik  —  dit 
bracht  onze  politiek  mêe  — .  veinzen  en  een  goed  gelaat 
toonen  by  het  slechte  spel.  In  de  gegeven  omstandigheden  be* 
gonnen  de  bewoners  dezer  nageleilanden  er  voordeel  in  te  zien , 
zich  op  den  rijstbonw  en  andere  cultures  toe  te  leggen  en  ver- 
brandden zi)  hunne  nagelboomen ,  of  weigerden  de  vruchten  te 
plukken.  Daarin  zagen  Gouverneur-Generaal  en  Raden  echter  geen 
bezwaar  '.  „Sy  (de  Ternatanen)  schgnen  —  zoo  schreven  zg 
den  27  Januari  1625  aan  de  Heeren  XVII  —  't  nagel  plucken 
heel  te  willen  abandonneeren ;  daer  ons  bedunckens  weynich 
aen  verloren  sal  wesen  zoo  men  de  Macquianders  maer  in 
devotie  can  behouden." 

Bij  deze  grieven  had  zich  nog  een  andere  gevoegde  Reeds 
ten  tijde  van  Ooen  was  besloten ,  eenige  forten  ^  door  de  onzen 
bezet;  af  te  breken ^  althans  het  garnizoen  daaruit  te  lichten, 
daar  die  versterkingen  volgens  hem  den  onzen  tot  geen  nut 
verstrekten  en  het  bezetten  daarvan  oorzaak  was,  dat  onze 
macht  te  veel  werd  verbrokkeld.  Indertijd  had  men  dit  plan 
moeten  opgeven  om  de  groote  tegenkanting,  welke  het  onder- 
vond van  de  zgde  der  Ternatanen ,  die  daardoor  zouden  worden 
beroofd  van  zoovele  verdedigingsmiddelen  tegen  mogelijke  aan- 
vallen der  Spanjaarden  en  Tidoreezen  en  die  daarom  gedreigd 
badden ,  in  ^bX  geval  hun  eiland  te  verlaten  en  zich  op  Djilolo 
te  vestigen  ^.  In  het  laatst  van  1624  drongen  Gouverneur- 
Generaal  en  Raden,  volgens  den  wensch  der  Bewindhebberfii, 
op  nieuw  bg  den  Gouverneur  der  Molukken  aan  op  het  slechten 
van  het  fort  Kalimata  op  Ternate  en  van  dat  op  het  eiland  Motir. 

Een  verhouding,   gegrond  op  wederzgdsch  belang,  bestond 


1    Ook  de  XVII  vonden   dit  uitstekend  (blijkens  hun  missive  aan  G.  G.  en 
Baden  van  17  Sept.  1622),  omdat  de  markt  in  Europa  overvoerd  was. 

*     Tiele:  Bouwstoffen  I,  p.  Li. 


IV  HftBlDIltG. 

er  das  tassc&en  de  Nederlanders  en  Tematanen  niet.  De  Car- 
pentier  weet  het  gebrek  aan  oyereenstemming  yooral  aan  het 
verschil  in  godsdienst :  „  Hare  Moorsche  en  onze  Christeiyke 
religiën  zgn  zoo  onverzoenlgk  en  incompatibel,  dat  oprechte 
vriendschap  niet  mogelgk  is".  Alsof  daarvoor  geen  andere 
oorzaken  waren  aan  te  wgzen!  Hoe  het  zg,  de  Ternatanen 
gevoelden  zich  tot  de  onzen  evenmin  aangetrokken  als  tot  de 
Spanjaarden ;  en  slechts  vrees  voor  mogelgke  versterking  uit 
Batavia  deed  hen  meer  de  zgde  van  de  Compagnie  kiezen. 
Kwamen  er  daarentegen  tgdingen  van  hulp,  welke  de  Span- 
jaarden nit  Manila  konden  verwachten,  of  kwam  zoo'n  „  se- 
oonrs'^  zelf,  dan  dreigde  soms  de  schaal  ten  voordeele  van 
onzen  ,,erfvgand"  over  te  slaan,  was  er  althans  sprake  van 
toenadering  tot  dezen.  In  elk  geval ,  de  oorlog  tegen  den  Kas- 
tiliaan  —  indien  daarvan  al  sprake  kon  zgn  —  werd  door  de 
Tematanen  al  zeer  slap  gevoerd  ^  en  steeds  verbroken  door 
onderhandelingen  en  wapenstilstanden.  De  Spanjaarden  hadden 
tronwens  een  belangrgke  troef  ait  te  spelen :  nog  steeds  bevond 
zich  op  Manila  de  krggsgevangen  Sultan  Sahid  ^  en  nog  steeds 
werden  de  Ternatanen,  die  geen  goeden  ruil  hadden  gedaan, 
toen  zg  dien  Vorst  door  zgn  zoon  Modafar  zagen  opgevolgd, 
gepaaid  met  beloften  van  zgn  terugkeer. 

Van  oorlog  met  de  Tidoreezen  was  in  't  geheel  geen  sprake ; 
integendeel,  er  werden  onderhandelingen  gevoerd  over  een 
buwelgk  tusschen  Ternate's  Sultan  en  een  Tidoreesche  Prinses, 
fiuitendien  noopte  het  handelsbelang  beide  partgen,  te  trachten 
den  vrede  te  onderhouden.  Eindelijk  zagen  zg  niets  liever,  dan 
dat  de  gehate  vreemdelingen  elkander  bestreden  en  eikaars 
krachten  nitputt'en,  zonder   dat  zg  de  hunne  behoefden  in  't 


*  Zie  over  den  aanslag  der  Spanjaarden  op  de  Sangireilanden,  welke  gedeel- 
teiyk  onder  Ternataansch  gezag  stonden,  Documenten,  p.  40,  v.,  enz. 

Over  onze  betrekkingen  met  de  Soeloe-eilanden  en  de  Fhilippgnen  zie  Mr.  L. 
C.  D.  yan  Dgk:  „Keêrland^s  vroegste  betrekkingen  met  Bomeo,  den  Solo- 
Archipel",  enz.  (Amst.  1862.) 

*  Tiele:  Bouwstoffen,  I,  p.  v. 


ï  N  r.  E  I  D  I  N  G.  'A' 

strgdperk  te  wagen.  Herhaalde  pogingen  van  Lefebvre,  om  de 
Teniatanen  tot  een  openlijken  oorlog  met  hunne  buren  te  be- 
wegen,  leden   schipbreuk.   Ten   overvloede   wezen   zij   op  de 
geringe  hulp ,  die  zij  van  de  Compagnie  hadden  te  verwachten. 
In   't  begin   van    1625   echter   kreeg   onze  krijgsmacht  een 
aanzienlgke  versterking.  In  Februari  wierp  de  fluit  Edam ,  door 
de  Hooge  Begeering  te  Batavia  naar  deze  kwartieren  gezonden , 
om  eindel^k  een  weinig  krggs volk  en  eindelgk  5000  realen  voot 
den  nagelinkoop  over  te  brengen,  haar  anker  voor  Malajoe  uil. 
In  Maart  verscheen  een  aanzienlijke  vloot  van  12  zeilen,  be- 
mand met  ongeveer  1200  koppen,  onder  bevel  van  den  Admiraal 
Gheen  Huigen  Schapenham  ',  in  de  Molukscbe  wateren.  On- 
middeiyk   werd   door   Lefebvre   met   den   Vlootvoogd  en  zijn 
Scheepsraad  overleg  gehouden  in  zake  de  slechting  der  forten, 
iïog  ééns  drong  men  —  maar  te  vergeefs  —  bg  de  Tematanëh 
er   op   aan,    dat   zg   den   oorlog   tegen  de  Tidoreezen  zouden 
beginnen  en  hen ,  evenals  de  Spanjaarden ,  gezamenlgk  met  de 
Nederlanders  zouden  aanvallen.  Daarna  werd  hun  het  besluit 
tot  het   „lichten"    der   versterkingen  bekend  gemaakt,  'twelk 
„groote  alteratie''  veroorzaakte,  maar  desniettemin  ten  uitvoer 
werd  gebracht  ^.  Vooral  op  Makian  werden  de  bewoners  hier- 
door en  door  het  verschgnen  van  Schapenham's  vloot  zoozeer 
door   vrees  bevangen,   dat  zg  in  't  gebergte  vluchtten  en  met 
moeite  door  Lefebvre  tot  terugkeer  werden  gebracht.  Onder  den 
indruk  dezer  gebeurtenissen  beloofden  zij  op  nieuw ,  de  nagelen 
slechts  aan  de  Compagnie  te  verkoopen,  terwgl  zij  de  schuld  . 
van    hun    handel  met   de   Tidoreezen   wierpen  op   Temate's 
Sultan,  tevens  hun  Heer  *. 

*  De  a.g.  Nassausche  vloot.  —  Zie  Documenten  n».VII,  p.  34,  v.  -^  Het 
,,  Jonmael  van  de  Nassansche  vloot .  * . .  onder  H  beleyd  van  den  Admirael  jaquès 
rHermite,  ende  Vice-Admirael  Geen  Huygen  Schapenham"  werd  in  1626  te 
Amsterdam  gedrukt  ,,by  Hessel  Gerritsz  ende  Jacob  Fietersz  Wachter^*.  (4o). 

*  In  Januari  1626  werd  Kalimata  door  de  Spanjaarden  bezet.  Over  Motir 
zie  Documenten,  p.  126. 

s  „*T  IS  een  groote  fout,  dat  men  den  Koning  van  Temate  als  lieer  van 
Hakjan  gesteld  heeft''.  (Lefebvre  aan  de  Carpentier  26  Aug.  1623^). 


VI  INLEIDING. 

Na  het  vertrek  der  vloot  naar  Ambon  geraakte  alles  weer  in 
't  oude  zog.  In  Jnng  1625  was  de  verhouding  zelfs  zóó  ge- 
spannen, dat  de  Tematanen  onderhandelingen  met  de  Span- 
jaarden aanknoopten  en  weigerden,  ons  geld  als  ruilmiddel  aan 
te  nemen.  Door  bemiddeling  van  Kaïtsjil  AU  kwam  er  echter, 
uiterlijk  althans,  verbetering  en  toen  in  Juli,  na  het  bekend 
worden  der  gebeurtenissen  op  Klein-Geram  ^ ,  Ternataansche 
gezanten  naar  Batavia  vertrokken,  om  over  de  Ambonsche 
aangelegenheden  te  spreken,  liet  zich  de  toestand  gedurende 
hun  afwezigheid  en  na  hun  terugkeer  gunstiger  aanzien.  Zóó 
zelfe,  dat  na  verschillende  besprekingen,  waarbg  de  Sultan  en 
de  Crrooten  elkander  wederkeerig  van  heulen  met  Tidore  be- 
schuldigden, deze  laatsten  in  December  1626  ^  plechtig  aan 
Lefebvre  beloofden,  dat^land  den  oorlog  aan  te  zullen  doen. 
Met  de  zaak  zelve  nam  het  echter  niet  zoo'n  vaart  en  de  plechtige 
belofte  belette  niet,  dat  de  Tidoreezen  tegen  goeden  prgs  de 
Hagelen  op  Temate  bleven  opkoopen. 

Gewichtiger  gebeurtenissen  bracht  het  jaar  1627  met  zich 
mede.  Een  samenzwering  onzer  onderdanen  op  Batsjan,  de 
Christen  Laboeërs,  met  de  Spanjaarden,  om  onze  vestiging  op 
dat  eiland  aan  laatstgenoemden  in  handen  te  spelen,  werd  bg- 
tgds  ontdekt  envergdeld,  maar  veroorzaakte  onaangenaamheden 
met  den  Sultan  van  dat  eiland,  die  zijn  autoriteit  over  de  La- 
boeërs  tegenover  ons  pretendeerde  en  staande  hield  ^.  Den 
7  Februari  kwam  verder  een  Spaansch  secours  uit  Manilavoor 
Gamoelamoe  ten  anker.  Aan  boord  van  een  der  schepen  bevond 
zich  Prins  Hamdja,  broeder  van  den  Djogoegoe  en  Kaïtsjil 
Ali,  die  meer  dan  20  jaar  in  Spaansche  gevangenschap  had 
doorgebracht.  Met  de  overbrenging  van  brieven  van  Sahid 
voor    Mpdafar    belast,  betrad  hy   weder   den   vaderlandschen 


'     Zie  hierna  p.  X,  y. 

*    Zie  Documenten  n».  XIX,  p.  92,  v. 

s    Men  sie  hieroyer  het  „Yerhael  yande  Mollncs  Eilanden"  door  Gillis  Seys 
achter  het  Jpnrnaal  yan  Verhoeff  in  „Begin  en  Voortgang"  II,  p.  162,  y. 


INLEIDING.  VII 

bodem  9  waarop  hij  voortaan  een  gewichtige  rol  zou  ^pelen^ 
Spoedig  daarop  overleed  de  Vorst  van  Tidpre  en  werd  opgevolgd 
door  zgn  zoon,  terwgl  den  16  Mei  de  Sultan  van  Ternate 
eveneens  den  tol  aan  de  natuur  betaalde.  Nadat  hg  metgroote 
plechtigheid  was  ter  aarde  besteld ,  gingen  de  Groeten  des  lands 
tot  de  verkiezing  van  een  nieuwen  Vorst  oven  De  gewoonte 
bracht  meê,  dat  een  broeder  of  broeders-  of  zusterszoon  van 
den  overledene  diens  plaats  innam  ^  De  Ternatanen  vroegen 
naar  de  meening  van  Lefebvre  en  zgn  Raad  en  dezo  riedden 
hen  aau;  Eaïtsjil  AU  den  troon  te  doen  bestggen.  Zeer  tegen 
den  zin  van  den  Gouverneur  vestigden  zg  echter  hunne  keuze 
op  Hamdja.  Lefebvre  vreesde^  dat  deze  gedurende  zgn  verblgf 
in  Manila  te  zeer  op  de  hand  der  Spanjaarden  zou  zgn  ge- 
bracht, te  zeer  „gespanjoliseert"  zou  zijn,  maar  hg  moest  zich 
bij  deze  regeling  der  opvolging  nederleggen.  Onmiddelgk  vroeg 
de  nieuwe  Sultan  hulp  van  den  Gouverneur- Generaal ;  onder 
het  geven  van  allerlei  schoone  beloften,  waaronder  regeling 
der  Ambonsche  geschilpunten ,  maar  hernieuwde  —  zoo  het  heette 
in  afwachting  van  Sahid's  terugkomst  —  den  wapenstilstand 
met  de  Spanjaarden,  die  nog  bij  het  leven  van  Modafar  was 
gesloten.  Echter  bleef  hij  de  Tidoreezen  beoorlogen. 

De  Compagnie  ontmoette  de  Ternatanen  ook  op  Amboina  en 
de  omliggende  eilanden,  „De  schadelgckste  peste,  die  (zij)  in 
(die)  kwartieren  heeft  en  de  eenige  voedster  van  alle  coin- 
motiën  en  onlusten  aldaer  is  de  Ternataen,  die  de  volckeren 
door  middel  van  hare  vervloeckte  secte  in  forme  van  religie 
tot  sgne  devotie  bgeenhoudt"  ^.  Deze  uiting  van  Gouverneur- 
Generaal  en  Kaden  is  een  duidelgk  bewgs,  dat  zg  een  groot 
gevaar  voor  onze  vestigingen  aldaar  zagen  in  de  nabijheid  der  on- 
derdanen van  Modafar.  Diens  Stadhouder  op  Klein-Geram  of 
Hoamohel  was  de  Eimelaha  Leliato ,  opvolger  van  Daja  ' ,  die , 


'    Documenten:  p.  121,  noot  1). 

>    G.  Qt,  en  Baden  aan  den  Gh)aYernear  y.  Gorcum,  80  Kov.  1625. 

»    Tiele:  Bouwstoffen  I,  p.  xlvil 


VIII  INLEIDING. 

waar  het  in  zgn  belaag  was,  zich  weinig  bekommerde  om  de 
betrekking;  waarin  hg  tot  zgn  Saltan  stond;  en  gewoonlgk 
geheel  zelfstandig  ging  optreden.  Op  Amboina  was  het  vooral 
Kapitein  Hitoe  S  die,  onder  den  schgn  van  vriendschap ,  overal 
waar  hg  dat  kon,  ons  den  voet  dwars  zette  en  ging  henlen 
met  de  Ternatanen  en  met  ;,alle  de  Morisma''.  Hg  beoogde 
hierbg  geheel  zgn  eigen  belang  en  hoopte  op  deze  wijze  de 
beide  machtige  vreemdelingen  in  balans  te  honden  en  daarmede 
zgn  voordeel  te  doen.  De  Gonvemeur  Herman  van  Speult 
(1618 — 1625);  wien  het  aan  voortvarendheid  zeker  niet  ontbrak 
en  die  niets  liever  zon  hebben  gedaan ;  dan  den  tegenstand; 
dien  het  Nederlandsch  gezag  ondervond;  den  kop  in  te  drukken ^ 
kon  niet  krachtdadig  optreden;  waar  hg  dat  zon  hebben  ge- 
wenscht ;  omdat  troepen  en  schepen  hem  niet  in  voldoende  mate 
ter  beschikking  stonden. 

Er  lag  brandstof  genoeg  opgestapeld  en  vóór  en  na  flikkerde 
de  vlam  op.  Ook  hier  bestonden  naast  de  dieper  liggende  oor- 
zaken ;  als  godsdienst-  ^  en  volkerenhaat  de  meer  aan  den  dag 
tredende :  de  slechte  betaling  der  nagelen  en  het  weren  der  vreemde 
kooplieden;  vooral  der  Javanen  en  Makassaren;  die  met  de 
Engelschen  en  Portugeezen  in  handelsbetrekkingen  stonden  en 
hoogere  prgzen  of  betere  ruilmiddelen  aanboden.  Goen  had  steeds 
op  dien  voor  ons  niterlgk  zoo  voordeeligen  handel  aangedrongen, 
zijn  streven  bleef  er  steeds  op  gericht,  den  nagelhandel  geheel 
in  handen  te  krggen  en  op  die  wgze  de  markt  daarvan  te 
knnnen  dwingen.  Van  Speult  trachtte  het  onmogelgke  daarvan 
aan  te  toonen,  vroeg  vóór  alles  versterking  der  garnizoenenen 
verzette  zich  tegen  het  slechten  van  het  fort  Harderwgk  op  de 
zuidkust  van   Ceram  *;   'twelk  de  Opperlandvoogd  wenschte, 

*  Tiele:  t.  a.  p.  I,  p.  iii. 

•  De  tijden  waren  voorbij ,  dat  de  onzen  zich  aansloten  bij  de  Mobamme- 
daansche  Oelilimaas  (Tiele,  Bouwstoffen:  I,  p.  iii).  De  partgformatie  was  ver- 
anderd en  men  zou  nn  eerder  de  Olisivaas  de  Nederlandscbe  part^  gunnen 
noemen.  Een  scherpe  grens  is  niet  te  trekken. 

»    Tiele,  Bouwstoffen;  I,  p.  XLViii. 


INLEIDING.  IX 

om  versnippering  der  str^dkrachten  te  voorkomen.  Het  antwoord 
van   de  Carpéntier   op  deze   en  dergelgke  aanvragen  was  de 
raad   of  de  last,  om  een  goed  gelaat  te  toonen  bij  het  slechte 
spel,    te   veinzen   en  toe  te  geven,  zooveel  het  mogelgk  was, 
om  toch  maar  den  nagelhandel  geheel  in  handen  te  krggen.    : 
Onze  vganden  lieten  het  niet  bg  woorden.  In  Mei  1624  werd 
een   aanslag   op  Harderwgk  bgtijds  verijdeld;   dat  nu,  omdat 
de  omwonende  inlanders  bij  dat  verraad  de  hand  in  't  spel  en 
das  het  recht  op  onze  bescherming  verloren  hadden,  geslecht 
werd.  Op  Klein-Ceram  werden  allerlei  vgandelgkheden  gepleegd 
en  onze  sterkte  te  Eambelo  door  de  Ternatanen  en  hnn  aanhang 
verontrust.   Bg   Hatoeaha   op   Haroekoe,   van   de  oostzgde  de 
sleutel  van  Ambon,  en  aan  de  Pas  van  fiaguala  moesten  nieuwe 
versterkingen  worden  opgericht,  de  laatste  vooral  met  het  oog 
op  de  goede  haven  en  de  vischrijke  zee  en  uit  vrees,  dat  de 
Engelschen  of  andere  natiën  zonden  trachten ,  ddé.r  vasten  voet 
te  krggen.  Een  andere  veiligheidsmaatregel  bestond  in  het  ver- 
toonen  van  onze  vlag  op  verschillende  kustplaatsen,  een  maa^ 
regel   zóó   kostbaar,    dat   van  Speult  meende,  dat  het  's  Com- 
pagnies middelen  op  den  duur  zou  uitputten.  Wel  konden  deze 
kruistochten  soms  dienen,  om  al  te  lastige  vrienden  ontzag  in 
te  boezemen,  of  vganden   te  tuchtigen  ^,  (zoo  werden  eenige 
kampongs  op  Ceram's  oostkust  en  op  't  eiland  Goram ,  die  o.  a. 
gevluchte  Bandaneezen  bg  zich  hadden  ontvangen ,  in  December 
1624  door  van  Speult  gestraft)  ^,  maar  voor  het  groote  doel, 
belemmering   van   den   sluikhandel,   gaven  zij  weinig  of  niets. 
Nog  te  minder,  omdat  Gouverneur-Generaal  en  Baden  last  badden 
gegeven^  botsingen   met  de  Ternatanen  zoo  mogelgk  te  ver- 
mijden. Van  Speult  drong  steeds  meer  en  meer  aan  op  vergrooting 
zgner  krggsmacht  en  ried  ter  beteugeling  van  den  smokkelhandel 


*     Ook  hadden  wij   in   de  Ambonsche  wateren  nog  steeds  veel  last  van  de 
zeeroovergen  der  Papoewaas.  (Cf.  Tiele:  Bouwstoffen  I,  p.  XLViii). 

»    Cf.  Valentjn:  Ambon,  II,  b,  p.  ö4. 


X  I  N  L  B  I  D  I  N  G. 

aan  op  vrede  met  de  Makassareii;  onder  voorwaarde ,  dat  zij 
met  hnnne  schepen  zonden  komen  handelen  alléén  aan  't  Neder- 
landsch  kasteel ,  waar  zoodoende  een  stapelplaats  zonde  worden 
gevormd  voor  deate  kwartieren  ^  Voorloopig  echter  moest  men 
zich  in  1624  met  een  minimam  nagelen  tevreden  stellen.  De 
Makassaren  boden  100  tot  120  realen^  waar  wij  volgens  de 
contracten  60  k  80  wilden  besteden ;  het  loonde  das  moeite  en 
gevaren ,  ook  voor  die  van  Hitoe ,  om  hnnne  prodncten  aan  die 
handelaars  te  doen  toekomen.  Pogingen  om  de  oneenigheden 
in  der  minne  bij  te  leggen  '  leidden  tot  niets,  evenmin  als 
een  bijeenkomst  te  Malajoe  van  eenige  Ternatanen,  waaronder 
Leliato ,  met  den  Molakschen  Gronvernenr  Lefebvre  en  Eaïtsjil  Ali. 
Ëindelyk  kwam  voor  van  Spenlt  het  oogenblik,  zgn  slag  te 
slaan ;  'tgeen  hg  te  liever  deed,  na  ook  de  Hooge  Regeering 
'het  sammelen  moede  werd  en  hem  verlof  had  gegeven  „den 
ontrouwen  hoop  "  van  Loehoe  en  andere  plaatsen  op  Klein-Ceram 
te  straffen ,  indien  hij  althans  een  goede  macht  bgeen  kon  krijgen 
en  gegronde  hoop  op  succes  had.  Den  2  April  1625  verscheen 
de  vloot  van  Schapenham  in  de  Ambonscbe  wateren,  en  al 
spoedig  werd  besloten  tot  een  tuchtiging  der  onder  Ternataansch 
gezag  staande  Elein-Cerammers ,  die  „  baetsoeckende  valsche 
Mooren",  die  liever  100  dan  de  bij  contract  bepaalde  60  realen 
voor  de  bahar  nagelen  ontvingen.  Het  afloopen  van  een  Neder- 
landscbe  sloep  onder  de  kust  van  Loehoe  was  daartoe  een 
geschikte  aanleiding.  Den  14  Mei  nam  deze ,  voor  de  toch  reeds 
niet  bloeiende  financiën  der  Compagnie  ^  in  deze  streken  zoo 


^  Dit  plan  van  een  stapelplaats  werd  yan  Spenlt  na  zgn  aftreden  ten  kwade 
gerekend.  (G.  G.  en  Raden  aan  Bewindhebbers  13  Dec.  1626).  Toch  had  dit  wel 
degelijk  in  de  bedoeling  der  Heeren  XVII  en  yan  de  Carpentier  gelegen. 

*  Docnmenten:  p.  26,  y. 

*  De  groote  sterfte  onder  de  slayen,  die  grootendeels  van  de  knst  yan 
Malabar  afkomstig  waren,  was  daaryan  een  der  oorzaken.  In  1625  werd  een 
proef  genomen  met  slayen  nit  Kalongan  op  Groot-Sangir ,  die  echter  niet  slaagde.  — 
De  Chineesche  werklieden,  die  in  deee  kwartieren  werden  toegelaten,  betaalden 
een  hoofdgeld. 


I  N  L  B  I  D  I  N  6.  XI 

kostbare  ^  expeditie  een  aanvang  * ,  onder  de  algemeene  teiding 
van  van  Speult  en  zgn  benoemden  opvolger  Jan  van  Gorcum  ^ 
(1626 — 1628).  Dien  dag  zette  zich  een  „armade"  onder  den 
Admiraal  Schapenham^  den  Vice- Admiraal  Jan  Willemsz.  Verschoor 
en  den  Schoat-bij-naeht  Cornelisz.  Jacobsz  in  beweging.  Later 
voegden  zich  nog  eenige  vaartuigen  hierbij,  zoodat  de  vloot 
bestond  nit  5  schepen ,  26  korakora's  en  7  of  8  sloepen ,  waarop 
zich  900  Enropeesche  soldaten  en  ongeveer  2000  „onderdanen 
onder  't  Gasteel  ressorterende"  *  bevonden,  onder  bevel  der 
Kapiteins  Carstensz ,  Wijncoop ,  Brederode ,  Cassiopgn  en  verdere 
officieren.  Het  was  in  de  eerste  plaats  op  Loehoe  gemunt.  Zonder 
noemenswaardigen  tegenstand  werd  een  sterkte  veroverd  en, 
terwgl  de  Alfoeren  van  Groot- Ceram  verlof  kregen  tot  het 
koppensnellen,  begon  het  vernielen  der  fruit-  en  nagelboomen, 
waarin  de  Nederlanders  zich  in  Insulinde  znlke  meesters  hebben 
getoond.  Het  fortje  werd  met  den  grond  gelgk  gemaakt  en 
eenige  kampongs  verbrand,  waarin  zg  door  de  bewoners  zelf  werden 
geholpen,  vóór  dat  deze  h^t  op  een  loopen  zett'en.  De  voor- 
naamste sterkte,  tevens  residentie  van  den  Ternataanschen  Stad- 
houder ,  was  Lessiëla  (Luciëla),  ten  zuiden  van  Loehoe.  Dit  was 
nu  aan  de  beurt.  Op  weg  daarheen  en  in  de  omstreken  daarvan 
werd  op  dezelfde  *  wijze  huis  gehouden:  de  kleine  versterkingen 
zonder  slag  of  stoot  genomen,  de  huizen  in  brand  gestoken, 
voorzoover  de  vganden  dit  niet  zelf  hadden  gedaan  en  de  nagel- 
boomen, die  gedeeltelgk  „  volcomen.rgpwaeren,  verdestrueerd". 
Met  het  oog  op  den  regentijd,  gebrek  aan  vivres,  ziekten  en 
diergelgke  meer,  werd  den  5  Juni  besloten  i  het  plan ,  Lessiëla 
aan  te  vallen ,  te  laten  varen  en  het  „  oochmerck  van  de  E.  Heeren 
Meesters ,  weesende  alle  de  naegelboomen  te  verdistrueeren ,  soo 


»    Documenten  n».  XI,  p.  48,  v. 

*  Tan  Spenlt  had  als  zoodanig  aanbevolen  M.  Sonck,  (Tiele,  Bouwstoffen: 
I,  p.  XL VI)  of,  indien  deze  geen  lust  had,  den  opperkoopman  Jan  Jansz  Wijn- 
coop of  Jan  Carstensz. 

*  Over  de  houding  van  Hitoe  c.  s.  zie  Pocumenten:  pp.  49,  63,  73. 


XII  INLEIDING. 

op  •  »  •  .  .  de  westsyde  yan  Loehoe  staan " ,  ten  uitvoer  te 
brengen^  ^  gelgck  (zg)  Godt  loff  aen  de  oofitsgde  van  Loehoe 
ten  naesten  bg  aireede  volbracht"  hadden.  Indien  toch  de  Ter- 
natanen  bemerkten ;  „geen  benefytiën  van  de  naegêlen  meer  (te) 
crijgen'%  zouden  zg  wel  spoedig  ruim  baan  maken  voor  de 
onzen/  die  op  deze  wyze  een  dubbelen  slag  meenden  te  slaan. 
Toch  wilde  men^bg  Lessiëla  sporen  van  zgnverblgf  achterlaten 
en  verbrandde  alle  schepen ^  die  daar  in  de  haven  lagen,  tot 
een  getal  van  70  è.  80.  Daarna  werd  den  11  Juni,  na  ver- 
versching  van  Amboina  te  hebben  bekomen ,  het  vernielingswerk 
op  de  westkust  voortgezet.  Erang  was  het  eerst  aan  de  beurt: 
,60  &  70  vaartuigen  werden  verbrand^  huizen  en  nagelboomen  ver- 
nield. De  andere  kampongs  volgden.  Bg  Kelang,  de  eenige  plaats , 
waar  dappere  tegenstand  werd  geboden ;  stietten  de  onzen  het 
hoofd  voor  de  versterking,  bezet  met  Makassaren  enMalegers, 
die  de  wegen  met  voetangels ,  „  die  daer  soo  dick  stonden  als 
gras  op  der  aerden'%  onbegaanbaar  hadden  gemaakt  en  door 
een  goed  gericht  vuur  enkele  doqflen  en  verscheiden  gekwetsten 
in  onze  gelederen  deden  vallen.  Met  beter  succes  werd  het  uit- 
roeien der  nagelboomen  en  het  vernielen  van  huizen  en  kleine 
sterkten  voortgezet  bg  Lesidi  en  KambelO;  later  bg  Hatuween 
op  andere  plaatsen ;  waarna  men  den  24  Juni  naar  Amboina 
terugkeerde.  Op  dien  tocht,  welke  ons  op  90  dooden  en  130 
gekwetsten  te  staan  kwam,  werden  naar  eene  matige  berekening 
•  ongeveer  65,000  nagelboomen  van  de  schors  ontdaan,  of  op 
andere  wgze  vernield.  ^. 

Inmiddels  hadden  die  van  Kambelo  en  Lesidi  een  strooptocht 
gedaan  en  onze  vestiging  te  Toeban  op  het  eiland  Manipa  *  en 
een  paar  kampongs  op  Boeroe  afgeloopen.  Dit  maakte  verster- 


*  Volgens  de  Loehoeëezen  „en  sonde  niet  boven  de  helft  van  de  nagelboomen 
bedorven  sijn".  (Documenten,  p.  111). 

»  Op  Kanipa  waren  2  partyen;  de  eéne,  onder  den  Orangkaja  Lissibessi, 
Meld  het  met  Loehoe  c.s,  teywijl  de  andere,  die  nu  het  onderspit  dolf,  ontQ 
zgde  had  gekozen. 


tNtklDtKG.  Xtlt 

•  f  •  * 

'         •■  ■    ■  .  .  , . 

king  noodig  op  laatstgenoemd  eiland  en  opAmblaa^  terwglhet 
plan  werd  opgevat ,  een  fortje  te  boa  wen  bg  Oering  aan  de 
noordoostkust  van  Amboina,  nit  vrees  voor  de  weerwraak  der 
Klein-Gerammers  en  in  de  hoop;  de  jonken^  die  nu  met  levens- 
middelen in  de  haven  van  Hitoe  kwamen ,  daarheen  te  ;,diver- 
teeren"  en  zóó  Kapitein  Hitoe  afbreuk  te  doen  *.     ' 

De  expeditie  bleef  niet  zonder  gevolgen.  Nauw  was  de  mare 
daarvan  tot  Teroate  doorgedrongen,  of  Modafar,  liever  gezegd 
de  Djogoegoe  en  Kapitein  Laout,  besloten ,  een  gezantschap  te 
zenden   naar   Batavia ,   bestaande   uit  Seraffi  en  den  Kimelaha 
Limoeri,  ter   beslechting   der   Ambonsche   geschillen.  Hun  op- 
dracht luidde  in  de  eerste  plaats ,   den  vertegenwoordiger  der 
Oost-Indische  Gompa^ie  uit  te  noodigen,  zich  pörsoonlgk  op 
de  hoogte  te  komen  stellen  van  den  toestand  in  die  kwartieren. 
Veel  werkte  deze  bezending  in  Batavia  niet  uit.  Op  hun  terug; 
reis   deden   de   gezanten   in  Maart  1626  Ambon  aan,  om  hier 
hunne  krachten  aan   het  verzoeningswerk  te  beproeven.  Reeds 
was  dit  vóór  hen  geschied  door  Kapitein  Hitoe.  Ook  deze  scheen 
het,  na  de  tuchtiging  der  Loehoeëezen  en  hun  aanhang,  geraden 
té  vinden,  een  toenadering  tot  de  Nederlanders  te  beproeven. 
Hg  zond  gezanten  aan  van  Gorcum,  die  behalve  het  behartigen 
hunner  eigen   belangen   (waarbij    zg   beslist  weigerden,  tegen 
hunne  vrienden   van  Klein-Geram   de   wapenen  op  te  vatten, 
omdat   van   Speult  zich  indertgd  ook  niet  aan  't  contract  had 
gehouden   en   hen   niet   had  bijgestaan  tegen  hunne  vganden, 
maar  beloofden,   die  vrienden  niet  in  hunne  havens  ten  koop- 
handel  te   dulden),    ook   beproefden,  een  verzoening  tusschen 
onzen  Gouverneur  en  Leliato  met  zijn  aanhang  te  weeg  te  brengen. 
Van  Gorcum   had  er  wel  ooren  naar  en  ook  het  Opperbestuur 
was  daartoe  niet  ongenegen.  Toch  wilden  deze  onderhandelingen 
niet  vlotten,   zoodat  Seraffi  en  Limoeri  een  ruim  veld  hadden 


«     Tegen  den   zin  [van  Kapitein  Hitoe  werd  de  versterking  opgetrokken.   Zie 
echter  Documenten:  p.  100,  noot  1. 


XIV  t  N  L  R  1  P  t  11  o. 

voor  hunne  bemoeiingen.  Ongeveer  tegelgkertgd  arriveerde  in  de 
Ambon8che  gewesten  een  derde  gezant  van  Ternate's  Sultan ; 
diens  oora,  de  Ngofamanira  Bynuno,  die  —  zoo  het  heette  — 
in  last  had;  de  Elein-Gerammers^  te  bevelen ^  de  wapenen  tegen 
ons  niet  weer  op  te  vatten  en  de  nagelen  slechts  aan  ons  te 
verkoopen^  en  tevens  om  Kapitein  Hitoe  aan  zyn  gehoorzaam- 
heidsplicbten  tegenover  Ternate  te  herinneren.  Dan  —  de  onder- 
handelingen stuitten  voorloopig  af  op  het  totaal  gebrek  aan 
vertrouwen  bg  de  wederzgdsche  partijen. 

Ondertusschen  dreigden  aan  de  andere  zyde  nieuwe  gevaren , 
en  wel  op  de  Oeliasers.  De  bewoners  van  een  paar  dorpen 
aldaar  weigerden  aan  het  strand  te  komen  en  met  den  Gouverneur 
te  roeien  ^ ,  toen  deze  langs  Haroekoe ,  Honimoa  (Saparoea) , 
Geram  enz.  een  kruistocht  deed.  Daaronder  bevonden  zich  Ha- 
toeaha,  EabaoC;  beide  op  Haroekoe  en  vooral  het  voor  onneem - 
baar  gehoudene  Iha  (Ihamahoe^  Iha  en  Mahoe)  op  Saparoea, 
de  wijkplaats  van  ieder ,  die  het  kwalgk  meende  met  de  Com- 
pagnie. Hier  zetelde  de  rechterhand  van  Kapitein  Hitoe  ^  Hatib 
Pati;  een  „Moorsche  paap"  van  Geram ,  die  ons  allesbehalve 
welgezind  was.  Ook  in  't  zuiden  van  Groot-Geram  waren  ver- 
schillende kustplaatsen  van  ons  afgevallen ,  vermoedelijk  daartoe 
opgestookt  door  Kapitein  Hitoe.  Gelukkig  bleven  de  Alfoeren 
uit  het  binnenland;  vooral  de  machtige  vorsten  van  Sahoelau 
en  Soemiet;  ons  getrouw.  Leliato  zocht  ook  hier  ons  te  bena- 
deelen  en  onder  onze  duiven  te  schieten ;  hy  deed  een  strooptocht 
naar  de  Oeliasers  en  zocht  onze  ;,  onderdanen ''  van  ons  af  te 
trekken,  'tgeen  hem  bij  sommige  Mohammedanen  maar  al  te 
wel  gelukte  ^.  Te  vergeefs  vervolgde  van  Gorcum  hem  met  een 
kleine  vloot  van  13  korakora's,  hg  „conde  hem  nergens  niet 
op   doen".   Van   onze  zgde  liepen  de  bevriende  Alfoeren  een 


>    YerschiUende    dorpen    waren  d&irtoe  verpliclit,   of  tot  het  leyeren  ran 
korakora^s,  enz.  bg  de  met  de  Nederlanders  gesloten  contracten. 

*     Over  het  niet  benijdenswaardig  lot  dier  onderdanen ,  zie  Documenten :  p.  75 ,  v. 


t  N  t  fi  I  D  t  N  a.  tf 

kampoDg  op  Hoamohel  af.  Maar  ran  Gorcnm  zag  in ,  dat  hg  met 
de  geringe  macht  ^  die  hg  na  't  vertrek  der  Nassanscbe  vloot 
had  overgehouden;  weinig  kon  uitrichten  en  vooral  niet  zgn 
ffCarlhago  delmda^\  de  verdrgving  der  „Mooren"  van  Ambon, 
waardoor  het  groote  deel  der  bewoners,  die  aan  hunne  voor- 
yaderlgke  godsdienstige  instellingen  trouw  waren  gebleven,  ons 
zoude  toevallen;  in  daden  omzetten. 

In  Juli  1626  kwam  eindelgk  een  wapenstilstand  tot  stand 
met  de  Klein-Cerammers ,  vertegenwoordigd  door  den  Tema- 
taanschen  Stadhouder  Leliato  en  ;,des  coninx  tollenaer"  ^ 
Ealimbatta.  De  eisch  van  van  Gorcnm;  dat  zg  geen  vreemde 
handelaren  in  hunne  havens  zouden  toelaten,  werd  door  hen 
bestreden  en  niet  ingewilligd,  omdat  in  de  gesloten  contracten 
van  een  dergelgke  uitsluiting  geen  sprake  was  en  daarin  slechts 
was  gestipuleerd,  dat  de  nagelen  aan  de  Hollanders  moesten  worden 
verkocht.  Zij  hadden  zich  steeds  aan  de  contracten  gehouden  — 
zoo  beweerden  zij  —  totdat  van  Speult  hen  in  plaats  van  met 
geld,  met  rgst  en  kleeden  bad  betaald  ^.  Toch  beloofden  zg, 
de  Makassaren  van  hunne  kusten  te  zullen  weren,  omdat  deze 
met  Temate  zich  op  voet  van  oorlog  bevonden,  maar  zg  waren 
er  niet  toe  te  bewegen,  denzelfden  maatregel  ook  toe  te  passen 
op  de  Javanen  en  Malegers,  tenzij  de  Sultan  van  Temate  het 
bon  gelastte  ^.  Van  Oorcum  moest  zich  voorloopig  hiermede 
tevreden  stellen  en  de  wapenstilstand  werd  gesloten  tot  tgd  en 
wgle  genoemde  Vorst  en  de  Gouverneur-Generaal  de  zaak  zouden 
hebben  onderzocht  en  de  geschillen  bggelegd. 


'    De  Ternataansclie  Sultan  hief  tol  o.  a.  op  Klein-Ceram. 

*  Het  oordeel  van  G.  G.  en  Baden  over  't  bestnnr  van  Spenlt  Inidde  na  zyn 
aftreden  niet  zeer  gnnstig:  „Ondertnssclien  men  meer  staats  als  coopmans  wgze 
geemnleert  ende  gecrackeelt  heeft  en  *t  principaal  sustent  van  de  Comp.  (den 
nagelhandel)  b^cans  t'  eenemael  tot  niet  vervallen. . . .  Had  men  alle  de  crachten 
aengewent  om  de  lieden  in  religiense  observantie  van  de  contracten  te^  voeden, 
selfjs  oock  niet  daer  bnyten  getreden ...  ten  sonde  wellicht  tot  snlcken  embronlie  } 
als   *t  nu  is,  niet  gecomen  s^'n".  (G.  G-.  en  Baden  aan  Bewindh.  13  Dec.  1626). 

*  Cf.  Documenten:  p.  109,  noot  1). 


ÏVl  t  N  L  ti  I  D  I  N  ^. 

f  .  .  ,  .  ,  9 

Goavernear-Generaal  en  Raden  waren  niettegenstaande  déze 
trëves  ongeduldig  geworden  en  meenden ;  dat  het  tgd  werd, 
aan  deze  woelingen  voor  goed  een  eind  te  maken  en  den  nagel* 
handel  geheel  aan  de  Compagnie  te  verzekeren.  Het  eenig 
tniddel  daartoe  —  zoo  schreven  zij  den  26  December  1626 
aan  de  Heeren  Meesters  — ^  is,  „die  van  Louhoe  't  eenemaal 
te  verdelgen  en  te  verdreven,  al  hun  nagel-  en  vmchtboomen 
te  extirpeeren,  't  land  te  devasteeren  en  ten  prooi  van  de 
naburige  Alfoeren  te  stellen;  ook  het  eiland  Ambon  van  alle 
factionisten  te  zuiveren  en  geheel  onder  de  gehoorzaamheid  van 
't  Kasteel  te  brengen".  Zoolang  ons  echter  de  macht  daartoe 
ontbrak,  moesten  wij  ter  wille  van  het  groote  doel  „simuleeren" 
tegenover  onze  tegenstanders  en  hun  des  noods  in  realen  be- 
talen, 't  geen  hun  volgens  de  contracten  toekwam.  Voorloopig 
werd  in  't  voorjaar  1627  Gillis  Seys  ^  als  Commissaris  naar 
Amboina  gezonden,  die  versterking  voor  't  garnizoen  mede- 
bracht, ten  gevolge  waarvan  vooral  Kapitein  Hitoe  „vrg  wat 
moderalycker"  zich  betoonde.  Van  Gorcum  deed  buitendien  een 
poging;  om  aan  de  nageleischen  van  patria  te  voldoen,  zonder 
afhankeiyk  te  zijn  van  Klein-Ceram,  door  aan  de  mannelgke 
onderdanen  te  gelasten,  per  hoofd  en  per  jaar  tien  nagelboomen 
op  Ambon  te  planten.  ^ 

Ceram  had  tegenover  ons  nog  meer  op  zgn  kerfstok.  Daar- 
heen toch  waren  gevlucht  *  en  vluchtten  nog  steeds ,  indien  zij 
de  kans  schoon  zagen,  de  Bandaneezen,  die  aan  Coens  gru- 
welgke  slachting  ^  waren  ontkomen  en  als  slaven  door  de 
Compagnie  werden  gebruikt.  ^  De  Cerammers  ontvingen  hen 
niet  alleen  gastvrg,  maar  hielpen  hén  ontsnappen,  door  met 
hunne  kleine  vaartuigen  de  kusten  van   Groot-Banda  en  om- 


'    2ie  hiervoor  p.  VI,  noot  3. 

*  Oyer  yan  Gorcum^s  bemoeiingen  in  zake  de  rechtspleging  zie  Bocnmenten :  p.  83. 

*  Dr.  Tiele:  Bouwstoffen,  I,  p.  344,  345. 

*  T.  a.  p.  p.  XLii— yLVii. 
**i^Ook  vluchtten  er  naar  H  eiland  Tenimber. 


k  N  L  Ie  I  D  i  N  6.  IVlt 

liggende  eilanden  te  naderen  en  den  ongelnkkigen  slachtoffers 
van  het  monopoliestelsel  een  welkome  gelegenheid  tot  het  her- 
krggen  der  vrgheid  te  geven.  Het  aantal  van  deze  vlachtelingen 
was  aanzienlek  y  zoodat  b.y.  de  Koning  van  Makassar  in  1624 
ongeveer  een  duizendtal  van  hen  van  Geram  naar  zgn  land 
kon  vervoeren.  * 

Op  Banda  was  de  Oonvernear  Marten  Sonck  ^  in  1623  voor- 
loopig  vervangen  door  den  Fiskaal  Isaak  de  Bruine^  met  den 
titel  President,  die  echter  reeds  in  't  zelfde  jaar,  daar  men 
over  zijn  „mesnagie"  en  „slechte  comportementen"  niet  tevreden 
was ;  zgn  plaats  moest  afstaan  aan  den  Admiraal  Willem  Jansz« 
(1623 — 1627).  Verschillende  oorzaken  werkten  er  toe  mede, 
om  den  toestand  der  aan  hnnne  zorgen  toevertrouwde  eilanden 
niet  rooskleurig  te  doen  zgn.  Het  wegloopen  der  slaven  be- 
rokkende aan  de  tegenwoordige  bewoners  in  een  dubbel  opzicht 
schade.  Het  aanzienlek  geldelyk  nadeel  >  dat  de  „burgerg'^ 
welke  die  slaven  duur  van  de  Compagnie  had  ingekocht ,  daar* 
door  leed;  was  oorzaak;  dat  zg  aan  hare  financiëele  verplich- 
tingen tegenover  die  Compagnie  niet  kon  voldoen.  Een  ander 
gevolg  was,  dat  de  gouvernementstuinen  weinig  of  geen  pacht 
konden  opbrengen ,  te  minder  als  een  ,,  sober  gewas"  den  mis- 
stand nog  kwam  vergrooteu;  ofaardbevingen  den  oogst  kwamen 
vernietigen  ^.  Dan  werd  door  het  gebrek  aan  werkkrachten  de 
opbrengst  van  noten  en  foelie ,  die  hoofdvoortbrengselen  der 
Banda-eilanden ;  aanzienlgk  verminderd.  Doordat  de  handel  met 
vreemden  zoo  goed  als  geheel  vernietigd  was  ^ ,  ontstond  gebrek 
aan  rijst,  dat  nu  door  Gouverneur-Generaal  en  Kaden  uit  Java 


*  Ook  ie  iLoning  Van  !tidore  ^ocht  hen  tot  zich  te  trekken. 

*  Tiele:  Bouwstoffen:  I,  p»  xLvi. 

'    In  1625  werd  Banda  door  hevige  stormen  en  aardbevingen  geteisterd. 

*  ^Dit  jaer  sgn  in  Banda  geen  andere  vreemde  handelaers  aen  geweest  als 
een  Javaensche  joncke  met  wat  sont,  ajuin  ende  ander  snuystery,  sonder  r^s**. 
(G.  G.  en  Baden  aan  Bewindh.  27  Oct  1625). 

N.  R.  IL  IL 


XVI  I  N  L  B  1  D  I  N  A. 

moest  wordeu  gezonden,  voor  zoover  Ambon  niet  van  zijn  voor- 
raad kon  afstaan. 

In  het  gebrek  aan  arbeidskrachten  trachtte  men  te  voorzien 
door  het  zenden  van  vrije  lieden,  waaronder  Chineezen,  en 
slaven  vooral  van  de  Kust  van  Koromandel.  Ook  vond  de  Hooge 
Regeering  te  Batavia  noodig  —  zoo  schreven  hare  leden ,  waartoe 
ook  weer  Coen  behoorde,  in  November  1627  aan  de  XVII  — , 
den  zeer  geringen  prijs,  voor  welken  zg  de  muskaatnoten  op- 
kocht, te  verhoogen,  om  daardoor  den  gver  van  hen,  die 
haar  plukten  en  inzamelden ,  te  vergrooten.  Zij  deed  dit  voorstel 
onder  den  indruk  van  het  feit,  dat  de  eisch  van  Bewindhebbers 
van  Bandasche  producten  voor  1626  bg  lange  na  niet  was 
bevredigd  K 

Ter  vervanging  van  de  rgst,  zoo  die  ontbrak,  diende  de 
sago,  die  uit  Ambon  en  de  Oeliasers  werd  aangevoerd,  maar 
vooral  uit  de  Kei-  en  Aroe-eilanden  ^ ,  met  welke  de  Gouverneur 
Jansz  in  1624,  daarin  gesteund  door  Gouverneur-Generaal  en 
Raden,  de  commerciëele  betrekkingen  weder  aanknoopte,  die  er 
vroeger  tusschen  die  eilandengroepen  en  Banda  bestonden.  Reeds 
in  Februari  1623  hadden  eenige  Orangkaja*s  van  Aroe  in  handen 
van  den  Commandeur  Jan  Garstensz  den  eed  van  getrouwheid  aan 
de  Compagnie  afgelegd,  en  ook  die  van  een  paar  dorpen  van 
de  Kei-eilanden  zich  „onder  de  gehoorsaemheytende  snbjectie^' 
van  het  Nederlandsch  gezag  „begeven"  *.  Om  de  bewoners 
dier  streken  te  gunstiger  voor  ons  te  stemmen,  werden  een  aantal 
hunner   landgenooten ,    die   in    1621  door  de  onzen  waren  ge- 


*  Die  eisch  bedroeg  ±  600000  HoU.  ponden  muskaatnoten  en  ±  140000 
pond  foelie ;  voor  Indië  zelf  werd  gevraagd  200000  pond  noten  en  35000  pond 
foelie.  Banda  kon  in  1626  niet  meer  leveren  dan  ±  260000  pond  noten. 

*  Deze  eilanden  hadden  voor  ons  ook  belang  om  het  scheepstimmerhout « 
t*  welk  daar  groeide. 

*  Het  contract  met  die  van  Aroe  is  afgedmkt  bij  Mr.  L.  C.  D.  v.  D^ki 
ifMededeelingen  uit  het  Oost-Indisch  Archief)  n*».  V\  achter  't  Jonrnaal  van 
Carstensz.  Met  die  van  Kei  sch^nt  een  bepaald  contract  niet  te  ign  gesloteUi 
*t  Is  althans  op  H  B.  A.  niet  voorhanden. 


INLEIDING.  XIX 

yangengenomeo ,  vrggelaten  en  in  1625  naar  hun  geboorteland 
ternggebracht.  Zij  waren  indertgd  als  onderdanen  der  Banda- 
neezen  voor  slaven  verkocht  en  over  Amboina  en  Banda  verspreid. 
Een  gedeelte  er  van  wist  naar  het  gebergte  të  ontkomen  en  had 
van  daaruit  laatstgenoemd  eiland  onveilig  gemaakt.  Met  die 
relaxatie  dezer  ,;  Kei-Aronwers "  bereikte  men  das  een  dubbel 
doel,  daar  men  tevens  zich  een  lastpost  van  den  hals  schoof. 
Deze  maatregel;  die  door  de  Hooge  Regeering  te  Batavia  zeer 
was  toegejuicht  en  trouwens  in  het  contract  van  1623  was 
toegezegd;  had  dan  ook  aanvankelgk  het  gehoopte  resultaat 
Willem  Jansz.  werd  in  1627  opgevolgd  door  Dr.  Pieter  Vlack 
(1627 — 1628),  lid  van  den  Raad  van  Indië,  die  ;,op  vele 
vervallene  saecken  seer  goede  reformatie  en  ordre"  stelde  ^. 
Onder  zijn  bestuur  leidde  de  ontevredenheid  der  vroegere  bewo- 
ners van  Poeloe  Run,  die  als  slaven  op  Groot-Banda  werkten , 
tot  een  samenzwering.  In  Juli  1627  stak  hg  met  een  scheepje  ^ 
geroeid  door  eenige  van  die  slaven,  van  het  eiland  Rosengein 
naar  Nera  over.  Op  dezen  tocht  werd  hg  door  hen  overrompeld 
en  gevankelijk  naar  de  zuidoostkust  van  Geram  gevoerd.  Te- 
gelgkertijd  vluchtten  hnonelotgenooten,  die  zich  op  Groot-Banda 
bevonden ,  naar  de  bosscben ,  welke ,  evenals  de  „  noote-percken" 
door  hen  zóó  onveilig  werden  gemaakt ,  „  dat  de  vrucbten  met 
convoy  moesten  geïnt  worden".  Hun  doel  was,  zich  zelven  en 
de  hunnen  tegen  den  gevangen  Gouverneur  uit  te  laten  leveren. 
Vooral  gehaat  was  bij  hen  de  verplichting,  hunne  kinderen  op 
de  scholen  ^  in  de  Ghrisielyke  religie  te  laten  onderwazen, 
waardoor  ons  Gouvernement  een  knak  meende  te  geven  aan 
het   verfoeide    „Moorsdom"  *.     Vlack   onderhandelde   en   liet 


»     Cf.  Valenten:  III,  b.,  Banda  p.  89. 

*  Er  waren  246  schoolkinderen  op  Banda.  In  1625  moest  er  een  „Loterge" 
gehouden  worden  om  de  school  in  stand  te  honden. 

»  „Ten  hoogste  recommandeeren  wg  u  de  extirpatie  van  de  vervloekte  Moorse 
secte,  geen  publieke  noch  secreete  Moorse  dienst  toe  te  laten,  veelmin  Moorse 
papen  in  't  land  te  gedoogen".  (ö.  ö.  en  Baden  aan  Willem  Jans£.  21  Nov.  1626). 


XX  t  j«  L  fi  I  D  I  N  G. 

zich  den  eisch ,  dat  alle  „  Poeloeronders "  door  de  Nederlanders 
naar  de  GeramBcbe  kust  zouden  worden  vervoerd,  om  daar 
tegen  hem  uitgewisseld  te  worden,  welgevallen.  Na  lange  aar- 
zeling nam  ook  de  Raad  dit  voorstel  gedeeltelgk  aan  ;  hg  was 
er  echter  niet  toe  te  bewegen,  de  schoolkinderen  mede  in  de 
verlossing  te  doen  deelen.  Hierop  kwamen  de  in  de  bosschen 
gevluchte  slaven  terug  en  werden  met  hunne  vrouwen  ingescheept 
op  het  schip  Monnikendam,  dat  op  reis  naar  Batavia  met  dit 
doel  Ceram  zou  gaan  aandoen.  Plotseling  —  misschien  uit 
vrees  voor  hinderlagen,  te  leggen  door  de  slaven  en  hunne 
vrienden  op  Oeram  —  besloot  de  Raad  op  grond  van  allerlei 
„  swaarmoedige  consideratiën " ,  het  plan  niet  uit  te  voeren  en 
nam  al  de  vluchtelingen,  die  „op  C  getroffen  accort  ^  uyt  het 
geberghte  affgecomen  waren'*  op  nieuw  gevangen.  Op  deze 
wijze,  die  men  nog  wel  „eene  sonderlinge  schickinge  Godes*' 
durfde  noemen ,  werd  Banda  „f  eenemael  van  dit  gespuys  vayl 
gemaeckf  *.  Eenigen  tijd  later  werd  Vlack ,  wiens  waardigheid 
gedurende  zgn  gedwongen  absentie  was  bekleed  door  Jac. 
Schram,  uit  zijn  gevangenschap  verlost  door  den  Gouverneur 
van  Gorcum,  en  naar  Ambon  gebracht,  ^zijnde  zoo  impotent 
van  de  berbere  ^ ,  dat  handen  of  voeten  hun  ordinarie  oflScie 
niet  vermochten  te  doen".  Langzamerhand  slechts  herstelde  hg 
van  de  doorgestane  ellende. 

Waar  wg  ook  in  het  oostelgk  gedeelte  van  den  Maleischen 
Archipel  betrekkingen  hadden  aangeknoopt  of  nog  zochten  aan 
te  knoopen,  kwamen  wij  min  of  meer  vgandig  te  staan  tegen- 
over den  machtigen  Koning  van  Makassar,  die  een  groot  deel 
van  Gelebes  aan  zich  had  onderworpen  en  veel  invloed  had  op 
de   verschillende   eilanden,   waarmede  zgn  onderdanen   handel 


*  Ik  cursiveer. 

*  Zie  Docnmenten ,  p.  130  en  noot  1). 

>  In  dezen  tijd  heersclite  de  ^beri-beri**  in  sterke  mate  in  de  Molnkkén  en  op 
de  Amboina-  en  Banda-eilanden  en  ricbtte  groote  yerwoestingen  aan  onder  onze 
garnizoenen. 


I  N  L  B  1  D  I  N  6.  XXI 

dreven  ^.  Dit  was  in  sterke  mate  het  geval  op  de  Ambonsche 
kwartieren ,  vooral  op  Ceram ,  minder  op  de  Molukken ,  op  Aroe 
en  op  de  Eleine>Soenda-eilanden.  Reeds  gemimen  tgd  was  de 
verhouding  tnsschen  de  Compagnie  en  dien  Vorst  zeer  gespannen 
en  was  onze  rijsthandel  met  den  zuidwesthoek  van  Gelebes 
geheel  opgehouden.  Van  onzen  kant  legden  wg  beslag  op  de 
schepen ;  waarmede  zgn  kooplieden  kwamen  handelen  op  de 
plaatsen ;  waar  wij  het  monopolie  pretendeerden  en  deden  soms 
een  inval  in  streken,  waar  zijn  invloed  overheerschend  was  *. 
Hg  daarentegen  wierp  begeerige  blikken  op  het  eiland  Boeton , 
met  welks  Radja  wij  vriendschappelijke  en  commerciëele  ^ 
betrekkingen  onderhielden.  Indertgd  had  de  Compagnie  beproefd, 
ook  te  Makassar  den  alleenhandel  in  handen  te  krggen  *,  maar 
tot  nu  toe  was  het  haar  niet  gelukt:  integendeel,  steeds  had 
de  Koning  zulks  geweigerd ,  steeds  had  hg  vreemde  kooplieden 
in  zijne  havens  toegelaten,  'tgeen  hem  groote  voordeden  op- 
leverde. Aan  hen  toch  verkochten  zgne  onderdanen,  benevens 
de  Malegers  van  Djohor  en  Patani  en  de  Javanen  ^^  die  zgne 
havens  als  stapelplaatsen  gebruikten,  de  producten  derspecerg- 
eilanden,  door  den  smokkelhandel  verkregen.  Die  vreemde  han- 
delaren waren  vooral  Engelschen,  Spanjaarden  en  Portugeezen 
uit  Malaka,  Macao  en  de  Philippgnen  *,  waarbg  zich  in  1625 
nog  de  Denen  van  Trankebar  hadden  gevoegd  7. 

Het  zou  zeer  in  't  belang  der  Compagnie  zijn,  indien  zg  de 
vreemdelingen   kon   weren  en  de   Makassaren  kon  overhalen, 


*  Zie  hiervóór  pp.  II,  VIII. 

'     Zóó  verontrustte  Jan  Carstensz  in  1624  de  Boegerones  en  het  eiland  Saleger. 

^     Wij    haalden   van  Boeton  slaven.  —  Zie  over  onze  betrekkingen  met  dat 
eiland  Dr.  Tiele:  Bouwstoffen,  I.  p.  xii. 

*  Dr.  Tiele:  Bouwstoffen:  I,  p.  ii,  iii. 

*  De  Makassaren  zelf  dreven  meer  kust-  en  landhandel. 

*  Documenten:  p.  87  noot  1. 

'     De  Denen  trachten  in  ^626  van  hier  uit  vasten  voet  te  krygen  op  Soekadana 
en  Banjermassin, 


XXII  INLEIDING. 

hnnnen  handel  op  de  verschillende  Ambonsche  eilanden  te  ver- 
leggen naar  het  kasteel   Victoria  en   dien  in  den  Maleischen 
Archipel  in  't  algemeen  naar  Batavia.  Indien  voordeelige  voor- 
waarden zonden  kannen  worden  bedongen ,  was  dns  een  vrede 
met  den  Koning  te  verkiezen  boven  de  vgandelgke  verhouding , 
waarin   w§  nn  tot  hem  stonden.  Het  werd  dan  ook  door  Gon- 
vernenr- Generaal  en  Raden  volstrekt  niet  in  Herman  van  Speult 
gelaakt ,  toen  deze  in  overleg  met  de  Nederlandsche  autoriteiten 
op  'Ambon  onderhandelingen   met  dien  Vorst  aanknoopte.  Met 
de  Nassansche  vloot  vertrok  hg  in  Juli   1625  van  't  kasteel 
Victoria,  eerst  naar  Boeton,  aan  welks  Radja  hij  het  plan  mede- 
deelde. Hg  bewoog  dezen,  eveneens  een  gezant  naar  Makassar 
te    zenden,    om    in   den  eventueel  te  sluiten  vrede  te  worden 
betrokken.  Op  Makassar  aangekomen  >  werd  hij  door  den  Koning 
zeer  welwillend  ontvangen,  maar  op  de  voorwaarden,  die  van 
Speult  stelde,   werd   eenigszins   ontwiikend  geantwoord.   Deze 
waren  drie  in   getal  —  de  laatste  in  den  vorm  van  een  ver- 
zoek   — :    1**.    betaling   van   een   schuldvordering,    welke   de 
Compagnie  op   'sKonings  onderdanen  pretendeerde  te  hebben; 
2^  verbod  van  den  handel  op  Klein-Ceram;  3".  verlegging  van 
dien    handel   naar    het   Ambonsch  kasteel.   Wèl   beweerde  de 
Vorst,   dat  hij   zeer  op  de  vriendschap  der  Nederlanders  was 
gesteld  ^   en  hun  trouwens  nooit  zgn  land  had  verboden.   Wat 
de  onderhandelingen  met  Boeton  betrof,  daarin   gedoogde  hij 
geen   bemiddeling  van  anderen:    de  Radja  moest  afzonderlijk 
gezanten    zenden,    wilde   hij    met    hem   in  betrekking  treden. 
Boeton's   afgevaardigde   reisde  mee  naar  Batavia,    maar  da&r 
was    men    zóó    ingenomen    met    het    voorloopig    succes,    dat 
het  den   Gouverneur- Generaal   „niet  gelegen"  kwam,  aan  zijn 


*  Volgens  sommige  berichten  (o.  a.  van  den  Venetiaan  Moriti  of  Moretti , 
gedert  een  paar  jaren  „vrQburger"  te  Batavia,  die  relaties  had  te  Makassar), 
zon  hij  te  kennen  hebben  gegeven,  dat  hij  zeer  gaarne  met  de  Nederlanders 
vrede  wilde  sluiten,  maar  als  Koning  zich  niet  zóó  diep  kon  vernederen ,  om  aan 
een  hoofd  van  kooplieden  het  eerst  een  gezantschap  te  zenden, 


INLEIDING.  XXlIf 

Vorst  assistentie  te  verleenen  ^,  al  werd  dit  niet  met  zooveel 
woorden  aan  hem  te  kennen  gegeven.  Veel  resultaten  leverden 
de  onderhandelingen  echter  niet  op  en  in  November  1627 
gaven  de  autoriteiten  in  Batavia  aan  de  Bewindhebbers  te 
kennen^  dat  men  niet  alleen  de  wateren  van  Malaka,  maar 
ook  die  van  Makassar  moest  trachten  af  te  sluiten  ^  „want  van 
dien  kant  UE.  meer  moeite  en  afbreuk  in  den  nagelhandel 
ontstaat  als  van  den  erfvgand  zelf." 

Ook  op  de  Eleine-Soenda-eilanden  waren  de  oogen  van  den 
heerscher  van  Makassar  gevestigd.  Zóó  loerde  h^  op  Bima  (op 
Soembawa),  terwgl  zijn  kooplieden  druk  handel  dreven  op 
Solor,  Timor  en  Ende.  Voor  ons  waren  de  commerciëele  be- 
trekkingen met  die  eilanden  vooral  van  gewicht^  omdat  het 
sandelhout,  dat  op  Timor  groeide,  een  belangrijke  factor  was 
voor  onzen  Chineeschen  handel.  *  Verder  was  de  omzet  in 
slaven,  padi  en  was  van  genoeg  beteekenis,  om  in  gewone 
omstandigheden  de  kosten,  verbonden  aan  onze  vestiging  in 
die  streken,  ruimschoots  te  vergoeden.  Maar  de  tgden  waren 
nu  minder  gunstig.  Met  China  stond  de  Compagnie  op  alles 
behalve  vriendschappelijken  voet  en  de  invloed  der  Portugeezen 
op  Timor  was  van  dien  aard,  dat  de  onzen  bg  hunne  handels- 
en  krijgsoperatiën  groot  gevaar  liepen,  het  slachtoffer  van  hun 
overmacht  te  worden.  De  katholieke  propaganda,  die  onze 
vijanden  daar  maakten,  leverden  gunstige  resultaten,  terwijl 
de  Heeren  XVII  bitter  klaagden  over  de  uitkomsten ,  welke  het 
zenden  van  protestantsche  godsdienstleeraren  hier  en  op  andere 
plaatsen  in  Indië  had.  Ons  fort  op  Solor,  dat  wg  reeds  eenmaal 
met  den  grond  gelijk  hadden  gemaakt,  was  op  verzoek  der 
met    ons   bevriende    bewoners    weder   opgericht,  ^    maar  onze 


*  Hij  bekwam  hulp  van  Ternate,  aan  wiens  Koning  hij  schatplichtig  was, 
en  waartegen  Makassar  vgandig  optrad  op  Celebes.  De  Ngofamanira  Bylinno  (zie 
hiervoor  p.  xiv)  bracht  in  1626  hulp. 

■     Dr.  Tiele:  Bouwstoffen:  I,  p.  ix. 

*  Commandeur  was  daar  Jan  Thomasz  Dayman  (1622 — 1625) ,  die  met  zgn  gezin 
»aar  de  Portugeezen  overliep  en  werd  opgevolgd  door  Jan  de  Horney  (1626 — 1629). 


XXIV  INLEIDING. 

macht  was  ook  hier  te  gering,  om  den  handel  der  vreemde 
kooplieden  9  evenals  elders  ook  hier  naast  Makassaren  ei>  Por- 
tngeezen ,  Maleiers  en  Javanen ,  te  verhinderen.  Het  gevolg  was , 
dat  gedurende  het  Gonvememenl-Generaal  van  de  Garpentier 
onze  commercie  in  die  kwartieren  ;,zeer  min  (was)  bg  gebrek 
aan  volk  en  bekwame  jachten"  en  de  financiëele  resultaten 
niet  gunstig  waren.  Wel  werd  in  1626  versterking  gezonden 
onder  bevel  van  J.  Pz.  Reus,  maar  zij  was  slechts  tgdeiyk  en 
bleek  onvoldoende  en  na  haar  vertrek  was  de  toestand,  ten 
gevolge  van  het  moedig  optreden  der  Portugeezen ,  zeer  hachelgk. 

IL 

Waren  het  in  het  oosten  van  den  Maleischen  Archipel  de 
nagelen  en  muskaatnoten,  die  den  ondernemingsgeest  en  de 
winzucht  der  Nederlanders  opwekten,  in  het  westen  was  het 
in  de  eerste  plaats  de  peper,  die  de  Compagnie  daarhenen 
lokte.  Vooral  op  Djambi  was  Coen's  oog  gevallen.  *  DAdr 
hadden  wg  dan  ook  een  kantoor  gevestigd ,  maar ,  zooals  elders , 
wij  hadden  ook  hier  geduchte  concurrenten  in  de  Portugeezen, 
Engelschen,  Ghineezen,  enz.,  die  ons  eveneens  de  peper ,  welke 
wg  uit  Indragiri  trachtten  te  bekomen,  betwistten.  Ook  met 
Palembang,  om  bg  Sumatra's  oostkust  te  blijven,  hadden  wg 
handelsbetrekkingen  aangeknoopt.  Behalve  de  zoo  gezochte  peper 
leverden  deze  streken  benzoë,  drakenbloed,  was,  ivoor,  hout, 
enz.  Als  ruilmiddel  maakten  wij  veel  gebraik  van  de  kleeden, 
door  ons  van  de  Kust  van  Koromandel  aangevoerd,  die  een 
zeer  gewild  handelsartikel  waren  voor  de  bewoners  der  binnen- 
landen, welke  hun  peper  naar  de  kustplaatsen  ten  verkoop 
aanbrachten. 

De  onkosten ,  verbonden  aan  het  hebben  van  zoovele  kantoren 
in  Indië,   deden   de   Heeren  XYII  dikwijls  aandringen  op  het 


Tiele:  Bouwstoffen,  I,  p.  xxxi. 


INLEIDING.  XXV 

„ lichten"  van  eenige  daarvan,  met  welk  verlangen  Ooen  ge- 
meenlijk instemde.  De  Carpentier,  die  hoogelgk  met  zgn  voor- 
ganger was  ingenomen  en  diens  inzichten  gewoonlgk  deelde, 
was  dan  ook  in  1623  van  plan,  onze  ^loge"  in  Dj ambi  te  ver- 
laten en  den  handel  alleen  voort  te  zetten  met  schepen  van 
Batavia  vice  versa.  Een  groot  bezwaar  was  echter  aan  de  ten- 
uitvoerlegging van  dat  voornemen  verbonden,  nog  daargelaten 
de  onmogelgkheid ,  om  den  handel  te  continneeren  zonder  voort  te 
gaan  een  vast  verblijf  in  te  nemen.  Het  was  de  vrees  (en  hierin 
stemden  de  Gouverneur- Generaal  en  de  Koopman  Adriaan 
Jacobsz.  van  der  Dnssen,  die  hier  de  belangen  der  Compagnie 
behartigde  (1620 — 1624),  met  elkander  overeen),  dat  de  Sultan 
in  dat  geval  aan  de  Engelschen,  die  een  rendezvous  in  den 
Archipel  zochten  te  vestigen,  zou  vergunnen  een  sterkte  te 
bouwen  in  zgn  gebied.  Het  plan  werd  dan  ook  niet  ten  uitvoer 
gelegd. 

Onze  vestiging  in  Djambi  had  nog  een  andere  schaduwzijde, 
daar  zg  ons  gemakkelijk  in  botsing  kon  brengen  met  een 
anderen  machtigen  Vorst,  met  den  Sultan  van  Atjeh  Iskander 
Moeda,  ^  die  zijn  gezag  over  geheel  Sumatra  en  het  Malaksch 
schiereiland  zocht  uit  te  breiden  en  dan  ook  begeerige  blikken 
wierp  op  Indragiri  en  Djambi.  Hem  voor  het  hoofd  te  stoeten 
zou  van  invloed  worden  op  onze  betrekkingen  met  zijn  rgk  en 
daardoor  op  die  met  de  peperlanden  aan  de  Westkust  van 
Sumatra,  vooral  met  Priaman  en  Tikoe,  *  waar  hg  heer  en 
meester  was.  Moest  men  dus  zijn  gevoeligheid  ontzien ,  aan  den 
anderen  kant  was  het  zaak,  te  beletten,  dat  zijn  macht  te 
groot  werd  en  dat  hg  later  die  vergroote  macht  ook  tegenover 
ons  zou  kunnen  laten  gelden.  Ook  de  Bewindhebbers  hinkten 
op  twee  gedachten.  Bgzonder  hartelgk  was  de  verhouding  tus- 


'     Tiele:  t.  a.  p.  I,  p.  ii. 

'    Ook    met    Selebar,  Indrapoera  en  Bengkoelen  stonden  wij  in  dezen  t^d  in 
handelsbatrekkingen. 


XXVI  INLEIDING. 

schen  dien  potentaat  en  de  Nederlanders  niet ;  buitendien  leverde 
de  handel  op  Atjeh  weinig  winsten  op,  zoodat  in  Maart  1623 
ons  kantoor  werd  gelicht  en  daar  slechts  een  Assistent  werd 
gelaten.  Evenals  hier  werd  ook  op  de  Westkust  de  handel  ge- 
dreven door  „gaande  en  komende  schepen' ^  ^  maar,  niettegen- 
staande „  de  monopolische  procedugren  van  den  Atc*hijnder", 
die  de  voordeden  van  den  peperhandel  overal  in  zgn  gebied 
tot  zich  zocht  te  trekken,  waren  wg  daar  in  gunstiger  conditie, 
omdat  wij  er  niet  in  die  mate  als  in  Atjeh  de  concurrentie 
der  Engelschen  behoefden  te  vreezen  ^  en  veelal  ongestoord  de 
kleeden  van  Goeseratte  en  de  Kust  van  Koroo)andel  tegen  peper 
konden  inruilen  ^. 

In  1624  deden  de  Atjehers  een  inval  in  Indragiri,  waar  zg 
zich  echter  niet  konden  handhaven  en  bedreigden  zy  Djambi , 
dat  hulp  zocht  big  de  Engelschen  en  Nederlanders.  De  eersten 
weigerden,  maar  Bartholomëus  Kunst  (1624—1626),  die  van 
der  Dussen  was  opgevolgd,  beloofde,  bij  een  eventuëelen  inval 
der  Atjehers  den  Sultan  te  zullen  bijstaan.  Ook  ontving  deze 
een  gelijke  toezegging  van  Palembang,  de  dochter  van  welks 
heerscher  binnen  kort  iu  het  huwelijk  zou  treden  met  den  zoon 
van  den  ,jongen  koning"  ^  va»  Djambi.  Gouverneur-Generaal 
en  Ea.den  waren  eeret  niet  van  plan,  de  belofte  vau  Kunst  na 
te  komen  en  wilden  zich  liever  evenals  de  Engelschen  onzijdig 
houden.  Toch  zonden  zij  in  1625,  ®  toen  er  weer  sprake  was 
van  een  inval  van  Iskander  Moeda,  een  kleine  vloot  onder 
Jan  Willemsz  Verschoor  ^  tot  hulp.    Gelukkig  echter  verscheen 


*  Onder  leiding  van  Jacob  Colijn  Jansz  (f  1624)  en  Nicolaas  de  Casemhroot. 

*  De  Engelschen  waren  niet  bij  machte,  ook  daar  den  handel  door  te  zetten. 
De  tollen  waren  dan  ook  buitengewoon  hoog. 

■     In    1626    behaalden   wij    daar   een   winst   van    60%  (Gr.  Gr.  en  Raden  aan 
Bewindh.  13  Dec.  1626),  in  1627  van  /•  115000  (idem  9  Nov.  1627). 

*  Er  regeerden  daar  2  „Koningen",  de  „oude"  (dePanembahan)  ende  Jonge'' 
(de  Pangéran). 

*  In  dit  jaar  was  er  een  nog  al  druk  handelsverkeer  met  Banka. 

*  Zie  hieryóór  p.  xi. 


INLEIDING.  XXVII 

de  vijand  ook  dit  jaar  niet.  Het  hooge  belang ,  dat  wij  hadden 
bij  den  Djambischen  peperhandel ,  had  de  Hooge  Regeering  tot 
die  daad  bewogen  en  misschien  ook  de  overweging,  dat  de 
zeerooverijen  der  Hollandsche  vrijburgers,  die  tot  groote  ergernis 
van  den  Sultan  vran  Djambi  vaartuigen  zijner  onderdanen  plun- 
derden, *  onze  positie  er  niet  op  verbeterden.  Ook  de  Engel- 
schen  begonnen  nu  in  te  zien,  dat  het  beloven  van  assistentie 
hun  voordeelig  zou  kunnen  zijn.  Spoedig  werd  die  ondersteuning 
gevraagd,  echter  niet  tegen  Atjeh,  maar  tegen  Palembang. 

Aldaar  was  de  Sultan  overleden  en  nu  pretendeerde  de 
Kroonprins  van  Djambi,  welke  met  diens  dochter  was  getrouwd, 
dat  hem  krachtens  het  huwelgkscontract  de  kroon  toekwam. 
Een  machtige  partij  in  Palembang  onder  leiding  van  den  broeder 
des  overledenen  was  echter  niet  van  hem  gediend  en  ontzegde 
hem  den  toegang  tot  het  rgk.  In  Juli  1627  zond  nu  „de  oude 
Coninck"  van  Djambi  een  gezantschap  naar  Batavia  met  brieven , 
zóó  aan  de  Engelschen  als  aan  de  vertegenwoordigers  der  Com- 
pagnie, met  verzoek  hem  te  assisteeren  in  den  oorlog,  dien 
hij  van  plan  was,  Palembang  aan  te  doen,  onder  belofte  van 
vrijdom  van  tollen  gedurende  tien  jaren.  De  Engelschen,  die 
zich  ;,op  dien  tijd  van  ons  heel  abstract  hielden",  bewilligden  in 
dat  verzoek,  en  de  Nederlanders  konden  „om  (hunne)  estime 
bij  die  van  Jamby  te  mainteneeren  ende  geene  vorderlijke 
conditie  aen  d'Engelschen  alleen  te  cederen,  mede  niet  minder 
doen".  Een  drietal  schepen  onder  bevel  van  Kunst  ^,  bemand 
met  170  koppen,  vertrok  ter  versterking  van  onze  macht  naar 
Djambi.  De  kommandant  had  echter  in  last,  dadelijkheden 
zooveel  mogelijk   te   vermijden  en  te  trachten,  een  verzoening 


*  Zie  Dr.  Tiele :  De  Europeërs  in  den  Maleischen  Archipel  IX,  p.  304,  v. — 
De  Compagnie  zelf  deed  trouwens  iets  soortgelijks,  daar  zij  de  jonken  van  Patani, 
Siam ,  enz. ,  die  peper  gingen  laden  in  Djambi  voor  andere  plaatsen  dan  Batavia, 
aanhield ,  van  de  peper  beroofde  en  die  tegen  den  marktprijs  betaalde.  (G.  Gr.  en 
Raden  aan  C.  v.  d.  Hoeff  —  zie  noot  2  —  16  Sept.  1626). 

*  Hij  was  als  vertegenwoordiger  der  Compagnie  in  Djambi  opgevolgd  door 
Cornelis  van  der  IJoeff  (1626—1629), 


XXVIII  INLEIDING. 

tasschen  de  twistende  partijen  tot  stand  te  brengen.  Voorshands 
scheen  de  ,,onde  coninck"  zgn  oorlogsplannen  te  hebben  opge- 
geven^ zoodat  Kunst;  zonder  dat  zgn  hulp  werd  vereischt, 
kon  terngkeeren.  Hg  liep  Palembang  binnen  ^  op  welks  reede 
hg  zich  bevond ^  om  te  trachten,  ièèx  zgn  bonding  te  recht- 
vaardigen en  den  nadruk  te  leggen  op  zgne  conciliante  voor- 
nemens. In  de  volgende  jaren  vond  een  herhaling  van  dit  alles 
plaats.  De  beheerscher  van  Djambi  vroeg  op  nieuw  hulp, 
zonder  echter  aan  het  verleenen  daarvan  de  voordeelige  voor- 
waarden te  verbinden  van  vroeger.  Integendeel :  hg  verweet  den 
onzen  het  mislukken  van  zgn  groote  plannen,  daar  de  Neder- 
landsche  vloot  haar  plicht  niet  zou  hebben  gedaan,  verhoogde 
de  tollen  en  toonde  zich  „zeer  trotsch  en  onwillig"  tegenover 
den  nieuwen  chef  der  HoUandsche  factorij  Frans  Adriaensen 
de  Vries  (1629—1630)  '.  De  Hooge  Regeering  wilde  nu  be- 
middelend optreden  en  zond  Gerrit  Broeckmans  als  buitenge- 
woon gezant  naar  de  beide  hoven,  om  vooral  te  wgzen  op  het 
gevaar,  dat  van  den  kant  van  Atjeh  dreigde,  welks  heerscher 
wel  eens  in  het  troebele  water  zou  kunnen  gaan  visschen. 
Intusschen  namen  de  verwikkelingen  tnsschen  de  beide  rgken 
een  bevredigend  verloop,  zoodat  nog  in  1629  „d'oude  kwestie 
geassopieert''  kon  heeten,  zonder  dat  echter  de  Djambische 
kroonpretendent  vasten  voet  in  Palembang  verkreeg.  ^ 

Niet  lang  zou  Djambi  zich  in  die  rust  kunnen  verheugen. 
Er  kwamen  al  spoedig  weder  wolken  opzetten,  ditmaal  van 
den  kant  van  Djohor,  welks  Sultan  in  1630  aanspraak  maakte 
op  het  vroeger  aan  hem  toebehoorende  Tongkal  en  dit  nu  van 
Djambi  terugvorderde,  terwijl  hij  eveneens  eischen  deed  hooren 
tegenover  Palembang.  „Die  van  Jhoor  (staken)  't  hoofd  heel 
in  de  lucht''  en  dat  had  zgn  reden.  Onophoudelijk  waren  zij 
in   de  laatste  jaren  vervolgd  door  de   Atjehers,  ^  die  hun  in 


'    Zie  nog  over  hem  Documenten,  p.  172,  noot  1. 

*  Zie  over  dit  alles  Documenten,  p.  127,  v. 

•  Tiele:  Bouwstoffen,  I,  p.  xix. 


1  N  L  E  i  o  I  N  6.  XXIJC 

1623  den  genadeslag  schenen  te  hebben  toegebracht  ^  '  toen  2ij 
hun  nienwe  residentie  op  Lingga  veroverden  en  verwoestten. 
Maar  Iskander  (die  in  den  laatsten  tgd  ons  den  peperhandel 
in  Atjeh  en  op  de  Westkust  zeer  had  bemoeilijkt);  moest  ein- 
delgk  zelf  de  ongunst  van  het  krijgslot  ondervinden.  In  den 
zomer  van  1629  liet  hg  Malaka  door  zgn  Laksamana,  ;,den 
opperste  van  den  Atch^nders  arniade";  met  een  aanzienlgke 
macht  insluiten  en  belegeren.  De  Fortugeezen  ontvlogen  echter 
tijdig  een  flinke  versterking  onder  Nuno  Alvares  Botelho^  en 
nU;  geholpen  door  de  Djohorieten  en  de  Pataneezen^  brachten 
zg  den  Laksamana  een  zóó  gevoelige  neerlaag  toe ;  dat  deze  zich 
zelf  en  een  menigte  van  zgn  troepen  in  handen  der  vganden 
moest  krggsge vangen  geven.  ^  Dat  de  Atjehers  en  Fortugeezen 
op  nieuw  met  elkander  in  vijandelgke  aanraking  kwamen, 
was  koren  op  de  molen  der  Compagnie  ^  in  wier  belang  het 
was  j  dat  deze  beide  hunne  krachten  in  een  strgd  tegen  elkander 
uitputt'en.  Gouverneur-Generaal  en  Raden  schenen  berouw  te 
hebben ;  dat  zg  Atjeh  nu  niet  tegen  Malaka  hadden  ondersteund , 
in  welk  geval  die  stad  zeer  waarschgnlgk  zou  zgn  gevallen. 
Dit  zou  van  groot  belang  zgn  geweest  voor  onzen  handel ,  zóó 
op  Ferzië  en  Surate,  waar  wg^  als  de  Fortugeezen  hunne 
krachten  een  tgd  lang  hadden  moeten  concentreeren  ter  ver- 
dediging van  gemelde  stad,  de  handen  meer  vrg  zouden  hebben 
gekregen,  als  op  China  en  Japan,  omdat  wij,  was  Malaka  in 
onze  handen  of  in  die  van  Iskander  gevallen,  den  Fortugeezen 
meer  belemmeringen  zouden  in  den  weg  hebben  kunnen  leggen 


'     Tiele:  De  Europeërs  in  den  Maleischen  Archipel,  IX,  p.  304^ 

*  Zie  Documenten*,  p.  166-^170.  —  Op  ondergeschikte  pnnten  wjkt  het 
verhaal  d&èr  af  van  dat  in  ,jHistoire  de  Pierre  Berthelot,  pilote  et  cosmographe 
du  Eoi  de  Portugal  aux  Indes  Orientales ,  Carme  Déchaussé ,  né  en  Normandie 
en  MDC.  —  mort  k  Achen  en  MDCXXXVIII.  —  Publiée  d'après  PIHnerariim 
oriëntale  par  Charles  Bréard.  (Paris ,  Picard.  1889.  8«)."  —  Berthelot  was  volgens 
zgn  levensbeschrgver  „premier  pilotte"  der  Portugeezen  bg  dit  ^^rapenfeit  (p.  72). 
Bréard  vergist  zichj  waar  hg  in  de  „Préface"  begeert,  dat  de  Nederlanders  de 
Atjehers  bij  dit  beleg  steunden.  Ook  het  verhadii  in  de  „Mercure  fran^ois",  daar 
(p.  17,  v.)  aangehaald»  sluit  niet  geheel  met  de  gelgktgdi|^e  Hollandsche  berichten, 


XXX  Inleiding. 

ten  aanzien  van  hun  koopvaart  op  die  rgken^  maar  de  Jegen- 
woordige  Constitutie''  van  de  Compagnie  was  ;,tot  znlcken  entre- 
prinse"  voorloopig  niet  „gedisponeert".  In  dit  opzicht  heerschte 
er  een  gewenschte  overeenstemming  tusschen  de  Heeren  Majores 
en  de  Hooge  Regeering  te  Batavia.  Toch  kon  Specx  ^ ,  die  na 
den  dood  van  Coen  in  1629  dezen  voorloopig  was  opgevolgd, 
de  verzoeking  geen  weerstand  bieden  en  hij  liet  den  Sultan 
van  Atjeh  polsen  omtrent  een  eventueel  gezamenlgk  optreden 
tegen  het  gewichtige  punt.  ^  Tevens  deelde  hij  aan  de  bestuur- 
ders van  Djohor,  Pahang  en  Patani  mede,  dat  hg  niet  langer 
wilde  dulden,  dat  zij  hulp  verleenden  aan  de  Portugeezen  te 
Malaka.  In  Augustus  1632  werden  door  hem  Dirk  Stadlander 
en  Adriaan  de  Groot  als  gezanten  naar  den  Atjehschen  monarch 
gezonden,  om  hem  in  algemeene  bewoordingen  hulp  tegen  zgn 
overbuur  aan  te  bieden.  Hoofddoel  van  deze  bezending  was 
echter  het  opkoopen  van  peper,  het  tot  stand  brengen  van 
andere  handelsoperatiën  en  het  verzoek,  de  tollen  in  zgn  rijk 
te  verminderen.  De  Sultan  betoonde  zich  welwillend,  zonder 
daarom  het  gevraagde  in  zijn  vollen  omvang  toe  te  staan;  de 
inwilliging  van  het  meerendeel  liet  hg  afhangen  van  de  hem 
in  de  toekomst  te  verleenen  hulp. 

De  Portugeesche  Admiraal  Botelho  ging  na  de  overwinning 
bij  Malaka  behaald  niet  op  zgn  lauweren  rusten.  In  April  1630  ^ 
verscheen  hg  vóór  Djambi,  waar  hij  een  drietal  Nederlandsche 
en  één   Ëngelsch  schip  aantastte,   en  gedeeltelijk  gevankelijk 


*  Men  zie  nog  over  Specx  Documenten,  p.  131,  v.,  159.  —  In  verband  met 
hetgeen  de  Jonge  (V,'p.  xci)  schrgft  over  de  houding  der  XVII  ten  aanzien 
van  Specx*  verkiezing  tot  G.  G. ,  is  niet  van  belang  ontbloot,  H  geen  zij  den  27 
Aug.  1630  aan  Gr.  Gr,  en  Raden  schreven.  Door  de  haastige  b^eenkomst  der' XVII, 
kort  na  de  aankomst  der  schepen ,  was  de  commissie  en  approbatie  van  de  Staten^ 
Oeneraal  en  den  Prins  van  Oranje  (ik  cursiveer)  nog  niet  verkregen.  Met  de 
eerste  gelegenheid  zou  daarop  worden  gelet ,  „  sulcx  het  vertrouwen  en  recompense 
van  s^ne  (Specx*)  lange  gedane  diensten  en  ervarenthep  in  Indië  meriteren**,  enz. 

•  Dit  was  ook  reeds  in  1624  beproefd. 

»  In  dit  jaar  was  Jan  Oosterwgk  (1630,  1631)  koopman  te  Djambi.  —  De 
veelvuldige  mutatiën  onder  het  personeel  werden  misschien  veroorzaakt  door  de 
ongezondheid  van  de  plaats. 


t  N  L  fe  I  D  I  N  6.  tXXj 

meevoerde,  gedeeltelgk  in  de  lucht  deed  springen.  '  Op  het 
faooren  van  deze.  tijding  zond  de  Gouverneur-Generaal  vgf  schepen 
onder  bevel  van  den  Commandeur  Pieter  Vlack  en  den  Vice- 
Gommandeur  Frans  Pelsaert,  om  onze  vestiging  in  Djambi  te 
beschermen  en  de  vlooi,  die  in  het  Malaksch  vaarwater  kruiste 
onder  bevel  van  den  Admiraal  Karel  Lievens  te  waarschuwen. 
Nadat  zg  aan  hun  opdracht  hadden  voldaan,  keerden  beide 
vlootvoogden,  toen  zij  bespeurden,  dat  de  vijandelijke  armade 
reeds  weder  verdwenen  was,  naar  Batavia  terug. 

Nauweiyks  was  Djambi  deze  moeilijkheid  te  boven  gekomen 
—  Botelho  had  ook  gedreigd ,  deze  stad  te  zullen  aantasten  — 
of  binnenlandsche  verwikkelingen  verstoorden  op  nieuw  zijn  rust. 
In  Juni  overleed  de  „oude  Koning '\  De  „jonge  Koning"  wilde 
daarop  terstond  de  regeering  mede  doen  aanvaarden  door  zijn 
oudsten  zoon,  maar  daartegen  ontstond  verzet  om  de  aanspraken ^ 
die  deze  maakte  op  de  kroon  van  Palembang ,  'tgeen  velen  beter 
deed  vinden,  dat  in  Djambi  aan  den  jongsten  zoon  van  den 
Pangérang,  getrouwd  met  een  broedersdochter  van  den  Panem- 
bahan ,  die  eer  te  beurt  viel.  Kort  daarop  overleed  ook  de  Pan- 
gérang, en  nu  aanvaardde  diens  oudste  zoon,  Pangérang  Anom, 
toch  de  regeering,  of  liever  hij  nam  den  naam  aan,  terwgl 
zgn  moeder  Dato  Maes  inderdaad  de  teugels  van  't  bewind  hield. 
Onze  positie  in  Djambi  werd  hierdoor  al  niet  verbeterd:  in- 
tegendeel, hoewel  de  Sultan  en  zgn  moeder  zich  zeer  „civir' 
tegenover  ons  betoonden,  moesten  wg  allerlei  „vexaties"  ver- 
duren en  verlangden  de  Djambiërs ,  dat  de  Nederlanders  geheel 
aan  hunne  wetten  zich  zouden  onderwerpen.  Ook  vreesde  de 
Opperkoopman    Daniël    Tresel    (1630—1633);    die  thans  onze 


»  Documenteii)  p.  170 — 173.  —  Volgens  de  Nederlandsche  berichten  sneuyelde 
althans  overleed ,  Botelho  bjj  deze  affaire.  —  De  levensbeschrijver  van  Berthelot , 
die  ook  hierbij  tegenwoordig  was  (p.  73  en  Préface  p.  18),  meldt  hiervan  niets. 
Integendeel,  men  zou  uit  dit  verhaal  opmaken,  dat  de  Portugees  dit  gevecht 
overleefde.  Deze  Berthelot  was  in  1619  op  het  schip  „L*Espérance",  behoorende 
tot  de  onderneming  van  Beaulieu  en  öravé  (Tiele:  Europeërs  in  den  Maleischen 
Archipel,  IX,  p.  297)  uit  Honfleur  naar  het  Oosten  vertrokken.  (Préface ,  p.  10 ,  v.) 


iLXtll  1  N  L  B  I  b  t  N  G. 

belaDgen  aldaar  behartigde ,  dat  de  minder  vriendschappelgke 
verhondingy    waarin    wy    tot   de  Djohorieten  en  Pataneezen 
stonden ,  ons  in  moeilgkfaeden  zonde  wikkelen  met  hunne  bond- 
genooten  van  Djambi.  Bg  dit  alles  kwamen  nog  twisten  over  de 
straf;  op  te  leggen  aan  eenige  Javanen,  die  een  Hollandschen 
matroos  hadden  vermoord.  De  autoriteiten  van  Djambi  weigerden^ 
de  moordenaars  met  den  dood  te  straffen ,  daar  dit  —  zooals 
zij  beweerden  —  tegen  hunne  gewoonten  zou  strgden  en  wilden 
slechts   van   een   geldboete   hooren.    De   Gouverneur-Generaal 
SpeeXy   hoewel  de  juistheid  van  hun  motief  ontkennende;  gaf 
last;  deze  moeilgkheid  niet  tot  het  uiterste  te  drgven  en  liever 
;,alle  occasie  tot  kwesties  te  schuwen '\  Toch  ware  een  door- 
tastende houding  in  deze  tgden  misschien  beter  op  haar  plaats 
geweest.  De  omstandigheden   in  Djambi  waren  van  dien  aard 
geworden;   dat  hetzg   de  Sultan  en   zgn  aanhang,  hetzg  zgn 
tegenstanders;  onze  hulp  niet  zouden  hebben  versmaad;  indien 
hunne  oneenigheden  niet  in  der  minne  waren  geschikt.  Buiten- 
landsche  mogendheden ;  de  Sultans  van  Indragiri  en  I^ahang,  maar 
vooral  die  van  Palembang;  schenen  zich  reeds  met  de  binnenland- 
sche  aangelegenheden  te  willen  bemoeien.  De  laatste  Vorst;  een 
broeder  der  Koningin-moeder  van  Djambi;  werd  door  beide  partgen 
te  hulp  geroepen  en  verscheen  in  Februari  1632  met  een  ge- 
wapende macht  in  datrgk;  zonder  dat  het  hem  gelukte ;  de  zaken 
tot  een  goed  einde  te  brengen. 

Goen  had  in  1622  onze  factorgen  in  Patani;  Sangora;  Kam^ 
bodja  ^  en  Siam  laten  lichten  ^;  en  onze  rgst-  ^  en  pepers- 
handel  op  die  plaatsen;  de  zijdehandel  met  de  daar  verschgnende 
Ghineezen  en  de  handel  in  hertevellen  en  sappanhout  met  de 


1  Ook  met  dit  rgk ,  evenals  met  Cochin-Cliina,  bleven  wg  in  vriendschappelUke 
betrekking. 

*  Tiele:  De  Eoropeërs  in  den  Mal.  Arch.  p.  306.  —  Zie  de  opmerking  over 
den  vrQen  handel  op  dese  streken  in  Documenten^  p.  183. 

*  Den  3  Febr^  1626  schreven  G.G.  en  Baden  aan  de  XVII  ^  dat  Siam  en 
Japan  de  onsen  in  den  Archipel  geheel  van  rgst  voorzagen;  den  6  Jan^  1628} 
dat  Batavia  hongersnood  zon  hebben  geleden  zonder  den  rjjstaanvder  nit  Siam* 


I  11  L  E  I  U  I  N  6.  XXXIII 

Japanneezen  ^  werd  na  door  gaande  en  komende  schepen  ge- 
dreven. In  1623  werden  Jan  van  Hazel  en  Philips  Lncasz.  tot 
Opperhoofden  over  den  handel  in  Siam  en  de  bocht  van  Patani 
aangesteld.  Het  lichten  van  het  kantoor  in  Siam  werd  zeer  door 
de  Carpentier  betreurd  ^  y  ook  omdat  wij  daardoor  kans  hadden 
dien  belangrijken  Japanschen  handel  te  verliezen.  In  Patani  werd 
na  ons  vertrek  de  invloed  der  Portugeezen  weder  veelgrooter; 
zij  werden  door  de  Koniogin  in  't  oog  loopend  begunstigd  en 
verkregen  hier  hunne  provisie  voor  Malaka.  Ook  brachten  zg 
groote  hoeveelheden  kleeden  aan ,  waardoor  de  prgs  daarvan 
geheel  gedrukt  werd,  of,  om  met  Gouverneur-Generaal  en  Kaden 
te  spreken ,  „  de  cladde  er  in  gebracht "  werd.  In  Siam ,  waar 
de  Portugeezen  minder  invloedrijk  waren,  deden  dit  de  „Mooren*' 
en  Engelschen,  terwgl  de  inwoners  zelf  den  Japanschen  handel 
aldaar  tot  zich  schenen  te  willen  trekken  '.  Groote  veront- 
waardiging wekten  wy  buitendien  op  door  het  aanhalen  van 
Chineesche  jonken ,  met  peper  geladen.  Door  de  Hooge  Regeeriüg 
toch  werden  jachten  naar  de  bocht  van  Patani  gezonden  om 
de  havens  te  bezetten,  de  peper  uit  de  Chineesche  vaartuigen 
te  lichten  en  den  schippers  mede  te  deelen,  dat  zij  hunne  be^ 
taling  in  Batavia  mochten  komen  halen.  Toch  werden  geregeld 
de  handelsbetrekkingen  met  Siam  en  de  Maleische  kuststaatjes 
onderhouden,  werden  over  en  weer  gezantschappen  gezonden  *, 
beleefdheden  en  geschenken  *  gewisseld  tusschen  de  verschil- 
lende   Sultans   en    de   Nederlandsche  autoriteiten,   en   bleven 


^  „Deze  handel  is  ons  zeer  dienstige  om  H  gereede  siilver,  dat  men  daarvoor 
tot  den  Chineeschen  handel  in  Japan  zal  kunnen  procüreren»'*  (G.G.  en  R.  aan 
Bewindh.  27  Jan.  1625). 

*  Zie  Tiele:  Europeërs,  IX  p.  306  ^  307. 

*  In  1628  werd  dan  ook  besloten ,  den  Japanschen  handel  in  Siam  voorloopig 
te  staken. 

"  Zóó  in  1628  de  „expresse  gesant'\  de  Opperkoopman  Willem  Cunnegom 
of  Coningum. 

*  De  Opperkoopman  Joost  Schouten  overhandigde  in  1628  een  geschenk  van 
den  t^rins  van  Oranje  aan  den  „Ooninck  van  Chiam." 

N.  R.  II.  m. 


XXXIV  I  N  L  B  I  D  I  If  6. 

er  Agsistenten  in  Siam  ^  ter  vergemakkelgking  der  negotie. 
In  1628  en  1629  ontstonden  er  in  Siam  twisten  over  de 
troonsopvolging^  welke  ten  gevolge  hadden ,  dat  de  troon  werd 
ingenomen  door  een  overweldiger ,  die  zgn  zetel  bevestigde  in 
het  bloed  van  de  leden  der  regeerende  familie  ^.  Al  spoedig 
geraakte  hg  met  eenige  omliggende  rgkjes  in  oorlog  ',  waarvan 
hg  er  enkele ,  o.  a.  Ligor,  voor  zgn  macht  deed  bakken.  Ook 
kwam  hg  op  vgandelijken  voet  te  staan  met  de  Koningin  van 
Patani,  die  voortging  met  het  begnnstigen  der  Portngeezen  en 
het  verleenen  van  hulp  aan  Malaka^  en  die  ^vrg  wat  ontre- 
quident"  werd  tegen  de  onzen  *.  Wederkeerig  ging  de  Sultan 
van  Siam  onzen  Europeeschen  vgand  in  die  streken  bestrgden^ 
maar  dit  nam  niet  weg^  dat  èn  ten  gevolge  van  dezen  krggs- 
toestand  èn  van  andere  omstandigheden  ^  onze  handel  déAr 
zeer  achteruit  giog.  Op  het  vernemen  van  de  groote  toerustin- 
gen,  door  de  Spanjaarden  genomen  tegen  Siam  en  onze  vaar- 
tuigen,  die  d&é.r  en  op  de  omliggende  plaatsen  handel  dreven  ^ 
rustten  Gk)uvemeur-Gleneraal  en  Baden  een  viertal  schepen  uit 
onder  Antonie  üaen,  die  den  31  Juli  1632  van  Batavia  ver- 
trokken. De  Commandeur  bracht  brieven  mede  voor  den  Sultan 
van  Siam  en  de  Koningin  van  Patani,  waarin  de  laatste  werd 
aangemaand  de  zgde  onzer  vganden  te  verlaten,  zich  met  Siam 
te  verzoenen  en  met  ons  en  de  omliggende  Maleische  staten 
een  verbond  aan  te  gaan. 

III. 

In  den  tgd,  waarbinnen  de  bovenbeschreven  gebeurtenissen 
plaats  vonden,  hadden  verschillende  Oouvemeurs-Generaal  el- 


'    Pieter  van  der  Eist ,  Jacob  Spaignaert ,  Adriaan  de  Marees ,  Joost  Schouten,  enz. 

*  Cf.  Documenten,  p.  218.  —  Zie  echter  ook  „Verhael  van  d^onwettige  snc- 
cessie  des  Conings  in  Siam**  door  Joost  Schouten  (1639).  B.  A.  ^-  Yalentgn: 
III.  2.  b.  p.  66. 

*  Cf.  Documenten,  p.  174,  v. 
»     T.  a.  p.  p.  178—176. 

*  De  onhebbeiyke  houding  van  onse  daar  handel  dryTende  „tr||  burgers** 
deed  er  het  hare  toe. 


I  N  L  I  I  B  I  N  6.  XXXV 

kander  opgevolgd.  Coen  '  was  in  September  1 627  op  nieuw 
te  Batavia  aan  wal  gestapt  en  had  op  nieuw  die  hooge  waar- 
digheid aanvaard.  In  de  Molukken  vond  hg  een  geheel 
ander  personeel  terug,  dan  dat,  'twelk  aan  het  hoofd  stond, 
toen  hg  in  1623  naar  het  Vaderland  was  vertrokken.  In  Mei 
van  dat  jaar  was  een  nieuwe  Spaansche  Gouverneur ,  Pedro  de 
Heredia,  opgetreden;  in  1627  waren  de  Sultans  van  Tidoreen 
Ternate  spoedig  na  elkander  door  den  dood  van  het  tooneel 
hannèr  werkzaamheden  afgeroepen.  Ook  Jacques  Lefebvre  wilde 
gaarne  zijn  plaats  aan  een  ander  afstaan  en  had  reeds  in  1624 
op  zijn  „verlossing"  aangedrongen.  In  het  voorjaar  van  1627 
werd  eindelijk  door  de  Garpentier  naar  de  Molukken  gezonden 
de  Fiskaal  Pieter  Wagens  velt,  om,  ingeval  Lefebvre  tot  vertrek 
mocht  besluiten,  hem  provisioneel  op  te  volgen.  Dit  vertrek  had 
echter  geen  plaats,  en  toen  Coen  voor  de  tweede  maal  aan  het 
hoofd  der  Hooge  fiegeering  was  gesteld,  vaardigde  deze  Gillis 
Seys  (1628)  naar  Ternate  af  ter  vervanging  van  den  Gouver- 
neur. Het  duurde  echter  nog  tot  Maart  1628,  vóórdat  Seys, 
die  reeds  in  't  voorjaar  1627  die  kwartieren  als  „Commissaris" 
had  gevisiteerd  ^  en  dus  eenigermate  met  den  toestand  op  de 
hoogte  kon  ziyn,  zijn  werkkring  van  „President  over  't  Gou- 
vernement in  de  Molukken"  aanvaardde. 

Sultan  Hamdja,  die  al  heel  spoedig  niet  meer  een  persona 
grata  was  bg  den  Djogoegoe,  den  Kaïtsjil  Ali  en  de  overige 
Ternataansche  Groeten ,  stond  weldra  met  hen  op  zeer  gespannen 
voet.  Ook  op  Djilolo,  Makian  en  Batsjan  maakte  hij  zich  gehaat 
en  gevreesd  door  allerlei  tirannieke  bevelen  en  vexatoire  maat- 
regelen. Noode  verdroeg  hg  tevens  den  dwang,  dien  de  nabg- 
heid  der  Nederlanders,  met  wie  hij  willens  of  niet  rekening 
moest  houden,  hem  oplegde.  Hg  had  buitendien  hooge  aspiratiën ; 


«     Men  rie  nog  een  oordeel  over  sommige  onderdeden  van  Coen*s  politiek  in 
Docnmenten )  p.  166 — 168. 

*     Cf.  hiervóór  p.  vi  noot  3.  —  Documenten,  p.  117 ^  v» 


iCX^VI  I  N  L  E  t  D  t  N  Ó. 

hij  had,  om  een  uitdrukking  van  Wagensvelt  te  gebruiken , 
y,den  cop  vol  wint"  en  droomde  van  groote  ondernemingen  '. 
Zoo  ontstonden  er  tussohen  hem  en  den  Sultan  van  Makassar 
verwikkelingen ,  daar  de  laatste  Limbotoe  op  Celebes  en  eenige 
eilanden  bg  die  kust  ^  en  vooral ,  even  als  vroegeV,  Boeton 
bedreigde.  Hamdja  wilde  bystand  aan  de  in  't  nauw  gebrachte 
Vorsten  verleenen  en  zocht,  zonder  veel  succes ,  hulp  bij  de  Com- 
pagnie. Eveneens  bleef  hij  met  de  Tidoreezen  op  min  of  meer 
vijandelijken  voet  staan,  ofschoon  ook  hij  begeerige  blikken  wierp 
op  de  hand  eener  Prinses  uit  dat  volk,  een  plan,  waarvan  onze 
vertegenwoordigers  niet  waren  gediend,  maar  dat  toch  door 
drukke  besprekingen  tusschen  de  Sultans  levendig  werd  gehouden. 
Die  geschilpunten  waren  oorzaak  van  een  onaangename  ver- 
houding tusschen  den  Ternataanschen  heerscher  en  de  Neder- 
landsche  Gouverneurs ,  die  zich  soms  in  hevige  twistgesprekken , 
een  ander  maal  in  geheime  tegenwerking  openbaarde  en  de 
vertegenwoordigers  der  Compagnie  op  hun  hoede  deed  zijn. 

Reeds  in  Augustus  1628  was  Qillis  Seys,  onder  wiens  bewind 
weinig  gewichtigs  was  voorgevallen  ^ ,  aan  de  „  beri-beri "  be- 
zweken. Wagensvelt  nam  zijn  plaats  voorloopig  in  (1628—1629) , 
maar  werd  in  April  1629  vervangen  door  den  Gouverneur 
Gijsbert  van  Lodensteyn  (1629 — 1633) ,  die  tegenover  den  Sultan 
een  flinke,  doortastende  houding  ging  aannemen.  Nog  vóór  zgn 
komst  was  de  in  Manila  gevangen  gehouden  Sahid  *•  overleden 
en  was  een  toenadering  tot  stand  gekomen  tusschen  de  Ternatanen 
en  Tidoreezen,  die  een  wapenstilstand  hadden  gesloten.  Maar 
van  Lodensteyn  drong  nu  bij  Hamdja  aan  op  hernieuwing  der 
vroeger  gesloten  contracten  en  nog  in  Augustus  1629  werd  een 


'     Zie  zgn  plannen  op  Manila  in  Docamenteb,  p.  140,  V. 

*  Gapejr,  Taliaboe  en  andere  Soela-eilanden. 

*  Te  vermelden  zgn  nog  het  gevecht  tegen  het  Spaansch  geconrs  (]>ocii- 
menten,  p.  136,  v.),  de  pacificatie  der  Laboeërs  (t.  a.  p.  139)  en  het  onder* 
houden  der  betrekkingen  met  Mindanao,  ena.  (t.  a.  p.  p.  141,  enz.) 

*  Zie  hiervóór  p.  iv. 


INLEIDING.  XXXVIi 

verdrag  '  door  hen  beide  geteekend;  waarin  op  voetspoor  der 
vroegere  werd  overeengekomen,  dat  Hamdja  z^n  onderdanen 
in  de  Molukken  en  in  de  aan  zgn  gezag  onderworpen  streken 
van  den  Amboinagroep  zou  gelasten ,  de  nagelen  alleen  aan 
de  Nederlanders  te  leveren ,  in  de  Molukken  tegen  50  realen  de 
bahar ,  en .  in  Amboina ,  zooals  tusschen  Kaïtsjil  Ali  ^  en  den 
Nederlandschen  Gouverneur  aldaar  zon  worden  overeengekomen. 
Tevens  zou  hij  de  trèves  met  de  Spanjaarden  en  Tidoreezen 
verbreken.  Te  midden  dier  onderhandelingen  ging  de  Kastiliaan 
plotseling  tot  oorlogsmaatregelen  tegen  Ternateover,  misschien 
uit  wrok,  dat  de  wapenstilstand  met  Tidore  niet  naar  zgn  ge- 
noegen was  tot  stand  gekomen  ^.  Bij  zijn  krgggtoernslingen 
tegen  zgn  naburen  verzocht  Hamdja  nu  en  later  hulp,  zoowel 
van  den  Gouverneur  der  Molukken  als  van  de  Hooge  Re- 
geering en  dreigde  den  oorlog  te  zullen  staken,  indien  deze 
niet  werd  verleend  *.  Vooral  echter  in  den  Sengadji  van  Ga- 
moekanora  hadden  wg  een  getrouwen  bondgenoot  tegen  onze 
vganden. 

De  denkbeelden  van  Specx  omtrent  de  Molukken  en  omtrent 
ons  optreden  aldaar  verschilden  van  die,  welke  zijn  voorganger 
Goen  was  toegedaan  geweest.  Deze  toch  had  in  November  1628 
bg  de  Heeren  XVII  aangedrongen  op  het  bekomen  van  verlof, 
om  onze  vestigingen  op  Batsjan  eu  te  Malajoe  ^  te  verlaten  en 
alleen  Makian  voor  de  Compagnie  te  bewaren.  De  Nederlandsche 
Baad  op  Ternate  had  zich  daartegen  echter  ten  sterkste  verzet, 
daar  hg  dit  alleen  in  H  voordeel  der  Spanjaarden  achtte  en  de 
nagelen  van  Makian  toch  zouden  worden  ontvoerd  naar  de  om- 
liggende  eilanden.    Ook  Specx   kantte  zich,  evenals  Bewind- 


*  Bg  Valentijn,  I,  2,p.  262,  v. 
»  Zie  hierna  p.  XLi. 

*  Bocamenten,  p.  152 — 154. 

*  Documenten,  p.  177,  193 — 195, 
»  Of.  Poci^n^enten,  p.  8, 


XXXYIII  I  N  L  B  I  D  I  N  6. 

hebbers  y  tegen  dit  plan  ^ ,  'twelk  dan  ook  niet  ten  uitvoer  werd 
gelegd,  en  ofschoon  hg  voor  zich  niet  geloofde,  dat  de  toestand 
der  Compagnie  toeliet,  een  openlijken  krijg  te  voeren  tegen  de 
Ternatanen ,  ried  hij  toch  aan ,  de  garnizoenen  te  versterken  ^ , 
waardoor  de  Saltan  zonde  worden  verhinderd,  dat  hy  aan  de 
Makianners  te  eeniger  tijd  het  nagelplnkken  ten  -onzen  voor- 
deele  zon  beletten.  Men  moest  echter  den  Keizer  geven  wat  des 
Keizers  was,  den  Sultan  het  genot  der  tollen  niet  ontrooven 
en  evenmin  trachten  den  prijs  der  nagelen  te  verlagen.  Verder 
nog  ging  in  1631  de  toenmalige  Directeur-Generaal  Antonio 
van  Diemen  ^ .  Volgens  hem  zou  de  „  tegenwoordige  constitutie ' ' 
van  de  Compagnie  wel  degelijk  toelaten,  „den  Tarnataen  tot 
reeden  te  brengen  ende  alsulke  wetten  voor  te  schrijven  als  den 
dienst  van  de  Comp*®.  in  dat  quertier  vereyscht",  maar  daarvoor 
was  in  de  eerste  plaats  noodig  eerlgke  nakoming  der  contracten 
door  ons  zelf. 

Intusschen  namen  de  ontevredenheid  en  de  onwil  over  Hamdja's 
bestuur  in  sterke  mate  toe,  vooral  op  Makian,  waar  men  er 
over  sprak,  zgn  juk  af  te  werpen  en  zich  reeds  verzette  tegen 
het  betalen  van  tol.  Groot  gebrek  aan  levensmiddelen,  zoowel 
op  Ternate  als  op  Makian,  strekte  niet  om  de  wrevelige 
stemming,  die  er  heerschte,  te  verzachten.  Omdat  Hamdja  in 
dezen  nood  èn  in  den  oorlogstoestand  hulp  van  de  Nederlanders 
verwachtte,  sloot  hij  zich  meer  dan  hij  gewoon  was  bij  deze 
aan.  Van  Lodensteyn  meende  dan  ook,  dat  de  schuld  niet  alleen 
lag  bg  den  Sultan,  maar  ook  bij  zijne  onderdanen,  vooral  bg 
die  op  Makian,   opgestookt  als  zg   werden  door  hunne  land- 


•  Zie  echter  ook  het  oordeel  van  den  Directear-öeneraal  Antonio  van  Diemen 
in  Docnmenten,  p.  176. 

•  Ook  op  het  gehalte  der  militairen  viel  niet  te  roemen.  „Zoo  wel  als  gij 
klagen  wg  dat  ons  zoo  slechten  volk  en  van  zoo  veel  verscheiden  natiën  nit 
't  Vaderland  toegezonden  worden.  H  Schijnt  dat  de  Heeren  Majores  znlks  niet 
naar  hun  zin  knnnen  remedieren"  (ö.  ö.  en  R.  aan  v.  Lodensteyn ,  18  Dec.  1630). 

•  Zie  zjjn  belangrgk  advies  in  Documenten,  p.  173 — 184. 


I  N  L  K  I  D  1  N  6.  XXXIX 

genooten^  die  Eaïtsjil  AU  op  zijn  tocht  naar  de  Ambonache 
eilanden  hadden  vergezeld.  Eindelijk  leidden  de  ware  en  ver- 
meende grieven  tot  een  uitbarsting ,  waarbg  echter  de  Makianners 
zich  terugtrokken  en  Hamdja  zegevierde  ^ .  Ook  dit  had  weder 
een  grootere  toenadering  ten  gevolge  van  den  Sultan  tot  van 
Lodensteyn,  die  zich  in  deze  aangelegenheid  zeer  behendig  op 
den  achtergrond  had  gehouden  en  voor  geen  van  beide  strgders 
beslist  partg  gekozen.  Over  't  geheel  wist  de  Gouverneur 
zich  te  handhaven  én  de  Nederlandsche  belangen  uitstekend  te 
behartigen  ^,  't  geen  ook  hieruit  bleek,  dat  hy  in  1631  meer 
nagelen  voor  de  Compagnie  wist  te  bemachtigen  y  dan  de  laatste 
tien  jaren ;  samen  genomen,  voor  haar  hadden  opgeleverd  '• 
Lefebvre  deed  op  zgn  terugreis  de  Ambonsche  kwartieren 
aan  en  wel  als  overbrenger  van  een  missive  van  Hamdja  aan 
zgn  Stadhouder  Leliato,  waarin  opnieuw  de  nagelverkoop  aan 
vreemdelingen  werd  verboden,  't  Zg  dan ,  dat  de  Sultan  ditmaal 
te  goeder  trouw,  maar  onmachtig  tegenover  zgn  ambtenaar 
was  ^,  't  zg  dat  hg  met  dezen  heulde  ten  nadeele  der  Neder- 
landers, het  verbod  gaf  ook  nu  weer  in  't  geheel  niets.  Even- 
min waren  de  andere  geschilpunten  tusschen  d«  Ternatanen  op 
Elein-Geram  en  de  Compagnie  nog  verefifend  en  de  poging, 
door  Coen  in  't  werk  gesteld,  om  een  der  quaesties  uit  den 
weg  te  ruimen,  door  een  definitieve  grensregeling  tusschen 
die  beide  machten  tot  stand  te  brengen,  fisuilde.    Den  met  dit 


*  Documenten,  p.  189—192. 

*  Phil.  Lacasz.  (aan  de  XVII  uit  öamron  29  Febr.  1632)  was  van  oordeel, 
dat  van  Lodensteyn  „circumspect  en  loffelgk"  had  gehandeld.  —  Specx  meende 
echter,  dat  hjj  „de  commedie"  op  Ternate  wel  wat  had  knnnen  rekken.  (Specx 
aan  van  Lodensteyn  24  Dec.  1631).  —  De  Heeren  XVII  betuigden  hunne  tevre- 
denheid over  het  bestuur  van  den  Molukschen  Gouverneur  bg  missive  van  4  0c- 
tober  1632. 

*  Van  Batsjan  waren  in  1631  meer  nagelen  in  handen  der  Nederlanders  ge- 
komen dan  ooit  te  voren  en  dat  niettegenstaande  de  onaangename  houding  des 
Sultans  te  onswaart. 

*  Zóó  oordeelde  Philips  Lucasz.,  opvolger  van  van  Gorcum,  in  een  missive 
aan  Coen  dd.  11  Mei  1628. 


XL  INLEIDING. 

doel  in  December  1627  naar  Amboina  gezonden  gecommitteerden^ 
Gregorius  Cornelisz.  en  Marten  Jansz.  Vogel '  waren  in  hnnne 
instrnctiën    nog  andere   aangelegenheden  ter  behartiging  opge- 
dragen.   Eèn  van   Coen's  lievelingsdenkbeelden,  concentreering 
der  krijgsmacht ,  overal  waar  de  Compagnie  hare  nederzettingen 
had  f  moest  ook  hier  in  practijk  worden  gebracht.  Tegelykertgd 
werd  door  de  Hooge  Regeering  aan  van  Gorcum  last  gegeven, 
het  geregeld   vertoonen   onzer  vlag  op  de  verschillende  kust- 
plaatsen te   staken,    en   liever  de  krggsmacht  nè,  hare  concen- 
tratie  zoo   vóór  en  na  te  laten  optreden,  d^r,  waar  hij  zulks 
noodig  oordeelde.  Het  lichten  der  garnizoenen  veroorzaakte  grooten 
schrik  onder  de  omwonende  inlanders,  maar  verminderde  tevens 
het  aanzien   der   Compagnie  in  niet  geringe  mate,  zoodat  men 
daarmee  niet   zóó  ver  durfde   g?ian  als  Coen  wel  zou  hebben 
gewenscht  *. 

Het  was  van  Gorcum  niet  mogen  gelukken ,  de  moeilgkheden , 
die  hij  bij  zgn  komst  aan  het  bestuar  in  deze  kwartieren  had 
gevonden,  weg  te  nemen;  hg  liet  haar,  eer  vermeerderd  dan 
verminderd,  na  aan  zijn  opvolger,  den  kalmen  Philips  Lucasz. 
(Juni  1628 — 1631),  Opperkoopman  op  Amboina.  Deze  was  van 
de  leer,  „met  amiable  kloekheit  ende  simulatie  vosschen  met 
vosschen  te  vangen".  ^  Alleen  tegen  de  vreemde  kooplieden 
wilde  hij  gewelddadig  optreden;  hij  wilde  hen  op  welke  wijze 
dan  ook  van  deze  nagelplaatsen  „  di verteeren/'  Zijne  pogingen 
om  een  minnelijke  schikking  met  Leliato  en  de  zijnen  tot  stand 
te  brengen  baatten  echter  niets  * :  met  den  Stadhouder  van  den 
Ternataanschen  Sultan  viel  niets  aan  te  vangen;  wat  hij  den 
éènen  dag  beloofde,  wist  hij  een  volgenden  onder  een  of  ander 


*  Zie  over  hen  Docnmenten ,  p.  142  noot  1.  De  eerste  wordt  dikwgls  Gregorius 
Cornelii  genoemd. 

*  Cf.  Documenten,  p.  132,  noot  1. 

*  Valentijn,  II,  b,  p.  73. 

*  Valentijn,  II,  b,  p.  67—73.  —  Documenten,  p.  132,  143,  v. 


INLEIDING.  XLl 

voorwendsel  te  weigeren.  Zelfs  dat  wij  er  toe  overgingen,  den 
prgs  der  door  ons  aangeboden  kleeden  te  verlagen,  had  niet 
het  gewenschte  resultaat.  Aan  den  anderen  kant  werd  het  ver- 
zoek der  -aanhangers  van  Leliato,  om  den  nagelprgs  tot  70 
realen  de  bahar  te  verhoogen,  door  Coen  afgeslagen.  Dit  was 
hem  voorgesteld  door  Ealimbata,  die  in  Jnli  1628  als  gezant 
van  die  van  Loehoe  en  Kambelo  te  Batavia  was  verschenen, 
spoedig  gevolgd  door  Kapitein  Hitoe,  een  van  diens  zonen  en 
verscheiden  inlandsche  hoofden ,  die  op  aandringen  van  Lucasz. 
Coen  in  zijn  hoofdplaats  kwaraen  complimenteeren.  Toen  dus 
bleek,  dat  onderhandelingen  niet  baatten  en  de  nagelen  bg 
lange  na  niet  alle  in  onze  handen  kwamen ,  besloten  Gouverneur- 
Generaal  en  Raden  den  1  November  1628,  met  geweld  den 
handel  der  vreemdelingen  ^  op  de  Ambonsche  kwartieren  te 
beletten ,  zonder  terug  te  deinzen  voor  de  mogelijkheid  van  een 
oorlog  met  de  bewoners  van  Hoamohel  en  de  daar  gevestigde 
Ternatanen. 

Inmiddels  was  een  medespeler  op  het  tooneel  verschenen, 
welks  optreden  gewichtige  gevolgen  scheen  te  zullen  hebben. 
Het  was  Kaïtsjil  AH,  die  door  zijn  Sultan,  big,  dien  lastigen 
bloedverwant  onder  een  geschikt  voorwendsel  van  de  nabijheid 
van  zgn  door  zijn  eigen  schuld  min  of  meer  aan  't  wankelen 
gebrachten  troon  te  kunnen  verwgderen  ^,  in  Juni  met  een 
vloot  naar  deze  streken  was  gezonden ,  om  de  geschillen ,  ddar 
gerezen,  te  beslechten,  door  uiterlijk  machtsvertoon  het  vermin- 
derde prestige  van  Hamdja  te  trachten  op  te  houden,  en  diens 
herhaalde  bevelen  te  doen  eerbiedigen.  Als  een  bedreiging  tegen 
Leliato   voerde   hij   in   zgn  gevolg  mee   diens  neef,  den  zoon 


'  Zie  over  het  Engelsche  en  Beensche  kapitaal ,  waarmede  zij  handel  heetten 
te  dry  ven,  Documenten,  p.  143. 

'  Phil.  Lucasz.  schreef  1  Juni  1630  aan  Specx,  dat  hjj  geloofde,  dat  AU 
alleen  hierheen  was  gekomen ,  omdat  h^  het  niet  kon  vinden  met  Hamdja ,  die 
„de  vruchten  trok  van  den  tuin,  dien  hij  bebouwd  en  verzorgd  had." 


XLU  INLEIDING. 

van  deQ  vroegeren  Stadhouder  Daja,  ^  later  bekend  geworden 
als  Eimelaha  Loehoe.  Onmiddelgk  na  zgn  aankomst  aan  het 
Amboosch  Kasteel  in  October  bewerkte  hg,  dat  er  tnsschèn 
de  kibbelende  partgen  een  eontract  werd  gesloten^  waarbg  de 
verkoop  der  nagelen  ^  wier  prijs  op  60  realen  de  bahar  werd 
gesteld  ^,  aan  anderen  dan  aan  Nederlanders  werd  verboden; 
waarbij  werd  bepaald,  dat  deze  laatsten  de  specergen  slechts 
mochten  betalen  met  contanten  of  met  kleeden  van  de  Enst 
van  Koromandel  of  Snrate,  naar  keuze  der  inlanders  ^ ; 
waarbg  wederzgdsche  assistentie  tegen  offensieve  vgandenwerd 
beloofd  en  het  maken  van  proselieten  onder  eikaars  onderdanen 
werd  verboden.  De  regeling  der  grensscheiding  werd  verder 
overgelaten  aan  het  overleg  van  den  Ternataanschen  Prins  en 
den  Nederlandschen  Gouverneur.  Na  het  totstandbrengen  dezer 
uiterlgk  zóó  beslissende  overeenkomst  meende  Ali  op  zgne 
lauweren  te  kunnen  rusten  en  deed  een  tocht  door  de  Ambon- 
sche  eilanden  tot  inning  der  achterstallige,  volgens  hem  aan 
Ternate  verschuldigde,  schattingen,  hetgeen  hg  met  zulk  een 
gestrengheid  deed,  dat  de  gemoederen  uit  wrok  tegen  den 
Ternataan  meer  tot  de  Nederlanders  geneigd  werden.  ^  Uit  zgn 
rust  werd  hij  echter  spoedig  opgeschrikt:  woelingen  te  Hitoe, 
Asiloeloe  en  Larike;  de  komst  van  vreemde  handelsvaartuigen 
op  Boeroe  met  het  doel ,  daarheen  de  nagelverkoopers  te  lokken ; 
verwgtingen  van  Lucasz.  aan  zijn  adres  over  zgn  stilzitten; 
diens  eisch  tot  het  doen  van  recht  betrekkelijk  een  opstootje 
te  Eambelo  in  1628 ,  waarvan  eenige  Nederlanders  het  slachtoffer 
waren  geworden  ^  en  tot  het  ontzetten  uit  zijn  waardigheid 
van  den  Kimelaha  Leliato ;  de  intriges  van  dien  Ternataanschen 
Stadhouder,    die    met   den   gezant  van  zijn   Sultan  een  loopje 


1    Dr.  Tiele,  Bouwstoffen,  I,  p.  xlyii. 

*  Cf.  hiervóór  p.  xxxvn. 

*  Zie  over  het  verbod  van  den  particnlieren  handel  Docamenten,  p.  148. 

"    Zie   nog   een   oordeel   van   Lucasz.   over   de   gevolgen  van  Ali*s  komst  in 
Documenten,  p.  146 — 148. 

*  Documenten,  p.  142,  v. 


INLEIDING.  XLIIl 

bleek  te  nemen;  de  overkomst  van  Hamdja's  dwarskgkerS;  dit 
alles  noopte  hem  spoedig,  weder  eenige  maatregelen  te  nemen , 
waaronder  de  aanstelling  van  Kimelaha  Loehoe  tot  Stadhouder 
van  Ternate  de  gewichtigste  was,  vooral  nu  deze  in  1629  in 
overleg  met  den  Eaïtsjil  werkelijk  het  zgne  deed,  om  de 
vreemde  handelaars  van  de  kusten  te  weren  '  en  daardoor 
onzen  nagelinkoop  op  een  betere  hoogte  bracht.  ^ 

Lang  duurde  echter  die  goede  stemming  der  Ternatanen  niet. 
In  Januari  1630  verschenen  reeds  weder  Makassaarsche  jonken 
vóór  Kambelo  en  Lesidi  en  toen  Lucasz'haar  daar  kwam  op- 
zoeken, moest  hg  wegens  onvoldoende  macht  met  verlies  van 
eenige  dooden  aftrekken,  terwgl  èn  Eaïtsjil  Ali  èn  de  nieuwe 
Eimelaha,  die  met  zijn  voorganger  was  gaan  overleggen  en 
heulen,  weigerden  tegen  de  smokkelaars  op  te  treden.  Toen 
nu  de  Gouverneur  in  Mei  het  plan  had  opgevat,  zgn  neerlaag 
op  die  van  Eambelo  te  wreken,  liet  hij  zich  door  beloften  der 
Ternatanen  en  door  't  besef  zijner  te  geringe  hulpmiddelen  er 
van  af  brengen,  den  vijand  te  tuchtigen.  ^  In  dat  zelfde  jaar 
vertrok  Eaïtsjil  Ali  voor  goed  uit  deze  streken,  waar  hg  zoo 
weinig  had  uitgericht  en  vooral  zijn  belang  had  zoeken  te  be- 
hartigen, door  het  ten  eigen  bate  aanwenden  der  tollen  en 
belastingen ,  die  hij  uit  naam  van  zgn  Vorst  ^  had  weten  machtig 


*  De  verwikkelingen  tnsschen  Ternate  en  Makassar  (zie  hierna  p.  xlvii) 
zullen  daartoe  wei  iets  hebben  bggedragen. 

>  In  1629  verkregen  de  Nederlanders  van  Ambon  250110  pond  nagelen.  — 
Zie  over  het  rijke  retour  van  1631  Documenten,  p.  187.  —  Een  bahar  is  op 
Amboina  600,  op  Elein-Ceram  550  Nederl.  ponden. 

'  Zie  Documenten,  p.  161.  —  Valentijn  t.  a.  p.  p.  83.  —  In  Febr.  1630 
schreven  ö.  G.  en  Raden  aan  Ph.  Lucasz.,  dat  de  krijsmacht,  onder  zijn  bevelen 
staande,  zou  worden  verminderd.  Dat  dit  verkeerd  gezien  was,  bleek  uit  de 
flinke  versterkingen  in  de  laatste  maanden  van  dat  jaar  gereed  gemaakt.  -^ 
Lucasz.  verdedigde  zijn  handelwijze  op  grond  van  gebrek  aan  strgdkrachten;  de 
fiskaal  Ottens  (Documenten ,  p.  186)  verdedigde  eveneens  Lucasz.'  wgze  van  doen 
(in  zgn  „Discours"  van  September  1632).  De  Heeren  XVII  en  Gouverneur-Generaal 
en  Raden  waren  van  oordcel,  dat  hg  zich  door  de  mooie  praatjes  der  Ternatanen 
had  laten  inpakken. 

*  Over  latere  gezanten  van  Hamdja  zie  Documenten,  p.  162,  v.,  210. 


XLIV  I  N  L  B  I  D  1  N  6. 

te  worden.  Ook  Philips  Lncasz.  was  zgn  waardigheid  moede , 
hij  vroeg  „seer  instantelijck*'  en  verkreeg,  na  nog  een  kruis- 
tocht tegen  Manipa  en  Boeroe  tot  wering  van  den  smokkel- 
handel te  hebben  ondernomen ,  zgn  ontslag  *  en  werd  opgevolgd 
door  den  bekenden  Artus  Gijsels  (1631  —  1634).  » 

Gouverneur-Generaal  en  Raden  maakten,  evenals  Bewind- 
hebbers ,  er  aan  Lucasz.  een  verwijt  van ,  dat  hg  te  veel  geloof 
hechtte  aan  de  beloften  der  Mohammedanen  en  te  weinig  een 
man  van  de  daad  was;  maar  zij  vergalen  volgens  gewoonte, 
dat  een  groot  deel  v&n  dat  verwijt  op  hen  zelven  moest  terug- 
vallen, daar  zg  verzuimden,  hem  de  noodige  krijgsmacht  en 
andere  hulpmiddelen  te  verschaffen,  welke  alleen  hem  tot  de 
daad  in  staat  konden  stellen.  Op  het  eind  van  zgn  Gouverneur- 
schap werd  hem  echter  een  flinke  versterking  toegezonden 
onder  bevel  van  Adriaan  Antheunisz. ,  een  versterking,  waaraan 
zijn  opvolger,  wien  men  het  ook  overigens  niét  aan  troepen 
liet  ontbreken  ^,  kon  profiteeren.  Aan  Gijsels  was  bg  zgn  in- 
structie  verboden,    meerdere   sterkten  aan    te  leggen,   terwgl 


*  Gedurende  zijn  Gouverneurschap  had  in  1631  een  aanslag  der  Spanjaarden 
en  Tidoreezen  op  de  zuidoostkust  van  Ceram  plaats.  —  Over  onderwijs  en  ker- 
kelijke aangelegenheden  zie  Documenten,  p.  148 — 160,  161. 

*  Minder  juist  zegt  Dr.  Jur.  R.  Schück  („Brandenburg-Preuszens  Kolonial- 
Politik  unter  dem  Groszen  Kurfürsten  und  seinen  Nachfolgern.  —  1647  bis  1721."  — 
Leipzig,  1889,  I,  p.  12,  v.)  dat  hg  deze  betrekking  verkreeg  reeds  in  1629. 
Den  28  Oct.  1628  werd  Gijsels  in  voor  hem  vleiende  bewoordingen  aangesteld 
door  Heeren  XVII  tot  „Ordinaris  van  Raedt  van  Indien."  In  December  1629 
vertrok  hij  uit  patria,  na  de  belofte  te  hebben  verkregen,  dat  hij  op  Amboina 
zou  geplaatst  worden,  zoodra  het  Gouverneurschap  daar  openviel.  Bij  res.  van 
G.  G.  en  Raden  van  9  Febr.  1631  werd  hem  die  waardigheid  opgedragen,  den 
24  Maart  arriveerde  hij  aan  het  Kasteel  Victoria  en  den  23  Mei  nam  hy  het 
bestuur  uit  de  handen  van  Lucasz.  over.  Schück^s  meening,  dat  hy  qua  Gouver- 
neur van  Amboina  tevens  Raad  van  Indië  was  (r^und  damit  zuffleich")  is,  zooals 
uit  H  bovenstaande  blijkt,  evenmin  juist.  Het  „Raadschap  van  Indië"  werd  nog 
by  resolutie  der  XVII  van  23  Oct.  1645  niet  per  se  verbonden  verklaard  aan 
het  Gouvernement  van  Amboina  of  aan  een  der  andere  Gouvernementen. 

Over  zijn  voor-  en  geslachtsnamen  zie  Schück.  Ik  heb  den  voornaam  Artus 
of  Aert  het  meest  aangetroffen.  Zelf  noemt  hg  zich  dikwijls  „Artus  Ggsels  van 
Isel-"  (of  Issel-)  steijn." 

>     Zóó  verscheen  Antheunisz.  op  nieuw  in  Noyember  1631  en  Maart  1632. 


INLEIDING.  XLV 

hem  tevens  jaarlyksche  troepensuppletiëii  werden  toegezegd  ^. 
Uit  Nederland  had  hij  het  stellige  bevel  meegekregen,  de 
vreemde  kooplieden  „met  alle  mogelicke  middelen"  uit  de 
nagelkwartieren  te  weren.  Het  optreden  van  Antheunisz.  tegen 
de  smokkelaars  bleef  dan  ook  voor  't  oogenblik  niet  zonder 
resultaat  ^ ,  maar  deze  en  dergelijke  tochten  waren  in  de  oogen 
van  Ggsels  niet  voldoende:  volgens  hem  ^  was  er  „geen  ander 
middel  om  ons  te  ontlasten  van  den  overvloed  der  nagelen 
(nl.  op  Klein  Geram)  ende  den  overlast  der  troawelooze  Mooren  "; 
dan  „  dat  wy  hare  nageleboomen  ruijneren  ende  in  den  grondt 
verdelgen."  Dit  vernietigingsplan ,  door  anderen  niet  noodig 
gekeard  *,  was  voor  hem  een  „gerechtige  saeke.'  Of  Gijsels 
ook  een  klein  plaatsje  verdient  in  het  „boeksken''^  dat  er 
volgens  hem  zou  worden  opengelegd  van  de  wreede  handelingen 
der  dienaren  van  de  Oost  Indische  Compagnie  ^? 

Voorloopig  viel  er  nog  wel  iets  anders  te  beredderen.  Op  de 
Oeliasers  uitte  zich  op  nieuw  de  ontevredenheid  der  bevolking 
over  den  last  van  het  roeien  of  pangaaien^  die  zooveel  te 
zwaarder  op  hen  drukte ;  nu  in  de  laatste  jaren  zoovele  tochten 
werden  gemaakt  ter  vervolging  van  de  vreemde  kooplieden. 
Vooral  die  van  Hatoeaha  op  Uaroekoe  en  Iha  lieten  zich  luide 
hooren^  en,  ofschoon  Gijsels  niet  ongeneigd  zich  betoonde ^  aan 
de  rechtmatigheid  van  vele  dier  klachten  te  gelooven^  toch 
begreep  hij,  dat  het  aan  het  gezag  der  Compagnie  te  goede 
zou  komen  ^  indien  de  murmureerders  ^  maar  vooral  indien  het 
trotsche  Iha  werd  gefnuikt.  Ook  Spec^  was  met  dat  denkbeeld 
ingenomen.  Eerst  wgdde  Gijsels  echter  nog  zijn  krachten  aan 
de  versterking  van  het  Nederlandsch  Kasteel  op  Amboina  eü^ 


Zie  over  deze  versterkingen  Bocamenten ,  p.  179 — ISl^  187,  V. 

Documenten ,  p.  186. 

Docnmenten,  p.  186. 

Zie  de  meeningen  van  Ottens  en  Lncasz*  in  Docnnienten  ^  p*  187  ^  188  en  noot  1 1 

Tiele:  Bouwstoffen,  I^  p.  XLTii* 


XLVI  INLEIDING. 

met  behulp  van  bevriende  Alfoeren,  aan  de  onderwerping  van 
de  negorg  Tobo  op  de  zuidoostkust  van  Ceram  ^,  die  zich 
tegen  ons  gezag  had  verzet.  Hierdoor  meende  Eimelaha  Loehoe 
verongelukt  te  zgn^  reden  waarom  hg  op  nieuw  en  met  goed 
succes  onder  de  bewoners  der  Oeliasers,  vooral  op  Iha,  ging 
stoken.  Ook  Kapitein  Hitoe,  met  wien  Gijsels  tot  nu  toe  in 
goede  verhouding  had  gestaan  ^  en  diens  zoon^  de  Hoekom 
Kakiali;  zett'en  den  Nederlanders,  waar  zg  dat  konden,  den 
voet  dwars.  Eindelgk  tuchtigde  in  April  1632  de  Gouverneur, 
versterkt  door  een  nieuwen  toevoer  van  troepen  onder  Antheunisz. , 
het  overmoedige  Iha  ^  en ,  ofschoon  hij  de  sterkte  der  inlanders 
niet  meester  werd,  vernielde  hij  in  de  buurt,  wat  te  vernielen 
was,  daarin  vooral  geholpen  door  een  driehonderdtal  Alfoeren, 
die  een  woestenij  maakten  van  „dit  Iha,  den  lusthoff  van 
gantsch  Amboyna  ende  't  vermaeckelijckste  landt  dat  gevonden 
can  worden."  Gijsels  had  hierin  volkomen  naar  de  wensch  van 
Specx  gehandeld:  deze  toch  had  bezwaar  gemaakt,  de  sterkte 
zelf  te  bemachtigen  en  dan  te  behouden,  daar  de  Mohamme- 
danen zich  dan  vermoedelgk  toch  weer  op  een  andere  plaats 
zouden  nederzetten.  Hij  zou  zelfs  gaarne  zien,  ,,dat  alle  de 
Christenen  bekwamelgk  van  de  (Oeliasers)  konden  op  Amboina 
gebracht;  de  eilanden  desert  gemaakt  en  geheel  verlaten" 
werden.  ^ 

Meer  en  meer  verbonden  zich  de  Mohammedanen  onder 
elkander  tegen  den  gemeenschappelijken  vgand,  de  Christenen; 
het  godsdienstig  element  geraakte  in  deze  twisten  hoe  langer 
hoe  meer  op  den  voorgrond.  Kapitein  Hitoe,  de  Kimelaha 
Loehoe,  die  met  diens  dochter  huwde,  Leliato,  de  dubbel- 
zinnige   Hamdja    ^,   zij  allen  begrepen  steeds  beter,  hoe  een- 


*  Docamenten )  p.  196 — 198. 

*  Docamenten ,  p.  199 — 201. 

*  Bit  vond  Gesels  echter  niet  aan  te  raden.  2ie  Docnmenten)  p.  201^ 
^  Pocumenten,  p.  201,  y*,  212. 


I  N  L  B  I  D  I  N  6.  XLYII 

dracht  op  hun  weg  lag ;  zg  kwamen  steeds  meer  tot  het  inzicht , 
dat  het  ging  ^  niet  alleen  om  de  nagelen ,  maar  ook  om  de 
religie"  en  daarmede  om  de  vraagt  wie  heer  en  meester  zon 
z^n  in  de  Ambonsche  kwartieren^  de  Compagnie  of  de  Oosterling. 
Het  weigeren  y  om  de  inbreuken  op  het  monopolie  der  Neder- 
landers te  weren,  was  slechts  één  der  uitingen  van  de  groote 
idee:  verjaging  der  gehate  Europeanen.  En  de  maatregelen ^ 
door  Ggsels  genomen,  de  tuchtiging  van  Assahoedi  op  Klein - 
Ceram  en  van  het  eiland  Kelang  in  Augustus  1632  ',  zgn  plan- 
nen, eveneens  die  van  de  Heeren  XYII  en  van  den  Gouverneur- 
Generaal^  om  nog  eens  en  nu  voor  goed  een  herhaling  te 
leveren  van  den  vernielingstocht  op  Hoamohel  in  1625  ^,  het 
waren  eveneens  uitingen  van  één  verlangen,  het  vestigen  onzer 
onbetwiste  heerschappg  in  deze  specergeilanden.  En  een  hevige 
botsing  kon  niet  uitblgven^  een  botsing,  waarvan  de  bovenbe- 
schreven twisten  slechts  het  voorspel  zouden  blgken  te  zijn. 

Het  doel  van  Eaïtsjil  Ali's  zending  in  1628  was  niet  tot 
Amboina  beperkt,  de  opdracht,  door  zgn  Sultan  aan  hem  ge- 
geven ,  had  uitgebreider  beteekenis.  De  Makassaren  toch  hadden 
een  inval  gedaan  op  de  Soela-  en  Bangaai-eilanden ,  die  onder 
het  gezag  van  Ternate  stonden  en  de  koninklijke  vlootvoogd 
had  daarom  tevens  in  last  gekregen,  om  de  vganden  van  zgn 
Vorst  uit  die  streken  te  veqagen  en  buitendien  om  hulp  te 
brengen  aan  het  eveneens  door  Makassar  bedreigde  Boeton. 
Werkelgk  bevonden  de  Nederlandsche  autoriteiten,  die  op  hun 
reis  naar  hunne  gouvernementen  dit  eiland  aandeden  ',  dat  het 
mede  door  soldaten  van  AU  was  bezet  *   en  tevens,  dat  de 


»     Documenten,  p.  206—208. 

*  Zie  hiervóór  p.  X — xii. 

*  G^sbreclit  van  Lodensteyn  kwam  daar  in  Jannari  1629 ,  Or^n  van  Baembnrch 
in  Maart  1630. 

*  In  1631  verdreef  AU  de  Makassaren  nit  Tamboekoe  op  Celebes,  in  1682 
vinden  wQ  bem  weer  op  Boeton.  Van  d&&mit  onderhandelde  hg  met  den  Sultan 
van  MaKftssar,  die  hem  een  pot  met  vergiftigde  confituren  zon  hebben  gezonden  ^ 
na  welker  gebruik  hy  overleed»  (Valentyn,  ü,  b,  p.  86).  ^  De  Djogoe^oe  vai| 
Ternate  was  reeds  in  April  1630  overleden* 


XLVilt  È  N  L  8  1  D  t  Ü  (;, 

Radja  zich  zelf  tegen  mogelijke  aauvallen  versterkte.  Coen 
hechtte  weinig  geloof  aan  de  verwezenlijking  der  plannen  van 
Makaesar,  maar  had  toch  den  Boetonschen  Vorst  verzekerd ,  dat 
hij  ;,nimmermeer  (zou)  toestaan,  dat  (deze)  door  zgne  en  onze 
vijanden  overwonnen'^  zou  worden.  De  oorzaak  onzer  niet 
vriendschappeiyke  verhouding  met  den  Sultan  van  Makassar 
was  nog  steeds  gelegen  in  den  sterken  handel ,  dien  zijne  onder- 
danen op  de  Ambonsche  kwartieren  dreven  S  terwgl  wij  na- 
tuurlek de  vlucht;  die  de  commercie  tusschen  hem  en  de  Por- 
tngeezen  nam ,  met  leede  oogen  aanzagen.  De  gevangenhouding 
van  Nederlandsche  schipbreukelingen,  die,  op  Saleger  veron- 
gelukt, door  de  bewoners  van  dat  eiland  aan  den  Sultan  waren 
overgeleverd  en  niet  dan  door  bemiddeliog  van  den  chef  cler 
Deensche  nederzetting  te  Makassar,  Roeland  C rappe,  tegen  een 
losprijs  werden  vrijgelaten  *,  was  evenmin  in  staat,  de  gemoe- 
deren gunstiger  tegenover  elkander  te  stemmen.  Toch  kwam 
het  niet  tot  openlyke  vgandelijkheden  en  werd  althans  de  schijn 
bewaard,  getuige  het  bezoek,  dat  Antonie  Caen  in  Maart  1632 
aan  dien  Vorst  bracht,  bij  welke  gelegenheid  van  weerskanten 
beleefdheden  werden  gewisseld  en  ,)Z00  serieuse  als  boertige 
discoursen  ge  voert."  ^  Maar  Specx  bleef  Makassar  met  Bantam 
als  een  der  beletselen  beschouwen  voor  de  vestiging  onzer 
macht  en  voor  den  bloei  van  onzen  handel  in  den  Maleischen 
Archipel.  Evenals  Bantam  moest  men  ook  vooral  dezen  Vorst 
trachten  te  onderwerpen :  hij  toch  trok  „alle  vreemde  en  moor- 
sche  natiën"  naar  zijn  land,  omdat  hij  alle  commercie  met 
goed  tractament  onder  geringe  erkentenisse  van  tollen  vrg  en 
liber"  toestond  en,  zonder  zich  om  onze  gepretendeerde  rechten 
te  bekommeren,   op  Geram   de  nagelen  zocht  weg  te  halen. 


*■  De  nagelen  werden  door  hen  dikwijls  vervoerd  naar  Bantam,  waar  wg 
daarvoor  hooge  prgzen  moesten  besteden  ^  opdat  z^  den  Engelschen  niet  in  handen 
vielen.  • 

'     Documenten ,  pi  163; 

•    Zie  ook  Yalentyn,  III,  b,  p.  245» 


1  NL  ft  i  O  I  N  G.  XLIX 

misschien  dat  eiland,  Amboina  en  Banda  zon  trachten  te  „in- 
corporeeren'^  althans  te  verontrusten;  misschien  met  Ternate 
tegen  ons  zon  gaan  heulen.  ^ 

De  Makassaren  bleven  ook  een  aanzien! g ken  handel  drgven 
op  de  Kei-  en  Aroeeilanden ,  waar  zij  mede  propaganda  maakten 
voor  het  Mohammedanisme  en  de  bewoners  tegen  ons  trachtten 
op  te  zetten.  Toch  waren  thans  onze  betrekkingen  met  die 
streken  niet  onvriendschappelijk  en  was  onze  handel  daarop 
toenemende  ^.  Maar  wg  vonden  daar  ook  tegenstanders  in  de 
daarheen  gevluchte  Bandaneezen^  die  het  hunne  deden ,  om 
onze  positie  te  bemoeilijken  en  het  onmogelijk  deden  worden, 
de  plannen  tot  kerstening  der  bewoners  ten  uitvoer  te  leggen. 
Zelfs  trachtten  Bandaneesche  ,,  papen ''  het  Mohammedanisme 
meer  aanhangers  te  doen  vinden  op  Banda  onder  de  Christen- 
Mardijkers.  Ook  overigens  was  de  tegenstand  dier  zoo  fel  ver- 
drukte inlanders  nog  maar  steeds  niet  gebroken.  Indien  zy 
konden,  vluchtten  zg  nog  altgd  naar  Ceram,  waar  zg  nog 
immer  met  open  armen  werden  ontvangen.  ^  Hierdoor  verarmde 
de  burgerij  hoe  langer  hoe  meer :  het  gebrek  aan  werkkrachten  ^ 
en  de  lage  notenprgs  leidden  tot  hare  ruïne.  En  toch  klaagde 
de  Hooge  Régeering ,  dat  „  nu  (wg)  zelfs  Heer  en  Meester  van 
Banda  (waren),  ons  de  nooten  en  foelie  veel  dierder  te  staen 
(kwamen),  dan  doen  (wij)  die  van  de  Bandanesen  cochten. ** 
„  Maeckt  doch",  zoo  riep  zg  den  Gouverneurs  toe,  „  maeckt 
doch ,  dat  (wg)  de  rechte  vruchten  van  Banda  eens  genieten."  ^ 


*  Philips  Lncasz.  (aan  Bewindhebbers,  29  Febr.  1632)  dacht  er  anders  over. 
Men  moest  vrede  houden  met  Makassar  en  daarmee  den  kleedenhandel  vreedzaam 
drijven.  Banda  zou  dan  overvloedig  van  levensmiddelen  worden  voorzien  en  mén 
had  daar  dan  niet  van  noode  de  bewoners  van  Kei  en  Aroe  en  de  Javanen ,  die 
ter  sluik  van  dóiir  de  noten  wegvoerden. 

*  In  1628  deed  Lieuwe  Jacobszen  een  tocht  naar  de  Kei-,  en  Aroeeilanden 
en  naar  Tenimber.  —  Zie  over  een  anderen  tocht  daarheen  Documenten ,  p.  159 ,  v. 

*  Of.  Documenten,  p.  144,  145  en  noot  1.  -^  Vooral  ook  op  Goram  hielden 
zy  zich  op. 

*"    Documenten,  p.  163,  v. 

*  Coen  aan  J.  Jz.  Visscher,  25  Nov.  1628. 

N.  B.  I.  IV. 


l  t  N  L  B  t  D  1  N  Ö. 

Dn  Pieter  Vlack  bad  dan  ook  yeel  gedaan  ten  behoeve  der 
notenteelty  maar  zyn  bestuar  was  kostbaar  geweest  door  het 
aanleggen  van  fortificatiën ,  waardoor  hij  trouwens  gevolg  had 
gegeven  aan  de  bedoelingen  der  Heeren  XVII ,  om  Banda  in 
goeden  staat  van  defensie  te  honden  ^  en  door  het  bouwen  van 
goede  pakhuizen  en  woningen.  Zgu  opvolger  was  Jan  Jansz. 
Visscher  (1628 — 1629);  die,  na  nog  een  provisioneel  bestanr 
van  den  Opperkoopman  Arend  GardenijS;  werd  vervangen  door 
het  lid  van  den  Raad  van  Indië  Quirijn  ofCrgn  vanRaemburch 
(1630 — 1633),  die  zich  te  vergeesch  verzette  tegen  de  plannen , 
om  de  nog  op  't  eiland  aanwezige  Bandaneezen  van  daar  te 
vervoeren  \  Ofschoon  hy  zich  met  allen  ijver  kweet  van  de 
hem  opgelegde  taak;  kon  hij  den  bloei  van  de  aan  zyn  zorgen 
toevertrouwde  eilanden  weinig  of  niet  bevorderen.  De  financieële 
toestand  was  treurig  ^  en  de  herhaalde  verbodsbepalingen 
tegen  den  vryen  handel  deden  de  malaise  onder  de  burgery 
nog  toenemen.  De  tenuitvoerlegging  hiervan  zou  volgens  den 
Gouverneur  op  den  ondergang  dier  burgers  uitloopen. 

Ook  over  onze  positie  op  Solor  en  Timor  viel  in  de  jaren, 
die  er  verliepen  tusschen  den  tyd;  waarin  Goen  voor  de  tweede 
maal  het  Gouverneurschap- Generaal  op  zich  nam  en  de  aan- 
vaarding van  dat  ambt  door  Hendrik  Brouwer,  niet  te  roemen. 
In  t  nauw  gebracht  door  de  Portugeezen ,  sloot  de  Horney  nog 
in  1627  een  wapenstilstand  met  den  op  Larantoeka  '  verblyf 
hondenden  Portugeeschen  gezagvoerder.  Coen  was  hevig  ver- 
toornd over  deze  handel wy ze  van  den  Commandeur,  die  zich 
ook  overigens  door  zyn  liederlijk  levensgedrag  bij  de  Hooge 
Begeering  onmogelyk  had  gemaakt.  De  Horney  wierp  de  schuld 
op  de  zoogenaamd  bevriende  inlanders,  die  met  onze  vyanden 


*  Hoe   diep  de  haat  sat  tegen  ons  bg  de  Bandaneezen  leert  Ons  hetgeen  in 
Docnmenten,   p.   181,  y.   gezegd  wordt  over  de  BAndaneesche  schoolkinderen. 

*  Ook  in  dit  tydsbestek  richtten  zware  aardbevingen  yeel  kwaad  op  deze 
eilanden  aan. 

*  Dr.  Tiele:  Bouwstoffen,  I,  p.  X. 


t  N  L  E  I  D  1  {«  G.  LI 

Semeene  zaak  maakten  en  bg  verdere  krijgstoerastingen  onzer- 
zijds nog  meer  tegen  ons  in  't  harnas  zouden  worden  gejaagd. 

Den  11  December  1628  besloten  Gouverneur-Generaal  en  Raden 
daarom,  het  fort  Henricus  op  Solor  opnieuw  te  verlaten  en  het 

daarna  te  raseeren.  Gregorius  Cornelisz. ,  die  met  de  tenuitvoer- 
legging van  die  resolutie  werd  belast ,  vond ,  toen  hg  in  Februari 
1629  op  Solor  aankwam ,  den  Commandeur  gedeserteerd  naar 
de  Portugeezen,  de  omwonende  bevolking  gevlucht,  omdat  zg 
het  lot  der  Bandaneezen  vreesde  en  onder  de  Nederlanders  een 
ergerlgk  huishouden.  Niettegenstaande  het  verzoek  van  het 
eenige  ons  trouw  gebleven  hoofd,  den  Sengadji  van  Lamakera, 
werd  liet  fort  verlaten  en  verwoest  '  en  in  de  eerstvolgende 
jaren  werden  de  handelsbetrekkingen  met  afwisselend  geluk 
grootendeels  ^  onderhouden  door  schepen  van  Batavia  onder 
bevel  van  den  Opperkoopman  Jan  Tombergen  ^. 

IV. 

Een  der  eerste  regeeringsdaden  van  Hendrik  Brouwer  ten 
opzichte  der  Molukken  was  de  raad  aan  van  Lodensteyn 
gegeven,  om  geen  verwgdering  van  Ternate  te  zoeken,  daar 
wij  in  den  Maleischen  Archipel  reeds  vganden  genoeg  tegenover 
ons  hadden.  Onder  zijn  bestuur  en  onder  dat  van  zijn  opvolger 
Antonio  van  Diemen  *  bleven  uiterlijk  de  betrekkingen  tus- 
schen  onzen  Gouverneur  op  Malajoe  en  Uamdja  wel  niet  van 
vriendschappelijken ,  maar  toch  evenmin  van  bepaald  vijandigen 
aard.  Vertrouwen  bestond  er  van  weerskanten  niet;  wij  bleven 
den  Sultan  van  heulen  met  de  Tidoreezen  en  Spanjaarden  be- 
schuldigen ,  terwijl  hij  van  zgn  kant  voortging  met  ons  te  ver- 
waten, dat  wij  hem  in  den  strijd  tegen  die  natiën  niet  genoeg 


In  1632  was  de  plaats  reeds  bezet  door  de  Portugeezen. 
Wy  hadden  nog  een  „loge^^  te  Eamenasa  op  Timor.  Zie  Docamenten ,  p.  164. 
Zie  over  een  dier  tochten  Docamenten,  p.  164,  166.  —  Zie  ook  nog p.  180, 
Over  Yftn  Diemen  zie  nog  Documenten,  p.  268 ^  v, 


ttl  I  N  L  B  I  Ü  I  il  è. 

steunden.  Op  grond  daanran  greep  hg  gretig  elke  gelegenheid 
aan  ^  om  met  den  Sultan  van  Tidore  op  goeden  voet  te  komen  en 
ofschoon  de  pogingen  daartoe  niet  altijd  wilden  vlotten,  toch 
was  er  ook  nu  nog  —  vooral  van  zgn  zgde  —  van  een  eigen - 
Igken  oorlog  geen  sprake ;  bleef  deze  althans  meest  beperkt  tot 
rooftochten  en  kleine  vechtpartijen.  Vrees  voor  versterking  uit 
Batavia  of  dreigend  gevaar  van  den  kant  der  Spanjaarden  was 
echter  steeds  een  motief  voor  Hamdja,  om  tegenover  onzen 
Gouverneur  te  liebaügeln.  Zóó  bleek  een  bgna  gelukte  aanval 
der  Spanjaarden  en  Tidoreezen  op  Takomi  in  November  1632 , 
waarbg  wg  den  Ternataan  steunden ,  door  na  dien  aanval  die 
plaats  te  bezetten,  geschikt  te  zgn,  om  ons  aanzien  te  verhoo- 
gen,  ja!  om  hoop  te  geven  op  een  krachtig  te  voeren  oorlog 
tegen  de  nu  weer  gemeenschappelijke  vijanden.  Verder  werden 
de  beide  belangrijke  waardigheden  van  Djogoegoe  en  Kapitein 
Laoet  toevertrouwd  aan  de  met  ons  bevriende  Sengadji's  van 
Gamoekanora  ^  en  Ngofakiaha. 

Van  Lodensteyn  werd  opgevolgd  door  Jan  Ottens(1633 — 1635), 
die  den  17  Augustus  het  bestuur  aanvaardde  ^.  Al  spoedig  zond 
hg  den  Fiskaal  Daniël  Ottens  uit ,  om  op  het  Spaansch  secours 
te  kruisen,  waarmede  deze  „Batavier''  ^  dan  ook  slaags  raakte. 
Na  een  onbeslisten  strgd  nam  hg  echter  de  wgk  naarMalajoe^ 
evenals  zijn  machtigere  tegenpartg  naar  Gamoelamoe.  Dit  gevecht 
en  een  inval  der  Spanjaarden  op  het  Ternataansch  eiland  Taf- 
foeri  waren  de  eenige  belangrgke  krggsbedrgven  onder  het 
bewind  van  dezen  Gouverneur,  waarin  wg  rechtstreeks  of  zgde- 
lings   werden    betrokken.    Een  gebeurtenis,   gewichtig   in  haar 


'  Gamoekanora  was  een  der  machtigste  onderdeelen  yan  liet  Ternataansclie 
rijk.  —  Zie  echter  over  de  benoeming  tot  Kapitein  Laont  ook  Documenten ,  p.  292. 

»  Met  hem  verscheen  den  26  Juni  de  Commissaris-yisitateur  Antonie  van 
den  Heuvel,  die  den  17  Augustus  met  van  Lodensteyn  weder  vertrok.  —  Zie 
over  dezen  Documenten,  p.  267. 

»  H.  Brouwer  aan  J.  Ottens,  18  Dec.  1634.  —  Daniël  Ottens  verdronk  den 
21  Juli  1636  bg  de  Piscadores,  na  op  de  Spaansche  zilverschepen  van  Acapulco 
te  hebben  gekruist. 


I  N  L  B  I  D  I  N  d.  LÜI 

gevolgen;  had  echter  in  1633  op  Tidore  plaats.  Eenige  dorps- 
hoofden ^  misnoegd  over  hnn  Sultan ,  stelden  zich  met  Hamdja 
in  betrekking;  met  het  doel,  den  Raïtsjil  Gorontalo,  een  neef 
van  den  vorigen  heerscher;  die  van  rechtswege  na  diens  dood 
in  1627  had  moeten  opvolgen  ^  ^  maar  die  ait  vrees  zich  op 
Ternate  schuil  hield ,  den  troon  te  doen  beklimmen.  De  onte- 
vredenen wilden  dan  tevens  een  verbond  met  de  Nederlanders 
en  fiamdja  sluiten;  om  gezamenlijk  de  Spanjaarden  te  bestrijden. 
Ottens  vertrouwde  de  zaak  niet  en  vreesde ;  dat  geheel  deze 
beweging  zou  strekken  tot  vermeerdering  van  Ternate's  invloed. 
Hij  weigerde  daarom ;  zich  met  de  Tidoreesche  aangelegenheden 
in  te  laten.  Toch  werd  Qorontalo  met  hulp  van  Hamdja  ge- 
kroond; waarna  de  verdreven  Sultan  zich  naar  Ternate  begaf; 
de  beschèrmHng  van  Hamdja  ook  al  inriep  en  hem  zijn  dochter 
tot  vrouw  gaf.  Dit  optreden  van  den  Ternataanschen  monarch 
verschafte  hem  een  groot  overwicht  in  Tidore ,  waarmee  hij  nu 
in  vrede  scheen  te  willen  leven,  terwyl  hg  den  verdreven 
Vorst  ^  steeds  als  een  bedreiging  tegen  diens  opvolger  kon 
gebruiken.  Zijn  succes  deed  hem  tegenover  ons  eene  minder 
vriendelgke  houding  aannemen  en  dit;  gevoegd  bij  zijn  ergernis 
over  den  loop  der  gebeurtenissen  in  de  kwartieren  van  Am- 
boina  ^;  deed  Ottens  voor  een  uitbarsting  vreezen;  indien  wig 
hem  niet  door  voldoende  macht  in  toom  konden  honden.  Wel 
vroeg  hg  nog  hulp  tegen  de  Spanjaarden ;  maar  zgn  onbetrouw- 
baarheid was  te  dikwgis  gebleken;  om  die  aanvrage  te  be- 
seboa wen  als  een  niting  van  zgn  ernstigen  wil;  om  de  Neder- 
landers tegen  hun  ;,erfvgand"  te  ondersteunen.  Jammer  genoeg 
kon  hg  er  met  volkomen  recht  op  wgzen,  dat  ook  wg  die 
ondersteuning  aan  hem  onthielden. 

Het    was   hiermee  Gouverneur-Generaal  en  Raden  dan  ook 


»     Zie  Dr.  Tiele:  Bouwstoffen,  I,  p.  139.  —  De  Europee^rs,  viu,  p.  161, 
*     Over  zijn  niteinde  zie  Docnmentep ,  p.  330,  3B^. 
»     Zie  hierna  p^.  hni 


LIV  INLEIDING. 

volstrekt  geen  ernst.  Dit  bleek  uit  de  instrnctie,  waarmee  Ot- 
tens'  opvolger  Jan  van  Broecknm  (1635 — 1640)  ^  werd  voorzien. 
Daarin  toch  werd  hij  wel  gelast,  Hamdja  tegen  onze  vijanden  op 
te  zetten,  maar  van  krachtdadige  hnlp  was  daarin  geen  sprake; 
slechts  moest  hij  een  eventueele  assistentie  in  zgne  besprekingen 
met  Hamdja  laten  doorschemeren.  Met  het  oog  daarop  verscheen 
dan  ook  bgna  tegelyk  met  hem  een  viertal  schepen  in  de  Molak- 
fiche  wateren,  die  echter  hoofdzakelijk  tot  een  ander  doel  waren 
uitgerust,  nl.  om  naar  Japan  en  Tayouan  (op  Formosa)  te  gaan 
en  tevens  te  kruisen  op  de  Spaansche  zilverschepen  van  Acapulco  *. 
Hamdja  liet  zich  daardoor  dan  ook  niet  van  de  wijs  brengen  en 
zgn  houding  tegenover  de  onzen  en  de  met  ons  bevriende  Ter- 
natanen  werd  onaangenamer  dan  ooit.  Na  een  schijnproces  liet 
hij  den  nieuwen  Djogoegoe,  die  hem  in  zijn  plannen  dwars- 
boomde, ter  dood  brengen,  niettegenstaande  van  Broeckum  voor 
dezen  in  de  bres  sprong.  Niet  alleen  helde  hij  zelf  tot  vrede 
met  de  Spanjaarden  over,  maar  hg  verhinderde  ook  zijn  Rijks- 
grooten,  die  tot  oorlog  geneigd  waren,  in  het  voeren  daarvan 
of  haalde  hen  door  geschenken  tot  zijne  denkbeelden  over.  De 
vriendschappelijke  verhouding  tusschen  Ternate  en  Tidore  had 
tevens  een  ongunstigen  invloed  op  onze  positie  op  Makian, 
waar  de  Tidoreezen  meer  dan  ooit  kwamen  handelen  en  zóó 
driest  optraden,  dat  wij  als  't  ware  in  onze  versterkingen 
zaten  opgesloten  Ook  op  Batsjan  hadden  wg  weinig  in  te 
brengen.  In  *t  voorjaar  van  1636  bekwamen  wij  echter,  zooals 
trouwens  ook  de  Spanjaarden ,  een  flinke  assistentie  '  en  dit  hield 
Hamdja  weer  voor  een  oogenblik  in  toom ,  maar  steeds  bleven 
de  pogingen  van  van  Broeckum  falen,  om  hem  op  te  stoken 
tegen   onze  mededingers  en   vganden.  Ook  heerschte  er  onte- 


*  Hg    heette   eigenlek  Jan   van   Grorcum  (zie   hiervoor  p.  xi).  —  Over  die 
naamsverandering  zie  Documenten,  p.  283,  noot  3). 

*  Over  de  betrekkingen  van  ons  en   de  Spanjaarden  met  Mindanao   en  de 
Soeloe-eilanden  zie  Documenten,  p.  210 — 213,  34ö — 347. 

*  Zie  over  een  gevecht  Documenten,  p.  300. 


INLEIDING.  LV 

yredenheid  tegen  de  Nederlanders,  omdat  gebrek  aan  rijst  hen 
belette,  den  Tematanen  voldoenden  voorraad  daarvan  te  ver- 
schaffen. De  Ternataansche  Sultan  werd  in  zgn  bonding  tegen 
ons  gestgfd  door  den  Hoek  om  Limoeri,  die  zijn  rechterhand 
was  geworden  en  die  zgn'  raadsman  bleef ,  ook  waar  andere 
Groeten  van  hem  afkeerig  werden  gemaakt  door  zgn  tirannieke 
wgze  van  doen.  Die  afkeer  werd  echter  geëvenaard  door  hun 
vrees  voor  zijn  macht,  zoodat  de  pogingen  van  vroeger,  om 
hem  van  den  troon  te  stoeten,  niet  werd  herhaald. 

Ons  krachtig  optreden  in  de  Ambonsche  kwartieren  in  't  begin 
van  1637  '  liet  niet  na,  een  gunstigen  invloed  uit  te  oefenen 
op  den  Sultan.  Ofschoon  verstoord  over  dat  optreden  zelf,  kreeg 
hg  daardoor  een  hoogen  dunk  van  onze  strgdfcrachten  en  dat 
noopte  hem,  zich  inschikkelijk  te  betoonen  tegenover  onze  wen- 
schen  en  eischen,  zoozeer  zelfs,  dat  hij  voor  't  oogenblik  weer 
toebereidselen  maakte ,  om  flink  op  te  treden  tegen  de  Tidoreezen. 
Dan  scheen  ook  het  middel ,  door  van  Broeckum  in  toepassing  ge- 
bracht, om  nl.  de  Rgksgrooten  *  door  geschenken  voor  de  Neder- 
landsche  belangen  te  winnen,  voorloopig  goede  gevolgen  te  hebben. 

Inmiddels  was  de  toestand  in  het  gouvernement  van  Amboina 
hoe  langer  hoe  ernstiger  geworden.  Brouwer  was  begonnen  met 
aan  Gijsels  versterkingen  toe  te  zenden,  op  nieuw  onder  bevel 
van  Antheunisz.  y  met  het  tweeledige  doel :  beteugeling  van  den 
smokkelhandel  en  uitroeiing  der  nagelboomen.  Tot  dit  laatste 
werkte  de  overweging  mede,  dat  de  Compagnie  nog  zooveel 
nagelen  in  voorraad  had,  dat  zij  hen  in  de  eerste  tien  jaren 
toch  niet  zon  kunnen  vertieren  ^.  Gijsels  volgde  die  voorschriften 


*  Zie  hierna  p.  lxi,  lxii. 

*  In  een  brief  van  9  Maart  1638  aan  van  Dieraen  geeft  van  Broecknm  eenige 
inlichtingen  over  den  Ternataanschen  „Bgcsraet".   Deze  bestond  uit  18  personen 
[9  Soasivos  (dorpshoofden),  9  Sengadj i's,  („hertogen"  volgens  Valentgn),  benevens 
de  beide  Hoekoms  (rechters),  den  Dj ogoegoe  en  den  Kapitein  Laout.]  —  Valentijn 
I,  b.  p.  97—99  wflkt  hiervan  eenigszins  af.  Cf.  Docnmenten,  p.  120. 

*  Ook  moest  G-ijsels  ten  zeerste  waken  tegen  den  particulieren  handel.  — 
Over  de  z.g.  i,vrye  luyden"  op  Amboina  zie  Documenten,  p.  248. 


LVI  IlfLEIDING. 

op  ^  en  in  't  vocijaar  1633  volbracht  hij  op  nieuw  een  dier 
vernielingstochten ,  zoowel  op  Klein-Geram  als  op  Manipa  en 
Kelang.  Men  had  verwacht,  daar  vele  vaartuigen  van  vreemde 
bandelaren  te  zullen  aantreffen  en  die  te  kunnen  buitmaken  of 
vernielen ,  maar  de  uitslag  beantwoordde  niet  aan  deze  verwach- 
ting. Men  vermoedde  nu^  dat  zij  aan  de  oostkust  van  Groot- 
Geram  en  vooral  op  Ceramlaoet  zouden  verscholen  zijn,  reden 
waarom  ook  daarheen  die  hongitocht  werd  uitgestrekt,  temeer, 
daar  men  dit  eiland  als  een  der  stapelplaatsen  voor  den  smokkel- 
handel in  nagelen  meende  te  moeten  beschouwen.  De  Neder- 
landers stieten  op  heftigen  tegenstand ,  die  vooral  werd  geboden 
door  de  daar  aanwezige  Javanen  en  Makassaren;  maar  zij  be 
grepen,  niettegenstaande  het  succes  onze  wapenen  niet  had 
gekroond ,  toch  voor  de  overmacht  te  moeten  bukken  en  onder- 
wierpen zich  ^.  Het  plan  der  Hooge  Regeering,  om  nogmaals 
op  Tha  los  te  trekken,  vond  geen  instemming  bg  Gijsels,  omdat 
het  te  veel  zou  vorderen  van  onze  strgdkrachten  en  de  Ihaëezen 
zich  in  dezen  tijd  vredelievend  betoonden.  Gijsels  was  over  't 
geheel  niet  tevreden  over  het  algemeen  bestuur  in  Batavia,  dat 
van  uit  de  hoofdstad  bevelen  meende  te  moeten  geven  aan 
den  Ambonschen  Gouverneur,  hoe  in  de  afzonderlijke  gevallen 
op  te  treden  en  drong  aan  op  meerdere  vrgheid  van  handelen 
en  —  op  versterking.  De  verwoesting  toch  der  nagelboomen 
had  al  weer  niet  genoeg  geholpen,  al  weder  verschenen  èn  nu 
èn  in  de  volgende  jaren  de  vreerade  schepen,  alweder  werden 
zij  door  de  bewoners  met  open  armen  ontvangen  ^.  Buitendien 
trad  de  Eimelaha  Loehoe  zeer  vijandig  tegen  de  onzen  op. 

Gijsels  had  intusschen  in  't  begin  van  1633  een  in  de  ge- 
volgen minder  aangenaam  bezoek  ontvangen,  dat  van  den  Com- 
missaris-visitatenr  over  Ambon,  Banda  en  de  Molukken,  Antonie 


'  >     Zie  Gijsels'  meening  over  deze  nagelpolitiek  in  Pocumenten,  p.  246. 
»     Documenten,  p.  242 — 244. 
»     Zie  b.  V.  Documenten,  p.  282,  283, 


INLEIDING.  LVII 

van  den  Heuvel  ^  die  terstond  aan  de  regeeringszaken  kon 
medewerken^  tQen^  na  den  dood  van  den  Kapitein  Hitoe  in 
April  van  dat  jaar,  een  opvolger  moest  worden  aangesteld.  Te 
kwader  ure  viel  de  keus  der  Nederlandsche  autoriteiten  op  den 
jongsten  zoon  Eakiali,  die  bij  die  gelegenheid  der  Compagnie 
trouw  zwoer  en  de  belofte  omtrent  bet  handhaven  van  het  Neder- 
landsche nagelmonopolie  aflegde.  In  September  en  Octoberging 
Gijsels  met  het  tuchtigen  der  vijandige  negorijen  voort:  de  bocht 
van  Eaibobo  en  eenige  dorpen  op  Hoamohel  moesten  het  nu 
ontgelden.  Bij  Henetello  echter  werd  hg  zóó  warm  ontvangen, 
dat  hij  tot  den  terugtocht  moest  besluiten.  Daarop  bracht  hg 
Lesidi  nog  een  bezoek,  waar  hij  de  vruchtboomen  vernielde  en 
hij  zou  dat  „  destrueeren "  nog  hebben  voortgezet,  indien  niet 
de  roeiers  op  de  korakora's  hem  verlof  hadden  gevraagd,  naar 
hunne  woonplaatsen  terug  te  keeren,  waar  het  inzamelen  van 
den  oogst  en  daarna  de  zoo  noodige  rust  hen  wachtten.  Om 
zijn  positie  krachtiger  te  maken,  bouwde  de  Gouverneur  bij 
Larike  (op  Amboina)  een  nieuwe  sterkte,  evenals  bij  Loehoe 
op  verzoek  der  inlanders,  die  zich  tegen  den  Kiroelaha  verzet 
badden  en  zgn  wraak  vreesden. 

In  Januari  1634  kwam  de  Sadaha  ^  als  gezant  van  den 
Ternataanschen  Sultan  in  deze  streken.  Hij  had  in  last,  de 
geschillen  te  trachten  te  beslechten ,  den  handel  aan  vreemde- 
lingen te  beletten  en  de  beide  Kimelaha's  te  vervangen  door 
dien  van  Boeroe,  Fakiri  geheeten.  Veel  werkte  ook  zijn  komst 
niet  uit.  De  Stadhouders  Leliato  en  Loehoe,  met  wie  zich  de 
nieuwe  Kapitein  Hitoe  in  verbinding  stelde,  zochten  hulp  bij 
en  verkregen  die  van  den  Sultan  van  Makassar  ^.  Maar  hnnne 
eisch,  dat  wg  onze  nieuwe  versterking  op  Loehoe  zouden  slechten, 
waarna  de  Temataansche  Kimelaha  daar  op  nieuw  zijn  residentie 


'     Zie  Documenten,  p.  238,  noot  1. 

>     Pocnroenten,  p.  266,  257.  —  Cf.  p.  254,  255, 


LVllf  INLEIDING. 

zonde  vestigen  ^ ,  werd  niet  ingewilligd ,  evenmin  die  van  den 
Sadaha  tot  ternggave  aan  Hamdja  van  eenige  landstreken  op 
Amboina,  de  Oeliasers  en  Geraro,  waarop  deze  aanspraak 
meende  te  hebben.  Op  deze  wijze  kwam  de  uitbarsting  steeds 
nader  en  kon  niet  lang  meer  uitblijven. 

Van  den  Heuvel  was  niet  met  Oijsels  ingenomen.  Hij  meende 
zijne  wijze  van  optreden  tegen  de  Amboineezen  en  Ternatanen 
te  moeten  laken  niet  alleen ,  maar  hij  beschuldigde  hem  tevens 
van  allerlei  financiëele  knoeierijen.  Gouverneur  Generaal  en  Baden 
waren  van  oordeel,  dat  hij  meer  beweerde  dan  hij  kon  ver- 
antwoorden en  zonden  de  punten  van  besehuldiging  aan  Gijsels, 
om  zich  van  die  aanklacht  te  trachten  te  zuiveren.  Desniettegen- 
staande meende  zg  den  laatste  „  om  verscheijden  particulari- 
teijten  ende  excessen ",  door  hem  gepleegd  * ,  te  moeten  terug 
roepen  en  benoemden  tot  zgn  opvolger  niemand  anders  dan 
van  den  Heuvel  (1634 — 1635)  in  de  „  vaste  hope  en  vertrouwen, 
dat  hij  des  Gomp.  affairen  met  meerder  lust  en  ijver  als  zgn 
predecesseur  behartigen  en  waarnemen"  zou  •**.  Dien  ijver  be- 
toonde hij  reeds  zeer  spoedig  na  zijn  komst,  door  in  Mei  1636 
op  verraderlijke  wgze,  als  't  ware  midden  in  onderhandelingen, 
Kakiali,  die  het  hoofd  zeer  in  de  hoogte  stak,  roet  verschil- 
lende zgner  Orangkaja's  gevangen  te  nemen ,  in  de  hoop .  daar- 


'  Oorspronkeiyk  resideerde  deze  te  Loehoe,  maar  in  den  tyd  der  verwikke- 
lingen met  de  Compagnie  had  hy  z^n  woonplaats  te  Luciëla  gevestigd. 

*  Zie  een  gnnstiger  oordeel  over  Ggsels  in  Documenten,  p.  267  en  in  den 
brief  van  Ds.  Heurnins  van  18  Mei  1684  aan  den  Gr.  Gr.  De  oppositie  tegen  Ggsels 
verklaart  de  Ambonscbe  predikant  hieruit,  „dat  hij  's  Comp.  middelen  menageert ; 
tegen  hem,  die  zijner  meesteren  profijt  en  niet  de  flatterie  des  volks  zoekt, 
worden  vele  tongen  gescherpt."  —  Over  school  en  kerk  zie  Documenten ,  p.  186. 

*  De  houding  der  Hooge  Begeering  was  alles  behalve  consequent.  Zy  werd 
dan  ook  door  de  XVII  naar  verdienste  gelaakt,  te  meer  daar  G.  G.  en  Raden 
zelf  hadden  geschreven,  dat  van  den  Heuvel  aan  „vele  menschelyke  zwakheden 
onderworpen*'  was.  Zij  verdedigden  zich  (31  Dec.  1636)  met  te  zeggen,  dat  G. 
om  z^n  verlossing  had  geschreven  en  v.  d.  H. ,  indien  hy  niet  benoemd  was, 
zou  zQn  gerepatrieerd,  vóór  men  zgne  beschuldigingen  had  kunnen  controleeren 
en  Bewindhebbers  zou  hebben  misleid.  Buitendien,  volmaakte  personen  waren  in 
Indië  niet  te  vinden. 


INLEIDING.  LIX 

door  den  tegenstand  den  kop  in  te  drukken.  ^  Deze  daad  had 
gewichtige  gevolgen.  Hamdja  en  zijne  Rijksgrooten  toonden  zich 
hierover  zeer  geraakt,  ja!  de  Sultan  wilde  zelf  zich  in  de  Am- 
bonsche  kwartieren  aan  zijn  onderdanen  vertoonen.  Wat  erger 
was,  de  Sadaha  verbond  zich  nog  meer  dan  te  voren  met  de 
beide  Kimelaba's  en  het  wantrouwen  tegen  de  Nederlanders 
nam  op  Hitoe  zóó'n  omvang  aan,  dat  een  groot  deel  der  be- 
woners vluchtte  naar  een  pas  door  Eakiali  aangelegde  ver- 
sterking Wawani,  die  in  Juni  zonder  succes  door  van  den  Heuvel 
werd  aangetast.  De  moeilijkheden  werden  nog  vergroot ,  doordat 
deze  onze  fortificatie  bij  Loehoe  had  geslecht  ^  en  daardoor 
aan  den  Sadaha  de  gelegenheid  had  gegeven,  de  met  ons  be- 
vriende Orangkaja's  van  die  plaats  gevangen  te  nemen.  Fakiri 
vertrok  weder  naar  Boeroe,  en  liet  de  baan  dus  weer  ruim 
voor  de  ons  vijandelijk  gezinde  Stadhouders ;  in  Hitoe  ontbrandde 
de  strgd  reeds  tusschen  de  Nederlandsche  en  anti-Nederlandsche 
partijen  en,  om  de  maat  vol  te  meten,  begonnen  de  roeiers  op 
de  korakora*8,  vooral  die  der  Oeliasers,  te  weigeren,  langer 
die  drukkende  diensten  te  verrichten.  Terecht  kon  Brouwer  dan 
ook  aan  de  Heercn  Meesters  schrijven ,  dat  „  de  overgroote  ver- 
hoopte voordeden  van  Kakij  Ali's  apprehentie  ende  vast  set- 
tinge  altemael  in  roock  verdweenen"  waren  ^. 

Lang  mocht  van  den  Heuvel  niet  op  dit  terrein  zijner  werk- 
zaamheden vertoeven.  Reeds  in  November  1634  werd  hij  door 
Brouwer  terug  ontboden  onder  allerlei  voorwendsels  *  en  tot 
zgn  opvolger,  onder  den  titel  van  Vice-Gouverneur,  aangesteld 


*  Zie  over  deze  gevangenneming  nog  Documenten,  p,  267,  v.,  287,  v.  Van 
den  Heavel  had  dit  plan  reeds  lang  gekoesterd,  blijkens  zijn  „Verslag"  van 
30  Aag.  1633. 

*  Dit  was  troawens  in  overeenstemming  mei  zijne  Instructie. 
■     Documenten,  p.  266. 

*  Zie  Documenten,  p.  267.  —  Brouwer  voegt  er  nog  bij  in  een  brief  aan 
van  den  Heuvel  van  2  Nov.  1634:  „te  meer  omdat  wg  uit  UE.  brieven  ver- 
nemen, dat  zich  de  zaken  van  Amboina  gansolielijk  tot  den  oorlog  voegen;  en 
om  die  vigoreus  aan  te  vangen"  wordt  van  Deutecom  gezonden.  —  Zie  nog  over 
het  beleid  van  van  den  Heuvel  Documenten,  p.  282. 


'■^X  INLEIDING. 

Jochem  Roelofsz.  van  Deufrecom  ^  (1635—1637),  meer  soldaat  dan 
staatsman.  Tegelijk  met  hem  betrad  Gijsels  opnieuw  het  strand  van 
Amboina,  aan  wien  in  zgn  hoedanigheid  van  Commissaris-visitatenr 
gedurende  zgn  verblijf  aldaar  het  hoofdbeleid  was  toevertrouwd. 
Zij  arriveerden  den  5  Januari  1635  in  deze  streken,  toegerust 
met  een  resolutie  der  Hooge  Regeeriug  van  den  25  November 
van  't  vorige  jaar,  die  hun  de  taak  oplegde,  Lnciëla  aan  te 
tasten  en  te  rnïneeren,  op  Boeroe  aan  de  vijandige  kampopgs 
hetzelfde  lot  te  doen  ondergaan  en  de  Kimelaha's  te  zien  in 
handen  te  krijgen.  Gijsels  was  met  een  verzoenende  gezindheid 
tegenover  Hitoe  vervuld  en  hij  trachtte  dan  ook ,  terwijl  Luciëla 
werd  belegerd,  die  landstreek  te  pacificeeren,  een  poging,  die 
niet  geheel  zonder  vrucht  bleef,  ofschoon  de  groote  massa  der 
üitoeëezen  op  Eakiali's  verlossing  bleef  aandringen.  ^  Daaren- 
tegen moest  het  leger  onverrichter  zake  van  vóór  Luciëla  terug- 
trekken;  de  „beri-beri"  en  andere  ziekten  waren  machtiger 
vijanden  gebleken  dan  de  inlanders  en  Ternatanen  zelf  *.  Men 
besloot  den  31  Maart ,  het  beleg  op  te  breken  * ,  na  de  nagel- 
boomen  op  Hoamohel  te  hebben  vernield,  waardoor  aan  den 
Kimelaha  een  niet  p;eringe  schade  werd  toegebracht.  *  Deze  had 
ondertusschen  de  gansche  kust  van  Cerara  tegen  ons  in  bewe- 
ging gezet  ®  en  zelfs  de  vroeger  met  ons  bevriende  Vorsten 
van  Soemiet  en  Sahoelau  begonnen  in  hun  trouw  te  wankelen. 
Dat  het  jongst  geleden  échec  daarin  geen  verandering  ten 
onzen  gunste  bracht,  behoeft  geen  betoog.  Iha,  Hatoeaha  en, 
op  hun  aanstoken,  het  grootste  deel  der  Oeliasers,  werden  on- 


•  Oijsels  had  liever  zijn  aangetrouwden   neef  Evert  Huift  tot  opvolger  zien 
aanstellen.  (Bocnmenten ,  p.  288). 

*  Docnm enten,  p.  282. 

»  Van  de  700  soldaten  bleven  er  slechts  292  gezond. 

*"  Zie  het  afkeurend  oordeel  van  Qt.  G.  en  B.  in  Documenten  ,  p.  280. 

»  Documenten,  p.  271,  275. 

"  De  Kimelaha  kreeg  ondersteuning   en    ammunitie  van  Bantam.   2ie  over 

den  Bantamschen  handel  op  deze  streken  in  dit  tjdsbestek  Pe  Jongde,  V,  cvn, 


iNLBlliiNG.  LXt 

rustig,  terwijl  de  overigens  goed  gezinde  bewoners  van  Noesa- 
laoet  en  de  met  ons  één  lijn  trekkende  Amboineezen  al  meer 
en  meer  onwillig  werden  over  bet  gedwongen  paogaaien  op  de 
veelvuldige  hongitocbten  ^  en  over  de  hondsche  bejegening 
van  den  kant  onzer  officieren.  De  toestand  verbeterde  niet ,  toen 
in  *t  begin  van  1636  Kakiali  op  last  der  Hooge  liegeering  in 
ketenen  geklonken  naar  Batavia  werd  gezonden  en  een  ons 
toegedaan  üitoeëesch  boofd;  Tanehitoemesseu ,  tot  Kapitein 
Hitoe  werd  aangesteld.  Dit  zette  niet  alleen  op  nieuw  kwaad 
bloed  bij  de  bewoners  van  die  landstreken ;  dit  wekte  niet  alleen 
de  vrees  bg  hen^  dat  al  hunne  Orangkaja's  door  de  Nederlan- 
ders zouden  worden  weggevoerd  ^  maar  dit  verbitterde  den  Ter- 
nataanschen  Sultan  en  zgn  Eaad  nog  meer^  opgestookt  als  zij 
werden  door  den  naar  beu  vertrokken  KimelahaLoehoe^  omdat 
zg  daarin  een  inbreuk  zagen  op  de  rechten  der  kroon  en  dit 
deed  den  invloed  der  Ternatanen  van  Klein-Geram  in  de  Am- 
bonsche  kwartieren  ten  zeerste  toenemen. 

Het  jaar  1636  liet  zich  slecht  aanzien.  De  meeste  Christenen 
van  Lei-Timor  vluchtten  naar  de  bergen,  eveneens  de  bewoners 
van  verschillende  dorpen  op  de  Oeliasers,  die  „  victnalycamer 
van  geheel  Amboina".  Noesalaoet  stond  tegen  ons  gezag  op; 
de  zuidkust  van  Geram  geraakte  al  meer  in  gisting;  Leliato 
won  al  meer  aan  invloed.  ^  Van  Deutecom  verzocht  dringend 
om  hulp  uit  Batavia;  want  de  versterkingen ^  die  bij  van  daar 
en  uit  Banda  had  gekregen;  waren  onvoldoende;  om  onze 
positie  te  handhaven.  Hg  ried  tevens  aau;  Kakiali  in  vrgheid 
te  stellen  en  hem  zijn  oude  waardigheid  op  nieuw  te  doen  aan- 
vaarden. Den  30  December  vertrok  de  inmiddels  opgetreden 
Gouverneur  Generaal  Antonio  van  Diemen  met  een  groote  vloot 
van  17  zeilen ;  bemand  met  ongeveer  2000  koppen,  uit  Batavia. 
Als  medegeleiders  trof  men  Antonie  Gaen  en  Jan  Ottens  op  deze 


.  «     Cf.  Documenten,  p.  289—291. 
'     Cf.  Pocnmenten,  p.  315,  316. 


L?tll  t  N  L  K  I  D  t  N  6. 

yloot  aan.  Ook  Eakiali  bevond  zich  op  deze  armade.  In  Januari 
1637  op  Hoamohel  aangekomen,  besloot  de  Opperlandvoogd , 
onmiddelijk  Lneiëla  aan  te  tasten ,  dat  dan  ook  werd  veroverd 
en  waarvan  de  omtrek  op  nieuw  aan  vernieling  werd  prijs  ge- 
geven. Een  sterke  bezetting  werd  bier  achtergelaten  en  daarop 
werd  Amboina  zelf  bezocht^  waar  nu  spoedig  door  de  verzoe- 
nende houding  van  den  Gouverneur- Generaal  verbetering  in  den 
toestand  viel  te  bespearen,  terwijl  in  Maart  de  Oeliasers  werden 
gestraft  en  tot  onderwerping  gebracht.  In  April  had  van  Diemen 
een  samenkomst  te  Luciëla^  dat  nu  geheel  van  zyn  verster- 
kingen werd  ontdaan ;  met  een  nieuwen  gezant  van  Hamdja, 
den  onlangs  tot  Kapitein  Laoet  verheven  Kaïtsjil  Sibori ;  die  zich 
reeds  vroeger  in  deze  kwartieren  had  opgehouden  en  ons  niet 
ongenegen  was.  Hij  had  dan  ook  van  zgn  Sultan^  die  weer  eens 
van  gevoelen  veranderd  scheen,  bevel  gekregen,  de  zgde  der  onzen 
te  kiezen,  en  Leliato  naar  Ternate  te  brengen.  In  Mei  bracht 
van  Diemen  het  door  zachte  overredingen  zóóver ,  dat  de  meeste 
Orangkaja's,  behalve  die  van  Hitoe,  welke  van  geen  beslissende  on- 
derhandelingen wilden  weten ,  zoolang  Eakiali  niet  was  in  vrijheid 
gesteld,  aan  het  Kasteel  op  een  algemeenen  ,,Landdag"  versche- 
nen en  op  nieuw  den  eed  van  gehoorzaamheid  aflegden.  Aan  den 
anderen  kant  werd  hun  door  den  Gouverneur-Generaal  opheffing 
der  rechtmatige  grieven  beloofd.  Ook  tegenover  die  van  Hitoe 
deed  van  Diemen  een  verzoenenden,  maar  hoogst  gevaarlijken 
stap:  hg  stelde  Kakiali  in  vrijheid;  die  nu,  opnieuw  bekleed 
met  zijn  waardigheid,  met  zgn  voornaamste  dorpshoofden  den 
eed  van  trouw  hernieuwde,  zg  het  dan  ook  met  wrok  in  't 
hart,  een  wrok,  dien  hij  voorloopig  niet  durfde  uiten,  zoolang 
zgn  tegenpartij  zich  zoo  sterk  gevoelde.  Ook  verschillende 
negorijen  op  Hoamohel  ^  en  de  oostkust  van  Groot-Geram 
voegden   zich  weer  aan  onze  zgde.    Den   14  Juni  vertrok  de 


'  o»  a.  Loehoe,  WaiPoeteh,  Laala,  enz*  ^-  Lesidi  volgde  tijdens  het  bewind 
van  Ottens.  —  Eambelo  weigerde.  —  De  eed  van  trouw  werd  afgelegd  aan  den 
N«derl.  Qonverneur  en  aan  Sibori. 


1  N  L  fi  I  D  1  N  C^.  LXlIl 

Opperlandvoogd ,  terw^l  hg  in  plaats  van  van  Deatecom  ^  den  ver- 
zoeningsgezinden  Ottens  (1637 — 1641)  als  Gouverneur  achterliet. 

Nu  begon  Kakiali  al  spoedig  het  hoofd  weer  op  te  steken. 
Hy  bleef  steeds  in  de  bergyesting  Wawani  zgn  residentie  honden, 
knoopte  opnieuw  onderhandelingen  aan  met  Leliato  en  wendde 
zich  met  dezen  om  assistentie  tot  den  Sultan  van  Makassar. 
De  Nederlanders  hadden  de  versterking,  die  zij  bij  Hitoe gehad 
hadden ;  geslecht;  hetgeen  ten  gevolge  had,  dat  nu  onze  bond- 
genooten  daar  waren  overgeleverd  aan  een  mogelijke  wraak- 
neming van  den  Kapitein  Hitoe. 

In  Februari  1638  verscheen  van  Diemen  opnieuw  met  12 
schepen ;  bemand  met  1650  man,  onder  medebevel  van  Gaeu, 
in  de  Ambonsche  wateren.  In  Mei  arriveerde  vóór  Kambelo 
tevens  de  Sultan  van  Ternate,  aan  wien  de  Gouverneur-Oeneraal 
zulks  door  middel  van  Sibori  had  verzocht.  Al  spoedig  was  de 
Opperlandvoogd  in  de  gelegenheid,  Hamdja  aan  den  tand  te 
voelen:  hij  eischte  beslist  verwijdering  der  vreemde  handelaars 
en  de  gevangenzetting  der  beide  Kimelaha's.  De  oosterling 
aarzelde ;  maar  van  Diemen  bleef  aandringen.  Werkelijk  werden 
Loehoe  en  Leliato  in  verzekerde  bewaring  gesteld  in  het  kamp 
van  hun  Vorst ,  en  eenigen  tgd  daarna  werd  de  laatste  aan  de 
Nederlanders  overgeleverd  en  de  eerste  te  kwader  ure  weder 
in  vrgheid  gesteld.  Ten  aanzien  der  vreemde  kooplieden  verzocht 
Hamdja,  dat  hun  de  gelegenheid  zou  worden  gegeven,  uit 
Eambelo  te  vertrekken ,  zonder  vijandelijk  te  worden  aangetast. 
Toen  van  Diemen  dit  toestond,  gingen  onmiddelijk  de  Ban* 
tammers  onder  zeil,  maar  de  overigen  bleven.  Nu  baatte  het 
den  Ternataanschen  Sultan  niet  meer^  dat  hg  Eambelo  nog 
langer  de  hand  boven  't  hoofd  hield:  de  Gouverneur-Generaal 
liet  een  50  vaartuigen  en  ongeveer  200  huizen  aan  het  strand 
verbranden.  Hierna  vertrok  hij  naar  Hila  op  Amboina,  waar 
Hamdja  zich  eenigen  tgd  later  bg   hem  voegde  en  waar  de 


Q»  o.  en  B.  waren  over  a^n  bestuur  niet  tevreden* 


LXiV  t  N  L  Ü  I  o  t  N  6. 

eigenlijke  onderhandelingen  een  aanvang  namen  ^  en  gedurende 
eenige  dagen  (12 — 18  Juni  1638)  werden  voortgezet.  De  limiet- 
scheidingsquaestie  werd  in  de  eerste  plaats  geregeld.    Zonder 
een  recht  van  den  Sultan  daarop  te  erkennen  ^  stond  van  Diemen 
daarbij  aan  hem  af  het  gezag  over  Geram  ^,   Hitoe   en  ver- 
schillende  Moorsche  dorpen  op  de  Oeliasers,  o.  a.  Hatoeaha, 
Kabaoe,    Eailolo,    Iha,    enz.,   onder  beding ,   dat  van  al   die 
plaatsen  de  nagelen  slechts  aan  de  Compagnie  tegen  60  realen  de 
bahar  in  contanten  mochten  worden  geleverd  ^  tot  verzekering  waar- 
van het  den  Nederlanders  vergund  werd;  daar  versterkingen  aan 
te   leggen  en  te  bezetten.  Het  maken  van  proselieten  werd  op 
nieuw  aan  de  contracteerende  partyen  verboden.  Eindelijk  werd 
aan  Hamdja  een  jaargeld  toegekend  van  4000  realen  van  achten. 
Den  28  Juni  lichtte  de  vloot  van  van  Diemen  hare  ankers  en 
keerde  naar  Batavia  terug,   Leliato  gevankelijk  meevoerende. 
De  Gouverneur-Generaal  meende,   nu  het  pleit  te  hebben  ge- 
wonnen; hg  schreef  althans  aan  de  Majores:  ,,UËd.  gelieven  maer 
in  d'Amboinse  saecken  gerust  te  wezen/' 

Geheel  werd  zgn  verwachting  niet  gerechtvaardigd.  Hg  had 
zijn  rekening  opgemaakt  buiten  Kakiali,  den  Kimelaha  Loehoe 
en  de  Ternataansche  Groeten.  De  eerste  had  geweigerd,  mis- 
schien uit  wantrouwen,  de  onderhandelingen  te  Hila  bg  te 
wonen ;  hg  verkocht  weer  de  nagelen  aan  de  Maleiers  en  andere 
vreemde  handelaren;  hg  vroeg  op  nieuw  hulp  aan  Makassar, 
deed  zelfs  een  strooptocht  tegen  het  met  ons  bevriende  Loehue 
en  verbond  zich  met  den  Kimelaha,  Deze  had  zich  na  zijne  in- 
vrgheidstelling  weder  op  Kambelo  versterkt  en  verzette  zich 
tegen  Hamdja,  die  op  zgn  terugreis  naar  Ternate  die  plaats 
wilde  aandoen  ^,  door  hem  den  toegang  te  weigeren  en  door 


*  Zie  Valentgn,  Amboina,  b.  p.  118—122. 

*  De  streken,  die  in  1606  by   de  verdrgving  der  Portugeezen  door  Steven 
Tan  der  Hagen  aan  die  natie  hadden  toebehoord,  bleven  nn  aan  de  Nederlanders. 

*  Zie  echter  Documenten ,  p.  386. 

*  Cf.  Documenten,  p.  876,  386. 


j 


INLEIDING.  LXV 

tegen  de  Loeboeëezen  gewapenderhand  op  te  treden.  Een  poging 
van  Ottens  in  April  1639 ,  om  hem  te  tuchtigen^  mislukte. 
Rustig  was  het  dus  in  de  Ambonsche  kwartieren  nog  niet;  maar 
in  den  algemeenen  toestand  der  Compagnie  was  zoo'n  belang- 
rgke  vooruitgang  te  bespeuren  ^  dat  Gouverneur-Generaal  en 
Raden  den  18  December  van  dat  jaar  aan  de  XVII  konden 
schrgven :  „  Den  tyt^  God  loff ;  is  geboren ,  dat  met  d'  een  noch 
d'  ander  langer  behoeven  te  simuleeren  "  ^ . 

„Met  d*  een  noch  d'  ander":  niet  meer  met  de  bewoners 
der  Ambonsche  eilanden;  niet  meer  met  de  Ternatanen.  Had 
van  Diemen  reden  ^  de  laatste  in  één  adem  met  de  eerste  te 
noemen? 

Gedurende  Hamdja's  verblijf  op  Amboina  was  de  oorlog  met 
de  Spanjaarden  en  Tidoreezen  weer  „slappelijck  vervolght". 
Men  paaide  den  Nederlandschen  Gouverneur  met  des  Sultans 
terugkeer ;  en  de  goede  gezindheid;  een  oogenblikkelgk  gevolg 
der  aan  de  Teruataansche  Rijksgrooten  ter  hand  gestelde 
geschenken,  had  al  spoedig  weer  een  eind  genomen.  Vooral  de 
nieuwe  Djogoegoe,  Eaïtsjil  Moesa  ^^  en  de  Hoekom  Limoeri 
leidden  de  oppositie  tegen  de  onzen  en  ook  de  overige  aan- 
zienlgken  waren  in  den  laatsten  tgd  zoo  stoutmoedig  geworden , 
dat  zg,  als  de  Sultan  niet  naar  hun  pgpen  wilde  dansen,  zich 
niet  ontzagen ,  zgne  bevelen  in  den  wind  te  slaan  en  zich  tegen 
hem  te  verzetten  ^.  Toch  verhinderde  dit  nog  niet,  dat  het 
contract  tnsschen  van  Diemen  en  Hamdja  gesloten,  mede  door 
hen  werd  onderteekend,  voorzoover  dit  niet  reeds  op  Ambon 
was  geschied.  Maar  in  Ternate  was  men  nooit  voor  verrassingen 
gevrgwaard.  In  Mei  1639  trachtten  de  Tidoreezen  op  nieuw 
een  verbond  met  hun  nabuur  en  de  Nederlanders  aan  te  gaan, 


*  Documenten,  p.  388. 

*  Docnmenten,  p.  291.  —  Cf.  p.  116,  121. 

*  Documenten,  p.  371,  v. 

N.  B.  II.  V. 


LXVl  I  N'  L  B  I  D  I  N  6. 

om  gezamenigk  tegen  de  Spanjaarden  op  te  treden  >•  Van 
Broeckom  wilde  zich  met  deze  onderhandelingen  echter  niet 
inlaten,  'tgeen  niet  belette,  dat  de  Sultan,  daartoe  aangespoord 
door  zijn  Baad,  besloot,  vrede  met  Tidore  te  sluiten.  Bg  die 
gelegenheid  nu  bleek,  dat  deze  beide  volkeren  desnoods  ge- 
meene  zaak  zouden  maken,  om,  als  zg  zich  daartoe  in  staat 
gevoelden,  ons  uit  de  Ambonsche  kwartieren  te  verjagen  ^. 
Ook  was  het  aan  geen  twgfel  onderhevig,  of  de  Eimelaha  Loehoe, 
begunstigd  door  de  Temataansche  Groeten ,  werd  op  nieuw  door 
zijn  Vorst  in  genade  aangenomen,  in  plaats  van  gestraft  te 
worden  voor  den  smaad,  dezen  aangedaan.  Van  Broeckum's 
positie  was  in  deze  dagen  zeer  zeker  niet  bengdenswaardig  en 
een  bgtgds  vergdelde  aanslag  op  onze  vestigingen  op  Makian 
in  October  1630,  en  eenige  verwikkelingen  tusschen  den  Sultan 
van  Batsjan  en  zgn  onderdanen ,  waarin  ook  de  Gouverneur  werd 
betrokken,  maakten  zgn  taak  niet  aangenamer.  Hg  overleed  den 
25  Februari)  1640. 

Behalve  met  Amboina  had  de  Ternataan  het  nog  steeds  te 
stellen  met  den  Sultan  van  Makassar,  die  gaandeweg  in  machten 
aanzien  toenam  en  daardoor  gaandeweg  driester  optrad.  Boeton 
was  nog  steeds  de  point  de  mire  van  dien  Vorst.  Hendrik  Brouwer 
wilde  den  Badja  van  dat  eiland  niet  in  den  steek  laten,  ofschoon 
deze  Gouverneur-Generaal  het  niet  eens  was  met  zgn  voor- 
ganger Specx,  die  tot  eiken  prgs  den  overmoedigen  heerscher 
van  Celebes'  zuidwestkust  wilde  tot  reden  brengen.  Integen- 
deel :  hg  wilde  vooreerst  niets  weten  van  vgandelgkheden  tegen 
Makassar ,  te  meer  daar  wg  in  den  Maleischen  Archipel  in  die 
dagen  onze  handen  vol  genoeg  hadden  ^.  Toch  lokte  het  denk- 
beeld van  Specx  op  zich  zelf  hem  wel  aan,  vooral  omdat 
gemelde  stad  der  Compagnie  zooveel  kwaad  berokkende,  door 


^    Dit  was   voor  de  Spanjaarden  een  motief,  om  den  Sultan  van  Tidorëte 
vermoorden  (Documenten,  p.  381 — 383). 

*    Documenten,  p.  372,  vv. 

'    Missive  aan  de  XVII  van  1  Dec.  1632. 


INLEIDING.  LXVIl 

den  handel  op  Amboina  ^,  gedreven,  zoo  al  niet  in  hoofdzaak 
door  hare  inwoners,  dan  toch  door  de  vreemde  kooplieden,  die 
in  hare  veste  een  veilige  wgkplaats  vonden.  Buitendien  kreeg 
de  vrees ;  dat  de  Sultan  aanslagen  voorhad  op  onze  nederzet- 
tingen in  zgn  nabgheid ,  meer  en  meer  de  overhand.  Werkelyk 
werd  dan  ook  den  26  November  1633  door  de  Hooge  Begeering 
besloten,  de  sta.d  met  een  aantal  schepen  te  trachten  in  te  slui- 
ten ^ ,  om  daardoor  den  nekslag  toe  te  brengen  aan  hare  commercie 
op  de  nagel-  en  noteneilanden,  op  Malaka,  Macao  en  Manila  3. 
De  vrees  voor  die  blokkade  noopte  den  Sultan ,  Boeton ,  dat  hij 
had  aangevallen;  te  verlaten,  echter  niet  dan  na  de  kleine 
negorgen  op  dat  eiland  te  hebben  vernield  en  het  aan  gebrek 
te  hebben  prgsgegeven.  Op  Boeton  zelf  bestond  een  Makassaars- 
gezinde  partg,  die  gebeten  was  op  de  Nederlanders,  omdat 
Ggsbert  van  Lodensteyn,  die  in  September  1633  het  eiland 
op  zijn  terugreis  van  de  Molukken  naar  Batavia  aandeed,  dd&r 
den  oudsten  zoon  van  den  overleden  Radja  tegen  den  zin  van 
die  factie  tot  diens  opvolger  had  aangesteld  *.  Deze  partg  schreef 
tevens  de  ygandelgke  houding  van  den  Sultan  van  Mahassar 
toe  aan  de  goede  verstandhouding  met  de  Compagnie. 

In  Februari  1634  dan  werd  tot  de  „bezetting"  van  Makassar 
overgegaan  *  door  middel  van  een  vloot,  onder  bevel  van  van 
Lodenstejcn  ®,  aan  wien  de  „schipper"  Gerrit  Thomasz.  Pool 
was  toegevoegd  tot  het  doen  van  hydrographische  opnemingen 
in  't  vaarwater  tnsschen  Poeloe  Laoet  en  de  westkust  van 
Gelebes.    De  Sultan  had  echter  zijn  maatregelen  genomen,  om 


->  Ook  op  de  Molukken  werd  handel  gedreven.  (Documenten,  p.  246).  —  Over 
den  handel  op  A.mbon,  ons  recht  om  dien  te  beletten  en  over  een  ander  middel 
om  de  Makassaren  daarvan  af  te  honden  zie  Documenten,  p.  288,  289,  281,  262. 

'  Die  blokkade  was  den  30  Aug.  1633  door  van  den  Heuvel  in  z^n  „Verslage* 
aangeraden. 

•  Documenten,  p.  260,  261. 

•  Dit  was  reeds  plechtig  door  Pieter  Both  beloofd. 
»  Documenten,  p.  252 — 256. 

•  t  1634-  (Van  Dijk:  Bomeo,  p.  23,  noot  1). 


LXX  INLEIDING. 

wolkjes  kwamen   opzetten  van   den   kant  der  Kleine-Soenda- 
eilanden. 

Nadat  gedurende  eenige  jaren  onze  commerciëele  relatiën  met 
Solor  en  Timor  waren  aangehouden  door  middel  van  gaande 
en  komende  schepen,  nadat  echter  in  1634  en  1635  de  handel 
daarop  geheel  was  gestaakt  j  omdat  hij  geen  voordeel  meer  gaf; 
Yooral  daar  het  moeilgk  yiel  tegen  de  handige  Portugeezen  in 
deze  streken  te  concurreeren  ^,  werden  in  Februari  1636  de 
Commandeur  Jan  Tombergen  en  de  Vice-Gommandeur  Herman 
Woutersz.  op  nieuw  met  een  kleine  vloot  uitgezonden,  om  in 
die  kwartieren  den  Europeeschen  vgand  te  molesteeren  en  een 
partg  sandelhout  op  te  doen  ^.  Het  laatste  gelukte  hun  vrg 
wel  en  ook  maakten  zij  het  den  vijaudelijken  handelsvaartuigen 
lastig  genoeg  ^,  maar  een  poging,  om  de  Portugeesche  ver- 
sterking op  Lamakera  te  veroveren,  mislukte.  Het  fort  Hen- 
ricus  ^  was  weder  door  den  vijand  verlaten,  maar  vanDiemen 
was  er  niet  toe  te  bewegen,  om  het  verzoek  van  een  viertal 
Soloreesche  „Ambassadeurs",  met  Tombergen  naar  Batavia 
gekomen ,  in  te  willigen ,  strekkende ,  op  nieuw  een  Nederlandsch 
garnizoen  daar  te  vestigen.  De  Commandeur  had  van  de  ge- 
legenheid, die  deze  tocht  hem  bood,  gebruik  gemaakt,  om  het 
eiland  Flores  te  bezoeken  en  te  trachten,  daar  den  handel  in 
kaneel,  padi,  zwavel,  enz.  in  handen  te  krggen.  Het  resultaat 
was  niet  ongunstig,  te  meer  omdat  een  dertigtal  dorpen  vrg- 
willig  den  eed  van  trouw  aan  de  Compagnie  aflegden.  Dit  wekte 
op  tot  het  instandhouden  der  relatiën ,  zoodat  dezelfde  vlootvoogd 
in  het  laatst  van  1636  en  in  het  begin  van  1637  al  weder  die 
eilanden  bezocht  ^.  Veel  minder  dan  deze  tochten  slaagde  die 
van  November  1637  onder  Tombergen  en  Jacob  Coper,  die  op 


^  Docnmenten,  p.  286. 

»  Docnmenten,  p.  309 — 314. 

*  Documenten,  p.  310. 

*  Zie  hiervóór  p.  li. 

*  Documenten,  p,  328,  329. 


INLEIDING.  LXXI 

grootere  schaal  was  aangelegd  en  tevens  ten  doel  had  pogingen 
aan   te  wenden  tot  kerstening  der   „Endenese    ende   andere 
volckeren  in  die  quartieren"  ^   De  teleurstelling  was  vooral 
groot   ten  aanzien  van  Flores^  omdat  de  verwachting  van  het 
voordeel ,  dat  onze  handel  van  dat  eiland  kon  trekken ,  nog  al 
hoog  was  gespannen  ^.   Toen  dan  ook  in   1638  en  1639  de 
„Capiteyn"  Willem  Adriaansz.  Verbeek ,  ter  wille  van  de  sandel- 
honinegotie  met  Timor  naar  dat  eiland  en  naar  Solor  werd  afge- 
vaardigd, werd  van  Flores  weinig  of  geen  werk  meer  gemaakt  *. 
Bij  den  handel  op  die  eilanden  ^  waren  behalve  de  Makas- 
saren  natnnrlgk  de  Portageezen  onze  groote  concurrenten.    Om 
minder  gevaar  te  loopeui  van  bij  de  scheepstochten  daarheen 
met  de  Nederlanders  in  vgandelijke  aanraking  te  komen,  voeren 
de  Portageezen  onder  Makassaarsche  vlag  en  op  naam  van  eenige 
machtige   Makassaarsche   edellieden,    zelfs  op  naam  van  den 
Sultan.   Indien  nu  onze  zeelieden  een  dergelgk  vaartuig  ver- 
overden ,  wendden  zich  die  aanzienlijke  personages  om  schadever- 
goeding tot  de  Hooge  Regeering.  Dit  kon  aanleiding  geven  tot 
moeielgkheden   en  het  deed  dat  dan  ook  werkelgk  in  1639, 
'tgeen  zich  des  te  ernstiger  liet  aanzien ,  omdat  de  oude  Sultan 
was  overleden   en  het  de  vraag  was,  of  zyn  opvolger  op  een 
goede  verstandhouding  met  Batavia  zou  gesteld  zgn.  De  flinke 
houding  echter  van  het  Algemeen  Bestuur  en  van  den  Koopman 
Eerckringh  en  de  vriendschappelijke   van   den   Sultan  en  zgn 
Groeten  ruimden  de  zwarigheden  uit  den  weg  ^. 


*  Documenten,  p.  352 — 354. 

*  Over  een  gezantscliap  van  Ende  zie  Documenten ,  p.  354. 

*  Documenten,  p.  392—394.  —  Verbeek  mocht  echter  op  dat  eiland  aan 
lasnd  zetten  den  ziekentrooster  Sipke  Wobkens  en  een  inlandsoh  schoolmeester 
tot  voortplanting  der  Christelgke  religie. 

*  Verder  werd  gehandeld  op  Bali  (rijst,  varkens,  zout),  Lombok  (r^st), 
Bima  op  Soembawa  (rjjst),  Rotti  (paarden),  enz.  —  Over  Bali  zie  de  Jonge  V. 
p.  201 — 204.  —  Bima  was  in  1633  veroverd  en  verwoest  door  de  Makassaren, 
omdat  de  inwoners  waren  opgestaan  tegen  hun  Vorst,  zwager  van  den  Sultan 
yan  Makassar. 

*  Documenten,  p.  393—395. 


LXXII  I  N  L  E  I  O  I  N  G 

De   toestand  in   den   oosthoek  van  den  Maleischen  Archipel 
mocht   dus   ongeveer    1640   tamelgk   bevredigend   worden  ge- 
noemd.  Wel  moesten   de   Nederlanders  op  bun  qui-vive  zgn  in 
de  Mol  ukken ;   wel   was   Amboina  nog  niet  rustig,  maar  ver- 
geleken  met  eenige  jaren   vroeger  viel   er  in  laatstgenoemde 
eilandengroep  zeker  geen  achteruitgang  op  te  merken  en  ook 
in  de  Molukken  werd  ongetwijfeld  ernstig  rekening  gehouden 
met  de  Compagnie.   Zoo  langzamerhand  begon  het  plan  van 
Goen  te  worden  verwezenlgkt,  dat  hg  eens  ^  aldus  in  woorden 
bracht:   ^Ons  bedunckens  is  de  beste  raedt,  dat  ons  vooreerst 
soo  veele  mogelgck  van  Banda  ende  Amboina  sien  te  verseeckeren 
ende  de  Tarnatanen  't  hoofd  in  de  Molucos  bieden". 

Ook  Banda  toch  begon  omstreeks  genoemd  jaar  „als  een 
Nederlandsche  Colonie  sich  op  te  doen",  en  al  was  de  finan- 
ciëele  toestand  nog  verre  van  schitterend,  achteruit  ging  hg 
toch  ook  niet  meer.  Deze  eilandengroep  had  bij.  de  onzen  in 
die  dagen  geen  gunstigen  naam.  Nog  in  1632  werd  het  gequa- 
lificeerd  als  zeer  geschikt  voor  een  verbanningsoord  voor  het 
„uitschot",  waaraan  de  Raad  van  Justitie  het  ver  blgf  te  Batavia 
ontzegde.  Van  Raembnrch  deed  wat  hij  kon,  om  den  bloei  van 
het  land  te  bevorderen.  Daarom  stuitte  het  hem  tegen  de  borst , 
toen  hij  nogmaals  ^  door  Hendrik  Brouwer  werd  gelast,  het 
voor  de  „vrge  luyden"  zoo  schadeiyke  plakkaat  tegen  den  par- 
ticulieren handel  ten  uitvoer  te  leggen  ^;  daarom  ging  hg  er 
noode  toe  over,  om  het  aanplanten  van  nieuwe  notenboomen  * 
te  verhinderen,  ja!  de  bestaande  te  vernielen,  om  in  de  plaats 
daarvan  andere  vruchtboomen  aan  te  kweeken  en  „beestiaal'' 
te  fokken  ^.  Ëen  anderen  hem  door  den  Gouverneur-Generaal 
aanbevolen  maatregel,  om  nl.  de  garnizoenen  en  de  „  burgerg " 


Coen  aan  de  XVII,  3  Nov.  1628. 

Zie  hiervóór,  p.  l. 

Cf.  de  JoDge,  V,  cm,  civ. 

Zie  hiervóór,  p.  l. 

Cf.  Bocumenten ,  p.  268. 


INLEIDING.  LXXIII 

van  Poeloe  Run  en  Rosengein  te  lichten,  legde  hij,  in  overleg 
met  den  Commissaris- visitateur  van  den  Heuvel  ^,  echter  niet 
ten  uitvoer,  uit  vrees,  dat  deze  eilanden  dan  een  schuilplaats 
zonden  worden  voor  de  Bandaneesche  slaven,  die  nog  steeds 
door  hunne  vroegere,  nu  op  Ceram  gevestigde,  landgenooten 
werden  weggevoerd  ^. 

Na  zgn  dood  in  December  1633  werd  hg  opgevolgd  door 
Cornelio  Acoley  (1633 — 1642),  Opperkoopman  te  Nera.  Onder 
diens  bestuur  werden  de  handelsbetrekkingen  van  Banda  met 
Ceram  Laoet,  Qoram  ^  enz.  levendiger  *.  De  van  die  eilanden 
aangevoerde  sago  en  andere  levensmiddelen  bespaarde  der  Com- 
pagnie aanzienlijke  sommen,  die  zonder  dat  aan  rgst  moesten 
worden  besteed.  Ook  met  de  Kei-  en  Aroeeilanden  waren  de 
relatiën  zóó  goed,  dat  eenige  der  voornaamste  Orangkaja's  van 
Groot  Kei  Jn  1634  het  voorstel  deden,  dat  de  Nederlanders 
daar  een  steênen  huis  zonden  bouwen  en  scholen  oprichten, 
ja!  dat  in  1635  een  verzoek,  om  in  de  Christelgke  leer  te 
worden  onderwezen,  van  hen  uitging  «.  Er  werd  dan  ook  be- 
sloten, den  predikant  Jan  Jansen  Priserius  „met  drie  stightelijcke 
Nederlanders"  daarheen  te  zenden.  Deze  poging  mislukte  echter 
geheel  «. 


*  Zie  over  hem  in  Banda  documenten,  p.  267. 

*  Langzamerhand  werd  Banda  geheel  van  zgne  vroegere  bewoners  beroofd. 
Telken  jare  werden  erbij  tientallen  naar  Batavia  gevoerd,  wier  plaatsen  werden 
aangevuld  door  slaven  van  Bengalen,  de  kust  van  Malabar  enz.  In  1637  waren 
er  nog  430  Bandaneezen  over.  —  Cf.  Documenten,  p.  264. 

»  Documenten  p.  246,  267,  268,  286.  —  Niet  altijd  echter  waren  die  betrek- 
kingen van  vriendschappeiyken  aard. 

^  Zie  over  scheepstochten  naar  Tenimber  en  Nieuw-Guinea  Documenten  p.  286 , 
297,  318,  389  en  Hr.  van  Dijk:  Mededeelingen  uit  het  Oost-Indisch  Archief  en 
Keerlands  betrekkingen  met  Bomeo. 

*  Documenten,  p.  286,  286. 

*  Documenten,  p.  294,  296,  318. 

Over  de  pogingen  der  Engelschen  om  Poeloe  Run  te  bezetten  zjjn  de  Docu- 
menten duidelgk  genoeg,  (p.  302—303,  347—361). 


LXXIV  INLEIDING. 

V. 

De  minder  aangename  verhouding,  die  er  tnsschen  de  Neder- 
landers en  de  regeering  van  Djambi  bestond,  deed  een  toenadering 
van  den  Sultan  van  Palembang  tot  de  onzen  in  1632  een  zeer 
welkome  ontvangst  te  beurt  vallen.  Hendrik  Brouwer  zond  dan 
ook  al  spoedig  een  jachtdaarheenonder  bevel  van  Adr.SonniuS; 
niet  zoozeer  in  de  hoop ,  daar  winstgevende  handelsbetrekkingen 
aan  te  knoopen,  als  wel,    ,,  om  der  Jambinezen  zware  lasten 
en  quellingen  wat  in  te  binden."  Zeer  vriendschappelijk  kon 
echter  onze  verhouding  met  genoemden  Vorst  niet  zijn,  omdat 
hg  in  nauwe  relatie  stond  tot  den  Mataram,  die  via  Paiembang 
zgne  schepen  met  vivres,  vooral  met  rijst,  zond  naar  Malaka, 
dat  zgn  hulp  tegen^Atjeh  had  gevraagd.  In  Djambi,  waar  in  1633 
Tresel  werd  opgevolgd  door  Jan  Pietersen  de  Gratie  (1633 — 1634), 
heerschte   nog   altgd  ontevredenheid  over  de  troonsopvolging, 
maar  nog  in  dat  jaar  hield  Batoe  ^ )  Maes  met  vaste  hand  de 
teugels  van  't  bewind,  daarin  geholpen  door  haar  broeder,  den 
Sultan   van   Palembang,   ofschoon   haar   zoon  in   naam  aan  't 
hoofd  van  het  rijk  stond.  De  Mataram  had  zgne  blikken  ook 
naar   deze    streken   gericht,    waarom  de   Gouverneur-Generaal 
in   1635   eenige  versterking  naar  Djambi  zond.  Toch  was  er 
sprake   van,  den  Nederlanders  het  verblgf  in  dat  land  te  ont- 
zeggen, om  daarmede  dien  Javaanschen  heerscher  te  believen. 
Omstreeks   dien   tijd  werd  meer  en  meer  de  invloed  merkbaar 
van  den  jongeren  broeder  van  den  Sultan,  van  den  Pangéran 
Aria   ^),  die,  terwijl  de  Pangéran  Anom  met  zgn  echtgenoote 
den  tijd  in  Palembang  zoek  bracht,  gesteund  door  eenige  be- 
vriende Groeten  diens  plaats  begon  in  te  nemen,  zonder  voor- 
loopig   den   titel   te   dragen.    Het    was  de  politiek  der  Hooge 
Begeering  te  Batavia,  oneenigheid  te  zaaien  tusschen  Batoe  Maes 
en  hare  zonen  en  dit,  gevoegd  bij  de  onhandigheid  van  Gornelis 


Op  p.  XXXI  staat  foutief  Dato  Maes. 
Zie  hiervóór  p.  xxxi. 


INLEIDING.  LXXV 

yan  Bonten  (1634 — 1636) ;  den  opvolger  van  de  Gratie^  maakte, 
dat  onze  positie  er  niet  op  verbeterde.  Bnitendien  vonden  de 
kleeden,  die  wij  te  koop  aanboden  aan  de  bewoners  der  bin- 
nenlanden, die  de  peper  aanbrachten,  minder  aftrek  dan  die 
der  Engelschen  en  trachtten  de  Djambiërs  den  prijs  der  peper  te 
verhoogen,  waartegen  zoowel  wg  als  onze  gevaarlgke  conenr- 
renten  in  verzet  kwamen.  In  1636  deed  de  Pangéran  Anom  voor 
goed  afstand  van  de  regeering  ten  behoeve  van  zijn  broeder 
en  vestigde  zich  te  Palembang.  Die  stad  werd  opnieuw  zóó  dmk 
bezocht  door  de  Mataramsche  schepen  bestemd  voor  Malaka, 
dat  Gonverneur-Generaal  en  Baden  in  December  1635  een  vloot 
onder  bevel  van  Gomelis  van  Masegck  ter  betengeling  van  dien 
handel  naar  Palembang  en  Banka  zonden.  De  vijandelijke  vaar- 
tuigen hadden  echter  de  Portngeesche  stad  niet  kunnen  bereiken 
door  de  waakzaamheid  van  den  vlootvoogd  Goper,  die  haar 
insloot  en  waren  onverrichterzake  naar  Java  teruggekeerd.  De 
vrees  voor  den  Mataram  bleef  daarom  echter  niet  minder  groot 
bij  den  Sultan  van  Palembang,  die  nu  ernstig  onze  hulp 
verzocht  en  in  dat  geval  aan  ons  het  pepermonopolie  en  het 
bouwen  eener  loge  voor  onze  kooplieden  aanbood,  't  geen  wij 
afsloegen,  omdat  wij  geen  vertrouwen  in  hem  stelden.  Djambi 
echter  werd  door  dezelfde  vrees  bewogen,  onderhandelingen 
met  den  Mataram  aan  teknoopen,  ofschoon  onze  handelsrelatiën 
met  dat  land  beter  waren  geworden,  sedert  van  Houten  door 
Lucas  de  Vogel  was  vervangen,  die  zich  bemind  wist  te  maken  bg 
de  Groeten  des  lands,  zonder  daarom  's  Compagnies  belangen 
te  verwaarloozen.  Buitendien  zonden  Gouverneur- Generaal  en 
Raden  in  1637  den  Commandeur  Pauius  Croocq  als  buitenge- 
gewoon  gezant  met  een  geschenk  aan  den  Sultan.  '  Deze  vond 
dien  heerscher  druk  bezig,  om  te  trachten,  aan  zijn  ouderen 
broeder,  den  aan  den  opium  verslaafden  Pangëran  Anom,  de 
kroon  te  verschaffen  van  Palembang ,  welk  rgk  hoe  langer  hoe 


Pocumenten ,  p.  329. 


\ 


LXXVI  INLEIDING. 

meer  onder  den  invloed  van  den  Mataram  kwam  te  staan.  Het 
baatte  den  Pangéran  Aria  dan  ook  niets;  met  behulp  van  den 
Javaanschen  Vorst  werd  de  tegenstander  van  den  Djambischen 
ex-snitan  in  't  bezit  van  den  Palembangschen  troon  gelaten  ^ 
Niettegenstaande  den  invloed  van  den  Mataram  was  deze  Sultan 
ons  genegen;  nam  althans  den  schgn  daarvan  aan,  zoodat  in 
1637  en  volgende  jarqn  onze  handel,  gedreven  door  middel 
van  een  jacht  onder  Pieter  Sourij ,  goede  resultaten  opleverde , 
en  de  Vorst  opnieuw  ^  steeds  zonder  supces,  ons  het  bouwen 
eener  loge  aanbood  ^.  Daarentegen  werd  het  Engelsch  kantoor 
in  z^n  rijk  gelicht. 

Met  Indragiri  bleven  onze  relatiën  van  vriendschappel^ken 
aard;  maar  de  handel  leverde  weinig  voordeelen  op,  omdat  dit 
land  voortdurend  op  voet  van  oorlog  verkeerde  met  de  bewoners 
der  binnenlanden  en  met  Atjeh.  Ofschoon  de  Sultan  van  laatst- 
genoemd rijk  oDze  commercie  op  de  Westkust  van  Sumatra  ^, 
waar  wg  toch  reeds  meer  dan  vroeger  te  strgden  hadden  met  de 
concurrentie  der  Engelschen  *,  bemoeilijkte ,  werd  de  Compagnie 
toch  door  een  band  aan  dien  Vorst  gebonden,  die  van  gelgke 
belangen.  Beide  toch  richtten  hunne  blikken  naar  het  Maleisch 
schiereiland ,  de  eene ,  omdat  zg  in  het  ontweldigen  van  Malaka 
aan  de  Portugeezen  hoe  langer  hoe  meer  heil  zag,  de  ander, 
omdat  hg  besloten  was,  zgn  gezag  over  geheel  die  landstreek 
uit  te  breiden.  Tot  zooxrer  liepen  de  belangen  dus  samen,  maar 
over  de  wgze  van  uitvoering  heerschte  te  veel  verschil  van 
opinie ,  om  gemakkelgk  tot  een  gezamenlgk  optreden  te  besluiten. 
Atjeh  zou  gaarne  zien,  dat  eerst  Djohor  onder  den  voet  geraakte ; 
wg  wilden  juist  die  beide  landen ,  waarvan  het  laatste  in  dezen 


^    Documenten,  p.  361. 

*  Documenten,  p.  361^363. 

'     Wij  handelden  daar  op  Indrapoera,  Padang,  Sillida  (goud). 

*  Onze  munt  was  er  niet  gewild:  de  verschillende  soorten,  veroorzaakt  door 
liet  verschil  in  muntplaatsen ,  waar  zg  waren  geslagen,  wekten  wantrouwen,  — 
Ook  de  Chineezen  waren  kier  mededingers. 


I  N  L  fe  1  t)  I  N  o.  LXXVII 

tgd  een  aangename  bonding  tegenover  ons  aannam  S  tegen 
elkander  in  balans  bonden  en  lieten  den  nadruk  vallen  op  de 
verdrgving  der  Portngeezen  nit  bnn  gewicbtige  stelling.  Maar 
beiden  koesterden  ook  dezelfde  vrees:  met  leede  oogen  zonde 
een  van  ben  bet  aanzien^  als  de  ander  door  de  toekomstige 
gebeurtenissen  tot  grootere  macbtsont wikkeling  zon  komen. 
Hoewel  er  onderbandeld  werd  over  elkaar  te  verleenen  bnlp^ 
gingen  tocb  voorloopig  de  beide  partgen  baars  weegs.  In  1635 
ondernam  Atjeb  weer  een  expeditie  tegen  Djohor  en  Pabang  ^, 
terwgl  de  Compagnie  sedert  1633  de  Malakscbe  wateren  scberp 
liet  bewaken.  Maar  ook  overigens  lieten  de  Nederlanders  zicb 
aan  Atjeb  gelegen  liggen :  de  peper  was  nog  altgd  voor  ben 
een  lokaas,  ofscboon  zij  ook  bier  de  niet  licbt  te  tellen  con- 
currentie met  de  Mobammedanen  van  Suratte,  de  kusten  van 
Malabar  en  Eoromandel,  Bengalen,  enz.  badden  te  dragen  ^. 
In  1636  overleed  de  Sultan  van  Atjeb  en  liet,  bij  gebreke 
van  mannelgke  nakomelingen,  de  kroon  na  aan  zijn  scboon- 
zoon,  een  Pabanscben  Prins.  Dit  feit  deed  de  boop  der  Por- 
tngeezen, om  de  vriendscbap  der  Atjebers  te  winnen,  weer 
levendig  worden  en  onmiddelgk  werd  door  ben  een  ambassade 
gezonden,  om  bnn  slag  te  slaan.  Te  vergeefs  ecbter:  ook  de 
nieuwe  Vorst  sloot  zicb  aan  bg  de  politiek  der  Nederlanders 
en  trad  vgandelgk  tegen  bunne  tegenstanders  op  *.  Zelfs 
scbenen  de  plannen  tot  een  gezamenlijk  optreden  tegen  Malaka 
hunne  verwezenlgking  naderbg  te  komen  ^,  terwgl  in  1638 
de  Sultan  aan  de  onzen  allerlei  voordeelige  concessies  deed  ten 
beboeve  van  den  bandel  op  zgn  rgk  en  op  Sumatra's  West- 


'     Zie  OYer  de  houding  van  Pahang  Documenten,  p.  831,  332. 

*  Cf.  E.  Netscher:  De  Nederlanders  in  Djohor  en  Siak  (Batavia  1870),  p. 
82  en  noot  1). 

*  Documenten,  p.  307,  808. 

*  Over  de  verhouding  tusschen  Atjeh  en  de  Portugeezen  van  Malaka  zie 
men  Documenten,  p*  364,  365  en  Bréard:  Histoire  de  Pierre  Berthelot,  Préface, 
d.  20  en  Histoire,  p.  81-^104. 

*  Documenten,  332,  354. 


LXXVIII  INLEIDING. 

kast  ^.  Toch  bleven  zgne  toerastingen  in  de  eerste  plaats 
gericht  tegen  de  Maleische  staten  op  het  schiereiland ,  waartoe 
deze  Sultan  zich,  door  zijn  bloedverwantschap  met  den  Pahan- 
schen  Vorst,  die  volgens  hem  ten  onrechte  op  den  troon  zat  ^, 
die  hem  zon  competeeren ,  nog  meer  dan  zyn  voorganger  vond 
aangewezen.  Ook  Djohor  liet  hij  niet  met  rnst,  ook  niet,  nadat 
de  betrekkingen  tasschen  Nederland  en  dat  rgk  steeds  gunstiger 
waren  geworden,  na  dit  zich  van  de  Fortugeesche  politiek 
ging  afkeeren.  In  1639  beproefden  flfoavemear-Generaal  en 
Baden  nog  eens,  Atjeh  tot  een  aanval  op  Malaka  te  bewegen, 
waartoe  zg  Fanlus  Groocq  als  expres  gezant  daarhenen  zonden, 
maar  opnienw  had  de  Saltan  een  exceptie  gereed,  opnieuw 
wilde  hg  eerst  zijn  plan  doorzetten  en  met  Djohor  afrekenen, 
na  Fahang  met  zijn  krijgsbenden  te  hebben  bezocht.  In  dien 
strgd  hield  de  Compagnie  zich  op  verzoek  der  Djohorieten 
neutraal,  nadat  deze  vijandelgk  tegen  de  Fortugeezen  waren 
opgetreden  *.  Nog  in  1639  werd  aan  den  machtigen  Sultan 
van  Sumatra  door  zgn  tegenstander  in  een  zeegevecht  een 
neerlaag  toegebracht  en  pogingen  om  een  verzoening  tot  stand 
te  brengen  baatten  niet,  te  meer  nu  beide  rijken  aanspraak 
gingen  maken  op  Fahang.  In  die  twisten  scheen  zich  in  1638 
ook  Fatani  te  willen  mengen  * ,  zoodat  het  er  geheel  naar 
aitzag,  dat  het  Maleisch  schiereiland  en  Sumatra  het  tooneel 
zouden  worden  van  een  bellum  omnium  contra  omnes. 

Wij  hebben  Antonie  Caen  verlaten,  toen  deze  in  1632  den 
tocht  naar  Fatani  en  Siam  aanvaardde  ^.  Den  20  Augustus 
landde  hg  in  eerstgenoemd  rijk,  waar  hij  de  bewoners  zeer 
verarmd  vond,  't  geen  hg  toeschreef  aan  het  „naerblgven  van 
den  Nederlandschen  handel'',   dat  het  staken  der  Ghineesche 


*  Documenten,  p.  354  en  noot  3),  355. 

*  Documenten,  p.  357. 

*  Documenten,  p.  391,  392. 
'^  Documenten,  p.  357. 

^  Zie  het  interessant  verslag  in  Documenten,  p.  214 — 231. 


INLEIDING.  LXXfX 

commercie  op  dat  land  in  zg n  gevolg  meesleepte.  De  regeerifig 
zon  dan  ook  gaarne  zien,  dat  de  Compagnie  opnieaw  in  haar 
rgk  kwam  negotiëeren,  maar  voor  't  oogenblik  hadden  de  po- 
gingen om  handel  te  drgven  weinig  succes.  Wat  de  wenschen 
van  Gonverneor-Generaal  en  Raden  betrof ' ,  over  't  geheel 
was  de  houding  der  Koningin  verzoenend;  alleen  weigerde 
zg  beslist;  vrede  te  sluiten  met  den  Sultan  van  Siam,  indien 
deze  vrede  de  erkenning  van  dien  Vorst  als  opperheer  moest 
in  zich  sluiten  ^.  In  Siam  werd  Caen  beleefd  ontvangen,  maar 
de  door  hem  bedoelde  handelsoperatiën  gelukten  slecht  en  ten 
aanzien  van  een  monopolie  in  sappanhout  en  hertenvellen  kwam 
hg  ook  niet  tot  een  gunstig  resultaat.  Wel  bleek  de  Sultan  zeer 
gesteld  te  zgn  op  onze  vriendschap,  die  hem  van  waarde  kon 
wezen  bij  de  tenuitvoerlegging  van  zijne  plannen  op  Patani  ^. 
Een  gevolg  van  deze  ambassade  was,  dat  Joost  Schouten  tot 
Directeur  van  den  handel  in  Siam  werd  aangesteld  (1633 — 1636). 
Ook  werd  nog  een  expresse  Commissaris,  de  Opperkoopman 
Jan  Joosten  de  Rog,  in  1633  met  geschenken  van  den  Prins 
van  Oranje  naar  dat  rijk  afgevaardigd  en  zeer  feestelg k  ont- 
vangen. De  handelsbetrekkingen  werden  bg  die  gelegenheid 
ook  aangeroerd  en  de  Sultan  ging  zelfs  zóó  ver,  dat  hg  ons 
nu  het  hertenvellen- monopolie  aanbood,  mits  wg  hem  daadwer- 
kelgk  ondersteunden,  wanneer  hg  tegen  Patani  ging  optreden. 
Schouten  meende,  dat  voorstel  niet  te  moeten  aannemen,  maar 
vroeg  den  vrgen  handel  door  gansch  het  gebied  van  Siam  en  gaf 
tevens  aan  zgne  superieuren  den  raad,  de  gevraagde  assistentie 
te  verleenen,  daar  de  vordering  van  Siam  tegen  Patani  volgens 
hem  geheel  gegrond  was.  Een  oogenblik  dreigde  het  afloopen 
van  een  Siamsch  schip  door  Nederlandsche  vrijburgers  de  vriend- 


'  Zie  hiervóór  p.  xxxi.  — -  Men  gelieve  het  aantal  daar  opgegevene  schepen, 
waarmede  Caen  zyn  tocht  deed,  te  verbeteren  volgens  de  lezing  van  Bocnmenten , 
p.  214. 

*    Cf.  Documenten,  p.  217. 

'    Zie  Caen's  ontmoeting  met  den  v^'and  in  Documenten,  p.  229 — 231. 


hXXX  INLEIDING. 

schappelgke  verhonding  te  verstoren,  maar  ook  deze  bni  dreef 
over.  Weinig  hinder  hadden  wy  hier  van  onze  groote  concur- 
renten,  de  Portageezen,  die  zich  niet  in  de  vorstelijke  genegen- 
heid mochten  verheugen;  terwgl  ook  de  andere  mededingers , 
de  Japaneezen,  die  gaarne  den  handel  met  ons  in  dit  rgk  wilden 
hervatten  ^ ,  niet  in  zijn  smaak  vielen  ^.  Hoe  langer  hoe  meer 
stegen  de  Nederlanders  in  de  gunst  des  Monarchen  ^  'tgeen  zgn 
toppunt  bereikte;  toen  het  bleek;  dat  de  Compagnie  werkelgk 
zgn  party  tegen  zgn  vijand  koos.  Den  14  Mei  1634  toch  verliet 
een  vloot  onder  Klaas  Bruin  Batavia ;  met  bestemming  naar 
Patani.  Toen  hg  daar  verscheen ;  was  dé  Siamsche  scheepsmacht 
reeds  dobr  haar  vgand;  gesteund  door  die  van  Djohor  en  Pahang 
en  de  Portageezen,  verslagen  en  terugge weken  naar  Ligor^. 
Eerst  weet  de  Siamsche  Vorst  die  neerlaag  aan  het  te  laat 
verschynen  der  Nederlandsche  schepen ;  maar  toen  hg  vernam; 
hoe  de  vlootvoogd  Bruin  den  brand  had  gestoken  in  eenige 
vijandelgke  en  vaartuigen  eenigen  van  zgn  tegenpartg  gevankelijk 
had  meegevoerd;  veranderde  zijn  stemming  en  schonk  hg  aan 
de  onzen  belangrgke  handelsvoorrechten  ^.  De  verwikkelingen 
tusschen  de  beide  rgken  namen  echter  een  bevrcdigenden 
loop;  de  Koningin  van  Patani  kwam  tot  inkeer  en  verbond 
zich  in  1636;  jaarlgks  hulde  te  komen  brengen  aan  de  Siam- 
sche Majesteit.  De  Vorstin  bleek  ook  tot  toenadering  tot  de 
onzen  geneigd;  maar  de  Sultan  van  Siam  vergold  onze  hulp 
met  ondank.  Klaarblgkelgk  bevreesd  voor  het  toenemen  onzer 
macht;  ontstemd  over  onze  betrekkingen  met  Kambodja  % 
welk  rgk  zich  niet  in  zijn  gunst  mocht  verheugen;  begon  hg 
weer  voeling  te   houden  met  Malaka,  onze  commercie  belem- 


*  Zie  Mervóór  p.  xxxiii,  noot  3). 

*  Ook  de  Chineezen  handelden  op  Siam.  -^  Cf.  Docnmenten,  p.  320« 

*  Bocnmenten ,  p.  263. 
^  Documenten,  p.  264. 

*  Ook  met  Cochin-China ,  Tonkin  (zie  hierover  Documenten, p.30Ö, noot  1)  en 
Talentyn  III,  b,p.  7^-31), Keda  en  Petah  breidden  zich  onze  handelsbetrekkingen  uit 


1  Pi  L  E  I  D  1  N  6.  LXXXI 

meringen  in  den  weg  te  leggen  en  trad  zelf  als  koopman  op, 
vooral  ten  aanzien  van  Japan,  Ligor,  Banjermassin  en  Djambi. 
Toch    bleven  onze  handelsdirectearen  <    er  zich  handhaven  en 
trokken  langzamerhand  de  wolken  weer  weg,  zoodat  omstreeks 
1639    de  toestand  zich  weder  gunstiger  liet  aanzien.  Ook  met 
Fatani  waren  onze  betrekkingen  hartelgker  dan  tevoren,  niet- 
tegenstaande dat  rgk  zich  keerde  tegen  onzen  bondgenoot ,  den 
Sultan  van  Atjeh,   waar  deze  optrad  tegen  Dj  ohor  ^  enPahang. 
Maar  voor  het  oogenblik  waren  de  blikken  van  Gouverneur- 
Generaal  en  Raden  vooral  gericht  op  het  vaarwater  van  Malaka 
en  op  de  „besetting"  dier  stad  door  de  Nederlandsche  schepen, 
het  voorspel  harer  verovering  in  1641  ^.  Reeds  vroeger  waren 
pogingen  aangewend,  om  den  Fortugeezen  te  beletten,  die  veste 
te  naderen  en   hadden  reeds  geruimen  tgd  Hollandsche  vaar- 
tuigen in  die  wateren  gekruist,   maar  de  eigenliike  insluiting 
begon   in  1633.   In  dat  jaar  toch  bewaakte  een   vloot  onder 
Jacob    Coper    nauwlettend   de   stad   en   hoewel   die   door   de 
Heeren  XVII  goedgekeurde  blokkade  in   de  eerste  jaren  met 
een   niet  zeer  groote  macht  werd   beproefd,  toch  was  zg  ten 
zeerste  hinderlgk  voor  den  bloei  van  Malaka  niet  alleen,  maar 
vernietigde  zg    voor   een  goed   deel  zgn  handel.    Den  28  De- 
cember 1636   konden  Gouverneur- Generaal  en  Raden  dan  ook 
reeds  den  juichtoon  aanheffen :  „  Deze  onze  besettingh  causeert 
seer  slappe  neeringh  in  Malacca,  ende  wij  bevinden  de  negotie 
alhier  in  Batavia  ter  oorsaecke  van  dien  dagelgcks  accresseert"  ^. 
In  dat  jaar  werd  Coper  opgevolgd  door  den  moedigen  Comelis 
Symonsz.  van  der  Veer,  wien  de  dappere  Orlando  Thibault  als 
Vice-Gommandeur  ter  zgde  stond.   Met  steeds  grootere  macht, 


*  J.  van  Vliet  (163Ö— 1638),  Henricus  Nachtegael. 

*  De  Snltan  yan  Djohor  huwde  met  de  Vorstin  van  Patani  (Documenten ,  p.  396). 

*  Zie   P.   A.    Lenpe:   Stukken   betreffende   het   beleg   en  de  verovering  vam 
Malaka,  in  de  Berigten  van  het  Historisch  Genootschap,  vii,  1.(1861), p.  128,  vv. 

*  Documenten,  p.  305. 

N.  B.  II.  VI. 


LXXXIl  ^  INLEIDING. 

die  den  Portageezen  belangrijke  afbreuk  deed  *,  sloot  men  de 
stad  in  en  in  1637  zagen  Gonvernenr-Generaal  en  Kaden  reeds 
hun  kans  scboou,  indien  men  toen  slechts  de  hulp  van  Atjeh 
had  kunnen  verwerven  *.  Met  steeds  toenemend  succes  werd  de 
stad  „beset'';  de  omliggende  Maleische  rijken  begonnen  ook 
hunne  handen  van  haar  af  te  trekken,  waardoor  de  toevoer 
van  vivres  ophield  en  reeds  in  1638  gebrek  aan  levensmiddelen 
begon  te  heerschen.  Het  belemmeren  van  den  handel  had 
echter  een  schadelgk  gevolg:  hoe  geringer  het  aantal  schepen 
was,  dat  het  vaarwater  bezeilde,  des  te  minder  gelegenheid 
bestond  er  voor  de  Nederlandsche  kruisers,  om  goeden  buit  te 
behalen;  en  met  die  „prinsen''  de  groote  kosten,  aan  de  blok- 
kade verbonden,  goed  te  maken.  Toch  werd  zij  met  kracht 
volgehouden,  sedert  1639  weder  onder  't  beleid  van  Coper, 
zoodat  in  dat  jaar  „  die  stadt  bgna  in  d'uyterste  extremiteit 
(was)  gebracht  ende  de  negotianten  ten  principale  *van  daer 
gediverteert"  waren.  Alle  verschgnselen  wezen  er  op,  dat  de 
beslissing  spoedig  zou  vallen;  alles  leidde  er  toe,  dat  binnen 
kort  die  gewichtige  stelling  in  onze  handen  zoude  komen, 
indien  slechts  een  ernstige  belegering  werd  beproefd.  Aan 
Minne  Willemsz.  Eaartekoe  was  het  beschoren,  haar  onder 
onze  macht  te  brengen  en  zoodoende  een  hoeksteen  aan  te 
brengen  aan  het  grootsche  gebouw  van  het  Nederlandsch  gezag 
in  den  Maleischen  Archipel. 


'     Docnmentén,  p.  306,  380,  331. 

*  Documenten,  p.  331.  —  Orer  den  trenrigen  toestand  der  koloniale  maclit 
der  Fertngeezen  in  den  laatsten  tgd  hnnner  vereeniging  met  Spanje,  sie  Docu- 
menten, p.  332—334,  358,  383—386. 


DOCUMENTEN. 


I.  Jacqnes  Ie  Febvre,  Gouverneur  der  Molukken, 
aan  den  Gouv.-Gen.  Pieter  de  Carpentier, 
19  October  1623. 


Eerentfeste  enz. 


Den  Coninck  van  Ternaten  is  op  2  September  naer  Gammeenorre 
vertrocken,  alwaer  mette  dochter  van  den  Sengage  getrouwt,  wort 
dagelgcx  herwaerts  verwacht  Den  Gougou  naer  Gelole,  daermen 
seght  doende  met  tnynnen  te  maecken  is.  De  partje  van  Citsil  Alij 
tot  diversche  maelen  wtt  gaeren  geweest;  vermits  't  qnaedt  weeder 
niet  wttgerecht 

Naer  oogenschijn  scheen  Citsil  Alij  (als  oock  door  rapport  van  den 

Sabandaer  ende  meer  anderen  van  d'  onse ,  die  hem  gelooff  gaven) , 

gelijck  opt  lichten  van  Calamatte  en  't  vorder  gepasseerde,  princi- 

paelgck  tegens  de  Spaensche  Trevishandelinge ,   de  saecke  met  ons 

te  meenen,  ende  d'oorloch  volgens  de  gedaene  belofte  te  continueren , 

wa  ervan   eenige    dagen   wtterlijck   semblandt   gethoont,  om  ons  van 

sijnen  goeden  wille   consuys  te  verseeckeren ,  toeseggende  ordre  op 

Taccomy    ende    Maleye,    van   waer   dagelijcx   de   Tamatanen   met 

praeuwen  over  ende   weeder  naer  Gammelamme   vaerende   sQn,  te 

sullen  stellen,   sulcx   niet   meer  geschiede   Dan  alsoo  vernaemen  dit 

maer  praetgens  waeren,   ende  van  diversche  overloopers  verstonden 

de  Ternatanen  van  die  quartieren  noch  dagelijcx  daerinne  continueerden , 

oock   datter  geen  garous  door  Cappiteyn  Laout  ende  de  synne  meer 

gedaen   werden,   maer  hun  stille  hielden,  hebben  hem  andermael  de 

saecke  gerecommandeert ,  versoeckende  dat  sijn  beloften  naercommen 

soude.   Hij   belooffde   't   selve   alle   de   Tarnataensen   Raedt   op  de 

musquiet    [missigit]    ter   vergaderinge   vooren   te  houden  ende  haer 

daer  toe  aente  porren,  etc.     .     .     • , 

Met    Citsil   Alij    in   naeder   communicatie   over    't  gepasseerde  in 

1 


Amboyna  geweest  sijnde,  presenteerde  synnen  dienst  om  selffs  ter 
gelegender  tijt  derwaerts  te  gaen,  de  saecken  met  d'  onse  aldaer  ter 
needer  leggen;  beclaechde  dat  wye  sij  Inyden  tot  noch  toe  daer  ge- 
sonden  hadden,  liaeren  last  te  bnyten  gegaen.  Den  Coninck  niet 
gekent  maer  selffs  gedaen  wat  wilden,  waer  over  meende,  sy  be- 
hoorden alle  de  Tarnatanen  daer  synde  te  lichten  herwaerts  ende 
andere  in  plaets  te  brengen.  Hij  was  gereet  ingevalle  UËd.  in  Am- 
boijna  quaemt  (opt  advijs)  met  een  van  onse  scheepen  neffens  sijn 
volck  derwaerts  te  gaen 

T'  lichten  van  Callamatte  als  UEd.  bij  de  nevensgaende  resolutie 
sien  can,  hebben  gestaeckt  tot  naerder  ordre  van  UËd.  om  geen 
nieuwe  alteratie  onder  de  Tarnatanen  te  veroorsaecken.  Dan  onse 
opinie  is,  ingevalle  de  Tarnatanen  de  stilstant  van  wapenen  met 
den  Spangiaert  niet  breecken,  datter  geen  reedenen  sijn  Callamatte 
te  behouden,  maer  behooren  daer  meede  voort  te  varen.  In  sulcken 
gevalle  men  wat  meerder  macht  dan  tegenwoordich  hier  bij  den  anderen 
dient  te  hebben,  want  't  soude  gebeuren  connen  dat  om  't  lichten 
van  die  plaets  mette  Tarnatanen  aenden  anderen  raecken.  Als  wanneer 
den  Spaniaert  oock  apparent  opt  lijff  crijgen  souden.  Gelijck  nu  opt 
geruchte  gereet  stonden,  om  naer  ons  vertreck  daer  inne  te  gaen, 
haere  forten  St.  Lucia  ende  Don  Gil  te  verlaeten,  Callamatte  te  be- 
houden ,  voor  hun  te  verseeckeren.  In  sulcken  gevalle  móeten  bekennen 
ons  meer  als  nu  affbreuck  connen  doen 

Actum  19en  October  a^.  1623  in  de  stadt  Maleye  op  't  eylant 
Tarnaten. 


II.    JacquesleFebvre  aan  den  Gouv.-Gen.  Pieter 
de  Carpentier,  27  October  1623. 


Godt  loff  't  is  soo  verre  geracet  dat  wij  onse  gevangenen  becommen 
hebben,  die  in  een  miserabelen  staet  waeren,  meest  alle  sieckeiyck 
ende  aende  berybery  sijnde ;  apparent  eer  corten  tijt  weynige  daervan 
(doort  quaet  tractement)  tleven  behouden  souden  hebben.  De  lyste 
van   de  verloste  persoenen   gaet   hier  nevens;  ons  sieckhuys  is  daer 


s 

meede  (Godt  betert)  yersien,  ende  sullen  alvri)  wat  gecoustert  moeten 
worden  eer  weederom  op  de  been  geraecken.  Onder  alle  de  vier  en 
veertich  Neederlanders  quaelijck  een  die  gesondt  is.  Wij  sgn  by 
contract  geobligeert  noch  vijff  en  dartich  Spangiaerden  oft  Portageesen 
aen  haer  te  leveren.  Waer  onder  begreepen  de  ses  Spangiaerden  door 
d'  heer  Gouverneur  Houtman  inde  verlossinge  van  den  luytenant 
Adriaen  Anthennissen  belooft,  daerinne  thuysgesin  vanden  padre  de 
Mattos  (:  daerom  sij  luyden  veel  moeyten  gedaen  hebben  :)  niet  be- 
greepen is,  enz 

üEd.  gelieve  ten  besten  te  duyden  j  soo  int  concludeeren  van  deese 
resgatte  te  veel  belooft  hebben.  'T  barmhartich  bidden  van  ónse 
miserable  gevangenen,  ende  geen  ander  wtcompste  voor  haer  sijnde^ 
heeft  ons  daertoe  beweecht ;  de  pretentie  vande  33,000  reaelen  van 
achten  ^   is  doorsaecke  dat  soo  veel  toegeven  eni 

De  grootste  Spaensche  galey,  vermits  de  sterfte  die  onder  de 
slaven  is,  hebben  de  Spangiaerden  binnent  reciff  voor  Gammelamme 
geleght  ende  't  gasthuys  daervan  gemaect.  Affirmeeren  d'  onse  dat 
't  sedert  haer  compste  alhier  over  de  100  slaven  gestorven  ende 
noch  dageiycx  meer  stervende  sijn,  soo  datter  een  groote  siecte 
onder  haer  volck  is.  T  gaet  seecker  dat  metter  aenstaende  mouson 
twee  a  drye  groote  galeyen  nevens  eenige  navetten  ende  den  ouden 
Coninck  van  Tarnaten  hier  te  verwachten  hebben. 

Den  Spaenschen  Gouverneur  heeft  last  en  ordre  op  Menade  aende 
cust  van  Celebes  een  fort  te  maecken  en  guarnisoen  te  leggen ,  welcke 
plaetse,  soot  schijnt,  wtte  Manilhas  de  herwaerts  commende  van 
meeninge  sijn  eerst  aen  te  doen,  oock  aldaer  volck,  victuali)  als 
andere  om  hier  te  brengen  te  becommen.  In  Manilha  was  geen 
macht  van  scheepen,  hadden  die  van  Maccau  met  een  compagnie 
van  120  Spanjaerden  op  haer  versoeck  geassisteert.  Wt  Nova  Span- 
gia  waeren  dit  jaer  twee  scheepen  in  Manilha  verwachtende.  Godt 
geve  d*onse  in  handen  geraecken  meugen.  Sy  schouwen  nu  de 
Bouckaderes  ende  havenen  aende  noort  sljde  vant  landt  omtrent 
d'  eylandekens  recht  achter  de  stadt  Manilha  gelegen.  T'  verleeden 
jaer  sijn  aldaer  met  4  scheepkens  inde  baeye  Segoura  genoemt  gear- 
riveert   ende   t'    silver   over  landt  in  Manilha  gebracht  alwaer  oock 


1    Zie  Bouwstoffen,  I  bl.  368. 


dit  jaer  geen  Chineese  joncken  gearriveert  syn ,  waer  over  alles  seer 

dier  geworden  was 

Maleye  27en  October  1623  op  Ternaten. 

Was  onderteeckent  Jacques  lb  Febvbe. 


III.    Jacqnes  Ie  Pebvre  aan  den  Gonv.-Gen.  Pieter 
de  Carpentier,  26  December  1623. 

T'  sedert  mijn  vertrek  van  Maleye  ^  is  den  Coninck  van  Tarnaten 
met  6  stiicx  corcorren  aldaer  gearriveert  \  Den  Gongou  was  noch 
aende  cust  van  Gelole  continuerende,  hoe  wel  door  den  Coninck  tot 
diversche  maelen  outbooden;  dan  't  schijnt  daer  weynich  op  past, 
doende  tgeene  goet  dunct,  waer  over  soo  wtt  geven  op  hem  seer 
gestoort ,  ende  den  Coninck  naer  sQnne  pitsiaringen  niet  meer 
luysteren  wil,  maer  macht  ende  authoriteyt  aen  Citsil  Alij  Cappi- 
teyn  Laont,  om  met  ons  ende  den  Tarnataensen  raedt  alles  te  resol- 
veren ende  te  doen  soo  als  men  bevinden  sonde  tottet  gemeene  best 
te  behooren ,  gegeven.  Den  Gongon  mocht  het  aende  cust  van  Gelole , 
maer  Cappiteyn  Laout  soude  alhier  met  volle  macht  regieren.  Hadden 
goetgevonden  ende  gearresteert  een  fort  op  Xoula  (plaetse  omtrent 
een  cleyn  myltgen  over  dees  syde  van  Taccomy  gelegen)  temaecken, 
tot  bevrijdinge  ende  verseeckeringe  van  hunne  vaert  naer  Gelole, 
Saboewe  en  Gammecnorre,  dattet  noodich  was  sij  luyden  hun  metten 
eersten  van  die  plaets  verseeckerden  eer  den  Spangiaert  (wiens 
machtich  secours  dagelijcx  te  commen  stont)  hun  luyden  daer  inne 
prevenieerde  ende  selve  incorporeerde,  waer  meede  sij  opt  hoochste 
geincommodeert ,  benaut,  in  malcander  secours  te  doen  verswact, 
ende  vande  Tydoreesen  in  sulcken  gevalle  meede  bestooct  souden, 
worden.  Derhalven  ende  omdat  den  Gougou  in  deese  goede  resolutie 
geen    warringe    brengen,    nochte    den   vijandt   adverteeren   soude, 


1  Naar  Batsjan  om  timmerhout  te  halen,  „aldaer  ordre  te  stellen,  alle  mis* 
verstanden  tusschen  d'  onse,  Laboners  ende  Batsianesen  te  weren^*. 

2  Teruggekeerd  yan  Gamoekonora.  Zie  hiervóór  bl.  1. 


waeren   geresolveert   metten    eersten  aent   maecken  vant  voorsz.  fort 
te  beginnen  ^ 

Op  Mackian  ende  andere  plaetsen  hadden  de  Ternatanen  ordre 
gegeven,  om  met  seecker  getal  van  volck  en  corcorren  geassisteert 
te  worden,  insgelycx  den  Coninck  van  Batsian  met  partij  volck 
ontbooden,  soeckende  alsoo  menichte  van  volck  bij  den  anderen  te 
vergaderen.  lek  hebbe  het  den  Coninck  van  Batsian  affgeraeden,  om 
daer  niet  te  commen.  Heeftet  oversnlcx  met  een  briefif  van  compli- 
mentes  geexcnseert .,    .    . 

Naer  ons  oordeel  dient  tmaecken  van  dit  fort  op  Xonla,  de  ver- 
gaderinge  van  soo  veele  volcx  op  Tarnaten,  tot  geen  ander  intentie 
als  door  vreese  vant  gernchte  datter  loopt,  d'  Ed.  heer  Oenerael 
met  een  vloodt  wel  mochte  inde  Molucques  comen ,  ende  over  haere 
groove  leeli)cke  begaene  faulten  naer  hnnne  rechtvaerdige  verdiensten 
gestraft  te  worden,  ende  in  snlcken  gevalle  de  vlucht  op  Xoula 
te  neemen 

Met  mijn  compst  alhier  hebben  den  godtsdienst  inde  nienwe 
geboude  kerck  die  nu  eerst  voltimmert  is,  beginnen  te  doen,  19 
persoonen  soo  jonck  als  out  gedoopt  ende  staen  noch  dagelijcx  meer 
ten  doop  gebracht  te  worden.  Vier  personen  haer  inden  houwelijcken 
staet  begeeven,  daeronder  den  dominee  Cornelis  Maes,  die  naer 
verstaen  van  d'  onse  ende  Labouse  christenen  seer  bemindt  is,  doet 
si)n  sermoen  in  Maleys  volgens  d'  exemplen  by  dominee  Dancker 
[Danckaert]  ende  andere  hem  gelaeten.  Oock  is  den  onderkoopman 
Jacobus  Coppel  hier  meede  getrouwt  met  Anna  Dircx  dochter,  een 
fraey  jonck  meysken  vanden  voorgaenden  vaendrig  hier  gelaeten, 
Daer  staen  noch  wel  15  a  16  paeren,  ende  meer  vande  Labonwers 
metten  eersten  te  trouwen 

Actum   Batsian   desen  26en  December  a^.  1623. 

Was  onderteeckent  Jacques  lb  Febvbe. 


1  Le  Febvre  bracht  hun  aan  't  verstand  dat  de  Spanjaarden  wel  vooreerst 
geen  groote  macht  naar  de  Molukken  zonden  zenden  en  ried  hun  liever  Tacomi 
te  versterken  dan  een  nieuw  fort  te  bouwen.  ZQn  raad  werd  opgevolgd  (J.  leF# 
aan  Pt.  de  Carpentier,  11  Maart  1624). 


IV.     Jacques    Ie    Febvre    aan    den    Gouv.-6en. 
Pieter  de  Garpentier,  18  Augastus  1624. 


Op  11  Appril  qnam  hier  een  expresse  praeuw,  door  den  Coninck 
van  Baetsian  met  missive  aen  ons  gesonden,  meldende  hoe  dat  hij 
gereet  ende  geresolveert  was,  alsoo  sijn  nieuwe  corcorre  claerhadde, 
een  tocht  naer  de  Papones,  om  seecker  volck,  sQn  onderdanen 
Baetsianders ,  van  daer  te  haelen,  dewelcke  hem  tot  diversche 
maelen  ontbooden  hadden,  versoeckende  alsoo  mette  Sengagi  vande 
Laboners   ende  eenige   vrije  layden  in  compagnie  voor  deese  tocht 

te    gaen    overeen    gecommen,    hem    toe     te    staen alsoo 

hij  ...  .  alleenelijk  [ging  om]  sijn  eygen  volck,  die  eenigen 
tyt  gemist  ende  wel  dobbel  van  doen  hadde,  herwaerts  te 
brengen,   vorders   inde   Papoues   partg  slaven  te  coopen  als  anders. 

Waerover  by  den  Raedt  goetvonden  den  voorsz.   Coninck 

t'  adviseeren  de  gemelde  tocht  naer  de  Papoues  vooralsnoch  aff  te 
raden  ....  dat  de  prins  van  Tydoor  eerstdaeghs  met  een  fregadt 
ende  4  corcorren  insgelijck  derwaerts  stont  te  gaen,  etc.  ^     .    .     . 

Den  14®°  April  is  alhier  een  chinees  jonckjen  van  Mindenaeuw 
gearriveert,  brengende  brieven  van  den  Coninck,  ende  den  Coninck 
van  Sonlocq  ....  Sy  seggen  den  pays  soo  metten  Spanjaert 
gemaect  maer  pro  forma  geschiet  te  sijn,  om  hem  daarmet  te  ge- 
legender tijt  een  voordeel  aff  te  sien.  'T  staet  te  beduchten  van  onse 
assistentie  tegens  den  Spangiaert  •  /  •  •  beginnen  te  twyfelen.  'T  waere 
niet  goet  [dat  zij  zich]  metten  Spangiaert  vereenichden ,  daer  in 
willichden  ....  fortten  te  maecken,  gelyk  men  hier  rucht.     .     .     . 

In  compagnie  vande  voorsz.  pelo  [van  Mindanau]  quam  den 
Oougon  van  Serenganij  met  een  corcorre,  rapporterende  hoe hy door 
last  van  sijnnen  Coninck  hier  aan  ons  ende  de  Tarnatanen  gesonden 
was  om  assistentie  tegens  den  Spangiaert,  met  2  &  3  scheepen, 
nevens  eenige  macht  van  Tarnatanen  gesecondeert  te  worden,  om 
seecker  fort  op  Bessaye,  in  wiens  Landt  het  is  geleegen  aen  de 
cnst  van  Mindenau ,  ontrent  een  etmael  seylens  van  Serengang ,  door 


1)  Dese  raad  werd  niet  opgevolgd.  Zie  hierna. 


de  Spanjaerts  gemaect  ende  met  80  soldaten  besedt,  haer  affhandich 
te  maecken,  voorstellende  'tselve  lichteigck,  soo  wQ  daer  toe  ver- 
staen  wilden,  te  incorporeren  waere,  vermits  seyde  selflEs  mette 
BessayerS)  sijnne  vrunden,  gesproocken  hadde,  die  emsteigck  ver- 
sochteu  vanden  Spanjaert  door  onse  assistentie  verlost  mochten 
worden,  ende  dat  vermits  den  groeten  overlast  die  haer  door  de 
selve  gedaen  wierdt.  [Le  Febvre  vindt  het  geraden  het  ijzer  te 
smeden  terwijl  het  heet  is,  te  meer  daar  de  Bisajers  nog  heidenen 
zijn  en  christenen  gemaakt  kunnen  worden,  maar  dat  het  buiten 
de  Ternatanen  moest  omgaan  die  hen  //  Moorsch  ^  zouden  maken]  . .  . 
Dit  fordt  op  Bessaye  als  vooren  verhaelt  genaemt  Lappetau  op  Tandau 
geleegen,  ontrent  een  etmael  seylens  van  'teylant  Cauwel  ^  is  van 
houdt  gemaeckt  etc.  ...  De  Spanjaerden  hebben  hier  aende  strandt 
een  kerckjen  staende  daer  een  paep  by  woont:  die  dageiycx  arbey- 
dende  is,  de  heydens  christen  te  maecken  ....  De  Spanjaert  heeft 
hier  op  dit  landt  van  Bessaye  9  plaetsen  onder  contrebuytie,  waervan 
de  3  elck  370  tayl  's  jaers  alleen  in  goudt  contribueren,  wttge- 
sondert  tribuyt  van  rijs  enz 

Deesen  Coninck  ende  Gougou  van '  Serengany  met  haer  vrunden 
zyn  vant  maechschap  van  de  Bessayers,  alwaer  syluyden  noch  eenich 
land  ende  volck  hebben.  [Zij  raden  't  Spaansche  fort  te  slechten, 
maar  ons  te  Ligou  *  in  't  midden  van  //Bessaye*'  te  vestigen,  waar 
het  bekwaamst  schatting  kan  geheven  worden  en  de  inwoners  zelven 
een  sterkte  zouden  kunnen  bouwen] 

[De  Spanjaarden  houden  vrede  met  de  Ternatanen  en  zoeken  alleen 
op  ons  voordeel  te  behalen.  De  Ternatanen,  zelfs  K.  Ali ,  heulen  met 
de  Spanjaarden  en  willen  ons  niet  dan  in  schijn  tegen  hen  bijstaan. 
Zij  kunnen  evenwel  niet  laten  ter  wille  van  den  buit  een  klein  Por- 
tngeesch  fregat  van  Makassar  komende  voor  Tacomi  door  list  te  be- 
machtigen (19  Mei).  Le  Febvre  verneemt  van  de  gevangenen  dat  de 
Koning  van  Tidore  te  Manila  zeer  op  hulp  aandrong,  maar  de  terug- 
komst van  Sahid  tegenwerkte.  Na  het  nemen  van  genoemd  fregat  is  het 
weer  oorlog  tusschen  Teniatanen  en  Spanjaarden !  Maar  met  de  Tido- 
neezen  blijft  het  vrede.  Sultan  Modafar  heeft  de  dochter  van  den 


1  Tandag  bezuiden  Pto  Cauil ,  O.  kust  van  Mindanan. 

2  Liangan? 


8 

prins  van  Tidore  ten  huwelijk  gevraagd.  K.  Ali  heet  dit  tegen 
te  honden  omdat  hij  zelf  die  dochter  ten  huwelijk  begeert.  Le  Febvre 
acht  het  geraden  de  lichting  van  Kalamata  nog  uit  te  stellen ,  hoewel 
die  plaats  veel  kost,  om  de  Ternatanen  enz.  niet  te  veel  te  verbit- 
teren; ook  raadt  h^  zeer  af  Maleia  te  verlaten,  wat  door  Coen  in 
bedenking  was  gegeven]. 

Voor  de  jonge  jeucht  alhier  ende   in   Batsian,  daermen 

schoole  houdt,  dienen  ÜE.  ons  te  versien  met  ABC  ende  andere 
Maleyse  boecken,  alsoo  daerom  verleegen;  Psalm  ende  Testament 
boecken  synder  oock  noodich  van  doen  etc 

[Den  5®"  Juni  vernomen  dat  een  sloep  van  Gnoffiquia  naar  Motir 
oversteekende  door  de  Tidoreezen  veroverd  is.  Opperkoopman  Paulns 
Adriaensz,  onderkoopman  Dirck  Leendertz  Koeckebacker  enz.  gevangen, 
sergeant,  3  soldaten  en  4  mard^kers  gesneuveld.  Paulus  Adriaenz 
was  nog  wel  door  den  Sengadji  gewaarschuwd  en  hem  was  door  ons 
verboden  zonder  geleide  uit  te  varen.  Hij  heeft  zich  zelf  vrijgekocht. 
De  overigen  zijn  aan  de  Spanjaarden  overgeleverd.  Dirck  Leendertsz 
en  5  soldaten  door  ons  gelost  tegen  gevangenen  Aan  den  Padre  Jan 
de  Matte  beloofd  //ten  respecte  van  Dirck  Leendertz//  aan  üEd.  de 
verlossing  van  zyne  vrienden  te  verzoeken.  Den  25**^"  Juni  zijn  2 
fregatten  uit  Otong  gekomen ,  den  9«"  Juli  een  corrorre  van  Siau  met 
een  Spaanschen  kapitein,  die  de  tyding  bracht  dat  een  eskader  naar 
de  Molukken  onderweg  was  geweest,  maar  de  vlootvoogd  en  veel 
volk  onderweg  gestorven  waren,  zoodat  de  overigen  naar  Manila 
waren  teruggekeerd.  Le  Febvre  heeft  slechts  één  jacht  dat  lek 
is  tot  zQn  beschikking  en  kan  dus  tegen  den  v^and  niets  uit- 
richten]  

De  Conink  van  Baetsian,  gelflck  hier  vooren  aengeroert,  was  naer 
de  Papoues  vertrocken  geweest,  ende  op  dato  deeses  wederomme 
gekeert,  met  brengende  230  sielen,  daeronder  100  mans  parsoonen. 
Op  een  plaets  Hooraly,  alwaer  met  syn  macht  aen  lant  was,  om 
alles  te  conquesteren  ende  tot  slaeff  te  maecken,  groot  wederstand 
vindende,  d'inwoonders  op  hem  uytvallende,  in  voegen  retireeren 
moste;  hebben  hem  27  parsoonen  affgeslagen  ende  doot  gebleven, 
waer  onder  de  5  vrije  luyden  soo  met  van  Batsiaen  gegaen  waren, 
12  Batsianders,  3  Labouers  ende  7  Gaenders,  soo  dat  de  rechte 
particulariteyt  wat  op  de  tocht  gepasseert  is,  niet  connen  weten  ... 


Diergelycke  tochten  achte  niet  goet  te  sijn  meer  te  geschieden  .  .  . 
Dat  UEE.  aldaer  verstaen  hebt  de  hoererge  off  concubinaetschap 
hier  in  de  Molucques  seer  in  swanck  gaet,  oversulcx  UEE.  ons 
recommandeert  ende  belast  sonderlinghe  inquisitie  over  dit  misbruyck 
te  doen ,  't  selve  naer  ons  vermogen  met  harde  straffe  voor  te  comen , 
andermael  't  placcaet  doen  renoveeren,  achtervolgen  en  doen  naer- 
commen,  ÜE  achte  moet  onbekent  weesen,  hier  noyt  in  de  Molucques 
diergelijcke  placcaet  geproclameert  is,  noch  oock  niet  hebben ,  'twelck 
presumeere  om  deese  redenen  naergebleven  te  weesen,  gelyck  door 
anderen  verstae.  Eerstelijck,  soomen  voorsz.  placcaet  alhier  proclameert 
ende  naer  behooren  executeeit,  sullen  veel  vrije  ende  andere  Mar- 
dijckers  de  vlucht  van  ons  nemen,  haer  aende  custe  van  Gelole  oft 
onder  de  Mooi  en  begeven,  vermits  den  meesten  hoop  van  den  Span- 
iaert  met  ander  mans  bysitten  oft  aldaer  selffs  getrouwt  sijn  (in  voegen 
in  den  houwelQcken  staet  niet  mogen  begeven)  en  hier  bij  ons  ge- 
vlucht, gelgck  oock  van  onse  sijden  bij  den  Spangiaert  geschiet.  Ten 
tweede  sal  niet  alleen  den  vijandt  doort  verloopen  van  d'onse,  als 
oock  der  Tarnatanen,  versterct,  maer  wy  grootelij  ex  verswact  ende 
van  Mardijckers  die  niet  missen  connen  ontbloodt  worden.  Ten  derden 
den  aenwas,  toeloop  vanden  vijant  alhier  bij  ons,  soo  van  de  Mooren 
als  Christenen ,  grootelgcx  verhinderen ,  vermits  hun  overcompste  meest 

wt  sulcx  sprayt.  Om  dat  alles  naer  behooren  voor  te  comen 

dienen    hier  in  de  Molucques  bequaeme   vrouwpersoonen   gesonden. 

Maleyo  op  Ternaette  18  Augusti  1624. 

ÜEd.  dienstw.  dienaer, 
Jacqubs  Lb  FBsrEE. 


V.     Herman     van     Speult,     Gouverneur    van 
Ambon,  aan  den  Gouv.-Gen.  PieterdeOarpentier, 
15  Mei  1624. 
Ed.  Emtfeste  enz. 

Voor  onsen  jongsten  hebben  uwer  E.  geaviseert  hoe  onse  hongie 
prepareerden  jegens  de  geruchten  vande  comste  der  Cerammers  ende 
gevluchte  Bandanesen,   de  welcke  naer  den  roep  ging  met  80  cor- 


10 

corren,  2  Portegijse  galeyen  aireede  op  Toba  waren,  waer  bij  mede 
gevoecht  wiert  dat  die  van  Loahoe  ende  Temataneu  haer  daer  bij 
souden  vervoegen,  omme  alsoo  onse  veere  gelegene  onderdanen  te 
overvallen  ende  met  eenen  te  prevenieren  dat  wij  onse  voorgenomene 
stercte  op  Hatuwa  niet  en  souden  volvoeren ,  waer  jegens  wy  voor 
alsdoen  geraden  aehteden  op  ons  voordeel  te  wesen  ende  ons  met  de 
doenelijcke  macht  op  Hatuwa  te  onthouden,  overmits  dat  wel  debe- 
quaemste  ende  bij  maniere  van  spreken  van  die  sijde  den  sleutel 
van  Amboyna  is.  Ondertusschen  maecten  dat  die  Reduyte  (dat  wel 
een  fort  mach  genoemt  werden)  alsoot  200  voet  in  sijn  circumferentie 
heeft ,  wesende  de  muiren  4  hout  voet  dick  ende  26  voet  hooch ,  met 
sijn  flanquerende  galleryen  ende  van  binnen  met  een  middelmuir 
affgesneden.  In  vougen  dat  het  selve  suffisant  is  met  10  a  12  man 
eene  capitale  macht  te  resisteren  als  den  commanderenden  persoon 
hem  raaer  voor  der  vijanden  verraet  weet  te  wachten.  Den  calck, 
steen,  hout  ende  aerbeyt  hebben  d'  inwoondren  onse  onderdanen  al 
't  samen  gedaen ,  wt  gesondert  't  metselen  ende  timmeren.  Hier  tegen 
gelooven  wij  dat  haer  in  verscheyden  malen  de  waerdije  van  ontrent 
6  a  700  Rn.  vereert  sal  wesen,  dat  niet  vele  en  is  ten  aensiendaer 
bijcans  over  de  400  man  een  jaer  aen  geaerbeyt  hebben  eer  de  mate- 
ryalen  costen  versamelt  worden,  door  dien  den  steen  tot  den  calck 
als  om  te  metselen  daer  al  't  samen  moeten  duycken.  In  alle  dese 
moeyelyckheyden  hebben  de  gemelte  onse  onderdanen  haer  seer  wel 
gedragen  naer  hare  gewoone  traecheyt.  Oock  sijn  alle  de  Negrijs 
ontrent  voorsz.  fort  comen  woonen.  De  principios  van  dit  werck  schenen 
onses  oordeels  £eer  difficulteus,  maer  de  Heere  heeft  in  alles  beter 
wtcomste  gegeven  als  wij  ons  geinpresseert  hadden.  Jan  Joosten 
heeft  hem  inde  bevorderinge  deser  sake  wel  gequeten,  is  bij  haer- 
luyden  oock  wel  gesien  door  dien  hij  met  haer  int  Ternataens  can 
te  rechte  geraken ,  waer  over  hem  ten  aensien  der  nieuwicheyt  deser 
plaetse  (als  geen  veranderinge  vereysende)  dit  aenstaende  jaer  hebben 
gecontinueert ,  dewijle  verstaen  wert  dat  aen  dese  plaetse  seer  vele 
gelegen  is  tot  het  maintenue  van  Amboyna ,  ende  connen  4  corcorren 
wt  maken.  Doch  niet  jegenstaende  sij  over  lange  den  eet  van  ge- 
trouwe onderdanicheyt  al  bij  tQden  vanden  heer  Gouverneur  Blocq 
hadden  gedaen ,  soo  en  quamen  sij  nochtans  in  jaer  en  dach  niet  aent 
Gasteel  ende  wierden  gestadicb  door  de  Ternatanen,  Louhesen  ende 


11 

Ihamauwers  jegens  ons  geinstigeert  ende  opgerockent ,  dat  nu  op  eenen 
beteren  voet  is  ende  hopen  dat  alles  van  tijt  tot  ttjt  noch  sal  beteren , 
waer  toe  de  Heere  hopen  wij  vorder  sgnen  segen  sal  geven.  Hebben 
daer  een  Camer  van  rechte  geordonneert  om  alle  voorvallende  ver- 
schillen te  decideren  wtgesondert  crimineele  ofte  hals  saken.  In  desen 
Raet  sal  gestadich  onsen  commanderenden  persoon  presideren.  De 
Cerammers ,  gevluchte  Bandanesen ,  Ternatanen  ende  complicen  (naer 
wij  presumeren),  verstaen  hebbende  dat  wy  daer  lagen  met  25  cor- 
corren  ende  3  jachten,  hebben  ons  met  vreden  gelaten.  Doch  alsoo 
wij  door  den  lieutenant  Westerman  verstaen  hadden  hoe  onse  onder- 
danei^  van  Amahe,  Maccarica,  Souco,  Sepe  ende  Tommelouw  door 
inductie  van  D'  Jou  Nay  (sone  van  Kymola  Daya  goeder  gedachten) 
gesworen  hadden  haer  door  verraet  Mr  vant  fort  Harderwijcq  (gelegen 
op  Coacq)  te  maken,  hebbende  tot  dien  eynde  sulcx  aireede  metten 
anderen  besworen  tot  3  verscheyden  reysen;  het  geschut  ende  goet 
hadden  aireede  verdeelt,  slachtende  den  genen  die  des  Beiren  huyt 
vercocht  eer  hg  dien  gevangen  hadde.  De  Ternatanen  souden  de  helft 
vant  geschut  hebben  ende  sijlieden  d'  ander  helft  met  het  goet,  daer 
eenen  Lebee  Petole  (dien  wij  vele  vertrouden  ende  groote  caresse  gedaen 
hadden,  ja  meer  als  hem  competeerde)  den  principalen  autheur  aff 
was.  Gemelte  conspirateurs  hadden  voor  haer  genomen  den  lieutenant 
onder  pretext  van  bitcharinge  met  eenige  soldaten  buyten  't  fort  te 
locken  ende  alsdan  te  vermoorden.  Jegens  wanneer  sij  mede  voorge- 
nomen hadden  de  soldaten  overvloei  van  sagueer  toe  te  senden  op 
dat  de  selve  droncken  sijnde  sij  onder  sch^n  van  voorige  vrientschap 
met  te  minder  perijckel  alles  souden  vermoorden.  Het  welcke  verstaen 
hebbende,  belastte  aen  gemelte  Westerman  dat  hij  sonde  simuleren 
ende  sich  gelaten  oft  nieuwers  atf  en  wiste.  Doch  dat  ondertusschen 
wel  op  syn  hoede  soude  wesen,  tot  mijner  comste  etc.  lek  ging  met 
3  corcorren  ende  't  jacht  Pera  der  waer  ts  om  de  geconspireerde  te 
apprehenderen  ende  met  eenen  't  fort  Harderwyck  te  lichten,  ten 
aensien  die  van  Amahe,  Macarica  ende  Sauco  tot  noch  toe  volgens 
hare  belofte  niet  aff  en  waren  gecomen  ende  nu  daer  en  boven  dit 
verraet  bijder  hant  hadden  genomen ,  als  mede  om  dat  het  secoureren 
desselffs  ons  seer  moeyelijck  ende  costelijck  viel.  Oock  dat  onse 
geringe  macht  vrg  wijt  en  syt  gesepareert  was.  Oversulcx  resol- 
veerden 't  voorsz.  fort  te  lichten  gelyck  oock  dateUjck  int  werck  wiert 


12 

gestelt,  nemende  de  plancken  ende  pannen  mede  met  5  van  de 
principale  hooffden  gevangen ,  de  welcke,  naer  dat  stj  eenigen  tijt 
hadden  geseten,  4  der  selver  hebben  gerelaxeert  overmits  haere 
kinderen  hier  in  ostagie  lieten ,  op  dat  dit  volck  niet  geheel  van  ons 
en  qname  te  vervreemden;  beloofden  haren  plicht  in  alles  nu  beter 
souden  achtervolgen ,  beclaechden  haer  al  't  samen  seer  over  gemelte 
Lebee  Petoie,  seggende  dat  hij  den  principalen  aendryver  ende 
beleyder  deses  verraets  was,  gelijck  voorn.  Petole  oock  selflfs  heeft 
bekent,  waer  over  hem,  alsoo  sich  in  dierglijcke  acte  noch  eens 
hadde  verloopen  ende  hoochnodich  geacht  wiert  dat  men  eens  een 
exempel  statueerde,  soo  is  dienvolgens  met  den  sweerde  geexecuteert. 
D'  Alfoures  hadden  wij  mede  beroepen  om  te  weten  of  sij  oock  ken- 
nisse  oft  verstant  van  dese  sake  hadden.  Doch  wierden  ontschuldich 
bevonden,  ende  sijn  alsoo  naer  dat  hun  eenige  vereeringe  gedaen 
hadde  vertrocken,  presenterende  haren  dienst  om  op  die  van  Louhoe 
ende  consoorten  te  gaen  garen  ^  dat  voor  alsnoch  om  redenen 
wtgestelt  hebben  om  te  sien  wat  voorders  wt  dit  spel  sal  willen  broeyen. 

Den  Coninck  van  Tuaha  residerende  op  t'  eylant  Vleasser ,  die  sich 
veelmalen  vry  wat  groflf  jegens  ons  in  voortijden  met  sijnen  wrevel 
hadde  vergrepen  ende  de  Mooren  meer  toegedaen  als  wij  wel  gaerne 
sagen,  hadde  nu  onlangs  met  ontrent  20  van  sijne  principale  besloten 
een  geheel  huysgesin  van  zijn  eygen  volck  te  vermoorden  om  haer 
goets  wille  ende  dat  onder  pretext  van  dat  sij  toovenaars  souden 
sijn,  geiyck  sij  dienvolgens  in  haer  quaet  moordadich  voornemen 
syn  voortgevaren,  massacrerende  de  vrouwe  ende  dochter  in  haer 
eygen  huys,  ende  den  man  ende  sijn  soon  ontvluchtent,  biddende 
aen  onsen  Officier  die  daer  leyt,  dat  hij  hen  doch  onder  sijne  be- 
schermittge  wilde  nemen,  waer  over  gemelten  Coninck  van  Tuaha 
hebben  gedegradeert  en  s^n  broeder  dat  een  cevyl  persoon  is  in  syne 
plaetse  gestelt,  houdende  den  ouden  Coninck  hier  gevanckelijck. 

De  Ternatanen  ende  Louhesen  hebben  tsedert  onsen  jongsten  tot 
tweemalen  op  die  van  de  Manipes  wesen  rooven;  hierentegen  hebben 
wg  eenige  van  onse  onderdanen  van  Cabaeuw  commissie  gegeven 
(overmits  sij  haer  een  man  doot  geslagen  hadden,)  revengie  te  halen, 
brachten  2  gevangen  mede;  die  van  de  Manipes  hebben  oock  3  man 


1    Koppen  snellen 


13 

van  die  van  Wayboute  gecregen;  Capn  Hittoos  soon  heeft  6  man 
van  haer  gevangen  wt  oorsake  slj  hem  sijn  haysvrouwe  onthonden ,  ende 
nu  over  .ontrent  2  maenden  hebben  de  Ternatanen  ende  Louhesen 
eenen  Kymola  Tycos  (wiens  suster  met  Capn  Hittoe  getrout  is)  in 
sijn  eygen  riviere  met  2  slaven  vermoort  door  dien  naer  men  seyt 
hij  der  Ternatanen  ende  Louhesen  hare  bitcharinge  misprees  ende 
niet  toestaan  en  wilde.  Gemelte  Tycos  was  den  genen  die  over  8  jaar 
de  schaal  voor  de  Engelsen  ophing,  den  welcken  bespeurt  ende 
gevonden  hebbende  dat  op  alle  der  Engelsen  schoone  beloften  niets 
gevolcht  en  was,  ons  nu  wilde  embrasseren,  alsoo  hy  seyde  dat  ons 
merckelijck  ongelijck  geschiet  ware  ende  dat  sij  haer  sulcz  souden 
beclagen.  Capn  Hittoe  is  daer  gewapender  hand  geweest  met  3  cor- 
corren  naer  dat  ons  verloff  geeyst  hadde,  ende  heeft  gemelten  Tycos 
begraven  ende  ontrent  60  slaven  nevens  eenige  gongen  van  daer  gehaelt , 
ende  is  sonder  met  de  Ternatanen  oft  Louhesen  te  spreken  gekeert. 
Gemelte  Hittoe  is  nu  onlangs  tweemael  bij  ons  geweest,  seggende 
dat  Eitchil  Aly  met  eene  groote  macht  op  comenden  wege  was  ende 
dat  inde  Moluquos  besloten  was  het  ware  bij  verraet  oft  anders  bij 
gewelt  dat  men  hem  aen  een  kant  soude  maken  te  crijgen,  alsoo 
de  Ternatanen  sijnen  spoet  ende  aensienlijckheyt  bij  ons  op  't 
hoochste  verdriet,  seggende  dat  hij  ons  alles  induceert  tot  haren 
nadeel.  Gemelte  Hittoe  heeft  op  ons  versocht  dat  met  vrouw,  kin- 
deren ende  haer  beste  goet  op  een  stercte,  die  hij  ongeveerlijck  een 
halve  mijle  van  daer  heeft,  soude  mogen  gaan;  sijluyden,  te  weten 
de  mans  persoenen,  wilden  bij  ons  op  strant  blijven.  Dat  hem  (ten 
aensien  wij  hem  sulcx  qualijck  connen  verhinderen)  hebben  toege- 
staen,  om  te  sien  wat  daer  wt  broeyen  sal.  Doch  tot  noch  toe  en 
is  sulcx  niet  geschiet.  Gemelte  Hittoe  thoont  ons  nu  naer  wtterlijcken 
schyn  meer  genegen  als  oyt  van  te  voren ,  niet  jegenstaende  over 
ongeveerlyck  3  maenden  geheel  t'  onvreden  was,  overmits  eene  van 
onse  jachten  aende  Drie  Broers  hadden  geleyt  om  te  prevenieren 
dat  op  Louhou  geen  joncken  en  souden  comen ,  gelijck  dit  jaer  oock 
niet  geschiet  en  is.  Soo  ist  gebeurt  dat  eene  joncke  voor  den  dage- 
raet  aireede  binnen  gaets  sijnde,  met  eene  redelijcke  coelte,  wesende 
de  wal  van  Louhou  naerder  als  die  van  Hittoe,  waer  over  ons 
jacht  deselve  vervolchden  ende  eyntlijck  onder  de  wal  van  Hittoe 
omtrent    Leboleeu    achterhaelde ,    die    de   Javanen    abandonneerden 


14 

swemmende  aen  lant.  De  onse  ondertussclien  cregen  de  joncke 
wederomme  yande  wal.  Hierover  was  Capn.  Hittoe  soo  ontstelt  dat 
hg  aen  alle  sijn  volck  verboot  ons  geen  vivres  te  vercoopen  op  de 
passer  op  pene  vande  rechterhant  te  verliesen,  dreygende  een  van 
onse  assistenten  te  slaen,  salcx  dat  genoodsaeckt  was  het  garnisoen 
te  verstereken.  Gemelte  Hittoe  beclaechde  sich  boven  maten  seer, 
seggende  jegens  onse  Gecommitteerde  dat  hij  boven  maten  verwon- 
dert was  dat  wij  de  joncken  van  sijn  strant  gingen  halen,  daer  wt 
niet  anders  aff  te  meten  en  was  dan  dat  men  haer  van  honger 
wilde  doen  sterven  ende  de  mont  sluyten,  daerby  voegende  dat  sij 
om  den  ondersteen  boven  salcx  niet  lijden  en  souden,  alsoo 
sij  ende  hare  voorsaten  van  outs  hercomen  waren  gewent 
met  de  Javanen  te  handelen  eer  sij  ons  ofte  de  Portegysen 
gekent  hadden.  Doch  bij  ons  ingesien  ende  geleth  sijnde  op 
onse  jegenwoordige  gestalte,  vonden  geraden  eenichsints  te 
^onniveren,  berispende  voor  eerst  sijne  violente  proceduiren, 
dat  soo  sonder  gehoorder  sake  wtgevaren  was,  dat  hij 
inden  eersten  socht  t'  ontkennen.  Doch  eygentlijck  seyde  dat 
hij  door  de  principale  daer  toe  gedrongen  was,  versoeckende 
dat  siilcx  ten  besten  wilde  dayden  ende  aende  eygenaers  resti- 
tutie doen  van  hare  joncke  ende  goederen.  Hier  op  antwoordde 
om  bovengemelte  consideratien  dat  wy  noyt  tot  nochtoe  eenige 
joncken  van  sijtie  reede  gehaelt  en  hadden,  maer  dat  wij  naer  de 
cours  soo  voorsz.  joncque  stelde ,  niet  anders  en  oordeelden  oft 
wilde  naer  Louhou,  ende  dat  deshalven  haer  soo  vervolcht  hadden, 
ende  waren  de  Javanen  van  vrije  quartieren,  waeromme  abandon- 
neerden sij  dan  soo  lichtveerdich  hare  joncke  sonder  ons  eens  reden 
te  geven  van  waer  sij  waren.  Hierinne  seyde  gemelte  Hittoe  dat 
sij  seer  qualijck  gedaen  hadden  maer  dat  de  perplexiteyt  ende 
vreese  sulcx  veroorsaeckt  hadde,  met  welcker  restitutie  alsdoen 
alles  scheen  in  goeden  doen  te  blijven ,  belovende  ons  met  7  cor- 
corren  te  assisteren.  Doch  hoedanich  haer  gemoet  in  dese  bejege- 
ninge  geweest  sij  can  uwer  E.  door  sijiie  versienige  ervarentheyt 
affmeten,  alsoo  haer  door  de  coroste  der  joncken  niet  alleen  noot- 
wendich  gerieff  maer  oock  groot  prouffijt  wert  toegebracht.  Daeren- 
boven  sullen  wQ  tot  desen  propobste  hier  noch  bij  brengen  hetgene 
ons   diesaengaende   op  Cambelle  met  Kypattij  Naro  is  wedervaren, 


15 

dat  wel  een  van  de  subtylste  Mooren  van  alle  dese  qaartieren  is, 
ende  ons  tot  dien  tijt  toe  seer  gunstich  (naer  wtterlijcken  schijn) 
heeft  bethoont.  Maer  overmits  wij  't  voorleden  jaer  eene  joncke 
omtrent  sijne  strant  van  daen  haelden,  heeft  soodanigen  odie  op 
ons  genomen  dat  sijne  gunste  in  haet  verandert  is  ende  nn  met  de 
Tematanen  heeft  aengespannen.  Daerbij  wij  willen  aenwysen  hoe 
beswaerlijck  uwer  E.  E.  ende  des  E.  Heere  Coens  ordre  in  dat 
stuek  sal  willen  volvoert  wesen,  te  meer  ons  aen  de  eene  syde 
geordonneert  wert  ons  voor  als  noch  met  het  vossenvel  snllen 
moeten  behelpen  tot  dat  constitutie  van  tyt  iets  anders  sal  willen 
lyden,  aende  ander  sljde  wort  ons  door  uwer  E.  E.  geordonneert 
dat  sonder  eenich  insicht  alle  joncken  aent  casteel  te  doen  comen 
oft  met  gewelt  daer  toe  constringeren.  Het  insicht  dat  uwer  E.  E. 
daermede  heeft  is  seer  lofifelijck^  maer  het  gevolch  van  dien  in 
dese  gestalte  met  soo  geringe  macht  als  hier  hebben  is  seer  dan- 
gereus  onses  gevoelens.  Doch  submitteren  ons  geerne  een  beter 
oordeel. 

De  Tematanen  ende  Louhesen ,  niet  jegenstaende  sij  naer  geseyt 
wert  dit  jaer  over  150  bhaer  nagelen  gehadt  hebben  en  hebben  ons 
niet  eene  nagel  gelevert  maer  hebben  alles  over  't  geberchte  op 
Lessydy  ende  Erang  gebracht  ende  aende  Macassairen  vercocht,  die 
jegenwoordich  over  22  a  23  joncken  daer  sterck  leggen ,  wesende  over 
de  5  a  600  man  sterek ,  wel  versien  van  bassen  ende  roers  boven  haer 
spuyt  geweer,  ende  naer  ons  secretelQck  geseyt  is  soo  souden  die 
van  Lessydy  op  haren  Mossaffy  gesworen  hebben,  bij  soo  verre  wij 
daer  quamen  om  haer  aen  te  tasten ,  hun  souden  assisteren.  Des  niet 
jegenstaende  sijn  de  principale  van  Lessydy  hier  verscheyde  malen 
by  ons  geweest  om  haer  te  excuseren,  seggende  dat  sij  geene  nage- 
len aende  vreemdelingen  en  vercoopen  maer  dat  de  Tematanen  by 
nachte  ende  ontyden  de  selve  daer  over  lant  brengen  ende  tegen 
rys  ende  slaven  verruylen.  Wg  gaen  nu  voor  wt  met  10  a  12 
corcorren  om  te  sien  oft  wy  hare  nagelen  connen  beloopen  alsoo  sy 
de  selve  by  nachte  met  schampans  vervoeren  op  Bouro,  Manippe, 
Eelang  ende  Assehoudy.  Wy  hebben  een  spie  die  ons  belooft  heeft 
(onder  belofte  van  eerHjcke  belooninge)  goede  aenwysinge  te  doen. 
Godt  geve  iets  vruchtbaers  mogen  verrichten.  Daer  naer  sullen  sien 
hoedanich   de   sake  vande  Macassairen  sich  presenteren  sal  ende  na 


16 

constitutie  van  saken  ons  reguleren.  Gebeurende ,  geiljcke  hopen 
neen ,  dat  wij  de  nagelen  hier  niet  en  conden  becomen  y  soo  sullen 
datelljck  2  jachten  naer  de  strate  van  Bouton  senden  om  op  de  selve 
aent  noort  eynde  te  passen,  als  oock  op  des  vijants  vaertuych  dat 
wt  de  Moluquos  soude  mogen  comen.  Gemelte  jachten  hebben  wij  oock 
een  cargasoen  mede  gegeven  om  in  Bouton  voor  slaven  te  verhan- 
delen, nevens  een  present  van  drie  vaten  cruyts  aenden  Coninck 
van  Bouton  in  recompence  van  een  slave,  soo  ons  't  voorleden  jaer 
gesonden  heeft.  Gemelte  Coninck  wordt  seer  gedreycht  van  die  van 
Macassar,  weshalven  hij  seer  instantelijck  onse  hulpe  versocht  heeft, 
doch  hebbe  geordonneert  dat  soo  haest  onse  saken  aldaer  verricht 
sullen  wesen  weder  herwaerts  maken  te  comen.  Het  succes  deser 
sake  soot  den  tijt  lijden  wil  hopen  wij  uwer  E.  E.  noch  ten  deele 
pr  't  schip  Wourden  te  participeren.  Door  gemelten  spie  die  op 
Hittoe  thuys  hoort  is  ons  aengedient  hoe  Capn,  Hittoe  den  oorloge 
met  de  Tarnatanen  maer  pro  forma  en  voert  om  ons  daer  door  te 
abuyseren,  dat  ten  deele  geloove,  overmits  gemelte  Hittoe  nu 
onlangs  geleden  (als  hier  vooren  verhaelt)  op  ons  versocht  heeft  op 
sijne  stercte  te  mogen  gaen  met  wijff  en  kinderen ,  waer  by  aff  te 
meten  is  wat  fondament  op  der  Mooren  beloften  te  bouwen  is. 

Wij  hebben  oock  eenen  brieff  int  Spaens  aenden  Coninck  van 
Macassar  geschreven  met  eene  Chijnese  joncque,  die  wij  over  2  jaer 
pas  verleent  hadden,  ende  uwer  E.  E.  meyninge  geopenbaeH ; 
mogen  sien  wat  andtwoorde  daer  op  volgen  sal. 

Capn.  Vogel  hadden  wij  over  2  maenden  geleden  met  2  corcorren 
naer  de  Manipes  gesonden,  overmits  de  raporten  van  daer  hier  seer 
vreemt  luyden  in  onsen  ooren,  te  meer  de  Ternatanen  opTonuwaire 
geweest  waren,  die  hun  vereeringe  gedaen  hadden,  weshalve  Cap". 
Vogel  met  2  corcorren  wel  gemant  derwaerts  sont  om  der  Ternatanen 
concepten  te  prevenieren.  Den  welcken,  daer  gecomen  sijnde,  vont 
de  sake  soo  quaet  niet  als  de  rapporten  wel  geweest  waren ;  gemelten 
Vogel  hadden  wij  belast  dat  en  passant  Bouro  ende  Amblaeuw  soude 
aendoen  om  hare  corcorren  veerdich  te  houden.  Onderwegen  ontmoetede 
hem  2  Macassarce  joucken ,  die  seyden  naer  Seram  wilden  ende  brieven 
vanden  Coninck  van  Macassar  hadden  aende  gevluchte  Bandanesen. 
Tegen  dese  gemelte  joncken  was  Cap"*.  Vogel  van  's  morgens  tot  den 
avont  doende  sonder  dat  daer  M^  van  conde  werden ,  dat  door  't  holle 


17 

water  ende  den  avont  principalijck  wederhouden  wiert.  Daer  naer 
hebben  wQ  verstaen  dat  bovengeseyde  joncken  over  de  20  dooden 
gehadt  hadden.  Hier  heeft  al  over  eenigen  tgt  geruchte  geloopen  dat 
den  Coninck  van  Macassar  40  corcorren  naer  Seram  wilde  sendenom 
de  gevluchte  Bandanesen  te  haelen ,  dat  wg  soo  niet  en  connen  aen- 
nemen  maer  ter  contrarie  veel  eer  (snlcx  soo  sijnde),  dat  de  Banda- 
nesen ende  Serammers  den  Coninck  van  Macassar  gesworen  hebben 
by  soo  verre  sij  te  gemeenderhant  wederomme  meester  van  Banda 
conden  werden.  Dit  dunckt  ons  heeft  meer  gelijckenisse  als  dat  den 
Coninck  van  Macassar  de  gevluchte  Bandanesen  soude  gaen  halen. 
Wg  hebben  d'heer  Gouverneur  [van  Banda]  Willem  Jansz  dieshalve 
geaviseert  op  sijn  hoede  te  wesen 

Hier  is  altemets  soo  eene  vliegende  tijdinge  geweest  dat  die  van 
Louhou  ende  Ternatanen  wel  souden  genegen  wesen  tot  vrientschap 
ende  ons  geerne  wederomme  een  houten  logie  souden  maken,  maer 
tot  een  steenen  souden  naer  geseyt  wort  niet  willen  verstaen.  Soo 
wy't  daer  toe  conden  brengen  dat  sulcx  buyten  krenckinge  van  onse 
reputatie  coste  geschieden  souden  daer  toe  wel  genegen  syn.  De 
Louhesen  ende  Ternatanen  hebben  Louhou  meest  verlaten  ende 
woonen  nu  op  Lissiella,  wesende  eene  stercte  op  eenen  hoogen  berch 
omtrent  een  halve  mi)le  van  Louhou  gelegen 

Wij  hebben  volgens  u  EE.  precyse  ordre  alle  doenlijcke  middelen 
voorgewent  om  de  nagelen  voor  cleeden  te  becomen ,  doch  sulcx  heeft 
hier  aent  casteel  ende  Lamcke  redelijcker  wijse  plaetse  gegrepen; 
maer  op  Hittoe,  Louhou  noch  Cambelle  niet.  Eersteiyck  ten  aensien 
wg  met  die  van  Louhou  in  sodanigen  contingentie  sijn ,  de  welke  met 
die  van  Cambelle  hebben  aengespannen ,  allegerende  onder  den  anderen : 
Dit  sijn  de  beloften  van  de  Hollanders  die  onse  nagelen  belooft  hebben 
met  contant  te  betaelen,  ende  nu  willen  sij  ons  met  cleeden  voldoen 
naer  haere  fantasije,  seggende  dat  wij  maer  niet  sij  de  contracten 
violeren ;  weten  daer  noch  by  te  brengen  dat  men  haer  de  vreemde- 
lingen, die  haer  rijs  ende  andere  nootwendicheyden  gewent  sijn  te 
brengen ,  mede  soeckt  aff  te  snijden. 

Cap°.  Hittoe  heeft  mede  den  meestendeel  van  sijne  nagelen  polong 

ofte  ftisten  laten  worden,  dat  hij   weet  te  excuseren  met  de  siecte 

van  de  Loute  Louty.  In  conclusie,  soo  wij  dit  jaer  voor  eerst  half 

geit  ende  cleeden  hadden  gegeven,  souden  weynich  minder  als  300 

2 


18 

bhaer  nagelen  gehadt  hebben  daer  nu  onses  gevoelens  niet  boven 
100  ofte  120  bhaer  voor  dit  jaer  en  sullen  hebben,  waermede  den 
eysch  voor  de  cast  ende  Snratte  (ten  sy  wt  de  Molnquos  iets  merc- 
keiycx  comt)  naiiwelijcx  genoech  en  can  gedaen  werden.  Ende 
oft  na  al  gebeurde  datter  wat  meer  viele  als  geeyst,  soo  soud  men 
sulcx  op  Batavia  connen  bewaren  voor  andere  schrale  gewassen, 
gelijck  nu  aireede  2  jaren  achter  den  anderen  gehadt  hebben. 
Hier  door  soude  noch  een  schadelijcker  zake  veroorsaeckt  connen 
werden,  te  weten  dat  die  van  Louhoa,  Lessydy  ende  Cambelle  met 
de  Macassairen  in  contract  traden  ende  haer  ieuivers  verstercten, 
ende  alsoo  niet  aileene  de  nagelen  van  Louhou,  Cambelle,  Lessydy 
maer  oock  van  Hittoe  souden  toegevoert  werden,  waertoe  de  Porte- 
gysen  ende  Engelsen  geen  contanten  en  souden  manqueren,  daer  den 
Coninck  van  Macassar  (genietende  sgnen  tol  ende  beneffitie  van  handel) 
seer  vele  om  doen  sal  als  wesende  seer  machtich  van  volck.  Wi)  laten 
ons  voorstaen  dat  gemelte  Coninck  van  Macassar  niet  alleene  en  tracht 
(als  hier  voren  aengewesen)  naer  de  nagelen  maer  oock  naer 
de  noten  ende  folie,  alsoo  hy  vast  overal  veel  aenhangs  crggt. 
Ende  dat  wij  souden  meynen  hier  met  3  oft  4  jachten  alle  dese 
plaetsen  te  besetten  is  onmogelyck,  overmits  de  quade  gronden, 
vehemente  stroomen  ende  winden,  hebbende  daerenboven  noch  het 
lant  ende  volck  te  vijande,  alsoo  die  natiën  als  van  één  gelooff 
sijnde,  in  noot  malcanderen  assisteren.  Ende  gestadich  met  onse 
onderdanen  met  corcorren  op  de  roey  te  wesen  is  een  seer  sware 
sake  voor  haer,  die  door  soo  gestadigen  aerbeyt,  perikel  ende  aer- 
moede,  geleek  si)  jaerlijcx  tweemael  hebben  ende  voornameiyck  dit 
jaer  gehadt  hebben,  wel  lichtelyck  eens  de  walge  van  ons  crygen 
souden,  gelyck  wij  hier  naer  int  corte  sullen  aenwQsen  dewyle  wy 
op  dit  propoost  sljn.  Over  ongeveeriyck  3  weken  geleden  hebben  wy 
eerst  een  praeuw  met  ongeveeriyck  2  bhaer  nagelen  van  die  van 
Louhou  becomen,  die  deselve  naer  Waysamma  (gelegen  op  't  eylant 
Bonro)  meynden  te  brengen ,  ende  daernaer  hebben  op  de  strant  van  Hittoe 
een  praeuw  met  2  a  3  sacken  nagelen  gécregen,  die  de  selve  ons  mede 
meenden  t'  ontvoeren.  Desen  wiert  ons  gevangen  aentcasteel  gebracht, 
den  welcken  naer  dat  wy  hem  geexamineert  ende  eenige  dagen  ge- 
vangen geseten  hadde,  seyde  by  soo  verre  hem  syne  begane  foute 
wilde  vergeven ,  hy  soude  my  aenwysen  waer  goede  quantiteyt  nagelen 


19 

was  ende  persooniyck  mede  gaen^   wesende   op  Waysamma.  Waer 
over  resolveerde  vande  3  Broers  met  ontrent   16  corcorren  over  te 
steken,  alsoo't  bantsaem  weder  was,  met  meyninge  om  des  anderen 
daechs  vroech  voor  sonnen  opganck  op  Waysamma  te  wesen ,  maer  over- 
mits de  contrarie  stroom  quam  ongeveerlijck  een  ure  te  laet,  snlcx 
dat  wij  te  tijdeiyck  ontdeckt  waren.  In  voegen  dat  alsdoen  genoot- 
saeckt  was   van  resolatie  doen  veranderen  ende  sont  2   man  naer 
hare  Negrij   opdat  sij  bij  my  souden  comen,  maer  dese  wierden  soo 
bejegent  dat  Biyt  al  swemmende  ontvluchtten.  Waer  over  ick  seer  ver- 
stoort synde,  dateiyck  (niet  jegenstaende  het  aldaer  een  leegerwal 
ende  openbare  see  was)  met  ongeveerlijck  40  soldaten  ende  150  van 
onse  onderdanen  landde,  met  intentie  om  die  van  Waysamma  over 
hare  onbehoorlycke  proceduiren  te  straffen,  maer  ongeveeriyck  een 
halff  ure  gemarcheert  hebbende,  hebben  ons  manneiyck  wederstaen 
ende  syn  plomp  verlooren  op  de  trompen  van  onse  mosquetten  inge- 
vallen,   quetsende   met   hare   sweerden   2   a  3  van  onse  soldaten, 
waer  over  aireede  eenige  van  onse  onderdanen  haer  op  de  vlucht 
begaven,  ende  ten  ware  ick  die  door  de  smalheyt  des  weechs  gestut 
hadde,  souden  apparent  de  vlucht  onder  de  onse  gebracht  hebben. 
Maar  alsoo  drie  oft  4  vande  hare  onder  de  voeth  geraecten,  ende  wy 
invielen,   steldent  naer  corte  resistentie  op  een  vluchten,  niet  jegen- 
staende sy  een  béquaem  retret  hadden  in  hare  Negry ,  als  mede  in  der 
vreemdelingen  quartier,  maer  wy  en  gaven  haer  geen  tyd  dat  sy  haer 
vermaken  costen.  Hier  vonden  wy  3  joncken  ende  3  schampans,  maer 
zeer  weynich  nagelen,  naer  onse  gissinge  niet  boven  1^  bhaer;  waer 
van  wy   de  3  joncken  ende  een  schampan  verbrandden,  latende  2 
schampans  onverbrant,  opdat  sy  daermede  mochten  vertrecken,  door 
dien  ons  dien  hoop  daer  niet  en  dient.  Men  seyt  datter  2  schampans 
met  nagelen  voor  onse  comste  vertrocken  souden  wesen.  Doch  seker- 
heyt  en  weten  niet.  Dese  van  Waysamma   syn,  naer  van  die  van 
Lomaite  verstaen ,  over  de  600  weerbare  man  sterck  buyten  de  Macas- 
sairen,   ende   niet  jegenstaende   ons   den    eet  van  getrouwe  onder- 
danicheyt  aireede  over  3  jaren  geleden  hebben  gedaen,  soo  en  hebben 
noch  noyt  met  ons  geroeyt,  maer  ons  altyd  met  leugens  ende  pratiens 
gepayt  ende  hebben  over  4  jaren  geleden  een  van  onse  vrye  burgers 
vermoert,   sulcx  dat  sy   rechtveerdige  straffe  becomen  hebben  over 
haren  wrevel ;  hare  negry ,  tempel  ende  vaertuych  hebben  om  redenen 


20 

onbeschadicht  gelaten.  Onder  de  dooden  inde  rescontre  is  gebleven 
den  broeder  van  den  Patty,  wiens  hooft  door  die  van  Lomaite  met 
eene  witte  tancoele  wederomme  gesonden  hebbe,  nevens  last  dat  sij 
haer  met  mij  wederomme  souden  comen  reconcilieren,  wtgevende  dat 
my  wel  bewust  was  dat  het  der  Macassaren  bedrijff  is ,  op  hope  van 
haer  door  dien  middel  weder  tot  ons  te  trecken.  Die  van  Lomaite, 
als  daer  naest  by  gelegen,  versochten  een  bas  ende  een  falcoen 
nevens  cruyt  ende  loot  om  die  van  Waysamma  (soo  iets  op  haer 
attendeerden)  te  resisteren.  Oock  hebben  daer  9  soldaten  gelaten; 
sullen  eer  lang  sien  wat  daer  op  volgen  sal.  Van  daer  staken  over 
naer  de  Manipes  met  de  Hongy,  niet  buyten  merckeiyck  perijckel 
overmits  het  extraordinarie  holle  water;  verloren  eene  corcorre, 
maer  het  volck  wiert  gesalveert  ende  op  d'  ander  corcorren  verdeelt. 
Hiervoren  is  overgeslagen,  alsoo  ons  principael  deseing  was  met  de 
Hongy  te  verhinderen  dat  de  Macassairen  geene  nagelen  en  souden 
vervoeren,  dat  Wourden  des  daechs  te  voren  geordonneert  hadden 
voor  Lessydy  te  anckeren,  nevens  eene  van  onse  jachten,  ende  onse 
comste  aldaer  te  verwachten,  om  te  sien  by  wat  middelen  de 
nagelen  best  sonder  merckelycke  alteratie  souden  becomen.  Op 
Lessydy  gecomen  synde  bevonden  dat  de  Macassairen  Mr.  van  die 
van  Lessydy  waren,  ende  gants  niet  en  wilden  verstaen  om  ons 
de  nagelen  te  leveren,  ten  ware  men  haer  realen  daervoor  gave, 
waer  over  haer  dreychde  met  ge  welt  aen  te  tasten,  waer  door  de 
sake  schier  soo  verre  gebracht  wert  dat  sy  de  nagelen  ons  voor 
cleeden  souden  leveren,  dat  sy  eerst  begonnen  te  doen  3  a  4  bhaer. 
Maar  alsoo  sy  met  de  Louhesen  ende  Ternatanen  in  verbont 
schynen  te  wesen,  soo  syn  daer  over  de  3000  weerbare  man  by 
den  anderen  gecomen,  daer  Leliatto  ende  Callenbatta  in  persene 
by  syn,  die  die  van  Lessydy  bycans  gedwongen  hebben  (daer  wg 
hier  naer  breeder  bescheyt  van  sullen  hebben)  ende  quansuis  onder 
schyn  omme  de  Macassairen  voor  ons  gewelt  te  bevryden,  sulcx  dat 
hier  by  aff  te  meten  is  hoedanich  der  Moiren  verbonden  ende  allian- 
tien  syn.  Wy  hebben  omme  vele  gewichtige  redenen  onse  principale 
macht  in  geen  perijkel  durven  stellen,  maer  oirbaerUjck  geacht  voor 
alsnoch  te  simuleren ,  alsoo  voor  seker  te  honden  is  dat  by  soo  verre 
wy  tot  de  openbare  wapenen  comen,  dat  sich  alsdan  eerst  hare 
complicen  sullen  openbaren,   alsoo  sulcx  niet  anders  dan  met  eene 


21 

gequalificeerde  macht  bij  de  hant  en  dient  genomen,  daer  uwer  EE. 
te  sijner  tgt  wel  ernstelyck  op  dienen  te  letten,  overmits  als  hier 
vooren  aengeroert  niet  alleene  de  Macassairen  maer  oock  de  Porte- 
gQsen  ende  Engelsen  hier  ieuwers  sullen  maken  in  te  booren  ende 
in  sodanigen  val  de  laetste  dolinge  erger  als  de  eerste  soude  wesen. 
Wy   en   hebben   van   haer   niet   meer  als   H  bhaer  becomen,  niet 
jegeustaende  wij   achten  datter  wel  over  de  30  bhaer  behoorden  te 
wesen.  Het  is  inderdaet  seer  beswaerlyck  met  desen  godtloosen  hoop 
te  handelen  op  dese  wijse.  Ende  alsoo  wQ  voorseker  honden,  dat  de 
Macassairen   noch   goede   quautiteyt   nagelen   sullen  vervoeren,  niet 
jegenstaende   sg    sweeren   datter  geen   meer   en   syn,   soo  sQn  van 
meyninge   als   voren   aengeroert   de  jachten   Pera  ende  Gouda  aent 
noort   eynde  van   de   straet   van   Bouton   op   de  voorsz.  joncken  te 
doen  passeren  ende  sien  wat  Godt  geven  wil.  Sommige  souden  hier 
op  connen  allegeeren  datmen  hier  wel  soude  connen  hare  joncken  't 
see   te   brengen  ofte  in  brant  te  steken,  maer  dan  souden  evenwel 
vande  nagelen  versteken  bleven  ende  onse  vijanden  met  de  Macassairen 
verstercken  ende  daerenboven  oorsake  geven  dat  hun  op  de  eene  ofte 
andere  welgelegene  plaetse  sterck  maken ,  gelijck  sij  aireede  op  Lessydy 
gedaen  hebben.  Leliatto  ende  consorten ,  door  Capn  Vogel  wt  onse  last 
gevraecht   s^nde   om   wat   redenen   hij    daer   met  de  sQne  gecomen 
was ,   seyde   eerstelijck  dat  hij  vreesde ,  alsoo  wij  Waysamma  aflfge- 
loopen  hadden,   dat  wij   Cambelle  mede  affloopen  souden,  ende  ten 
anderen   omme   te   bevorderen   dat    ons   de   Macassairen  de  nagelen 
souden  leveren.  Door  gemelten  Vogel  mede  gevraecht  sijnde  aen  voors. 
Lelyato  waeromme  hij  sich  soo  vreemt  hielt  van  mij  ,  seyde  dat  soo 
lange  ick  hier  was  nimmermeer  met  my  en  soude  connen  accordeeren 
overmits  aireede  groot  gedeelte  van  des  Conings  onderdanen  naer  mij 
getrocken  hadde ,  ende  dat  sulcx  noch  niet  genoech  en  was ,  maer  oock 
niet  en  wilde  gedoogen  dat  iemant  der  selver  bg  hem  quamen,  alle- 
gerende daer  benevens  soo  wy  tot  de  voorige  vrede  genegen  waren, 
dat   eerst  hare  gepretendeerde  actiën  mosten  voldaen  werden.  Waer 
by  UEE.  volcomen  connen  aflmeten  waer  op  de  saken  alhier  rusten, 
ende  wat  remedie  dat  jegens  dit  geinflameert  accident  dient  gebruyckt 
eer  de  schade  dangereuser  wert.  Wij  connen  wel  affmeten  dat  [door] 
vwer  ËË.   aldaer,  met  de  geringe  secoursen  die  dit  jaer  gecomen 
sijn  ende  't  aenstaende  jaer  te  verwachten  hebben ,  apparent  weynich 


22 

sal  connen  verricht  werden;  maer  op  snlcx  behoorlijck  geleth  synde, 
800  dient  overwoogen  oft  nu  dese  veranderinge  van  geen  realen  te 
geven  aen  die  van  Hittoe,  Louhou  ende  Cambelle ,  als  wy  bg  contract 
verbonden  sijn,  in  plaetse  van  het  vier  te  blussen  geen  olie  int  vier 
sal  wesen.  Onses  gevoelens  sal  men  in  dese  gestalte  met  realen  oft 
ten  minsten  halff  realen  moeten  continueren  op  de  bovengemelde 
plaetsen   oft   tot  de  wapenen  comen 

De  Javanen  syn  hier  a^nt  casteel  met  8  joncken,  hebben  haren 
rys  tot  65;  60:  55  en  50  R(ealen)  meest  vercocht 

De  Tol  der  Javanen  van  incomende  goederen  is  gesteld  op  10 
p'  C®  ende  van  wtgaende  realen  oock  10  p"^  Cent  maer  van  wtgaende 
cleeden  niet  meer  als  5  p'  Cent.  De  voors,  Javanen  hebben  meest 
alle  haer  procedido  in  cleeden  geemployeert  als  roode  percallen ,  etc. 

Actum  int  Compt"^  Cambelle  desen  15en  May  An"  1624  ende  was 
onderteyckent  VEE.  seer  dienstwilligen  dienaer 

H.  VAN  Spbtjlt. 


VI.    Herman  van  Speult,  aan  den  Gouv.-Gen. 
Pieter  de  Carpentier,  16  September  1624. 


Edele  Emtfeste  enz. 


Bier  aent  Casteel  is  alles  noch  in  redelycken  doen,  de  Heere  si) 
loff,  wtgesondert  datter  nu  gants  geen  leven  onder  de  burgerije  ende 
ingeboome  en  is^  overmits  de  schaersheyt  van  geit.  Oversulcx  heeft 
ons  nodich  gedocht  Uwer  EE.  te  remonstreren  oft  het  niet  proffyte- 
lycker  voor  de  E.  Compagnie  en  soude  wesen  dat  men  het  gamisoen 
met  contant  maentelijck  betaelde,  te  weten  met  croonen  offcestny vers, 
als  dat  men  deselve  rantsoen  geeft  ten  laste  vande  Compagnie,  want 
soo  lange  de  selve  met  cleeden  betaelt  worden  soo  moet  nootwendich 
de  cladde  inde  cleeden  volgen,  ten  aensien  een  soldaet  altyt  de 
helft  daer  op  moet  verliesen,  waer  voor  deselve  seer  groote  armoede 
lyde'n  ten  aensien  alle  vivres  hier  extraordinarie  dier  syn,  ende  ter 
contrarie  de  selve  op  de  hier  volgende  wyse  betaelt  wordende,  soude 


23 

neeringe  ende  welvaert  onder  de  burgerye  ende  vreemdelingen  ver- 
oorsaken.  Ook  sonde  den  meestendeel  der  contanten,  soo  men  aent 
gamisoen  maentlgck  betaelde,  door  de  wijnen  ende  cleeden  weder- 
omme  ingetrocken  connen  werden.  Is  mede  considerabel  dat  soo 
lange  hier  geen  geit  omme  en  gaet,  dat  het  procedido  van  de  ver- 
cochte  wijnen  altijt  met  brieffkens  moet  betaelt  worden,  dat  als 
dan  een  ieder  als  contant  op  sgne  rekeninge  a%eschreven  wert  soo 
de  Compagnie  tot  het  hare  wil  comen.  Want  by  soo  verre  men  de 
schnldich  wesende  burgerde  wilde  appremieren  [opprimeeren  ?]  (daer 
de  Compagnie  wel  aende  cant  van  2  a  230  R.  aen  ten  achteren  is) 
met  hare  huysinge ,  vee ,  have  ende  goederen  te  vercoopen ,  en  sonde 
ten  aensien  van  de  schaersheyt  van  geit  geen  halve  waerdye  gelden, 
waer  door  de  bnrgerye  tot  totaele  rnyne  ende  armoede  sonden  moeten 

vervallen 

Het  principale  deseing  van  de  Tematanen  ende  Tydoresen  is 
onses  oordeels  dat  sij  ons  met  den  Spanjaert  snllen  laten  geworden 
ende  overal  soo  veel  aenhangs  ondertusschen  maken  te  crijgen  dat 
sijder  ons  wt  mogen  crijgen,  hetsij  bij  middel  van  gewelt ofte  verraet. 
Dit  is  ongetwijffelt  haer  oochmerk,  hetsy  dat  sij  de  sake  noch  eenich- 
sints  wilden  wtstellen,  dat  onses  gevoelens  geheel  apparent  is,  maer 
bij  soo  verre  snlcx  geschiedde  sal  maer  dienen  om  op  't  gevonchelijckste 
haer  slach  waer  te  nemen ,  gelyck  wij  aireede  wt  de  haere  door  giften 
hebben  verslaen.  Eerstelyck  dat  den  oorloge  van  Cap°.  Hittoe  jegens 
de  Tematanen  maar  propt  er  forma  ende  gefingeert  en  is.  Ja  hebben 
gesworen  metten  anderen,  ende  al  waert  schoon  sake  dat  sy  naer 
onder  gewoonte  met  mij  roeyden ,  dat  sij  wel  naer  wtterlijcken  schijn 
ons  zouden  assisteren,  maer  met  geen  scherp  op  haer  en  sonden 
schieten  ende  soo  den  noot  vereyste  oft  wQ  eenichsints  besweken, 
den  vgant  sonden  toevallen.  De  Hytteesen  hebben  haer  dit  jaer  ver- 
scheyden  malen  vergrepen  met  ons  de  nagelen  te  ontvoeren.  Dit  en 
seggen  wg  niet  wt  presumptie  maer  bij  eygen  ervindinge.  De  gestalte 
van  Hittoe  oordeelen  wij  soodanich  dat  sij  door  dese  veranderinge  soo 
wel  als  die  van  Louhon  het  gat  (irre veren teiyck  gesproken)  sullen 
omwerpen,  ende  te  gemeenderhant  met  alle  de  Morisma  sullen  aen- 
spannen.  Daer  bij  gevoucht  de  Macassairen ,  Engelsen  ende  Portegijsen 
van  Macassar,  geven  wQ  uwer  EE.  het  gewichtich  gevolch  desersake 
te  bedencken,  versonckende  ende  biddende  deshalven  seer  instanteiyck 


24 

de  E.  Heeren  gelieven  met  opmerekinge  ende  aendacht  hier  op  te 
letten  ende  geen  wtstel  langer  te  nemen,  want  bij  soo  verre  nu  in 
den  eersten  haer  voornemen  niet  gestuttet  en  voorgenomen  can  werden , 

hoe  beswaerlijck  sulcx  naderhand  sal  connen  geschieden 

Soo  ist  dat  naer  dat  sij  ^  2  van  onse  soldaten,  die  op  de  vereken- 
jacht  waren  gegaen,  nevens  6  Ambonesen  (ongewapent  synde)  hebben 
vermoert  ende  naderhant  noch  een  assistent  genaemt  Dirck  Malbnrch , 
die  ettel^cke  maenden  sieckelijck  geweest  was  aende  Ambonese  pocken 
ende  noch  half  sieckelijck  sijnde  recht  voor  de  logie  aen  strant  gegaen 
was  om  een  zeelocht  te  scheppen,   mede  vermoert  hebben,   sijnde 
Gambelle  sodanich  gestelt  dat  niemant  sich  en  derff  buyten  de  logie 
ofte  het  fort  vervougen  dan  met  troupen  ende  den  lont  op  den  haen. 
De  geberchten  ende  bosschagie  sijn  onse  partye  seer  vorderlyck  ende 
ons   schadelgck.  Cambelle  valt  ons  seer  costelijck  ende  moeyeiyck  te 
secoureeren ,  naerdemael  de  gewoonlijcke  passagie  gesloten  is.  Soo  wij 
in   den   oorloge   moeten  continueren  gelijckt  apparent  is,  soo  waert 
geraetsamer  (onses  gevoelens)   dat  men  het  fort  van  Cambelle  aban- 
donneerde ende  Hete  springen  ende  ons  met  het  garnisoen  verstercten , 
dat  jegenwoordich   over   de    10   blancke  coppen  sterck  is.  Naer  wij 
onderrecht  sijn  soo  is  het  voornemen  van  de  Ternatanen  ende  Lou- 
heesen,  nevens  de  Cambellesen,  dat  sij  voorstellen  omme  alle  geresen 
verschillen  ter  neder  te  leggen,  tot  geenen  anderen  eynde  dan  om 
my  aen  een  cant  te  helpen  door  middel  van  verraet,  alsoo  alle  haer 
trachten   is   geweest  om  mij  op  Hittoe  te  locken,  waer  toe  w^  het 
jawoort  aireede  gegeven  hadden  aen  eenen  Mattasily,  die  meteenen  Hatib 
Sousouso  wt  de  Moluquos  gecomen  was  (naer  haer  zeggen)  ^  omme  alles 
op  voorigen  voeth  te  brengen,  sustinerende  dat  naerdemael  de  selve 
bg  mij  in  't  particulier  niet  wel  en  souden  connen  gedecideert  werden , 
dat  men   de  selve  aen  Uwer  E.  E.  ende  den  Coninck  van  Ternaten 
soude   renvoyeren.   Maer   daer  naer  hebben  onse  meyninge  diesaen- 
gaende  aende  hooffden  onser  onderdanen  gecommuniceert,  die  welcke 
van  contraire  opynie  waren,  seggende  dat  sij  daer  geensints  toe  en 


1)  Dat  is  Eaitsjil  Leliato  en  zijn  aanhang  op  Elein  Oeram. 

2)  Zg  waren  werkelijk  van  Ternate  daartoe  afgezonden  en  aan  Van  Speult  aan- 
bevolen, zoo  als  blijkt  nit  een  brief  van  Jacqnes  Ie  Febvre,  gouverneur  der 
Molukken,  aan  van  Speult,  van  11  Maart  1624. 


25 

eonden  verstaen  dat  wij  ons  persooniyck  daer  sonden  transporteeren  ^ 
ten  aensien  wg  nu  aireede  tot  verscheydeu  reysen  hare  moorda- 
dicheyt  ende  bedroch  hadden  bespeurt  ende  voormaels  ten  tijden 
vande  Portegysen  aen  hare  vaders  ende  voorsaten  hadden  bewesen, 
daer  bij  vongende  dat  haer,  ende  by  maniere  van  spreken  alle  de 
werelt ,  cont  was  dat  sij  ons  geoffenseert  hadden  ende  deshalven  soo 
sij  iets  begeerden  aent  Gasteel  behoorden  te  comen.  Maer  alsoo  si) 
ons  aireede  met  hare  maeht  begonden  te  dreygen,  als  voomement- 
ILjck  die  van  Baguala  ende  Soulij,  niet  verde  gelegen  vande  Pas 
daer  Amboyna  meest  open  is  voor  die  vande  eylanden  ende  cnst 
van  Ceram,  die  daer  steelsgewijse  altijt  connen  comen,  soo  hebben 
die  occasie  gecapteert,  ende  onse  onderdanen  bewogen  dat  men 
daer  een  steenen  huys  soude  maken  tot  haerer  versekeringe,  daer 
Bij  tot  noch  toe  (te  weten  aenden  calckhoven  die  37  vaem  in  sijne 
circumferentie  is)  seer  neerstich  hebben  gearbeyt,  in  vongen  dat 
binnen  3  weken  het  hout  ende  den  steen  totten  oven  meest  by  den 
anderen  sullen  hebben.  Ons  principaele  deseing  en  is  niet  alleenlgck 
met  dit  werck  de  Pas  (die  omtrent  250  treden  wy t  is ,  daer  sij  hare 
corcorren  ende  prauwen  over  dragen)  te  bevrijden,  maer  oock  voor 
te  comen  dat  daer  geen  Engelsen  ofte  andere  wtheemse  natie  en 
comen  reede  kiesen,  die  daer  seer  bequaem  is,  ja  sodanich  datter 
op  geheel  Amboyna  geen  diergelijcke  en  is  voor  alle  winden, 
wtgesondert  de  bay  van  Amboyna.  Oock  valt  hier  met  't  weste 
mouson  seer  treffelijcke  visscherye  voor  de  burgerije,  die  in  tijt  van 
oorloge  niet  en  soude  connen  gebrnycken.  Is  mede  seer  gelegene 
plaetse  omme  onse  corcorren  te  versameien,  alsoo  men  van  daer  in 
haeste  overal  inde  eylanden  als  anders  can  comen.  Oock  sal  men 
die  van  Tycal  als  die  van  Hatuwa  te  beter  in  dwang  houden , 
alsoo  men  malcanderen  in  4  è,  5  uren  altijt  sal  connen  aviseren 
ende  bg  wesen,  ende  soo  't  gebeurde  dat  die  van  Hattomoury  eens 
wederomme  relaxeerden,  souden  daer  nevens  die  van  Souly  comen 
woonen  alsoo  't  naerby  hare  plantagie  ende  sagutuynen  is.  Onse 
meyninge   is  deze  reduyte  ofte  fort  te  maken  volgens  nevensgaende 

modelle,   etc 

Gesien  hebbende  dat  de  Tematanen  over  't  stuck  van  deze 
bitcharinge  hare  principale  macht  vergaderden  heeft  ons  erdacht 
gemaeckt   dat   bg    soo   verre  wQ  oock  niet  op  de  been  en  quamen 


26 

met  ODse  jegenwoordighe  geringe  macht,  dat  ongetwijffelt  eenige 
van  onse  plaetsen  als  Noussatelle,  Laricka  ofte  Hatuwa  wel  laat 
sonde  connen  lijden,  waerdoor  onse  reputatie  by  onse  verde  gelegen 
onderdanen  geheel  sonde  comen  te  vervallen  ende  wellicht  nieuwe 
alteratie  veroorsaken.  Waer  over  geresolveert  ende  besloten  hebben 
omme  sodanige  ongevallen  te  precaveren  dat  eene  Honglj  van  15 
a  20  corcorren  nevens  't  jacht  Suratten  sullen  affsetten  om  haer 
voornemen  te  prevenieren.  Het  is  soo  dat  dese  veelvuldige  tochten 
de  Compagnie  niet  en  laten  te  beswaren,  dat  wij  wel  gaeme 
anders  sagen  maer  noot  breeckt  weth.  De  Tematanen  ende 
Eymola  Lelyatto  lagen  met  9  corcorren  op  Hittoe  ende  hare 
resterende  macht  wesende  noch  15  corcorren  lagen  op  Louhou. 
Gemelte  Tematanen  arbeyden  boven  maten  seer  dat  mij  naer  Hittoe 
soude  transporteren,  seggende  daer  nevens,  bij  soo  verre  ick  niet 
over  lant  en  quame,  dat  gemelte  Lelyatto  mij  niet  en  soude  ver- 
wachten, waer  by  wel  afP  te  meten  was  dat  sQ  mij  op  sijn  Bandanees 
meynden  te  onthaelen  ende  aen  een  cant  te  helpen,  haer  latende 
voorstaen  dat  als  sij  sulcx  souden  te  wege  gebracht  hebben,  dat  als 
dan  door  soodanige  alteratie  Mr.  vant  spel  souden  wesen  ende  door 
sulcke  veranderinge  groeten  toeval  souden  crygen.  Gemelte  Lelyatto 
op  Hittoe  heeft  hem  oock  niet  ontsien  jegens  den  coopman  aldaer 
te  seggen  dat  hij  met  ons  niet  en  wilde  handelen  voor  ende  aleer 
dat  wij  Bouro,  Amblauw,  Manippe,  Hatuwa,  Latoholoy,  Larrica 
ende  Wackasieuw  hem  gerestitueert  souden  hebben.  In  conclusie  dese 
trouloose  Mooren  en  schamen  haer  geen  saken,  hoedanich  die  oock 
souden  mogen  wesen,  als  sijder  maer  eenich  voordeel  bij  speuren. 
Ende  alsoo  't  gebeurde  dat  wy  door  hart  weder  met  de  corcorren  om 
den  hoeck  van  Alang  niet  en  conden  eomen  ende  dieshalven  8 
dagen  langer  tardeerden  als  den  bestemden  tijt  was,  is  gemelte 
Lelyato  ende  complicen  naar  Louhou  gekeert  onder  belofte  dat  soo 
haest  hij  verstaen  soude  hebben  dat  wij  op  Hittoe  waren,  datelljck 
sich  daer  persoonelijck  soude  laten  vinden.  Oversnlcx  liet  hém  met 
een  van  onse  assistenten  waerschouwen  van  onse  comste,  die  met 
groote  solemniteyt  van  haere  vrouwen  onthaelt  wierde,  comende  tot 
int  water  om  hem  te  congratuleeren,  dat  al  bewegingen  waren  om 
my  daer  te  locken  ende  te  abuyseren.  Des  daechs  daeraen  quam 
gemelte   assistent,   vergeselschapt   met  Mattasily  ende    Callenbatten 


27 

als  Gecommitteerden  wegens  Lelyato  ende  die  van  Lonhon  op 
Hittoe,  makende  veel  exeusen  ende  seer  schoon  samblant,  seg- 
gende  dat  Lelyato  (overmits  hij  nevens  D'  Ion  Lonhon  door 
den  Coninck  van  Ternaten  ontboden  was)  nn  op  syn  vertreck  stont, 
ende  dieshalven  overmits  cortheyt  des  tgts  niet  en  coste  comen,  ver- 
sonckende  oversnlx  dat  mg  persoonlijck  met  eenige  corcorren  der- 
waerts  sonde  vervongen  omme  aldaer  met  den  anderen  in  mondelinge 
conferentie  te  treden,  opdat  gednirende  hare  absentie  aen  wedersyden 
alle  hostyle  acten  mochten  cesseren.  Hier  op  antwoordde  haer   in 

presentie  van  Cap°.  Hittoe  etc.  ^ Doch  soo  gemelte  Kymola 

binnen  3  dagen  wilde  comen,  dat  noch  soo  lange  naer  hem  sonde 
wachten,  ende  bij  soo  verre  binnen  dien  tgt  niet  en  compareerde 
wederomme  vertrecken  sonde  ende  alles  tot  sijnen  kenr  laten;  want 
soo  hij  ons  voorginge  sonden  wij  volgen,  te  weten  soo  hy  sich  stille 
hielt  sonden  ons  oock  stille  honden  ende  soo  hij  vyantlijck  proce- 
deerde, sonden  reciproqneiyck  doen.  Doch  dat  onses  gevoelens  beter 
ware,  dat  Kymola  Lelyatto  by  ons  quame  opdat  wy  mochten  weten 
aen  wien  wy  in  syne  absentie  aen  te  spreken  sonden  hebben,  by 
voorvallende  occnrrentiën.  Hier  op  vertrocken  de  Gecommitteerde  weder- 
omme naer  Lonhon,  belovende  haer  debvoir  te  doen  om  gemelte 
Qnimola  mede  te  brengen,  die  drie  dagen  daer  naer  wederomme 
qnamen  met  eenen  briefP  van  gemelten  Kymola  wesende  van  inhout 
in  substantie:  Eersteiyck  (naer  groetenisse)  excuseerde  sich  dat  om 
redenen  als  vooren,  overmits  op  syn  vertreck  stont,  niet  en  conde 
comen  volgens  syne  belofte ,  ende  in  passant  Bonro  moste  aendoen  om 
eenen  Kymola  Faqniry  van  Thoman  gelegen  op  Bonro  mede  te  nemen , 
die  (naer  haer  seggen)  den  Coninck  van  Ternaten  ontboden  hadde 
om  gongongo  te  maken,  doch  soo  den  selven  gaet  (daer  wy  aen 
twyfelen)  mocht  wel  varen  als  den  Singadie  Pananer  van  Batchan 
die  mede  ontboden  wiert  om  gongongo  te  worden,  dien  sy  by  nachte 
vermoordden.  Vorders  seyde  hy  dat  gednirende  syne  absentie  my  des 
Conincx  lant  ende  onderdanen  wilde  bevolen  laten,  dat  daer  sorge 
voor  dragen  wilde,  als  mede  dat  iemant  noemen  sonde  die  daer  de 
saken  waername,   provisioneiyck  tot  dat  den   Coninck  wt  Ternaten 


1     Dit  antwoord   komt  neer   op  een  weigering,  onder  dergel^ke  uitTlacliten 
als  die  van  Leliato. 


28 

andere  ordre  geven  sonde.  Daer  ick  op  antwoorde  dat  ons  snlcx  niet 
en  betaemde  ende  daer  in  mochten  disponneren  naer  haer  welgevallen ; 
daer  bleven  ommers  noch  Mattasily  ende  Callenbatten ,  daer  konden 
sy  iemant  wt  kiesen  op  dat  aen  weder  sijden  behoorlijcke  ordre  mocht 
gehouden  worden. 

Oock  vraechde  ten  selven  tijde  aende  voorsz.  Gecommitteerden  wat 
ordre  dat  sy  nu  voortaen  met  de  nagelen  soaden  honden  ende  oftzij 
die  wederomme  aende  Maccasaren  souden  leveren.  Hierop  antwoordden 
sy  dat  de  nagelen  aen  niemant  anders  als  aen  ons  (volgens  hare  be- 
lofte) en  souden  leveren,  maer  die  voor  cleeden  te  leveren,  daertoe 
en  conden  sij  niet  verstaen,  ten  ware  den  Coninck  van  Ternaten 
daer  andere  ordre  in  stelde.  Hier  op  namen  sij  naer  wtterlijcken 
schijn  vriendelijck  affscheyt. 

Onses  gevoelens  en  geschiet  desen  bouhay  anders  niewers  omme 
dan  om  ons  voor  eerst  in  slaep  te  wiegen ,  op  dat  wy  jegens  't  eerste 
vant  weste  mouson  niet  op  ons  hoede  en  souden  wesen ,  ende  sij  ons 
onversiens  met  hare  macht  [zouden  kunnen  overvallen] ;  soo  wt 
Ternaten,  die  men  schat  van  40  tot  52  stux  corcorren  te  connen 
wesen,  ende  hier  souden  sij  ontrent  40  stux  connen  versameien, 
waer  bij  gevoucht  de  Macassaren  ende  andere  die  haer  noch  toe 
souden  mogen  vallen,  sonde  eene  capitale  macht  wesen,  ende  is  te 
beduchten  dat  bij  soo  verre  sy  nu  inden  eersten  (als  hier  voren 
noch  eens  verhaelt)  niet  gestut  en  worden,  dat  de  sake  daer  naer 
seer  swaerHjck  sal  connen  geredresseert  werden. 

Wij  hebben  aen  Hittoes  doen  wel  bespeurt  dat  al  haer  bitcharinge 
eene  is,  gelijck  mede  die  van  Iha  Man  ende  Lato  Holoy,  die  wy 
daer  op  Hittoe  vonden,  sonder  dat  sy  eens  aent  Gasteel  geweest 
hadden.  Wisten  haer  te  excuseeren  met  te  seggen  dat  sy  daer  ge- 
comen  waren  alsoo  sy  wisten  dat  ick  daer  comen  soude ,  maer  dit  is 
al  Hittoes  bedryff,  dat  wy  in  dese  gestalte  noch  al  hebben  moeten 
simuleeren. 

Die  van  Iha  Man  wisten  te  seggen  dat  de  Macassaren  over  de 
1000  gevluchte  Bandanesen  hadden  mede  genomen  in  22  joncken , 
ende  dat  de  resterende  oock  naer  Macassar  souden  gaen,  doch  naer 
wy  connen  bespeuren  soo  trachten  sy  de  selve  hier  te  crygen,  dat 
sy  voor  desen  niet  wel  en  hebben  durven  bestaen,  waer  by  mede 
aff  te  meten  is  dat  sy  gants  geresolveert  syn  in  oorloge  te  ti*eden, 


29 

maer  gebruycken  nu  dese  stratagema  tot  een  reserve,  dat  bij  soo  verre 
BIJ  ons  gewapent  vinden,  sullen  wtgeven  dat  sQ  comen  van  wegens 
den  Coninek  van  Ternaten  om  de  verschillen  te  vergelijcken ,  ende  in 
gebreke  sullen  sg  met  haer  quaet  voornemen  voortvaren  tot  onse 
merckelijcke  prejuditie.  Wij  sijn  van  opynie,  soo  de  heeren  daermet 
de  comste  vande  nieuwe  schepen  4  a  500  soldaten  conden  missen 
nevens  5  a  6  welgemonteerde  jachten ,  datmen  daer  mede  wel  ordre 
in  de  sake  spude  stellen.  Eerstelijck  mosten  met  de  schepen 
trachten  voor  te  '  comen  dat  op  Lessydy ,  Cambelle  ende  Louhou 
geen  joncken  altoos  en  qnamen,  ende  soo  Hittoe  hem  openbaerde 
partije  te  kiesen  (geleek  apparent  doen  sal)  oock  alles  affsnede, 
ende  daernaer  mosten  Louhou  met  ernst  aentasten  ende  sien  te  ver- 
drijven, ende  soo  haest  W.  (door  Godes  genade)  van  hare  plaetsen 
geworden  waren,  alle  hare  nagel  ende  vrucht boomen  rnyneeren, 
op  dat  sij  daerdoor  geconstringeert  waren  van  daer  te  vertrecken, 
want  ons  daer  te  verstercken  sonde  de  £.  Compagnie  seer  beswaren 
ende  daer  benevens  gestadichlijck  den  oorloge  met  macht  moeten 
gevoert  werden.  De  nagelen  souden  daerdoor  in  des  te  meerder 
reputatie  comen,  ende  hier  en  soud  men  soo  veel  moeyte  ende  on- 
costen  jaerlijcx  niet  behoeven  te  doen  om  het  vervoeren  vande  na- 
gelen te  weeren.  Oock  souden  die  van  Hittoe  ende  alle  andere,  die 
den  tgtel  van  onse  onderdanen  voeren  ende  metter  herten  de  Terna- 
tanen  genegen  sijn ,  in  beter  tucht  connen  gehouden  werden  ende  den 
handel  vande  vreemdelingen  als  Macassairen  ende  Javanen  sonde 
sich  selven  in  soodanigen  val  wel  affschaffen.  Ende  als  men  sulcx 
by  de  hant  wilde  nemen  soo  en  most  men  op  der  Mooren  schone 
belofften  geen  fondament  meer  maken ,  want  als  sij  sien  dat  bij  aende 
quaetste  cans  sijn ,  soo  sullen  sy  beloven  alle  't  gene  dat  men  begeert , 
maer  soo  haest  als  sij  wederomme  buyten  vreese  syn,  soo  gaen  Bij 
weer  haer  oude  gangen.  Deshalven  dienen  VEE.  prompte  ordre  te 
geven  op  dat  door  schruppele  (sic)  de  occasie  niet  versuymt  en  worde. 

Capn  Vogel  die  ons  tot  noch  toe  als  Raet  Extraordinarij  geassisteert 
heeft,  hebben  op  sijn  instantelijck  versouck  vergunt  met  sijne  familie 
maer  Java  te  gaen  om  aldaer  sijne  vrydom  bij  V  E  E.  te  versoucken. 
Heeft  de  Compagnie  over  de  20  jaren  getrouwelijck  gedient.  Is  meest 
bfl  ende  over  alle  voorvallen  t'  sedert  4  a  5  jaren  herwaerts  geweest , 


30 

ende  van  te  vooren  van  zQn  jencht  aff  in  Tematen  onder  de  Mooren 
als  tolk  gebrnyckt;  soo  hier  iets  over  t'  hooft  gesien  ofte  door  haest 
vergeten  ware,  sal  nwer  E  E.  volcomen  onderricht  connen  doen, 
alsoo  meest  met  m^  op  alle  tochten  is  gebruyckt.  Wij  hadden  hem 
geerne  bewogen  tot  continuatie,  dan  het  schijnt  naer  sijn  seggen 
(ten  aensien  hier  alles  seer  dier  is)  dat  met  sijne  gagie  niet  toe  en 
can  comen,  te  meer  de  veelvuldige  tochten  hem  noch  meer  beswaren. 
Soo  t  quame  te  gebeuren,  uwer  EE.  resolveerden  eenige Gedeputeerde 
naer  Tematen  te  senden,  sonde  onses  gevoelens  daer  seer  bequaem 
toe  sijn,  overmits  hem  al  de  valscheyt  der  Mooren  bekend  is.    •    . 

By  onsen  voorigen  hebben  uwer  EE.  geadviseert  hoe  volgens  uwer 
EE.  ordre  aenden  Coninck  van  Macassar  hebben  geschreven  ende 
uwer  EE.  voorstel  gecommuniceert.  Het  is  voor  seker  te  houden  dat 
hg  om  onsen  handel  de  Portegijsen  niet  en  sal  willen  missen.  Gemelte 
Coninck  van  Macassar  heeft  nu  onlangs  over  de  1000  sielen  van  de 
gevluchte  Bandanesen  van  Ceram  gehaelt.  Wat  insicht  hij  daermede 
heeft  connen  niet  wel  bedencken;  schijnt  oock  al  groote  concepten 
int  hooft  moet  hebben.  Is  mede  considerabel  oft  ons  niet  beter  en 
sonde  vougen  metten  Coninck  van  Macassar  in  vrede  te  treden ,  onder 
conditie  dat  sgne  joncken  hier  aent  Casteel  quamen  handelen,  mits 
betalende  'sHeeren  gerechticheyt,  als  dat  sy  nu  door  den  oorloge 
met  de  Ternatanen,  Luhesen,  die  van  Lessydy,  Combelle  ende  Hittoe 
aenspannen  ende  ons  de  nagelen  ontvoeren ,  alsoo't  voor  ons  onmogelijk 
is  het  vervoeren  desselfiis  voor  te  comen  als  sij't  metten  anderen  eens 
sijn,  al  hadden  wij  bg  maniere  van  spreken  lOOjachtenint  vaerwater, 
overmits  het  op  Lessydy,  Cambelle  ende  Hittoe  met  het  weste  mouson 
een  leeger  wal  is ,  ende  sodanigen  gi*ont ,  dat  alsmen  een  ancker 
laet  vallen  niet  en  weet  oft  ment  wederomme  sal  connen  cr^gen  ende 
soo  hem  het  touw  begeeft  soo  is  men  schip  ende  volck  quyt.  Ten 
anderen  loopen  de  stroomen  hier  soo  vehement  dat  als  de  jachten 
eenichsints  beneden  s'wints  geraken  soo  moeten  terstonts  naerBanda; 
op  Louhou  is  alleenlyck  reede  met  het  weste  mouson.  De  joncken 
die  nu  op  gemelde  plaetsen  comen,  soudmen  seggen  mogen,  hoe 
makent  die  dan  ?  De  selve  werden  terstont  met  het  hooge  water  door 
alle  het  volck  vande  Negrij  met  gewelt  op  strant  gehaelt. 

Op  Hittoe  zijnde  wiert  ons  door  Capn  Hittoe  aengedient  hoe  de 
Cerammers  genegen  waren  met  ons  in  vrede  te  treden  ende  dieshal- 


31 

ven  nu  de  gelegentheyt  dienden  waer  te  nemen,  daer  b^  voegende 
dat  wy  na  behoorden  tijdeiyck  op  de  been  te  wezen ,  want  anders 
de  Ternatanen  ende  Loahesen  die  gelegentheyt  souden  capteeren  ende 
die  naer  haer  trecken,  alsoo  sij  op  één  lant  woonen.  Dit  hadden  wQ 
geerne  voor  eenigen  tyt  willen  differeeren;  maer  nadèrhant  in  bedeno- 
kinge  genomen  hebbende ,  dat  sij  doch  evenwel ,  alwaert  schoon  sake 
wij  sulcx  hadden  willen  wederhouden,  dat  sQ  des  niet  jegenstaende 
daermede  souden  voortvaren  buyten  onsen  voorweten,  soo  heeft  ons 
geraetsaemst  gedocht  haer  sulcx  te  accordeeren  ende  eenen  brieff 
aen  die  van  Ceram  te  schrijven,  aenroerende  dat  de  misverstanden 
over  3  jaren  geleden  geresen  niet  haer  bedrijff  maer  door  oprockinge 
der  Bandanesen  toegecomen  was,  ende  bij  soo  verre  sy  genegen 
waren  met  ons  in  goede  oprechte  ende  sinceere  vrientschap  te  treden, 
dat  sy  in  sodanigen  val  eenige  van  hare  Gecommitteerde  aent  Casteel 
souden  senden,  wy  souden  ons  redeiyck  ende  billyck  laten  vinden. 
Dit  voorstel  leyt  mede  al  op  eene  andere  moeder,  onses  bedunckens, 
om  die  van  Ceram  mede  tot  haer  te  trecken  opdat  sy  alsoo  met 
eene  te  eapitaelder  macht  souden  mogen  verschynen  ende  alsoo  een 
schrick  onder  onse  onderdanen  veroorsaecken.  Dat  Capii  Hittoe  met 
den  Coninck  van  Tomaten  gesworen  heeft,  is  gewis,  niet  alleen  nu 
maer  al  van  over  langen  tyt.  Halleny,  den  soon  van  Capn  Hittoe, is 
genegen  om  met  syn  overleden  broeders  huysvrouwe  te  trouwen, 
daer  hy  4  kinderen  by  gehadt  heeft,  wesende  de  suster  van  Eymola 
Lelyatto,  dat  my  selffs  stucxgewyse  te  verstaen  heeft  gegeven, 
maer  hoerende   dat   hem   sulcx   affiriet,   thoonde   een   geheel  ander 

samblaut  ofte  gelaet 

wy  gelooven  volcomen  dat  Capn.  Hittoe  wel  eenichsints  danck- 
baerder  sonde  willen  wesen,  maer  der  Ternatanen  valscheyt  is 
soodanich  dat  sy  bycans  by  maniere  van  spreken  den  Duyvel 
souden  bedriegen.  Hebben  .oorsake  genomen  omme  hem  by  andere 
(die  van  geslachte  meerder  syn  als  hy)  odieus  te  maken,  seggende 
dat  hy  meer  Ohristens  als  Moors  was,  ende  dat  hy  maer  de  derde 
persoon  en  is  naest  den  Coninck  van  Hittoe  (dat  maer  een  hont  by 
maniere  van  spreken  en  is),  daer  nevens  dat  andere  Orangcays hare 
authoriteyt  usurpeerde,  ende  dat  hy  alleen  groote  geschencken  ende 
benefiitios  vande  Nederlanders  genoot,  ende  dat  sy  niet  meer  als 
Idioten  en  waren 


i 


n 
n 
n 


32 

Wij  hebben  jegenwoordich  over  de  190  soldaten  inde  naervolgende 
plaatsen  leggen: 

op  Cambelle 50  coppen 

op  Hittoe. 30      „ 

op  Manippe 12       „ 

op  Lomaitto 12 

op  Amblauw 6 

op  Hatuwa 12 

op  Oma  en  Aboro 4 

op  Sorsorrij 6       „ 

op  Nousselauw 6      „ 

op  Larrieka 10      „ 

148  man 
Ende  op  de  Pas  dienen  mede  10  man  te  leggen   ...     10    „ 
De  jachten  Pera  ende  Gouda  hebben  oock  32  soldaten  mede .    32    „ 

Soma  190  man 
snlcx   dat  uwer  E.  E.  can  afimeten  wat  macht  wij  hier  hebben  om 
iets  te  verrichten 

Die  van  Quey  en  Aro  en  sijn  hier  tot  noch  toe  niet  gecomen. 
Wij  verstaen  dat  de  hr.  Willem  Jansz  daer  een  cleyn  jacht  geson- 
den  heeft  dat  volladen  met  saga  gekeert  is.  Hopen  dat  metter  tijt 
het  mlsvertrouwen  *  sal  wech  genomen  werden.  Wy  souden  oock 
van  opynie  wesen  dat  men  alle  de  hier  wesende  Kayaros  relaxceerde 
ende  derwaerts  sont,  waer  door  alle  dissidentie  ende  vreese  soude 
geconsumeert  werden  ende  apparent  soo  soude  den  handel  daer  door 
openen,  dat  Banda  voornementlijck  wel  comen  soude,  ten  aensien 
vande  abondantie  van  sagu  soodaer  valt 

Domine  Jacobus  *  is  't  sedert  't  overlijden  van  Mr.  Segart  wel 
halff  versot  geweest  op  de  weduwe ,  en  sij  en  is  daer  gants  niet  toe 


1  Uit  den  brief  van  M.  Sonck  van  14  Mei  1622  (Bouwstoffen  I  bl.  339)  in 
verband  met  een  lateien  van  W.  Jansz.  (nit  Nera,  24  Aug.  1624)  blijkt  dat  men 
zich  in  1621  van  een  aantal  bewoners  der  Kei-,  Aroe-  en  Tenimber-eilanden , 
die  te  Banda  sagoe  kwamen  brengen,  meester  en  hen  tot  slaven  gemaakt  had. 
Ik  had  dien  brief  van  Sonck  door  zgn  onduidelijkheid  niet  begrepen. 

2  Hij  heette,  volgens  de  lijst  bij  Yalentijn,  Jakob  Antoniesz.  Dubbeldryken 
vertrok  weder  in  1626. 


33 

gesint,  in  vougen  dat  hg  wel  halff  in  siecte  vervallen  is,  ende  in 
2  maenden  sonderlings  geenen  dienst  waergenomen  en  heeft.  Doch 
schynt  nu  eenichsints  te  sullen  bedaeren,  dat  Godt  geve,  op  dat 
den  aenwas  vande  Christelijcke  religie  niet  wederhonden  en  worde. 
De  Mallebarse  slaven  en  slavinnen  beginnen  nn  Maleys  te  spreken, 
soo  dat  ordre  gestelt  hebben  dat  die  behoorlljcker  w^se  inde  Christe- 
lijcke religie  onderrecht  sullen  werden 

De  Coningen  van  Saulauw,  Somitte,  Waysia  ende  Lean  hadden 
op  ons  versouck  hier  9  van  hare  principaele  voorvechters  (die  s^ 
Cavaileros  noemen)  gesonden,  om  die  van  Louhou  altemets  een 
voordeel  aff  te  sien  ende  eenige  hooffden  te  halen,  maer  ten  aensien 
nu  dese  nieuwe  onderhandelinge  en  hebben  niet  geraden  gevonden 
haer  te  gebruycken,  maer  hebben  deselve  met  eene  vereeringe  grato 
wederomme  gesonden.  Sij  beclaechden  haer  dat  nu  aireede  verschey^ 
den  reysen  gecomen  waren  ende  noyt  eenigen  dienst  gedaen  en 
hadden,  waer  op  wij  haer  antwoordden  dat  ons  het  goede  gemoet 
ende  wille  soo  aengenaem  was  als  de  daet  selffs,  ende  dat  de 
gelegentheyt  eer  lang  wel  sonde  oflfreeren,  dat  sy  eere  souden  in 
leggen.  Wy  hebben  de  Coningen  vande  Alfoures  jegens  de  comste 
vande  schepen  bescheyden. 

Op  gisteren  is  den  coopman  Van  Leeuwen  van  Cambelle  gecomen , 

die   ons   gerapporteert  heeft  hoe  Kymola  Lelyatto,  nevens  Kypattj/ 

Naro    ende    die   van   Lessydy   in    de   logie   bij    hem   geweest   sgn 

bethoonende   een   seer    schoon  samblant,  ja  meer  als  sij  oyt  van  te 

vooren    eer    dese   verschillen    geresen   waren   gedaen   hebben,    ver- 

souckende   dat   ick  haer  metten  eersten  onse  brieven  wilde  senden , 

alsoo  Lelyato  voorsz.  met  Kypatty  Naero  naer  Ternaten  gingen  ende 

dat  alles  tot  onser  dispositie  hadden  gelaten,  daer  benevens  dat  men 

de   oude    vrientschap   soude    vernieuwen.  Sij  gingen  alleenlijck  der- 

waerts   omme   alle  de   onderdanen  vanden  Coninck  van  Ternaten  te 

beroepen,   die   ontrent   100   corcorren   int  getal   souden  wesen,  om 

hier   eenen   vasten    ende  bestendigen  vrede  te  beraemen,  en  souden 

eerlang  wederomme  hier   wesen.    Hierop   antwoordde   gemelte   Van 

Leeuwen  dat  hij  ons  sulcx  soude  aendienen.  Middelertyt  wiert  mede 

gevraecht   bij   haer   lieden,   soo  verre  de  Macassairen  die  apparent 

machtich  houden   comen,    hoe    daer  mede  handelen   souden,   daer 

voorsz.   Van  Leeuwen  op  antwoordde  dat  hem  sulcx  onbewust  was, 

3 


34 

maer   dat  sij   wel  conden  afifmeten  dat  wij  sulcx  soo  niet  eu  souden 
connen    verstaen.    Hierop   sijn   sij   onder    vriendeiycken    schijn   ge- 

scheyden 

Actum   int   Gasteel    Amboyna   Desen    16   September  Anno  1624, 
ende  was  onderteyekent  V.  E.  seer  dienstwilligen  dienaer 

H.  VAN  Spbült. 


VIL  Gheen  Huigen  Schapenham,  Admiraal  van 
de  Nassousche  vloot,  aan  den  G.-G.  Pieter  de 
Carpentier ,  uit  Ambon ,  . .  April  1625. 

MQn  Heere 

Naer  salutatie  ende  presentatie  van  mgnen  dienst,  soo  hebbe  ick 
met  biytscap  verstaen  dat  uwe  E.  tot  het  gouvernement  van  de 
Nederlantse  Indiens  wettelick  verkoren  is,  ende  bidde  Godt  dat  Hfl 
Uwe  regeringe  wil  segenen  ende  gebenedyen,  opdat  deselve  tot  voor- 
deel van  ons  Vaderlant  ende  affbrueck  van  onsen  erffvijant  den 
Spangiaert  mach  strecken. 

Wijder,  mijn  Heere,  soo  is  dese  vloote  den  29  April  A®  1623 
uyt  het  Goereese  gat  t'  seyl  gegaan,  ende  onderwegen  Sierra  Leona, 
Cabo  Lopes  Gonsalvo  ende  het  eylant  Annabon  aendoende,  deStrate 
van  Le  Maire  den  2  Februari)  A"  1624  gepasseert.  Bij  suyden  de 
voorsz.  Strate,  ontrent  Cabo  de  Hoorn,  bejegenden  ons  geweldige 
stormen,  die  ons  soo  lange  continueerlick  bijbleven  tot  dat  wQ  bg 
Westen  Terra  Fuego  de  suydenwint  ontmoeten,  die  ons  nae  vele 
swaricheden  den  5  April  op  de  reede  van  de  eylanden  van  Johan 
Fernando  gebracht  heeft.  Als  wij  hier  om  ons  volcq  te  ververschen 
ettelicke  dagen  gelegen  hadden  ende  de  versteecken  schepen  onder- 
tusschen  wederom  bi)  de  vloote  gecomen  waren,  soo  is  volgens  het 
begeeren  van  de  Instructie  geresolveert  (gemerckt  den  tijdt  om  ons 
exploict  op  Arika  in  het  werck  te  stellen  door  de  conti nueele  con- 
trarie winden  ende  extraordinarise  calmte  verre  overstreecken  was), 
dat  men  met  de  vlote  recht  door  naer  het  Callao  de  Lima  sonde 
loopen,  om  te  sien  off  wy  des  Konincks  silvervloote  aldaer  conden 
aentre&n. 


35 

Wij   arriveerden  in  het  Callao  den  9  May ,  vijjOT  daghen  naer  het 
vertreck  vande.  silvervloote  nae  Panama,  daer  wQ  den  vgandt,  die 
maer  twee  daghen  te  voren  van  onse  comste  veradverteert  was ,  sterck 
bevonden  30  compangien  voetvoick,   ende   thien  cornetten  ruyters, 
ende  sijn   haterren   voorsien  met  70  metale  stneken,  behalve  die  op 
de  schepen  lagen,  soo  dat  met  dese  vlote,  die  alsdoen  ontrent  1000 
gewapende    mannen    conde  aen  lant  brenghen,   gantsch   ongeraden 
was  op  het  Callao  yet  met  gewelt  te  attenteren ,  ende  alsoo  de  In- 
structie, die  eensdeels  op  de  afval  der  Indiaenen  ende  muyterie  der 
slaven  gefondeert  was ,  belastte  dat  de  vloote  het  Callao  de  Lima  voor 
een  tyt  langh  soude  beset  houden  ende  beproeven  ofte  men  daer  door 
eenige  veranderinge  in  het  Koninckrijck   van  Peru  conde  te  weghe 
brengen ,  soo  heeft  de  principale  macht  van  de  vloote  van  den  5  Maij 
tot  den   14  Augusti  voor  het  Callao  ten  ancker  gelegen,  alwaer  de 
Heer  Jaques  L'Hermite  den   2  Juny  overleden  is,  naer  wiens  doot 
ick  in   des  selven  plaetse  uyt  cracht  van  de  beslooten  missive  van 
s^n  Princel.  ëxc.   gesuccedeert   ben.   Ondertusschen  soo  hebben  wy 
geattenteert  de  scheepen   die  in  het  Callao  geanckert  lagen ,  in  den 
brant  te  steecken,  welcke  aenslagh   ons  ten  deele  geluckt  is,  ende 
hebben  daernae  een  gedeelte  van  de  vloote  om  de  Suyt,  ende  een 
ander  gedeelte  van  de  vloote  om  de  Noort  gesonden,  om  te  sien  of 
wy  door  dese  interprisen,  die  tot  diverse  plaetsen  aengesteldt  werden , 
het  ryck  konden  in  alteratie   brenghen,   houdende  evenwel  met  de 
resterende  schepen  het  Callao  de  Lima  soo  beslooten,  dat  er  geene 
schepen  ofte  uyt  ofte  in  conden  komen. 

De  scheepen ,  die  om  de  Suyt  gegaen  waren ,  mosten  door  de  stercke 
resistentie  der  Spangiaerden  onverrichter  saecke  wederkeeren,  ende 
die  nae  de  Noort  geseylt  waren  hebben  de  stadt  Guayaquil  met 
veele  schepen  verbrant  ende  den  Koninck  seer  groote  scade  gedaen. 
Maer  alsoo  door  dese  aenslagen  soo  weynich  veranderinge  in  het  Ryck 
gespuert  wierdt,  dat  de  Spangiaerts  alle  hare  plaetsen  metgamisoen 
beset  hebbende,  daerenboven  noch  dochten  oflfensive  oorloge  tegen 
ons  te  voeren,  soo  is  naer  de  wederkomste  van  alle  de  scheepen 
eenstemmich  geresolveert,  dat  wij  het  Callao  souden  verlaten  ende 
ter  naester  gelegener  plaetse  ons  schepen  van  water  voorsorgen.  De 
vloote  is  uyt  het  Callao  t*  seyl  gegaen  den  14  Augusti  ende  den 
selven  dage  in  de  bay  achter  de  Piscadores  geanckert.  Maer  alsoo 


S6 

deselve  om  verscheyde  inconvenienten  tot  water  halen  onbequaem 
werdt  geoordeelt,  soo  sijn  wij  terstont  voortgeloopen  naer  heteylandt 
Pana,  aldaer  haer  de  schepen  volkomen  van  water  voorsien  hebhen. 
Alhier  is  goetgevonden,  dat  men  de  Instructie,  voort  soude  naer- 
komen  ende  onse  coers  naer  Acapnlco  stellen  om  de  gallioens  waer 
te  nemen ;  die  jaerlix  nyt  de  Manilhas  komen. 

De  vloote  is  den  13  September  van  Puna  t'  seyl  gegaen  ende  den 
28  October  voor  Acapulco  gecomen,  aldaer  wQ,  de  schepen  18  oft20 
mijlen  opwaerts  langs  de  custe  verdeelt  sQnde,  tot  den  29  November 
de  comste  van  de  voorsz.  gallioens  verwacht  hebben.  Ende  alsoo  wy 
doen  noch  geen  tijding  vernamen ,  ende  den  tijt  van  haer  arrivement 
volgens  de  advijsen  by  ons  op  de  Suytzee  bekomen  geexpireert  was , 
soo  is  doen  om  het  seer  groot  gebreck  van  vivres  ende  water ,  twelck 
niet  toeliet  langer  op  de  cust  van  Nova  Hispania  met  de  vlote  te 
houden,  beslooten  dat  men  datelick  naer  de eylanden vande Ladrones 
soude  oversteecken ,  daer  wy  den  26  Januari)  voorleden  gearriveert  syn. 

Als  hier  ettelicke  dagen  ons  volck  ververscht  hadde,  soo  is  bg 
my  ende  den  Raedt  geresolveert  dat  men  de  enterprise,  die  ons  bg 
de  Instructie  ^  belast  wordt  op  de  Chinesche  joncken  in  de  Manilhas 
in  het  werck  te  stellen ,  soude  laten  berusten,  ende  ons  cours  recht 
toe  naer  de  Moluccas  stellen,  om  dies  wille,  dat  het  de  vlote,  die 
alsdoen  maer  van  drie  maenden  victualie  voorsien  was,  onmogelick 
soude  geweest  sijn  de  comste  van  deChineeschejonckenindemaendt 
van  April  te  verwachten,  maer  door  faulte  van  vivres  genootsaeckt 
syn  geweest  voor  de  comste  der  selver  uyt  de  Manillis  te  scheyden. 
Daerenboven  dat  het  volck  die  in  17  maenden  tfl  ds  geen  ververschingh 


1  Het  schijnt  dat  niet  in  de  Instructie  vermeld  en  dns  aan  Schapenham 
onbekend  was ,  dat  hij  voor  Manila  een  HoUandsch  eskader  zon  vinden ,  op  last 
van  den  Gouverneur-Generaal ,  van  Formosa  met  verversching  voor  zgn  vloot 
afgezonden.  Dit  eskader ,  uit  3  schepen  en  3  jachten  bestaande ,  onder  bevel  van 
Pieter  Janszoon  Muyser,  verliet  Formosa  den  27  Januari  en  kwam  in  *t  begin 
van  Februari  voor  de  baai  van  Manila.  Terwyl  z^  langs  de  kust  kruisten  kwam 
den  13  April  bij  Kaap  Bolinao  de  Spaansche  vloot ,  uit  4  galjoenen  en  3  kleinere 
schepen  bestaande,  op  hen  af,  maar  werd  zoodanig  door  het  geschut  uit  de 
HoUandsche  schepen  geteisterd,  dat  de  Spanjaarden  er  van  afzagen  hen  verder 
te  vervolgen  en  hen  met  verlies  van  een  jacht,  waarvan  de  bemanning  geborgen 
werd,  lieten  ontsnappen.  De  kruistocht  leverde  verder  weinig  op.  Een  schip  met 
een  aantal  gevangen  Ohineezen  werd  naar  Batavia  gezonden,  de  overigen  keer- 
den in  Juli  naar  de  kust  van  China  terug  (Journaal  van  den  tocht  op  't  B.-A.). 


37 

van  vleesch  gecregen  hadden,  soo  sieckelick,  swack  ende  onsterck 
was,  dat  men  voor  een  generalen  inval  van  sieckte  vreesde,  big  aldien 
wg  noch  een  exploict  van  2  off  3  maenden  tyts  by  der  handt  hadden 
genomen. 

Dit  sljn  de  redenen  die  ons  b^weecht  hebben  om  de  vloot  in  de 
Manillis  niet  te  pericliteren  ende  de  Molnccas  op  het  spoedichste  aen 
te  soecken,  om  te  sien  wat  wy  aldaer  tot  voordeel  vandt  vaderlant 
ende  dienst  vande  Vereenichde  Oost-Indise  Compagnie  souden  connen 
verrichten. 

Wij  syn  op  de  reede  van  Maleyen  gearriveert  den  6  Marty,sterck 
sgnde  12  seylen,  waer  van  de  tbien  uyt  Hollandt  gevoert  ende  de 
twee  in  de  Suytzee  verovert  sgn ,  die  in  alles  noch  op  hadden  ontrent 
1200  coppen ,  ende  hebben  naer  communicatie  met  de  Heer  Govemeur 
Le  Febure,  volgens  de  ordre  aen  hem  bij  uwe  E.  van  Batavia  ge- 
sonden,  eerst  het  fort  Calamatte  ende  daernae  het  fort  Motyr  geslichtet. 
Hoe  haer  de  Tamatanen,  die  haer  in  de  destrueringe  ende  vernietinge 
van  deselve  forten  ten  hoochsten  gegraveert  vinden,  haer  hierop 
sullen  houden  sal  Uwe  E.  uyt  de  naeste  advgsen  van  den  Heer 
Govemeur  Le  Febure  hebben  te  vernemen.  Dan  het  schijnt  wel, 
dat  &ij  op  ons  vertreck  niet  goets  inde  sin  hadden  ende  de  ordre 
bg  uwe  E.  gesonden  soude  onmogelick  geweest  sijn  naer  te  komen, 
ten  ware  dat  de  macht  van  dese  vlote  de  Tarnatanen  in  toom 
gehouden  hadde.  Oock  is  het  schip  de  Eendracht,  een  van  de 
principaelste  ende  best  gemonteertste  scheepen  deser  vloote,  door 
versoeck  van  den  Heer  Govemeur  Le  Febure,  die  ons  de  gelegent- 
heyt  van  de  saecke  aangedient  heeft,  naer  het  ey landt  Sangi 
gesonden  om  het  volck  ende  het  geschut  van  het  gebleven  schip 
de  Trouwe  naer  Tarnate  te  brengen,  welck  scip  alsoo  het  van 
Temate  recht  toe  naer  Batavia  sal  gaen,  wij  ten  tyde  van  ons 
arrivement  hij  UE.  meenen  te  vinden. 

Des  vgants  standt  in  de  Moluccis  was  ten  tgde  van  het  arrive- 
ment deser  vloote  soodanigh,  dat  de  macht  van  dese  vloote  met  die 
van  de  Moluccis  vereenicht  synde,  apparentelick  door  belegeringe 
ofte  approches  wel  yet  groots  tot  afbrueck  van  den  vijant  soude 
hebben  connen  uytirichten,  dan  alsoo  ordinaris  soodanige  belege- 
ringen veel  tyts  vereyschen  ende  dese  vloote  seer  sober  van  vivres 
yoorsien  was,  ende  de  Molucces  niet  suffisant  waren  om  deselve  soo 


38 

lang  te  onderhonden  ende  van  victnalie  ie  voorsorgen  als  tot  sulcken 
exploot  gerequireert  werdt,  soo  is  ten  dienste  van  de  Vereenichde 
Oost-Indise  Compangnie,  dewyl  met  een  vliegende  tocht  ofte  spronck- 
reyse  niet  te  verrichten  was,  geraedtsaem  gevonden  (blgckende  by 
de  Resolutie  bij  de  Heer  Govemeur  aen  uwe  E.  gesonden)  dat  wij 
met  den  eersten  van  Maleyen  naer  Amboina  souden  vertrecken,  om 
de  Heer  Govemeur  Speult  met  de  macht  van  dese  vloote  volgens 
uwe  E.  ordre  te  seconderen. 

Wy  sullen  ons  alhier  te  Amboina  in  alles  gedragen  ende  regu- 
leren naer  de  resolutie,  die  wij  ...  .  met  de  Heeren  Govemeurs 
Speult  ende  Gorcum  ^  genomen  hebben,  die  met  uwe  E.  meeninge 
ende  opinie  naer  het  rappoort  van  de  voorsz.  Heeren  Governeurs  in 
alles  overeenkomt. 

lek  hebbe  dese  corte  advijsen  met  dese  chaloupe  naer  Batavia 
gesonden  om  uwe  E.  de  comste  deaer  vloote  te  veradverteren.  Als 
ick  met  Godes  hulpe  bij  uwe  E.  come,  sal  ick  aen  uwe  E.  vol- 
komentlick  ende  naer  behooren  van  het  gansch  succes  deser  voyagie 
mondelinge  onderrichtinge  ende  satisfactie  geven. 

Hier  mede  evndende  etc 

Opt  Fort  Amboina  den        April  A°.  1625. 

UE.  dienstwillige 
Ghben  Huigen  Schapenham. 


Vni.    Jacques  Ie  Febvre,  Gouverneur  der  Molukken, 
aan  den  G.-G.  Pt.  de  Carpentier,  26  Maart  1625. 


Op  3  October  arriveerde  hier  den  Hattiby  Sousou  met  een  groote 
corcorre  nevens  twee  cleyne.  Met  hem  quam  Leliatte,  Jou  Louhou  ^ 
ende  veel  ander  Tarnatanen ,  die  lange  inde  quartieren  van  Am- 
boy  na  geresideert  ende  hier  ontboden  waeren.  Brochten  eenige  schen- 


1  Zie  blz.  48. 

2  Dj  o  (Kimelaha)  Loehoe  was  een  neef  van  Leliato  en  dus  eveneen»  uit  het 
stamhuis  van  Tomagola. 


39 

ckagie  van  cleeden  als  andersints.  Soo't  scheen  waeren  deese  Amboy- 
neesen  welcom,  principalijck  vermits  aenden  Coninck,  Gongou, 
Capiteyn  Laout  ende  andere  schenckagien  deeden.  lek  sondt  bij  haer 
om  te  weeten  oft  eenige  brieven  aen  ons  vande  Heer  Gouverneur 
Spenlt  met  brachten.  Antwoorden  neen;  sulcx  gaerne  gedaen  ende 
daer  nae  lange  gewacht  hadden ,  dan  conden  geen  brieven  bekomen. 
Leliatte ,  Matesil  en  andere  deeden  groote  dachten  over  den  Gouverneur 
(dat  hij)  op  den  bestemden  pitsiaerdach  aen  Hittoe  volgens  belofte 
niet  gecompareert  met  haer  den  spoed  gehouden  was  [sic].  Sij  hadden 
anders  niet  gesoght  als  met  den  Gouverneur  in  sincere  mondelinge 
conferentie  vóór  haer  vertreck  herwaerts  te  treeden  [om]  alle  ver- 
schillen sooveel  eenichsints  doenlijck  aen  een  syde  [te]  leggen,  opt 
gevoechelijckste  t'accommodeeren  ende  daer  van  rapport  hier  aenden 
Coninck  te  doen.  Sij  waeren  over  t  naerlaten  onschuldich ,  hadden 
voldaen.  *  Waer  op  ick  hun,  Citchil  Aly  ende  andere  principaele 
Tamatanen  antwoordde,  het  geen  manier  noch  gebruyck  is  als  men 
op  een  vrundelycke  pitsiaerdach  verschijnt,  daer  toe  zoodanige  Hongie 
van  corcorren,  gelijck  Kymelaha  Leliatte  ende  consoorten  vergadert 
ende  eerst  begonnen  hadden,  bijden  anderen  brengt.  Tn  gevalle  hy 
de  pitsiaringe  soo  oprechtelij  ck  als  verclaert  desireerde  conde  wel 
aent  casteel,  buyten  perijckel  van  yemant,  gelijck  hiervóór  manier 
vandoen,  sich  vervoecht  hebben  ende  alle  de  moeyten  gespaert  sijn. 
Citchil  Aly  verclaerde  het  hoochnoodich  was  de  saecken  in  Amboyna 
tuschen  d'onse  ende  haere  geredresseert  dienen,  seggende:  den 
Gouverneur  in  Amboyna  doet  groote  sware  dachten,  en  alle  d'onse, 
die  wij  expresselyck  herwaerts  ontbooden  hebben  om  te  verstaen  watter 
van  is,  noch  veel  meer;  voegende  daer  bij  des  Coninck  incompsten, 
onderdanen  ende  geallieerde  vrunden  gesocht  worde  t'onttrecken ; 
dat  den  Gouverneur  niet  begeert  eenige  joncken  anders  dan  aent 
Casteel  commen  ende  daer  tollen  betaelen ;  dat  men  de  nagelen  voor 
hoUantse  munte  (die  haer  niet  dienstich)  en  andere  veelderley  nieuwich- 
eeden  invoerde,  alle  dewelcke,  seyde  hi),  waeren  d'oorsaecken 
vande  misverstanden;  hoewel  bekende  geen  reeden  was  d^nwoonderen 
om  een  geringe  oorsaecke  de  naegelen  aendie  Maccassairen  ende 
andere  vercochten  oft  lieten  vervoeren.  T'Waeren  haer  faulten  gelijck 


1     Vergelijk  hiervóór  bl.  27. 


40 

d'onse  oock  hadden.  D'Amboyneesen  en  andere  Tarnatanen  dorsten 
hier  wel  openbaerlijck  tegens  mg  bekennen  tVerleeden  jaer  over  de 
400  Bbaren  nagelen  door  de  Macassaren  ende  vreemde  handelaers 
vervoert  waeren,  daerse  Leliatte  d'oorsaeke  van  geeven  sulcx  toege- 
laeten  heeft.  lek  ben  hierover  op  diversche  tijden  clachtieh  geweest 
aenden  Coninek ,  Gougou  ende  Capiteyn  Laout.  Geven  weynich  gehoor , 
dan  dat  sulcx  buyten  haeren  last  geschiedt.  Ondertusschen  is  Leliatte 
hart  om  secours  solliciteerende ,  dan  t'  schijnt  hy  in  disgratie  van 
veele  Tamataenen  is ,  die  hem  vermits  sijn  trots  hoovaerdich  spreecken 
niet  vermogen  f  sic] .  Hl)  heeft  hier  seer  gearbeyt  de  Holiantse  munte 
verbooden  sonde  worden  ende  haddet  alsoo  verre  gebracht  d'inwoonderen 
die  begonnen  te  weygeren  ende  den  Coninek  sulcx  toestondt,  ten  sij 

daer  tegens    versien  hadde 

Weynige  dagen  hier  naer  quam  een  Spangiaert  van  Spaens  Tar- 
naten  overloopen,  die  mette  twee  galeyen  van  Siau  herwaerts 
gekeert  was,  meede  inde  selve  op  seeckeren  tocht  aen  Sangy 
geweest  is,  rapporteerde  (gelijck  al  eenige  dagen  te  vooren  vande 
Ternatanen  verstaen  hadden),  hoe  den  Spanjaert  met  assistentie 
vanden  Syauwer  ende  Coulonger  ^  op  die  van  Sangy  gevallen, 
over  de  800  sielen  verovert  ende  die  van  Coulonge  onder  haer  sub- 
jectie  gebracht,  t'  volck  yder  de  helft  gedeelt,  waer  van  den 
Spangiaert  400  sielen  op  haer  galeyen  om  herwaerts  te  brengen 
hadden.  Onderwegen  de  swarten  op  d'eene  galey  hun  jegens  den 
Spanjaert  gerevolteert ,  den  Capiteyn  met  seven  Spanjaerden  doot 
gesmeeten  ende  bijaldien  door  d'ander  galey  geen  ontset  waere 
geschied,  souden  allen  den  selven  gangh  ende  mette  galey  deur- 
g^aen  hebben.  Waer  over  sij  de  gevangenen ,  200  sielen  starck 
sijnde,  doot  smeeten,  invoegen  dat  van  deese  conqueste  niet  meer 
als  60  mannen,  de  reste  vrouwen  ende  kinderen,  op  Spaensch 
Tarnaten  gebracht  sl)n.  De  Tarnatanen  waren  over  't  verlies  van 
dit  volck  seer  bedroeft;  den  Coulonger  affgeweecken  ende  sich  onder 
de  bescherminge  van  den  Spanjaert  als  Tydorees  begevende,  ver- 
soeckende  van  Coulonge  op  Tydoor  vervoert  te  worden,  tot  welcken 
fyne   een   ambassadeur  affgesonden   was,  't  welck  bij  den  Spanjaert 


1    Ealongan,   een  rijkje  op  H  eiland  Groot-Sangir ,  dat  door  Eaitsjil  Ali  aan 
Ternate  onderworpen  maar  zooals  blijkt  nu  weder  tegen  hem  opgestaan  was. 


41 

ende  Tydorees  aengenomen  ende  geresolveert  te  doen,  daer  toe  de 
twee  galeyen  nevens  v^ff  corcorren  prepareerden.  Hier  in  (sic) 
waeren  den  Goninck,  Citchil  Aly  als  andere  principaele  Tarnatanen 
seer  ontstelt,  vreesende  den  vgandt  met  deese  Coalongers,  die  wel 
6000  sullen  sijn,  deurgaen  souden,  waer  door  op  Tydoor  [en] 
Spaensch  Tamaten  seer  versterct  ende  ons  daermet  grooten  affbrenck 
conden  doen,soodat  den  Tarnataen  den  tocht  van  Amboyna  ^  geheel 
uyttet  hoofd  stelde,  dagelycx  solliciterende  wij  haer  met  ons  schip 
om  den  vijandt  hier  in  te  prevenieren  assisteeren  wilden,  waerover 
ten  langen  lesten  opt  hard  aenhouden  resolveerden  sulcx  te  doen, 
op  conditie  gelyck  U£.  byde  nevensgaende  copye  van  resolutie  ende 
t'  gemaecte  accoordt  sal  connen  sien  ^.  Is  derhalven  t'  schip  de 
Trouw,  daer  inne  Capiteyn  Laont,  den  Hoccum  des  Conincx  oom 
met  eenige  meer  andere  principaele  Tarnatanen  inbarqueerden , 
nevens  twee  wel  gemande  corcorren  opden  16  November  des  nachts 
van  hier  vertrocken  met  hoope  de  reys  in  6  weecken  ofte  ten 
langhste  twee  maenden  t'  effectueren.  D'apparentiën  lieten  sich  aen- 
sien  dattet  een  goede  tocht  geweest  soude  hebben,  dan  is  anders 
(Godt  beetert)  nytgevallen,  gelijck  hier  nae  't  sijner  tijt  breeder 
verhael  sullen  doen.  Den  vijandt  is  opden  selven  tyt,  dat  de  Trouw 
t*  seyl  gingh  met  twee  galeyen  nevens  5  corcorren,  daer  in  den 
Prins  van  Tydoor  imbarqueerde ,  oock  derwaerts  vertrocken,  ende 
naerdat  de  galeyen  ontrent  ses  weecken  onderweegen  geweest  sijn, 
door  harde  stroomen,  contrarye  windt  ende  stormen,  invoegen  niet 
conden  opcommen,  wederom  gekeert.  Insgelijcx  3  Tydoreese  cor- 
corren  als   oock   de  twee  Tamataense,  dan  niet  de  Trouw,  die  de 

reys  vervorderde 

Terwijle  mette  Fluyte  ^  doende  waeren  te  lossen  ende  repareeren 
is  alhier  op  6  Maert  de  vloote  vanden  Admirael  L'Hermite  gearri- 
veert,  comende  langhs  de  Straete  Le  Maire  deur  de  Zuyt  Zee, 
bestaende  in  12  seylen,  op  hebbende  ontrent  1300  mannen,  sonder  dat 


1  De  Tematanen  hadden  het  plan  gehad  eenige  goed  bemande  korrekorren 
naar  Ambon  te  zenden ,  om  hun  gezag  te  handhaven  en  de  geschillen  met  de 
Hollanders  bg  te  leggen. 

2  Deze  zgn  nog  aanwezig. 

3  De  fluit  Edam,  den  3  Februari  van  Batavia  gekomen  met  versterking. 


42 

bij  haer  yets  sonders  verricht  is.  Den  Admirael  L'Hermite  was  in  Janio 
11.  overleeden ,  in  wiens  plaetse  volgens  commissie  van  sfln  Princ.  Exc. 
den  Vice- Admirael  Gheen  Huygen  Schapenham  gesuccedeeri ;  naer  dat 
seggen  groote  armoede  door  de  langhdnrige  reyse  geleeden ,  van  victua- 
liën gansch  ontbloot ;  hadden  niet  als  alles  gebreck.  lek  hebbe  dadelijck 
UE.  last  over  t'  lichten  vande  forten  Callamatte  ende  Mothier  aenden 
Admirael  ende  Raeden  gecommuniceert,  waer  over  raetsaem  gevon- 
den, eermen  de  schenckagie  ende  missiven  van  UE.  aenden  Coninck 
[ende]  Gougou  overleveren  sonde,  t'  onder  tasten  oft  de  Tarnatanen 
tot  breecken  ende  scheuringe  van  den  gemaecten  treves  metten  Tydo- 
rees  te  brengen  waeren.  Waer  over  de  Coninck ,  Gougou  ende  andere 
principale  Tarnatanen  booven  ontbooden ,  hun  voor  dragende,  bijaldien 
men  mette  comste  deser  vloote  resolveerde  onsen  algemeynen  vgandt 
den  Tydorees  ende  Spanjaert  t'  sij  op  Tarnaten  off  Tydoor  gesa- 
mentiyck  aen  te  tasten,  vooreerst  noodich  was  om  veele  geremon- 
streerde  reedenen  syluyden  den  gemaecten  treves  metten  Tydorees 
braecken  ende  hun  d'oorloge  aendeden,  opdat  wij  mochten  gelooven 
de  saecke  ten  rechten  met  ons  meenden;  ende  sonder  dat  d'effecten 
daer  van  sagen  waert  voor  ons  ongeraeden  eenich  exploict  met  haer 
bijder  handt  te  neemen  etc:  Den  Gougou  antwoordde  hier  op,  wel 
geneegen  waeren  met  haer  macht  ons  t'  assisteeren  ende  dat  men 
den  vijandt  op  Spaensch  Tarnaten  oft  Tydoor  (dat  sij  seyden  nu 
seer  starck  ende  machtich  van  volck  was)  aen  soude  tasten,  maer 
de  vloote  moste  om  sulcx  te  doen  hier  lange  tardeeren,  niet  als 
daermet  een  vliegende  tocht  gedaen  vertrecken  maer  continueeren , 
poogende  op  sulcker  manieren  ons  desseyn  te  verstaen,  wat  voor 
hadden  't  breecken  vanden  treves  tusschen  haer  en  den  Tydorees 
met  blauwe  ongefondeerde  excasen  te  weederleggen.  Dan  alsoo  wij 
daermet  niet  gecontenteert  waeren  ende  hierop  absolute  antwoorde 
versochten,  beloofde  met  sijnen  raedt  dit  stuck  betreffende  naerder 
te  beraetslagen  [en]  ingevalle  daer  toe  conden  resolveeren  morgen 
finaele  antwoorde  te  geven.  Voor  sooveel  wt  hun  redenen  affmeeten 
conden,  soude  haer  meeninge  wel  geweest  hebben  dat  men  Gamme- 
lamme  aentastte  en  niet  Tydoor ,  onder  welck  pretext  den  Tarnataen 
den  treves  metten  Tydorees  niet  alleen  gecontinueert  maer  sijn  proffijt 
daer  met  gedaen,  de  Tydorees  stil  geseeten,  h^'  den  Spanjaert  ende 
sij   ons  weynich  geassisteert  hebben,  ondertnsschen  ons  beyden  ge- 


43 

consumeert,  de  vloote  vruchteloos  opgehouden,  si)  in  haer  volcomen 
progres  en  staet  aen  wedersijden  blijven  sitten.  Ende  alsoo  volgens 
de  belofte  vanden  Gougou  tot  noch  toe  geen  antwoorde  bequamen, 
daerdoor  volcomentlijck  bleeck  sij  luyden  niet  gesind  waeren  den 
treves  metten  Tydorees  te  breecken ,  aireede  vier  dagen  naer  ant- 
woorde gewacht  hadden ,  vonden  goet  op  den  12n  deeser  ÜE.  briöven 
[en]  schenckagiën  aenden  Coninck  ende  Gougou  over  te  leveren, 
daer  toe  Capiteyn  Vermeer  wel  souden  hebben  gebruyct  dan  wasopt 
eylant  Macquian  mette  fluyt  gedisenbarqueert,  soo  dat  wyt  selffs 
deeden,  den  Coninck  metten  Gougou  den  inhoudt  van  ÜE.  missiven 
grondelijck  te  verstaen  gegeven.  Alles  was  geheel  wel  naer  haeren 
sin  uytgesondert  't  slechten  vande  twee  forten  ende  principalijck 
over  Mothier,  daer  se  seer  scheenen  in  verslagen  te  weesen.  Ter 
compste  van  Capiteyn  Laout  sullen  hem  insgelijcx  UEd.  missive 
nevens  de  schenkagie  behandigen.  Wij  hebben  haer  oock  aengepre- 
senteert  volgens  ÜE.  ordre,  ingevalle  de  voorsz.  forten,  naar  dat 
wij  se  ontleedicht  hebben ,  begeeren  te  bewaeren ,  dat  nïen  se 
haer  overleveren  soude,  soo  niet  raseeren  oft  laeten  springen. 
Hier  toe  hadden  geen  moet,  antwoordden  alst  dan  moste  weesen, 
soude  men  se  onder  de  voet  smijten  oft  laeten  springen.  Hadden 
gaerne  gesien  t'  lichten  van  Mothier  uitgestelt  waere  geweest  tot 
naeder  ordre  van  ÜE.  Sij  meynden  de  E:  Heer  Generael  op  Batavia 
niet  wel  geinformeert  om  sulcken  precise  ordre  tottet  lichten  van 
Mothier  te  geven ,  alsoo  de  Molucques  veel  daeraen  geleegen ;  thoonden 
haer  seer  bedroeft;  beclaechden  sich  hoe  eerst  uyttet  fort  Maleye 
genoechsaem  geqtooten  waeren;  nu  cortte  men  de  vleugelen  daerse 
onder  schuylden;  sy  besaeten  niet  als  open  vlecken.  Tavent  oft 
morgen ,  wanneer  den  vyant  hun  opt  IQff  quam ,  souden  genootsaect 
sijn  te  vluchten.  In  somma  bespeurden  groote  alteratie,  ende  inge- 
valle de  vJoote  niet  gecomen  waere  souden  ter  comste  vande  Hoope 
genoech  te  doen  gehadt  hebben  eer  tot  de  lichtinge  geracet  hadden, 
soo  wel  vanden  vijandt  als  Tarnataen 

Bij  de  nevens  gaende  copye  van  resolutie  sal  ÜE.  connen  sien 
hoe  geresolveert  hebben  de  vloote  dadelijck  naer  t'  lichten  van  de 
voort  forten  opt  spoedichste  naer  Amboyne  vervoege 

Op  12  deeser  arriveerde  hier  een  praeuw  van  Sangy,  daermet 
onsen  tolcq  ende  "den  stierman  vande  Trouw  quam ,  brengende  brieven 


44 

vanden  fiscael  Wagensvelt,  waer  van  hier  nevens  copye  gaet,  daer 
nyt  ÜËd :  verstaen  can  t'  droevich  ongelack  t'  schip  door  een  harde 
storm  op  1  December  verleeden  ten  ancker  voor  Gonlonge  leggende 
overcommen,  hoe't  sel£fde  van  sQn  anckers  gespildt,  gestrandt  ende 
vergaen  is^   voorwaer  een  deerlijck  ongelnck 

Den  tolck  ende  anderen  verclaeren  soo't  schip  dat  ongelack  niet 
overcommen  waere,  t'  conde  geen  drye  dagen  tardeeren  oft  sonden 
wel  5000  Conlangers,  soo  mannen  als  vrouwen  ende  kinderen  in 
handen  gecregen  hebben ,  die  se  op  een  berch  beset  ende  alle  victu- 
aliën affgesneeden,  soodat  voor  haer  geen  uytcomste  was  ende  van 
selffs  souden  hebben  comen  moeten  soubatten.  Soot  Godt  belieft 
hadde ,  twaere  een  treflfelycke  profitabele  tocht  voorde  Comp.  geweest, 
alsoo  dit  starck,  welgemaect  ende  bequaem  volck  is  om  tot  alle 
diensten  gebruyct  te  worden.  Nu  isser  anders  niet  toe  te  doen  als 
t'  volck  ende  't  geschut  door  t'schip  d'  Eendracht  te  laeten  haelen 
soo  haer't  mogelijck  weesen  sal  ^ 

Gallamatte  hebben  eerst  gelicht,  dat  goet  vonden  niet  te  laeten 
springen  maer  te  slechten,  als  oock  Mothier  van  gelijcken,  vermits 
't  selve  sonder  groot  cruytspillinge  volgens  rapport,  vanden  ingenieur 
vande  vloot  niet  wel  soude  connen  hebben  geschied 

Actum  Gnofficqia  int  fort  Mauritius  deesen  27  Martij  1625. 


IX.    Jacq.  Ie  Febvre  aan  Herm.  van  Speult,  14  April 
1625,  //per  Leliatte  naer  Amboyna  gesonden.// 

Op  heeden  is  Leliatte  bij  mg  gecomen,  seggende  licentie  vanden 
Goninck  becomen  hadde  naer  Amboyna  te  vertrecken  met  een  praeuw 
van  ontrent  30  scheppers,  versoeckende  hem  een  brief  ken  van 
recommandatie  in  sijn  faveur  aen  UE.  meede  wilde  geven  dat  de 
questiën  [ende]  verschillen,  soo  aldaer  tusschen  donse  waeren 
ontstaen,   op   de   beste   maniere  mochten  werden  gemodereert  ende 


1  De  Eendracht  kon  sleehts  een  deel  van  *t  geschnt  machtig  worden.  De 
rest  was  door  de  Kalonganers  weggesleept  en  begraven  en  bg  een  poging  om 
het  machtig  te  worden  werden  de  Hollanders  met  verlies  teruggedreven  (J. 
Ie  Febvre  aan  Pt.  de  Carpentier,  15  Ang.  1625). 


45 

aen  een  sQde  geleght.  Hij  sonde  van  synentwegen  daer  soo  seer  in 
arheyden  als  hem  doenlijck  waere,  dat  op  Lonhon  weederom  een 
comptoir  mochte  werden  gestapnleert ,  UE.  Capiteyn  Hittoe  met  sQn 
consoorten  niet  alte  veel  geloofd  en  geve,  die,  soo  hy  seyde,  met 
sQnen  aenhanck  veel  twist  en  qnaets  tnsschen  partyen  gerockent 
hadde.  'T  schgnt  bevreest  is,  naer  dat  aen  hem  bespeurde,  Capiteyn 
Hittoe  met  comste  vande  vloote  aldaer  wel  mochte  opclappen,  den 
rock  omkeeren  ende  alle  haere  secreete  pitcharinge  en  gnyterQ 
openbaeren.  Naer  oogenschijn  soect  hem  nn  mettet  vossenvel  te 
behelpen ,  als  geen  ander  noch  beeter  nytcomste  in  deesen  tyt  siende. 
Dan  wij  hoopen  dat  door  UE.  voorsichticheyt  de  saecken  aldaer  mèt 
anctoriteyt  soo  beleyt  ende  geredresseert  sullen  worden,  daert  naer 

ons  oordeel  den  rechten  tijt  toe  is 

Opt  eylandt  Macqnian  sgnde,  bevonden  meest  alle  d'  inwoonders 
uit  haer  plaetsen  int  geberchte  gevlucht  door  vreese  vande  vloot, 
ende  dat  men  Callamatte  ende  Mothier  gelicht  hadde,  inbeeldende 
men  haer  over  hun  quade  procedures  straffen  sonde,  de  principaele 
om  den  hals  brengen  ende  voorts  d'  andere  christenen  maecken,  soo 
dat  daer  bij  volcomentlijck  blyct  wel  weeten  in  veele  saeken  mis- 
daen,  ons  niet  naer  behooren  ende  volgens  haeren  schuldigen  plicht 
tracteeren.  Wg  hebben  d'  overicheeden  vande  plaetsen  aldaer  b^ 
ons  ontbooden,  hun  gemoederen  weederom  gerust  gestelt,  haer 
faulten  op  de  bequaemste  maniere  aengewesen,  de  reedenen  vande 
lichtinge  der  forten  geopenbaert,  daer  beneffens  redres  op  alles 
versocht  ende  principalijck  opt  aenhouden  ende  t'  vervoeren  vande 
nagelen  door  de  Tydoreesen,  dat  metten  anderen  moeten  ver* 
sorgen  ....  off  per  fauite  vandien  genootsaect  sullen  weesen  op 
andere  manieren  daerin  te  versien,  haer  als  een  vriendt  waer^ 
schouwende,  alsoo  buyten  reeden  is  wij  d'  oncosten  vande  forten  tot 
haerder  bescherminge  supporteeren  ende  onsen  vyandt  mette  naegelen 
deurgaet.  Sij  hebben  groote  beloften  van  beeterschap  gedaen ,  versorgen 
sullen  alle  de  naegelen  in  onse  handen  gelevert  worden  ^ ;  den  tyt 


1  „  Over  't  onderhonden  vanden  pays  ende  *t  commen  der  Tydoreesen  ontrent 
en  opt  eylant",  schrgft  J.  Ie  Febvre  aan  Pt.  de  Carpentier  (16  Aug.  1625) 
agaven  [de  Makjanners]  den  Coninck  yan  Tamstte  de  schnlt,  die  haer  belastte 
snlcz  te  doen*" 


46 

wil  openbaeren  watter  op  volgen  sal.  't  Gaet  seecker  d'  onverwachte 
vloote  een  grooten  schrick  onder  deese  Malacqaensche  inwoonderen 
gemaect  heeft. 

De  Tamatanen  honden  sich  tot  noch  toe  geheel  stil;  den  Coninck 
vertrect  met  6  corcorren  naar  Macqnian  om  soo  men  seght  d'  in- 
woonderen van  Mothier  en  Gane  ^,  die  daer  sl)n,  hier  te  brengen 
als  oock  de  dochter  vanden  Sangage  van  Gnoffiqnia  te  haelen.  Eenige 
weynige  dagen  voor  't  vertreck  vande  vloote  hebben  se  de  lest- 
gecomen  corcorre  van  Amboyna  secreeteiyck  j  sonder  ons  weeten , 
met  advijs  derwaerts  gesonden,  gelgck  wy  nu  verstaen;  tot  wat 
intentie  can  lichtelijck  affgemeeten  worden.  T  roepen  is  hier  al  om 
Capiteyn  Laout,  als  wanneer  so't  schijnt  wonderlljcke  curen  uit- 
rechten wiUen.  Oogenschgnelijck  can  men  onder  de  Tamatanen  groote 
alteratie  bespeuren  over  t'  vertreek  vande  vloote  naer  Amboyna, 
dat  haer  gans  niet  behaecht.  D'  alliantie  metten  Tydorees  en  haer 
neempt  dagelijcx  hoe  langer  hoe  meer  toe,  die  tot  aende  palissaden 
van  ons  quartier  sgn  gares  (sic)  compt  maccken,  sonder  dat  den 
Tarnataen  sich  aen  trect  noch  daer  met  bemoeyt,  soo  dat  geweldich 
stout   wordt 

Den  Spanjaert  hout  sich  heel  stille;  wy  connen  tot  noch  toe  niet 
bespeuren  van  meeninge  is  Galamatte  oft  Mothier  te  besetten.  Heeft 
diversche  advijsen  naer  Manilla  gesonden,  hart  om  secours  tegens 
toecomende  jaer  procurerende  (sic).  Wij  hebben  onder  de  Tamatanen 
aitgestroyt  de  vloote  binnen  vyff  a  ses  maenden  van  Java  hier 
weederom  weesen  sal ,  om  haer  te  beeter  in  toom  te  houden,  t'  Schynt 
de  Spanjaert  meent  het  hem  alsdan  gelden  sal.  'T  waere  wenschelijck 
't  gevolgh  desselfs  effect  sorteerde  om,  als  wanneer  de  saecken  in 
Amboyna  affgedaen ,  insgelycx  bijder  handt  mochte  genoomen  worden , 
dat  anders  niet  als  met  autoriteyt  en  dwanck  moet  geschieden,  daer 
toe  d'  occasie  schoon  hebben  ende  naer  oogenschijn  in  langen  tijt 
soodanige  macht  als  nu  by  den  anderen  niet  sal  connen  gebrocht 
worden.  D'  apparentien  sijn  groot  dat  veele  geallieerde  naergeburen, 
die  haer  onder  tgebiedt  vande  Tamatanen  begeven  hebben,  door  den 
overlast  ende  geweldt ,  soo  van  henluyden  [hebben  ondervonden] ,  in 


2  „De  Ganers",  schryft  J.  Ie  Febvre  (16  Aug.  1625)  „waeren  meest  int 
bosch  gevlucht,  alsoo  niet  begeerden  op  Tarnaten  bij  den  Coninck  te  woonen, 
dan  op  Macqnian  te  bleven/* 


47 

snlcken  gevalle  haer  aff,  ons  toevallen  snllen;  ja  veele  Tarnatanen 
selffs,  als  maer  verseeckert  sjn,  vrQ  in  haer  moorsche  wet,  onge- 
molesteert  onder  ons  leeven  mogen,  twelck  den  rechten  middel  is, 
hem  800  cleyn  jae  minder  maecken  connen  als  hij  oyt  voor  deesen 
was,  wanneer  eerst  tot  sich  selffs  comen  sal  ende  gedencken  de 
dencht  [sic],  die  soo  lange  jaeren  vanden  Hollander  genooten  heeft. 

Maleyen  14n  April  A®  1625. 

Was  onderteeckent    Jacques  Lb  Febtjbb. 


X.    Jacq»  Ie  Febvre  aan  den  G.-G.  Pt.  de  Carpentier, 
15  Aug.  1625. 

Mette  voorsz.  Mindenause  jonck  quara  een  gesant  nevens  een  brieft 
vanden  Coninck  aen  ons,  daerbij  adviserende  hoe  den  Coninck  van 
Solocq  tegen  hem  in  oorloge  getreeden  ende  den  Spanjaert  tot  hnlpe 
versoect,  die  naer  apparentie  snlz  doen  soude,  instantelijck  aen  ons 
ende  de  Tarnatanen  versoeckende  met  eenig  schip,  scheepen  ende 
corcorren  geassisteert  te  worden.  Wij  hebben  ons  voor  dees  tgt  ge- 
excuseert  ende  aengeraeden  met  malcanderen  vereenigen,  hun  parti- 
culiere questien  aen  een  sljde  stellen,  malcanderen  tegens  de  laegen 
der  Spanjaerden  assisteeren,  die  anders  niet  practiseert  als  haere 
oneenicheyt,  soeckende  door  dien  middel  hun  alder  ruyne;  dat  daer 
op  wel  letten,  d'een  dander  sijn  verderff  tot  voordeel  vanden  Spaur 
jaert  niet  trachten  maer  voorcomen  ende  de  geringe  questien  aen 
weedersyden  ter  needer  leggen,  als  wanneer  verseeckert  mogen  blijven 
ter  gelegender  tyt  van  ons  geassisteert  te  sullen  worden.  Den  Ana- 
choda  vande  jonck,  genaempt  Labbercaeck,  presenteerde  mij  dat 
hem  starck  maecte  alle  moussons  ten  minsten  200  coyangh  schoone 
witte  rijs,  a  50  realen  de  coyangh,  te  sullen  leveren,  met  goede 
partij  arracq,  waervan  hier  drye  leggers  gecocht  hebben  a  \  reael 
de  kanne  van  10  mntskens;  is  vrij  starcker  ende  beter  coop  als  den 
geenen  ons  per  de  Hoop  toegesonden;  clappes  olye,  varekens  en 
andere  provisien,  oock  slaven,  sonde  men  daer  reedelijcx  coop  be- 
commen,  alles  in  mangelinge  van  cleeden.  Hebbe  hem  geseght  voor 


48 

dees  tyt  niet  wel  geleegen  compt  een  schip  derwaerts  te  senden 
maer  dat  toecommende  monsson  daer  op  letten  souden.  Soo  ÜE.  ge- 
meden vindt  men  onderleyde  wat  daer  inne  te  doen  sij,  dnnct  ons 

gevoelens  niet  ongeraeden  waere.    ^ 

Actum  inde  Stadt  Maleye  op  Tamaten,  15  Aagusti  A9  1625. 

(J.  E.  dienstwillige  dienaer 

Jagques  Le  Febvbe. 


XI.  Journaely  gebonden  op  de  tochte  van  Louhoe  ende 
Oambelle  van  den  14  May  tot  23  Juny  dat  weder 
aent  Gasteel  arriveerden,  Anno  1625. 

Woensdach  Adij  14  May  1625  int  Gasteel  Amboyna. 

Nae  dat  de  E.  Heeren  Gonvemeurs  Van  Speult  ende  Gorcom  * 
des  middaechs  over  tafel  sittende,  bryeven  door  den  Goopman  vant 
scbip  Amsterdam  uyt  Banda  becomen  hadden  ende  dat  het  gemelte 
[schip]  op  Hyto  wel  ten  ancker  gecomen  was  met  70  lasten  rijs, 
die  tot  nooddruft  van  de  armade  ontbooden  waeren,  soo  sijn  gemelte 
Heeren  des  namiddaechs  in  de  corcorre  Rossenyve  geimbarqueert  ter 
intentie  met  gemelte  armade  (die  sterck  was  3  scheepen,  genaemt 
Mauritius,  den  Davidt  ende  t' Griffoenken ,  nevens  2  a  3  schaloupen, 
gemant  met  ontrent  700  blancke  coppen  van  de  vloote  van  den  Hr  Ad- 
mirael  Geen  Huygen  Schapenham, '  mitsgaders  ontrent  20  stuks  corcorren 
van  de  getrouste  onderdaenen ,  die  onder  t'  Gasteel  ressorteeren)  daer  ooc 
ontrent  150  soldaten  van  t  Gasteel  op  geset  waeren,  om  eenen  aenslach 
ofte  exploict  te  doen  op  de  plaetse  van  Louhoe  ende  andre  dorpen ,  die 
daer  onder  de  Temataenen  staen,  ter  eenre  sijde,  als  meede  aende 
andre  s^de  vant  gemelte  lant  Lessydy,  Erang,  Gambelle  ende  andre 
cleyne  naegeldorpen  daer  ontrent  geleegen.  De  voornoemde  scheepen 
syn  des  avonts  met  een  cleyn  coeltie  onder  seyl  gegaen,  daer  de 


1  Gouv.  Gen.  en  Baden  (Brief  aan  J.  le  Febvre ,  ö  Nov.  1625)  konden  hierop 
„nog  geen  finale  order  geven*" 

2  Jan  yan  Gorcnm  was  den  25  Mrt.  op  Ambon  gekomen  om  Yan  Spenlt  als 
^oavemetLr  op  te  volgen. 

8    Deze  vloot  had  den  2  April  voor  Ambon  de  ankers  uitgeroepen. 


4d 

voorsz.  Hoeren  Goavem.  met  de  corcorren  ten  10  ayren  op  volchdeü. 
De  corcorren  roeyden  tot  over  de  middernacht 

Adij   16  ditto 

Des  naemiddaechs  ontrent  4  nyren  qaamen  met  d'  armade  voor 
HgtOy  daer  wij  t'  schip  Amsterdam  en  t'  jacht  Ooa  op  de  reede 
vonden  leggen.  CapL  Hijtoos  soon  Halleny  qnam  ons  ontrent  Hgto 
met  een  cleyne  corcorre  inhaelen.  Gorts  daer  aen  qnam  sijn  vader 
oock  aan  hoort  omme  d'  Heeren  Oonvemeurs  te  begroeten,  die  sich 
excuseerde  dat  syn  eorcorre  nyet  veerdich  gemaect  en  hadde  alsoo 
snlcx  nyet  geweeten ,  noch  d'  Heeren  hem  daervan  nyet  gewaerschout 
en  hadden,  waerop  de  Heer  Spealt  antwoordde,  dat s^ne iegenwoor- 
dige  macht  sterck  genoech  was  (Godt  ten  voorsten),  omme  die  van 
Lotthon,  Lissedy,  Gambello  over  de  gedaene  insolentien,  moorda- 
dicheeden  ende  andren  trots,  soo  ons  van haer bejegent ende geschyet 
was ,  te  straffen ,  ende  dat  overmits  sy  daer  verwant  ende  veel  Vrinden 
hadden,  wel thuys bleven  mochten,  daer  gemelte  Hytto nyet droevich 
maer  bigde  over   was.  ^ 

Adg  17  ditto  'Smorgens  vroech  ontrent  2  uyren  voor  daege  qnamen 
onder  t'  land  van  Louhon  met  de  corcorren,  daer  w^  een  stucxken 
van  de  wal  op  de  ryemen  bleven  leggen  totdat  den  dach  aenqnam 
als  wanneer  pangayden  naert  schip  de  Hoope,  daer  den  Commandeur 
Carsten  op  geordyneert  was,  om  te  syen  off  sij  ons  haere  naegelen 
wilden  leeveren  voor  realen  van  achten ,  als  voor  deesen  gedaen  hadden. 
Gemelte  Carstens  quam  met  den  schipper  van  gemelte  schip  aen 
de  ...  .  Gouverneurs  corcorre  rapporteeren  .  .  .  sijn  wedervaeren, 
Seyde  dat  ontrent  8  Portngeesche  bhaar  naegelen  ontvangen  hadde 
in  den  tijdt  dat  daer  met  voorn,  schip  gelegen  hadde.  Oock  ver- 
stonden van  den  voorsz.  Carstens,  als  dat  hij  vyer  man  vande 
Tamatanen  iüt  voorsz.  schip  met  listicheyt  gevangen  genomen  hadde, 
en  dat  onder  pretecxt  van  dat  aen  Kymola  Lelyato  lyet  weeten  als 
datter  een  jachtken  van  Batavya  op  Amboyna  gearry veert  was,  dat 
bryeven  van  den  Ed.  Hr.  Generaal  mede  brachte  aen  de  overste  van 
Louhou  adresserende,   ende  hem  die  geworden  waeren  om  die  aen 


1  Ook  de  koirekorren  van  de  kampongs  Latoe,  Hoewaloi,  Haja,  Tamilaoe 
en  Sepa  aan  de  Zuidkust  van  Ceram,  die  onder  Hitoe  stonden  en  de  vloot 
begeleidden,  verwijderden  zich  toen  zg  bespeurden  dat  men  Loehoe  ging  aan- 
tasten. 

4, 


50 

Kymola  Leliato  te  behandigen,  welcke  bryeven  de  Ternatanen 
seer  desyreus  waeren  te  hooren  leesen.  Sonden  oversulcx  4  gecom-. 
mitteerden  aan  boort,  die  gemelte  Carstens  daer  in  apprehentie  vast- 
hyelt.  Een  van  de  selve  wort  geseyt  den  broeder  van  Kymola  Sab- 
badyn  te  weesen ,  die  onder  de  7  off  8  jaeren  Gouverneur  van  Loubon 
geweest  is.  Stont  sus  off  soo  off  sonde  Kymola  Lelyato  met  Callen- 
batte,  die  met  een  praeuken  al  ontrent  bet  scbip  quamen  omme  den 
inbont  van  gemelte  bryeven  mede  te  verstaen ,  mede  becomen  bebben , 
maar  het  scheen  eenige  lucht  daer  van  creegen  ende  roeyden  weder 
naer  lant.  De  gemelte  Heeren  Gouverneurs  voeren  aent  schip  ende 
bebben  daer  de  voorsz.  gevangenen  geëxamyneert  van  de  gelegentheyt 
ende  stercte  van  der  Tematanen  fortressen,  als  mede  om  te  weeten 
waer  dat  onse  orengbay  ende  wye  deselve  genomen  hadde,  die  met 
6  soldaten  ende  12  compagnies  slaeven  gemant  was  ende  gesonden 
was  om  ontrent  Assahoudy  ende  Bamo  ^  te  gaen  besicfatigen  off  daer 
Maccasserse  joncken  laegen,  waervan  den  eenen  genaemt  Manta 
Louhees ,  die  by  Lelyatto  vemomt  lange  jaeren  gewoont  ende  sijnen 
tolck  geweest  was ,  met  waeter  getortureert  synde ,  dit  naer  volgende 
bekende.  Eerstelijck  dat  seecker  Ternataen  genaemt  Caboulo  ^  met 
2  corcorren  van  de  Papouwen,  daer  sy  vrijnden  mede sijn , uyt rooven 
gegaen  was,  die  int  gatt  van  Nassouw  achter  de  clippen  lach,  ende 
onse  voorsz.  orengbay,  daer  bij  avont  deur  pangayende  ende  de  sol- 
daten die  der  op  waeren  meest  laegen  en  slyepen,  waer  door  haer 
onversyens  overvallen  sijn;  de  onze  scbyelijck  opschyetende  lyepen 
meest  aen  de  een  syde  van  de  orengbay,  dat  deselve  in  de  gront 
raecte.  Souden  anders  soo  lichtelijck  van  haer  nyet  gecregen  syn 
geweest ;  als  wanneer  ons  volck  naer  Lissebatte  brachten  ende  deselve 
daer  vercocht,  soo  wel  onse  soldaten  als  de  Comp^  slaeven  ende  dat 
de  sommige  voor  een ,  eenige  voor  2  ende  andere  voor  3  gongen  ende 
andere  barrang  barrangh  *  meer. 


1  Denkel^k  is  Boano  bedoeld. 

2  Ook  uit  latere  berichten  van  de  gevangen  soldaten  zelven  blijkt  dat  de  Ter- 
natanen  aan  bet  nemen  van  de  orangbaai  geen  schuld  hadden  maar  de  Papoea^s , 
die  in  deze  buurt  rooftochten  deden  en  de  gevangenen  te  Lisabata  verkochten. 
De  Hollanders  werden  door  die  van  Lisabata  uitgeleverd. 

3  Zaken. 


51 

Item  bekende  gemelde  Manta,  nae  dat  hem  gevraecht  was  nae  de 
gelegentheyt  van  't  fort  Lucelle  ^  daerop  haer  de  Tamatanen  ont- 
bonden, dat  ontrent  de  100  soo  roers  als  mnsqnetten,  4  stneken 
groff  scbnt  met  eenige  bassen  ende  5  a  6  potten  crayts  onbegreepen 
op  waeren  hebbende.  Ook  dat  gemelte  fort  3  weegen  hadde,  daer 
men  can  opcomen. 

Oemelte  Gouvems.  lyeten  op  dato  alle  de  Orangcays  van  de  cor- 
corren  ontbyeden  omme  haer  Inyden  voornoemen  ende  meyninge  van 
de  tocht  t'  openbaeren 

Eyschte  beur  al  te  samen  den  eet  aff  van  getrouwicbeyt  int  aen- 
doen  ende  vernyelen  van  de  voorsz.  plaetsen,  steeden  ende  dorpen, 
die  sij   al  te  samen   vrgwillich  met   opgesteecken  vingeren  deeden. 

Adij  18  dito  qnam  des  morgens  een  Corporael  van  Hyto  brengende 
bryeven  van't  Gasteel,  dewelcke  seyde,  dat  den  Heer  Admyrael 
gisteren  avont  ontrent  ten  5  uyren  met  de  scheepen  van  Hyto  ge- 
steecken  was  omme  herwars  aen  te  comen,  gelijck  wQ  haerlnyden 
smorgens  vroech  in  zee  saegen,  die  in  stilte  laegen  en  dreven.  De 
Heeren  Gouverneurs  voeren  aent  schip  den  Davidt,  dat  voor  Lonhon 
laeh  om  de  plaets  van  daer  te  besichtigen  ende  inspectie  vande  weegen 
syen  te  becomen.  De  voorsz  2  scheepen  die  is  see  waeren  cregen 
Gorts  daer  aen  goede  wint  ende  quamen  tegens  den  avont  op  de 
reede  ende  settent  mede  ontrent  den  Davidt  dicht  voor  Louhoe,  daer 
gemelte  Heeren  Gouverneurs  aen  boort  voeren,  alwaer  van  de  tocht 
van  Louhoe  voor  eerst  gehandelt  worde  omme  die  op  morgen  int 
werck  te  stellen,  Den  Captn  van't  fort  Amb(oyna)  ende  Secretaris 
worden  des  avouts  van  gemelte  Heeren  gecommyteert  aen  alle  de 
corcorren  te  vaeren  om  de  swarten  al  te  saemen  te  waerschouwen, 
dat  se  op  morgen  vroech,  wanneer  de  trompett  dryemael  gesteecken 
sal  weesen,  gemelte  Heeren  met  haer  corcorren  te  volgen  nae  de 
strandt  van  Loohoe  ende  daer  met  Hare  Ëds.  te  landen,  eenige  met 
Bchilt  en  sweert  ende  sommige  met  byien  en  parrangs  om  deboomen 
daermede  te  ruyneeren,  geevende  haer  een  wit  teycken,  dat  se  aen 
de  rechter  arm  soude  binden  ten  eynde  si)  van  onse  soldaten  bekent 
ende  nyet  als  vijanden  op  haer  attenteeren  en  souden ,  versyende  met 
eenen  alle  de  soldaten   die  op  de  corcorre  waeren  van  ciuyt  en  loot^ 


l  Lessiela  besuiden  Loehoe. 


5^ 

mistgaders  van  broot,  dat  sij  op  morgen  mede  sonden  neetnen  tot 
behoefte  van  haeren  nootdrnft. 

Adg  19  May  smorgens  vroeg  bet  trompett  steeckende,  maecten 
hem  een  gder  veerdich  omme  te  landen,  vyelen  in  chalonpen,  boots 
ende  schuyten  met  han  geweer.  Eerst  worden  nyt  de  scheepen  ontrent 
de  100  schooten  met  haere  stucken  op  de  stercte  van  Louhoe  ge- 
schooten  omme  den  vijant  vreese  ende  daerdoor  inde  vlucht  te  jagen, 
onder  welck  geschyet  de  Heeren  Gouverneurs,  mitsgader  d'  Heeren 
Vyce  Admyrael  ende  Schout-by-nacht  ^  met  12  compagnien  soldaten  sijn 
gelandet  te  weeten  9  comp.  van  den  Er  Admyrael  Geen  Huygens  vloote 
ende  3  vant  casteel,  yder  comp.  van  ontrent  de  70  coppen,  nevens 
ontrent  1000  swarten  van  de  corcorren  gelandet  sijnde,  quamen  aent 
padt,  daer  men  nae  haere  negrij  gaet.  Worden  bij  gemelte  Heeren 
Gouverneurs  uyt  yder  van  de  voorsz,  comp.  15  mannen  gelicht  die 
vooruyt  gingen  [nae]  hare  negrg  souden  trecken,  waer  van  den 
vaendrich  van  Amboyna  hooft  over  gestelt  worde  omme  voorn,  troupe 
te  leyden  en  den  vijant  op  te  doen.  Quam  in  haere  negrij  sonder 
eenige  rescontre  van  vijant  te  vernoemen,  die  gisten  gelijckerhant 
nae  haere  forteressen  toe  gevlucht  waeren,  die  booven  int  geberchte 
laegen.  De  gemelte  Heeren  naemen  daer  vooreerst  haere  beste  huysen 
in  omme  daer  snachts  te  logieren  ende  voor  den  reegen  bevrijt  te 
weesen.  , 

Gorts  daer  aen  worde  gemelte  vaendrich  gecommandeert  voorts  naer 
haere  stercte  te  marcheeren,  leydende  2  gevangens  vooruyt,  die  hem 
den  wech  souden  wijsen.  Gort  achter  hem  volchde  Sr.  Wyncoop  met 
sgn  Comp.  ende  alle  d'andre  volchden  hem  nae.  Een  stuck  weechst' 
geberchte  op  gemarscheert  sijnde,  quamen  op  een  groot  vlack  pleyn 
daer  de  vgant  voor  lach  ende  ons  daer  verwachtte ,  daer  d'onse  resi- 
stentie van  den  vijant  creegen,  die  met  steenen,  werp-geweer  ende 
musquetten  ons  weer  boden.  Doch  syende  dat  gemelte  vaendrich 
eeven  sterck  aentrock,  steldent  op  een  loopen  naer  haere  stercte  ^ 
daer  gemelte  vaendrich  ende  Captn.  Wgncoop  met  sijn  Comp.  haer 
vervolchden.  Aen  haere  stercte  comende  boot  den  vijant  andermael 
weer,  doch  daer  eene  chergie  op  geevende  steldent  daer  naer  op  een 
vluchten  ende  de  gemelte  naemen  haere  forteressen  in,  die  nytermaten 


1  Namelijk  van  de  Kassonsche  vloot:  Jan  Willemz  Yerschoor  en  ComeliB  Jacobsz« 


53 

sterck  waeren,  verwonderende  ons  dat  geen  meerder  tegenstant  en 
hadden  gedaen.  Jae  hadden  wQ  met  eene  30  soldaten  daer  binnen 
geweest,  geen  10  man  yets  en  soude  te  wille  geweeten  hebben;  dat 
meer  is,  de  gemelte  van  Louhoe  altijdt  bij  onze  onderdaenen  seer 
gevreest  geweest  sijn  over  haere  vaillanticheyt.  De  onze  creegen  int 
inneemen  3  è,  4  hooffden  van  den  vyant  ende  wQ  hadden  int  stormen 
4  é  5  geqnetsten  gecreegen.  Tegens  den  avont  verstonden,  dat  de 
8  war  ten  van  onse  corcorren  noch  10  oft  12  hooffden  becomen  hadden , 
die  int  stormen  van  de  gemelte  stercte  door  de  onse  doot  ende  crenpel 
geschooten  waeren,  die  op  den  wech  waeren  blijven  liggen.  Des 
nachts  worden  gemelte  stercte  met  3  Comp.  soldaten  bewaect,  twee 
Gomp.  van't  Gasteel  ende  een  vanden  Hr  Admirael 

Adij  20  ditto 

Op  dato  was  geresolveert  alle  des  vyantsfrnytboomente  vernyelen, 
geleek  het  datelijck  int  werck  gestelt  worde,  hadden  des  avonts 
ontrent  de  900  fruytboomen  omgehouwen,  dat  de  swarten  van  de 
corcorren  ende  timmerluyden  van  de  vloote  alleen  gedaen  hadden. 
Oock  worde  debvoir  gedaen  op  des  vijants  naegelboomen ,  conden  op 
die  plaetse  geen  vinden.  Oock  seyden  de  gevangens  van  Louhoe, 
dat  daer  geen  naegelen  en  wiessen.  Des  morgens  worden  onder  de 
soldaten  rantsoen  voor  spek,  vleys,  broot  en  wyn  uytgedeelt.  Des 
namiddachs  quam  Patty  Ney ,  die  met  onse  Alfouris  uy  t  garen  geweest 
was,  weder,  bracht  tljdinghe  dat  de  vgant  met  wgff  en  kinderen 
gerescontreert  hadde ,  hetwelcke  ontrent  een  uyr  gaens  boschwaert  in 
was,  de  revyer  op  wars,  die  daer  op  een  stercte  bg  den  anderen 
waeren;  oock  dat  met  steenen  ende  ander  werpgeweer  naer  haer 
geworpen  hadden.  Waerover  gemelte  Heeren  Gouverneurs  ontrent  de 
300  van  onse  swarten  commandeerden  om  snachts  onder  gemelte 
vijants  stercte  haer  secreetel^ck  te  verbergen  ende  des  morgens  metden 
dage  den  vijant  aen  te  vallen,  want  daer  meest  vrouw  en  kinderen  op 
waeren  ende  oversulcx  geen  noot  en  souden  hebben  te  Igden. 

Adg  12  ditto  smorgens  quamen  gespecificeerde  swarten  weder  bQ  de 
gemelte  Heeren ,  brengende  een  hooft  mede ,  seyden  dat  den  vQant  van  de 
voorgenoemde  plaetsen  gevlucht  ende  daer  nyet  een  mensch  en  hadden 
gevonden.  De  Heeren  Gouverneurs  gingen  des  middachs  uyt  naer  den  tuin 
van  Eymola  Tycos  salr.  ontrent  een  cleyn  uyrtgen  gaens  van  Louhoe^ 
alwaer  haere  E.  over  de  200  so  naegel-als  fruytboomen  lyeten  raseeren. 


54 


Adlj  22  ditto  begosten  des  morgens  vroecb  bet  fort  van  Louboe  te 
raseeren  ende  te  verbranden  ende  quamen  met  de  soldaten  beneeden. 
De  Heeren  Gouvemeurs  ....  gingen  een  stack  weecbs  bij  strant  met 
9  comp.  soldaten,  alwaer  de  gevangens  seyden  nagelen  stonden,  die 
ons  souden  w^sen ;  braebten  gemelte  Heeren  in  de  nyettwe  stadt  van 
Louboe,  genaemt  Nam  Songy,  eene  scboone  treffelijcke plaetse bewassen 
met  alderbande  scboone  vrucbtboomen  welcke  boomen  met  alle  onse 
swarten  alte  samen  ombieuwen  ende  vernyelden.  De  Heer  Gouverneur 
van  Speult  gingb  met  de  belft  van  de  soldaten  ende  swarten  boscbwaert 
in  met  de  voorsz  gevangens  omme  naegelboomen  te  vernylen,  welcke 
gevangens  den  Hr.  Gouv.  Speult  braebten  op  de  wecb  daer  men  naer 
Cambello  gaet;  seyden  als  doen  nyet  en  wisten  waer  dat  naegelen 
stonden;  dreven  baer  verscbeyde  reysen  voort  dat  ons  de  naegelen 
souden  wijsen,  maer  en  conden  geen  vemeemen.  Eyntelijck  keerde 
gemelte  Gouv.  weder  te  rugge,  syende  dat  de  gevangens  syn  E. 
praeliens  wys  gemaect  badden,  ende  quam  weder  by  den  flr. 
Gorcom,  alwaer  men  met  alleman  gemelte  plaetse  feenemael  ruy- 
neerde.  Dat  gedaen  sgnde,  sijn  naer  strant  gemarcbeert  ende  tegen 
den  avont  geinbarqueert.  De  flr.  Vyce-admyrael ,  die  in  de  negry 
de  soldaten  van  boven  verwacbtte,  badde  ordere  gemelte  negrg ,  daer 
3  nacbten  gelogeert  badden,  'teenemaei  in  den  brant  te  steecken 
ende  de  resterende  vrucbtboomen,  soo  daer  ontrent  de  buysen  nocb 
stonden ,  aff  te  bouwen  ende  alsdan  met  de  soldaten  t'  inbarqueeren , 
gelijck  syne  E.  al  geinbarqueert  was  doen  wij  aen  strant  quamen. 
Den  Captii.  Carstens  was  met  syn  comp.  soldaten  ende  6  corcorren 
des  morgens  gecommandeert  te  gaen  naer  de  cleyne  dorpen  van 
Salouke  ende  Lielle  ^  te  intentie  gemelte  dorpen  aff  te  loopen  die 
ontrent  anderbalff  uyr  roeyens  van  Louboe  laegen,  ende  alle  de 
naegelboomen  te  vernyelen.  Quain  des  avonts  weder  ende  badde 
ontrent  de  200,  soo  naegel-  als  fruytboomen  geraseert.  Die  van 
gemelte  dorpen,  baer  syende  coomen,  staken  selffs  den  brant  in 
baer  negrg  en  vlucbteden ;  saegen  daer  nyet  een  menscb.  Oock  waeren 
op  dato  3  cbalouppen  voor  Lucelle  ^  uyt  dyepen  geweest,  waer  de 
beste  gront  voor  de  scbepen  waere,  daer  die  vant  fort  4  schoten 


1  Saloekoe  en  Liëla. 

2  Zie  hiervóór  bl.  61. 


•> 


65 

met  haer  stucken  nae  schooten,  doch  en  raecten  daermede  nyet, 
maer  aen  strant  laegen  eenige  met  mnsqxietten ,  die  een  man  in  de 
ehaloupe  doot  schooten. 

D'  Heeren  Goavernenrs  voeren  des  avonts  aen  den  Hr.  Admyraels 
boort  ten  eynde  met  den  andren  te  resolveeren  wat  plaetse  eerst 
aengedaen  ende  best  dyende  bij  de  handt  genomen  te  werden  .  •  •  • 

Worde  by  de  meeste  stemme  goetgevonden  ende  gearresteert  dat 
de  scheepen  op  morgen  haer  voor  de  stercte  van  Lucelle  vervoegen 
souden  ende  dat  men  op  overmorgen  vroech  de  Temataensche  for- 
tresse  met  alle  onse  macht  aentasten  ende  dat  men  morgen  dien 
dach  wat  rusten  soude,  alsoot  volck  aireede  seer  vermoeyt  ende 
den  meestendeel  nyet  gewent  en  sijn  sulcke  mechante  weegen  met 
heur  geweer  te  marcheeren. 

Ady  23  ditto  voeren  de  Heeren  Gouverneurs  vergeselschapt  met 
den  Hr.  Schout  hij  nachte  (om  geen  tljdt  te  versuymen)  met  alle  de  v'^ 

corcorren  en  soldaten  vant  Gasteel  Amboyna,  weesende  3  compag- 
nien,  naer  Wayboutg  ^  synde  ontrent  4  mijlen  van  Louhoe  gelegen. 
Des  naemiddaechs  daer  comende  saegen  eenich  off  weynich  volck 
boven  in  haere  stercten,  daer  haere  negrg  by  hadden,  die  soo  haest 
ons  saegen  landen,  selffs  haer  dorp  in  den  brant  staecken  ende 
vluchteden.  De  compagnien  trocken  naer  boven  ende  naemen  haere 
stercten  in,  die  2  boven  den  andren  waeren  sonder  eenich  aenstoot 
te  hebben,  wel  soo  stercke  plaetsen  ende  moeyiycke  weegen  als  die 
▼an  LoQhoe  waeren. 

Wy  raseerden  metter  haest  haere  stercte  ende  vruchtboomen  soo 
daer  ontrent  stonden;  vonden  int  hangen  vant  geberchte  langs  de 
strant  mennichte  van  naegelboomen ,  die  wy  soe  veel  ruyneerden 
als  m<>geiyck,  tot  dat  ons  den  avont  op  de  hant  vyele  ende  daer-- 
door  mosten  uytscheyden,  want  op  morgen  besloten  was  Lucelle 
geiyckerhant  aen  te  tasten;  gisten  dat  men  wel  1000  nagelboomen 
de  schorssen  a%eschilt  hadden  ende  daer  bleeven  noch  wel  6  mael 
soo  veel  onbeschadicht  staen,  die  per  naester  gelegentheyt  noch 
souden  aendoen;  lyeten  over  suicx  de  baleeuw  aen  de  strant  onver- 
brant  omme  t'onser  wedercomste  daeronder  voor  den  reegen  bevryt 
te   weesen*  Wy  staecken  daer  mede  2  corcorren  in  den  brant,  eene 


.  1     Wai  Foeteh. 


56 

die  volmaect  ende  d'  ander  noch  onvolmaect  was.  Die  van  de  Vleassers 
brachten  een  hooft  van  booven,  dat  onse  Alfonrsen  becommen  hadden 
welck  hooft  wQ  saegen  sij  datelQck  aen  een  spit  te  braeden  leyden 
ende  atent  met  den  andren  op,  daer  haere  vingers  naer  lieten.  Oock 
brachten  onse  swarten  een  ancker  van  booven,  dat  het  ancker  was 
dat  het  jacht  Snratte  over  eenigen  tgdt  ontrent  haer  dorp  hadde 
laeten  sitten.  Tegens  den  avont  saegen  dat  de  scheepen  onder  seyl 
waeren  omme  voor  Lncelle  te  gaen  anckeren.  Wg  embarqneerden  op 
dat  pas  ende  roeyden  naar  Lonhoe 

Die  vant  fort  Lncelle  saegen  ons  onder  schoots,  schoncken  ons 
eenen  coegel,  die  over  onse  corcorre  waterde  sonder  schaede.  Des 
morgens  vroech  qnamen  eerst  voor  Lonhoe  op  de  reede 

Adij  25  ditto.  'Smorgens  lichten  onse  anckers  ende  voeren  met  de 
corcorren  naer  de  scheepen  omme  voor  Lncelle  te  landen;  Godt  de 
Heere  verleene  ons  goede  victorye.  De  scheepen  begosten  wederom 
dapper  te  schyeten  ende  die  vant  fort  somtijdts  een  schoot.  Doch 
doen  de  Heeren  Gouvemênrs  ontrent  de'  scheepen  qnamen  met  de 
corcorren,   schoten  daer  2  schoten  naer,  maer  verre  over  ons  heen. 
Gemelte  Heeren  gingen  datelijck  in  den  Heer  Admyraels  schip  over 
om    andermael   te  resolveeren   ende  de   Heeren  voor  te  dragen  oflf 
men  landen  sonde  voor  Lncelle  off  dat  men   eerst  naer  de  cleyne 
negrijs   sonde  gaen  ende  daer  eerst  de  nagelboomen  raseeren,  alle- 
geerende  dat  als  men  den  vijant  al  schoon  verjaecht  hadde,  dat  hg 
haer  toch  wederom  daer  verstercken  sonde ,  ende  haer  nae  te  loopen 
is  onmogelgck ,  oock  geconsidereert  dat  sQ  haer  alsdan  wel  lichtelyck 
naer  Cambelle  souden  vervoegen,  gelgck  het  voorleeden  jaer  gedaen 
hadden,  comende  de  Ternatanen  met  over  de  1000  man  de  vreemde- 
lingen, de  Maccassaren  die  ons  de  nagelen  ontvoeren,  op  Lessydy  te 
hulpe,  waerbij  haer  de  andre  cleyne  dorpen,  als  Erang,  Cambelle. 
Hennebelle,  oock  vervoechden,  in  welcken  gevalle  met  des  te  meerder 
perijckel  de  saecken  op  Cambelle  [sic]  souden  moeten  verrechten.  Op 
welcke   redenen   eenstemmich  goetgevonden  worde,  dat  men  datelyck 
met  de  corcorren  ende  6  sloupen  met  soldaten  gemant  naer  de  cleyne 
negrgs  soude  gaen  ende  daer  de  naegel-  ende  soot  doenlyck  waeie 
de    vmchtboomen    mede  sonde  myneeren.   Corts   daer  aen  gingen 
ontrent  de  middach  op  de  roey;  de  schepen  bleven  noch  voor  haere 
stercte  leggen  om  somtydts  (avantagie  syende)  een  schoot  te  doen. 


57 

De  gemelte  scheepen  hadden  verscheyde  reysen  deur  haer  fort  ge- 
gchooten ,  dat  t'  elckens  met  alle  man  saegen  repareeren.  Die  vant 
fort  hadden  de  voorstenge  vant  schip  de  Hoope  op  dato  in  stucken 
geschoten.  Des  naemiddaechs  qnamen  voor  negrij  Loky  ^  die  hooch  int 
geberchte  lach ;  resolveerden  eerst  van  achteren  aff  te  beginnen ,  te 
weeten  van  Angen,  ^  dat  noch  wel  een  mijl  daer  van  daen  lach, 
alwaer  des  avonts  met  de  corcorren  ende  sloupen  quamen,  settent 
recht  voor  de  negri)  Laala  genaemt;  de  negrij  Angen  lach  boven  int 
geberchte.  De  Heeren  Gouverneurs  souden  des  avonts  het  hooft  van 
Oma  nevens  een  hooft  van  Caybobo  naar  de  negrij  om  te  syen  off 
ymant  van  de  Hooffden  van  gemelte  dorp  conden  mede  brengen  ende 
de  redenen  t'aenhooren ,  waeromme  sijne  E.  hyer  met  soodanige  macht 
gecomen  waere. 

Adg  26en  ditto  'smorgens  vroech  quamen  gemelte  gecommytteerden 
weder ,  mede  brengende  de  Orengcays  vant  dorp ,  die  eene  schencagie 
aen  de  Heeren  Gouverneurs  brachten ,  dewelcke  claechden  ende  nyet 
en  wisten  wat  het  te  seggen  was,  dat  gemelte  Heeren  daer  met  soo 
groote  macht  gecomen  waeren,  seyden  dat  ons  [hun]  volck  noyt 
yewes  misdaen  en  hadde ,  daer  de  Hr  Gouv.  Van  Speult  op  antwoordde 
dat  sulcx  ten  deele  wel  soo  was,  maer  dat  haere  Hooffden  onder 
wyen  sij  stonden,  weesende  de  Tarnatanen,  haer  grootel^cx  jegens 
ons  ende  onse  ouderdaenen  geoffenseert  hadden  ende  over  sulcx 
syn  E.  daer  gecomen  was  om  alle  haer  naegelboomen  te  ruyneereu, 
alsoo  haere  naegelen,  sedert  de  3  jaeren  herwars  aen,  aen  ons  nyet 
en  hebben  willen  leeveren,  nyet  jegenstaende  Bij  by  eede  daer  toe 
verplicht  en  verbonden  sQn,  maer  deselve  lyever  aen  de  vreemde- 
lingen de  Macassaren  ende  anderen  hebben  vercocht 

Gaff  haer  keur  off  de  negrij  verlaeten  wilden  en  comen  aen  casteel 
metterwoon  off  op  Caybobo  alwaer  Bijn  Ed.  haer  plaetse,  lant  ende 
saguboomen  verleenen  soude.  Dewelcke  seyden  lyever  op  Caybobo  te 
gaen  woonen,  dat  haere  buyren  waeren,  waerop  haer  affscheyt  namen 
ende  trocken  weder  nae  haer  dorp  om  t'  selve  die  van  haer  dorp  voor 
te  draegen  ende  gemelte  presentatie  te  kennen  te  geven.  Corts  daer- 


1  Bg  Valentgn:  Locki.  Op  de  kaart  van  Stemfoort  staat  foutief:  Sokki.  VgL 
De  Hollander,  II,  3e  uitgave  p.  542. 

2  By  Valenten:  Anin  of  Hennelessi. 


58 

aen  sijn  gemelte  Heeren  met  8  comp.  soldaten  ende  alle  de  swarten 
gelandt,  vonden  aen  lant  de  paden  vol  voetangels  geseth,  die  bij 
d^onse  nytgetrocken  worden;  trocken  corts  daeraen  met  alle  d' Ambon- 
neesen  nae  t'  geberchte.  De  gevangens  gingen  voornyt  om  ons  de 
nagelen  te  wgsen.  Nadat  ontrent  anderhalff  uyre  gemarcheert  hadden 
op  vlack  lant,  qnamen  aent  climmen,  daer  men  al  gaende  weeebs 
de  nagelen  omhyelen  ende  de  schorssen  affschilden,  soo  daer  met 
menichte  stonden.  Nadat  wij  ontrent  1000  naegelboomen  schadeloos 
gemaect  hadden,  sijn  met  de  heele  troupe  weder  nae  strant  gemar- 
cheert ,  alwaer  hem  ider  comp.  soldaten  van  de  beste  huysen  soo  daer 
aen  strandt  stonden  versaegen  om  des  nachts  daer  in  te  logeeren. 
D*Ambonneesen  voeren  nae  de  corcorren,  haer  waerschouwende  dat 
op  morgen  vroech  weder  aen  lant  souden  comen  omme  weder  naer 't 
naegelbosch  te  marcheeren 

Adij  27  ditto  'smorgens  was  't  noch  hart  weder  van  regen  en  wint 
salcx  dat  wel  achtermiddach  worde  eer  dat  d'  Hr  Gouverneur  Speult 
geassisteert  met  de  Bx  Vyce  Admirael  ende  Schout-bi)-nachte  met  de 
soldaten  ende  swarten  naer  t'nagelbosch  marcheerde ,  sijnde  van  mey- 
ningh  daer  snachts  te  blijven  opdat  daer  des  anderen  daechs  een  eynde 
van  ruyneeren  der  naegelen  souden  maecken 

Ady  28  ditto.  Boven  int  geberchte  commandeerde  de  Hr  Gouver- 
neur de  soldaten  ende  Ambonneesen  nevens  de  timmerluyden  van 
des  Admiraels  vloote,  die  haer  int  rayneeren  der  naegelboomen  wel 
queeten  met  haer  kerff bijlen ,  in  die  3  troupen  te  gaen  de  naegelboomen 
ombouwen,  daer  het  bosch  overvloedig  van  volstont;  was  onder  de 
voorsz.  boomen  al  schoon  gemaect  om  te  plucken,  alsoo  de  naegelen 
al  volcomen  ryp  waeren.  Eene  van  de  voorsz.  partyen  waeren  gelast 
met  eenen  naer  de  negrij  Nuleeuw  ^  te  boswaert  in  te  gaen,  daer 
de  gevangens  seyden  oock  partije  naegelboomen  stonden.  De  gemelte 
partijen  en  vonden  deurt  heele  bosch  geen  vyant.  Des  achtermid- 
daechs  quamen  gemelte  partijen  weder.  Seyden  ontrent  de  3000 
naegelboomen  geschilt  hadden,  ende  sijn  tegens  den  avont  met  de 
heele  troupe  affgetrocken  naer  beneeden  daer  wy  in  de  negrij  Laala 
noch  bleven  resideeren 

Adg  29  ditto  des  morgens  vroech  de  swarten  vande  corcorren  aen 


1)    Noelehoe. 


59 

laut  gecomen  s^nde  trock  de  Hr.  (jouv.  Gorcom  ende  d'Hr.  Schout' 
bQ-nacht  met  5  Comp.  soldaten  ende  ontrent  de  400  Ambcmneesen 
naer  de  negrgs  Angen,  Bawail  ^  ende  Henetonban,  dat  teboschwaert 
in  wel  2  nyren  gaens  was.  Sgne  E.  voor  de  negrg  Bawail  comende, 
vonden  dat  noch   van  den  vgant  beseth  was,  dat  ons  wonder  gaff, 
overmits  men  op  de  voorsz.andre  plaetsen  geen  resistentie  van  volck 
gehadt  en  hadde.  Wierpen  met  Reenen ,  calleweyen  ende  ander  geweer 
van   booven   ende   ryepen  int  maleys  marre  marre    orang  ollando, 
oreng    Ternale  adda  desyfiy ,  meynende  d'onse  daer  meede  schrik  aen 
te  jaegen   ende  te  doen  afftrecken.   Doch  de  soldaten  eeven  sterk 
voort  treckende  om  in  haer  dorp  te  coomen ,  steldent  den  vijant  alsoo 
op  een  vlochten  ende  ons  volck  nam  haere  sterckte  in,  alwaar  5oft 
6    seepen    '   ende  ryeden  vonden,   daer  die  van  de  negr§  bij  den 
andren  hadden  sitten  drinken  met  saguweer.  'T  schijnt  Bij  voorgenomen 
hadden  hun  tegen  ons  ter  weer  te  stellen.  Die  van  de  Heeren  Gou- 
vemenrs  corcorre  cregen  daer  een  hooft,  dat  int  stormen  van  d'onse 
doot  geschoten  was,  dat  deselve  s  war  ten  achter  aen  de  corcorre  te 
pronck   hingen.    Het   bosch  stondt  daer  oock  heel  vol  naegelen.   De 
Heer  Gorcom  bleeff  daer   des   nachts   in   de   negrij  geforryert  met 
alle  sgn  suite,  ter  intentie  op  morgen  vroeg  meede  een  eynde  daer 
van   te   maecken.  De  swarten  qaamen  tegens  den  avont  meest  alte- 
samen  beneeden  ende  voeren  naer  haere  corcorren.  Des  naemiddaechs 
qaamen   onse   Alfouresen,   die   weder  uyt  gaeren  geweest  waeren, 
brachten  een  gevangen  vrouwe  meede,  oock  hadden  die  vanKonselouw 
een  slaeff  geeregen  in  de  coubous,  die  daer  gecomen  was  omeeten  te 
soeken,  want  het  volck  boven  in  de  bossen,  daer  gevlucht  waeren, 
groote  noot  hadde;  welcke  slaeff  de  Heeren  Gouvernears  haer  ver- 
eerden  

Adij  30  ditto  quamen  des  morgens  2  sloupen  bij  ons  voor  Laala, 
daer  w^  de  negry  noch  in  hadden,  met  onse  soldaten ,  die  expres  van 
den  Heer  Admyrael  Geen  Huygen  affgevaerdicht  waeren  omme  de 
Heeren  't  adverteeren  als  datter  gisteren  tegen  den  avond  .  .  .  een 
praeuw  in  zee  was,  die  van  Hyto  quam  met  victualye  ende  andre 
behoefte  voor  d'armade.  Welcke  praeuw  die  vanLucelleinzeesyende, 


1  Pawail  bg  Valentgn. 

2  Sepah?  (uitgekouwde  sirih-pruim.) 


60 

voeren  daer  met  een  corcorre  ende  30  orengbays  nae  toe,  depraeuw 
nyet  anders  meynende  oft  het  was  van  ons  volck,  die  op  gemelte 
vaertaych  van  Locelle  in  see  staecken.  Gisten  dat  se  naer  onse  praenw 
toevoeren,  die  in  alder  ijl  3  boots  lyet  mannen  om  gemelde  praeuw 
t'ontsetten  .  .  .  doch  en  conden  op  veer  nae  soo  hart  nyet  roeyen  als 
het  vaertnych  van  Lucelle  schepte ,  en  mosten  syen ,  dat  onse  praenw  in 
der  vijanden  handen  vervyele ,  daer  5  Dnylsen  in  waeren  en  3  Mardij- 
ckers,  die  haer  hoo£fden  altesamen  verlooren,  aytgesondert  een  Mardij- 
cker,  die  totter  doot  toe  gequetst  in  de  praenw  vonden  leggen,  daer  van 
den  vgant  den  t^dt  nyet 'en  hadde  hem  het  hooft  aft  te  houwen  ende 
meede  te  nemen  deur  vreese  van  onse  boots 

Des  naemiddachs  quam  d'  Hr.  Gorcom  weder  aff,  hadde  op  de 
voorn,  plaetse  tussen  de  7  a  8000  naegelboomen  vernyelt.  Daar 
sorteerden  noch  2  dorpen  onder  de  negry  Angen  genaemt  Salalou  ' 
ende  Henekelangh,  daer  ooc  naegelboomen  stonden,  doch  weynich, 
daer  van  die  cant  qual^ck  costen  bijcoomen  want  deselve  naeder 
aende  ander  sijde  vant  lant  laegen  als  aen  dees  si)de,  naer  Lissa 
Houdy  ^  toe;  souden  wel  meer  als  een  dach  hebben  moeten  mar< 
cheeren  eer  dat  wg  daer  bi)  gecoomen  hadden,  dat  de  Heer  Gorcom 
nyet  geraeden  en  vont,  vreesende  voor  reegen  ende  anders.     .    .    . 

Adij  31  ditto  staeken  des  morgens  de  negry  Laala,  leggende  aen 
strant,  daer  4  nachten  in  gelogieert  hadden,  in  den  brant,  waer 
onder  sorteeren  de  cleyne  negrijs  Nuleeuw  ende  Henetouban,  ge- 
leegen  boven  int  geberchte  ende  de  negrij  Angen,  waeronder  staen 
Bawayl,  Henebalijte  '  ende  Henelissy,  daer  wij  de  naegelboomen 
volgens  t'  seggen  van  de  gevangens  al  te  samen  geraseert  hadden 
nevens  haere  negros  ende  gedeelte  van  haere  vruchtboomen,  ende 
geen  naegelboomen  meer  op  die  4  plaetsen  en  wisten;  welcke  boomen 
geschat  worden  op  20.000,  soo  op  die  plaetsen  vernyelt  hadden  met 
de  vruchtboomen.  Over  sulcx  sgn  met  alle  de  soldaten  in  de  corcorre 
geinbarqueert  ende  syn  weeder  op  de  roey  gegaen  nae  de  negry 
Lokuy  *  daer  wQ  binnen  2  uyren  voor  de  reede  quamen    .... 

Adij  pr<^  Juny  weseende  Sondach  voor  de  reede  leggende  van  de 


1  Denkel^k  Seroelau. 

2  Assahoedl. 

8  Aldus  voor  Henewali. 

4  Loki  of  Lokki.  Zie  hienroor  blz.  57. 


61 

r 

negrg  Loqny  maecten  preparatie  om  te  landen.  De  Heeren  Gouverneurs 

waerschouden  abstrictelick  (sic)  alle  de  hooffden   van  de  corcorren 

haer  voick  te  belasten  dat  se  hyer  soo  confnselijck  met  rooven  en 

plunderen  nyet  en  souden  toegaen  geleek  op  d'  ander  plaetsen  gedaen 

hadden,  off  souden  der  2  ofte  3  aen  de   boomen   ophangen,  daer 

toe  al  een  galch  aen  strant  gemaect  was,  want  wy  naeby  Lucelle 

waeren,   die  hier  dit  voIck  wel  lichtelijck  soude  connen  assisteeren. 

Gelandet  sgnde  worde  goet  gevonden  dat  de  Heer  van  Speult  nevens 

de  Heer  Vyce  Admyrael  ende  Schout-bg-nachte,  naer  haere  negrys 

ende   stercte   souden  trecken   met   6   comp.  soldaten  ende  wel  600 

Ambonneesen   ende   de   Heer   Oorcom   soude   t'  ooch  hebben  op  de 

corcorren  ende  besorgen  dat  de  soldaten  van  behoefte  versyen  worden. 

De  gemelte  Heeren,  halffweegen  sijnde,  marcheerden  deur  eenrevyer, 

vernamen  daer  [den]  vijant,  die  weynich  resistentie  met  heur  werp- 

geweer  deden ,  doch  gaven  haer  haest  op  de  vlucht ,  ende  marcheerden 

voort.  De   wegen  waeren  met  boomen  toegestopt  ende  met  menichte 

voetangelen  beseth.  Indien  den  vyant  ons  in  de  revyer  waergenomen 

hadde,  souden  ons  met  steenen  doot  geworpen  hebben,   maer  het 

schgnt  ons  van  eenen  andren  wech  verwacht  hadden,  daert  cryelde 

van  voetangelen,   ende   marcheerden  een  groot  halff  uyre  aleer  aent 

climmen  quamen,  daer  de  naegelen  stonden  ende  al  schoon  gemaect 

was,  waer  de  soldaten  wat  gingen  rusten,  waervan  haer  dorp  nyet 

verre  geleegen  was ;  saegen  den  roock  opgaen  van  de  huysen  die  den 

vyant  selffs  in   den  brant  staecken  ende  vluchten.  Doch  Capt.  Cas-* 

sloppen  quam   met  sijn  comp.  noch  tijdelijck  booven,  dat  soo  veel 

huysingen   onverbrant   creegen  om  des  nachts  te  logeeren  met  de 

soldaten  en  timmerluyden  ende  Ambonneesen ;  schilden  gaende  weechs 

de  naegelboomen,   daer  het  bos  vol  van  was.   Soo  haest  alle  man 

boven  in  haere  stercte  waeren,  die  uytermaten  sterck  was,  sach  yder 

comp   naer   cortegnarden  nyt  omme  des  nachts  te  logeeren.  Die  van 

Loky   hadden  een  hoope  rommelingh   van  porceleyn,  gongen  ende 

glaesen  int  eertrijck,  daer  de  huysen  aff  gebrant  waeren,  begraeven, 

dat  by   onse  swarten   ende  Duytsen  gevonden  worden.  Des  avonts 

verstonden  dat  onse  swarten  ende  timmerluyden  (die  20  waeten)  wel 

8000  naegelboomen  etc.  geschut  hadden.  Logeerden  des  nachts  met 

alle  onse  swarten  int  gemelte  dorp <    ^    <    « 

Des   nachts  reegende  't  hart  ende  was  eenen  seer  donckere  nacht* 


6i 

De  eomp.  vbb  Garstens  ende  Brederoode  stonden  den  heelen  nacht 
in  hun  geweer,  overmits  den  yQant  daer  de  schildwachten  t'elckens 
socbten  te  becmypen;  wierpen  een  schiltwacht  met  een  ryet  schyer 
dear  en  deur  t'iyff.  Naederhant  quam  den  vgant  al  weder,  maer  de 
schilt  wachten ,  soo  haest  wat  hoorden  ritselen  in  de  mychte,  gaeven 
daer  vyer  op,  soo  dat  dien  nacht  5  a  6  loose  alarms  hadden. 

Adij  2  Jnnij  commandeerden  de  E.  Heeren  3  Comp.  soldaten  nevens 
de  timmerlnyden  met  alle  de  swarten,  die  onder  yder  Comp.  ver- 
deelt worden,  omme  de  resteerende  naegelboomen,  die  de  gevangens 
haer  wijsen  soaden ,  te  gaen  distrneeren.  Des  namiddaechs  qnamen 
wederom  ende  hadden  naer  gissinge  wel  6000  naegelboomen  vemyelt; 
de  gevangens  seyden  datter  noch  een  plaetse  in  de  valeye  was  daert 
oock  vol  naegelboomen  stont^  die  deur  den  groeten  reegen  nyet  en 
hadden  cunnen  aendoen 

Adij  3  ditto  sijn  des  smorgens  wederom  2  troupen  met  soldaten 
ende  swarten  uytgegaen,  de  resteerende  naegelboomen  om  te  houwen, 
waervan  de  partije  van  Captn  Wijncoop  een  cleyn  dorpken  rescon- 
treerden,  genaemt  Tanoene,  '  bewoont  met  Alfouren,  die  soo  haest 
de  onse  daerbij  quamen,  haere  huysen  in  den  brant  staecken  ende 
vluchtten.  Ëenige  seyden  dat  se  geroepen  hadden,  dat  een  Hollanders 
hooft  gecreegen  hadden,  daervan  het  vleys  hadden  opgegeten.  De 
onsen  vonden  daer  eenige  rommelinghe  van  cleynder  weerden,  oock 
noch  2  huysen  vol  naegelen,  daer  eenige  manden  van  mede  naemen 
ende  de  reste  worden  van  d'onse  met  de  huysen  verbrant. 

Ontrent  de  middach  Capt^^.  Wijncoop  weder  comende,  hadden  ontrent 
noch  1000  naegelboomen  vemyelt.  Corts  daer  aen  sijn  gelgckerhant 
met  de  geheele  tronpe  affgetrocken  ende  datel^ck  in  de  corcorren 
geinbarqueert.  Des  avonts  tusschen  licht  en  donckeren  sijn  met  alle 
de  corcorren  ende  sloupen  op  de  roey  gegaen  naer  Lncelle,  ontrent 
3  mijlen  van  daer  geleegen,  staecken  een  groot  stuck  sec  met  decor- 
eerren, vreesende  voor  harde  wint  met  het  springh,  om  boven  den 
hoeck  van  Lucelle  te  comen  seylen,  doch  bleeff  goet  weder  ende 
roeyden  bgcans  den  heelen  nacht  eer  op  de  zee  van  Louhoe  quamen« 

Ady  4  ditto  smorgens  bQ  de  scheepen  geanckert  leggende  voeren  de 
Heeren  Gouvs  naer  des  H.  Admiraels  boort  omme  aldaer  de  saecken 


1  Hissehien  uitgewekenen  van  Tanoeno  op  Qr.  Oeram. 


63 

van  Lncelle  te  disponeéren  ofi  mea't  fort  sonde  ae&tasten  off  uyet, 
de  Hr  Gouv.  yan  Speult  allegeerende  weder  verscheyden  iüconve- 
nyenten  soo  men  int  aentasten  van  gemelte  fort  snbject  waeren,  te 
weeten  met  verlyes  van  volck,  met  den  vijant  aen  de  westzijde,  als 
Cambelle,  Lessydy,  Erang  ende  andere  naegeldorpen  te  comen  assis- 
teeren  ende  daer  eene  groote  cappitale  macht  bij  den  anderen  te 
erijgen,  welcke  plaets  sonder  merckelijck  verlyes  van  volck  nyet 
en  souden  connen  vermeesteren,  want  als  dat  volck  van  de  Oost- 
ende Westsijde  vant  lant  den  andren  tot  assistentie  quamen,  wel 
een  macht  van  6  è,  6000  coppen  souden  uytmaecken,  ende  over- 
sulcx  s^ne  E.  beter  dachte ,  dat  men  t'voorsz.  fort  den  vijant  soude 
laeten  bewaeren,  want  sij  daer  geen  naegelen  ontrent  haere  stercte 
en  hebben  ende  souden  ter  contrarye  aende  ander  sijde  vant  lant ,  als 
Combelle,  Lessydy  etc,  de  naegelboomen  soo  veel  te  genouchlijcker 
connen  verrichten  (sic).  Doch  aen  d'ander  sQde  overwoogen,  dat  ons 
van  de  Ternatanen  te  groeten  spijt  ende  overlast  geschyet  waere  ende 
dattet  tot  disreputatie  soude  strecken ,  soo  men  haer  onaengedaen  lyeten 
leggen  ende  des  Comp.  geschut  ^  moeten  verlyesen.  Dese  saecken  van 
weder  sijde  overwogen  s^nde,  worde  eyndelijck  bij  de  meeste  stemmen 
geconcludeert,  dat  men  het  fort  soude  syen  te  vermeesteren  ende  de 
Ternatanen  te  verjaegen ,  bly  vende  de  saecke  soo  in  state  tot  dat  de  . . . 
Gouverneurs  het  gevoelen  van  de  Hooffden  van  de  corcorren  souden 
verstaen  hebben.  De  Heeren  voornomt  lyeten  dateiyck  alle  de  Orengcays 
van  de  corcorren  beroepen,  haer  de  bovengemelde  reedenen  commu- 
nicerende ,  cysten  daer  naer  haer  oordeel  over  dese  saecke  .... 

Gaven  haere  stemme,  dat  men  die  van  Lucelle  behoorden  aen  te 
tasten  ende  haer  daer  van  daen  verjaegen,  waervan  eenen  Raedie 
Oulatt  uyt  haerluyden  aller  naeme  het  woordt  dede 

Wy  verstonden  aen  de  schepen  dat  Captn.  Hyto  daer  eene  corcorre 
van  Hyto  gesonden  hadde,  neevens  eenige  gecommytteerde ....  welcke 
Hgto  ootmoedeiyck  was  biddende  dat  men  den  oorlooge  daerbij  soude 
laten  blijven ,  sonder  het  fort  Lucelle  aen  te  tasten  ende  die  van  Cam- 
bello ,  want  sy  aireede  arme  luyden  genoech  waeren ,  haere  vrucht- , 
naegelboomen ;  lant,  steeden  geruyneert  ende  t'  volck  dootgeslaegen. 

Ady  5en  ditto  is  hij  de  E.  H.  Gouverneurs  nevens  den  Hr.  Admyrael 


1  Waaryan  inlanders  aich  hadden  meester  gemaakt. 


64 

ende  syne  gecommitteerde  int  schip  Mauritius  goet  gevonden  drye 
sloupen  ende  boots  te  senden  (gemant  met  soldaten)  onder  't  fort 
van  den  vijant,  daer  mede  5  a  6  capiteynen  gecommandeert  worden 
omme  des  vyants  vaertuych  ende  vorderlijcke  iusichten  te  gaen  be- 
sichtigen,  de  welcke  onder  schoots  comende,  worde  2  schooten  vant 
fort  naer  haer  gedaen;  oock  dat  de  vgant  met  musquetten  van 
strant  op  haer  chergeerdeu,  daer  de  gemelte  boots  met  haer  dragon- 
tiens  ende  de  soldaten  oock  vyer  op  gaeven,  die  den  vijant  daer- 
mede  in  de  vlucht  jaechden ,  dat  nyet  meer  weder  en  qnamen. 

Doen  gemelte  boots  weder  te  rngge  keerden,  kregen  noch  een 
groff  gser  naer  heur  garen,  brachten  tijdinge  dat  men  des  vQants 
vaertuych  sonder  groot  perijckel  nevens  haere  huysen  gevoechlyck 
sonde  cunnen  verbranden.  De  gemelte  Heeren  den  Raet  doende  be- 
roepen van  alle  de  capytainen  soo  te  lande  als  te  water,  alwaer  by 
de  E.  H.  Gouverneurs  wederom  veel  ende  verscheyde  swaericheyden 
worden  geallegeert,  soo  men  int  aendoen  van  gemelte  fortresse  subject 
waeren.  Eersteiyck  dattet  int  hartste  van  den  reegentydt  waere 
ende  men  apparent  2  k  B  daegen  sonde  werck  hebben  met  stucken 
aen  lant  te  brengen  eer  men  het  selve  6odt  ten  voorsten  verovert 
hadde;  oock  met  soo  groeten  macht  daer  op  een  leeger  wal  laegen 
tot  groot  perijckel;  de  provysie  soo  van  Ambonnees  als  d'onse  ten 
eynde,  daer  over  geclaecht  worde,  want  de  soldaten  quade mechante 
weegen  mosten  marcheren;  het  springh  op  handen;  veele  syecken 
onder  ons  volck  hadden,  en  andre  inconvenyenten  meer.  Ende  als 
de  Tematanen  bespeuren  geen  benefytiën  van  de  naegelen  meer  en 
orggen ,  van  sich  selven  wel  sullen  genootsaect  weesen  te  vertrecken ; 
ende  als  men  haer  onaengetast  lyete  de  saecke  aen  de  Westzyde 
vant  lant  met  te  minder  perijckel  soude  connen  verrichten,  want 
sij  alsdan  die  van  d'  ander  sijde  geen  assistentie  en  souden  doen, 
gelyck  sy  het  verleden  jaer  op  Combelle  (en)  Lessidy  quamen  met 
meer  als  1000  man,  de  vreemdelingen  als  Maccassaren,  die  daer 
wel  met  25  joncken  laegen  ende  d'  inwoondren  tot  hulp*  Doch  ver^ 
midts  alle  dese  voorsz  swaericheden  worde  by  pluralyteyt  van 
stemmen  goet  gevonden,  dat  men  gemelte  fort,  daer  weynich  profijts 
van  conden  hebben ,  soude  laeten  blijven  ende  dat  men  het  oochmerck 
van  de  E.  Heeren  Meesters,  weesende  alle  de  naegelboomen  te  ver* 
distrueeren,   soo  op   de   Oost-   ende   Westsyde   van   Louhoe  staen, 


65 

öoude  syen  te  volbrengen,  gelljck  wg  Godt  loflF  aen  de  OosfsQde 
van  Louhoe  ten  naesten  hij  aireede  volbracht  bebben  tot  het  getal 
van  20.000  stux  soo  groot  als  cleyn.  Eyndel^ck  worde  beslooten  op 
morgen  vroech  alle  des  vijants  vaertuyeh,  dat  onder  haer  fort  lach, 
te  gaen  verbranden;  gisten  die  van  Lonhoe  ende  andre  dorpen  haer 
vaertuych  mede  gebracht  hadden,  die  meynden  het  daer  beter  bevrijt 
sonde  weesen  als  onder  haer  dorp «    .     .     .    . 

Adg  6  ditto.  'Smorgens  inbarqneerden  het  volck  in  alle  de  schnyten 
ende  boots  omme  gemelte  resolutie  t'effectueeren.  De  Br.  van  Speult 
roeyde  met  18  corcorren  vooruyt,  voorbQ  des  vyants  fort,  om  den 
vQant  t'abuseeren  alsoff  sijn  E.  daer  hadde  willen  landen.  De  Hr. 
Gouv»  Gorcom  nevens  d'Hr.  Vyce  Admirael  ende  Schont-bij-nacht 
volchden  met  de  schuyten  ende  boots  nevens  4  corcorren,  alwaer 
10  comp.  soldaten  in  gemant  waeren,  landden  ontrent  een  groot 
cartone  schoot  van  des  vgants  fort  ende  marcheerde  soo  voort  tot 
aent  vaertuych  quamen,  daer  alle  den  brant  in  staecken  tot  wel 
70  4  80  stuks,  soo  corcorren,  orengbais  als  prauwen,  nevens  een 
Maccassaers  jonckien,  dat  daer  lach* 4    .    .    . 

De  vijant  [beschoot  voortdurend  de  vaartuigen  die  onder  schot 
kwamen,  maar  hg]  schoot  altijdts  te  cort  oft  te  lanck;  doch  lyeten 
evenwel  blijcken,  dat  cruyt  noch  loot  gebreck  hadden 

Adij  7  ditto  Resolveerden  de  Heeren  van  te  vertrecken.  Corts  daeraen 
lichten  de  4  scheepen  haer  anckers  ende  gingen  onder  seyl,  cregen 
ov^r  de  middach  harde  coelte,  soodat  daer  meede  al  midden  waters 
geraecten.  De  corcorren  waeren  gelast  naer  Waybouty  te  pangaijen 
daer  d'  Hn.  Gouverneurs  met  des  Hn.  Admyraels  sloup  haer  sonde 
bij  comen  omme  daer  de  resteerende  nagelboomen,  soo  noch  onbe^ 
schadigt  gelaeten  hadden,  te  rnyneeren. 

De  Hr.  Admyrael  soüde  met  sijn  schip  oversteecken  naer  Hyto 
omme  daer  uyt  het  schip  Amsterdam  (dat  voor  Hyto  lach)  22  lasten 
rijs  tot  nodruft  van  de  armade  uyt  te  lichten 

De  gemelte  Heeren  Gouverneurs  embarqueerden  in  des  Hn.  Admiraelé 
sloep,  gemant  met  een  comp.  soldaten,  gaende  d'Hr.  Vyce-Admirael 
ende  Schout-bij -nacht  mede ,  omme  naer  Waybouty  naer  de  corcorren 
te  roeyen  om  daer  de  naegelboomen  te  rnyneeren;  de  gemelte  4 
scheepen  souden  haer  beste  doen  omme  op  Combelle  te  coomen.  Wy 
roeyden  met  gemelte  sloup  den   geheelen    achtermiddach    ende  en 

6 


66 

conden't  lant  van  liOiihoe  nyet  aen  boort  crijgen,  alsoo  ons  de  stroomen 
al  neerwarts  naer  de  Drye  Broers  toe  setten.  Wy  saegen  des  naemiddacb^r 
aen  Waybouty  roock  op  gaen,  gisten  dat  ons  volk  daer  al  doende 
waeren  met  de  naegelen  te  vemyelen 

[Het  gelnkte  do  sloep  eerst  den  9den  Jnni  Tandjong  Sial  om  te 
roeien  en  zich  met  de  korrekorren  te  vereenigen] .  Wat  vorder  comende 
saegen  de  scheepen  noch  onder  seyl ,  dicht  voor  de  reede  van  Combelle. 
Corts  daer  aen  qnam  den  vendrich  van  Capt.  WQncoop  aen  boort , 
die  ons  rapporteerde,  dat  hy  op  Waybouty  noch  wel  aen  de  cant 
van  3000  naegelboomen  vernyelt  ende  schaloos  gemaekt  hadde 
ende  datter  noch  wel  soo  veel  onbeschadicht  hadde  laeten  staen, 
vreesende  dat  de  Heeren  op  Cambello  naer  haerlnyden  sonde  wachten. 
Des  avonts  ten  10  nyren  qiiamen  voor  Cambelle,  daer  de  schepen 
alle  4  op  de  reede  laegen  neevens  het  schip  den  Arent,  dat  daer 
wel  een  maent  te  vooren  geleegen  hadde  om  de  naegelen  te  laden 
die  inde  Logie  souden  mogen  gewoogen  worden 

Wy  misten  op  dato  3  corcorren ,  die  van  de  armade  geloopen  waeren ; 
eene  corcor  van  Caybobo  ende  2  orengbays  van  de  cust  van  Ceram, 
eene  van  Haye  ^  ende  eene  van  de  negry  Amahee. 

Ady  10  ditto  des  morgens  den  Raet  aen  Mauritins  vergadert  sijnde 
worde  by  de  E.  Heeren  goetgevonden ,  dat  men  de  plaetsen  van  de 
N.  sQde  van  Erang  aff  sonde  beginnen  te  destrueeren  ende  comen 
alsoo  voort  naer  Cambelle  om  geen  tijdt  te  verlyesen ;  ons  volck  schooten 
op  dato  4  van  des  Comp».  koebeesten  van  de  20  st.  soo  daer  noch 
int  wilt  syn  loopende 

Des  naemiddachs  worden  de  gesonde  soldaten  vant  fort  Cambelle 
gelicht  ende  de  creupele,  die  seere  beenen  ende  anders  hadden ,  daer  op 
gestelt  omme  met  gemelte  gesonde  soldaten  de  swacke  Compn.  comploict 
(sic)  te  maecken,  oock  lyeten  de  Heeren  alle  de  hooffden  van 
corcorren  aan  boort  beroepen,  wanneer  haar  waerschouwden  op  Igff* 
straffe  dat  een  yder  hooft  syn  volck  op  morgen  soude  belasten  allen  aen 
lant  te  coomen  ende  nyet  hyer  off  daer  confuselyk  en  souden  loopen 
struycrooven,  waerdoor  haer  hooffden  lichtelijck  souden  verlyesen,  tot 
disreputatie  van  gemelte  Heeren.  Daer  worde  op  dato  ontrent  3  portu- 


1    Haja  aan  de  Zuidkust  yan  Ceram  ten  W.  yan  de  baai  yan  Teloeti* 


ér 

gèesë  bhasir  naegelen  gewoogen,  die  de  Swarten  ende  Daytsen  becomen 
liadden,  die  haer  betaelt  worden. 

Adij  11  ditto  kwameh  d'Heeren  Gouverneurs  weder  aen  de  corcorren, 
ketende  de  trom  roeren  om  naer  Erang  te  vertrecken.  Het  schip  de 
Hoope  gingh  oock  onder  seyl  om  mede  voor  Erang  te  anckeren  ten 
eynde  d'armade   van  nootwendicheen  soude  versyen.  Ontrent  de  2 
uyren  geroeyt  hebbende  qnamen  voor  de  negry  Erangh.  De  vgant 
schoot  al  nae  de  corcorren  nyt  het  bosch,  daer  op  wg  datelljck  met 
11  comp.  sQn  gelandet  ende  deden  wederom  eenige  chergie  op  haer, 
die  corts  daer  naer  opeen  vlnchten  stelden;  wij  trocken  datelljck  naer 
haer  marct,   alwaer  de   comp.  in  ordre  gestelt  wordeün.  Worde  goet 
gevonden  dat  d'Hr.  Yyce-Admyrael  met  3  comp.  soldaten  langs  strant 
sonde  trecken  ende  aldaer  des  vijants   vaertnych  in  brant  steecken 
ende   vemyelen,   gelgck   (wedercoommende)   wel  60  a  70  stnx  soo 
cleyn  als  groot  gerayneert  hadden;  oock  worde  nyt  yder  comp.  10 
soldaten  geordonneert,  die  onder  dé  hnysen  de  beste  sónden  kyesen 
deselve  schoon    ende  Inchtich   te   maeckèn.  ....   Corts   daer  aen 
verstonden,  dat  den  vijant  al  3  Ambonneesen  doot  geslaegen  hadde, 
daervan   een    hooft   mede  genoomen,   die  hadden  weesen   stmyck- 
rooven,   dat  haer  loon  was,   naerdemael   soo  dicwils  gewaerschout 
waeren;   de  twee    waeren    van  Hatyve  ende  een  van   Oma.  .... 
Den  vQant  lach  in   't  bosch   noch  al  en  schoot  naer  de   corcorren. 

Adij  12  ditto  smorgens  wast  noch  hart  weder;  daer  aen  quameen 
harden  reegen ,  daeit  eenichsinds  mooy  weer  nae  worden.  Daer  worden 
weder  3  tronpen  met  soldaten  int  bosch  gesonden  omme  de  hnysen 
ende  vrachtboomen  te  gaen  vernyelen,  soo  daer  ter  sijde  in  de  andre 
negr^  noch  stonden.  Des  naemiddaechs  worde  goet  gevonden,  dat 
d'Hr.  Gouv.  Spenlt  geaccompangneert  met  d'Hr.  Vyce  Admyrael 
ende  Schont-by-nacht  naer  boven  naer  d'onde  negrij  souden  trecken 
met  6  comp.  soldaten ;  de  resteerende  met  d'Hr.  Gorcom  bleven  beneeden 
ende  bewaerden  de  cortugarde,  dat  se  van  den  vijant  nyet  in  brant 
gesteecken  en  worde,  alwaer  gemelte  Gouv.  van  Spenlt  ontrendt  de 
200  naegelboomen  lyet  vernyelen  ende  de  hnysen,  soo  daer  noch 
stonden,  in  den  brant  steecken.  De  vQant  saegen,  dat  haer  op  eenen 
hoogen  calen  berch  vast  gemaect  hadde ,  daer  die  van  Lissidy ,  Cambelle 
ende   Henebelle,  soo  der  geseyt   worde,  mede  gevlucht  waeren,  dio 


i 


68 

Van  daer  met  een  bas  een  schoot  deden,  daer  sg  haer  volck,  die  in 
de  ruychte  laegen  een  seyn  mede  deden  wanneer  ons  volck  bijcans 
beneden  waeren,  daerop  de  vijant  lette  ende  wyerpen  de  achterste 
tronpe  int  afitrecken  met  steenen  ende  ander  geweer,  daer  mede  sQ 
2  a  3  van  ons  volck  qnetsten 

Adij  13  ditto  worden  des  morgens  weder  5  a  6  troupen  met  soldaten 
nytgesonden  omme  de  valeyen  deur  te  loopen  ende  te  syen  off  daer 
noch  eenige  hnysen  ende  vruchtboomen  conden  vinden,  met  ordre 
hetselve  alles  te  verdestrneeren ;  deselve  wedercommende  hadden  noch 
eenich  vaertnych,  hnysen  ende  weynich  nagelboomen  geraseert. 
Corts  daer  aen  gaeven  d'Heeren  ordre  van  t' inbarqneeren,oock  ordre 
om  de  negrij  in  brant  te  steecken*  Geinbarqneert  sgnde,  sgn  wat 
Noortwaerts  opgeroeyt,  daer  geseyt  worde  een  revyer  was,  die  Vol 
vaertuych  lach ;  daer  bg  commende  vonden  daer  een  jonck  van  ontrent 
20  lasten,  2  è,  3  champans  ende  de  corcorre  van  Lissidy,  dat  wg 
alle  in  den  brant  staecken ,  behalven  de  corcorre  die  d'Hr.  Gouv.  Van 
Speult  aen  den  Captn.  van  Amboyna  vereerde.  Worde  met  alle  mannen 
te  water  gehaelt  ende  nae  Cambelle  gevoert.  D'Hr.  Vyce  Admyrael 
worde  geordonneert  langs  strant  te  marcheeren  met  2  comp.  soldaten 
om  alle  t'  vaertuych  soo  aen  strant  in  de  imychte  vonden  te  raseeren  ^ 
die  tot  de  negrg  toe  marcheerde,  ende  wy  volchden  met  de  corcorren, 
daer  Sgne  E.  weder  innamen  met  de  soldaten.  De  v^ant  schoot  al 
gaende  weechs  aen  strant  nyt  de  mychte,  daer  d'onse  van  gelycken 
vyer  op  gaven ;  soo  wel  nyt  de  corcorren  als  de  soldaten ,  die  b^  strant 
marcheerden.  Vonden  aen  strant  noch  vaertnych  in  de  mychte  ver- 
steecken,  dat  oock  al  vemyelt  worden. 

Het  schip  dat  voor  Erang  lach  worde  gelast  sijn  ancker  te  lichten 
ende  syen  voor  Lessidy  op  de  reede  te  comen;  int  voorbQ  vaeren 
saegen  dat  onse  swarten  de  negrQ  Lessydy  in  den  brant  staecken 
sonder  last,  dat  de  Heeren  lyeten  verbyeden ;  ontrent  den  avont  qnamen 
weder  voor  Cambelle  op  de  reede.  Gemelte  Heeren  voeren  aen  den 
Admyraels  boort,  alwaer  resolveerden  op  morgen  de  naegelen  op 
Lonatten  ^  te  gaen  vemyelen* 

Ady  14  ditto  smorgens  saegen  het  jacht  in  zee  dat  om  verversingli 
gestnyrt  was.  De  Heeren  Gouverneurs  quamen  van  den  Admyraels 

1  Ik  vind  deze  negerij  liergens  yei^meld.  Op  eéne  lijst ^  dié  zicli  by  den  volgenden 
brief  bevindt,  heet  zij  Ranatte, 


69 

boort  weder  ende  voeren  aen  alle  de  corcorren;  de  swarten  waer- 
schouwende  dat  se  datelgck  aen  lant  souden  comen  met  haere  parrangs 
ende  bgien  omme  de  naegelboomen  te  kerven.  Gemelte  Hn.  Gouverneurs 
gingen  vergeselscfaapt  met  d'Hr.  Vyee  Admyrael  ende  Schout  bg 
nachte  naer  Louatte,  achter  int  geberchte  vant  Gasteel  ^  datseerquade 
wech  was  te  gaen,  daervoor  etteljjcke  soldaten  bleven  leggen,  die 
nyet  voort  en  costen  want  het  wel  4  uyren  gaens  was,  eenen  seer 
faciensen  wech.  De  Hr.  Gorcom  quam  tegens  den  avont  weder  aff, 
wanneer  verstonden,  dat  in  dat  qnartyer  tussen  de  2  k  3000  naegel- 
boomen onbegrepen  verdestrueert  hadden ,  sonder  de  clappus ,  pynangh 
ende  andre  vruchtboomen.  Aen  strandt  comende  worden  de  soldaten 
in  de  negrij  Combelle  geforryert  ende  de  soldaten  van  't  Gasteel 
Amboyna  in  de  logie  ende  t'fortken  geherbercht,  opdat  men  morgen 
vroech  in  de  coelte  soude  marcheren  naer  de  naegelen  van  Mas- 
seleyne  * 

Adg  15  ditto  gingen  de  Hn.  Gouv.  Van  Speult,  Vyce  Admyrael 
ende  Schout-by -nacht  met  5  comp.  ende  gedeelte  swarten  naer  het 
dorp  Masseleyne  des  smorgens  vroech,  dat  eenen  seer  moeyelicken 
wech  te  dimmen  was ,  daerdoor  oock  ettelijcke  soldaten  bleven  liggen 
ende  weder  afftrecken  mosten.  Dóen  boven  waeren  worden  't  voick 
in  3  troupen  verdeelt  alsoo  de  naegelen  daer  by  artyculen  hyer  en 
daer  stonden,  ende  ontrent  de  middach  gedaen  hadden,  gissende 
ontrent  de  4000  boomen  geruyneert  te  hebben  nevens  noch  andere 
vruchtboomen.  Des  selven  daechs  was  d'Hr.  Gorcom  met  de  reste  van 
de  soldaten ,  die  aen  strant  bleeven ,  achter  in  het  dorp  van  Hennebelle 
vertrocken ,  daer  sijne  £.  oock  aen  de  cant  van  1500  boomen  schaloos 
hadde  doen  maecken;   het  getal  bi)    den  andren   brengende  beloopt 

op   dato   5500  naegelboomen Op  den  avont  saegen,  dat  onse 

swarten  de  negrij  Lessydy  in  den  brant  begosten  te  steecken. 

Ady  16  ditto  is  d'  Hr.  Gouvr.  Van  Speult  met  alle  de  corcorren 
ende  soldaten  van't  casteel,  volgens  resolutie,  des  morgens  ovcrge- 
steecken  naer  Keelangh  ontrent  6  mijien  weechs  van  Oambello,  de 
Heeren  gissinge  maeckende  dat  die  van  Cambelle,  Henebelle  ende 
andre   dorpen  haer  vaertuych   daer  gebracht  hadden,  oock  dat  daer 


1    Massili  b^   den  berg  van  dien  naam,  volgens  Valenten  „de  moedergrond 
Tan  alle  de  Ambonse  naegelboomen  ^\ 


2  Macassaerse  joncken  laegen,  met  ordre  h«t  gemelte  vaertuych  al 
te  samen  te  veri^yeleu;  meynqnde  pockdaereenigecorcQrren  te  vinden, 
filsoo  daer  veel  thnmerlyeden  woonen,  die  daegelycx  corcorren  maetckeily 
^nde  als  de  vQant  van  haer  vaertuych  ontbloot  is,  soo  en  sullen  soq 
haest  geen  ander  connen  crijgen  omme  op  onse  onderdanen .  yets,  tQ 
attpnteeren.  De  Hr.  Gorcom  ende  ander  Heeren  souden  ondertpssohen 
de  negrys  Lissydy,  Cambejlo  ende  Henebelle  verbranden  ende  de 
vruchtboomen  al  t'  $amen  ruyneeren.  De  Hr.  Qpuvr.  Van  Speult  wet 
z^n  Hongie  ontrent  de  negry  van  Keelang  comende,  laegen  de 
Macassaren  achter  de  boomen  ende  dippen  met  ontrent  15,  16  roers 
(^p  de  corcorren  en  schoten,  daer  uyt  de  corcorren  van  gelijcken 
op  haer  gechergeert  worde ;  oock  deeden  een  schoot  met  onse  stucken 
uyt  d'Hr.  Gouvs.  corcorre;  wenschten  het  yrat.  vroeger  geweest  waer, 
dat  hadden  mogen  landen;  anekerden  voor  de  n,egrij  buyten  schoots 
^nde  bleven. daer  dien  nacht  liggen  omme  op  morgen  yroech  te  landen, 
taetende  de  soldaten  van  cruyt  en  loot  versyen;  de  vyapt  schoot 
des  avonds  noch  al  op  de  corcorre,  doch  en  conde  nyet  toereycken. 

Ady  17  ditto  'Smorgens  vroech  sijn  met  al  de  soldaten  ende  swarten 
yan  de  corcorren  gelandet ,  stellende  een  yder  de  sgne  ip  ordre.  Capn. 
Carstens  worde  gecommandeert  met  syn  Compe.  vooruyt  te  trecken 
naer  de  negrij ,  die  nyet  verre  en  was ,  ende  Gapt.  Wyncoop  soude 
hem  cort  achtervolgen  ende  seconderen.  D'  5r.  Gouv.  troc  met  de 
Cpmp.  van  Gapt.  Gassiop^n  den  andren  wech  aen,  alsoo  daer  2  wegea 
by  den  andren  waeren.  De  vijant  dede  op  de  Gomp.  van  Gapt» 
Garstens  eenen  uytval,  daer  hy  stracx  een  heele  chergie  in  leyde 
ende  sloechse  in  de  vlucht;  de  weegen  stonden  bij  duysenden  voet- 
angelen  beseth  tot  groote  desavantagie  van  ons,  ende  onse  Ambon- 
neesen,  syende  dattet  daer  wat  heet  van  de  rooster  gingh,  en  doi^stea 
schyer  nyemant  bij  de  werck  comen  om  hem  te  verthoonen,.  De  Hr. 
Gouv.  quam  met  de  Gomp.  van  Gassiopijn  dicht  vpor  hi^er  fortie, 
dat  met  steen  opgeleyt,  van  bayten  met  dicke  palissaden  ende  van 
binnen  met  eerde  gevolt  was;  oock  stonden  daer  binnen  groote  dicke 
canar^boomen ,  daer  de  vgant  achter  laegen  en  schooten  met  mus- 
quetten,  daer  van  de  onse  oock  nyet  stil  gestaen  en  worde,  ^oo  dat 
wel  een  uyre  bleeven  staen  ende  gestadich  chergeerden. 

De  soldaten  souden  geern  volgens  haeren  goeden  moet  geëntert 
hebben,  maer  wanneer  voorttraden,  waeren  stracx  in  de  voetangelen 


71 

gequetst,  die  daer  soo  dick  stonden  als  gras  op  der  aerden;  conden 

daer  nyet  een  van  onse  swarten  aen  crijgen,  de  selve  nyt  te  treckenj 

ende  de  soldaten  hadden  genoech  te  doen  op  haer  geweer  te  passen. 

Creegen  tydinge,  dat  Capt.  Carstens  ende  Wgncoop  wel  20  gequet- 

sten  aireede  hadden  ende  d'Hr.  Gouv.  hadde  oock  onder  sijn  partijé 

wel  8  off  lOgequetsten,  soo  van  de  voetangelen  als  van  des  vflants 

werpgeweer  ende  mnsquetten.  De  soldaten  versaegen  haer  van  cruyt 

ende  loot,  alsoo  haer  bandelyers  al  leedich  waeren,  ende chergeerden 

wederom  byeans  een  nyre  op  de  vQant.  De  Hr.  Gouv.  sont  Capt. 

Oassiopgn  nae  de  ander  Compagnien  toe,    dat    afftrecken  ende  bij 

syn  E.  comen  souden  met  haer  volck ;  gemelte  Oapteyn  rapport  doende 

aen  de  Gouverneur  creech  oock  een  coegel  deur  sijn  schilt  ende  treffe 

hem  int  dick  van  sijn  been  by   syn  lyesen.    Corts   daeraen   worde 

Gys,  oppertimmerman  ende  Kitchil  JKowady  dootgeschoten  ^  die  aff 

lyeten  brengen.  De  Hr.  Gouv.  syende  dat  van  die  canten  den  vyant 

nyet  dwingen  en  costen,  resolveerde  een  ander  padt  te  maeken  deur 

de  ruyehte,  om  alsoo  haer  van  achteren  aan  te  vallen  om  van  de 

voetangelen  bevrydt  te  weesen.  Corts  daer  aen  quam  den  Constabel, 

die  seyde  datter  geen  coegels  meer  en  waeren  ende  dat  de  400  coegels 

al  verschoten  waeren ,  waerdoor  syn  E,  genootsaeckt  worde  aff  te 

trecken.  Aen  strandt  comende  verstonden  dat  onder  de  soldaten  9  dooden 

waeren ;  2  onder  de  Comp.  van  Capt.  Cassiopyn ,  4  van  Wyncoop  ende 

3  van  Carstens  Comp.,  wel  30  gequesten  waervan  5  a  6  dootlyck  ende 

de  reste  in  de  voetangelen  ende  van  des  vyants  werpgeweer,  genaemt 

colleweyen ,  spatten ,  flitsen  ende  andere ,  waermede  uy t  de  boomen 

ende  ruychte  met  mennichten  schoten  ende  als  sneeballen  quamen 

nedervallen.  Den  sergiant  Bartel  Schyer  schoot  een  van  den  vyant  in 

eenen  boom,  die  geiyck  een  geschoten  duyve  neder  daelde.  Aenstrant 

synde  commandeerde  de  Hr.  Gouv.  Capt.  Carstens  ende  Luytenant 

met  de  cloeckste  soldaten  ende  ontrent  200  Ambonnesen  de  revyer  op 

te   gaen  ende  te  syen  wat  vaertuych  (daer  principalyck  om  gecomen 

waeren)   daer  lach,   met  ordre  hetselve  alles  te  vemyelen,  waer  toe 

haer  ysere  mookers  ende  koevoeten  medegegeven  worden,  die  ontrent 

eeo  halff  uyre  naer  weder  quamen,  seyden  dat  de  revyer  een  groot 

stttck  op  geweest  waeren  maer  geen  vaertuych  vernoemen,  maer  wel 

mennichte   voetangelen ,  aen  de  canten ,  daer  al  2  a  3  man  haer  in 

gequetst  hadden;  oock  schoot  de  vgant  uyt  de  ruychte  op  ons  volck 


72 

maer  van  soo  veer  als  een  roer  rijcken  oost;  de  schelmen  en  dorsten 
nyet  op  de  baen  eomen  maer  laegen  al  en  posten  achter  de  boomen 
ende  in  de  rnychte,  geleek  in  haere  forteresse  oock  gedaen  hadden; 
dan  altemets  staecken  de  hooffden  eens  boven  en  cropen  stracx  weder 
in  haer  schnlpen.  Ende  ten  waere  denr  de  mennichte  der  voetangelen 
geweest,  souden  ten  eersten  al  meester  van  haer  fort  geweest  hebben, 
Godt  ten  voorsten ,  dat  de  soldaten  een  verdryet  om  syen  waere  (volgens 
haere  couragie)  dat  nyet  voort  marcheeren  ende  de  Maccassaren  uyt 
haer  stercte  nyet  drQven  en  costen.  Wy  gisten  datter  ontrent  de  200 
man  in  de  stercte  waeren ,  meest  Maccassaren  ende  Maleyers.  De  Hr. 
Oouv.  informeerde  sich   van   den  gevangen  die  meede  hadden,  offer 
oock  noch   revyeren   ontrent   waeren   daer   vaertuych  sonde  conden 
leggen,  antwoordende  geen  revyeren  en  wiste  daer  joncken  in  souden 
connen  leggen.  Oversulcx   vont  goet  t'inbarqueeren  met  de  soldaten, 
ende  syn  over  de  middach  weder  naer  Cambello  gesteecken ;  de  dooden 
hadden  in  de  zee  laeten  sincken.  Wy  quamen  des  avonts  wederom 
met   de   corcorren  voQr  Cambello,  alwaer  verstonden  dat  de  plaetsen 
van  Cambello,  Lessydy,  Henebelle  ende  de  valeye  met  clappes  boomen 
achter  t'fort  al  geraseert  waeren.  De  Hr.  Gouv.  voer  aen  boort  van 
den  Admyrael  omme  aen  de  Heeren  syn  wedervaeren  te  communyceeren. 
Adij   18en  ditto  hadden  des  morgens  van  de  swaere  gequetsten  2 
dooden.  Worden  in  den  Admyrael  goet  gevonden  de  nagelboomen  op 
Out  Lessydy  te  gaen  rnyneeren  ende  dat  de  bootsgesellen  middeler 
tijdt  het  fortken   souden  raseeren.  Quamen  binnen  een  uyr  met  de 
corcorren  ende  boots  voor  de  plaetse  daer  de  Heeren  Gorcom,  Vyce 
Admyrael  ende  Schout-bij -nacht  met  het  volck  landden  ende  trocken 
nae  de  naegelboomen  toe;  des  achter  noens  saegen   het  fort  in  den 
brant.  Corts  daer  naer  quamen  gemelte  Heeren  weder  aff  ende  enbar- 
queerden;   stracx  hadden  ontrent  de  400  naegelboomen  de  schorssen 
geschut,  daer  de  timmerluyden  van  de  scheepen  t'meest  van  gedaen 
hadden  met  haere  kerffbijlen.  D'Hr.  Gouv.  Speult  licentyeerde  op  dato 
(op  haer  versoeck)  de  corcorre  van  Larrycke,  die  geen  .  .  .  costmeer 
en  hadden  voor  haer  volck. 

Adg  19en  ditto  sljn  met  de  heele  armade  naer  den  naegeltuyn 
vertrocken,  toebehoorende  Patty  van  Cambello,  genaemt  Mahoulo. 
Gemelte  tuyn  was  in  haeste  geraseert,  daer  omtrent  de  500  naegel- 
boomen stonden,  nevens  pynang  ende  andre  vruchtboomen.  Geinbarqueert 


73 

sijnde ,  voeren  weder  naer  de  scheepen ,  daer  wij  het  fort  heel  geslecht 
vonden;  des  avonts  worde  aan  alle  de  corcorren  rys  aen  de  swarten 
nytgedeelt.  De  corcorren  van  4  naedgies  creegen  400  €g  ende  die  van 
drie  300  ffi  rijs.  De  soldaten  nevens  de  Comp.  goederen  vant  fort  ende 
de  logie  worden  int  jacht  Snratte  gescheept  omme  naer  Amboyna  te 
gaen.  Op  dato  des  naemiddaechs  qnam  een  corcorre  bg  de  Heeren 
aen  boort,  die  Capt.  Hytoe  met  verversinge  voor  de  Heeren  affgesonden 
hadde,  dat  de  Heeren  aengenaem  was  ende  in  dancke  aennaemen.  Het 
versoeck  van  onse  Alfoures  die  versochten  over  lant  nae  haere  negrij 
te  gaen,  daer  wel  4  daegen  over  de  geberchten  ende  wilde  bosschen 
souden  moeten  marcheeren,  worde  haer  affgeslaegen;  de  Heeren  ver- 
saegen haer  van  r^s  om  te  eeten,  ende  [de  Alfoeren]  waeren  wel  te 
vreeden. 

Ady  20  ditto  worde  smorgens  vroech  in  den  Hr.  Admyraels  schip 
geresolveert  op  toecommende  nacht  te  vertrecken  ende  in  passant 
Hatnaha ,  daer  oock  mennichte  naegelboomen  staen  j  aen  te  doen,  als  oock 
mede  d'overgebleven  naegelboomen  op  Waybouty  te  raseeren;  de  soldaten 
worden  op  dato  rantsoen  van  w^n ,  vleys  ende  broot  gegeven.  Ontrent  de 
middach  saegen  een  jacht  van  Amboyna  comende,  waervan  den  coopman, 
nevens  den  coopman  van  de  Manypes ,  aen  boort  van  de  corcorren 
qnamen,  van  wien  verstonden  datter  2  corcorren  van  Cambelle  ende 
Lessydy,  daer  eenen  Kitchil  Sayes  soon ,  hooft  van  was ,  de  hooftstadt 
op  de  Manypes ,  genaemt  Touban  over  ontrent  de  14  daegen  geleeden 
affgeloopen  hadde,  als  oock  bg  nachte  de  Comp.  logie,  daer  maer  2 
man  in  en  waeren ,  die  haer  te  boswaert  in  op  de  loop  begaven ,  haer 
insoffisant  kennende  den  vijant  met  haer  beyde  te  wederstaen,  alsoo 
maer  7  a  8  schooten  crnyts  en  hadden.  Hadde  de  voorsz.  negri)  haer 
willen  ter  weer  stellen,  sondent  wel  voorgecomen  hebben,  maer  alsoo 
de  hooffden  tweedrachtich  waeren  en  hebben  malcanderen  nyet  willen 
assisteeren.  D'eene  partye  van  de  negrg  scheen  ons  (volgens  den 
coopmans  seggen)  geheel  toegedaen  te  weesen  met  syn  volck,  daervan 
het  hooft  genaemt  is  Wallecoucon,  die  onse  2  man  in  sQn  hnys  wel 
3  daegpn  gebercht  ende  versteecken  heeft,  terwglen  die  voorsz.  2 
corcorren  daer  noch  laegen,  ende  deselve  heymel^ck  met  een  praenw 
naer  Bonro  sonde,  teneynde  sg  ons  volck  op  Bonro  leggende  van 
snlcx  waerschouwen  sonden  ende  dat  op  haer  hoede  weesen  souden.  De 
andre  parthye  van  gemelte  stadt,  daervan  het  Hoofft  genaemt  Lissebessy, 


74 

> 

seyde  gemelte  coopman  seer  gearbeyt  te  hebben  tot  de  royneringhe 
ende  verjaeginge  van  des  Comp.  logie.  Welcke  voorsz.  2  corcorren 
seecker  cbyneesche  champan  vant  Gasteel  coomende  ende  dicht  bg 
de  voors :  negrij  s^nde ,  daer  den  Corporaal  van  de  Manypes  op  was ,  die 
aent  Gasteel  om  cruyt  en  loot  geweest  was,  met  een  soet  praetien 
haer  aen  boort  comende  ende  syende  datter  maer  3  chyneesen  ende 
gemelte  Gorp^.  op  waeren ,  hebben  haer  meester  van  de  gemelte  champan 
gemaect  ende  de  Ghyneesen  ende  Duytsman  daerop  vermoort;  oock 
vermoordden  een  slaeff  ende  slavinne  van  gemelte  coopman  van  de  Ma- 
nipes.  Noch  verstonden,  dat  gemelte  2  corcorren  op  Bouro  de  negiij 
Ilat  affgeloopen  hadden,  daer  oock  3  a  4  man  doot  geslagen  hadden ; 
eenige  vluchten  boswaert  in  ende  eenige  bij  ons  volck  op  Lomaitte 
om  daer  voor  den  overlast  der  voorsz.  coi'corren  bevryt  te  weesen. 
Op  gemelte  Bouro  hadden  voorsz.  corcorren  oock  een  chyneese 
champan  (geladen  met  pady)  de  Ghineesen  ontweldicht,  waervan 
den  schipper  oock  vermoordden,  ende  de  reste  vluchteden  int  boseh^ 
Des  avonts  scheydden  van  Gambello  ende  gingen  met  de  corcorretn 
op  de  roey  naer  Hatuaha;  de  Hr  Admyrael  met  s^n  geselschap 
volchden  met  sijn  sloupen  en  booten  ende  roeyden  tot  over  de  mid- 
dernacht 

Adi)  21  ditto  des  morgens  laegen  ten  ancker  voor  de  negry  Ha- 
tuaha ....  ende  s^n  met  alle  de  soldaten  gelandet  ende  trocken 
naer  de  naegelbossen  toe.  De  Heer  Yyce  Admirael  gingh  mede  om 
ordre  te  stellen  dat  alles  te  deege  gedaen  worde.  Ons  volck  begin- 
nende te  dimmen  om  op  t'  geberchte  te  comen,  lyeten  die  van  de 
negrg  groote  swaere  steenen  vant  geberchte  rollen,  daervan  eenen 
timmerman  dootlgck  gequest  worde;  .  *  .  .  de  soldaten  vyer  op  de 
v^ant  gevende ,  vluchteden  [nl.  de  vyanden]  ende  quamen  nyet  meer 
soo  nae,  ende  wij  ruyneerden  boven  ontrent  de  negrij  al  haere 
naegelboomen  en  staken  oock  deselve  negry  in  den  brant.  Waeren 
tot  savonts  toe  doende  eer  dat  gedaen  hadden,  alsoo  daer  weynich 
hulpe  van  de  swarten  hadden,  die  koesz  (sic)  ende  vruchten  waeren  loopen 
soecken  omme  te  eeten;  t'  getal  van  de  nagelboomen  was  .ontrent 
2000  soo  daer  geruyneert  waeren.  Naedat  al  het  volck  geinbarqueert 
waeren,  despecheerden  de  Heeren  Gouverneurs  de  jachten,  die  daer 
by  ons  geseth  laegen,  6oa(?)naerBouroendeAmblaea, welcke plaet- 
sen  noch  met  15  man  versterct  worden ,  Bouro  met  8  ende  Ambla.ea. 


jmei  7  soldaten.  Gemelte  Heeren  sonden  een  schencagie  van  ontrent 
50  Realen  in  cleeden  aen  de  Hooffden  der  yoorsz.  negrgs  .... 

Adij  22  ditto  des  nergens  gingen  weder  op  de  roey  naer  Way- 
bouty  ....  hadden  des  achtermiddaechs  ontrent  de  3  nyren  al  ge- 
daen ;  het  getal  van  3000  boomen  waren  al  geraseert 

Ady  23  ditto  ....  sijn  op  de  roey  gegaen  naer  t'  Gasteel,  daert 
Godt  loff  noch  alles  in  goeden  doene  was.  De  Heer  Admyrael  en 
was  met  syn  chaloupen,  schnyten  ende  boots  noch  aent  Gasteel  nyet 
gecoomen;  wisten  nyet  watt  dencken  sonde,  maer  qnam  des  andren 
daechs  op  den  24  ditto,  Godt  loff,  wel  ter  reede  voort  Gasteel  *  .  . 
Des  avonts  qoamen  de  reste  van  de  corcorren  aent  Gasteel.    .    •    . 

Dit  is  hetgeene  de  E.  Heeren  Gouverneurs  Van  Speult  ende  Gor- 
eom  met  haer  geselschap  op  de  expioicten  van  Lonhoe  ende  Gombelle 
int  rayneeren  van  alle  des  vijants  naegelboomen  met  26  corcorren, 
5  scheepen,  7  off  8  slonpen,  schayts  ende  boots,  benevens  ontrent 
de  900  soldaten  ende  2000  onderdanen  onder  t'  Gasteel  resorterende , 
wedervaren  is,  de  Heere  sij  gelooft  ende  gedanct,  Haerer  Ed.  soo 
genadige  nytcomste  daer  in  verleent  heeft. 

Actam  int  Gasteel  Amboina  desen  23  Juny  A^  1625. 


XII.    Jan   van   Gorcnm,  gouvemenr  van  Ambon,  aen 
den  G.-G.  Pieter  de  Garpentier,  15  Juli  1625. 

Dese  tocht  ^  heeft  de  Gomp.  gecost  18248,19,10  behalven  den 
groeten  last  van  de  vloot.  Wat  belangt  de  onderdanen,  wat  men 
d^r  van  crijcht  ofte  wat  dienst  men  daer  van  treckt,  wort  meer  te 
weech  gebracht  door  schoon  spreecken  ende  smeecken  als  door  autho- 
riteyt,  soo  dat  al  met  schencken  ende  vereeren  te  doen  is.  Het  is 
wel  waer,  dat  het  seer  weynich  is  dat  yder  daervan  geniet,  maer 
int  gros  maeckt  voor  de  Gomp.  een  groote  somma;  doch  hebben 
4it  jaer  groeten  dienst  gedaen,  alsoo  continneeriyck  met  4  a  6  cor- 
corren op  de  jacht  s^n  geweest  ende  nu  jongst  met  alleman  op  de 
tocht,  h\j  de  seven  weecken  met  ons  geweest.  Het  valt  haer  beswaer- 


De  tocht  waaroyer  het  vorige  journaal  handelt. 


76 

lijck  800  langh  de  cost  voor  de  slaven  ende  haer  selve  te  bestellen , 
alsoo  het  meest  arm  volckgien  is,  die  haer  moeten  generen  ende 
onderhouden  uit  haer  coobongs;  sij  hebben  geen  nagelen  ofte  seer 
weynich,  oock  weynich  ofte  geen  incoomen,  waerop  sij  wat  souden 
connen  steunen. 

Wat  alteratie  dit  ons  doen  bij  den  Tamataen  sal  causeren  can 
men  lichtelijck  bevroeden.  Het  voorleden  mouson  waren  16  corcorren 
gereet,  altsamen  van  Mackjan,  daer  mede  Kitghe  Aly  naer  dequar- 
tieren  van  Amboyna  meende  te  coomen ,  doch  het  scheen  ,dat  de 
compst  van  slands  vlote  aldaer  het  selve  heeft  weerhouwen    .    .     . 

Den  Macasser  onses  bedenckens  nu  siende  dat  van  syn  desseyn 
is  gefrustreert  ende  geen  ofte  weynich  nagelen  aldaer  by  den  Tar- 
nataenschen  aenhanck  sQn  te  becoomen,  sal  wel  lichtelgck  tot  wat 
anders  inclineeren  ende  het  groot  concept  met  den  Tamataen  voor- 
genoomen  ^  t'  eenemael  laeten  vallen,  want  als  men  geen  profijten 
en  siet  versterft  de  vruntschap  ende  de  liefde  wert  gans  cout;  doch 
sullen  sien  wat  hierop  sal  volgen. 

lek  hebbe  met  den  Hr.  Gouverneur  Van  Speult  diverse  reysen  in 
propoost  geweest,  alsoo  syn  E.  voorsloech,  soo  wij  tot  ons  voornemen 
conden  geraecken,  ofte  het  niet  noodich  en  was  dat  men  een  stuck 
by  Oosten  de  Drie  Broers ,  ontrent  Orry  en  Nasseloely  *  een  fbrtgien 
sonde  maecken  om  aldaer  het  gesicht  van  de  geheele  zee  te  hebben , 
maer  meest  om  die  van  Laricque,  Wackesyen  ende  de  andere  nege- 
ryen  daerontrent  voor  invallen  te  bevryden,  alsoo  die  van  Louhou, 
Combelle  ende  voort  alle  het  gespuys  van  de  oversyde  sullen  haer 
te  samen  rotten;  opdat  ons  alhier  niet  en  geschiet  geiyck  wy  haer 
gedaen  hebben,  waer  op  wel  dient  gelet  te  werden.  Deze  hoeck 
geeft  de  meeste  nagelen,  die  wy  becoomen  hebben  in  2  è.  drie 
jaeren;  want  hebben  van  andere  plaetsen  niet  besonders  gecregen. 
Daer  syn  al  eenige  van  de  inwoonders  aldaer,  die  daer  selfs  ten 
deele  al  van  hebben  gesproocken  met  den  Hr  Oouvemeur  Van 
Speult  y  doch  soo  sy  seggen  syn  meest  bevryt  [bevreesd]  voor 
Cappiteyn  Hitto ,  soo  de  Tarnataenen  met  eenige  macht  wt  de  Molucques 


1  Dit  „concept"  bestond  hoogstwaarsch^nlgk   alleen   in  de  verbeelding  van 
Van  Speult  c.  s. 

2  Oerien  en  Assaloeloe. 


11 

alhier  in  dese  qnartieren  qnamen,  dat  alsdan  den  selven  Bitto  sljn 
ooren  weder  heel  opsteeeken  sonde.  Doch  haer  en  wort  hierop  geen 
antwoordt  gegeven;  doch  is  evenwel  bij  den  Raet  goet  gevonden,  soo 
haest  de  gelegentheyt  ende  het  weder  ons  occasie  sonden  geven ,  vooreerst 
-een  fortgien  ofte  rednyt  aldaer  op  te  werpen  ende  int  drooge 
monson  de  beqnaemste  plaetse  nyt  kiesen  ende  aldaer  een  fort 
leggen.  Snllen  daer  oock  mede  op  letten  waer  dat  de  beste  ende 
beqnaemste  reede  aldaer  is.  Hierdoor  souden  de  joncqnen,  die  op 
Hitto  ende  daer  ontrent  pleegen  te  coomen,  connen  gediverteert 
werden  ende  voor  ons  fort  gebracht,  waerdoor  wellicht  sonde  connen 
te  weech  gebracht  werden ,  dat  doort  gerief  van  rijs  ende  andere 
waeren,  die  de  selve  joncquen  syn  meede  brengende,  wel  eenich 
volck,  die  haer  negerts  int  geberchte  hebben,  ontrent  ons  fort 
sonde  coomen  woonen  ende  haer  t'  eenemael  onder  ons  begeven* 
Soo  hetselfde  conde  te  weege  gebracht  werden,  sonden  Cappiteyn 
Hitto  sfln  vleugelen  soo  connen  gecort  werden,  dat  niet  Veel  meer 
soude  connen  uitrichten.  Met  het  eerste  sullen  wij,  t^t  ende  gele* 
gentheyt  hebbende,  voortvaeren,  ende  op  het  tweede  ofte  princi- 
paelste  ÜËd.  advijs  verwachten,  dat  wg  hoopen  int  eerste  vant 
wester  monson  sal  geschieden. 

De  saecken  in  Amboyna,  betreffende  den  kercken  dienst,  waren 
aldaer  in  eenen  slechten  stant.  Dominie  Jacop  Antheunissen  Dubbelt- 
rijck  hadde  sich  gants  qualijck  gecomporteert  in  leven  ende  wandel, 
waer  over  de  Hr.  Gouv.  Van  Speult  aende  Kerckenraet  in  Banda 
heeft  geschreven  als  mede  de  kerckelijcke  persoonen,  waerop  is 
gevolcht,  dat  aldaer  in  Banda  bij  den  Kerckenraet  is  goet  gevonden 
ende  gearresteert  den  voornoemden  Jacop  Antheunissen  van  sijn  ampt 
te  suspenderen*,  t'  welck  myn  dunckt  onder  verbeteringe  wat  te 
rigoureus  is  toe  gegaen,  een  persoon  in  sulcken  bedieningh  sgnde, 
sonder  verhoort  te  werden,  soo  aff  te  stellen;  doch  stimmitteren 
mgn  gevoelen  hier  van  aen  UEd.  eude  den  Kerckenraedt  aldaer. 
Hiermede  gaet  mede  eenen  dominie  Johannes  (sic) ,  die  alhier  in 
Amboyüa  in  de  kercke  in  dè  Maleyse  tale  heeft  voorgelesen,  doch 
op  sgn  eygen  Versoeck,  alsoo  syn  tgt  eer  aldaer  sal  verschijnen 
geëxpireett  sal  sijn.  Wij  hebben  alhier  een  dominij  Rosiers,  die 
alhier  in  Amboyna  veel  jaren  heeft  gelegen  ende  voor  schoolmeester 
is  gebrnyckt  geweest,  wien  ons  is  Voorgesteft  van  dominie  Johannes 


?8 

de  Praet  om  voor  proponent  gebruyckt  te  werden;  heeft  hierover 
syn  examen  voor  twee  predicanten  ende  kerckenraet  qitgeataen  ende> 
van  sijn  toecoment  ampt  een  proeve  gedaen,  die  de  toehoorders 
seer  wel  geviel.  Wg  hadden  den  Oppercoopman  Sr.  Philips  Lny- 
cassen  mede  daertoe  gecommitteert  om  hetselve  aen  te  hooren^  die 
ons  seyden  het  stichtelijck  ende  wel  toeginek  alsoo  hij  in  de  Maleyse 
wel  ervaeren  is,  want  hetselfde  in  de  Maleysche  tael  geschiedde.  Dé 
voornoemde  dominie  Rosiers  is  meede  een  man  van  een  goet  leven 
ende  vriendelijck  in  sijnen  omganck ;  hoope  wat  goets  door  denselven 
in  de  kereke  Godes  onder  de  Amboynesen  sal  te  weege  gebracht 
werden.  Den  onderlinck  Wessels,  alsoo  sQn  tijt  meede  geèxpireeit 
was,  heeft  emstich  aengehonden  om  sgne  verlossinge;  wij  hadden 
hem  gaem  beweecht  noch  te  blgven  maer  en  heeft  daertoe  niet 
connen  gebracht  werden.  Het  is  een  goet  geschickt  persoon  in 
handel  ende  wandel;  wensten  wederom  al  sulck  een  te  hebben.  WQ 
hebben  een  van  de  schepen  gelicht  om  tot  schoolmeester  gebruyckt 
te  worden;  wat  daer  van  werden  sal,  leert  den  tijt. 

De  Mallabaersche  slaven  scbynt-  dat  hier  niet  wel  connen  aerden; 
sijn  sedert  onse  compst  alhier  in  Amboyna  al  ontrent  de  20  gestorven. 
Wij  vermoeden  dat  het  meest  geschiet  door  veranderingh  van  cost, 
want  haer  met  sago  moeten  behelpen,  alsoo  geen  rijs  en  hadden; 
de  reste  die  int  leven  sijn  connen  niet  op  de  been  geraecken.  Van 
de  onde  slaven,  die  de  Comp.  6,  8,  10  ende  meer  jaren  gedient 
hadden,  syn  vri]  gegeven,  alsoo  van  de  meeste  parthy  weynich 
dienst  hadden,  soodat  de  Comp.  niet  dan  schade  daervan  hadden. 
Syn  vrg  gegeven  onder  al  snlcken  reserve,  dat  gebonden  sgn  soo 
dickmael  de  Comp.  haer  van  do^n  heeft  in  eenige  dienste,  dat  haer 
moeten  laten  gebrnycken.  Sijn  gestelt  onder  de  Mardyckers,  weick 
volck  in  Amboyna  wel  de  tronste  sijn,  oock  daer  men  hem  meest 
mach  op  verlaten. 

Met  de  fluyt  £dam,  coomende  nyt  de  Molncques,  sijn  ons  toege* 
Bonden  33  Calonsche  ^  slaven,  die  tot  60  Realen  waeren  ingecocht, 
tot  welcken  prgs  alhier  in  Amboyna  qnalyck  connen  gevent  werden, 
alsoo  het  stuers  qnaat  volck  is,  die  men  niet  vertrouwen  mach» 
De   bergers,   die  eenige  van  die  gecocht  hebben,  loopen  niet  alleen 


1    Van  Kalongan  op  Sangirt  Vergel^k  hiervóór  blz.  40, 


7d 

perijckel  van  de  selve  te  verliesen,  maer  bet  quaetste  is  dat  haer 
ander  slaven  werden  door  haer  opgerockent  om  met  haar  te  gaen 
loopen,  geleek  aireede  verscheyden  reysen  hebben  bevonden.  WQ 
hebben  aen  den  Hr.  Gouverneur  Le  Febvre  geschreven,  dat  ons  met 
sulcke  slaven  niet  meer  en  soude  belasten,  alsoo  hetselfde  tot 
schaede  van  de  Comp.  streckte,  want  al  dat  sterft  ofte  wech  loopt 
moet  de  Comp.  aen  haer  been  enoopen;  soo  het  ongeluck  van  het 
schip  de  Trouw  niet  hadde  geschiet  hadde  noch  eenige  honderden 
van  dese  Calongsche  slaven  te  verwachten  gehadt.  Het  schip  de 
Trouw  was  expres  naer  Sanghy  gesonden  met  Kitchil  Aly  om  van 
Calonge  een  groote  quantiteyt  volck  te  haelen  ^.  Het  schijnt,  dat 
men  noch  al  tracht  den  Tarnataen  te  vergrooten,  die  nochtans  alle 
deuchden  ende  vrientschappen  van  ons  genooten  met  boosheyt 
loont 

Hebben   op  dese  tocht  ^  verlooren ,  soo"  door  sterfte  als  voor  den 

vijandt  ontrent  de  70  coppen Lieten  de  schepen  ....  voor 

Combelle  leggen,  waerin  de  meeste  siecken  werden  gelaeten,  alsoo 
het  niet  raetsaem  was  sieck  ofte  gequest  volck  in  opene  schaloupen 
over  see  te  voeren.  Wy  souden  de  schepen  wel  hebben  naer 
Amboyna  laten  coomen,  maer  waren  bevreest  vant  verdrijven  ^  ende 
de  vloot  alsoo  van  den  anderen  soude  coomen  te  separeren.  Soo 
haest  wy  in  Amboyna  waeren  gearriveert  is  terstont  het  jacht  Mocha 
afgesonden  naer  Cambelle  met  15  levende  beesten  ende  wat  voort 
meer  van  verversinge  conde  becoomen  om  de  siecken,  die  aldaer 
waren,  wat  te  verquieken  ende  te  ververschen.  Ditto  Mocha  van 
Cambelle  in  Amboyna  weder  gekeert  synde,  rapporteerde  dat  sedert 
ons  vertreck  van  daer  al  20  personen  waren  gestorven  ende  noch 
130  heel  sieck  lagen 

Is  alhier  mede  goetgevonden ,  dat  de  vloot  van  hier  vertreckende 
in  passant  Macasser  sal  aendoen  om  t'  ondersoecken  ofte  met  den 
Coninck  aldaer  niet  een  goet  accoort  sonde  connen  getroffen 
werden.     • .    •    .    . 

W§  sgn  alhier  seer  verlegen  om  een  goet  geschickt  persopn  om  in 


1  Zie  hiervóór  blz*  41« 

2  Hier  is  weder  sprake  van  dön  tocht,  in  H  Vorige  Journaal  beschreven < 
8    Wegdreven* 


80 

de  ey landen  van  de  Leassers  gebrnyckt  te  werden,  al  en  was  hg 
de  geleerste  niet ,  als  maer  vriendelijck  is  in  ommeganck  ende 
beleeft  in  conversatie;  sonde  grooten  dienst  aldaer  doen  in  het  over 
ende  weergaen  van  alle  negergs  om  alle  die  pitsiaringe  der  Mooren 
te  verneemen.  Hierdoor  sonde  der  Moorsche  Papen  incmypinge  veel 
connen  gestut  werden  ende  wederhouden,  ofte  soo  daer  iets  groots 
voorviel  ons  terstont  te  adviseeren  omdat  alsdan  met  authoriteyt 
daer  in  mocht   versien  werden 

Den  16en  (?)  Julij  heeft  de  Heer  Gouverneur  Van  Spenlt  het  gouver- 
nement geresigneert  ende  aen  mi]  overgegeven. 

Actum  int  Gasteel  Amboyna  den  lö  (?)  Juiy  1625. 


XIII.  Jan  van  Gorcum,  gouverneur  van  Ambon , 
aan  den  G.-jG.  Pt.  de  Carpentier,  8  Septem- 
ber 1625. 

Verders  sijn  die  van  Hitto  den  25  [Juli]  volgens  belofte  aent  Gasteel 
verschenen,  synde  int  getal  13  Orangkays,  te  weeten: 

Pathy  Tuban,  Den  soon  van  Capiteyn  Hitto:  Haleyni. 

Orangkay  Wackel,  Olou  ende  Outhongh. 

Orangkay  Helato,  Orangkay  Helesy. 

Orangkay  Doly  Olot,  Pathy  Brahim. 

Orangkay  Tatehatou,  Orangkay  Terhette  Messe. 

Orangkay  Syotauler,  Orangkay  Matta  Onnuth. 

Orangkay  Latte  Pulo  Noneer,  Orangkay  Lebe  Somewel. 

Maer  alsoo  het  teegen  den  avont  was  als  de  Orangkays  bg  ons 
quamen ,  hebben  haer  uytgestelt  tot  smorgens. 

Smorgens  sijnde  den  26  sijn  de  Orangkays  van  Hitto  weederom 
int  Gasteel  verscheenen  ende  sijn  alsoo  voorts  met  den  anderen  in 
reeden  gecoomen.  Wij  stelden  haer  ten  eersten  voor  hoe  dat  ons 
welbekeiit  was,  dat  sy  luyden  tvoorleeden  jaer  haer  nagelen  van 
Hitto  op  Louhou  hadden  gebrocht  ende  aldaer  aende  Macassaren 
vercocht  hadden,  vraechden  ofte  het  selve  volgens  de  contracten 
die  sij  luyden  met  ons  Hollanders  hadde  gemaeckt,  gehandelt  was. 
Hier  op  deeden  zy  haer  onschult,  dat  se  wel  vijanden  hadden  ^  die 


haer  bg  ons  sochten  veracht  te  maecken,  maer  vande  saecke  selfs 
en  was  niet  aen.  Wy  seyden  wel  beeter  te  weeten  ende  haerlnyden 
inde  pitsiaringe  op  Louhou,  daer  eenijge  van  haer  present  waereu, 
het  selve  wert  verweeten  dat  haer  nagelen  aen  de  Macassaren 
hadden  vercocht,  doch  ontkenden  het  selve  geheel  ende  seyden, 
soo  daer  eenige  nagelen  van  Hitto  naer  over  ^  waeren  gebracht, 
dat  het  selve  bnyten  haer  kennis  was  geschiet,  met  meer  ander 
praetgens,  gelijck  bij  haer  gewoonte  is. 

Wij  stelden  haer  verders  voor  hoe  dat  wij  na  met  die  van  Louhou , 
Combella  ende  haere  consorten  in  oorloch  waeren  getreeden ,  waer  toe 
wij  door  noot  gedwongen  waeren,  gelijck  haer  wel  bekent  was; 
dat  haer  nu  meede  souden  waepenen  ende  die  van  Louhou  Cambelle 
voor  vganden  verdaeren  volgens  tcontract  dat  voor  deesen  die  van 
Hitto  met  de  Heer  Admirael  Steeven  van  der  Hagen  hadden  gemaeckt 
ende  a®  1620  bij  de  Heeren  Gouverneurs  Houtman  ende  Van  Speult 
met  Capitagn  Hitto  ende  de  Orangkays  van  de  negergs  aldaer 
wederom  was  vernieuwt.   In  welck  contract  die  van  Hitto  met  d'om- 

Leggende   plaetse   aldaer   belooven  ende  sweeren  de Staeten 

Generael  .....  gehou  ende  getrouw  te  blyven ,  .  .  .  .  derhalven 
Yfij  begeerden  dat  haeren  eedt  ende  belofte  nu  soude  uaercoomen. 

Hierop  hebben  ditto  Orangkaijs  wederom  geantwoord  dat  ^1^  ^^^^s 
waerachtich  was  ende  haer  wel  bekent,  verders  dat  van  onse  syde 
haer  meede  was  belooft  ende  geswooren  dat  haer  tegens  alle  vijanden 
soude  helpen  beschermen  «dwelck  bij  de  Nederlanders  niet  en  was 
naer  gecoomen  ende  dat  de  Heer  Gouverneur  Van  Speult  daer  van 
in  gebreeken  was  gebleeven,  waer  over  sij  seyden  niet  meer  aen 
den  eedt  ende  contract  verbonden  te  sijn  als  de  Nederlanders.  Dat 
het  geene  sij  seyden  waerachtich  was,  was  kenbaer  voor  de  geheele 
werelt,  want  sij  by  den  tyt  van  den  Hr.  Gouv.  Van  Speult  over  de 
twee  jaeren  met  die  van  Combelle  in  oorloch  hadden  geweest  ende 
den  Gouverneur  verscheyden  reysen  hadden  aengesocht  om  hulp  ende 
assistentie,  maer  was  haer  altijt  afgeslaegen,  geen  ander  antwoort 
becoomende  alsdat  de  Nederlanders  met  die  van  Combelle  in  goeden 
vreede  waeren  ende  daer  om  geen  oorloch  tegens  haer  en  wilden 
aenneemen   waer   om   sy    luijden  seggen,  die  van  Hitto  tsedert  met 


1     Naar  de  oyerzyde. 

6 


82 

die  van  Lonhou,  Gom  belle  en  de  Lnssydy  door  honwelijek  als  ander- 
sints  in  onderlinge  vrientschap  waeren  gecoomen;  dat  aen  den 
anderen  met  eede  waeren  verplicht  nimmermeer  de  waepenen  tegens 
den  anderen  aen  te  nemen  ^  waer  over  na  oock  tegen  die  vanden 
voorgenoemde  plaetsen  de  wapenen  niet  aenneemen  en  conden  ende 
onse  begeerte  voldoen. 

Hier  op  hebben  wij  haer  aengeseyt,  dat  de  qaestie  tnsschen  haer 
ende  die  van  Cambelle  maer  particuliere  saecken  en  waeren,  maer 
alsnu  een  saecke  sijnde  int  generael  die  al  ons  onderdaenen  ende 
bontgenooten  ten  hoochsten  aenginck,  waer  om  sij  luyden  meede 
terstont  behoorden  de  wapenen  in  de  hant  te  neemen  ende  den 
algemeynen  vyant  opt  lijff  te  vallen.  Doch  bleeven  bij  haer  voor 
gaende  antwoort.  Vraechden  haer  vorders  aiOf  ofte  dan  den  eedt  aen 
Haere  Ed:  Ho:  Mo:  .  .  .  .  gedaen  geheel  verworpen.  Seyden  neen, 
maer  dat  den  selven  eet  in  alle  getrouwicheyt  wilden  naercoomen; 
het  geene  sij  nu  deeden  was  gelyck  wij  haer  waeren  vooren  gegaen. 
Seyden  vorders  dat  soo  den  Heer  Gouv.  Van  Speult  [hen]  op  haer 
versoeck  tegens  die  van  Cambelle  hadde  willen  assisteeren  en 
souden  nimmermeer  met  haer  in  sulcken  verbont  hebben  gecoomen 
maer  waeren  nu  daer  toe  gedwongen  geweest  om  haren  staet  te 
mainteneeren ,  alsoo  sij  niet  suffisant  en  waeren  haer  tegens  die 
van  d  over  sij  de  te  defendeeren.  Seyden  vorders  dat  aen  haere 
getrouwicheyt  nimmermeer  en  soude  gebreecken  ende  beloofden 
vorders  dat  int  minste  niet  en  souden  toelaeten  iemant  vande  over- 
si)de  van  den  Tarnataenschen  aenhanck  op  ofte  aen  haere  stranden 
souden  gedoogen  veel  min  eenige  plaets  in  haer  negerys  verleenen, 
maer  soude  deselve  met  gewelt  daer  vandaen  drijven  op  dat  wy 
door  sulcken  schijn  niet  en  soude  beschadicht  werden,  ende  soo 
men  conde  verneemen  dat  eenige  van  haer  daerin  vergreepen  wilden 
de   selve   met   alle  rygeur  helpen  straffen   ^ 


1  De  Orangkajas  van  Hitoe  deden  ook  hun  best  om  vrij  geleide  voor  een 
gezant  van  Loehoe  e.  s.  vergunning  te  bekomen ,  ten  einde  den  vrede  te  her- 
stellen. Zy  beweerden  „dat  de  Hr.  Gouv.  Speult  wel  de  causa  movens  van  al 
dit  ongeval  was;  dat  de  saacke  wel  met  lydelgcker  conditie  hadde  connen 
affgedaen  worden,  overmits  die  van  Loehoe  ende  omtrent  gelegen  plaetsen  over- 
bodich  geweest  waeren  haere  schulden  altesaemen  in  3  maeuden  afteleggen;  dat 
oock,  soo  met  haer  in  bespreek  gecoomen  hadden,  de  saecke  een  beter  eynde 
ende    bondiger   contract  souden  getroffen  hebben ,  maer  de  bitterheyt  daer  mede 


[Wij]  hebben  meede  eenen  raet  geformeert,  bestaende  in  9  per- 
soonen,  te  weeten  2  van  des  Comp.  dienaers,  4  vande  beqnaemste 
borgers  ende  3  Orangkaijs  vande  Amboyneesen,  om  alle  cleyne 
ende  geringe  saecken  op  onse  approbatie  af  te  handelen.  Verhoop 
dit  selve  d'  E.  H.  wel  sal  gevallen;  hebbe  het  selve  gedaen  om 
redenen  alsoo  ick  in  deese  gelegentheyt  seer  weynich  by  het  fort 
sal  moogen  syn  ende  de  questien  ende  craekeelen  der  Amboyneesen 
ende  de  Nederlantse  borgery  veelvoudich  syn,  dat  ider  te  beter  in 
sgn  gerechticheyt  soude  gemeynteneert  werden.  In  deesen  raet  sal 
den  Oppercoopman  Philips  Luyeassen  continueerlijck  presideeren;  de 
vergaderingh   sal   geschieden    twee   maels  ter  weeeke 

In  't  Gasteel  Amboyna  den  8  September  Anno  1625. 


XIV.  Memorie  vanden  Gouverneur  Herman  van 
Speult  voor  den  £d.  Hr.  Generael  Carpen- 
tier,  noopende  sijn  gebesoigneerde  met  den 
Coning  van   Macasser  (10  Augustus   1625). 

Dewljle  den  Coninck  van  Bouton  syne  gesanten  op  Amboyna  aen 
ons  gesonden  heeft  met  eene  vereering  van  twee  slaven,  ver- 
souckende  (volgens  verbondt  met  Capn.  Schot  goeder  memorien 
gemaeckt)  *  dat  wij  hem  willen  assisteren  jegens  den  coninck  van 
Macassar  sijnen  ende  onsen  vijandt,  alsoo  hij  gedreycht  was  vanden 
coninck  van  Macassar  daer  hij  oock  wel  van  verseeckert  was  dat 
hij  met  aenstaende  mouson  hem  hadde  te  verwachten,  alsoo  hij 
airede  tot  dien  eynde  al  sijn  vaertuych  vaerdich  hadde.  Weshalven 
wij  op  Amboyna  goetvonden,  dat  met  des  lants  vlote  en  passant 
Bouton  souden  aendoen  omme  te  incureren  (sic)  op  wat  grondt  de 
saken  aldaer  gegrondet  waren. 


de   Gony.    Speult   tegen   die   van   die  quartieren  ingenoomen  was,  hadde  tselye 
al  te  wege  gebraclit^\  (Brief  van  den  opperkoopman  Phil.  Lucasz  aan  den  G.-G 
Pt.  Carpentier,  Ambon   7  Sept.  162Ö.) 
1    Zie  Bouwstoffen,  dl.  I  blz.  12. 


84 

Op  Boaton  met  onse  vlote  gecomen  wesende  vonden  bi)  den 
Coninck  seer  vriendelijcke  bejegeninge,  bethoonende  in  allen  deelen 
800  bij  vereeringe  als  bij  ontbael  sijne  goede  genegenthey t  ^  presen- 
teerende  daerenboven  ons  in  allen  deelen  voor  soo  veel  hem  doen- 
lyck  ware  te  assisteren,  waer  ende  tot  wat  plaetsen  het  oock  sonde 
mugen  wesen,  waer  over  ons  geraedtsaem  heeft  gedocht  volgens 
plicht  van  bondtgenooten  ende  geassocieerden  hem  onse  meyninge 
ende  voornemen  met  den  Coninck  van  Macassar  te  commnniceeren  ^ 
wesende  in  substantie  dat  wy  (om  de  bloetstortingen  soo  tsedert 
9  a  10  jaeren  herwaerts  waren  geschiet)  met  den  Coninck  van 
Macassar,  soo  hij  sich  redelyck  liete  vinden  (op  aggreatie  van  den 
Ed:  Hr.  Generael)  in  vriendtschap  te  treden,  ende  daaromme  als 
oprechte  ende  sincere  vrunden  wilden  veradverteren  ten  eynde  hy 
sijne  saecken  daer  naer  mochte  dirigeren.  Hetwelcke  bij  gemelte 
Coningh  van  Bouton  verstaen  sijnde,  antwoorde  dat  hij  volcomente- 
lijck  was  geresolveert  met  een  yder  daer  wij  vijandt  van  waren 
oock  vijandt  wilde  wesen,  ende  met  de  genen  daer  wy  vriendschap 
mede  maeckten  vriendt  wilde  sijn.  Weshalven  hem  rieden  by  soo 
verre  hij  snlcx  met  goede  ende  oprechte  meyninge  meynde,  dat  in 
soodanigh  geval  niet  ongeraden  achten,  dat  eenige  gedeputeerde  met 
ons  sondt  teneynde,  soo  in  onderhandelinge  met  den  Coninck  van 
Macassar  quamen  te  geraecken,  dat  als  dan  vande  geresen  ver- 
schillen, als  kennisse  van  saecken  hebbende,  hare  differentie 
mochten  debatteren  ende  door  dien  middel  als  onse  intercessie  tot 
vrundtschap  geraken,  hetwelcke  den  Coningh  van  Bouton  geraden 
vondt  ende  dienvolgens  datelijck  int  werck  stelde. 

Met  'sLandts  vlote  voor  Macassar  gecomen  sijnde,  schreven  aen 
sijne  Majesteyt  eenen  Spaenschen  brieff,  weseude  van  inhoude  in 
substantie  dat  wij  en  passant  daer  aengeloopen  waren  omme  met 
syne  Mat.  soo  't  hem  gelieffde  in  mondelinge  conferentie  te  treden, 
om  te  ondertasten  off  men  door  behoorlycke  middelen  de  geresen 
verschillen  ende  de  aireede  gedane  ende  toecomende  bloetstortingen 
mochten  geweert  ende  voorgecomen  werden.  Ende  bij  sooverre  syne 
Majesteyt  tot  sulcx  genegen  was,  dat  in  soodanig  geval  omme  mis- 
vertrouwen  aen  weder  syden  te  weeren  eenige  gequalificeerde 
ostagiers  gelieffde  te  seynden;  van  onser  syde  souden  reci|M*oqtte- 
lyck  doen. 


85 

Waer  op  is  geyolcht,  dat  naer  dat  Bijne  Majesteyt  onsen  brieff 
gelesen  hadde,  dat  datelijck  de  geeysehte  ostagiërs  aen  boort 
qnamen  rapporteren  dat  ick  vrij  ende  buyten  vreese  bij  sijne  Mat. 
mochte  comen,  alsoo  hij  sQn  chiap  gesonden  hadde. 

By   syne  Mat.  gecomen  synde  aen  landt,  sagen  naer  onse  gissinge 
over  de  20  man  in  de  wapenen ,  dat  scheen  meer  nyt  vrees  als  eerlQck 
(mthael  te  geschieden,  ende  vonden  sQne  Mat.  aen  strant  onder  een 
balleeu,  die  ons  naer   behoorlijcke  eerbiedinge  bij  hem  dede  sitten, 
als  wanneer   sQne  Mat.  voor  hielden  hoe  onse  comste  voor  Macassar 
niet  en  was  geschiet  uyt  ordre  ofte  last  van  den  Ed.  Hr:  Generael,  maer 
uyt  eene  goede  oprechte  meeninge  om  soot  doenlijck  ware  alle  bloet- 
stortingen  ende  andere  onheylen ,  soo  t'sedert  eenigen  tydt  herwaerts 
waren  gepasseert ,  te  voorcomen  door  de  gevoechlQckste  middelen  doen- 
lijck,  ende  by   soo  verre  sijne  Majesteyt  tot  sulcx  genegen  was,  dat 
snlcx  by  de  naervolgende  middelen  cost  geschieden.  ËersteUjck,  dat  onse 
schalden  die  omtrent  20.000  bhaer  bedroegen ,  geiy ck  sulcx  betaempt 
betaeldt  wierden.  Ten  tweeden ,  dat  sijne  Mat.  gelieffde  ordre  te  stellen 
dat   niemandt   van   sQne   onderdanen   op  Hittoe,  Louhoe,   Lessidy, 
Gombello  ofte  Erang  en  qnamen  ende  ons  de  nagelen ,  die  ons  alleen 
verplicht  waren  en  ontvoerden,  alsoo  syne  Mat.  wel  bewnst  was,  met 
hoe  sware  jaerlijckse  lasten  wij  de  nagelen  beqnamen,  ende  dat  ons 
door  sulcx  yeder  bhaer  nagelen  over  de  300  realen  quam  te  costen ,  waer 
door   veroorsaeckt   was,   dat   wy   alie   de  nagelboomen   op  Loehoe, 
Lessidy,  Combello  ende  Erang  gemyneert  ende  affgehouden  hadden. 
Soo   dan   syne  Majesteyt  (gelijck  wy  niet  en  twyffelen)  genegen  was 
de   oude   vriendtschap  te   vernieuwen,  soo  mochten  syne  onderdanen 
vry  ende  vranck  aent  Gasteel  Amboyna  handelen ,  doch  met  soodanige 
reserve,  dat  sy  met  geene  joncken  anders  en  souden  mogen  gaen  ofte 
anckeren   als  voor  t'  Gasteel  van  Amboyna,  want  soo  die  op  andere 
plaetsen  vonden,  souden  die  als  vyanden  bejegenen.  Dit  alles  seyden 
wy   provisioneiyck  ende  op  aggreatie  van  den  Ed.  Hr.  Generael  te 
geschieden,   die  syne  Mat.  met  het  eerste  vant  Weste  Mouson  syne 
Ed:  goetvindinge  sonde  verwittigen. 

Hierop  antwoorde  syne  Mat.  in  substantie;  dat,  wat  betrefte  de 
geeysehte  20.000  realen,  dat  hy  daer  geen  kennisse  van  en  hadde, 
noch  Qock  niet  schuldich  was  off  sich  selven  borge  geconstitueert  ende 
derhalven   ongebonden  daer  voor  te  responderen.  Maer  by  soo  verre 


86 

eenige  der  voorsz.  schuldenaren  noch  byder  handt  ende  in  leven  war  en, 
dat  hij  op  ons  versoeck  recht  doen  sonde. 

Ende  wat  aenginck  dat  wg  claechden,  dat  de  Macassaren  ons  de 
nagelen  ontvoerden  en  was  in  der  daet  soo  niet,  alsoo  de  Macassairen 
haer  alleen  met  landt  neringen  bemoeyden;  doch  presumeerde  sulcx 
door  de  Maleyers  moste  geschiet  wesen ,  die  hy  seyde  sulcx  qualijck 
conde  verbieden,  ende  dat  ten  aensien  sy  in  zee  synde,  gingen  daert 
haer  wel  geviel.  Item  dat  hem  onse  vriendtschap  aengenaem  ware  ende 
noyt  aen  de  onse  sgn  landt  verboden  en  hadde  ende  niet  anders  als 
vrede  ende  vriendtschap  en  sochte,  ende  dieshalven  oock  aen  de  Ed. 
Hr.  Generael  soude  schrijven. 

Dese  saecken  tot  hier  en  toe  verhandelt  synde  soo  bracht  te  passé 
hoe  en  passant  Bouton  aengeweest  was  ende  aldaer  verstaen  hadde 
hoe  door  seker  geschil  in  vyandtschap  waren  vervallen,  tot  de  wapenen 
gecomen  ende  aengesien  wg  nu  ontrent  20  jaren  bondtgenooten  waren 
geweest  ende  dieshalven  als  getrouwen  ende  geassocieerden  trachten, 
gelgck  de  redelijcken  betaempt ,  om  bloetstortingen  ende  andere  onheylen 
soo  den  oorloge  medebrenght  te  voorcomen  ende  te  bevoorderen  (sic), 
syne  Mat.  gebeden  hebben  ons  te  willen  gebiuycken,  alsoo  tot  dien 
eynde  den  Coninck  van  Boutons  gesanten  mede  gecomen  waren. 

Hierop  antwoorde  syne  Majesteyt  in  volgender  manieren ,  seggende , 
dat  den  Coninck  van  Bouton  hem  boven  maten  overlastich,  buyten 
reden  ofte  oorsaeck  geweest  was,  biddende  dieshalven,  daervan  niet 
te  willen  handelen ,  alsoo  van  geen  meyninge  en  was  met  de  gesanten 
van  den  coninck  van  Bouton  te  handelen  ofte  te  spreecken.  Maer  was 
den  Coninck  van  meeninge  met  hem  te  handelen,  dat  die  sijne  alleen 
soude  senden,  alsoo  sQue  maniere  niet  en  was  door  intercessiën  van 
yemanden  te  handelen,  maer  dat  een  yeder  natie  int  bysonder quame. 

Hierop  namen  ons  affscheyt  van  sijne  Majesteyt,  die  ons  twee  lasten 
rijs  ende  drie  buffels  vereerde;  ende  wy  vereerden  sijne  Majesteyt 
twee  cleyne  metalen  dragontgens ,  wegende  ongeveerl :  500  ffi  te  samen , 
dat  hem  boven  maten  aengenaem  scheen  te  wesen.  Dit  is  gepasseert 
tnsschen  den  derden  ende  10  Augusto  A^.  1625. 

Was  onderteeckent  H.  van  Spbuldt. 


87 
XV.    Translaet  van  des  Conings  van  Macassaers  briefT. 

Een  yriendel^cke  groete  van  den  coninek  van  Macassar  aan  de 
Ed:  Hr.  Generael,  dewelcke  sijne  goede  faem  soo  beneden  als  boven 
wint  overal  verbreyt  ende  bekent  is,  aengaende  de  negen  schepen, 
die  tot  Macassar  en  passant  aengecomen  sijn.  Alsoo  Macassar  een 
cleyn  stedeken  is  ende  dat  meer  is,  daerenboven  noch  arm  *  ja,  in 
gelflckenis  gelijck  een  hoenderey.  Voorts  soo  sende  ick  Coninek 
van  Macassar  een  cleet  ende  een  leunstock  ofte  rottangh.  UE.  ge- 
lieve het  in  vriendtschap  t'accepteren ,  want  ick  een  man  ben  gelyck 
een  die  int  wondt  woondt;  dit  en  anders  niet.  Ady  9  September 
A^.  1625  (te)  Batavia  gebracht  door  de  Heer  Gouverneur  Speuldt. 


XVI.  De  Gouverneur  Generaal  Pieter  de  Carpentier 
en  Raden  aan  Bewindhebbers  der  O.-I.  Com- 
pagnie, 27  Oct.  1625. 

't  Voorleden  jaer  hadden  wij  naer  Amboina  last  gegeven  om  alle 
de  gevangene  Kay-Aruwers,  daer  noch  sijnde,  na  Banda  te  seinden 
ende  voorts  aenden  Gouvr.  van  Banda  geordonneert  dat  hy  alle  de 
gevluchte  Arnwers,  int'  gheberghte  van  groot  Banda  haer  onthou- 
dende ende  t'bosch  seer  ontvrijende,  pardoen  ende  liberteyt  soude 
doen  aenseggen,  soo  sij  begeerden  goetwillich  aff  te  Coomen,  met 
belofte  de  zelve,  neflfens  alle  die  noch  in  onse  handen  resteerden, 
t'samen  met  een  schip  naer  haer  lant  te  sullen  bestellen,  waerop 
alle  de  gevluchte  affgecomen  ende  neflfens  de  gevangene  t'samen  79 
stucx   sterck,    met   Munnickendam    den  23en  Febro.  pasto  naer  Cay 


1  „De  Portugeesen  ende  Spanjaerden "  schrijft  de  Gr.-G.  Pt.  de  Carpentier  aan 
Bewindhebbers  (27  Oct.  1625)  „drijven  een  stereken  handel  van  S.  Thomé,  van 
Negapatnam ,  van  Aialacca ,  Macau ,  Manilha  en  Moluco  op  Macassar.  'T  sedert  dat 
wg  't  vaerwater  van  Malacca  soo  gestadich  becrnyst  hebben  heeft  Macassar  seer 
toegenomen.  In  regard  van  den  handel  in  dese  Oostersche  quartieren  als  voor 
Bomeo,  Java,  Baly,  Solor,  Thymor,  Amboina,  Moluco  ende  andere  plaetsen  is 
Macassar  beter  gelegen  als  Malacca.  Daer  beneffens  dat  Macassar  voor  Malacca 
ende  Moluco  een  redelgcke  spgscamer  is." 


88 

ende  Arouw  gevoert  ende  in  vrgheyt  gestelt  sgn,  t'welc  bij  d'Ey- 
landers  sulcken  genoegen  ende  goet  vertrouwen  gebaert  heeft,  dat 
Bij  d^onse  alle  vrientschap  bewesen,  handel  verleenden  ende  selfiE^ 
oock  belooffden  voortaen  in  Banda  te  snllen  comen  handelen,  geleek 
81J  in  voortijden  gewoon  waren. 

Met  500000  stucx  zagnw,  soo  groot  als  clein,  is  Munnickendam 
den  26en  April  daer  aen  volgende  wedergekeert ,  daer  mede  die  van 
Banda  soo  ontset  wierden,  dat  sij  uyt  haere  provisie  Amboina  dit 
jaer  met  80  last  rijs  gesecondeert  hebben.  Daer  beneffens  soo  is 
groot  Banda  nu  t'eene  mael  van  geboeffte  gesaivert  ende  t'lant 
overal  veyl. 

Dit  jaer  sijn  in  Banda  geen  andere  vreemde  handelaers  aen 
geweest  als  een  Javaensche  joncke  met  wat  sout,  ajuin  ende  ander 

snuysterij,  sonder  rys 

De  zeepunt  van  't  fort  op  Lontor  lagh  in  calck  ende  steen.  Met 
d'eerste  gelegentheyt  sullen  ordre  geven  de  reste  mede  iu  calck  (te) 
voltrecken. 

De  hoogte  van  Salamme  was  met  een  steenen  reduyt  versien  ende 
met  garnisoen  beset,  beneffens  noch  een  goet  steenen  huys  inde 
leeghte,  daer  de  burgerj  woont;  daer  was  mede  een  schoole  voor 
de  kinderen  gerecht,  soo  dat  dese  plaetse  naest  Godt  wel  bewaert  is. 
Denner,  aen  d'Oostzljde  van  Banda  was  mede  met  een  reduyt, 
garnisoen  ende  burgerij  verseeckert. 

T'Huis  te  Wayer,  aen  de  Suid'Oostzijde  van  Banda,  was  met 
twee  steene  puntgens  versterct  ende  met  garnisoen  beset. 

De  voornaemste  plaetsen  aende  Suydsijde  vant'landt  als  Ourij, 
Sammer,  Lackoy,  Mandjangy  tot  Lonthor  ende  soo  voorts  aende 
binnencant  tot  Ortatten,  Comher  ende  Salamma  toe,  waeren  meest 
al  van  Nederlanders,  Mardiquers,  slaven  ende  Chineesen  bewoont. 
Voorts  vermits  de  veyl(ig)heyt  van  t'  bos,  was  t'  volck  meest  over 
t'gansche  lant  verspreyt,  uytgesondert  de  Noord-Oosthoeck  van 
t'  landt,  van  Salamma  tot  Nenner.  Dese  lagh  bij  gebreck  van  volck 
noch  woust  ende  onbewoont;  tegen  d'aenstaende  besendinge  hoopen 
wij  Banda  van  hier  soo  te  versien,  dat  het  aen  geen  volc  en 
manqueren  sal  om  alle  importante  plaetsen  wel  te  besetten.  Tegen- 
woordich  ist  groot  eylant  Banda  met  omtrent  2000  sielen  beseth. 
t'Ëljlant     PuloRon    is    in    24    pereken     wtgedeelt,    mitsgaders 


ê9 

met  een   rednyt   ende  guarnisoen  beseth,  bewoont  met  omtrent  dÓQ 

zielen. 

'  Op  Pulo-Aij  geneeren  haar  over  de  1000  zielen. 

Nera  was  mede  wel  versecckert  ende  met  omtrent  400  sielen 
bewoont. 

Rosengain  is  met  een  goede  rednyt  versien  ende  generen  tiaer  op 
Yoorsz.  eylant  omtrent  150  zielen.  In  voegen  dat  d'eylanden  van 
Banda  met  (jodes  hulpe  in  redelijcke  verseeckeringe  staen. 

Dit  jaer  sQn  over  gants  Banda,  soo  van  Comps.  slaven  als  van 
de  bnrgerye  verloopen  186  stuex,  meest  Bandaneesen  en  Pnloronders. 

'T  voorleeden  jaer  hebben  üEd:  verstaen,  hoe  Banda  A®  1623 
boven  alle  winst  noch  65000  R.  ten  achteren  quam,  maer  onse 
stricte  ordre  ende  hooge  recommandatiën ,  mitsgaders  de  sorchvnldige 
mesnage  van  den  Gonvemeur  Willem  Jansz.  hebben  t'  sedert  soo 
veel  te  wege  gebracht  dat  Banda  a^.  1624  boven  alle  lasten  omtrent 
24000  R.  overwinst  inbrengt. 


XYII.    Jacques  Le  Febnre,  Gouverneur  der  Molnkken , 
aan  den  G.-G.  Pt.  de  Carpentier,  29  Januari  1626. 


VËd.  vermeynden  de  saecken  vande  Tamatanen,  soo  hier  als  in 
de  quartieren  van  Amboyna  mettet  lichten  der  forten  Calleamatte 
ende  Mothier  verdraechelijcker  wtvallen  souden,  wij  connen  niet 
bespeuren  tselve  geholpen  maer  ter  contrarie  haer  gemoederen 
langhs  soo  meer  tegens  ons  verbittert  sijn  geworden.  Te  meer  den 
Spanjaert  int  begin  van  dit  nieuwe  jaer  Calleamatte  met  hulpe  van 
den  Tydorees  versterct  ende  weederom  opmaect,  alwaer  7  stncken 
geplant  ende  een  tamelijck  starck  guarnisoen  houdt,  dagelijcx  met 
't  selve  te  fortificeeren  doende  sijnde.  St.  Lucia  hebben  verlaeten 
en  geslecht.  Men  rucht.  soo  haest  Calleamatte  vast  gemaect,  dan 
Mothier  insgelijcx  opmaecken  sullen,  daer  toe  den  Coninck  van 
Tydoor  met  groote  belofte  seer  aenporrend  is.  Wat  hier  wtt  vorder 
ontstaen  wil  leere  de  tyt.  T  is  soo  verre  gecommen  dat  de  Tar- 
natanen  voor  de  laegen  die  den  Tydorees  ende  Spanjaert  tegens  x>ns 


90 

alhier  leggen  niet  meer  waerschouwen.  Wanneer  se  malcanderen  int 
bosch  oft  in  haer  tnynen  ontrent  Maleye  rescontreren  verbieden  hnn 
ons  snlcz  te  seggen,  maer  secreet  te  honden,  gelijck  se  doen. 
Alsoo  sij  metten  anderen  vrnnden  [zijn]  alleenelijck  op  de  Hollanders 
ende  haere  Mardijekers  commen  gaeren  ^.  Godt  sij  gelooft  tot  noch 
toe  hebben  sij  gheen  advantagie  op  ons  gehadt 

Den  lOen  December  arriveerde  hier  Kimelaha  Bessy  met  2  cor- 
corren,  wel  200  sielen  soo  slaven  als  slaeffinnen  starck,  commende 
van  Zoula  ende  Taljabo,  alwaer  hij  des  Conincx  stadthonder 
geweest  is,  bg  tijden  vanden  onden  Coninck  van  Tamaten,  wel 
26  jaeren  geleeden,  derwaerts  gesonden.  Was  tot  diversche  maelen 
ontbooden;  noyt  vóór  nu  willen  commen,  soo  dat  de  Tarna tanen 
wttgaven  sgn  saecken  qnaelijck  souden  afioopen.  Dan  sgnne 
schenckagie  aen  de  Coninck  ende  cappiteyn  Laout  hebben  hem  een 
goedt  man  gemaect.  Stroyt  wtt  die  van  Soula  en  Taljabo  seer  haest 
met  20  corcorren  herwaerts  tot  dienst  van  den  Coninck  van  Tar- 
naten  hier  weesen  sullen,  dat  seer  leugenachtich  luyt,  vermits 
verstae,  hij  met  groote  onminne  ende  questie  wt  die  qaartieren 
gescheyden  is,  alsoo  de  Souleesen  hem  niet  langer  gelgck  voor 
deesen  wilden  erkennen,  als  den  Tamataensen  hoochmoet  moede 
sgnde.  Wist  ons  gansch  gheen  tydinge  (soo  hem  hieldt)  vaut  pas- 
serende inde  quartieren  van  Amboyna  te  seggen. 

Op  Gammelamme  sijn  in  deese  maent  van  Macasser  2  a  3  cleyne 
jonckens  met  rijs  en  cleeden  nevens  een  portugees  fregadt  gearri- 
veert.  De  galeye,  soo  daer  is  geweest,  goeden  buyt  gemaect, 
diversche  Javaensche  ende  Maleysche  joncken  in  die  quartieren 
aengesnoert,  over  de  150  coppen  met  gebracht,  die  tot  roeyers  op 
de  galeye  en  andere  diensten  gebruyct  worden 

Wij  hebben  ter  compste  van  [het  schip:]  de  Vreede  de  missive 
van  de  Tarnataense  gesanten  aenden  Coninck  geschreven  in  presentie 
van  Cappiteyn  Laout,  ende  andere  principaele  Tarnatanen  over- 
gelevert  ende  verhaelt 

Naer   Amboyna   senden    een   corcorre   ^   metten  conincx  oom  den 


1  Koppen  snellen. 

2  Deze  korkorre  werd  bij  Cayo  in  den  grond  gezeild,  doch  de  gezant  kwam 
er  heelhuids  af  en  vertrok  den  20  April  op  nieuw  naar  Ambon  tegeiyk  met  een 
HoUandsch  schip.  Zie  verder  hierna  bl.  104. 


91 

Gnoffmaniere  ^  Bynnno,  om  de  haere  te  belasten  van  alle  hostiele 
procedoren  tegens  d'  onse  op  te  houden,  de  waepenen  aen  weeder- 
si)den  ter  needer  te  leggen,  ende  met  d'  onse  in  alle  vrundtschap 
te   leeven,   dat   gheen  naegelen  als  aen  d'  onse  sullen  vermogen  te 

vercoopen 

Maleye  op  Tarnaten  desen  29en  Januari)  1626. 

Was  onderteeckent  Jaecqtjes  Lb  Fbbtjbb. 


XVIII.    Jacques    Le    Febure  aan   Pt.   de   Carpentier, 
7  Augustus  1626. 


Naer  dat  VEd.  missive  ^  in  volle  vergaderingh^  vanden  Coninek, 
den  Raet,  ende  alle  de  principale  Tamatanen  hun  in  ons  presentie 
voorgelesen  ende  vertolckt  was,  wegen  [lees:  begon]  de  Gougouge 
een  relaes  te  doen  hoe  dat  hij  gestadich  des  sondaeghs  in  haer 
musquit  d'Overicheyt  tot  het  breecken  van  den  pays  metten  Tydo- 
rees  ende  Spangiardt  vermaent,  ende  om  den  oorloog,  tegens  haer 
te  voeren  aengeporret.  Maer  't  was  al  te  vergeeffs  geweest;  niemant 
van  d'Overicheyt  hadde  hem  daer  toe  de  handt  geboden;  hg  conde 
wel  oordelen  zulcx  by  den  Prins  ende  d'Ed.  Heer  Generael  vande 
Hollanders  qualyck  genomen  zoude  werden.  Cappiteyn  Laouts  mont 
sprack  gestadich  van  oorloogh,  maer  't  hart  was  anders,  gelljck 
bleeck  sijluyden  jegenwoordig  geen  correcorren  noch  vaertuych 
hadden  om  zulcx  te  beginnen;  die  hij  behoorde  te  besorgen.  Hier- 
op antwoorde  Capiteyn  Laout,  hem  seer  gestoort  thoon(en)de,  dattet 
een   ygelgck  vande  presente  vergaderinghe  wel  bekent  was  hoe  den 


1  Ngofamanira  is  de  titel  van  een  dorpshoofd. 

2  Medegekomen  met  de  Ternataansche  gezanten  die  te  Batavia  geweest 
waren  (Zie  hierna  bl.  9ö).  Ook  de  Djogoegoe  en  K.  AU  hadden  van  den  Gouv.- 
Gen.  een  schreven  ontvangen.  „Wat  sgne  E.  goede  gunste  t'onswaerts  belangt", 
schreven  zg  aan  den  eerstgenoemden,  „daervan  houden  wij  ons  ten  vollen 
▼erseeckert,  soo  door  eygen  ervaringe  als  door  rapport  van  verscheyden  over- 
gekomen persoonen."  Zie  evenwel  hiervóór  bl.  42  v. 


S2 

Ooegoe  den  oorloogh  met  den  Spangiardt  ende  Thydorees  sochte, 
daer  niemant  als  den  Coninck  ende  hij ,  zonder  zijne  ende  des  RaetB 
weten,  haer  pranwen  gestadich  aen  den  Spangiart  ende  Tydorees, 
over  ende  weer  waren  zendende,  dat  de  vredehandelinghe ,  denr 
ban  beyden  beleyt,  dus  verde  gebracht  was,  dat  hg,  Gougoe, 
oontinuelyck  zich  aende  cnst  van  Gelole  onthielt,  alwaer  hij  ge- 
dooghde  den  Tydorees  dagelijcx  groote  quantite  sagnw  ende  andere 
provisien  haelde.  Daer  op  bij  den  Coninck  ende  Gongoe  weynich 
antwoort  wierdt  gegeven.  Voorts  is  de  saecke  soo  gebleven,  met 
beliefte  dat  se  op  alles  wel  letten  een  spoedigh  beslayt  van  haer 
intentie  tot  antwoorde  van  V£d.  missive,  alsoo  't  schip  expres- 
seiyck  daer  naer  wachtte,  maecken  ende  geven  zouden,  waer  toe 
wy  haer  gestadich  aenporrende  waren.  Eyndelyck  hebben  gisteren 
avont  haren  schrijver  bij  ons  gesonden  met  d'ont werping  van  haer 
brieven  in  Tamataeps  geschreven,  om  door  ons  in  duyts  getransla* 
teert  ende  als  dan  bij  haer  geteeckent  te  worden,  alsoo  zeyden 
niemant  op  Batavia  was,  door  wien  dezelve  conde  gelesen  noch 
getranslateert  worden. 

De  voorsz.  missiven  gaen  hier  nevens  ^  bij  dewelcke  VËd.  haer 
ongefondeerde  antwoorde,  principaiyck  op  't  stuck  van  de  nagelen, 
over  't  lichten  vande  forten  inde  Molucos ;  als  de  gepasseerde  saecken 
inde    quartieren  van  Amboina  zal  cunnen  bespeuren 

Malleyo  op  Tomaten  dij  7en  Augustij  A^.  1626. 

Was  ouderteeckent  VE.  dienstwilligen  dienaer 
JiiCQüEs  Le  Febube. 


XIX.    Uit   de   Resolutiën    van    Gouverneur   en  Raad  der 
Molukken,  d.d.  17  en  20  December  1626. 

Accoort  gemaect  ende  beslooten  tusschen  den  Gougou,  Capiteyn 
Laout  ter  eender,  ende  den  Hoccum  Soyasius,  Sengagie  Limetan, 
noch  vijff  andere  Sengagies  deeses  eylandts ,  mitsgaders  de  Sengagies 


1    Geen  afschrift  aanwezig  op  H  B.  A. 


93 

v-an  Motier,  Toagoaave  ^  ende  alle  d'overicheyden  van  Tarnaten  ter 
andere  syde,  ten  overstaen  ende  in  presentie  van  d'  heer  Jacques 
Ie  Febnre  raedt  van  Indien ,  Gonvernear  en  directeur  over  de  Moluccos 
als  oock  int  bijweesen  van  de  Coningen  vao  Gorontale  en  Pangesare  ^ 
twelck  op  Donderdach  snachts  den  17  t)ecember  1626  aen  handen 
van  gemelte  heer  Gouverneur  gesamentlgcken  beiswooren  hebben ,  die 
oock  belooft  heeft  van  weegen  de  Compangie  in  presentie  van  synnen 
raedt  ons  met  syn  macht  naer  vermogen  volgens  d'oude  contracten 
te  assisteeren  en  behulpich  te  weesen. 

Het  is  een  yder  kenneiyck  hoe  hier  inde  Mollncques  vier  coningen 
sgn,  namenthjck  van  Tarnaten,  Tydoor,  Baetsian  en  Gilole  waervan 
de  twee  lestgenomde  door  Godes  bestieringe  sonderlingh  geen  macht 
hebben,  sulcx  dat  wij  Tarnatanen  ende  die  van  Tydoor  de  machtichste 
syn,  wekken  Coninck  van  Tydoor  sich  aen  den Spaenjaert  houdende , 
met  derselver  macht  ons  voor  deesen  verstroyt  ende  genoechsaem 
verdestrueert  hadde,  invoegen  wij  genootsaect  waeren  ons  tot  de 
Hollanders  (om  van  haer  hulpe  en  assistentie  te  hebben)  te  keeren 
die  wy  aen  alle  quartieren  geresolveert  hadden  te  soecken  soo  in 
Amboyna,  Banda,  Java,  Patania,  Atchin  als  elders,  doch  vonden 
twee  haerder  scheepen  d'een  in  Amboyna  ende  d'ander  op  Java,  die 
oock  voorgenomen  hadden  in  de  Mollncques  te  comen,  oversulcx 
hunne  anckers  lichtten  en  herwaerts  quaemen,  doer  wiens  hulpe  wg 
alsdoen  by  malcanderen  syn  versamelt ,  't  landt  als  oock  den  Coninck 
in  synen  voorigen  welstandt  gebracht,  jae  waeren  soo  vereenicht  dat 
alle  tgundt  sg  oft  wij  goet  vonden  dadelyck  int  werck  gestelt  wiert; 
twelck  alsoo  continueerde  tottên  tijde  vanden  Generael  Reael,  tsedert 
welcken  tyt  alhier  drye  verscheyden  Goavemeurs  geweest  ende 
d'overicheyt ,  soo  vande  Hollanders  als  Tarnatanen  seer  verandert 
sgn,  in  voegen  de  Hollanders  ons  oft  wy  haer  niet  gelooft  noch  ver- 
trouwt hebben ,  ende  des  lants  saecken  tusschen  beyden  soo  sijn  blijven 
stilstaen,  niet  tegenstaende  de  Gouverneurs  als  oock  wt)  overicheeden 


1  Toegoeabe  komt  reeds  in  oude  Spaansche  documenten  voor,  als  belioorende 
aan  Ternate  en  gelegen  op  3  Sp.  mglen  (leguas)  afstands  van  Djilolo. 

2  Gtorontalo  en  andere  plaatsen  op  Celebes ,  die  onder  Ternate  stonden ,  werden 
door  de  Macassaren  bedreigd.  Zie  den  brief  van  J.  Ie  Febure  yvh  16  Ang.  1627. 
Pangasare  of  Tagoelanda,  een  der  Sangi^eilanden  was  sinds  lang  aan  Ternate 
schatplichtig. 


94 

ende  gemeente  selffis  den  Coninek  tot  meermaelen  hebben  aange- 
sproocken  om  de  bevoirderinge  des  gemeenen  lants  ende  Compangies 
saecken  bij  der  handt  te  neemen,  die  sich  daer  niet  met  bemoyt 
mater  met  speelen  en  play sieren  den  tijt  door  gebracht  heeft,  tot  dat 
eynteigck  op  heeden  b^  boven  gemelte  Gouverneur  door  syn  meenich- 
vuldigen  arbeyt  ende  betrachtinge  de  saeeke  soo  verre  is  gebracht 
dat  tot  accoort  ende  treckinge  van  eene  lijn  gecommen  syn,  daer  in 
den  Gougou  ende  cappiteyn  La^at  geenen  beeteren  middel  om  tot 
snlcx  te  commen  wisten  te  practiseeren  dan  in  deese  vergaederinge 
voor  te  draegen  hoe  dat  beyde  soo  Gougou  als  cappiteyn  Laout  hunne 
ampten  begeer^n  te  abandonneeren  en  voortaan  als  gemeene  Citchils , 
(sonder  eenich  bewindt  tlandt  aengaende  hun  meer  aen  te  trecken) 
te  leven ,  ten  waere  sy  Tarnataensche  overicheyden  met  malcanderen 
alsnu  in  deze  pitsiaeringe  op  des  Compangies  huys,  daer  vergaert 
waeren ,  resolveerden  den  oorloogh  jegens  den  Spaenjaert  en  Tydorees 
aen  te  neemen  ende  tlandt  in  synen  voorigen  welstandt  te  helpen 
brengen,  dat  eyndelyck  (hoe  wel  sy  Tarnataensche  overicheyden,  te 
weeten  den  Hoccum  Soyasives,  Sengagies  ende  andere  daer  langh 
tegen  waeren  ende  sulcx  sochtten  wtte  stellen),  met  malcanderen 
gesamentiyck  toegestemt ,  over  een  gecommen ,  geresolveert ,  als  boven 
verhaelt  beswooren  ende  gemelte  heer  Gouverneur  in  presentie  van 
synen  Raedt  daer  op  de  handt  gegeven  hebben,  om  gelijck  verhaelt 
den  oorloogh  jegens  den  Tydorees  en  Spaenjaert  aan  te  neemen  ende 
tlandt  in  synén  voorigen  welstandt  te  helpen  brengen.  Twelck  den 
Coninek  van  Tamaten  voorengehouden  synde,  geapprobeert  en  voor 
goet  gehouden  heeft  doch  alwaert  schoon  gemelte  Coninek  contrarie 
gedaen  hadde  was  beslooten  evenwel  deese  resolutie  volcomen  voort- 
ganck  sonde  neemen.  Oock  is  gearresteert  men  voor  eerst  t  volck 
van  Taflfoura,  Meau,  Moortay  en  Moortie  *  lichten,  herwaerts 
brengen  ende  soo  haest  hier  gecommen  sijn  dadelijck  ten  selven 
dage  den  oorloogh  jegens  voor  verhaelde  vganden  aen  neemen  sal. 


1  Tefore,  Majoe:  beiden  eilandjes  ten  W.  van  Ternate.  Met  Moortay  zal  het 
eiland  Morotay,  met  Moortie  de  kust  van  Moro  (NW.  punt  van  Halmahera)  be- 
doeld zQn. 


9S 

XX.    Jan   van  Qorcum,  Oouvernenr  van  Ambon,  aan 
den  G.-G.  Pt.  de  Carpentier,  28  April  1626. 

Met  die  van  de  overcast  van  Ceram  staen  noch  in  voorgaende 
termen;  si)n  door  brieven  metten  anderen  in  onderhandelinge  geweest, 
doch  is  't  gewenscht  succes  dienaengaende  niet  getroffen.  De  missive 
door  Seraffe  gesant  van  Ternaten,  ^  aen  Leliatte  geschreven,  hebben 
ter  behoorlijcker  fijt,  door  't  volck  van  Capiteyn  Hittoe  hem  doen 
behandigen,  doch  is  daar  op  niet  gevolcht.  Sedert  onse  voorgaende 
aen  zyne  Ed:  hebben  niet  notabels  op  onse  onderdanen  met  gewelt 
geattenteert,  maar  met  practiquen  getracht  onse  onderdanen  ende 
bontgenooten  te  ondercruypen  ende  tot  hem  te  trecken..  Waar  van 
die  van  Hatuha  d'eerste  geweest  sQn,  die  met  den  vyant  spraacke 
gebonden ,  ende  onderhandelinge  gehadt  hebben.  Met  die  van  Roamite 
[Loemaëte]  ende  Waysamme  op  Boaro,  hebben  gelycke  conspiratie 
gehadt,  hebbende  den  trouwloosen  Moorsen  hoop,  soo  van  Manipe, 
Cambello,  met  d'inwoonders  aldaer  t'samen  gerodt,  des  Capiteyns 
vasticheyt  aengetast,  twee  soldaten  dootgebleven,  de  rest  ontloopen,ende 
herwaerts  gecommen  zijn ,  abandonneerende  des  Compagnies  middelen , 
emporterende  omtrent  tot  de  somme  van  800  gulden,  aen  sagu  die 
op  voorraet  daar  hadden  doen  opcoopen.  Amblauw  stont  mede  aenge- 
socht  te  worden,  soo  daer  niet  met  de  presente  middelen  veerdich 
tegen  gevrocht  hadden,  in  voegen  aldaar  een  nyeuwe  reduyt  van 
opgeleyde  steen  versorcht,  ende  d'inwoonders  voor  den  staet  der 
Vereenichde  Nederlanden  in  onderdanichegt  gepreserveert. 

Op  t'eylant  Oma ,  hadde  Leliattoe  eenen  aenslach ,  trachtende  daar  wat 
notabels  nyt  te  rechten,  om  daer  door  eenich  ontsachelijcheyt  onder 
d'inwoonderen  te  brengen,  sgnde  met  28  stux  corcorren  in  sulcken 
stilheyt  vergaert ,  dat  daar  van  int  minste  geen  lucht  becomen  conden , 
inde  eylanden  üliassers  verscheenen,  waar  eerstelijck  de  Negrg 
Arrouque  [Haroekoe]  aengetast,  ten  deele  verbrant,  in  alder  yie  voort- 
vari&nde  met  meninge  Oma  mede  soo  aff  te  vaérdigen,  maar  hebben 


1  Seraffl  was  met  Kimelalia  Limoeri  (broeder  vnn  den  Hoekom)  door  den 
Temataanschen  Sultan  en  zgn  Baad  in  1625  naar  Batavia  afgevaardigd  om  over 
liet  byieggen  der  geschillen  in  de  Ambonsche  eilanden  te  onderhandelen.  Zy 
keerden    van   daar  over  Ambon  temg,  waar  zij  den  14  Maart  1626  aankwamen- 


96 

roBistentie  gevonden ,  [zoo]  dat  alleenlijok  naar  vyff  a  üeiS  hnysen  in 
den  brant  gesteecken  in  route  te  rugge  van  de  8trant  gedreven  zyn, 
met  verlies  naer  men  ons  rapporteert',  wel  vijfthien  dooden  ende 
gequesten,  inde  cörcorren  gebraóht  sijn.  Die  van  Oma  badden  éénen 
dooden  gebadt,  ende  een  gevangenen,  die  de  Tamatanen  mede- 
genomen badden.  Op  Hatnba,  ende  Caylolo,  scbeen  mede  wel  voor 
te  bebben  yets  te  willen  attenteeren,  maer  't  ontbael  van  Oma 
acbte  bem  te  rugge  gebonden  beeft.  Dit  is  al  't  geene  dat  met 
openbaar  gewelt  te  wege  gebracbt  bebben;  alleeneiyck,  als  vooren 
geseyt,  getraebt  met  listicbeyt,  ende  door  gaven  onse  onderdanen 
te  onttrecken,  Intrim  somwyien  nu  bier  dan  daer  een  booft  ^ebaelt, 
tot  vier  int  getall,  die  onse  onderdanen  baer  mede  niet  scbnidicb 
bleven,  maar  gemeeneUjck  met  dnbbel  van  dien  betaelt  bebben. 

Om  d'ondercfuijpinge  van  onse  onderdanen,  soo  veel  mogeUjek 
voortecomen  ende  synen  loop  te  stutten,  syn  corts  met  13  stux 
corcorren  gevolcbt ,  maer  conden  bem  nergens  niet  op  doen ,  waar  uyt 
oceasie  nam  om  al  d'onderdaüen  vant  Gasteel  te  versoecken  ende 
door  onse  presentie  baer  eenieb  contentement  ende  couraige  aen  te 
spreecken,  twelck  voor  die  tyt  eflfect  sorteerde,  uytgesondert  de 
Alpbores,  die  niet  aenden  strant  waren  maer  beloofden  door  bare 
booden  getrouwicbeyt  aent  casteel.  Alles  vonden  in  goede  onderda- 
nicbeyt  t'onswaarts,  uytgesondert  den  Macbometisten  boop,  die  al 
eenicbsints  tot  baar  getrocken,  ende  van  bare  scbuldige  plicbt  ge- 
weecken  waren,  welcke,  soo  lange  bare  religie  niet  en  abandonneeren , 
niet  goets  van  te  verboopen  bebben ,  want  baer  barten  ende  gemoeden 
te  seer  door  desen  bant  aen  den  anderen  verknocbt  zyn,  onse  religie 
ende  natie  uyt  den  gront  baeten;  daarom  oock  niet  vertrouwen  van 
baer  yets  goets  te  verwacbten  bebben. 

Naer  dat  de  saecken  tusscben  Hatuba  ende  ons  in  sulcke  termen 
stonden  ende   door  Capiteyn  Hittoe  aengerecbt  waren  ' ,  beeft  den 


1  Dit  slaat  volstrekt  niet  op  bet  voorgaande.  Uit  het  Journaal  van  Ambon 
van  Sept.  1625— Mei  1626  bljkt  dat  Kimelaha  Leliato  met  zijn  hongi  van  Oma 
naar  Hatnaha  gevaren  was  en  met  den  jongen  koning  [van  Hat.  of  N.  Haroekoe] 
en  den  jongen  sengadji  [van  de  kustplaats?]  onderhandeld  had.  Dat  kapitein 
Hitoe  daaraan  schuld  had  blijkt  niet,  wel  dat  die  van  Hatuaha  kap.  Hitoe's  be- 
middeling verzochten  om  weer  met  de  Hollanders  op  goeden  voet  te  komen. 
Zie  verder  hierna  bl.  111. 


I 


9Ï 

voornoemden  Hittoe  weder  getracht,  de  saeeke  door  B^n  toedoen  te 
accommoderen,  om  voor  ons  de  goede  knecht  te  schQnen,  tot  dien 
eynde  met  een  corcorre  aent  casteel  comende,  ons  affVorderende , 
soot  geviele  [dat  hij]  yemant  vande  hooffden  van  Hattnha  mede 
bracht ,  oft  op  mijn  woort  weder  vrQ  ende  ongemolesteert  sonde  mogen 
yertrecken ;  daar  op  mijn  woort  gegeven  hebbe.  Is  alsoo  naer  Hatnha 
gepangait,  ende  naer  eenige  dagen,  weder  aent  Casteel  gecommen, 
medebrengende  een  vande  hooffden,  die  naer  veele  frivoole  excnsen. 
soo  inbracht,  versocht  men  hare  saeeke  wilde  ten  besten  dnyden; 
zg  waren  verleyt  ende  andersints,  wilden  weder  om  leech  aende 
strant  comen  woonen,  ende  tronwe  onderdanen  vant  casteel  bleven, 
etc.  Hare  daet  meriteerde  well  opt  hoochste  gestraft  geweest  te  syn, 
soo  onse  macht  sulcx  geweest  ware  dat  de  voorder  toevallen ,  hadden 
connen  nytvoeren  ende  vervolgen,  maer  onsen  tyt  van  simuleeren  nn 
geschaapen  zijnde,  hebben  dese  fanlte  bij  den  andere  moeten hoopen , 
ende  tot  naerder  gelegentheyt  door  de  vingeren  sien. 

Wat  Capiteyn  Hittoe  voor  een  instrnment  is,  ende  voor  desen  tot 
weynich  voordeel  van  de  Compagnie  geweest  is,  geven  sgne  acten 
noch  dageiycx  getnyechenisse ,  ende  ben  van  snlcken  gevoelen,  dat 
al  den  Moorsen  hoop  in  verbont,  ende  comptracten  met  den  anderen 
staen «    •    •    .    • 

De  besendinge  vant  jacht  naer  Papnha,  is  bij  den  Raet  niet  goet- 
gevonden»  D'oorsaecke  daarvan  is  den  gemeiten  Coninck  van  Papnha 
in  sgnen  brieff  bij  de  gevangenen  overgesonden  een  gants  onreede- 
lijeken  eysch  in  forme  van  contributie  dede ;  ten  anderen  niet  sonder 
evident  perickel  vant  jacht  ende  volck  te  verliesen  conde  geeffec- 
taeert  worden,  te  meer  nyt  de  gevangenen  Nederlanders  verstonden, 
met  de  Tidoreesen  in  vreede  staen,  oock  in  consequentie  getrocken 
worde  ende  beducht  waren,  off  den  Spaingiaart,  ende  Tidorees  niet 
tegens  d'onse  geconspireert  hadden,  daer  over  den  Raat  dese  besen- 
dinge ,  voor  den  staat  van  de  Compa. ,  niet  sonder  pericquel  oordeelde , 
ende  oock  geen  tributarisen  maar  contribuanten  van  noode  hadden , 
800  dat  als  vooren  aengeroert,  dese  besendinge  naergelaten  is. 

Niet  jegenstaende  onse  cruysende  jachten  omtrent  Kelangh,  Manipe, 
Bouro  ende  Amblauw  gehouden  hebben,  sijn  evenwel  ses  Maccas^ 
sarce  joncken  op  Combelle  ende  Lucelle  gearriveert,  met  goede  quan- 

titeyt  rjs  ende  cleeden,  die  [zy]  daer  voor  eenen  veylen  prQs  ver- 

7 


dg 

Ooopen  ende  in  retonr  desselffs  nagelen  voor  eenen  extraordinare 
hoogen  prijs  aenneemen.  Dit  is  't  schadeigckste  gevdch  dat  de  Compa. 
in  dese  quartieren  lijdet,  ende  een  van  de  principale  oorsaacken, 
waer  door  den  Tarnataen  tot  obstinater  ende  meerder  vermetenheyt 
jegen  ons  ende  sijne  comptracten  vergrijpt,  merekende  men  dit  be- 
swaerlijck  can  verhinderen 

T jacht  Pera  daar  int  vaarwater,  omtrent  Manipe  cruysende,  worde 
vande  inwoonderen,  met  een  witte  vlagge  aengeroepenoftgenodicht, 
waer  over  den  schipper  met  noch  thien  man  tot  hem  inde  schuyt 
gevallen  ende  naer  lant  sonder  geweer  geroyt  is,  die  soo  haast  aen- 
den  wal  gecommen,  van  die  vande  Manipe  overrompelt  ende  gemas- 
sacreert  zQn 

Naar  datum  sljn  drie  van  onse  corcorren,  namentl^k,  Halon, 
Hative  ende  Mardijckers,  nyt  op  den  vyant  geweest,  hebbende  een 
aenslach  met  die  van  Camerien,  ende  Serg  Wawan  '  negr^  van  de 
Alphores  besteecken,  die  ter  loop  de  negry  Lasamelienw^  *  van 
den  vyant  aengetast,  verbrant  twintig  coppen  becommen  ende  v^ff 
gevangenen  herwaert  gebracht.  Dese  victorie,  heeft  haer  geanimeert 
voordere  entreprinsen  op  den  vgant  aenteleggen ,  hebbende  soo  metten 
anderen  getaetslaacht ,  om  de  negrij  van  Cayboba  mede  te  overrom- 
pelen, tot  welcken  eynde  die  van  Cameri^tt,  geaccompaigneert  met 
die  van  Seruwawan ,  naer  de  Coningen  van  Somite  ende  Selan  ^  ver- 
trocken,  haer  den  gemelten  slach  aendienende,  die  hnn  daartoe 
gantsch  willich  thoonden,  ende  met  een  macht  van  omtrent  2000 
Alphores  aende  strant  van  AmaeQ  [Amahei]  gecomen,  sendende  hare 
swagers  aent  casteel,  om  ons  aen  te  dienen  tot  wat  eynde  daar 
gecomen  waren,  gelijck  haer  mede  tot  eenige  exploicten  ten  dienste 
vanden  Prins  van  HoUandt  wilden  laeten  gebrnijcken,  daar  op  occasie 
hebben  genomen  met  onse  corcorren  vant  casteel  derwaarts  te  trans- 
portoeren,  om  hare  vmntschap  t'onswaarts  te  preserveren,  daar 
anders  den  Staat  van  de  Compa  noijt  qnalijcker  hare  affvallicheijt 
eomen  sonde.  Want  soo  wy  de  saacke  door  d'  nyterste  remedie  der 


1  Seriwawan   aan  de   Z.^^Kust  yan   Ceram,  destgds  een  bizonder  dorp,  later 
onder  Kamarian  [Yalentyn  II,  p.  68]. 

2  Blijkens  het  Journaal  3  mijlen  van  Lessiela. 

3  De  radja's   yan   Sahoelan  en  Soemiet,  twee  machtige  Alfoersche  vorsten* 
beiden  Oelisiya's  en  y^anden  der  Mohammedanen. 


J 


wapenen  moeten  redresseren,  sullen  int  verderven  van  des  vQants 
conboQS  ende  thngnen  veel  te  wege  brengen.  Den  Gonvemenr  Speult , 
heeft  ons  wegen  dit  volek,  veel  gerapporteert,  maar  hebben  daer 

noch  geen  proeven  van  gesien 

De  gemelte  gesanten,  ^  naar  dat  hier  een  dach  ofte  twee  gepau- 
seert  hadden,  sQn  met  deselve  in  communicatie  opt  stuck  deser 
quartieren  gecommen.  Naar  eenige  onderhandelinge  versochten  oft 
hun  mochte  toegestaen  worden  dat  naer  Lucelle  met  Eimelaha 
Leliatte  mochten  spreecken;  twijfelden  niet  oft  souden  de  saecken 
tot  een  stilstant  van  wapenen  brengen,  alsoo  al  syn  doen  buyten 
kennisse,  en  voorweeten  van  den  Coninck  van  Ternaten  dede;  twelck 
hnn  toegestaen  hebbe.  Sgn  alsoo  derwaarts  vertrocken,  alwaar  wel 
15  a  16  dagen  haar  onthielden,  ende  naer  een  langhverwachte 
wedercompste  deden  ons  rapport,  wel  tot  den  vreede  ende  stilstant 
genegen  waren,  soo  daar  mochte  gesproocken  worden  van  hare  ge- 
leedene schade  te  repareren,  namentlgck  hare  thugnen  ende  nagel* 
boomen,  die  door  ons  verdestrueert  waren,  met  meer  andere  bewim- 
pelde ende  bebloemde  reedenen,  daar  op  int  corte  haer  aengeseyt 
worde,  wij  geensints  verstaen  wilden  met  haer  tot  eenich  bespreek 
te  comen,  maar  dat  de  saacke  daer  op  drayde,  dat  soo  [zy]  wilden 
stilstant  van  wapenen  maacken,  dat  al  de  nagelen,  die  voorder hant 
waren,  aen  ons  volgens  hun  comptracten  leverden,  de  vreemde  han- 
delaars namentlijck  de  Maccassaren  afseyden  ende  deeden  vertrecken; 
voorder  dat  stj  hier,  ende  wg  daar  als  voor  desen  souden  comen 
handelen,  laetende  de  andere  poincten  tot  naarder  commissarisen 
ongedecideert,  want  tot  pretentie,  die  d'  een  op  d'  ander  hadde, 
commende,  souden  beswaarlijck  tot  een  eynde,  sonder  arbiteres  ge- 
raecken,  zijnde  dit  ons  eenige,  ende  uyterste  meninge.  Waar  op 
versochten  andermael  derwaart  te  mogen  gaen,  om  haer  dat  aente 
dienen,  twelck  hun  geaccordeert  worde.  8ijn  dienvolgende  op  den 
17en  deser  andermael  naar  Lucelle   vertrocken  ende  tot  op  huijden 

niet  weder  gekeert 

Actam  int  Gasteel  Amboyna  d.  28en  AprUl  A^.  1626. 


l    Zie  bl.  95  aanteek.  1, 


loö 

XXI.  Uit  het  // Journael  vant  geene  alhier  in  de  quar- 
tieren  van  Amboyna  is  gepasseert/^  (van  Sept. 
1625  tot  het  eind  van  Mei  1626)  door  den 
gonvemenr  Jan  van  Gorenm. 


Mayns  A».  1626  K 

Den  2en  d^.  qnamen  voor  Hatuha  ^  meynende  de  Corcorre  van 
Kaylolo  mede  te  nemen,  maer  vonden  deselve  aende  strant,  geheel 
in  stucken  zijnde.  Den  Iman,  Opperhooft  van  Caylolo,  qaam  terstont 
hg  ons  dagende  over  syn  volck,  dat  hem  niet  en  wilde  gehoor- 
samen;  seyde  geleden  te  syn  4  dagen,  dat  het  volek  van  Kaylolo 
met  eenige  van  Hatnha  de  corcorre  hadden  willen  afsetten  ende 
daar  mede  naer  Hittoe  gaen,  sonder  weeten  van  haer  Overhooft 
ofte  'den  sergeant  vant  fort,  waer  over  den  Iman  aenden  sergeant 
assistentie  versocht,  dwelck  oock  vercreech.  Is  den  Sergeant  met 
thien  musqnettiers  daar  naar  toegegaen ,  haer  gebiedende  de  corcorr6 
te  laeten  leggen,  ende  belasten  voerders  deselve  wederom  op  te 
halen,  maer  syn  evenwel  alt  samen  vertrocken,  laetende  de  corcorre 
aent  water  leggen,  waer  over  d^  corcorre,  met  het  hoochwaeter 
inden  gront  stiet,  ende  soo  voorts  blijven  leggen  is. 

In  somma  den  gantschen  hoop  der  Mooren  reycken  malcanderen 
de  hant 

Den  3en  ö9  tegens  den  avont  qnamen  voor  Iha  ende  Manho, 
meenden  snachts  over  te  steecken  naar  Eanwacke  ',  maar  werden 
door  hart  weder  ende  wint,  mitsgaders  den  regen  verhindert.    .    . 

Die  van  Iha 'ende  Manho  syn  mede  onderdanen  vanden  staet  der 
Vereenichde  Nederlanden,  maer  deselve  hebben  haren  schuldigen 
plicht  over  lange  al  vergeeten.  Als  's  Lants  vloot  ^  hier  was  wierde 
haer  belast  haer  corcorre,   mede  af  te   setten,  ende  aent  Gasteel 


1  De  Gouyemeur  was  den  28  April  met  de  hongi  uitgevaren,  en  had  eerst 
Oóriag  aan  de  kust  yan  Hitoe  bezocht,  waar  kort  te  yoren  een  fortje  in  hout 
wks  opgetrokken,  maar  nu  reeds  yenrallen. 

2  Vergeljk  hiervóór  bl.  95  t. 

8    De  hoek  yan  Kowak  ten  O.  yan  de  Elpapoetih-baai« 
4    Pe  yloot  yan  L^Hermite.  Tergeiyk  hieryóör  bl.  41* 


101 

souden  comen.  Maer  gaven  daar  op  voor  antwoort,  dat  daar  niet  te 
doen  hadden.  Soo  den  Gonvemenr  yets  wilde  seggen,  hij  wist  waar 
haar  negrij  was,  mocht  daar  selffs  by  haer  comen. 

Dit  Iha  is  een  plaats  van  groote  stercte,  die  naer  menschen 
oordeel  onmogelijck  is  te  winnen,  van  wegen  haar  natnyrlycke 
stercte  ende  gelegentheyt. 

Sijn  mede  sterck  van  volck,  wel  omtrent  de  1000  weerbare 
mannen.  Het  is  altijt  de  rendevoas  geweest  van  alle  Quartieren  van 
Amboyna;  als  yemant  hem  hadde  vergreepen  tegens  den  staat  der 
Yereenichde  Nederlanden,  ofte  het  vervloecte  Moorsdom  aengenomen, 
namen  haren  toevlucht  naar  Iha,  soo  dat  hier  door  groot  geworden 
sQu ,  ende  op  nyemant  en  passen ;  si)n  oock  van  veelen  seer  gevreest , 
principael  van  onse  onderdanen  in  de  eylanden.  Soo  wy  dese  van 
Iha  souden  dwingen,  moste  geschieden  door  honger,  waartoe  veel 
volck  van  node  is. 

T  Is  mede  de  rendevous  van  Capiteyn  Hittoe,  heeft  al  sgn 
goederen  daar  gevlucht,  ende  meent  in  tijde  van  noot  hem  selven, 
aldaar  te  salveren.  Hl)  is  bij  haer  oock  in  groot  aensien,  ende 
respect,  anders  niet  als  off  aldaar  het  heele  bewint  op  hem  rustte, 
want  als  ick  de  voorgaende  reys  met  de  hongi  daar  was  ende  liet 
aenseggen  dat  haar  souden  gereet  maacken  om  met  ons  te  pan- 
gayen,  gaven  voor  antwoort:  als  Capiteyn  Hittoe  haar  snlcx 
belastte,  wilden  't  selve  naar  comen,  maar  anders  niet.  Alhier  op 
Iha  hout  sich  een  Cheramse  paep,  genaempt  Hatip  Patty,  die 
aldaar  het  heele  bewint  heeft;  is  een  valsche  schelm,  die  ons  overal 
den  meesten  affbreuck  doet.  Het  is  Capiteyn  Hittoe  sijn  rechter 
hant,  waer  mede  hij  zijn  heymeiycke  ende  bedecte  pitcharingen 
hout,  ende  door  hem  voerders,  alles  laet  wt  voeren.  By  den  tijt 
van  den  heer  Gouverneur  Van  Speult  sijn  verscheyden  listen  ende 
lagen  gebruyct  geweest  om  den  selven  Hatip  Patty  by  den  hals  te 
cr^gen,  maer  ten  heeft  niet  willen  gelucken. 

Des  nachts  vertrocken  van  Iha,  ende  zgn  den  Öen  omtrent  den 
middach  aen  den  hoeck  van  Koywacke  gecomen.  Vonden  omden 
hoeck  een  goede  re^de;  soo  haest  wy  daar  lagen,  souden  ons  volck 
naar  boven  om  die  van  Amahec,  Macricque  ende  Sahoukko  ^  aff  te 


1    Swauko  bij  Valentjjii  (Sawouko?). 


102 

roepen,  alsoo  onderdanen  vant  casteel  waren,  om  den  eet  van 
getronwicheyt  met  haar  te  vemiewen,  het  welck  oock  alsoo 
geschiede;  toonden  haar  daar  gewillich  toe. 

Den  5en  d®.  smorgens  sonden  twee  corcorren,  met  den  luytenant 
Westerman  naar  de  strant  van  Kelipapoete,  om  te  vernemen,  oft 
de  Alphoeres  afgecomen  waren,  ende  oock  waar  haer  onthielden, 
800  dat  den  luytenant  ons  snachst  bescheyt  sont  dat  den  Coninck 
van  Samite  [Soemiet]  met  omtrent  500  man  was  afgecomen,  ende 
onthielt  hem  omtrent  Holoy  [Hoewaloi].  Hij  ontboot  dat  daar  naer 
tóe  was  gegaen,  om  deselve  naar  Kelipapoete  te  brengen,  versocht 
voorders  dat  men  tegens  den  6en  smorgens  noch  3  corcorren  sonde 
senden;  meende  alsdan  aende  strant  van  Kelipapoete  te  sgn,  om 
voorders  met  de  corcorren  by  ons  gebracht  te  werden,  hetwelck  wg 
hebben  naergecommen ,  ende  drie  corcorren  derwaarts  gesonden.  Op 
den  selven  dach  quamen  de  corcorren  wt  de  Uliassers  by  ons,  s^nde 
ses  int  getal. 

Die  van  Amahe,  Macriqne,  ende  Sahouco,  brachten  mede  een 
vereeringe  van  3  a  4  varekens,  eenige  hoenders,  ende  bannannes; 
hebben  haer  wederom  vereert:  yder  negrQ  een  derde  van  een  stuck 
Gninees  linnen,  met  een  pette.  Door  dit  volck  ontbooden  die  van 
Tommelau,  Haya,  ende  t'  Sepa  welcke  drie  negrgs  mede  den  eet 
van  getrouwicheyt  aen  den  staet  der  Vereenichde  Nederlanden  gedaen 
hadden,  doch  waren  mede  al  af  gevallen.  Ten  tijde  als  wg  met  die 
van  Louhoe  ende  den  Tarnataen  in  oorloch  quamen  waren  de  voorsz. 
drie  negrijs  mede  met  haar  corcorren  by  de  Hongy,  maer  soo  haest 
sg  sagen  dat  men  die  vande  custe  van  Ceram  aentastte,  gingen 
met  haar  volck  door  ende  hebben  't  sedert  noyt  wederom  aent 
Casteel  geweest 

Den  9en  d^.  is  den  luytenant  Westerman  wederom  geoommen , 
bracht  den  Coninck  van  Samite  mede,  met  omtrent  80  boeren.  Den 
Coninck  van  Saulauw  was   noch  niet  afgecomen <* 

Hebben  voorts  met  den  Coninck  van  Samite  veel  reedenen  gehadt 
over  het  stuck  van  den  Tarnataen.  Hij  thoonde  hem  een  erf  vijant 
daar  van  te  weesen;  seyde  sgn  voorouders  noyt  met  den  Tarnataen 
ofte  die  van  Loehoe  eenich  accort  ofte  vruntschap  hadden  gehadt, 
seggende  voorders  nimmermeer  met  haar,  oock  gemeynschap  te 
willen  houden ,  m9ar  den  eet ,  dien  hg  aen  den  Staat  der  Vereenichde 


103 

Nederlanden  gedaen  hadde,  wilde  hy  getrouwelijek  naar  comen 
Bonder  daar  sS  te  wijeken,  soo  hem  tracteerde  gelyck  tot  noeh  toe 
gedaen  hadde.  Men  sonde  bevinden  hoe  hy  ende  syn  volck  t'onswaeris 
genegen  waren  soo  men  haar  eens  wilde  gebmycken  tegens  den  vijant , 
met  meer  andere  redenen.  Het  syn  goede  soldaten  om  in  bosschen , 
ende  hagen  geleyt  te  werden ,  ende  alsoo  met  list  imant  aen  te  grypen 
maar  voorderhant  is  met  haer  niet  met  alle,  doch  haar  vruntschap 
is  opt  hoochste  ons  noodich,  want  soo  sy  met  den  Tamataen  accor- 
deerden stont  ons  groot  qnaet  daarvan  te  verwachten  ende  sonde  den 
afval  van  al  de  eylanden  veroorsaecken,  want  dit  vo}ck  den  Alphores 
meer  vresen  als  de  doot. 

Den  voornoemden  Coninck  van  Samite  seyde  ons  mede  dat  ons  aende 
traecheyt  des  Conincx  van  Sanlanw  niet  en  souden  stooren.  Wat  belangde 
de  getronwicheyty  daervooren  stont  hy  borge;  het  geene  dat  geschiet 
was  tnsschen  den  Coninck  van  Sanlanw  ende  de  Tarnataenen,  daar 
was  weynich  aengelegen ;  de  vereeringe  vande  thien  swaerden ,  vanden 
Tamataen  aen  haar  gesonden,  dewelcke  sy  aengenomen  hadden, 
sonden  den  Tamataen  noch  op  syn  hooft  vallen,  met  meer  andere 
reedenen 

Hebben  den  Coninck  vereert  met  een  goede  schenckaige  van  300 
gulden  voor  sijn  persoon  met  syn  Orangquaijs,  ende  voor  den  Coninck 
van  Sanlau,  was  mede  soo  veel  geordonneert.  Nam  alsoo  zijnafscheyt 
van  ons,  ende  vertrock  met  goet  contentement :  hy  sonde  hem  met 
sgn  volck  naar  Cameryen  vervoegen ,  ende  aldaer  vertouven  tot  dat 
wy  hem  last  ofte  ordre  senden,  wat  byder  hant  nemen  sonde,  ofte 
den  vreede  tnsschen  ons  ende  den  Tamataen  geen  voortganck  en 
hadde  3  waeren  insulcken  gevall  alsdan  gesint,  de  Negry  van  Caybolo 
aen  te  tasten ,  doch  dit  en  hadde  noch  aen  niemant  ontdect ,  alsoo  niet  en 
wisten  oft  het  byder  hant  souden  nemen  oft  niet  ende  oft  het  weder 
snlcx  oock  sonde  toelaten 

Den  15eii  d^  quamen  wederom  aende  strant  van  Hatuha,  lietent 
volck  aldaer  wat  pleysteren,  alsoo  meest  den  heelen  nacht  hadden 
gepangayt.  Het  volck  van  Hatnha  die  beneeden  woonden ,  onse  compst 
vernemende  vlnchtte  naar  boven,  by  haar  ander  volck.  lek  sont  twee 
persoonen  naer  haar  toe ,  ende  liet  vragen  waerom  voor  ons  vluchtten , 
ofte  niet  en  vertronden  op  ons  woort  ende  toesegginge ;  voerders  het 
geene  wy  haer  toeseyden  in  presentie  van  Capiteyn  Hittoe ,  alwaar 


104 

zQ  belooft  hadden  haren  schnldigen  plicht,  voortaen  naer  te  commen 
ende  niet  meer  soo  laeten  vervoeren,  waar  op  wg  haer  alles  hadden 
vergeven  datter  gepasseert  was,  maar  dit  vluchten  dede  ons  dencken 
dat  haer  beloften  nn  wederom  tenemael  vergeten  hadden. 

Sy  gaven  voor  antwoort,  dat  al  haar  overicheyt  naar  Hittoe  was, 
om  te  hooren  wat  accoort  tusschen  den  Gouverneur  ende  den  Kimolaha 
sonde  gemaact  worden,  ende  dat  daarom  be vreest  waren,  alsoo  sij 
wel  wisten  dat  veel  vganden  hadden  die  haar  bij  ons  verdacht  maecten. 
Maar  de  mosselen  lagen  daar  niet;  het  was  wat  anders  dat  haar 
schortte 

Den  16en  d^  smorgens  sijn  voor  Hittoe  gecommen.  Den  ondercoopman 
vant  comptoir  quam  aen  boort,  die  ons  seyde,  hoe  dat  Eamolaha 
Lemouri,  een  vande  Tarnataanse  gesanten,  van  Lucelle  wederom  op 
Hittoe  gecommen  was ,  dan  en  bracht  noch  geen  beschey  t  van  Kimolaha 
Leliatte.  Den  Seraffy  was  noch  op  Lucelle  gebleven,  wachtende  naar 
den  Patty  van  Cambelle,  ende  de  resterende  Oranquays,  waar  van 
noch  geen  antwoort  en  hadde  becomen.  Voerders  verstonden  van  d^. 
ondercoopman,  hoe  dat  een  schip  uyt  de  Molucos  was  gecommen, 
ende  lach  op  Henneheele,  hadde  mede  gebracht  eenen  ambassaet, 
genaempt  No£fa  Maniera  Bynyno  ^,  oom  van  den  Coninck  van  Tarnaten, 
die  hy  seyde  verstaen  te  hebben  last  ende  ordre  hadde  vanden  Coninck 
van  Tarnaten,  ende  synen  Raat  om  alle  geschillen  ende  onlusten, 
alhier  in  dese  qnartieren  te  bevreedigen.  Hy  was  naar  men  ons  berechtte 
uyt  Ternaten  daarom  herwaarts  gecommen,  hadde  by  hem  80  Tarna- 
taense  soldaten,  waermede  als  alhier  alle  saacken  waren  beslecht, 
ende  den  vreede  gevest ,  naer  Bouton  sonde  vertrecken  om  den  Coninck 
aldaar  tegens  den  Maccasser  te  assisteeren 

Den  25en  d^.  verstonden  van  het  volck  van  Hittoe,  dat  op  den 
24en  een  brieff  van  den  Coninck  van  Tarnaten  aen  Capiteyn  Hittoe, 
ende  resterende  Oranquays  van  den  Noffa  Maniera  was  overgelevert, 
welcken  brief  die  van  Hittoe  met  groote  manificentie  hadden  ontfangen , 
waar  over  wy  terstont  schreven  naar  Hittoe,  aen  den  ondercoopman 
vant  Nederlants  comptoir ,  dat  den  brieff  van  den  Coninck  van  Tamaten, 
aen  die  van  Hittoe  geschreven  en  gesonden,  Capiteyn  Hittoe  sonde 


1    Ngofamanira  Binuno.  Zie  hiervóór  bl.  91. 


105 

afeyschen,  ende  hem  doen  copieeren,  op  dat  ons  den  inhont  van 
dien  mocht  bekent  sijn 

Den  Goninck  van  Tarnatens  brleff  was  meest  van  desen  inhontt 
ofte  den  sin  daarvan:  eerst  verhaelende  veel  onde  geschiedenissen, 
hoe  in  voortyden  noch  niet  seer  lanck  geleeden,  eenen  broeder  van- 
den Coninck  van  Tematen ,  Coninck  van  Hittoe  hadde  geweest  ^  waer 
door  haer  te  verstaen  gaff,  dat  sij  noch  een  lidt  van  de  Croon  van 
Tematen  waren,  daerom  sg  weynich  dachten.  Ende  alsoo  Oapiteyn 
Hittoe  nu  in  des  pverleeden  Conincx  plaats,  was  gesnccedeert,  ver- 
maent  hem  tot  sijnen  schuldigen  plicht,  niet  hem  alleen,  maar  de 
vorder  overhooffden  mede. 

Oaff  haer  mede  te  verstaen  hoe  dat  des  Conincx  raet  moste  be- 
staen  in  thien  parsoouen,  maar  wert  nu  maar  9  bevonden,  ter  oor- 
saacke  die  van  Hittoe  niet  en  compareeren.  Hg  seijt  den  naem  van 
Hittoe  well  hoort  noemen,  maer  den  persoon  en  verschynt  niet, 
versoect  niet  alleen  maer  gebiet  die  van  Hittoe  sijnen  gesant  den 
Koffa  Maniera  de  hant  te  bieden,  ende  hem  in  alles  te  assisteeren. 

Soo  veel  belangt  die  van  Hittoe  Lamme,  Mammale  Wackesievel, 
betoonen  dat  den  Tamataen  geheel  sijn  toegedaen ;  dese  hebben  haar 
nagelen,  altsamen  bg  nacht,  ende  ander  gelegen  t^den,  over  naar 
Lotthoe  ofte  Lucelle  gebracht,  ende  aende  Macassaren  vercocht, 
twelck  wy  niet  hebben  connen  beletten,  maer  soo  Capiteyn  Hittoe 
het  selve  hadde  willen  doen,  soude  daar  in  wel  wat  goets  hebben 
connen,  te  weech  brengen.   ^ 


1  In  den  brief  des  konings  (waarvan  de  vertaling  op  *tR.  A.  aanwezig  is) 
wordt  gezegd  dat  de  Hitoeëezen  den  broeder  van  een  zgner  voorgangers,  met 
name  Derwys  [Deroewies;  Tarroewese  bg  Valentgn;  hg  werd  later  Sultan  van 
Ternate]  als  koning  erkend  hadden.  De  Hitoeëezen  hadden  dit  echter  steeds  ge- 
loochend. Zie  Valentyn  II  2  p.  6. 

2  Kapitein  Hitoe  loochende  het  feit  en  zeide  dat,  als  hij  Hniet  had  knnnen 
beletten,  hij  hnlp  van  't  kasteel  zou  verzocht  hebben.  Tan  Gorcum  verhaalt 
echter  in  een  vorigen  brief  dat  sommige  Hitoeëezen  gezegd  zouden  hebben  hunne 
nagelen  liever  voor  1/4  reaal  aan  de  Macassaren  dan  voor  2  realen  aan  de 
Hollanders  te  verkoopen.  Toch  blijkt  uit  de  opgave  van  G.G.  en  Baden  aan 
Bewindhebbers  dat  yan  de  nagelen  in  1626  te  Batavia  ontvangen  wel  de  helft» 
in  1627  wel  2/3  van  Hitoe  afkomstig  was. 


106 

XXIL    Jan  van  Goren m,  Gonvemenr  van  Ambon,  aan 
den  Gonv.-Gen.  Pt.  de  Carpenlier,  26  Jnli  1626. 

Nadat  de  sehepen  den  Cameel,  ende  flnyt  Edam  waren  vertroeken 
hebben,  volgens  genomen  resolutie  ende  belofte  aende  Tamataensche 
gesanten,  den  19en  stanty  [Jani]  ons  naer  Hittoe  begeven ,  om  aldaer 
met  den  Kimolaha  ende  voorder  overhoofifden  van  Louhou,  Cambelle 
ende  de  resterende  plaetsen  te  spreecken  over  den  stilstandt  van 
wapenen,  bij  de  gesanten  van  Tamaten  ons  voorgestelt;  hebben 
aldaer  moeten  vertoeven  tot  den  2en  July  al  eer  den  Kimolaha  by 
ons  is  verscheenen 

Den  3en  is  den  Kimolaha  Leliatte  ende  eenen  Callebatte,  sgnde 
des  Coninex  toUenaer,  in  het  Nederlandts  huys  bij  ons  gecomen, 
als  mede  de  gesanten  Noffa  Maniero  ^  ende  Serafiy,  Cappiteyn  Hitto 
met  noch  twee  Orangkays,  voorders  seven  persoonen  nyt  onsen 
Lantraet.  Bi)  den  anderen  synde  vielen  eenige  redenen  voor  van 
t'  geene  gepasseert  was ,  doch  al  eer  men  tot  de  saeck  quam  eyscbten 
hare  gevangenen  die  wij  op  Amboyna  hadden;  seyden  de  selve  voor 
den  oorlooch  door  bedroch  waren  gevangen  genomen  bij  den  heer 
Gouverneur  Van  Speult,  waarover  sQ  seyden  deselve  nu  behoorden 
los  gelaten  te  worden.  De  gesanten  Noffa  Maniero  ende  Seraffy 
hadden  daachs  te  vooren  mede  aen  ons  ernstich  versocht  om  de 
voornoemde  gevangenen  los  te  moogen   crijgen,   maer  hadden  haer 

r 

hetselve  geweygert,  haer  aenseggende  dat  den  Kimolaha  mede  ge- 
vangenen van  ons  hadde,  ende  dat  oock  eenige  wech  gelopen  slaven 
van  onse  bergers  in  Amboyna  in  handen  vanden  Kimolaha  waren; 
souden  met  den  anderen  daer  van  spreecken  ende  ons  in  alle  rede- 
lijckheyt  laten  vinden. 

Wy  vraechden  aenden  Kimolaha  waer  dat  de  Overhoofden  van 
Louhou,  Cambella,  Erangh,  ende  de  andere  plaetsen  waeren,  dat 
alhier  niet  mede  en  verscheenen;  hij  seyde  dat  slj  met  den  anderen 
waeren  verdraegen  wat  gesint  waren  aen  te  gaen  ende  dat  hy  daer 
van  volcomen  last  hadde;  voorders  des  noodich  sijnde  en  hadde 
niemandt   te   vragen,    sijnde  stadthouder  wegens  den  Coninck  van 


1     Zie  hiervóór  bil.  91 ,  104. 


107 

Tarnaeten,  ende  wat  hij  besloodt  ende  met  ons  luscordeerde  mosten 
des  Goninokx  onderdaenen  wel  naeroomen.  Maar  nu  waren  sy  in 
hare  meyninge  overeengecomen ,  gelijck  de  gesanten  Noffa  Maniero 
ende  Seraffy  bekent  was,  die  daerop  seyde  het  selve  warachtich  te 
syn  ende  dat  den  Kimolaha  ende  Gallebatte  van  alles  last  ende 
commissie  hadden,  ende  wat  de  selve  met  ons  beslooten,  dat  het 
voor  goet  ende  van  waerden  sonde  gehouden  werden.  Den  gesant 
Nofl^  Maniero  seyde  dat  hij  aldaar  des  Coninex  plaats  becleede  ende 
sijnen  persoon  representeerde ,  ende  dat  men  voorders  niemant  hadde 
te  vragen.  Doch  ten  was  soo  breet  met  den  Noffa  Maniero  niet;  den 
Kimolaha  haddet  gesach  ende  wat  Mj  seyde  wert  van  haar  niet 
wedersproocken,  maer  't  was  jae,  ende  amen  wat  hy  daer  op  seyde. 

Wy  seyden  den  Kimolaha  ende.  Callebatte  voorders  aen,  hoe  dat 
ter  compste  van  Noffa  Maniero,  die  van  den  Coninck  van  Tamaten 
ende  synen  Raet  alhier  inde  qnartieren  van  Ambogna  was  gesonden 
om  de  onlusten  alhier  tnsschen  ons  ende  des  gemelten  Coninex 
onderdanen  ontstaen  ter  neder  te  leggen,  ende  alle  viantlycke  acten 
te  doen  ophouden ,  waervan  den  gemelten  Noffa  Maniero  ons .  de 
brieven,  van  den  Coninck  van  Tarnaten  aenden  Kimolaha  ende 
voorder  overhooffden  vande  cust  van  Ceram  geschreven,  hadde  ver> 
thoont;  die  voorders  aen  ons  mede  versocht  dat  van  onsen  syde  de 
wapenen  oock  wilde  nederleggen  ende  in  vrede  met  den  anderen 
omgaen ;  tertijt  by  d'Ed.  heer  Gouverneur  Generael  wegens  den  staet 
der  Vereenichde  Nederlanden  in  Indien,  ende  den  Coninck  van 
Tamaten  ofte  door  hare  Ed.  gecommitteerden  de  saecken  beslecht 
ende  alle  misverstanden  wech  genomen  souden  werden,  tot  welcken 
eynde  de  gemelten  Coninck  van  Tamaten  sijne  gesanten  in  Batavia  aen 
d'Ed.  heer  Generael  hadde  gesonden ,  die  hier  nu  tegenwoordich  waeren. 

Den  Kimolaha  ende  Callebatte  antwoordden  hier  op  dat  haer  dit 
alles  bekent  was,  ende  dat  voorders  den  last  ende  bevel  van  haeren 
Coninck  wilden  naercoomen,  soo  wy  mede  tot  den  vreede  gesint 
waeren.  Wij  seyden  haer  voorders  hoe  dat  w^  door  't  versoeck 
vande  gesanten  Noffa  Maniero  ende  Seraffij  alhier  op  Hittoe  waren 
gecomen  om  te  hooren  wat  den  Kimolaha  wegens  den  vreede  ofte 
stilstandt  van  wapenen  ons  soude  voor  stellen,  ende  onder  wat  con- 
ditie hij  denselven  wilde  aennemen.  Soo  haer  voorstel  redelijck  was 
sonde  ons  daer  naer  achicken. 


108 

Hier  op  heeft  den  Kimolaha  geantwoort  dat  geen  conditie  voor  te 
Btellen  en  hadde  als  alleen  dat  men  aen  weder  sgden  de  wapenen 
sonde  neder  leggen  ende  met  den  anderen  in  vrientschap  leven 
gelgck  voor  desen,  tot  dat  bg  d'  Ed.  heer  Generael  ende  Ooninck 
van  Tamaten  op  alles  ordre  sonde  gestelt  worden,  waer  naer  ons 
beyden  als  dan  souden  hebben  te  reguleren;  maer  de  gevangenen 
van  Lissidy,  die  sij  seyden  voor  den  oorlooch  gevangen  te  syn,  ver- 
sochten  dat  los  gelaten  sonden  mogen  worden.  Wy  seyden  haar 
wederom  dat  twee  Nederlanders  bij  haer  gevangen  waren  als  mede 
eenige  wech  gelopen  slaven  van  onse  borgers,  die  den  Kimolaha  in 
handen  hadde.  Soo  ons  de  selve  wederom  wierden  gegeven  sonde 
hare  gevangenen  als  dan  oock  in  hare  handen  over  leveren  ende 
anders  niet.    .    •    • •    « 

Cappiteyn  Hittoe  hielt  mede  aen  om  de  gevangenen  los  te  crygen 
800  dat  het  scheen  off  dese  onderhandelinge  tot  geenen  anderen 
eynde  was  aengeleyt  dan  om  haer  gevangenen  daer  door  vrg  te 
moogen  crygen. 

Wy  stelden  haer  voor  soo  men  tot  den  stilstant  van  wapenen 
soude  comen,  dat  alsdan  geen  vreemde  handelaers  aen  haer  stran- 
den meer  mosten  gedogen,  maer  die  van  daer  weeren,  want  soo 
lange  de  Maccassaren  ende  andere  vreemdelingen  haeren  handel 
aldaer  mochten  dry  ven  conde  bi)  ons  geen  vreede  gehouden  worden , 
want  al  de  onheylen  daerdoor  ontstaen  waeren.  Hier  op  antwoordde 
den  Kimolaha  dat  het  in  geenige  vande  oude  comptracten  te  vinden 
was  dat  geene  joncken  aen  hare  stranden  mochten  comen ,  off  ten 
was  haer  bij  de  selve  comptracten  niet  verboden  om  met  haer  te  han- 
delen, maer  wel  dat  geene  nagelen  aen  niemandt  als  aende  Neder- 
landers mochten  vercoopen,  het  welck  sij  luyden  noyt  gedaen  en 
hebben,  tot  den  tijt  dat  den  Gouverneur  Van  Speult  de  comptracten 
selfs  hadde  verbroocken  ende  haer  in  betaelinge  voor  de  nagelen  in 
plaets  van  geit  met  cleden  ende  rijs  hadden  willen  voldoen  waer 
toe  sg  niet  conden  verstaen,  alsoo  het  selve  tegens  de  comptracten 
was  strydende  ende  dat  sij  om  dese  redenen  haer  mede  tegens  de 
comptracten  vergrepen  hadden. 

Wy  seyden  haer  voerders  aen  ofte  haeren  coninck  nu  den  oorlooch 
tegen  den  Maccasaer  niet  en  hadde  aengenomen  ende  dat  sij  nu 
mede  deselve  voor  vganden  mosten  verclaren,  ende  geenen  toeganck 


meer  en  mochten  verleenen.  SQ  antwoordden  jae,  ende  dat  men  oock 
niet  soude  bevinden  dat  eenige  Maccassaren  haeren  handel  in  de 
qnartieren  aldaer  meer  sonden  toegelaten  worden,  maer  soo  sQ  b^ 
haer  aldaer  verscheenen  wilde  deselve  vgantlyck  aentasten  ^  Maer 
de  Maleyen  ende  Javanen  die  hondert  jaeren  voor  onse  compst  aldaer 
haeren  handel  hadden  gedreven  conde  de  selve  nn  niet  verjagen 
ende  haer  selven  van  haere  neringe  ende  welvaert  ontblooten;  s^ 
seyden  ons  voorder  aen  dat  dit  een  van  de  principaelste  pointen 
was;  dat  men  het  selve  sonde  laten  bernsten  tot  dat  alle  verschillen 
ende  qnestien  bij  d'Ed.  heer  Generael  ende  den  Coninck  van  Tar- 
naten  afgedaen  sonde  werden ,  ende  soo  het  by  haren  Coninck  als  dan 
goet  gevonden  wort  dat  geene  vreemde  handelaers  daer  meer  sullen 
gedoocht  worden,  willen  het  selve  dan  naercoomen. 

Als  wy  sagen  dat  haer  tot  het  selve  niet  en  conden  brengen, 
hebben  naer  veel  redenen  metten  anderen  gehadt  dese  nevensgaende 
articnlen  beslooten  ^  ende  voorders  alles  uytgestelt  tot  dat  bij  ÜEd. 
ende  den  Coninck  van  Tamaten  alles  sal  beslecht  worden  .... 

Den  Noffa  Maniero  versocht  aen  ons  dat  al  soo  sgne  saecken 
alhier  in  Amboyna  verrichtet  hadde  dat  wij  hem  op  't  spoedichste 
wilden  naer  Bonthon  helpen,  om  sgns  Conincx  last  ende  commissie 
te  mogen  nytvoeren,  waer  van  UEd.  in  onsen  voorgaende  hebben 
geschreven  ^.  Het  jacht  Pera  was  geordonneert  met  advysen  naer 
Battavia  te  gaen,  met  welck  jacht  wg  den  bovengenoemde  No£fa 
Maniero  hebben  toegestaen  met  sijn  volck  naer  Bonton  te  mogen 
vertrecken.  Hij  was  nog  90  coppen  sterck,  die  ons  alhier  nyt  Tar* 
naten  op  den  hals  waeren  gesonden.  Mosten  haer  van  alle  nootdmft 
versien,  alsoo  niet  en  hadden  * 


1  Zg  konden  dit  gemakkelgk  beloven  omdat  liet  meerendeel  geen  Dfakassareil 
waren  maar  Maleiers  te  Makansar  woonachtig,  die  de  nagelen  kwamen  opkoopen« 

2  Deze  zgn  gedrukt  bg  Yalent^'n  (ü  2,  p.  58).  In  plaats  yan  de  hoofdletters 
na  den  naam  yan  Jan  yan  Gorcnm  yindt  men  in  *t  afschrift  op  H  B.  A.  de 
namen:  Leliatte,  Kalambatto,  Kaffa  Maniera,  Serraffy. 

3  H^  had  in  last  met  de  door  hem  medegebrachte  Tematanen  naar  Boetoü 
te  gaan  om  den  radja  (leenman  yan  Temate)  bg  te  staan  tegen  de  Makassaren. 
Zie  hieryóór  bl.  104. 

4  De  Tematanen  kwamen  te  laat  om  den  radja  yan  Boeton  hulp  te  yerleenen^ 
Hy  was  reeds   door  den   j^Koning  Y&n  Macassar^*   onderworpen  en  schatplichtig 


110 

j9oo  veel  aengaet  hét  crnysen  van  onse  jachten ,  dat  wij  meenen 
daer  mede  de  vaert  vande  joncken  te  beletten  ende  te  verhoeden 
dat  geenige  vreemde  handelaers  aende  custe  van  Ceram ,  als  Erangh, 
Cambelle,  Lissidy  en  souden  comen,  is  voor  ons  onmogelijck.  Al 
waert  dat  noch  twintich  jachten  alhier  inde  qaartieren  van  Amboyna 
werden  gebonden,  de  plaetsen,  havenen,  revieren  ende  bayen  syn 
te  veel  om  te  besetten,  ende  waer  onse  jachten  coomen  hebben  een 
leegen  ^al  ende  dat  overal  sonder  ancker  gront;  de  jachten  brengen 
wel  800  veel  te  weege  dat  de  joncken  haere  reysen  met  vrees  ende 
per^ckel  moeten  doen;  oock  raekter  al  te  mets  een  tegen  de  wal, 
maer  daer  wert  by  haer  niet  op  gepast;  de  profijten  versoet^ 
wederom  de  geleden  schaede. 

Wy  hebben  tot  verscheyde  stonden  over  dese  handelaers  met  de 
gesanten  Noffa  Maniero  ende  SerajQfy  in  discoursen  geweest,  haer 
voordragende  wat  onheylen  daer  uyt  ontstonden  ende  voorders  wat 
schade  den  Coninck  van  Tarnaten  daerdoor  was  toecommende.  De 
gesanten  seyden  dat  geene  van  haer  voor  desen  in  de  qnartieren 
van  Amboyna  hadden  geweest,  ende  dat  sy  nu  met  haer  oogen 
sagen  hoe  iraudeleus  alhier  met  des  Conincx  domeynen  ende  tollen 
wert  geleeft;  de  vreemde  handelaers  brachten  den  Coninck  geen 
proffijt  maer  groote  schade  toe,  want  wat  nagelen  aen  haer  ver- 
cocht  worden,  daer  van  wert  des  Conincx  gerechtigheyt  niet  betaeit, 
ma^  den  Eimolaha  ende  tolmeester  ende  andere  grooten  aldaer 
werden  met  schencken  ende  vereeringen  vande  Maccassaren  ende 
Maléyen  omgecocht  waer  op  sij  huysen  vol  schoone  vrouwen  ende 
slaven  hielden ,  maer  haeren  Coninck  die  tot  den  hals  toe  in  schulden 
^adt ,  .lieten,  sij  schier  tot  de  uyternte  ellende  vervall^.  Meynden  nu 
den  Coninck  ende  synen  raedt  van  alles  soo  wel  t  onderrechten  dat 
op  den  Elimolahas  doen  beter  acht  sonde  genomen  wórden  ende  dat 
haer  vals  aendraegen  ende  groote  logenen  bij  den  Coninck  ende 
grooten  in  Tamaten  soo  veel  gelooff  niet  meer  en  souden  hebben. 
Doch  wat  sal  men  hiervan  geloven^  off  haer  vertrouwen  al  soo  den 
anderen  in  boosheyt  gelijck  syn. 

Soo  die  Van  de  euste  van  Ceram  hare  nagelen  volgens  gemaeckt 
accoott  ende  beloften  aen  ons  leverden,  gcHjck  sy  voorgeven  te 
willen  doen,  stillen  deselve  met  cont£tnt  moeten  betalen,  alsoo  niet 
en  willen  verstaen  tot  cleden  ofte  rijs  in  betalinge  aen  te  nemeu. 


111 

Naer  haer  seggen  soade  dit  monsoD  bij  haer  een  groot  gewas  geven 
waer  over  noch  een  goede  partie  nagelen  sallen  connen  beeomen 
worden;  het  omhonwen  ende  raseren  vande  boomen  bij  ons  't  ver- 
leden jaer  gedaen,  waer  over  gemeynt  wordt  dat  weinige  nagelen 
meer  van  daer  souden  connen  gehaelt  werden,  naer  haer  seggen 
sonde  wij  in  onse  meyninge  bedrogen  wesen,  alsoo  van  haer  verstaen 
hebben  en  sonde  niet  boven  de  helft  vande  nagel  boomen  bedorven 
s^n  800  dat  ons  noch  een  goede  quantiteit  nagelen  van  daer  staet 
te  verwachten,  hij  aldien  haer  woordt  ende  beloften  naer  comen.  . 
Actum  int  Gasteel  Amboyna  den  26en  Jnlij  anno  1626. 


XXIII.    Jan  van  Gorcnm,  Gouverneur  van  Ambon,  aan 
den  G.-G.  Pt.  de  Carpentier ,  9  September  1626. 

Bij  ons  voorich  gesonden  Journael  heeft  YËd.  cunnen  sien  hoe 
die  van  Hatuwa,  Hitto  Lammo  ende  Cabbauw  ^  haer  met  die  van 
de  custe  van  Ceram  hadden  verbonden  ende  met  den  Kimolaoha  de 
negrij  van  Oma  hadden  helpen  affloopen,  waerover  Cappiteijn  Hittoe 
eenigen  tijt  daer  naer  met  een  corcor  is  aent  Gasteel  gecomen,  aen 
ons  versoeckende  dat  hem  mocht  toegelaten  worden  met  z^n  corcor 
naer  Hatnwa  te  mogen  gaen.  Hg  meynde  wel  middel  te  vinden  om 
die  van  Hatuwa  en  Gabauw  wederom  tot  haren  schuldigen  plicht  te 
doen  keeren.  Wij  hebben  hem  zijn  versoeck  toegestaen,  doch  hoe 
hij  hier  in  gehandelt  heeft  geven  ons  de  wtcomsten  te  kennen, 
want  in  plaetse  dat  die  van  Hatuwa  met  haren  aenhanck  haer 
wederom  tot  gehoorsaemheyt  zouden  begeven,  is  gevolcht  dat  die 
van  Kaylola  haer  mede  bij  die  van  Hatuwa  hebben  gevoecht.  Dit 
s^n  de  vruchten  die  de  Gompa.  van  Gappiteyn  Hittoe  treckt.  Het 
volck  van  dese  dry  Negris  hebben  met  den  anderen  haer  int 
geberchte  sterck  gemaeckt,  connen  met  den  anderen  wel  ontrent  de 
duysent  man  wtmaecken. 

In  Aagusto  hadde  den  Oppercoopman  S'.  Philips  Lncasz  naer 
Oma  gezonden  om  te  besichtigen   ofte   den  reduyt  aldaer  volgens 


1    Kabaoe  op  Haroekoe.  Van  Hitoe  Lama  bl^kt  niets  uit  het  JonmaaL. 


öDJBe  ordre  op  wan  gemaeckt,  ende  hem  met  eenen  belast  int 
wederom  keeren  Hatuwa  aen  te  doen ,  op  hope  ofif  yets  goets  met 
haer  zoude  eunnen  van  doen  crygen.  Wy  hebben  haer  verscheyde 
reysen  doen  aensoecken  ende  alles  goets  doen  aenpresenteeren ,  maer 
het  schynt  datter  geen  gelooff  bij  haer  en  is,  haer  eygen  gemoet 
overtnycht  haer  over  haer  valscheyt  ende  ontrouw,  soo  dat  voor 
haer  rechtvaerdige  straffe  beducht  zQn. 

Over  dese  zaecke  van  Hatuwa  met  haren  aenhanck  hebben  met 
onsen  Raet  veel  ende  verscheyden  disconrssen  gehadt,  als  mede  met 
den  Landtraet,  haer  voorgedragen  hoe  noodich  het  was  dat  dese 
moetwil  ende  trouweloosheyt  van  onsen  onderdanen  ter  exempel  van 
andere  op  't  hooghste  behoorden  gestraft  te  worden,  dat  het  oock 
hoogh  tyt  was  dat  men  het  bg  der  handt  nam,  doch  naer  lange 
dispnyten  aen  weder  zijde  wert  niet  raetsaem  geacht  die  van  Hatuwa 
met  gewelt  aen  te  tasten,  maer  wert  goetgevonden  het  selve  wt  te 
stellen   tot  dat  VE.  daer  van  soude  geadviseert  hebben  i.    .     .    . 

Naer  dat  men  ons  rapporteert  zoude  van  dit  mousson  van  alle 
quartieten  voor  de  Comp».  ontrent  de  500  Portugiesche  bhaar 
nagelen  becomen  werden,  bij  aldien  de  vrede  tusschen  ons  ende 
den  Temataen  can  tewegé  gebracht  worden,  maer  soo  men  wederom 
tot  de  wapenen  moet  comen  zal  't  leveren  van  nagelen  weynich  om 
't  lijff  hebben ' 

Actum  int  Gasteel  Amboina  den  9en  September  A^  1626. 

Was  onderteeckent 

V.  Ëd.  altyt  onderdanigen  dienaer 

Jan   van  Goecum. 


1  Er  moesten  te  veel  plaatsen  bezet  blgyen  öm  eenige  maclit  te  kutlnen 
Ontwikkelen.  Volgens  de  opgave  van  Van  Gorcnm  waren  in  Juni  1626  200  sol- 
daten verdeeld  op  Amblau,  Oering,  Hitoe,  Larika,  de  pas  (van  Bagnala)} 
Hatnaha,  Oma,  Honimoa,  Toehaha  (beiden  op  Saparoea)  en  Noesalaoet. 


11^ 

XXIV.  Jan  van  Gorcnm,   Gonvernenr  van  AmboH,  aaü 
den  Gk)uv.-6en.  Pt.  de  Carpentier,  6  Augustus  1627. 


De  bese3mdinge  vande  joncken  in  dese  quartieren  ende  het  ont- 
voeren vande  naegelen  wert  principael  bij  de  Ëngelsche  gevoordert 
ende  te  weegh  gebracht;  voerders  de  groote  proflSjten  doen  de  Maleyen 
ende  Maccassaren  het  uyterste  avontueren.  Naer  men  ons  berecht 
heeft  ende  soo  w§  mede  van  eenige  Ouseratten  verstaen  hebben, 
gaet  het  tusschen  de  Ëngelsche  ende  vreemde  handelaers  aldus  toe. 
De  joncken  die  van  Macassar  naer  de  quartieren  van  Amboina  ver- 
trecken,  om  nagelen  te  procureren,  werden  by  d'Engelsen,  Deenen 
ofte  Portugiesen  met  contanten,  cleeden  ende  ander  coopmanschap 
tot  opcoop  van  naegelen  versorght,  ende  dat  onder  alsulcken  reserve , 
dat  soo  het  gevalt  dat  deselve  joncken  by  ons  werden  aengehaelt^ 
genomen  ofte  tegens  den  wal  gejaecht  ende  alsoo  comen  te  veronge-^ 
lucken,  ofte  dat  door  storm  ofte  quaet  weder  comen  te  biyven,  soo 
sijn  de  schippers  ofte  cooplieden  vande  joncken  ongebonden  van 
hare  met  genomen  geit  cleeden  ofte  andere  coopmanschappen  iets  te 
betaelen,  maer  alles  blijft  met  den  anderen  verloren;  ende  soo  sQ 
behouden  reys  doen  ende  eenige  naegelen  hebben  becomen,  moeten 
deselve  leveren  aende  geene  die  syn  geit  ende  coopmanschappen 
met  haer  heeft  geavontu3rt,  die  haer  alsdan  voor  yder  bahar  nae- 
gelen betaelen  200  reaelen  van  achten.  Daerenboven  moet  den  ont- 
fanger  vande  naegelen  den  Ooninck  syn  tol  ende  gerechticheyt  noch 
betaelen.  Hoe  veel  het  selve  bedraecht  is  ons  onbekent. 

De  naegelen  die  bij  dese  handelaers  werden  becomen,  het  sy  by 
die  vande  custe  van  Ceram ,  Hittoe  ofte  andere  plaetsen  j  werden  by 
haer  ingecocht  tot  120 Rn  van  achten  de  bahar,  het  welcke  met  ons 
in  den  coop  de  helft  verscheelt.  Het  en  is  dan  soo  vreemt  niet  dat 
bij  d'inwoonders  alhier  het  meeste  geit  gesocht  wert;hetisvasteiyck 
te  gelooven,  soo  de  gelegentheyt  sulcx  voorstelde  ende  diergell)cke 
onse  natie  presenteerde,  en  sonde  niet  een  hair  beter  hier  in  han- 
delen als  nu  bij  de  naturelen  alhier  wert  gedaen ,  ten  waer  dat  het 
selve  haer  by  de  overheyt  verboden  wert  ende  den  middel  ontnomen 
om  sulcx  te  doen,  want  de  meeste  proffijten  yder  altijt  aengenaemst 

B^n.  Het  schgnt  inderdaet  dat  het  betaelen  vande  naegelen  met  rys 

8 


ende  cleeden,  oock  ten  deele  met  geit,  alleen  de  obrsaeck  niet  en  is 
dat  de  selve  aende  vreemde  handelaers  vercocht  werden.  Maer  den 
meesten  pr^s  ende  har«n  boosen  ingenomen  haet  tegens  des  Com- 
pagnies staet  brenght  dit  alles  te  wege.  Wij  hebben  na  van  dit 
monson  die  van  Hittoe  meest  met  contant  betaelt,  maer  het  schynt 
dat  daer  door  niet  veel  gevoordert  ^i  hebben ,  hoewel  sij  Inyden  veel 
ende  verscheyden  reysen  ons  hebben  aengeseyt,  soo  men  volgens  de 
onde  contracten  hare  naegelen  met  geit  betaelde ,  datter  dan  niemant 
sonde  trachten  om  eenige  naegelen  aende  vreemde  te  vercoopen.  Het  is 
wel  soo  dat  de  Compagnie  volgens  de  contracten  gebonden  is  de  nae- 
gelen met  contant  te  betaelen ;  mede  is  het  geit  bi)  haer  aengenaemst. 
Oock  salt  daer  toe  moeten  commen  dat  men  int  generael  voor  de  naegelen 
sal  moeten  geit  geven ,  want  soo  men  den  eenen  meer  hier  in  als 
d'ander  te  wil  is  salt  groote  afkeer  causeren,  gelyck  wij  bevinden 
dat  het  met  die  van  Laricqne ,  Wackesive ,  Grien  ende  Asselolo  geschiet, 
die  tegens  ons  daer  over  ten  hoochsten  geclaecht  hebben,  dat  men 
die  van  Hittoe  om  hare  boosheyt  ontsagh  ende  hare  naegelen  daromme 
met  comptant  betaelde,  daer  tegens  haer,  die  hnnnen  schuldigen 
plicht  in  alles  sochten  naer  te  commen ,  mosten  haer  met  cleden  ende 
weynich    geit    (tot    betaelinge    van    hare    nagelen)     gecontenteert 

houden  

Van  Capiteyn  Hittoe  ende  het  meeste  van  sfln  soon  Halevy  hebben 
verstaen  wat  den  Coninck  van  Maccassar  in  s^ne  missiven  aen  den 
Kimelaha  ende  de  voorder  overhooffden  vande  custe  van  Cheram 
adviseert.  Hebben  mijn  hetselve  stucxwijse  verhaelt,  soo  veel  sij 
kennisse  daer  van  hadden.  Den  Coninck  van  Samboppo  hadde  aenden 
Kimelaha  ende  bovengenoemde  overhooffden  laeten  weten,  hoe  dat 
in  Maccassar  een  natie  van  volck  was  gecomen  die  men  Denen  noemde  , 
synde  mede  Cristenen,  ende  dat  deselven  hadden  voorgenomen  aldaer 
te  comen  handelen  ende  waren  gesint  voerders  een  verbont  met  hem 
ende  haer  te  maken,  waer  over  hij  den  Kimelaha  ende  voorder  over- 
hooffden ten  hoochsten  recommandeerde  sorge  te  dragen  dat  tot  haerder 
comste  aldaer  een  goede  partye  naegelen  mochte  gereet  s^n  om  aen 
haer  te  leveren;  hij  soude  deselve  tot  veel  hooger  prijs  (als  de  Hol- 
landers deden)  betaelen.  Voerders  dat  dese  Deenen  eenen  machtigen 
Coninck  tot  haren  heer  hadden,  waer  tegens  de  Hollanders  niet  en 
souden  dorven  opstaen  noch  de  wapenen  aennemen.  Wgders  dat  het 


115 

DU  tgdt  was  om  op  haren  staedt  te  letten  ende  deselve  nn  te  verseeckeren , 
dewijl    de    gelegentheyt    haer  dese   goede    occagie   voorstelden  pr« 

adyys.  ^ 

Actum  in  't  Gasteel  Amboyna  adij  6  Aog.  1627. 

Was  onderteeckent  Jas-  tas-  Gobotjm. 

[Bovenstaande  briefis  de  eenige  nit  Ambon  van  dit  jaar,  die  op  't  R,  A. 
gevonden  wordt,  doch  over  den  toestand  van  Ambon  en  omliggende 
eilanden  in  dezen  tgd  vergelijke  men  het  /  Verbael  vanden  iegen- 
woordigen  staet  inde  qnartieren  van  Amboyna  o  door  Gillis  Seys,  die 
als  commissaris  door  den  Oouv.  Gen.  naar  Ambon  en  de  Molnkken 
werd  gezonden  om  de  kantoren  te  visiteeren.  Het  is  gedrukt  in  de 
verzameling  /r Begin  ende  voortgang  der  O.  I.  Compagnie//  achter  't 
journaal  van  Verhoeff.  Uit  een  gelgktydig  afschrift  (R.  A.)  is  mg 
gebleken  dat  deze  uitgave  zeer  incorrect  is.  Niet  alleen  zgn  de  namen 
veelal  verhaspeld  (b.  v.  Aaga  voor  Haya),  maar  soms  is  de  zin 
onbegrypelijk  geworden.  Blz.  131,  2e  kolom,  r.  9  v.  o.  leze  men 
voor  //by  de  Compagaie/» :  //beyde  de  Compagnien// ; blz.  134, 2e kolom, 
r.  9  V.  o.,  voor  i^Alle  dese  Negeryen-»  lees:  //After  dese  Negry/' ; 
blz.  135,  2e  kolom  r.  12  v.  o.  voor  //Lancat/i^  lees  //Lanxt#  (langs); 
blz.  136,  Ie  kolom,  r.  2  v.  b.  voor  lo,  Cleyn//  lees  i^lO  cleyne 
negrijs//;  blz.  137,  Ie  kolom,  r.  6  v.  o.,  voor  //Behaauesos//  lees 
iEfbelhamels//  en  r.  5  v.  o.  voor  //veralineert//  lees  '/geallieert// ;  blz. 
140  kol.  2  r.  7  V.  b.  voor  //hun  volharden//  lees  //sien  te  volharden.] 


XXV.    Jacques  Ie  Febure,  Gouverneur  der  Molukken, 
aan  den  G.-G.  Pt  de  Carpentier ,  30  Maart  1627. 

Corts  nae   d'   overleveringe   vande   voors.  poincten  '   is  d'  oude 
Princesse,   suster  vande  Gougou  ende  Cappiteyn  Laout  overleeden, 


1  De  Benen,  die  zich  te  Trankebar  aan  de  kust  van  XoromandeL gevestigd 
hadden,   bezochten  sinds  1625  van  daar  nit  Makassar,  om  specerijen  te  koopen* 

2  Zij  behelsden  een  protest  van  den  Gonvernenr  en  z^n  Baad  tegen  het 
henlen  der  Tematanen  met  den  T^and,  het  verkoopen  der  nagelen  aan  de  Tido<* 
reezen,  enz» 


ö]p  welcke  begraeffenisse  Gitchil  Monssa  vermidts  het  Bgn  üioeyè 
was  1  van  Tabelole  ontboden  wierdt.  Hier  comende  gingh  hy  door 
mandaet  van  den  Gongoa  ten  hnyse  daert  doode  lichaem  lach,  om 
't  selve  te  sien.  Den  Coninck  is  daer  mede  gecomen;  hem  siende 
Bloech  mettet  riet  dat  in  sijn  handt  hadde  den  tuylbant  vant  hooft, 
stootende  voorts  daer  meede  int  aengesicht,  waer  over  Monssa  wegh 
gingh,  den  wekken  de  Coninck  volghde,  vattende  de  crits  van  den 
voorsz.  Moussa  wtthanden  vanden  geenen  diese  droech;  die  wi- 
treckende,  hem  daer  meede  vervolcbde.  Eij,  dit  siende,  nam  de 
Vlucht  in  een  hnys  daer  ontrent  staende.  Ondertusschen  ist  geruchte 
by  Cappiteyn  Laout  gecommen,  den  wekken  dadelyck  met  party 
van  syn  vokk  gewapent  sich  derwaerts  vervoeghde.  Den  Coninck, 
suicx  verneemende,  siende  Cappiteyn  Laout  naer  hem  toe  quam, 
nam  de  vlucht  ende  viel  int  graff  daer  men  de  doode  princesse  in 
begraven  soude.  Laoüt,  dit  siende,  retireerde,  roepende t  Monssa 
waer  syt  ghy ,  levendich  oft  doot ;  leeft  ghy  compt ,  presenteert  u ; 
jgy  dy  doot,  sal  ick  oock  sterven!  Waer  over  Moussa  hem  opeü- 
baerde,  die  hy  dadeiyck  schilt  en  swaert  inde  handt  gatf  seggende, 
gèstoort  synde,  wees  niet  bevreest,  laet  sien  wye  u  leedt  doen  sal. 
Boo  dat  op  een  c5rt  van  weeder  syden  tusschen  2  a  300  manneti 
inde  wapenen  raceten.  By  aldien  Moussa  doot  oft  geqnest  waete, 
den  Coninck  apparenteiyck  mette  selfde  munte  betaelt  soude  gewor- 
den hebben.  Dus  alle  over  hoop  staende,  is  den  Gongou  gecommen, 
die  de  partye  van  Cappiteyn  Laout  nam,  doende  ygeiycken  ver- 
trecken,  seggende:  twaere  nu  geen  tyt  om  metten  anderen  over 
hoop  te  leggen;  men  soude  de  princesses  doode  lichaem  onder 
d'aerde  helpen;  soo  den  Coninck  met  Moussa  yets  wttstaende  hadde, 
sy  beyden  mochten  malcanderen  daer  nae  te  keere  gaen;  Moussa 
mocht  soo  wel  als  hy  coninck  werden.  ËyndeHJcken  door  tusschen 
spreecken  vande  papen  syn  gescheyden,  ende  een  yder  vertrocken. 
Des  avondts  sondt  cappiteyn  Laout  syn  sadaha  by  my ,  versouckende 
Moussa  snachts  by  ons  int  fort  mochte  comen,  aldaer  secreeteiyck 
verborgen  te  bUjven,  om  grooter  swaericheden  aen  weeder  syden  te 
verhoeden.   Wy    hebben   hem  sulct  toegestaen.    * 


1    Zie  de  geslaclitstafel  hierna  bl.  121 


117 

Mettet  arrivement  vanden  Coninck  van  Pangesaer  ^  alhier,  ver- 
stonden de  2  Spaensche  galeyen  nevens  noch  eenich  vaertuych  (nae 
dat  den  aenslach  op  Baetsian  *  Godtloff  haer  miste :)  daer  bij  sieb  den 
Siaawer  ende  Coalonger  gevoecht  hadden,  inde  groote  baye  van 
Sangij  gearriveert  waeren,  met  intentie  de  plaets  van  Manganite 
aen  te  tasten  ende  den  Sanger  onder  hnn  gehoorsaemheyt  te  brengen. 
Weynichtijts  hiernaer  raporteerden  ons  een  overlooper,  die  metten 
galleyen  van  daer  geeomen  was,  hoese  de  voorsz.  plaets  beschooten, 
aengetast  ende  d9or  de  Sangers  wel  gedefendeert  is  geweest,  met 
verlies  van  6  a  7  Spaenjaerden  nevens  eenige  geqnetsten  vertrocken 
ende   sonder   yets   te   verrichten   weder   herwaerts  gekeert  waeren. 

Op  7en  Febmary  heeft  den  vQandt  sijn  secorre  ^  van  Manilha 
becommen,  bestaende  in  3  cleyne  jachten,  op  hebbende  t'een  6, 
t'ander  4  ende  het  derde  2  stncxkens,  nevens  60  soldaten  daer 
meede  oock  qnam  Citchil  Hamsia,  broeder  vanden  Gongon  ende 
Gappiteyn  Laont,  die  van  Gammalamme  op  9en  deser  met  13  Mar- 
dijcken  aen  Taccomy,  en  van  daer  door  de  Tarnatanen  des  anderen 
daeghs  hier  gebrocht,  met  bootschap  weegen  den  Coninck  die  in 
Manilha  gevangen  sidt  aen  syn  soon  ende  alle  de  principaele  Tar- 
nataense  overicheyt 

Int  Gasteel  Malleye  op  Tarnaten  30en  Martij  anno  1627. 

[Ik  heb  uit  de  brieven  van  J.  Ie  Febure  van  1627  weinig  mede- 
gedeeld, omdat  de  gebeurtenissen  van  dat  jaar,  o.  a.  het  voorgenomen 
verraad  door  de  Laboeërs  op  Batsjan,  reeds  bekend  zyn  uit  het  i^  Verhael 
vande  Molucquo's'/  door  Gillis  Seys,  even  als  zijn  verslag  over 
Ambon  in  afschrift  op  't  R.  A.  aanwezig  en  gedrukt  in  //Begin  ende 
Voortgang  der  0«I.  Compagnie/!^  achter  't  journaal  van  Verhoeff.  De 
namen  zijn  even  onnauwkeurig  weergegeven  als  in  't  Ambonsche 
verhaal  b.  v.  Bachian  de  Crasto  voor  Bastiaen  de  Gastro,  Gabesydy 
voor  Gebasydy,  Gayca  voor  Cayo  enz.;  zeer  zinstorende  fouten  vond 
ik  bl.   168,   Ie  kolom,  r.  10  v.  o.   i^ter  verhaelde  zgn//  voor  //ten 


1  Zie  het  Yorige  stak. 

2  Zie  hierover  mgne  mededeeling  aan  het  slot  van  dit  stiüc 

3  Socorro,  secours. 


118 

vérhaelden  fyneif;  bl.  169,  Ie  kolom,  r.  12  v.b.  /«'kennisse*'  voor 
i/bekenteDis8e# ;  bl.  182  r.  9  v.  o.  staat  irSingagie  van  gantsch  Motir 
daer  gevlucht//  lees:  //Sengagie  van  Gana,  van  Motir  daer  gevlucht^r 
en  vier  regels  booger  staat  ffde  Verg.//  voor  #den  voorgaanden// ; 
bl.  183,  2e  kolom,  r.  2  v.b.  staat  //Pedro  da  Cunkia die gevaerlycke 
nu  4  maenden/^  etc.  lees:  //Pedro  da  CuDha,  die  ongevaerlyck  (onge- 
veer) nu  4  maenden//. 

Van  Oillis  Seys  is  ook  een  «rJoumael  ende  Dach-Register^  op 
't  R.  A.  aanwezig,  beginnende  met  1  Maart  1627  (zyn  vertrek  van 
Batavia)  tot  14  September  (zijn  terugkomst  aldaar),  maar  het  behelst 
geen  bizonderheden  van  beteekenis  die  niet  ook  in  de  gedrukte  ver- 
slagen voorkomen. 

Seys  vertrok  den  6  November  1627  weder  van  Batavia  naar  de 
Molukken  om  den  Gouverneur  Le  Febure  voorloopig  te  vervangen 
als  //President  over  't  gouvernement  in  de  Molukken//,  hetgeen  eerst 
den  4  Maart  1628  plaats  had.  Zyn  bestuur  duurde  slechts  weinige 
maanden.  Hij  overleed  den  10  Augustus  van  hetzelfde  jaar.] 


XXVl.    Jacq.  le  Febure,  Gouverneur  der  Molukken,  aan 
den  G.-G.  Pt.  de  Carpentier,  16  Augustus  1627. 


April  22  arriveerde  met  een  praeu  den  Coninck  van  Liboute  ^ 
aen  de  custe  van  Gorentale  gelegen,  die  rapporteerde  den  Macasser 
daer  geweest  was,  eenige  inwoonderen  met  dreygementen  soo  verre 
gebracht  dat  se  haer  onder  subjectie  begeven  hadden.  Geschapen 
stont  door  vreese  vande  Macassaer  alle  de  omleggende  plaatsen 
(bg  aldien  door  den  Tarnataen  daer  in  niet  versien  werdt)  onder 
sQn  gehoorsaemheyt  te  brengen.  Sont  sijne  vlaggen  naer  eenige 
plaetsen  noch  onder  de  Tarnatanen  staende,  die  deselve  weygerden 
ende   niet   begeerden   aen   te   nemen   tot  een  teecken  sy  onder  hem 


1    Limbotoe  ten  W.  Tan  Gorontalo.  (Noordeiyk  schiereiland  van  Oelebes). 


119 

submitteerde;  hij  sonde  de  sulcke  beoorlogen  ende  geheel  t'onder- 
brengen.  Dese  tijdinge  behaechden  den  Tainataen  ende  principael 
Citchil  Aly,  onder  wien  de  plaetsen  staen  ende  jaerlijcx  aan  hem 
tribneren ,  gans  niet  wel ,  sich  hier  over  jegens  den  Maccasser  seer 
gestoort  thoonende.  Claechde  mij  dat  door  quade  pitchiaeringen ,  waer 
van  den  Coninck  ende  eenige  Soyasives  de  schuit  gaff,  alhaer 
dingen  verlooren  gingen  etc.  ' 

Den  16  Jnny  des  nachts  is  den  Coninck  van  Tamaten  overleden, 
waer  over  Citchil  Aly  versocht  ick  d'oppercoopluyden  Gregorius 
Corneli  ende  Wagensvelt  eens  by  hem  wilde  laten  comen;  hy  hadde 
haer  yets  te  seggen  om  my  aen  te  dienen,  daer  aen  gelegen  was, 
t'  welk  geschiedde.  Daer  comende  versocht  seer  eemstelijck  soo  wt 
sijnen  name  als  van  wegen  den  Gongon,  alle  d'overicheyt  ende  de 
gantsche  gemeente,  dat  de  Comp.  henluyden  de  waerdije  van  30 
bhaer  nagelen  in  cleeden  als  anders  souden  willen  verstrecken  om 
tot  des  Conings  wtvaert  t'employeren ,  sich  neffens  verscheyden 
overicheden   verbindende   t'selve   metten    eersten   in   corten  tijt  met 

nagelen   te   betalen. Hebben  eenstemmich  geresolveert  men 

haer  voor  dees  tijt  op  conditie  als  boven  25  a  30  bhaer  in  cleeden 
tot  wtvoeringe  van  des  Conings  wtvaert  te  borch  geven  sal  om  haer 
de  maete  in  alles  soo  veel  doenlyck  vol  te  meten 

T  gereet  maeken  vande  preparaten  tot  de  begraeffenisse  van  den 
Coninc  heeft  geduert  tot  den  20  d",  als  wanneer  naer  den  middach 
ter  aerden  gebracht  is,  synde  de  stellagie,  daer  op  het  doode 
lichaem  lach,  wel  van  150  man  gedragen,  seer  sierelijck  behangen 
met  damasten,  goude  laeckenen,  sattynen,  armosynen,  alderley 
couleuren  van  cleeden,  wimpelen,  bannieren,  waeyende  vant  voorste 
eynde  een  prince  ende  achter  een  moorsche  vlagge,  staende  op  de 
voorsz,  stellagie  rontsom  de  kiste  des  Conings  dienaressen,  alle  opt 
magnificxt  (ge)cleedt,  yder  inde  hant  hebbende  daer  mede  sy  ge- 
went  waren   hem   in   sijn  leven  te  dienen.  Voor  de  voorsz.  stellagie 


1  Hierop  volgt  het  verhaal  van  de  Makassersche  prauw,  op  Ti  dore  gekomen  9 
dat  ook  te  vinden  is  bg  Gillis  Seys,  bl.  162.  Uit  dezen  brief  bl^kt  dat  het 
kooplieden  nit  Makassar  waren  die  een  brief  van  hun  vorst  aan  den  Sultan  van 
Tidore  medebrachten ,  waarin  hem  hulp  van  25  k  30  korrekorren  beloofd  werd 
als  hjj  die  noodig  mocht  hebben,  zonder  verder  in  bizonderheden  te  treden. 


120 

marcheerden    3   Compagnien   Tarnatanen   in    de    wapenen,    met  ge- 
steecken   vaendels,   de   trommels   met   swart    overtrocken;  daer  nae 
volchden  op  stoelen   gedragen  des  Coninex  principale  dienaers,  ver- 
tboonende   waermede   hem   gedient   hadden.  Voorts  alle  d'overicheyt 
SoyasiveSy   Sengagies   Kimelaha's,   onder   den   anderen,  over  hoop, 
niet  in   ordre   gaende.   Achter   de   stellagie  ofte  tlyck  volchden  wQ 
ende  den  Gougou  geaccompagneert  met  60  mnsqaettiers.  Marcherende 
voorts  tot   de   plaets  daert  graff  gemaeckt  was,  alwaer  den  yeman 
ofte  opperste  paep  op  de  Moorse  maniere  een  cort  gebet  over  't  doode 
lichaem    des    Conings    dede,    naer   twelck   de   Ciichils,   Sengagies 
Eimelahas   ende   geen   van  minder  qnaliteyt,  de  kiste  mettet  doode 
lichaem  vande  stellagie  namen  ende  naert  graff  droegen.  Int  inleggen 
deden  de  soldaten  3  charges  met  mnsquets,  ende  wt  ons  fort  werden 
12   schoten   met   groff  geschnt   gedaen    ter   eeren   van  des  Conings 
begraeffenisse.  Hier   nae  namen  ons  afscheydt  van  den  Goagou  ende 
d'ander  principale  overicheyt,   die  sich  danckbaer  thoonden  over  de 
eere   die  wy   de   begraeffenisse   vanden  Coninck  aengedaen  hadden, 
ende  sijn   wederom   naert  fort  gekeert.  Des  Conings  hnysinge  wiert 
by  nacht  ende   dach  rontsom  starck  bewaert,  vermits  sijn  vronwen 
daer  in  waren  ende  blijven  moeten  totter  tijt  een  ander  Coninck 
gecooren  werdt,  daer  seer  diveers  van  gesproken  wiert  wie  't  wesen 
sal,    alhoewel    den    Coninck   3   soontgens  waer   van   t'een   ontrent 
4  jaren  oudt  is  met  een  dochterken  nae  liet. 

Kimelaha  Limory  op  22  Juny  bij  ons  verschijnende,  seggende: 
de  Soyasives  en  Sengages,  representerende  den  raet  des  Coninck- 
rocken  van  Tarnaten,  jegenwoordich  bij  den  anderen  vergadert 
sijnde  om  te  delibereren  over  de  verkiesinge  eenes  nieuwen  Conings , 
gecommitteert  was  om  wt  haer  aller  name  mij  voren  te  dragen,  etc. 

[Hierop  volgt  een  uitvoerig  verhaal,  dat  hierop  neerkomt.  De 
Tematanen  dragen  4  personen  voor  als  gerechtigd  tot  de  kroon, 
nl.  het  oudste  der  drie  zoontjes  van  den  overleden  koning  (4 
jaar  oud) ,  den  Djogoegoe ,  K.  Ali  en  K.  Hamdja  en  verzoeken  daar- 
over de  meening  te  hooren  van  den  Gouverneur  en  zijn  Raad.  Na 
eenig  overleg  geven  deze  te  kennen  dat  in  geval  de  Tematanen  in 
de  tegenwoordige  omstandigheden  een  bekwamen  vorst  noodig achten, 
K.  Ali  hun  voorkomt  de  geschikte  man  te  zijn,  doch  wanneer  zg 


121 


zich  aan  de  opvolging  in  de  rechte  lijn  ^  wenschen  te  honden,  dat 
zij  den  jongen  Koning  dan  als  momboirs  zonden  toevoegen  den 
Djogoegoe  en  K.  Ali.  Yan  K.  Hamdja  spreken  zij  met  opzet  niet 
daar  zg  dezen  voor  te  i^gespanjoliseert//  honden  wegens  zijn  lang- 
durig verblijf  te  Manila.  (Hij  was  daar  gekerstend  en  zelfs  in  de 
kerk  getrouwd.)  De  Tematanen  zenden  hierop  weder  afgevaardigden 
om  den  Goaverneur  en  zijn  raad  kennis  te  geven  dat  het  hun  meening 
is  Hamdja  tot  sultan  te  verkiezen ,  omdat  hij  hun  anders  met  behulp 
der  Spanjaarden  te  veel  kwaad  zou  berokkenen,  wat  w^  met  de 
sobere  hulp  die  wij  hen  verleenden,  niet  zouden  kunnen  beletten. 
Ali  wilden  zQ  niet,  want  /^ vreesden  te  straf  dat  hij  hen  zou  ringel- 
ooren,  zooals  hij  in  tijden  van  den  overleden  Koning  gedaan  had//. 
Hamdja  hielden  zQ  voor  //zachtzinniger  en  discreter//  en  tevens  voor 
een  man  van  genoegzame  autoriteit  om  de  heerschzucht  der  grooten 
in  toom  te  houden.  Bovendien  was  hg ,  hoewel  jonger  dan  Ali ,  door 
zijne  moeder  van  aanzienlgker  geslacht.  Le  Febure  c.  s.  blijven  bij 
hun  meening  en  raden  die  keuze  ten  sterkste  af,  maar  de  Tamatanen 
zijn  niet  tot  andere  gedachten  te  brengen.] 

Op  21  d®  [Juli]  liet  Citchil  Aly  mij  weten  verstaen  hadde  hoe 
de  Soyasives  voornamen  Citchiel  Hamsia  morgen  als  Coninck  te  pro- 
clameren dan  eer  sij  daer  mede  voortgingen  souden  sy  mg  selfs 
comen  spreken.  (Desen  nacht  ten  huyse  van  Aly  waren  den  Gougou 


1  Het  was  aan  Le  Eebnre  waarschyülijk  onbekend  dat  volgens  de  Molaksche 
gewoonte  —  waar  van  wel  is  waar  dikw^ls  was  afgeweken  —  de  opvolging 
niet  in  de  rechte  Ign  plaats  had  maar  de  kroon  op  een  der  broeders  of  een  der 
broeders  of  zusters  zonen  van  den  overledene  moest  overgaan.  Zie  hier  hoe 
Modafar  en  Hamdja  elkander  bestonden : 

Hairoen  of  Hairoel  djamiel, 

Sultan   van    Temate. 


Baboe 
(Hairoens  opvolger). 

I 
Sahid 

(Baboe^s  opvolger). 

I 

Modafar 
^Sahids  plaatsvervanger). 

I 

Mandarsjah 
(Opvolger  van  Hamdja). 


Toeion  of  Toloe. 


Hamdja.        Ali. 


Djonai. 
(de  Djo- 
goegoe?) 


Hafsin. 

I 
I 

Moesa. 


122 

ende  Hamsia  by  malcanderen  vergadert;  wat  haer  pitsiaeringe  is 
geweest  connen  niet  weten ,  dan  't  gene  daer  op  volchde  wijst  sulcx 
genonchsaem  wt.)  Des  anderen  daegs  naer  den  middacb  vergaderden 
de  SoyasiveSy  de  Sengages,  Kimelahas,  soo  van  hier,  Macqian, 
Gammacanorre ,  Sabouwe ,  als  andere  plaetsen.  Sijn  mette  selve  nevens 
2  compagnien  Tarnatanen  ten  hnyse  van  Citcbil  Hamsia  gegaen, 
seggende  tegens  de  voorsz.  Sengages  ende  andere  overicbeyt:  siet, 
hier  is  den  genen  die  uwen  Coninek  wesen  sal,  waer  voor  ghy 
soubatten  sult;  den  genen  dieder  yets  tegen  heeft  oft  salcx  niet 
begeert  te  doen  sullen  wij  dadelyck  den  cop  afsmijten.  Waer  mede 
den  Hoccum  ende  den  (sic)  Soyasives  soubatten,  gelljck  insgelycx 
daer  op  d' andere  altsamen  volchden.  Dit  gedaen  s^nde,  hebben 
Hamsia  int  raethuys  gebracht,  waer  geboden  wiert  de  gemeente 
met  alle  d'  overicbeyt  te  verschijnen ,  hem  te  soubatten ,  voor  haren 
Coninek  t'  erkennen  ende  wt  te  roepen,  als  geschiede.  Den  Gougon 
en  Citcbil  Aly  waeren  daer  mede  ontboden,  dan  niet  gecompareert. 
Op  dusdaniger  maniere  hebben  se  Citchil  Hamsia  Coninek  geprocla- 
meert,  tot  verwonderinge  ende  tegens  d' opinie  van  velen.  Dit  meynden 
wij  door  den  Gougou  ende  Citchil  Aly  (des  nachts  hier  boven  aen- 
geroert)  gepitsiaert  is  geweest,  alhoewel  si)  seyden  dese  electie  sonder 
haer  weten  geschiet  te  wesen  ende  door  gestoortheyt  den  Gougon 
consuys  dadelyck  daer  om  nae  Gammacanorre  vertrock,  soo  my  liet 
aenseggen  daer  hy  noch  jegenwoordich  is ,  Citchil  Aly  eenige  dagen 
niemant  willende  vande  Soyasives  te  spraecke  staen  om  t'  affront  soo 
wtstrooyde  hem  geschiet  te  wesen. 

Om  t'  recht  bescheyt  van  dese  gepasseerde  saecken  te  verstaen 
liet  ick  Citchil  Aly  weten  oft  geliefde  eens  bij  mij  te  comen,  waer 
over  des  nachts  ten  12  uren  int  fort  quam.  Vroechde  hem  oft  Citchil 
Hamsia  met  sijn,  ende  den  Gougous  voorweten  Coninek  gemaeckt 
was,  daer  op  antwoorde  dat  hij,  noch  sijn  broeder,  int  selve  niet 
geconsenteert,  de  Soyasives  op  hun  eygen  authoriteyt  gedaen  ende 
de  saecke  dus  verde  gebracht,  verwondert  sich  syluyden  niet  eerst 
naerder,  volgens  belofte,  met  ons  daerover  gesproken  hadden,  seg- 
gende sulcx  sonder  onse,  sijne  ende  den  Gougous  licentie  niet  ver- 
mochten te  doen.  Daer  hem  op  vraegde  waerom  dan  tselve  niet 
belettede,  daer  hl)  al  suchtende  op  seyde:  wat  sal  ick  doen,  't  is 
mijn    bloet   ende  broeder;   waer't   yemant   anders   t'  soude  soo  niet 


123 

gegaen  hebben,  genoecbsaem  daer  mede  te  kennen  gevende  t'.hem 
800  leet  niet  was  als  hy  sich  te  voren  daer  tegens  wel  gestelt  hadde , 
ende  principaigck  op  dat  des  Conings  soontjens  tot  de  croone  niet 
comen  souden,  waer  door  haer  geslacht  geheel  daervan  gefrnstreert 
stont  te  blijven,  seggende  Hamsia  was  nu  Coninck;  hadde  toe  te 
sien  dat  behoorlyck  sorge  voort  lant  droech  ende  wel  regierde,  off 
anders  soude  lichtelijck  daer  weder  afgeset  en  een  ander  in  plaets 
gestelt  worden;  hy  wilde  van  sijnder  sijden  oock  sorge  dragen  dat 
alles  wel  gaen  soude,  daer  aen  niet  twyffelden  etc. 

Den  3en  Augusty  is  Citchil  Hamsia  nevens  Citchil  Aly  en  den 
Tarnataensen  raet  met  een  groote  suite  boven  gecomen  wiens  eerste 
inleydinge  was  etc.  ' 

Hierop  hem  int  largo  voorgestelt  t'  gepasseerde  met  de  Soyasives 
als  hier  voren  verhaelt,  en  dat  wy,  gesien  hebbende  t'  gunt  geschiet 
is  sonder  ons  te  kennen  en  met  de  crooninge  voortvarende ,  alles  met 
goede  oogen  aengesien,  en  voorgenomen  hadden  te  verwachten  wat 
den  tyt  leeren  soude.  Dede  hij  wel,  t' resulteerde  tot  syn  meeste 
eere  ende  voordeel  van  synen  staet ,  indien  hij  gesint  ware  d'  oude 
contracten  tusschen  de  croone  van  Tematen  en  den  staet  der  Ver- 
eenichde  Nederlanden  te  besweeren,  achtervolgen  en  doen  naer- 
commen,  inde  voetstappen  synder  voorouderen  treden,  niet  met  woor- 
den (gelyck  voor  desen  alte  veel  geschiet  is)  maer  metter  daet,  dat 
wy  d'  effecten  bespeurden  en  goet  rapport  van  hem  aen  d'  heer 
Generael  doen  mochten,  gelyck  wij  altijt  bereyt  syn  van  onsersyden 
in  geen  gebreecke  te  blijven,  wilden  hem  alsdan  voor  eenen  gecoren 
Coninck    van    Tarnaten    erkennen    en    naer    vermogen   assisteren. 

Den  commissaris  Sr.  Gillis  Seys  hebben  op  syn  aencomste  bij  der 
hant  laten  nemen  volgens  sijne  commissie  ende  instructie  den  last 
daer  toe  hij  hier  gesonden  is ,  oock  volgens  VEd.  recommandatie  hem 

in  alles  de  goede  hant  tot  uytvoeringe  syns  ampts  geboden 

Wat  de  capaciteyt  van  synen  persoon  aengaet,  voor  soo  veel  ons 
alhier  is  gebleken  houden  hem  voor  een  deligent  persoon,  tot  be- 
voorderinge  synnes  ampts  van  goeden  ommeganck  ende  discretie, 
soo   dat   wij   meinen  de  Compagnie  t'  sy  in  de  voordere  continuance 


J    Wat  hg  betoogt  komt  op  't  «elfde  ueer  s^la  in  den  volgenden  brief. 


124 

vant  gene   begonnen  heeft  ofte  in  ander  employement  goeden  dienst 

van  hem  staet  te  trecken 

Desen   16   Angusty  An°   1627   int   caateel  Maleye  op   Tarnaten. 

Wafl  onderteeckent, 
Jaecques  Le  Febübe. 


XX VIL    Ham  dj  a,   sultan   van   Temate,  aan    den   G.-G. 

Pt.  de  Carpentier,  14  Augustus  1627.    (Uit  het 
Ternataansch  vertaald.) 

lek  den  Goninck  Sultan  Hamir  Hamsia  schrijve  desen  brieff  aen 
den  Ed.  heer  Pieter  de  Carpentier,  Gouverneur  generael  wegen  den 
prins  van  Hollandt  in  dese  Oost  Indische  quartieren  ende  doe  sgn 
Ed.  seer  hertelijck  groeten. 

Ten  tijde  dat  UËd.  missive  aen  mijnen  zoon  ^  door  UEd.  Com- 
missarissen hier  gebracht  en  den  Raedt  vertoont  wiert,  was  ick  wtt 
last  vanden  ouden  Coninck  mijn  broeder  wt  de  Manilhas  gecommen 
om  een  corracorra  van  hier  té  haelen  en  daer  mede  hem  herwaert 
te  brengen,  gelijck  onder  ons  de  maniere  is. 

Tot  welcken  eynde  bij  den  voorsz.  overleeden  Coninck  en  den 
Tamataensen  Raet  goet  gevonden  wiert  dat  ick  met  dit  zuider- 
mouson  weder  nae  de  Manillas  soude  vertrecken  met  soodanich  een 
corracorra. 

Interim  is  den  ouden  Coninck  van  Tydoor  deeser  werelt  over- 
leeden en  wiert  dtselve  corracorra  (om  onse  oude  costumen  t'obser- 
veren)  met  een  present  (tot  vereeringe  op  sijne  begraefenisse  en 
wtvaert)  derrewaert  gesonden,  welcke  (vermidts  mijnen  broeder  den 
capiteyn  Laout  doen  ter  tijt  een  Macassaers  joncgen  dat,  aen 
gemelten  Tydorees  vanden  Macassaersen  Coninck  gesonden  sijnde, 
op  Gammacanorra  vervallen  was ,  aentaste)  door  den  nieuwen  Coninck 
Guai'olammo  gearresteert,  waer  door  ick  vooreerst  van  myn  reys 
gefrustreert  wiert. 

Ondertusschen   is  mgn  zoon  den  Coninck  van  Ternaten  gestorven 


1    Hiermede  wordt  z^n  voorganger  bedoeld. 


125 

ende  ben  door  den  Tamataensen  Raedt  (met  toestemminge  der 
Overhoofden  vande  omliggende  plaetsen)  tot  Coninck  in  gijn  stede 
gecroont. 

Dan  hebbe  mQ  noyt  voor  snlcx  gebonden  (gelyck  als  nocb  niet 
doe)  voor  en  alieer  UEd.  wtt  den  name  des  booebgedaebten  Prince 
van  Hollandt  mij  daer  voor  erkent,  vermidts  mijn  antecessenr  meest 
door  de  Hollanders  in  sQn  rijcke  bevesticbt  en  gemaintineert  is,  op 
wien  in  veelen  een  misvertronwen  badden,  boe  veel  te  minder 
sullen  sij  mij  gelooven,  die  bij  de  24  jaeren  in  banden  der  Spaen- 
jaerden  geweest  ben.  Ja  al  dede  ick  nocb  soo  veel  groote  beloften, 
en  mgn  maebtt  soo  groot  waere  dat  ick  Godt  wtt  den  bemel  op 
der  eerden  brengben  conde,  laete  mg  evenwel  voorstaen  dat  gby- 
luiden  Hollanders  op  mg  geen  vertrouwen  sout  stellen  voor  en  al 
eer  ick  den  boocbgemeltten  prins  eenigen  dienst  gedaen  bebbe, 
wiens  plaetse  UEd.  in  dese  quartieren  is  becleedende,  wesbalven 
versoucke  UEd.  mg  gelieve  iets  tot  dienst  van  sgn  Excellentie 
streckende  te  commanderen,  wanneer  volcommen  gelooven  dat  UEd. 
mij  iets  goets  toevertrout,  om  't  welcke  te  bevestigen  als  dan  mgn 
debvoir  doen  sal. 

Diverscbe  brieven  sijnder  van  UEd.  aen  den  overledenen  Coninck 
en  den  Raedt  voor  desen  gesonden,  waer  door  UEd.  versocbte  alle 
ingecropene  abuisen  geremedieert  ende  dat  d'oude  contracten  mocbten 
in  haer  voorige  vigeur  en  cracbt  berstelt  werden,  waer  op  tot  nocb 
toe  niet  gevolcbt  is.  Van  gelycken  ben  ick  altyt  absent  geweest, 
bebalven  doen  UEd.  commissarissen  UEd.  laeste  missive  den  Raet 
in  myn  presentie  voorbidden,  wanneer  mgn  meergemelten  soon  op 
sijn  wtterste  lacb.  Nu  ick  door  de  gratie  des  Almogenden  in  sijn 
plaetse,  vermits  sijn  aflyvicbeyt,  gesuccedeert  ben,  sal  sorge  draegen 
dat  alles  op  den  ouden  voet  gebracbt  werde. 

Tot  welcken  eynde  seer  ernsticb  op  UEd.  versoecke  dat  UEd. 
sich  gelieve  te  vercleenen  en  t'aenstaende  mousson  ons  met  een 
sufficiënte  macht  te  comen  besoecken  ^ 

Ende  in  gevalle  ick  alsdan  niet  betoone  een  viandt  der  Spaeu'- 
jaerden  te  wesen  en   my   op  baer  over  't  verdriet  en  spijt  my  en 


1    Daarop   had  Ft.   de    Oarpentier  in  2^'n  brief  van  28  Febr.  1627  aan  den 
Sultan  en  zijn  Baad  uitzicht  gegeven. 


126 

mijn  voorouders  door  hun  aengedaen  niet  revengere ,  présentere  mijn 
hooft  te  verliesen. 

lek  sonde  van  na  af  sulcx  wel  willen  betoonen,  en  mgn  gene- 
gentheyt  is  soodanich,  dan  hebbe  op  d'intree  van  m^n  regiment 
desen  staet  soodanich  verwert  en  eenige  principaele  (door  den  lanc- 
dnerigen  pais)  verweent  (sic)  bevonden,  dat  grootelicx  daar  in 
beducht  ben,  ten  sy  dat  ÜEd.  personelijck  hier  verschijne,  wanneer 
des  te  beter  mijn  autoriteyt  gebmicken,  en  laten  blgcken  sal  tgnnt 
verhaelt  hebbe. 

Wat  aengaet  de  vruchten  van  dit  lant  (te  weten  nagelen)  belove 
daer  soodanige  sorge  voor  ie  dragen  dat  al  te  samen  in  handen  van 
UEd.  ministers  comenende  niet  gelijck  voor  desen  daer  mede  toe  gaet. 

Op  Motier  staet  het  gewas  mede  wel  schoon,  dan  duchte  dat  niet 
al  te  rechte  sal  comen  doordien  d'inwoonderen  (met  het  raseren  van 
het  fort)  tlant  verlaten  hebben  wtt  vreese  des  vlants. 

Eene  vande  voomaemste  oorsaecken,  dat  soo  insteren  om  ÜEd. 
herrewaert  comste  is  wel  vermits  voorseecker  weten  dat  den  Gou- 
verneur vande  Manilhas  met  een  groote  macht  t'aenstaende  mousson 
den  gevangenen  Coninck  hier  brengen  sal,  waer  tegen  noodich  is 
UEd.  met  de  sijne  sich  stelle  want  wy  sonder  UEd.  assistentie  niet 
vermogen. 

Van  geiycken  versoucke  dat  UEd.  metter  haest  dese  Molucas  van 
vyvres  en  amunitie  van  oorlooge  ampel  gelieft  te  versien,  want 
beducht  ben  dat  grootelijcx  sullen  van  doen  wesen,  andermael  opt 
thoochste  biddende  dat  UEd.  doch  niet  nalate  hier  te  comen  waer 
aen  meyne  den  Prins  grooten  dienst  geschiede. 

Wanneer  UEd.  gelieve  mede  te  brengen  200  musqnetten,  soo  veel 
stormhoeden ,  gelijcke  getal  malisrocken  oft  rustingen ,  om  myn  volck 
tot  dienst  van  hooch  gemelte  Prins  daer  mede  te  wapenen.  Van 
gelycken  een  silver  servuys  om  tot  mijn  tafel  te  gebrnycken.  Salt  al 
te  samen  ten  dancke  met  nagelen  betalen. 

Wat  't  stuck  van  Amboynna  belanght,  neme  op  mij  om  daer 
behoorlicke  sorge  voor  te  draegen. 

Eyntelyck  om  desen  te  besluiten  segge  dat  ben  en  blijven  sal  een 
getrouw  dienaer  vande  Prins  en  UEd.  wien  den  Almogenden  (naer 
myne  hertelicke  groetenisse)  in  sijn  bescherminge  bevele  en  gelnck 
en   voorspoet  toe   wensche*  Desen  14  Augusti  A.  1627  in  Temaete» 


12^? 

XXVlII.  Gk)ayerneur  Oeneraal  ^  en  Raden  van  Indië  aan 
Bewindhebbers  der  O.-I.  Compagnie ,  9  Novem- 
ber 1627. 


Die  van  Jamby  ende  Palimban  staen  tegen  den  anderen  in  termen 
van  oorloge  alsoo  den  outsten  soone  van  Jamby  bg  stipulatie  van 
hawelijck,  V  rijck  van  Palimban  is  pretenderende.  Doch  die  van 
Palimban  ^  honden  hem  niet  alleen  uyt  het  ryck,  maer  hebben  hem 
oock  van  sijne  wettelijcke  huysvrouwe  ende  alle  sijne  juweelen  gespo- 
lieert  ende  alsoo  ignomineuselijck  ledich  naer  Jamby  gesonden.  Hierop 
heeft  den  ouden  Coninck  van  Jamby  in  Julij  pas^<^.  een  expressen 
gezant  met  brieven  soo  aen  ons  als  d'Engelschen  naer  Batavia  gesonden , 
versouckende  onser  beyder  assistentie  tegen  die  van  Palimban,  tot 
reparatie  vant'  geleden  affront  ende  maintenue  van  sgns  soons  gerech- 
ticheyt,  met  toesegginge  soo  door  onse  assistentie  Palimban  gerecouvreert 
wierde,  in  recompense  van  dien  thien  jaers  tollen  in  sQn  landt  aen 
ieder  soude  vrij  geven.  D'Engelsen  hielden  haer  op  dien  tyt  van  ons 
heel  abstract,  gelijck  sij  noch  doen,  soo  dat  oock  met  ons  geene 
communicatie  over  dese  saecken  gehouden  hebben,  maer  boden  den 
gesant  dadelyck  met  grooten  boha  assistentie  van  drye  jachten,  om 
deselve  t'sijnen  believe  ende  commandement  te  gebruycken,  gelyck 
sg  oock  dadelijck  deselve  derwaerts  uytsetteden,  alsoo  sy  doch  bi} 
gebreck  van  capitael  geen  ander  employ  voor  deselve  hadden.  Om 
onse  estime  bij  die  van  Jamby  te  mainteneren  ende  geene  vorderlijcke 
conditien  aen  d'Ëngelschen  alleen  te  cederen,  conden  mede  niet  minder 
doen.  Waer  over  goet  vonden  derwaerts  te  seynden  t  schip  Z.  Hollandt , 
t^  jacht  den  Hazewindt  ende  t'  fregat  Fortuyntgen  gemant  met  170 
coppen,  omme  met  dese  ende  de  macht  in  Jamby  wesende,  den  Coninck 
soo  wel  als  d'Ëngelschen  ter  assistentie  te  staen,  met  expresse  last 
nochtans  aen  d'onse ,  dat  die  van  Jamby  ende  Palimban  bij  alle  redelijcke 
middelen  souden  trachten  te  verdraegen ,  liever  als  in  oorloch  te  treden  • 


1  Hoewel  ook  door  Coen  geteekend  is  deze  brief  nog  grootendeels  van  den 
tweeden  onderteekenaar,  Pt.  de  Carpentier,  zoo  als  blijkt  uit  een  brief  van 
dezen  van  15  November  en  overigens  ook  uit  den  styi. 

2  Dat  is:  de  broeder  van  den  overleden  Sultan,  met  wiens  dochter  (en  eenig 
kind)  de  prins  van  Djambi  gehuwd  was. 


1 


1^8 

dat  mede  tot  de  wapenen  tegen  die  van  Palimban  niet  comen  sonden 
voor  ende  aleer,  alle  redelijcke  conditien  geasperneert  sgnde^sij  onder 
protestatie  daertoe  gedwongen  wierden  ende  dat  dan  noch  niet  verder 
in  d'assistentie  haer  involveren  souden  'ak  met  schntgeweer  nyt  de 
schepen  op  de  stadt,  sonder  te  lande  yets  t'attenteren  maer  t'  selve 
de  Jambineesen  souden  laeten  waememen.  Sedert  hebben  per  missive 
van  den  lOen  Augnstij  uyt  Jamby  verstaen  hoe  den  Coninck  aldaer 
noch  geene  preparaten  tot  den  oorlogh  gedaen  hadde  ende  soo  t'  hem 
liet  aensien  weynich  middel  daertoe  wisten,  't  Schijnt  hy  meer  met 
representatie  van  onse  ende  der  Engelschen  assistentie  Palimban  hoopt 
tot  redelijcke  conditien  te  constringeren  als  met  ge  weidt  van  wapenen 
te  dwingen.  Oock  soo  en  heeft  hy  de  middel  ^  couragie  noch  beleidt 
niet,  om  met  gewelt  yets  te  vercrygen  soo  dat  ingevalle  die  van 
Palimban  tot  redelicheyt  niet  V  induceren  syn  de  furieuse  mine  van 

Jamby  wel  eventeren  mocht 

t'  Voorleden  W.  mousson  hadden  wy  nae  Banda  gecommitteert  om 
den  Gouverneur  Willem  Jansz.  te  verlossen  d'Hr.  Pieter  Vlack,  welcke, 
nae  dat  in  Martio  laestleden  in  Banda  wel  was  gearri veert,  t' gouver- 
nement aldaer  overgenomen  ende  op  vele  vervallene  saecken  seer  goede 
reformatie  ende  ordre  had  beginnen  te  stellen ,  int  oversteecken  van 
Rossingeyn  nae  Nera  met  een  orangbaey  oft  roeytuych  den  24en 
Juiy ,  van  de  Pouloronders ,  welcke  als  roeyers  mede  voeren ,  overrumpelt 
ende  met  syn  geselschap  gevanckeUjck  naer  Ceram  gebracht  is  * ,  by 
hem  hebbende  den  oppercoopman  Zendtpaert,  Capt».  Colff ,  den  Secretaris 
van  de  Voorde ,  een  Nederlandsche  vrouw ,  een  Uj ffschut  ende  eenige 
jongens ,  sonder  meer.  Lange  nae  men  verstaet  hebben  dese  Pouloronders 
op  soo  eene  occasie  geloert  om  door  soo  eene  middel  alle  de  Pouloronders, 
mans,  vrouwen  ende  kinderen,  welcke  noch  op  Banda  waren,  in 
vryheyt  te  stellen,  tot  welcke  resolutie  soo  men  meent  haer  te  meer 
geurgeert  heeft  dat  men  hunne  kinderen  in  de  schooien  begonde  te 
trecken,  van  t  Moorsdom  t'ontaerden  ende  in  de  Christeiycke  religie 
op  te  queecken,  waer  tegen  soo  groeten  hadye  ingenomen  hebben, 
dat  soo  t'schynt  geene  desperate  attentaten  souden  naegelaten  hebben , 
by  der  hant  te  nemen  om  haer  ende  haere  kinderen  hiervan  te  vryen- 


1  Eerst  naar  Tobo  aan  de  znidknst,  waar  men  hem  echter  niet  lang  yertrouwde , 
daar  die  kampong  onder  *t  kasteel  heette  te  staan ,  toen  naar  Kiibong  en  Kilmoeri 
meer  oostel^k. 


129 

Dat  overlang  dit  een  gepremediteert  stnck  sij  geweest ,  heeft  sich  met 
de  daet  geopenbaert,  also  alle  de  Ponloronscbe  manspsoonen,  sgnde 
over  de  150  sterck,  op  deselve  tijt  dat  het  feyt  aengeleydt  wierde 
haer  ter  vlncht  int  geberchte  begeven  hadden,  haere  vrouwen  ende 
kinderen  verlaten  hebbende,  welek  oock  datelyek  in  verseeckering 
genomen  sgn. 

Doot  dese  gevlnehte  Ponloronders  was  een  tijt  lang  t  bosch  ende 
noote-pereken  op  Groot-Banda  seer  onveyl,  soo  dat  de  vrachten  met 
convoy  moesten  geint  werden,  tot  dat  door  sonderlinge  beschickinge 
Godes  alle  de  voorsz :  gevluchte  sonder  slach  off  stoot  miraculeuselijck  in 
onser  handen  gecomen  ende  in  goede  verseeckeringe  genomen  waren. 

Nae  dat  de  Gouverneur  Vlack  met  sijn  geselschap  aldus  een  wijle 
op  Oeram  vervoert  was  geweest,  is  hij  met  d'overhooffden  der 
Bandanesen  ende  andere  aldaer  in  onderhandelinge  getreden  ende 
geaccordeert  hem  ende  sgn  geselschap  te  lossen,  tegen  alle  de 
Ponloronders  soo  mans,  vrouwen  als  kinderen  ende  haere  slaven  in 
Banda  noch  synde,  dat  deselve  al't  saemen  met  een  onser  schepen 
aen  de  custe  van  Ceram  gebracht  ende  aldaer  overgelevert  souden 
werden ;  waer  over  syne  E.  met  seeckere  Cheramsche  prauw  een 
brieff  aen  den  Raedt  in  Banda  sondt ,  met  last  om  dit  accordt  alsoo 
int  werck  te  stellen.  Int  eerste  vondt  sich  den  Raedt  vry  wat 
beswaert  sonder  ons  advys  ende  advoy  in  soo  een  emportante  saecke 
te  disponeeren ,  alsoo  daer  over  de  800  sielen  aen  dependeerden , 
beneffens  noch  andere  swaere  gevolgen,  als  onder  anderen  dat  soo 
veele  van  d'alreede  gechristende  kinderen  wederom  ten  proge  vant 
heylloos  Moorsdom  souden  overgelevert  werden,  waertoe  d'Ecclesi- 
astique  niet  wel  verstaen  conden,  gelyck  sij  oock  reden  daer  toe 
hadden.  Niettemin  is  eyndelinge  den  Raedt  in  dese  saecke  soo  ven'e 
getreden  dat  sg  met  d'overgecomene  van  Ceram  accordeerden  alle 
de  mans  ende  vrouwspersonen  behalven  de  schoolkinderen  voorhaeren 
Gouverneur  ende  sijn  geselschap  te  willen  lossen,  waertoe  de  Ce- 
rammers  lichtelijck  verstonden,  hoopende  d'onse  noch  bet  bg  den 
neus  te  leyden  ende  treffelgcker  tour  te  speelen  als  sij  aireede 
gedaen  hadden,  gelijck  naderhandt  uytgecomen  is,  voorgenomen 
hebbende  t'  schip  in  een  quade  baeye  te  verleyden  ende  met  hulpe 
van  die  vant  landt  tselve  aldaer  met  correcorren  aff  te  loopen.  Voor 
welck  disaster  Godt  Almachtich  beter  voor  d'onse  voorsach,  want 

9 


130 

naedat  (de)  gevluchte  Ponloronders  alt'  saemen  opt'  getroffen  aecordt 
uyt  het  geberchte  affgecomen  waren ,  omme  met  haere  vronwen 
t'embarqneren ,  sijnde  omtrent  600  sielen  sterck,  ende  nae  dat  slj 
aireede  gescheept  waren  in  Monickendam,  mede  inhebbende  de 
nooten  ende  foelye  voor  Batavia ,  begonde  den  Raedt  eerst  te  diffi- 
culteeren  hoe  soo  een  hoop  volcks ,  te  weeten  600  Bandanesohe  ende 
200  Nederlandsche  sielen  van  water  ende  oost  in  soo  een  becfompen 
schip  souden  connen  versien.  Daer  beneffens  in  consideratie  nemende 
de  laetheyt  van  t  O.  Mouson ,  gelyck  mede ,  soo  dit  schip  een  vaer- 
weer  beliep  ende  Ceram  niet  dadelQck  aen  boort  creech,  in  groote 
miserie  stont  te  vervallen.  Item  dat  door  de  reyse  van  Ceram 
tVoyagie  nae  Batavia  lichtelijck  sonde  connen  versuymt  werden, 
ende  andere  swaermoedige  consideratien  meer,  veranderde  op  een 
subyt  van  resolutie ,  arresterende  de  saecke  tot  naerder  advgs  van 
hier  in  te  sien,  nemende  ondertnsschen  alle  de  Bandanesen  in  goede 
verseeckeringe ,  ^  waardoor  Godt  loff  groote  beduchteigcke  swaric- 
heden  gemQdet  syn,  ende  Banda  ondertnsschen  t'  eenemael  van  dit 
gevlucht  gespuys  tot  groote  vreugd  ende  ruste  van  alle  d'ingesetenen 
vayl  gemaekt  is .    . 

Van  Key  ende  Arou  waeren  opt  jongste  vant'  voorleeden  Ooster 
Mouson  1626  in  Banda  aengekomen^acht  jonckgens,  met  saga  ende 
andere  provisien  geladen,  welcke  weder  met  goedt  profijt  nae  haer 
landt  waeren  gekeert  ende  belooft  hadden  dit  jaer  noch  stercker  in 
Banda  te  verschynen.  Watter  op  gevolcht  sij  hoopen  in  May  off 
Junij  aenstaende  van  daer  te  vernemen. 

Van  Java  waeren  daer  mede  aengeweest  vier  jonckgens  met 
weynich  rijs  ende  andere  provisien,  welcke  mede  met  goet  genoegen 
van  daer  gescheyden  syn  ende  apparent  dit  aenstaende  W.  Mouson 
weder  derrewaerts  tenderen  sullen. 


1  De  manspersoonen  werden  in  de  boeien  geslagen  (twee  aan  twee  aan  een 
Qzeren  ketting  gebonden),  en  moesten  zoo  aan  de  fortificaties  arbeiden.  Geen 
wonder  dat  den  1  September  1628  de  tijdelijke  bewindvoerder  op  Banda  Jan 
Jansz.  Yisscher  aan  Ooen  schreef:  „De  manspersoonen  yande  ghevangene  FonlO' 
ronders  zgn  meest  al  overleeden  ende  in  H  fortifloeeren  geconsnmeertf 
soo  dat  haer  quaet  doen  nu  niet  meer  te  vreesen  is.'*  De  bnrger^  van  P.  Enn 
werd  op  haar  verzoek  voor  *t  meerendeel  naar  Groot-Banda  ("Wajer  en  Denner) 
overgebracht  en  de  noteboomen  op  P.  San  omgehakt. 


131 

De  generale  ongelden  over  gants  Banda  bedragen  tsedert  p^  Maert 
1626  tot  p"  Meert  1627  in  alles  stljff  /  93.000. 

De  generale  winst  daer  tegen  namentlijck 

Inden  handel  ontrent    ..../'  58.000    1    ,    ^^  ^^^ 

Item  s'landts  incomsten.    ...    -  15.000    i  ' 

Soo  dat  Banda  al  mede  noch  in  een  jaar  ten  achteren  is  gegitan 
ƒ20.000 


XXIX.  Pieter  van  Daijnen,  Raad  van  Indië  ',  aan 
Bewindhebbers  der  O.J.  Compagnie,  7  Novem- 
ber 1627.  (Eigenhandig.) 

Hoe  wel  te  pas  souden  met  den  Generael  Coen  gecoomen  hebben 
ses  ofte  acht  persoenen,  suffisant  als  de  Oenerael  Carpentier  en 
S'.  Jaques  Specx,  Raadt  van  India.  Ie  versekere  mQ  selfs  dat  soo 
Hare  Ed.  geweten  hadden  hoe  weynich  vertronde  en  suffisante  per- 
soonen  hier  sijn  om  de  principale  diensten  te  exerceren,  sij  souden 
in  plaatse  van  opontbieden  gemandeert  hebben  den  gemelten  Hr. 
Specx  te  persuaderen  hier  te  blijven.  Ie  moet  bekennen  overtuyght 
te  wesen  van  s^n  suffisantheyt  gerequireert  in  soo  swaaren  dienst 
als  hy  becleet  heeft,  dat  hij  oversulcx  ende  door  de  wetenschap, 
becoomen  in  twintich  jaarige  dienst ,  Hare  Ed.  dienstelijcker  present 
sgnde  sal  communiceren  dan  met  de  penne  can  gedaen  worden, 
maer  ten  ansien  de  constitutie  ende  schaersheyt  der  bequame 
dieners  in  dese  quartieren  soude  hy  hier  den  besten  dienst  hebben 
connen  doen. 

De  actiën  ende  suffisantheyt  van  den  Generael  Carpentier  hebben 
de  Engelse  niettegenstaende  hare  afgunste  en  nijdicheyt  wtgedruct 
dat  sy   hem  noemen  in  haare  twistinstrumenten  den  rechtvaardigen 


1  H§  was  daartoe  benoemd  in  de  Vergadering  van  Bewindhebbers  yan 
April  1626  en  kort  daarop  als  commandear  yan  4  schepen  naar  I.  yertrokken, 
waar  hij  den  27  Januari  1627  aankwam  en  den  81  Maart  1028  oyerleed.  Specx 
was  door  Bewindhebbers  terug  ontboden,  om  welke  reden  wordt  niet  in  de 
Besoluties  yermeld. 


132 

Oenerael,   daer  mede  ie  mij  eonformere,  gesien  hebbende  de  copien 
der   missiven   en   advgsen   Haare   Ed:   niet   soo   een   contentement 
gegeven  dat  se  hare  Ëd :  landeren  gelijc  ie  die  admirere ,  ende  daer 
benevens   meer   dan   negen   maanden    sijn   maniere   van    gouverne, 
wackerheyt   en   dapperheyt  tot  bevorderinge  van  hare  Ed.  omslach. 
Ie   verclaare   alles   met  verwonderinge  aengesien  te  hebben  ende  en 
hadde  mij  niet  ingebeelt  soo  goede  ordre,  modestie  an  te  treffen  als 
de  Generael  Carpentier  angehouden  heeft.  Ie  mercke  dat  hy  bemint 
en   gevreest   is   ende    wensche,   nademael   de  Comp*^  hier  ^e  lande 
van   hem   niet  langer  gedient  can  worden ,  datse   daer   in  Europa 
haarlieder  van  sQn  goede   rapporten   moogen   dienen  insgelijcx  van 

S^  Speex ; 

Actum  int  Casteel  Batavia  dese  7  November  1627. 


XXX.    Philip   Lucasz,   gouverneur  van  Ambon  »,  aan 
den  Gouv.-Gen.  J.  Pz.  Coen ,  10  September  1628. 

[Den  26  Augustus  1628  treedt  de  Gouverneur  te  Hitoe  in  confe- 
rentie met  den  Eimelaha  Leliato  en  de  hoofden  van  Loehoe  c.  s. 
Onder  de  voorwaarden  die  hy  hun  stelt  zijn  natuurlek  de  voor- 
naamsten: het  ontzeggen  van  toegang  aan  de  jonken  van  Makassar, 
het  leveren  van  de  nagelen  uitsluitend  aan  de  Compagnie ,  voor  den 
gecontracteerden  prgs,  en  de  limietscheiding  tusschen  't  gebied  van 
Temate  en  dat  der  Compagnie.] 

Wat  aenlangde  de  Macassaren,  conden  dezelve  t' acces  niet  ont- 
seggen,  ten  aensien  voor  lange  jaren  aldaer  gefrequenteert  ende  hun 


1  Hg  was  Jan  yan  Gorcum  bg  z^n  vertrek  naar  Batavia  (17  Juni  1628)  in 
die  betrekking  opgevolgd.  —  Uit  een  vorigen  brief  yan  Phil.  Lucasz  (van 
11  Mei)  beeft  Yalentijn  (II  2,  bl.  65,  66)  bet  essentieele  medegedeeld,  met 
kleine  onnanwkeurigbeden  waarvan  de  yoomaamste  is  dat  de  bezetting  van 
Honimoa  en  Noesalaoet  gelicbt  zon  zijn.  Bit  geschiedde  niet,  om  de  scbadeiyke 
gevolgen  die  men  reeds  van  de  andere  lichtingen  ondervond.  Ook  voor  de 
verdere  gebeurtenissen  en  gewisselde  stukken  in  dit  jaar  kan  ik  volstaan  met 
eene  verwijzing  naar  Valenten  (aldaar  bl.  67—78). 


133 

met  verscheyde  nootwendigheden  (voor  hun  geit)  aceommodeerden, 
doch  800  wanneer  daer  over  des  Coninex  expresse  ordre  beqnamen 
ende  zijne  Mag^-  [hen]  voor  vyanden  verclaerde  wilden  dezelve  niet 
alleene   alle  toeganck   ontseggen,   maer  zelffs   helpen   massacreren. 

Aengaende  de  leverantie  van  de  nagelen ,  waren  berey t  des  Coninex 
last  te  voldoen  ende  dezelve  aen  de  Nederlantse  Comp^  te  leveren, 
doch  versochten  ten  aensien  door.  den  Gouverneur  van  Speult  hunne 
boomen  ten  deele  verdestrueert  (daer  door  seer  verarmt  waren), 
men  den  prgs  van  de  zelve  een  weynich  wilden  verhoogen;  van 
gelijcken  den  pr^s  van  de  cleeden  wat  civielder  stellen  opdat  bg 
middel  van  dien  een  weynich  mochten  gesecureert  worden. 

Noopende  de  limietscheydinge,  conden  ten  principalen  daer  in  niet 
verhandelen  overmidts  wg  (soo  sustineerden)  een  groot  gedeelte  van 
des  Coninex  jurisdictie  in  possessie  hadden.  Daer  apparent  niet  ge- 
ringh  aff  desisteren  zouden ,  wert  de  zaecke  tot  naerder  conferentie 
van  den  Coninck  ende  d'  Ed :  Heer  Gouverneur  Generael  gedefereert. 

Bg  dese  onderhandelinge  hebben  grondigh  (door  onderlinghe  dis- 
courssen)  opmerckinge  genomen  ende  naer  gespeurt  hare  principale 
maxima,  ende  vinden  dezelve  meest  in  deser  voegen  gedisponeert, 
dat  niet  jegenstaende  dezelve,  volgens  hare  eerste  gedane  vercla- 
ringhe,  te  wesen  subjecten  van  de  Tarnataense  kroone ,  des  niettemin 
yder  particulier  hooft  sQne  jurisdictie  ende  gerechtigheyt  aen  zich 
behout,  sonder  yets  van  dien  den  Stadthouder  des  Coninex  in  te 
mymen  nochte  hem  naer  nytwysen  van  des  Mag**  ordre  in  zQne 
beveelen  te  gehoorsamen 

[In  weerwil  dat  de  Gouverneur  hun  de  noodzakelijkheid  van  't  ver- 
drijven der  Makassaren  nogmaals  betoogt] heeft  dit  alles 

soo  veel  niet  vermogen  om  hun  t'  acces  aldaer  te  doen  ontseggen, 
maer  (:  als  vooren  aengeroert)  op  d' ordre  van  haren  Coninck  beroupen. 
Op  wat  insichten  dezelve  aldaer  geadmitteert  worden  gelieve  ZQne 
Ed:  in  consideratie  te  nemen,  (:  namentlgck  extra  ordinarie avance) 
uytgesondert  t'  geriéff  dat  van  dezelve  trecken  ende  den  bant  van 
hare  onderlinge  religie.  Desen  alle  niet  jegenstaende  affirmeerden 
generalijck  de  nagelen  aen  de  Nederlantsche  Compe.  te  doen  leveren 
sonder  dat  de   vreemdelingen  t'  minste  gedeelte  daervan  genieten 


134 

souden,  ingevalle  (:  volgens  haer  versonck)  (ten  respecte  van  de 
qoantiteyt)  in  den  prys  derzelver  een  weynich  de  handt  gelicht  ende 
de  cleeden  wat  civilder  gestelt  worden ,  waervan  hun  op  stant  bnyten 
hoope  stelde,  allegerende  eens  met  dezelve  finael  gehandelt  ware, 
welcke  eompositien  ende  comptracten  overbodich  waren  te  voldoen 
maer  om  van  tijt  tot  tyt  veranderinghe  in  den  prgs  van  de  vruchten 

als  manufacturen  te  doen  ware  bnyten  reden om  evenwel 

te  thoonen  dat  haer  versouck  niet  int  geheel  verworpen  maer  eenighe 
plaetse  (:  hoewel  nochtans  buyten  redenen)  gegrepen  heeft,  hebben 
op  hun  impertinentie  ende  imporluyne  instantie  toegestaen  in  den 
prijs  van  de  cleeden  eenige  civiliteyt  te  gedogen,  op  conditie  twee 
lysten  van  den  prgs  derzelver  te  concipiëren  waarvan  de  gecorri- 
geerde prys  der  cleeden  jegen  nagelen  zullen  verhandelen  ende 
wanneer  met  comptanten  comen  coopen,  volgens  d'oade  lyste  ende 
prys  zullen  moeten  betalen.  Desen  voorslach  docht  hun  gesamentlgck 
geheel  absurt  ende  ongerijmt;  vraechden  wat  daermede  voor  hadden, 
ofte  de  comptanten  niet  soo  goet  als  de  nagelen  waren?  Daerop 
hun  diende  hoe  in  de  presente  constitutie  met  comptanten  overcropt 
zaten;  dat  in  Ghoromandel  ende  Suratte  weynich  cleeden  tebecomen 
waren,  derhalven  liever  de  comptanten  als  de  cleeden  voor  hare 
nagelen  in  betalinge  deden  gelden.  WQ  vertrauwen  vastelijck  dat 
hierby   noopende   de  leverantie  van   de  nagelen  meer  als  met  ver- 

hooginge  van   den  prgs   derzelver  zullen   obtineren De 

provisionele  repertitie  van  yders  onderdanen  wert  mede  tott  naerder 
gedefereert,   alsoo   gesien  was   dien   aengaende  niet  wel  overcomen 

ende  geaccordeert  zoude  hebben 

.    Actum  Amboina  in't  Gasteel,  ady  10  Sept.  1628. 

üEd.  onderd.  Dienaer 
Fhs.  Lücasz. 


135 


XXXL  Gillis  Seys,  bestemd  tot  president  in  de 
Molnkken  %  aan  den  Gonv.-Gren.  J.  Pz.  Coen, 
29  Maart  1628. 


Soo  haest  w^  in  Maleyen  gearriveert  waeren  heeft  d'  Heer 
Gouvemenr  't  jacht  doen  lossen  ende  tselve  daernaer  op  den 
7  JanuariJ  passado  met  eenparige  toestemminge  van  den  Raedt  uyt 
emyssen  gevaeren  omme  te  onderstaen  wat  avantagien  men  op  des 
yi}ants  seconrs  vercrijgen  conde,  met  expresse  last,  als  per  resolutie 
te  sien  is ,  tot  nlt°.  febr*.  uyt  te  blijven ,  doch  is  t'  voors.  jacht 
naer  dat  het  al  tweemael  achter  Ternaten  ende  Tydoor  omgedreven 
was,  weder  ingecomen.  Op  den  4  Februari)  door  continuele  harde 
noordelgcke  wint,  ende  des  anderen  daechs,  s^nde  den  5  dito,  soo 
arriveerde  het  Spaens  secours  ende  sgn  twee  seylen  onder  Roemy  * 
ten  ancker  gecomen.  Andere  twee,  die  de  reede  niet  wel  beseylen 
en  conden,  sgn  naer  de  groote  stadt  van  Tydoor  geloopen.  Dese 
tijding  vant  schip  den  Arent,  dat  op  de  reede  lach,  aenden  Heer 
Gouverneur  gebracht  sijnde,  ordonneerde  op  stondt  t'  jacht  Texel, 
achtervolgens  voorgaende  resolutie,  weder  uyt  te  loopen,  omme  te 
sien  off  sij  de  twee  seylen  die  naer  Tydoor  geloopen  waeren, 
onderscheppen  conden.  Sij  gaen  smiddachs  't  seyl  ende  comende  om 
den  hoeck  van  Tydoor,  sien  aldaer  voorbQ  de  stadt  van  Tydoor  de 
twee  voorverhaelde  Spaense  seylen  geaccompangieert  van  de  galeye, 
calckboot  ende  veele  Tidoreesche  corcorren.  't  Jacht  setter  syn 
cours  naer  toe  ende  seylde  soo  met  een  labbercoeltien  voorby  de 
stadt,  die  vyff  schooten  op  hen  dede,  ende  comen  soo  dicht  onder 
de  wal  bg  dese  labbardaense  vloot,  en  leggen  den  Spaenschen 
admirael  aen  boort.  De  galeye,  die  denselven  boechsaerde,  leyt  ons 
jacht  voor  de  boech  aen  boort  maer  door  dien  sgn  riemen  op  eene 
sQde  meest  stncken  geschoten ,  dry vense  't  jacht  aen  d'  ander  s^de 
aen  boort  daer  aen  wedersijde  hun  beste  gedaen  wiert.  Doch  eer 
een  ure  tydts  wiert  de  galeye  van  onse  soldaten  ende  matroosen 
geëntert,   ingenomen  ende  al  de  Spaingiaerden  doot  geslaegen,  die 


1  Zie  hiervóór  bl.  118. 

2  De  reede  der  Spanjaarden  op  Temate. 


136 

sg   daer  op  vonden,    ende    wiert    deselve  aent  jacht  voorts   vast 

gemaect.   Interim   waeren   noch   al  doende  tegen  den  Admirael,  die 

door  de  menichvuldige  vuyerwercken  die  daer  ingeworpen  waeren  in 

den  brant  geraeckt  was.   Doch  wierde  van  ons  volck  mede  geè'ntert, 

ingenomen   ende   den   brandt  geblust,  maer  was  soo  leek  geschoten 

dat  hij  datelgck  bij  hun  neergesoncken  is,  tot  aen  sijn  marssen  toe. 

Soo  bleeff  hy  sitten ,  soo  dicht  was  hij  aen  de  wal.  Dit  aldos  geschiet 

synde,  socht  het  jacht  alle  middelen  om  van  de  wal  te  comen  door 

dien   soo   vreeselyck   van   't  landt   geschoten  wiert  datter  niemandt 

boven  opt  jacht  dneren  en  conde.   Hg  liet  een  werp  nytbrengen  met 

verlies   van   drye   man   ende   eenige    gequetste,    ende  sijn   in   den 

doncker    met    de    galeye  noch   van   de   wal  geraeckt.   Het  ander 

scheepken   wiert   van   de   Tydoreesche    corcorren   aen   de   wal    opt 

recyff  gebouchsaert,    ende   wierden   daerdoor  oock  2  a  3  corcorren 

ontstncken   geschoten.    Uyt   het   scheepken,   soo  sij   vant  jacht  sien 

conden,   waeren   de   Spaingiaerden    al  gevlucht,   maer  door  dien  zg 

zoo  dicht  onder  de  mosschetterije  vant  landt  laegen  en  durffden  z^t 

niet  bestaen   daer   aen  te   vaeren   maer  sijn  met  de  galeye  in  zee 

geloopen,  hebbende  van  dese  tocht  10  mannen  verlooren,  waeronder 

den    schipper,    onderstierman    ende   den   hoochbootsman    ^    met  8 

gequetsten,    hebbende   meer   schade  vant    landt   als  uyt  de  galeye 

ende  schip  geleden.  Vier  Spaingiaerden ,  die  niet  swemmen  en  conden 

en   op   stucken   van   riemen    ende   luycken   dreven,   sijn   gevangen 

genomen,   met   12   slaven   van   welcke   Spaingiarden  2  jongst  uyt 

Nova   Spaingië'n   gecomen   sQn,  die    door   d'  Heer   Gouverneur  der- 

waerts    ^    gevoert    werden    om    bij    UEd.   geëxamineert   te   mogen 

werden.    Den    Admirael    hadde    op    4   stucken   geschuts,   met  80 

mannen  soo  soldaten  als  bootsgesellen ,  was  groot  ongeveerlijck  140 

last.   De   galeye   hadt   op   9   metaele   stucken,   daer   vander   7  int 

jacht   Texel  overgenomen  sijn 

Den   Coninck   van  Ternaten,  die  op  dien  tyt  naer  Sabouge  ende 


1  De  namen  dezer  dapperen  worden  ook  in  't  Dagboek  van  Le  Febnre  niet 
vermeld.  Aldaar  lezen  wij  echter  dat  de  „opperstierman  van  't  jacht  Texel,  die 
sich  int  veroveren  van  de  galeye  wel  gedragen  heeft,  op  den  Arent  voor  schip- 
per is  geanthoriseert"  en  de  schipper  van  den  Arent  op  't  jacht  Texel  over- 
geplaatst. 

2  D.  i.  naar  Batavia. 


137 

Gamcanorre  vertrocken  was,  is  daer  al  continueerlQck  gebleven  niet- 
tegenstaende  hem   door  den  Heer  Gouverneur  verscheyden  advQsen 

zyn  gesonden  dat  hij  vertrecken  wilde maer  en  is  niet  eer 

als  den  lOen  van  Maert  hier  gecompareert ,  ende  dat  met  een  honje 
van  16  corcorren,  mede  brengende  'tresterende  volck  van  Morotay 
ende  Morotia  bestaende  in  ontrent  800  sielen,  soo  mans,  vrouwen 
als  kinderen  om  haer  negrij  op  Maleyes  te  peupleren.  Het  volek 
van  Loloda  sijn  van  den  selven  geordonneert  op  Gilolo  te  moeten 
gaen  resideren,  om  die  plaets  voor  hun  noch  vaster  te  maecken. 
Des  ander  daechs  is  hy  boven  bij  d'  Heer  Gouverneur  gecomen 
alwaer  hem  de  brieff  van  d'  Heer  Generael  Carpentier  met  het 
present  overgelevert  is,  mitsgaders  alle  behoorlgcke  groeten  sijn  van 
UËd.  aen  denselven  gedaen. 

Het  schgnt,  ende  hy  laet  hem  uytteiyck  verluyden,  dat  hij  syn 
honje  ofte  macht  van  alle  canten  wil  vergaderen  om  t'  coninckryck  van 
Bouton  jegens  die  van  Macasser  te  gaeu  deffenderen,  gelgck  tselve 
oock  wel  te  gelooven  is^  door  de  groote  instantien  ende  emstich 
versouck  vanden  Coninck  van  Bouton,  soowel  aen  den  Coninck  van 
Tomaten  als  aen  den  Gouverneur  over  de  Molucquos  gedaen,  ende 
terwijlen  Bij  nu  bevinden  dat  de  Coninck  van  Bouton  hem  in  den 
uyttersten  noot  bevint  ende,  [indien  hij]  vande  Ternataenen  niet 
geassisteert  wort ,  hem  wel  lichtelijck  onder  protectie  van  de  Hollan- 
ders soude  begeven,  daer  sy  seer  voor  vreesen.  Daeromme  ist  soo 
de  uytcomste  leert  dat  se  met  hun  honje derwaerts  willen  vervoegen, 
haere  macht  daer  vergaderen  ende  met  deselte  naer  Amboyna  sich 
transporteren  omme  aldaer  met  de  Hollanders  in  beter  rust  ende 
vrede  te  leven  (soo  sy  seggen),  een  reformatie  aldaer  te  maecken, 
den  Eimelaha  Leliatte  te  lichten,  ende  voerders  te  doen  wat  tot 
welstandt  soo  wel  voor  de  croone  van  Ternaten  als  van  de  Neder- 
landtsche  Comp»«.  sal  oirbaerlicxt  gevonden  worden 

Actum  int  fort  Gnofficquia  opt  eylandt  Macquian,  ady  29  Meert 
A».  1628, 


138 

XXXII.    Gillis  Seys,  President  in  de  Molnkken,  aan  den 

gewezen  gonvernear  Jacq.  Ie  Eebnre  (op  Ambon), 
22  Mei  1628. 


Den   9   May   arriveerde   hier   wel  ee^  praeaw  van  Xonla  tgdinge 
brengende  hoe  dat  de  Macassaren  met  ontrent  30  corcorren  t  eylant 
Gapy   den   Ternataenen   affhandich   gemaect  ende  nu  voor  Taliabo 
laegen,   twelck   mede   meest  van  hun  geconqaesteert  was,  die  oock 
eenige   gecommitteerden   naer   Xoula  gesonden  hadden  om  dat  mede 
op  te  eyschen,  hnn  waerschonwende  dat  hoe  eer  hoe  liever  sgluiden 
[zich]    onder    de   gehoorsaemheyt   van   den   Coninck   van   Macassar 
souden  begeven,  ende  bij  faute  van  dien  anders  de  macht  van  de 
Macassaren  eerstdaechs  te  verwachten  hadden.  Die  van  Xula  hebben 
naer   wy    alhier   verstaen   20   daegen   tot  haer  bedencken  genomen 
omme  te  sien  offer  van  daer  off  d'ander  plaetse  eenich  ontset  voor- 
handen   was    te   crygen,   doch   dese   20   daegen   nu   al   gepasseert 
wesende   en   maecken   de   Tematanen  anders  geen  gissinge  dan  dat 
de   voorsz.   eylanden   te   weten   Gapij,    Taliabo  ende   Xula  by  den 
Macassaren  al  geconquesteert  ende  voor  hun  luyden  verlooren  sijn. 
Nu    de    vreese  is,  soo  sij  hier  bij  ons  laten  verluyden,  dat  deselve 
genegen   ende   geresolveert  sijn  omme  soo  voorts  naer  de  quartieren 
van   Amboyna   ofte   Ceram  te  vertrecken  om  hij  hun  luyden  mede 
geincorporeert  te  werden .  omme  twelcke  te  ontsetten  (soo  sQ  seggen) 
BIJ  geresolveert  zQn  alle  hunne  macht  te  vergaderen  ende  in  Amboyna 
te  versameien,  omme  de  Macassaren  daer  uyt  te  slaen.  Capn.  Laout 
leyt  veerdich  om  t'avont  met  6  corcorren  naer  Macquian  [te  varen], 
alwaer  noch  andere   12  corcorren  gereet  liggen  om  met  hem  costij 

te   gaen    ^ Den  Coninck  heeft  met  groote  suyte  ende  een 

beau   semblant  my  tweemael  opt  huys  wesen  besoucken,  maer  t  ge- 
schiedde  hierom:  d'eerste  mael  versocht  hij  de  twee  groote  metaele 

falcoenen   ende   een   metaelen  stuck om  op  s^n  honie,  die 

naer  Taliabo  ofte  naer  Amboyna  soude  vaeren,  te  mogen  gebmyken, 

't  welck  hem  affgeslaegen  hebbe Den  tweeden  mael  is  hij 

boven  gecomen  met  grooter  pracht  als  voorhenen  ende  sochte  assis- 


1    E.  Ali  vertrok  eerst  half  Jnli  naar  Ambon.  Zie  de  acte  van  autorisatie  die 
de  Sultan  hem  medegaf  (in  d.  1  Juni)  bij  Valent jn ,  II  2 ,  p.  74—76. 


139 

tentie  van  ammunitie  omme  op  gemelte  honie  jegens  die  van  Maccassar 
soe  wel  op  Xnla,  Taliabo  als  Amboyna  te  gebrnycken,  te  weten 
100  mnsquetten  te  coop  ende  crnyt  ende  loot  naer  advenant.  De 
musquetten  hebbe  hem  andermael  affgeslaegen ,  my  excuserende  dat 
solcx  niet  en  vermochte  te  doen  door  dien  voorhenen  in  de  tgden 
van  de  Heeren  Generaelen  Bot  ende  Keael  de  mnsquetten  aen  hnn- 
Inyden  bg  honderden  soe  vercocht  als  geschoncken  waeren,  die 
altsaemen  door  hnn  aen  de  Tydoreesen  ende  andere  onse  vganden 
(met  welcke  s^  nn  in  vreede  saten)  sijn  vercocht  geweest.  ...  * 
Wat  het  crnyt  off  loot  aengaet  souden  hem  naer  tijts  gelegentheyt 
ende  naer  tgunt  wQ  vermochten  assisteren.  Hierdoor  is  hij  weder 
in  sulcken  colere  gecommen,  dat  hem  Bijn  aengesicht  teenemael 
veranderde  ende  in  langen  iijt  sittende  in  mijn  logement  niet  en 
conde  off  en  wilde  spreecken.  Doch  eenigen  van  de  sgne,  die  t  hert 
hadden  om  onder  syn  voelen  te  cruypen,  insonderheyt  den  Groeten 
Sedaha ,  hebben  hem  soetiens  aangeseyt  dat  hy  niet  qualgck  bejegent 
wiert  en  dattet  selve  maer  een  vraege  ende  een  antwoorde  was  etc: 
Sulcx  dat  hy  wederom  tot  bedaertheyt  quam  ende  seyde  wij  hebben 
omt  beschermen  van  de  Magalaensse  Gompies,  v^lck  t  landt  van 
Tematen  verlooren,  daer  de  Spaingiaerden  anders  noeyt  naer  ge- 
tracht souden  hebben,  ende  datse  om  de  Nederlantsche  Compagnie 
veele  vganden  gemaect  hadden ,  soo  Engelsen  als  andere  natiën. 
Hierop  sQn  verscheyden  replieken  over  en  weder  gevallen  j  heeft 
eyntelyck  geseyt:  wilt  ghy  my  dan  niet  assisteren  om  mQn  landt 
te  beschermen,  soo  en  condt  ghij  der  ook  de  vruchten  en  prof y ten 

niet  van  genieten,  en  is  soo  met  een  toornich  gemoet  doorgegaan 

lek  verstaen  uyt  gemelten  Ooegoege  ^  dat  de  Labouwers  hun  noch 
als  voor  desen  in  t  geberchte  neutrael  onthouden  ende  datter  nu 
beter  door  UEd.  vertreck,  die  se  seer  gevreest  hebben,  insonderheyt 
de  geproscribeerden  om  datse  de  conspiratie  by  UEds  tijt  begonnen 
hebben,  hope  is  om  onder  onse  gehoorsaemheyt  te  brengen  daer 
metten  eersten  ordre  in  sal  moeten  gestelt  werden  ' 


1  De  djogoegoe  van  Batsjan. 

2  Seys  begaf  zich  daartoe  in  Jnni  zelf  naar  Batsjan,  en  bracht  het  met 
behulp  van  den  radja  zoo  ver  dat  de  Labonërs  tegen  b^ofte  van  geheele  amnestie 
hunne  Torige  woonplaatsen  weder  betrokken.  Een  nityoerig  verhaal  daarvan  vindt 
men  in  z^n  brief  van  23  Augustus. 


140 

De  groote  correspondentie  ende  gemeenschap  tussen  de  Coningen 
van  Ternaten,  Tydor  ende  den  Gouvemeur  van  Oammalamma  conti- 
nueert ende  neempt  noch  dagelijcx  toe,  sulcx  dat  ordinairis  omden 
tweeden  ofte  derden  dach  boden  en  adv^sen  openbaerlick  over  ende 
weder  gebracht  werden.  Den  spaenschen  Gouvemeur  sent  gemeenleek 
alle  6  a  7  daegen  brieven  met  synen  tolck  aenden  Coninck  van 
Tomaten  die  alsdan  in  des  Coninckx  huys  gelogeert  wert  ende  hem 
de  brieven  voorleest,  dat  ons  van  den  Goegoege  van  Batsian  ende 
andere  die  sulcx  bewust  sijn  te  kennen  gegeven  wert,  in  voegen  sy 
een  groot  concept  voorhebben,  dat  vastelijck  gelooven  mogen  niet 
tot  onsen  voordeel  streckt 

Maleyen.  adij  22  May  A».  1628. 


XXXIII.    Pieter   Wagensvelt,    tijdelijk   president  in  de 

Molukken,   aan   den   Gouv.-Gen.   J.  Pz.  Coen, 
23  Augustus  1628.  * 

Den  18en  [Augustus]  ginck  de  provisionele  President  bij  den 
Coninck  met  wien  hl)  in  discours  over  't  stuk  van  Amboyna  geraeckte 
ende  onder  andere  redenen  in  propoost  van  de  limytscheydinge  viel , 
ende  hem  afvraechde  off  niet  gesint  waere  een  Ambassadeur  met  het 
op  syn  vertreck  staende  jacht  Munnickendam  aen  UEd.  te  senden 
daer  hg  op  antwoorde  niemant  beter  te  connen  committeren  als  sijnen 
broeder  Citchil  Aly  (die  alreets  met  volle  macht  op  gaende  wech  naer 
Amboyna  is)  ende  dat  van  sinne  was  hem  metten  eersten  te  volgen. 
Gelieffde  UEd.  daer  te  verschijnen  met  het  aenstaende  wester  mouson 
off  yemant  volmacht  te  senden,  't  sonde  hem  seer  aengenaem  wesen 
vermits  hij  behalven  t'stuck  van  Amboyna  UEd:  noch  groote  saecke 
te  communiceren  hadde  toucherende  de  Manilhas,  welcker  conqueste 
hij  licht  voorsloech.  In  somma  hy  laet  aen  alle  sijne  manieren  pro- 
cedures biycken  dat  den  cop  vol  wint  ende  groote  dinge  voor  heeft 
soo  hy  die  te  wege  can  brengen.  Hem  wiert  voorgehouden  wat  een 


1  De  brief  waaruit  dit  fragment  wordt  megedeeld  is  grootendeels  van  G.  Seys 
en  na  zgn  dood  (10  Augustns)  door  Ft.  Wagensvelt,  die  voorloopig  in  zijne 
plaats  gekozen  werd,  vervolgd. 


141 

groote  gernsticheyt  het  voor  hem  caoseert  dat  de  Hollanders  hun 
soo  sterck  in  Tayoawan  gemaect  hebben,  waer  door  hy  voor  geen 
invasiën  der  Spanjaerden  te  vreesen  heeft  ende  dat  grootelix  ver- 
wondert waeren  dit  mousson  (contrarie  syn  toesegginge)  soo  weynich 
nagels  gevallen  sgn ,  t'  welck  voorwaer  d'  Ed :  Heer  Generael  (die 
beter  van  hem  verwachtende  is)  seer  vreemd  voorcomen  en  groot 
bedencken  geven  sal.  Waerop  hy  wonderiycke  dingen  van  Tayowan 
voorsz.  wiste  te  verhaelen,  ende  uyt  te  drucken  hoe  grootelix  den 
Spanjaert  tselve  ter  herten  gaet,  jae  snlcx  dat  een  weynich  voor 
syn  vertreck  uyt  de  Manilhas  by  den  Raet  geresolveert  was  de 
gnamisoenen  nyt  de  Molacquos  te  lichten,  om  'tvolck  in  Tayowan 
te  gebruycken,  t  welck  (seyde  hy)  eflfect  soude  gesorteert  hebben  ten 
waere  de  nieuwe  Gouverneur  sulcx  weder  houden  hadde,  ende  dat 
evenwel  veele  van  de  clpeckste  soldaten  gelicht  ende  derwerts  ge- 
voert  zyn 

Binnen  3  a  4  dagen  vertreckt  het  jonckgen  daer  voor  rek.  van 
Citchil  Aly  uyt  Taljobo  met  sagu  gecomen  (waer  van  hier  voren 
mentie  gemaeckt  is)  naer  Sangy  met  brieven  van  de  Tamataen  aen 
de  Coningen  van  Tabuca,  Limao  ende  Maganito,  opt  selve  eylant 
woonende,  die  hy  pretendeert  syn  onderdanen  te  wesen,  welcke  al 
t  samen  machtich  van  volck  ende  de  walch  van  syn  tyrannie(ke) 
regieringe  hebbende  syn,  ende  ingevalle  een  ander  protecteur  conden 
gecrijgen  daer  wel  na  luysteren  en  hem  affvalien  souden.  Welck 
jonckgen  van  daer  vorders  naer  Mindanao  vertrecken  sal  met  brieven 
aen  den  Coninck  geUjck  wy  weten  Anachoda  vant  selve  jonckgen 
in  sinceriteyt  gerapporteert  heeft 

Wy  en  twyffelen  niet  of  hy  moet  den  snoff  van  onse  Mindanaense 
beseyndinge  ^  in  de  neus  hebben,  hoe  wel  deselve  secreet  gehouden 
wert,  ende  beducht  wesen,  sulcx  niet  tot  synen  vordel  streckensal, 
als  mede  ofte  yets  op  Sangy  mochten  attenteren,  wel  wetende  hoe 
d'  inwoonderen  (welcke  meest  heydenen)  t'  hemwaert  genegen  syn 
geiyck  wy  mede  op  de  ongeluckige  tocht  in  den  jaere  1624  ende 
1625  successive  ervaren  hebben.  Ende  dat  derhalven  't  selve  jonckgen 


1  Dit  vermoeden  was  juitt ,  bl^kens  het  journaal  van  den  tocht  naar  Mindanao 
door  Daniel  Ottens,  dat  Mr.'L.  C.  D.  van  Dgk  in  substantie  heeft  medegedeeld 
in  zQn  werk  |,Neerland's  vroegste  betrekkingen  met  Borneo"  etc.  (Amst.  1862)» 
bl.  253,  doch  niet  met  zgne  gewone  nauwkeurigheid.  Ik  kom  daar  elders  op  terug. 


142 

voornamentiyck  naer  Mindanao  aiFveerdicht  om  in  sulcken  gevalle 
tegens  ons  te  wereken,  vermits  de  Chinesen  (daerop  varende)  op 
Sangy  ende  niet  op  Mindanao  thajps  behooren  ende  den  Anaehoda 
ons  gesecht  heeft  dat  expres  derwerts  gesonden  wert  om  de  brieven 
te  bestellen :    . 

Int  fort  Malleyen  ....  den  23  Aagnstns  sfi  1628. 
geteeckent  Ptbb  Swageksvblt  (sic). 


XXXIV.    Oonvemenr-Cxeneraal  J.   Pz.  Coen  en  Raden  van 

Indië  aan  Bewindhebbers  der  O.-I.  Compagnie, 
3  November  1628. 


Alsoo  Qaipaty  Nary  hooft  van  CombeUo  dickwils  tot  sgn  devoir 
inde  leveren  van  nagelen  aengemaent  was  geweest  ende  verscheyde 
reysen  ten  antwooi^e  hadde  gegeven  dat  geen  nagelen  hadde  ende 
liever  de  resterende  boomen  wilde  affhouwen  dan  altoos  soo  om 
nagelen  gequelt  te  worden,  resolveerde  de  Oouvemeur  ende  Baet 
na  't  vertreck  van  voorz.  commissarissen  ^  de  schipper  van  't  jacht 
Saratte  na  CombeUo  te  senden  met  een  missive  omme  voorz.  Qui- 
pati  andermael  tot  leveren  van  de  nagelen  aen  te  manen  met  ordre 
soo  hem  weder  excaseerde  dat  dan  als  een  present  overleveren 
sonde  3  bijlen  ende  3  parangs  tot  een  teecken  soo  de  nagelen  niet 
leveren  wilde  dat  dan  gelijck  dickwils  geseyt  hadde  de  boomen 
sonde  affhonwen.  Om  desen  brieff  ende  present  over  te  leveren  varen 
d'  onsen  na  landt,  nyt  wantrouwen  gewapent  met  21  musquettiers. 
De  Maccassaren,  ende  andere  vreemdeliBgen ,  vresende  dat  daer 
gewapent  quamen  om  hare  joncken  te  verbranden,  voechden  haer 
mede  gewapent  bg  de  vergaderinge.  Met  acht  musqaettiers  wiert 
voorn :  brieff  ende  present  nyt  de  boot  geaccompagneert  ende  alsoo  int 
overleveren   van   soo  vreemden  present   de  Combellesen  gealtereert 


1  Zie  YalentiJQ  II  2  p.  65.  Hunne  namen  waren  Gregorins  Comeliss ,  vroeger 
koopman  op  Makian,  en  Marten  Jansz  Vogel,  gewezen  kapitein  op  Ambon.  De 
eerste  was  om  zQn  hardheid  tegen  de  inlanders  bekend;  de  tweede  was  ook 
geen  vriend  van  hen,  zoo  als  w^  van  vroeger  weten. 


143 

wierden  y  geraecten  over  hoop.  Een  Oombellees  wiert  bg  ongeval 
(soo  men  seyt)  doorschoten  vijff  van  d'  onse  op  de  plaete  dood- 
geslagen ende  andere  gequetst,  waervan  naderhandt  Bdoh  drie 
gestorven  sgn.  De  G-ouvernear  ende  Raedt^  dit  ongelnoiudi  suecoi 
van  hare  besendinge  vernemende,  resolveerden  daerop  (ten  aensien 
wij  geordonneert  hadden  dat  sien  souden  met  vrientigcheyt  die  qnar- 
tieren  gerost  te  stellen  ende  nagelen  te  becomen)  niet  geraden  te 
wesen  wederom  in  een  formelen  oorloch  te  treden,  omme  die  van 
Combello  haestich  te  straffen  ende  de  joncken  te  verbranden,  maer 
dat  eerst  aensien  souden  wat  recht  de  Stadthouder  van  Temate 
doen  sal  ende  wat  ordre  wg  dienaengaende  geven  sullen,  in  voegen 
dat  door  d'  onse  met  vrientschap  noch  met  gewelt  niet  verricht 
ende  't  groot  gamisoen  welck  aldaer  hebben  selffs  vruchteloos 
gehouden  is. 

Op  Loehoe  sgn  acht  joncken  geweest,  ses  op  Oombello  ende  2  op 
Manipe  met  cleeden,  rijs,  slaven,  boscruyt  ende  andete  ammunitie 
welcke  na  geseyt  wert  haren  handel  dieven  meeist  met  capitalen  van 
d'  Engelsen  ende  Deenen.  Soo  lange  aldus  continueren  schgnt  het 
datter  geen  beter  raedt  is  omme  't  vervoeren  van  de  nagelen  voor  te 
comen  dan  dat  alle  de  joncken  op  Loehoe,  Combello  ende  daeromtrent 
comende  verbranden  ende  t'  eenemael  van  daer  houden  sonder  aen 
te  sien  dat  weder  met  haer  in  openbaren  oorloch  souden  mogen  ge- 
raecken  ende  de  Tarnatanen  sulcx  oock  qualgck  sonde  mogen  nemen , 
alsoo  den  oorloch  haer  immers  soo  qualQck  soude  comen  als  ons. 

De  voorn:  Gallebatte,  gesant  van  Loehoe,  Combello  ende  con- 
sorten ^  spreeckt  hier  heel  schoon  seyt  toe  dat  ons  voortaen  alle  de 
nagelen  leveren  sullen  doch  versoeckt  daerbij  (tegen  de  schade  van 
't  ombouwen  van  de  boomen  geleden)  dat  de  prijs  van  de  nagelen  tot  op 
70  realen  souden  verhoogen  welck  bg  d'  onse  ongeraden  wert  gehouden. 

De  pretensie  van  de  Tarnatanen  aengaende  de  jurisdictie  in  Am- 
boiua  is  soo  onredelQck  dat  het  de  mate  passeert.  Trachten  na  de 
gantsche  souverainitey t ;   schamen   haer  oock  niet  openbaerlgck  te 


1  Hg  was  met  den  terngkeerenden  Gouverneur  van  Gorcum  in  Juli  1628  te 
Batavia  gekomen,  om  Ooen  te  verwelkomen;  in  September  van  dat  jaar  kwamen 
daar  met  hetzelfde  doel  kapitein  Hitoe  met  een  zyner  zonen  en  eenige  Hitoe- 
eesclie  dorpshoofden,  alsmede  eenige  Amboneesche  hoofden  die  onder  ^t kasteel 
stonden. 


144 

sustineren  dat  Hittoe  onder  den  Ooninck  van  Tarnaten  sorteert  ende 
niemant  de  Nederlanders  anders  dan  voor  cooplieden  t'  erkennen 
heeft.  Die  van  Hittoe  Lamma,  Mamale  ende  andere  dorpen  vant 
landt  Hittoe  sijn  tot  de  Tarnatanen  genegen  maer  derven  haer  noch 
niet  openbaren.  Honden  haer  nytterigck  stil  ende  ontvoeren  ons  de 
nagelen  onder  de  handt.  'T  is  te  duchten  dat  d'  nytterste  middelen 
tegen  die  van  Hittoe  ende  Tarnaten  noch  mede  sollen  moeten  ge- 
bruycken. 

Van  Amblaa,  Ourien  ende  Hatna  sgn  de  gamisoenen  ingetrocken 
niet  sonder  onlust  van  d'  inwoonders,  die  nn  de  Tarnatanen  vreesen. 
De  resterende  sullen  van  tyt  tot  tyt  mede  ingetrocken  worden  opdat 
te  meerder  macht  int  velt  mogen  brengen»  Uimo  May  1628  waren  de 
gamisoenen  in  Amboina  sterck  450  coppen,  daeronder  37  swarten 
gagie  winnende. 

De  naturelle  ondersaten  van't  casteel,  gelyck  vooren  is  geseyt 
houden  haer  wel;  doen  goede  aenplantinge.  Maer  de  Nederlantse 
burgerije  vergaet  in  excessen  ende  luyheyt.  Connen  de  cost  qualick 
crggen.  Eenige  generen  haer  met  de  visscherye  maer  de  meeste  met 
tappen.  . 

Weynich  ijver  ende  dienst,  seyt  de  Gouvern'  Philips  Lucasz, 
is  by  de  kerckelycke  personen  in  de  dienst  ende  schoole  gedaen. 
Doen  maer  een  predicatie  ter  weecke  ende  geen  bysondere  aen- 
spraeck;  emuleren  tegen  malcanderen  ende  soecken  haer  by  d'  in- 
woonderen  te  doen  erkennen,  dat  niemant  subject  zijn.  Wouter 
Melchiorsen  sch^nt  de  schoole  ende  zyn  dienst  ernstelick  te  willen 
behertigen 

In  reparatie  ende  bouwinge  van  noodige  fortificatie  ende  huysinge 
is  daer  [op  Banda]  veele  gevordert  gelyck  UE.  per  nevensgaende 
pampieren  van  Banda  sien  sullen,  doch  ten  is  noch  niet  al  gedaen. 
Aenplantinge  van  boomen  isser  bij  d*onse  niet  gedaen,  onaengesien 
veele  vergaen,  waer  over  gder  belast  is  soo  veel  moschaetboomen 
ende  cocus  jaerlicx  in  sijn  perck  aen  te  planten  als  hooffden  sterck 
is,  gelijck  veele  door  des  Comp*  lljffeigenen  op  Caleboque  ^  geplant 
sgn.  Van  P.  Ay  syn  52  sielen ,  daer  onder  een  Nederlanders  vrouwe 
ende  kindt  met  een  orangbay  wech  gevaeren.  Soo  meer  hadde  connen 


1    Keil  Woko  op  Groot  Banda. 


145 

voeren,  meer  souden  daermede  doorgevaren  hebben;  de  rechte  oor- 
saecke  daervan  is  ons  noch  onbekent.  ^ 

De  freqnentatie  van  die  van  Chey  ende  Aru  in  Banda  neempt 
toe.  Versien  d'  onse  met  cleen  vaertnych  ende  worden  'taenstaende 
monsson  met  25  joncken  verwacht.  De  Macassaren  varen  sterck  by 
haer  ende  dienen  van  daer  geweert,  off  sullen  dese  lieden  Moors 
ende  ons  tot  vijanden  maecken 

Wij  seggen  andermael  dat  de  coninck  Hamsia  ende  de  Tarnatanen 
(apparent  met  raedt  van  de  Spangiaerden  ende  Engelsen)  de  Compie 
de  nagelen  onthouden  omme  haer  van  selffs  te  doen  consumeren  ende 
daerenboven  hare  ondersaten  ende  bontgenoten  van  Amboina  soecken 
t'onttrecken  omme  ons  van  daer  ende  Banda  mede  te  crggen.  In 
tyts  dient  hier  tegen  versien  eer  het  te  laet  worde.  Ons  bedunckens 
is  de  beste  raedt  dat  ons  vooreerst  soo  veele  mogeiyck  van  Banda 
ende  Amboina  sien  te  verseeckeren  ende  de  Tarnatanen  thooft;  in  de 
Molucos  bieden.  Middelen  hier  toe,  als  oock  UËd:  advijsen,  sullen 
metten  eersten  verwachten  ende  ondertasschen  *t  recht  van  de  Compie 
800  veele  mogelijck  sien  te  conserveren.  De  coninck  Hamsia  heeft 
meest  alle  d'  inwoonderen  van  't  eylandt  Machian  met  12  corcorren 
onder  Kitchel  Aly  van  't  eylandt  Machian  na  Amboina  versonden 
omme  hem  van  dat  eylandt  te  verseeckeren  ende  ons  daervan  te 
frustreren.  Hier  door  sijn  de  nagelen,  die  seer  schoon  stonden,  on- 
gepluckt  gebleven  ende  sullen  apparent  de  resterende  mede  meestal 
aen  de  boomen  vergaen.  Extra  ordinarie  heeft  hij  daerenboven  dat 
volck  geschat  ende  geschoren,  de  principalen  oock  gedwongen  hare 
kinderen,  soonen  ende  dochteren,  tot  hondert  toe  aen  hem  te  geven 
tot  synen  domestiquen  dienst  ende  staet,  welcke  tot  onderpant  van 
haere  trouheyt  sullen  dienen.  Met  dese  hardicheyt  sal  hy  meer  dan 
wy  met  alle  deuchden  verrichten 


1  Be  oorzaak  was  niet  ver  te  zoeken.  Be  slaven  kregen  van  hun  meesters 
^weinig  te  eten  en  veel  slagen".  (Brief  van  J.  Jz.  Yissclier  aan  Ooen,  nit 
Banda  2  Mei  1629).  „Yan  het  verloopen  van  slaven",  schrift  de  gouverneur  van 
Banda,  Pieter  Ylack,  aan  Coen  (25  April  1628)  „ende  roverge  der  Cerammers 
ende  gevluchte  Bandanesen ,  alsmede  H  wechloopen  van  Mardicquers ,  syn  d^eylan- 
den  van  Banda  noch  niet  ontlast,  en  staet  te  beduchten  Hselve  soo  langh  de 
Bandanesen  alhier  nestelen,  jaerl^ck  sullen  continueren". 

10 


146 

XXXV.    Philips  Lucasz,  gouvernear  van  Ambon,   aan 
den  Gouv.-Gen.  J.  Pz.  Coen,  20  Mei  1629.  ^ 

In  allen  deele  houden  wij  de  overkomst  van  den  Capn  Laoat 
Qaitsil  Aly  in  dese  qaartieren  in  verscheyden  respecten  des  Compas 
constitutie  voordelijck  te  wesen,  als  namentiyck  dese  datt  denBaUe- 
back,  daermede  de  Stathouder  des  Conincx  onse  Mahumetiste  onder- 
danen ,  in  gedurige  vreese  ende  genouchsame  diffiance  van  onser  sy  de 
gehouden  hebben,  als  nu  geopenbaert;  die  in  plaetse  van  t' onder 
leggen  om  ijmandt  van  de  zelve  door  inductien  ofte  pretextt  van 
religie  te  onttrecken  ende  onder  hem  te  bringen,  in  tegendeel  ons 
alle  vruntschap  bewesen  ende  alle  redelijcke  conditiën  toegestaan  ende 
gewillicht  heeft,  de  sijne  de  schalt  van  alle  de  ontstane  onheylen, 
hoewel  daer  geen  justitie  jegens  genomen ,  te  laste  geleyt  heeft ;  dat 
op  zyne  eerste  aencomste  de  vreemdelingen  over  all  b^  den  hals 
dede  vatten  onder  anderen  door  Kimelaha  Lohoe,  die  nu  als  Stadt- 
houder  gepromoveert  wort,  nieuw  uyt  Ternate  met  Quitsil  Aly  quam , 
persoonlljck  op  den  strandt  van  Lohoe  dry  Macassaren  gemassacreert , 
de  rest  als  slaven  vercocht,  te  lande  uytgedreven  ende  hare  goederen 
aengeslagen  heeft  t'  welck  haer  al  te  zamen ,  ten  respecte  Mahumetis- 
ten  waren  seer  vrempt  dede.  Daer  uyt  beslooten  onse  vruntschap  den 
Ooninck  in  Ternate  van  grooter  valeur  als  haer  particulier  welvaren 
op  Ceram  moeste  wesen.  Voorder  quamen  hier  een  groot  getall  cale, 
beroyde  ende  hongerige  Conincx  soldaten,  die  Qder  watt  noodich 
hadden.  Insonderheyt  Quitsil  Aly  *heeffc  haer  overal  dapper  in  de 
beurse  geslagen  om  synen  staet  te  voeren  ende  den  gemenen  man 
wat  mede  te  deelen,  soo  dat  noch  groot  noch  cleen  van  contributie 
vry  geweest  is,  behalven  dat  overal  de  lieden  van  haer  vruchten 
berooft  ende  thuynen  vernielt  sijn.  Waer  eenich  geschut  van  bassen, 
falcoenen  ofte  gotelingen  vernamen,  hebben  ongevraecht  dezelve aen- 
getast,  ende  op  hare  corcorren  geleyt,  insonderheyt  op  Lohoe  daer 
de  vijff  halve  saeckers ,  voor  desen  van  d'onse  tot  defensie  van  haren 
strandt  toe  gestaen  maer  naderhant  hun  toegeeygent,  heeft  op  een 
naer  dat  schadeloos  geschooten  was  mede  genoomen,  waer  van  twee 


1    Uit  de  Ambonsche  brieven  van  1629  deel  ik  slechts  weinig  mede  omdat 
reeds  Valenten  (II  2  p.  78 — 80)  daaruit  geput  heeft. 


147 

aen   ons   vereert   heeft.  Hem  in  recompense  een  ysere  stnexken  van 
6  k  700  f^  wegende,   item   een  ijsere   ba&  toegestaen  hebben.   Den 
meeste   part   van   hare  corcorren  die  vergaen  waren  jegens  nieuwe, 
die   op   de  respective   stranden   vonden,  gemangelt,   hebbende   zgn 
volck  ontrent  thien  maenden  te  water  gehouden ,  in  onnodighe  tochten 
affgemendt,    waervan   een   groot   getal  gestorven  ende  van  armoede 
vergaen   sQn.   Die   van   Ceram    z^n   hiervan  niet  vry  geweest  maer 
hebben   almede   ter   zee   sedert   zijne   aencomste  gemoeten,  die  van 
Macqnjan  hebben  groot  miscontentement;  die  van  Bouro,  Xoula  ende 
Boanoe  ontloopen  dagelijcx  van  hongersnoot  ende  ongemack  behalven 
dat  eenige  vrouwen   ende  kinderen  aengesnourt  hebben.  Enfin  t'  sal 
t'    landt   van   Amboina   wel  eenen  tijt  lang  gedencken,  Quitsil  Alij 
met  de  Ternataense  armade  hier  geweest  sij ,  t  welck  onse  onderdanen 
ende  bontgenooten  alles  naecktelijck  bekend  is,  die  voor  soodanigen 
overlast  geprotecteert ,  geen  contributie  betaelt ,  hare  tuynen  beschermpt, 
de  vruchten  genooten  ende  in  t'  geheel  jegens  dese  hongerige  gasten 
met    authoriteyt  religeuslijck   in   hare   gerechticheyt   ende   vrijdom 
behouden,  invoegen  de  Tematanen  ontrent  den  tyt  van  twee  maenden 
hier  ontrent  t'  Gasteel  wesende  niet  en  hebben  dorven  vervoerderen 
(als  somtgts  steels  wijse)  yets  uyt  d'onse  hare  thuynen  toe  te  eygenen , 
oft  stelden  haer  met  schilt  ende  sweerdtt  daer  jegens;  op  seeckeren 
tyt   eenighe   van  dese  mede  gesellen  soo  onthaelt  dat  corteling  twee 
van   de   quetsuren  gestorven  zyn.  Dese  ende  andere  hun  doen  heeft 
de  Ternatanen  soo  odieulx  gemaeckt  datt  degene  die  voor  hare  aencomste 
van  hun  schoon  semblant  genouchsaem  ende  onder  dexel  van  religie 
geinfecteert  ende  tot   hare  devotie   aireede  bereyt  waren,  affkeerich 
geworden  ende  liever  onder  onse  Christelycke  gou verno  (hoe  wel  jegens 
hun  gemoett  ende  weth)  als  der  Ternatanen  onreedelijckheyt  subject 
willen  bly ven ;  gei^ck  d^nwoonderen  van  Lohoe  jegens  onse  soldaten 
ende   naturelle    Amboneesen  hun  wel  lieten  ontvallen,  zeggende  wy 
willen  mede  corcorren  maecken  ende  met  den  Gouverneur  pangagen , 
opdat  wij  als  ghy  jegens  den  overlast  der  Ternatanen  mogen  beschermpt 
worden.  Van  dese  gesintheyt  hebben  ons  noch  al  eenige  geopenbaert, 
maer  der  Mooren  trouwloosheyt  ende  ongestadicheyt  is  oneyndelyck. 
't  Is  evenwel  zulcx  datt  wij  de  goede  ende  den  Temataen  dequade 
ruyter   blyft,   onse   macht   overal   ontsien   wordt   (Gode  sy  loff)  des 
Compies   gerechticheyt   met    sonderlinge   reputatie  gemaintineert  ende 


148 

Amboina's  staet  in  thlen  jaren  herrewaerts  soo  vreedich  niet  verthoont 
heeft 

Hooch  noodich  wast  datter  ordre  op  den  perticnlieren  handel  der 
cleeden  gestatueert  werde,  ^  anders  was  den  totalen  onderganck 
voor  de  Comp*^  in  dese  qnartieren  gesien,  jae  hadden  den  wincke^ 
wel  mogen  sluyten  5  de  bargerye  de  proflfijten  ende  de  Comp»®  de  lasten 
sonde  genooten  hebben.  Hittoe,  Laricqne  ende  andere  plaetsen  hebben 
dit  jaer  gants  weynich  ofte  geen  cleeden  vertiert,  overmidts  door  de 
particnliere  tot  cevilen  prys  abondant  versien  worden,  dat  daermede 
voor  als  noch  overcropt  blijven  ;  hope  in  corte  deselve  van  der  handt  y 
des  Compis  handel  weder  in  voorigen  treyn  zal  geperformeert  worden. 
Maer  voornamentlijck  blgft  ons  vertrouwen  dat  met  het  nythonden 
van  de  vreemdelingen  den  cleed  handel  voor  ons  weder  int  geheel 
tot  benefitie  van  de  Gompie  incorporeeren  sollen;  waer  van  Lohoe, 
Lessidy,  Cambello  ende  aenclevende  plaetsen  wel  de  voornaemste 
achten  ende  meest  consumeeren,  want  veel  prodiger  in  habituagie 
als  die  van  Amboina  sijn 

In  plaetse  van  Manuel  Carstanio  ^  is  met  advQs  van  den  Landt 
Raet  ende  d' oudste  uyt  het  dorp  van  Hativa  als  hooft  gesuccedeert 
eenen  Laurenso  MarcO;  soon  van  den  Marco  gewesen  hooft  van  Hativa , 
voor  desen  byden  Admirael  Mateliefi  in  Nederlandt  eenige  jaren 
gewoondt;  is  een  bequaem  persoon,  mede  lidtmaet  der  gemeente 
Jesu  Christi.  Ende  in  plaets  van  Poulo  Gommes  hebben  den  oudsten 
soon  Louis  Gommes  onder  opsicht  als  mombaer  van  synen  oom 
Anthonio  de  Costa  gepromoveert,  zgnde  de  bequaemste  ende  naeste 
die  dezelve  ampten  competeren.  Twyffelen  oock  niet  off  zullen  de 
Greneraliteyt  goeden  en  gewilligen  dienst  doen 

In  't  Gasteel  Amboina  desen  20  Mey  A»  1629. 


XXXVI»    Philips  Lucasz,  gouverneur  van  Ambon,  aan 

den  Gouv.-Gen,  J.  Pz.  Goen,  10  September  1629. 

Belangende  de  gestalte  van  de  schooien  int  generael,  hebben,  bg 


1  Zie   het  verbod   van   particulieren   handel  in  d.  23  Oct.  1628  bg  Yan  der 
Chgs,  Ned.-Indi8ch  Plakaatboek,  I  bl.  258,  259. 

2  De  twee  Ambonsche  hoofden,  wier  opvolgers  hier  genoemd  worden,  waren 
naar  Batavia  gegaan  om  Coen  te  verwelkomen  en  daar  tijdens  het  beleg  gestorven. 


149 

occasie  van  onse  jongste  gedaene  tocht  in  deeylanden  Vleasser,Oma 
ende  Nosselau,  der  selver  promotie  emstlijck  bevoirdert,  op  de  res- 
pective  plaetsen  kercken  ende  schooien  door  d'inhabitantenvoltrocken, 
de  kinderen  matich  getal  d5en  contribueren  ende  derselver  schooien 
behoorlijck  naer  de  constitutie  met  opsienders  ende  meesters  beset, 
in  vougen  aldaer  over  350  jonge  kinderen  aengeqneeckt  ende  onder- 
weesen  worden.  Bg  de  jongste  advysen  verstaen  van  die  quartieren 
op  eenige  plaetsen  meerder  nomber  (als  hun  te  laste  geleyt)  compa- 
reerden ende  viytich  begonden  aen  te  neemen.  Op  groot  eylandt 
Amboina  wort  mede  onder  vigilant  opsicht  t'onderwijs  van  de  jonge- 
lingen, die  bij  continuatie  oock  redelijck  gestileert  vuyt  hun  al  eenige 
tot  ondermeesters  voor  getrocken  en  gevordert  sgn.  Onlangs  is  door 
de  curateurs  een  generale  visite  gedaen  ende  vinden  t'  samen  over 
700  naturele  kinderen  (waer  onder  over  hondert  redelijcke  schrgvers) 
in  de  schooien ,  met  apparentie  om  noch  eenige  daer  toe  tetrecken, 
welcke  alle  buyten  lasten  der  Compie:(exceptde  guages  van  de  mees- 
ters) ter  schooien  compareeren.  Voor  deesen  was  deselve  een  pont 
rijs  sMaechs  toegeleyt,  doch  dit  is  nu  affgeschaft  ende  genieten  niets. 
De  curateurs  hadden  voorleden  jaer  (aen  de  directeurs  der  scholen 
costy)  om  eenige  boecken  pampier  ende  andere  nootwendicheyt  ge- 
schreven doch  daer  en  is  niet  sonders  op  gevolcht  ende  te  nauwer- 
noot  haer  brieven  beantwoort.  Vuyt  welcke  oorsfaecke  aen  ons  ver- 
socht  t'  selve  wilden  overschryven,  ten  eynde  door  S^ne  £d:ordere, 
aenstaende  besendinge,  soo  t'selve  te  becoomen  waer,  mochten  versien 
worden.  Namentiyck  met: 

150  k  200  Dnytsche  historiën  van  Tobias  ende  andre. 

200  •  .  .  •  d^  groote  als  cleyne  Catechismus. 

200  é,  300  Psalmboecken  y  daer  onder  eenige  met  noten. 

300  k  400  Duitse  Morgen weckers,  Arnoldi  Comelij 
Seevaert,  Vasten  Gront,  ende  andre. 

4  4  5  Bijbels. 

4  è.  5  riemen  sdirgf^ampier. 

Eenige  pennen  ende  stoffe  tot  inct» 

100  II  150  Dicionarisen  Duyts  ende  Malleys. 
Eenige  Testamenten. 

In  dese  ende  naest  gelegen  pketsen  continueeren  de  ecclesiasticque 


150 

Dienaren  met  weinich  yver  ende  devoir,  in  vougen  dat  wel  d*  exer- 
citie van  de  ordinarie  predicanten  ende  sacramenten  geobserveert,de 
verlichte  door  deselve  gestichtet  ende  onderweesen  worden  maer  hadden 
by  verschelde  indnctien  onderleyt  de  gemelde  Dienaren  daertoe  te 
brengen  om  door  particnliere  aenspraecke  ende  visitatie  de  natnrele 
inwoonders  in  eenige  fundamenten  van  religie  te  onderw^sen ,  directe 
middelen  om  het  wit  daer  naer  geschooten  ware,  namentlijck  der 
blinde  menschen  salicheyt,  te  belangen;  doch  vinden  tot  onsen  leet- 
weesen  daer  weynich  in  gedaen  ( :  t'  sQn  bastaerde  fonteynen ,  daer 
men   t'  water  in   dragen   moet,   maer  voomamentlgck  personen  van 

soodanigen  bedieningen) 

Wij  hebben  ons  onlangs  op  alle  plaetsen  waer  den  Nederlantschen 
staet  soavereyn  gesach  competeert  persoonlijck  getransporteert,  vnyt 
derselver  gelegentheyt  een  calculatie  gedaen  ende  naer  den  besten 
overslach  oordeelen  in  de  gemelte  dorpen  onder  het  Casteel  sortee- 
rende,  wel  16  a  18  duysent  zielen  (alle  eenvoudige  lieden  die  den 
naem  van  Christenen  voeren)  te  weesen,  waer  vuyt  concludeeren,  in 
gevalle  door  kerckelijcke  persoonen,  daer  behooriyck  gearbeyt  worde , 
ongetwijiFelt  ware  niet  alleene  Grodes  dienst  groot  accressement  inde 
Christenheyt,  maer  voornamentiyck  liefde  ende  voorder  affectie  tot 
de  Nederlantsche  natie  vnyt  ontstaen 

Int  Casteel  Amboyna  adij  10  September  a^  1629. 

Was  ondert. 
Philips  Lucas. 


XXXVII.    Hamza,   sultan  van  Tarnate,  aan  Kimelaha  Le- 

liatoe  enz.  (Translaat  uit  het  Temataansch)  ^. 

Ghy  Sengaiges,  Quipattys  ende  Kimelahas  gesamentlijck  vanOlee- 
syva  ende  Oleelyma  sult  wel  doen  ende  overreeckenen  eens  met 
Kimelaha  Leliattoe  ende  ELalembatta,  hoe  veel  incomsten  van  tollen 


1    Den  6  September  1629  door  den  Qonvernenr  van  Ambon  bekomen. 


151 

aen  de  Hollanders  t'  sedert  den  tljtt  van  Serafiy  betaelt  sijn,  want 
WIJ  met  de  Hollanders  wegens  voorige  schuit  oneens  sgn  ende  seggen 
datt  de  schulden  van  onsen  onden  Heer  Coninck  meer  als  daysent 
bhaar  bedraecht,  welcke  schriften  met  de  doos  van  den  ouden  Coninck 
wech  geraeckt  ende  weten  niet  waer  die  bevaren  sijn  datt  ons  nu 
groote  moyte  geeft.  Ghylieden  Sengaiges ,  Quipattys  ende  Eimelaha , 
weest  verdacht  ende  laet  niet  naer  ons  de  quantiteytt  hoe  veel,  ons 
over  te  senden,  ende  sult  van  den  Gouverneur  in  Amboina  mede  een 
quitantie  voorderen,  op  datt  uwe  schriften  met  des  Gouverneurs 
d'  accordo  gaen  ende  sent  ons  dezelve  herrewaerts  over,  opdatt  de 
t^dinge  ende  woorden  eens  mogen  wesen  sonder  naerlaten. 

Voorder  als  wanneer  wg  de  veertich  bhaar  en  nagelen  eysschen  ende 
den  Gouverneur  van  Temate  ende  mynen  Savoy  Chinees,  hebt  ghy 
ons  ydeiyck  voor  gelogen  ende  aen  ons  geschreven  datter  geen  nagelen 
waren,  maer  dat  ghy  het  geld  van  den  Gouverneur  van  Amboina 
geleent  hadt  om  de  schuit  aen  onsen  Gouverneur  ende  mgnen  Savoy 
Chinees  te  voldoen.  Maer  wg  vinden  dat  ghy  ons  voorgelogen  hebt, 
alsoo  t'  selve  in  Batavia  niet  betaelt  is,  doch  dat  is  tot  daer  toe, 
dat  ghg  ons  daerin  geioogen  hebt  daer  over  sult  niet  naerlaten  om 
gemelte  veertich  bhaaren  nagelen  te  betalen  ende  soo  sulcx  niet  ge- 
schieden can  sult  mij  met  d'  eerste  herrewaerts  comende  scheepen 
vier  duysent  Realen  in  plaetse  seinden.  Voorder  versoucke  dat  Capn : 
Hittoe  herwaerts  seindet  seecker  lampe  van  coper  ende  een  predick- 
stoel  uyt  den  tempel  van  Banda.  Wij  hebben  mede  verstaen  dat  Ca- 
lembatte  seecker  ledicandt  heeft;  sult  dezelve  mede  sonder  naerlaten 
herrewaerts  seinden.  Wg  hebben  alhier  van  onsen  Gouverneur  verstaen 
dat  mgnen  broeder  Capn:  Laout  tusschen  u  ende  d'  Hollanders  een 
comptract  geraemt  hebben,  t'  welk  mede  poinctnelljck  naer  gesien; 
daer  over  seer  verbljjt  ende  voorgoet  aengenomen  hebben,  u  op  t'hooghste 
bevelende  dat  ghij  daer  op  verdacht  sijt  ende  wel  overleght  dat  in 
gevallen  naer  dezen  u  daer  jegens  vergrgpt ,  off  door  u  toedoen  eenich 
misverstant  quame  te  rgsen,  hebt  eenelgck  voor  uwen  hals  ende 
leven  sorge  te  dragen. 
Gesont  ende  welvarende  op  Saterdach  geschreven. 


152 

XXXVIII.    Gijsbert   van   Lodensteyn,    gonvernetir    der 

Molnkken  ^    aan   den  Oonv.-Gen.   J.  Pz.  Coen, 
1  September  1629. 

DewQle  wy  den  Coninek  gedarichigck  waren  aenmaenende  omme 
voor  t  vertreck  der  schepen  naer  Batavia  de  oude  contracten  te 
resumeren,  verschgnt  hij  den  19  Jaiy  met  sijn  principaele  Raets- 
persoonen  boven,  versonckende  copie  der  contracten,  omme  die  te 
mogen  naesien  ende  daer  op  te  antwoorden.  De  haere,  seyde  hy, 
waeren  ten  t^de  des  overleden  Conincx  Modafar  verbrant. 

Wij  behandigden  hem  d'  onse,  die  noch  in  weesen  waren,  hem 
daervan  copye  beloovende ,  want  die  van  Matelief  syn  noch  in  Duyts 
als  Temataens  te  vinden;  van  gelijcken  die  van  Wittert  sQn  mede 
de  Temataensse  verlooren.  De  contracten  met  d'  Heer  Generael  Both 
gemaeckt  sgn  geheel  slordich  getranslateert ;  veel  dingen  die  in  duyts 
geschreven  staen  en  wort  in  Temataens  niet  eenmael  verhaelt, 
waeromme  my  met  de  dnytse  moste  behelpen  ende  deselve  weder 
geiyck  als  UEd.  deselve  na  cont  sien  op  nieus  laten  translateren. 
Dat  van  Matelief  hebben  wt  een  oude  cladde,  twelck  onder  een  van 
de  Assistenten  was  berustende,  voortgehaelt;  geloove  al  eenige  pun- 
ten sgn  ontbreeckende. 

Soo  wy  onderwylen  doende  waren  omme  de  oude  contracten  te 
doen  translateeren  ende  int  net  stellen  begint  den  Spaingiert,  ick 
can  niet  versinnen  door  wat  oorsaecke  beweecht,  den  oorloge  jegens 
den  Temataen,  vasthoudende  ende  daemaer  op  de  galeye  werpende 
alle  de  Tematauen  die  op  Oammolamme  waren  handelende,  sijn 
vaertnych  wtsendende,  neemt  gevangen  wat  becomen  can,  soo  dat 
wel  60  persoenen  in  handen  heeft,  hebbende  mede  2  a  3  persoenen 
die  haer  ter  weere  stelden*  dootgeslagen.  Hier  wiert  stracx  bonje  ge- 
roepen, de  Tematanen  met  macht  te  lande  nytvallende  en  ver- 
namen geen  volck  alsoo  t  garou  te  water  geschiet  was.  Wy  lieten 
omtrent  40  soldaten  onder  t  beleyt  des  cappiteyns  pas  buyten  de 
pallisaten  trecken  omme  mede  een  schyn  te  toonen  van  haer  te 
willen  helpen. 
Den  Coninek  sont  ons  twee  brieven  int  Spaens  geschreven  boven  ^ 


1    Den  4  April  1629  op  Ternate  gekomen  om  Pieter  Wagensvelt  te  vervangen. 


153 

omme  gelesen  te  werden,  daer  van  hem  den  inthont  liet  weten, 
s^nde  den  eenen  een  ontsegbrieff  van  Pedro  de  Heredia  Gouverneur 
van  Gammolammo ,  waervan  hier  benevens  de  copye  gaet  ^. 

Desen  begonnen  oorloghe,.  Heere,  dunckt  mijn  een  geheel  vreemde 
saecke    te  syn   ende  en  can  niet  bedencken  wat  den  Spaingiert  mo- 
veert sulcx  te  beginnen,  want  eenich  bedroch  daer  ouder  schuylende 
soude  hi)  hem  van  dootslaen  onthouden  hebben,  mede  vant  volekop 
de   galye,   naer   dat   geschooren   sijn,  te  werpen.  Hij  gaert  en  doet 
noch  dagelijcx  op  haer  soo  door  sijne  Mardyckers  als  Chiauwers  garen , 
soodat  de  Ternatanen  gedwongen  syn  haere  thnynen,  die  tot  omtrent 
Calematte   gemaeckt  hadden,    te  verlaten  ende  andere  omtrent  onse 
forten  te  maecken.  Den  jongen  coninek  van  Gilolo  heeft  eenige  malen 
wtgeweest,    dan  jegen  de  Spangiaerden  niet  verricht;  haere  feeste, 
800    sy    voorgeven,   die   tot  nu  overt  affsterven  des  Conincx  in  Ma- 
nilha  geduert   heeft,  oorsaecke  is  sy  als  noch  niet  en  beginnen.  Te 
lande   hebben   diverse    malen  uytgeweest,  selfs  mede  den  Coninek, 
dan  maecken  soo  veel  geraes  dat  de  vyandt  sulcx  genouch  can  hooren 
ende   tijd   hebben   omme  te   vertrecken.  800  desen  oorloge  recht  ge- 
meynt   wort  geloove   daervan  d'  oorsaeck  eensdeels  te  zQn  dat  den 
Tijdorees,   geleek  hem  oock  mede  den  Spangiert  beklaecht,  niet  en 
wert   toegelaten   vrijeiyck   op   Maleye   off  andere   plaetsen  omtrent 
onse   forten    te   comen,  twelck   sij  wel  verhoopt  hadden  met  desen 
vreede  te  crijgen,  ofte  ons  metten  Ternataen  soo  wij  sulcx  niet  en 
wilden   toelaten  jegens  den  anderen  te  helpen,  want  corts  naer  dat 
den   Tamataen   ende  Tijdorees  haere  t  samencomste  hadden  geeyn- 
dicht   dede   den   Coninek    van    Tijdoor   aen  die  van  Tematen  ver- 
soecken  hg  toeliet  sijn  volck ,  soa  wel  de  principalen  als  de  gemeyne 
vryeluyden   op   Maleye   als   andere  plaetsen  onder  sijn  gebiedt  sor- 
terende vermochten  te  comen,  waerop  hem  Hamsa  soude  geantwoort 
hebben   dat   soo   veele   hem   aenging   te   vreeden  was  maer  mosten 
considereren   de   Hollanders   hier  mede   woonden   ende  sonder  haer 
consent   en  conde  hij't  niet  toelaten  ofte  ten  waere  op  haer  ban  en 
boeten   wilde  comen.  De  Tydorees  haddé  doenmael  aen  de  Ternataen 
mede  doen  voorhouden,   bij  aldien  hij  met  de  Spaingiaerden  verselt 
eenich   garou  op   d^   onse  maeckte,  off  hij  Ternataen  sich  tot  onse 


1     Ontbreekt  aan  dit  afschrift. 


154 

hulpe  Bonde  wenden,  waerop  Hamsa  antwoorde  dat  by  aldien  sij 
luyden  ofte  de  Spangiaerden  yets  op  d'onse  attendeerden  y  hij  soowel 
aen  ons,  als  de  Tydoreesen  met  de  Spaingiaerden ,  verbonden  was 
om  met  aller  macht  bg  te  staen. 

Ofte  ten  waere  Pedro  de  Heredia  beweecht  desen  oorloge  begonnen 
heeft  dat  verzekert  is  van  de  comste  sgns  verlossers,  dien  hy  een 
oorloge  benevens  t  gouvernement  soeckt  naer  te  laten ,  op  dat  dewgle 
haere  macht  gelyck  als  d'  onse  alhier  swack  is,  eenich  ongeluck  de 
Spaingiaerden  overcomende,  s^n  naesaet  mocht  worden  geblameert 
ende  hQ  Pedro  de  Heredia  voor  een  geluckich  Gouverneur  gehouden, 
alsoo  veel  v^anden  in  de  Manilhas  heeft  ende  hem  naergegeven  wort 
gedurende  sQn  gouvernement  veel  dingen  om  syn  particulier  proffijt 
tot  oneere  des  Conincx  heeft  laeten  geschieden,  als  t  nemen  van  de 
Galliott  ende  t  vangen  van  diverse  persoenen,  waer  van  hy  in  sijn 
brieff  restitutie  is  eysschende.  Vreese  soo  geloove  van  de  eygenaers 
in  de  Manilha  comende  aeugesprooken  te  werden  van  dat  sich  jegens 
den  Temataen  met  represalje  niet  en  heeft  gevaleert. 

Den  Ternataen  heeft  den  Gouverneur  van  Gammolammo  op  sijn 
missive  geantwoord  dat  van  geen  betalen  noch  wedergeven  en  wist. 
Soo  oorloge  begeerde  te  voeren  mocht  sulcx  vryelgck  doen.  Van  sQn 
sljde  was  de  vrede •     • 

Den  Coninck  naer  t  houden  sgner  feeste  sont  my  een  schrifteiyck 
antwoorde  op  de  beclaechde  puncten  van  den  Hr  Gouverneur  Le 
Febure;  dan  alsoo  hem  liet  weten  sulcx  niet  genonch  en  was  maer 
boven  most  comen  omme  een  eynde,  dewQle  de  scheepen  souden 
vertrecken,  van  de  dingen  te  maecken  soo  compt  hg  den  ]4eu  deser 
boven  alwaer  naer  veel  debatten  over  en  weder  dese  bggaende  punc- 
ten achter  aen  d'  oude  voor  desen  gemaeckte  cx>ntracten  wierden 
gevoecht  die  bg  hem  naermaels  sijn  geteyckent  ende  solemnelijck 
beswooren  ^ 

lek  honde  voorseecker  hij  dit  accoort ,  soo  wij  van  onser  zgde  hem 
geen  occasie  en  geven,  genouchsaem  onderhouden  sal,  beter  dan  in 
den  tyt  van  Modafar  is  geschiet,  wanneer  alsdoen  veel  Ooningen  op 
Ternaten  waren  ende  't  gunt  d'  een  wilde  dander  niet  en  begeerde. 

T  verbreecken   des   vreets   met  den   Tydorees  heeft  ons  belooft 


1    Zie  het  accoord  (in  d.  14  Augustus  1629)  bg  Yalentgn,  I.  2,  bl.262— 63. 


155 

vastelijck  metten  eersten  te  sullen  doen,  alleen  wachtende  t)p  de 
comste  sijns  broeders  als  UEdt  nyt  sijne  missive  hiernevens  gaende 
sult  cnnnen  sien. 

Doch  die  van  Gamcamorre ,  die  altemet  van  ons  met  wat  cruyt  en 
loot  versien  worden,  onderhout  den  oorloch  op  de  vaste  enst  jegens 
den  Tydorees,  alhoewel  hem  tselve  menichmael  verboden  is.  Heeft 
my  nu  op  ons  affscheyden  van  Maleye  belooft  op  den  Tydorees  hart 
te  sullen  gaeren  soodat  desen  ons  seer  toegedaen  ende  den  Tydoreesen 
ende  Spangiaerden  hart  vgant  is  ^  Hij  sal  een  oorsaecke  sQn  omme 
den  Tydorees,  alsoo  van  sQn  garouw  niet  op  en  hout,  op  den  Ter* 
nataen  sal  vallen  om  hem  te  revengieren,  waerdoor  den  Temataen 
eerder  als  wel  begeerde   genootsaeckt  sal  sQn  de  vrede  te  breecken. 

De  gesanten  des  Conings  van  Mindanao ,  UEdt.  in  mijne  voorgaende 
verhaelt  hier  gecomen ,  op  haer  vertreck  staende ,  quamen  boven  omme 
te  vernemen  wij  aen  haeren  Coninek  iets  wilde  belasten.  Hebben 
derhalven  goetgevonden  tot  UEdt.  naerder  advijs  een  missive  aen 
haren  Coninek  te  schry  ven  waer  van  de  copie  hier  nevens  gaet  ende 
deselve  haer  medegeven  ^ 

Wegen  thouwelijek  van  Tydoor  ^  is  hier  een  tijt  lang  stilte  ge- 
weest, alhoewel  ons  wel  bewust  is  hij  haer  groote  affectie  is  toedra- 
gende. Dewyie  nu  de  jongste  mael  boven  was  ende  de  beclaech 
puncten  vande  Heer  Gouverneur  Le  Febure  beantwoordde,  waerinne 
onder  andere  verhaelt  staet  hy  t  houwelijck  met  die  van  Tydoor  moste 
naerlaten ,  gaff  ons  daerop  tot  antwoort  dat  het  houwelijck  waere  een 
ordeninge  Godes,  onmogelijck  voor  de  menschen  om  dat  te  beletten, 
ende  t  geene  Godt  daer  van  geordonneert  hadde  naergecomen  moste 
z^n;  dan  al  waer  hg  t  houwelijck  met  de  dochter  van  Tydoor  aen- 
ging,  t  selve  geen  meerder  verbin tenisse  en  soude  maecken,  maer 
sonde  d'  oorloge  evenwel  voortganck  nemen.  'T  ware  voor  desen  meer 


1  Omdat  deze  dikw^'ls  aan  de  kust  yan  Ternataansch  Halmahera  kwamen 
rooven  en  , garen"  (koppen  snellen). 

2  Deze  ontbreekt  aan  dit  afschrift.  —  Het  gezantschap  was  eigenlijk  aan  den 
Snltan  yan  Ternate  gezonden,  maar  bracht  een  brief  aan  den  Hollandschengonyer- 
neor  mede.  Denkelyk  kwam  het  yan  den  yorst  yan  Tnbng.  Zie  yan  Dgk,  Neer- 
lands  betrekkingen  met  Borneo,  etc.  bl.  256. 

3  Namelijk  yan  Hamza  met  de  dochter  yan  den  Sultan  yan  Tidore. 


156 

malen  geschiet  de  huysen  van  Tematen  ende  Tydoor  aenden  anderen 
honweigcten,  dan  tselve  hadde  noijt  den  oorloge  belet  noch  doen  op- 
houden, lek  vreese  hij  noch  eenmael  deselve  in  stillicheyt  tsljnen 
huyse  doen  comen  ende  voorts  tot  sijn  vrouwe  nemen  sal;  dan  sullen 
soo  veel  mogeiyck  tselve  soecken  te  weeren. 

Den  Tydorees  houd  hem  tot  verwonderen  geheel  stil ,  beeft  diverse 
malen  eenige  ouser  onderdanen  soo  wel  Hollanders  als  Mardyckers 
genouchsaem  in  handen  ghehadt  doch  niet  misdaen  tschijnt  hy  eenich 
miscontentement  heeft  van  den  Gouverneur  van  Gammolammo,  want 
heeft  van  dit  verleden  mousson  aen  sgne  onderdanen  verboden  geene 
nagelen  aen  Pedro  de  Heredia  te  leveren,  die  de  selve  voor  desen 
meest  plach  van  de  inwoonders  op  te  coopen. 

Gnoffiqia,  1  September  a.  1629. 

Was  ondert. 
Ghtsbebt  van  Loodensteyn. 


XXXIX.  Adriaen  Blocq  Martensz  aan  Bewindheb- 
bers der  O.-I.  Compagnie,  uit  Batavia,  8  Februari 
1629. 


Andermael  segge  ick  van  UE.  schryven  ^  te  sljn  verwondert  ende 
hebbe  daerop  seer  vremde  speculatien,  meenende,  ja  m^n  selven 
schier  versekerende ,  dat  het  maer  eene  occasie  is  om  te  grijpen  een 
stock  ende  mij  daer  mede  op  tlQff  te  vallen,  over  den  ouden  haet, 
daerinne  ick  mg  langen  tyt  bevonden  hebbe,  om  dat  men  mg  als 
cacx  na  gaff,  dat  ick  geheel  vremdt  van  opinie  ende  mij  gantsch 
stellende  was  jegens  de  cours  die  over  t  beleydt  van  Indien  was 
genomen. 

T'is  waer  dat  ick  in  de  voorstëllinge  van  de  Ed.  Heer  Generael 
Coen  drye  ofte  vier  poincten  hebbe  niet  alleen  simpelijck  berispt, 
maer  al  wat  hart  tegen  geschreven,  om  eenige  Heeren  te  doenomme 
sien,  die  niet  wel  met  soete  onderrechtinge  uyt  haere  doolinge  te 


1    Zie  het  medegedeelde  aan  H  slot  van  dezen  brief. 


157 

trecken  waren ,  daer  van  ick  noch  danck  noch  proffQt  hebbe  genoten , 
maer  veel  hebbe  moeten  lijden;  als  eerst  dat  ick  omtrent  de  drye 
jaren  UEd.  om  den  dienst  hebbe  moeten  naloopen,  synde  sonder 
eenich  respect  op  m^ne  voorgaande  diensten  van  d'  een  Vergaderinge 
van  de  XVII  tot  de  andere  nytgestelt,  siende  d'  een  onervarene 
voor  ende  d'ander  na  voor  mij  prefereren,  ende  dat  ick  eyntelijck 
niet  als  een  Commandear  ofte  Raedt  van  Indien  van  ÜE  sg  a%e- 
vaerdicht  maer  niet  veel  beter  als  een  gemeen  bootsman. 

Ick  en  wil  noch  en  behoor  oock  niet  te  versw^gen  dat  ick  als 
noch  sij  van  opinie  dat  ick  in  het  gemelde  tegenschrijven  UEd- 
hebbe  gegeven  de  heylsaemste  ende  getrontste  raedt,  die  de  Compie 
oyt  van  hare  dienaers  sonde  hebben  mogen  ontfangen,  want  wat 
wasser  vermeteiycker  te  bedencken  ende  schadelijcker  voor  de  Compie 
als  den  Chinesen  met  geduerigen  oorloogh  te  willen  daer  toe  bren- 
gen, dat  se  met  ons  alleen  ende  met  niemandt  ter  werelt  anders 
sonden  handelen.  T'is  naer  de  sterren  gegrepen.  Oorlooght  vrg  hon- 
dert  jaren  achtereen,  sy  en  snllen  niet  verder  te  brengen  sgn,  als 
se  hnn  aMijt  hebben  verclaert^  te  weten  ons  te  willen  gerieven  soo 
verre  ons  geit  ende  waren  strecken  ende  voorts  van  ons  noch  van 
niemandt  in  de  werelt  eenige  wetten  ontfangen  met  wien  sg  meer 
sonden  handelen  ofte  niet. 

.  Het  coopen  van  een  oneyntelyck  getal  slaven  ende  met  landtbon- 
winghe  daer  mede  te  winnen  12  tonnen  gonts  jaerlljcx  totte  lasten 
van  Indien  ende  soo  veel  meer  als  een  treffelQcke  vloot  ofte  een 
groot  leger  sonde  costen  te  onderbonden  is  de  aldervremste  ende  be- 
lachelijcxste  saecke  die  men  sonde  mogen  bedencken.  De  vrye  Inyden 
aen  wien  men  dese  slaven  sonde  vercoopen,  ende  de  landtbonwinge 
daer  mede  aenvaerden,  sgn  eenighe  die  men  hieldt  voor  de  geqna- 
lificeerste  3  k  400  slaven  gepresenteert  met  lands  daertoe,  niet  in 
coop  maer  om  niet  te  gebmycken  ende  hebben  tselve  (als  daer  inne 
niet  siende  als  selffs  in  slavernij  te  leven)  affgeslagen. 

Het  verdreven  van  de  landtsaten  in  Amboyna  ende  de  Molacos 
steect  aen  allen  sijden  vol  gevaers.  Een  lange  oorloge  sonde  daertoe 
van  noode  sijn  ende  alst  ten  laetBten  noch  al  gelncte  sonde  noch  te 
vreesen  syn  dat  men  met  wisselinghe  van  volck  eer  schade  als  pronf- 
ftjt  sonde  doen  want  onder  de  menichte  slaven  die  de  Compie  alhier 
in  Batavia  hondt  seer  weynich  schicx  is. 


158 

Wat  na  den  handel  en  de  negotie  der  vrye  Inyden  aengaet  daer 
mede  is  het  verre  gegaen  buyten  het  voorgeven,  welcke  was  dat 
daer  door  wat  vremts  sonde  werden  opgesocht  ende  de  Gompie  alsoo 
becomen  sonde  meerder  verscheydenheyt  van  waren.  Sg  sgn  regel- 
recht gegaen  in  de  alder  pronff(ijt)eli)cste  negocie  van  de  Gompie  ende 
daer  deselve  de  aldermeeste  schade  te  lijden  hadde,  namentlQck  tot 
de  cnste  van  Goromandel  ende  daer  omtrent,  ende  voorts  in  de  Mo- 
Incos,  Amboyna  ende  Banda,  doch  dit  stnck  wert  nn  geredresseert 
ende  den  vryenlnyden  den  handel  in  die  quartieren  ontseyt.  De  andere 
drye  poincten  als  ondienstich  synde  staen  oock  stille  snlcx  dat  in- 
dien in  UËd.  ter  oorsake  van  mijn  voorsz.  tegenstellinghe  noch  eeni- 
gen  haet  is  overgebleven,  deselve  oock  wel  mach  cesseren,  want  het 
nyt  louteren  Qver  ende  gunste  die  ick  de  Gompie  alt^t  hebbe  toe- 
gedragen bij  mij  gedaen  is  ende  niet  uyt  eenigen  haet  ende  passie 
die  ick  sonde  gehadt  hebben  Jegens  den  Heer  Generael,  soo  mg  oock 
wel  t'onrecht  is  nagegeven  ende  daer  door  mijnen  raedt  oock  te  min- 
der heeft  mogen  gelden. 

Ick  hebbe  uyt  de  vgffjarige  kennisse  ende  correspondentie  in  myne 
voorige  reyse  gehouden  metten  Heer  Generaal  Goen,  doen  sgn  Ëdt 
was  Directeur  van  de  negocie,  niet  anders  bespeurt  als  t  geene  dat 
loffelijck  ende  op  t  hoogste  te  prijsen  is ;  hebbe  oock  met  gelegenheyt 
ende  daer  het  te  passé  quam  loffelijck  van  sijne  daden  gesproken. 
Maer  als  hij  voorsloegh  dingen  voor  mij  onbegrijpelijck  ende  die  ick 
oordeelde  gantsch  ondienstich  voor  de  Gompie  hebbe  ick  oock  de 
couragie  gehadt  om  de  Heeren  mgne  Meesters  daervan  te  waer- 
schouwen,  houdende  ondertusschen ,  gelgck  ick  alsnoch  doe,  sijn 
Ëdt  voor  den  alderbequaemsten  tot  het  Genrlsampt  van  alle  de 
geene  die  ick  in  de  werelt  kenne.  Heeft  hy  eenige  misslagen  gehadt 
met  al  té  groote  desseynen  voor  te  nemen  sulcx  heeft  hij  met  de 
grootste  coninghen  ende  vermaertste  chryghsoversten  gemeen,  t  Zal 
hier  met  Godes  hulpe  onder  sijn  beleydt  wel  gaen;  schiet  hem  maer 
toe  bequame  Raden  ende  verslet  deselve  met  alsulcke  commissie  ende 
instructie  als  hun  tot  uytvoeringe  van  alsulcken  hooghwichtigen  ampt 
van  nooden  is,  daeraen  noch  vrQ  wat  schijnt  te  ontbreken  geiyck  in 
mgn  vorige  brieven  oock  is  aengevoert 

In  Batavia  den  8  february  1829. 


159 

[Hierop  volgen  brieven  van  Blocq  aan  Bewindhebbers  van  16  Maart 
en  16  November  1629.  Aan  den  laatsten  ontleenen  wij  't  volgende:] 

'T  waere  wel  te  wenschen  dat  de  verkiesinge  van  eenen  nieuwen 
Generael  wat  anders  gevallen  waere.  De  Heer  Jacques  Specx  heeft 
deur  langhe  experientie  wel  groote  kennisse  van  saecken,  maeris 
alle  tijt  seer  dralende  ende  irresoluit  geweest,  hebbende  hem  meest 
met  nieuwe  gebouwen  ende  timmeragien  gemoeyt,  daerinne  uyter 
maete  veel  gespendeert  ende  weynich  nuts  affgecomen  is.  Hoe  hij 
hem  nu  in  dese  hooge  bedieninge  sal  quyten  leert  den  tijt.  De  mom- 
pelinge  loopt  hier  dat  de  Heer  Generael  Carpentier  wel  mocht  op 
handen  wesen,  ende  t  schynt  dat  cleyn  ende  groot,  witten  en  swar- 
ten,  naer  syne  comste  verlangen.  T  valt  de  Gompie  wel  dat  de  Heer 
Anthony  van  Diemen  sich  heeft  laten  bewegen  noch  wat  te  blyven; 
vóór  het  overlijden  van  den  Heer  Generael  Coen  en  was  hy  geensins 
daertoe  te  brengen. 

[Blocq  was  in  October  1627  als  commandeur  eener  vloot  van  Texel 
uitgezeild,  doch  door  storm  overvallen  naar  Wight  toegeloopen,  het- 
geen hem,  zooals  Bewindhebbers  beweerden,  stellig  verboden  was. 
Zy  meenden  dat  dit  ook  niet  uit  nood  was  geschied  //  maar  op  een 
ander  secreet  particuUer  desayn  gefondeert  v  waarnaar  zy  wel  zouden 
informeeren.  Op  hun  last  werd  hy  te  Batavia  in  rechten  betrokken 
«n  tydeiyk  geschorst  in  zyn  ambt  van  Extraordinaris  Raad  van  Indie. 
Toen  hy  tot  een  hooge  boete  werd  veroordeeld  wUde  Specx  een 
pleister  op  de  wond  leggen  en  benoemde  hem  tot  baljuw  van  Batavia. 
Maar  hy  maakte  't  zoo  erg  met  schelden  en  kwaadspreken  dat  hy 
ook  van  dit  ambt  moest  ontzet  worden.  In  Maart  1632  keerde  hy 
als  passagier  op  de  vloot  van  Van  Diemen  naar  Nederland  terug.] 


XL.    Philips  Lucasz,    gouverneur   van   Ambon,  aan 
den  Gouv.  Gen.  Jacq.  Specx,  3  februari  1630. 


Op  gisteren  arriveert  hier  wel  redeloos  sonder   ancker  ofte  cabel 
ter  reede,  t'jacht  der  vryiieden,  genaemt  de  MuS)   in  Mertio  pas^^^ 


160 

ujt  Banda  naer  Key  ende  Aron  vertrocken.  Rapporteerde  den  Schip- 
per van  gemelte  jacht,  aen  Aron  op  den  handel  van  sagon  wesende, 
door  de  overicheyt  van't  schip  den  Briel  *■  verboden,  in  vougen  ge- 
nootsaeckt  wert  aen  d'ander  eylanden  haer  proffijt  te  soncken.  Alsoo 
naer  Tennember  hun  transporterende,  genooten  int  eerste  alle  goet 
tractement,  doch  naer  verloop  van  eenige  dagen  dlnwoonders  jegens 
d'onse  geconspireert,  voorgenomen  hadden  al  tVolck  te  vermoorden 
ende  t'jacht  aff  te  loopen,  gelyck  t'zelve  den  16en  deser  behendich 
int  werck  geleyt  met  ontrent  60  persoonen  onder  schyn  van  handel 
aen  boord  verschijnende,  met  knodsen  begonnen  toe  te  slaen  ende 
daer  op  met  messen  te  steecken,  invougen  twee  van  d'onse  dootge- 
bleven,  alle  de  resterende  swaerlijck  quetsten,  except  den  persoon 
die  met  een  halff  pieck  l'verdeck  achter  de  mast  inhiel.  Alsoo  con- 
fiiselijck  van  boort  gedreven  ende  geruymt  sijn  d'onse  voor  de  tweede 
aenstoot  (met  assistentie  van  een  Macassars  vaertuych  aldaer  ter 
reede  wesende)  beducht  zijnde,  soo  desolaet  haer  touw  gekerft,  van 
den  wal  geraeckt,  trachtende  haren  coarse  op  Banda  te  doen,  verby 
gedreven,  ende  hier  in  soodanighe  gestalte  reede  becomen  hebben. 
t'Schynt,  ende  d'exempelen  verthoonen  ons  dit  rampsalich  geslacht 
anders  niet  voornemen  als  met  verraat  op  d'onse  voordeel  te  winnen. 
By  voorvallende  occasie  sullen  soodanighe  trouwloose  schelmen  niet 
dienen  ongestraft  te  blyven,  dat  tot  ruyne  van  t'gantse  eylandt  inet 
een  geringhe  macht   can  geexecuteert  ende  alle  tVoIck  van  t'landt 

gedepossedeert  worden 

Int  Casteel  Amboyna  desen  3  februario  1630. 

[Ook  voor  1630  zijn  de  brieven  van  Phil.  Lncasz  door  Valentyn 
of  zgn  zegsman  gebruikt.  V.  is  wel  verre  van  nauwkeurig ,  maar  de 
fouten  zijn  niet  van  genoeg  beteekenis  om  daarvoor  de  lang  welige 
verhalen  van  den  Ambonschen  gouverneur  nog  eens  af  te  drukken. 
V.  zegt  b.  V.  (II  2  bl.  81)  dat  de  Gouverneur  in  't  begin  van  1630 
onvoldoende  hulp  kreeg  en  laat  daarop  volgen :  //  Met  dezelve  zond 
de  Heer  Specx//  enz.  Daar  de  Acte  die  Specx  zond  van  1  Maart 
dagteekent  is  zy  natuurlijk  later  gekomen  en  wel  in 't  laatst  van  Maart, 
met  twee  jachten  naer  de  Molukken  en  Banda  bestemd.   Als  V.  dus 


2    Verg.  hierna  blz.  165. 


161 

bl.  82  voortgaat:  // Ondertusschen . . . .  den  17  dito//  enz.,  moet  men 
in  't  oog  honden  dat  het  Januari  is  en  niet  Maart.  Nadat  hy  ver- 
sterking bekomen  had  hervatte  hij  (1  Mei)  den  aanslag  op  Eambelo , 
doch  liet  zich  toen,  zoo  als  ook  Y.  mededeelt,  door  praatjes  van  de 
hoofden  en  den  Ternataanschen  Kimelaha  van  zijn  voornemen  af- 
brengen. Gonv.  Gen.  en  Baden  gaven  hem  hunne  groote  ontevreden- 
heid hierover  te  kennen.] 


XLI.    Philips   Lucasz,   gouverneur   van  Ambon,  aan 
den  Gouv.  Gen.  Jacq.  Specx ,  6  September  1630. 

De  scholen  int  generael  staeu  in  een  lofflijcken  en  florissanten 
standt,  t'welck  in  de  gemeente  ende  Religions-constitutie  stichteiyck 
volgen  sonde,  ingevalle  (als  betaemt)  de  Dienaers  des  Woordts  soo- 
danich  ijverden  als  vuytwysende  haren  plicht  aan  Godt  ende  zijn 
Kercke  verbonden  zyn,  doch  het  bigckt,  Godt  betert,  meerder  aen 
de  wereltsche  ambitie  als  om  haer  talent  sorgvuldelijck  te  besteden, 
hangen.  Den  twist  by  haer  soo  gemeen  ende  d'overhandt  heeft  dat 
Godt  geclaecht,  de  gemeente  schandaele  ende  argemis  geschiet ,  [en  wij] 
veeltyts  met  auctoriteyt  haere  verschillen  decideren  ende  ter  neder 
leggen  moeten.  Anders  niet  arbeydende  dan  den  anderen  in  verach- 
tinge  te  brengen,  hadden  etc 

Omtrent  twee  maenden  voorleden  is  onse  gewesen  Kercke  ter  neder 
gestort,  in  vougen  als  nu  de  ordinaire  predicatien  in  Neder landts 
binnen  t'Casteel  ende  den  Maleyschen  dienst  in  de  schole  waergeno- 
men  wordt,  totter  tijt  ander  gelegentheyt  hebben,  daermede  vast 
doende  sQn.  D'inwoonderen  solliciteerden  hart  men  een  Kerck  in 
materialen  van  kalck  ende  steen  begrijpen  zoude,  ons  meermalen 
reprocherende  wij  alhier  over  25  jaren  gewoont ,  noyt  een  kerck  naer 
gelegentheyt  van  de  gemeente  versocht  ware,  't  welck  sustineerden 
voor  de  Mooren  een  schandael  te  wesen.  Doch  vermits  d'Ed.  H'. 
Generael  Coen  sulcx  voor  desen  affgeschreven  heeft,  hebben  t'selve 
met  soeticheyt  wederleyt,  ende  een  kerck  van  matige  proportie  van 
plancken  begrepen  met  een  brandvrg  dack,  daer  toe  alle  vlijtich  de 
handt  geboden 

Datum  int  Gasteel  Amboina  adj  6  September  1630. 

11 


162 

XLII.    Hamz^,   sultan  van  Ternate,  aan  de  hoofden  in 
de  Ambonsche  eilanden,  24  Angnstns  1630. 

Ohy  Singagies  énde  Kipattis  van  Olilima  en  Olisiva  weet  al  te 
samen  dat  lek  desen  mijnen  tegenwoordigen  gesant  Saraffjr  U  niet 
toe  en  zende  om  enige  myne  gerechticheden  ofte  incommen  te  eyschen 
noch  oock  om  vaartaich  off  volck  van  daar  te  lichten ,  maar  alleenlyck 
om  te  vernemen  wat  off  wie  de  oorsaacke  zij  van  de  op  nieu  geresene 
onlusten  tasschen  U  ende  de  Hollanders;  t  si)  datt  ghylieden  ofte 
mgn  broeder  Capiteyn  Laut  ofte  oock  de  Hollanders  zelven  daar  van 
de  schuit  hebben,  sult  promptelijcken  den  gemelten  Saraffy  te  kennen 
geven  als  oock  hoe  dat  ghyluyden  genegen  syt  ofte  mg  alsgetronwe 
onderdanen  begeert  te  gehoorsaemen ,  off  dat  ghij  U  onder  de  crone 
van  Macassar  wilt  begeven.  lek  hebbe  voor  desen  mijn  broeder  Citchil 
Aiy  expres  derwaerts  gesonden  om  UEd.  met  de  Hollanders  te  veree- 
nigen, dat  hy  oock  gedaen  heeft  en  verstaa  nu  ghy  met  den  andren 
al  reeds  weder  op  nieu  overhoop  legt,  soo  dat  ick  door  de  continuele 
qnade  geruchten,  die  jaarlicx  van  U  hoore,  niet  en  weet  waar  naar 
mij  sal  reguleren  t'  welck  de  oorsaacke  is  ik  U  gene  van  mijne  ge- 
rechtigheden aff  eysche. 

Ick  hebbe  gemelten  Saraflfy  geordonneert  (soo  hij  bevindt  ghijluyden 
als  getrouwe  onderdanen  onder  de  croone  van  Tarnate  wilt  begeven) 
hy  U  mondelinge  mynen  last  sal  te  kennen  geven,  t'  welck  ick  oock 
begeer  ghy  oock  promptelyck  zult  naarcommen  sonder  dat  ghy  luyden 
behoeft  te  twyffelen  hy  U  yets  buiten  mijnen  gegeven  ordre  sal  be- 
lasten, in  welcke  gevalle  ick  op  ül  versoucke  ende  oock  met  eenen 
ecxpresselicken  belaste  dat  ghij  U  met  de  Hollanders  bevredicht  en 
t'accoort  tusschen  mijn  broeder  en  den  Gouverneur  aldaar  gemaact 
in  allen  deelen  naar  compt. 

Maleye  op  Ternaten  24  August  a.  1630. 

[Betreffende  de  zending  van  Saraffi  schrijft  Gijsbert  van  Lodensteyn^ 
gouverneur  der  Molukken,  aan  den  Gouv.  Generaal  (24  Aug.  1630): 
jf  Door  den  Coninck  wordt  met  dit  jacht  op  ons  versouck  gesonden  een 
Tarnataan  met  een  suyte  van  ontrent  20  man  omopBouroofBonton 
aan  lant  geset  te  werden  ende  van  daar  sich  naar  Amboyna  te  be- 
geven ,  den  Kimelaha  Louhou  met  authoriteit  te  sty ven ,  des  Coninex 


163 

mandaten  over  te  leveren,  ende  den  Macassaar  ende  andre  van  daar 
te  doen  vertrecken "  etc. 


XLUI.    Crijn  van  Raemburch,  gonvemear  van  Banda, 
aan  den  Gouv.<6en.  Jacqnes  Specx ,  2  Mei  1630  ^ 

Den   14  Marty  zQn  op  den  avont  voor  Boaton  gearriveert,  seyn- 
dende  terstont  Si*.  Huift  met  Uë.  missive  ende  presenten  aenden  Coninek 
die   d'  zelve   zeer   aengenaem  waren  ende  Uë.  hoochlick  bedanckte, 
met  eenen  aen  gemelte  Sr.  Huift  te  kennen  gevende  datter  400  Tar- 
natanen   tot   sijn   hulpe  gecomen  waren  ende  [hij]  Kytchyl  Aly  met 
si)n  resterende  macht  metten  eersten  verwachtte.  De  Macassaren  hadden 
tot   noch   niet  voorgenomen,  die  hy  met  dit  seconrs  wel  hoopte  te 
wederstaen  sonder  dat  hy  seer  om  eenige  van  onse  natie  aenhield, 
hoewel  de  reduyt  al  gereet  ende  met  nien  dack  hadde  laeten  versien.. 
Verstonden  mede  dat  doen  omtrent  ses  weecken  geleden  een  jacht  op 
Saleyer  gebleven  was,  op  hebbende  30  persoenen  en  5  stucken  ge- 
schnts,  die  d'  inwoonders  aen  de  Coninek  van  Macasser  overgelevert 
hadden.  In  't  eerste  hadde  den  jongen  Coninek  begeert  dat  men  se 
altemael  sonde  dooden,  maer  den  ouden  wilde  zulcx  niet  toestaen, 
begeerende  die  nae  Batavia  te  zeynden.  Wat  daerop  volgen  zal  sullen 
ÜË.  metter  tijt  vernemen  ^.  Naderhant  hebben  in  Amboyna  verstaen 
t'  jacht  Suratte  te  wesen ,  alsoo  daer  noch  niet  verschenen  was. 

De  slaven  van  de  Compie  die  hier  noch  in  alles  zijn,  bestaen  in 
702  coppen,  daer  onder  maer  335  bequaem  zijn  om  te  arbeyden,de 
reste  zijn  swangere  ^rrouwen,  siecken,  creupelen  ende  jonge  kinderen, 
daer  gansch  geen  dienst  van  getrocken  wert  ende  alleeniyck  tot  laste 
van  de  Compie  zijn.  Twee  hondert  goede  slaven  waren  beter  als  den 


1  H^  bezocht  Bouton  en  Ambon  op  weg  van  Batavia  naar  Banda,  waar  hy 
het  t^deiyke  opperhoofd  Arent  Garden^s  verving.  Evert  Huift,  in  dezen  brief 
genoemd,  bleef  als  opperkoopman  op  Ambon  achter. 

2  De  bemanning  van  't  jacht  Suratte  werd  door  den  Deenschen  „generaal" 
Roeland  Crappe  in  Makassar  vrggekocht  voor  3616J  realen  en  9  Portugeesche 
gevangenen,   en  den  25  April  1G31  te  Batavia  aangebracht.  Zie  ook  hierna  blz.  183. 


164 

grooten  hoop  dieder  is.  Veel  meerder  zoader  mede  nytgerecht  werden 
in  alle  wercken  ende  fortificatien.  Tot  t'  plncken  van  de  vruchten 
(soo  ick  verstaen)  ist  oock  een  onnut  volck.  Niettemin  zullen  haer  in 
't  toecomende  grote  gewas  daer  toe  gebniyken  insonderheyt  op  Pou- 
leron,  daer  de  pereken  noch  meest  on  verdeelt  zQn  door  dien  debur- 
gerye  van  daer  zijn  getrocken. 

T'  sedert  d'  aencomste  van  Den.  Briel  zijn  hier  wel  70  persoenen 
zoo  Christenen  als  slaven  na  Seram  geloopen,  dat  zeer  beswaerlijck 
voorgecomen  can  worden  en  tot  grote  prejuditie  van  de  burgerij  is, 
waer  mede  oock  veele  grotelicx  comen  te  verarmen  dat  men  by  wijlen 
in  grote  gewassen  genootsaect  is  des  Gompies  slaven  onder  de  burgerye 
te  verdeelen  wil  men  de  gewassen  behoorlick  geint  hebben,  hoewel 
andere  dingen  daer  bij  verachteren 

Met  gemelte  Medenblicq  ^  wert  ons  by  den  Hr.  Gouverneur  Philips 
Lucasz  geadviseert  hoe  den  7^  April  in  Amboyna  aengecomen  is  t'jacht 
de  Kemphaen  met  d'  opper  coopman  Tombergen,  die  met  de  Jager 
ende  Kemphaen  den  8n  Januar:  passado  op  de  cust  van  Timor  wel 
aengecomen  was ,  leggende  mët  de  Jager  voor  Batemean  ende  Kemphaen 
in  Kamanasse  in  handelinge,  alwaer  den  24  daeraen  in  de  voorz: 
haven  van  Batemean  den  Jager  van  twee  wel  gemonteerde  Porta- 
giesche  fregatten  is  besprongen  ende  met  t  ingeladen  cargasoen  ver- 
overt, 23  van  d'  onse  gevangen,  vijff  gemassacreert,  die  aen  lant 
waren  gevlucht ,  de  loge  ende  Oompis  effecten  geplondert ,  ons  volck 
in  de  vlucht  gedreven  die  eenich  fijn  als  ander  gout  gebercht  t' res- 
tant hun  mede  van  den  cleyuen  coninck  Amenesy  gerooft  ende  daer 
van  zeer  barbarisch  getracteert.  Met  de  Kemphaen  zoude  niet  beter 
afgelopen  hebben  ten  ware  hun  de  Portugiesen  te  vronch  opdeden , 
waerbi)  hun  tijt  gegeven  wert  te  eschapperen.  De  Compis  effecten 
waren  aen  lant  ende  op  voorcoop  van  hout  nytgestelt,  daervand' onse 
weynich  te  wil  weten,  (sic)  In  alles  isser  vant  geheele  cargasoen  5000  gl. 
gesalveert.  Grotelycx  werter  getwijffelt  of  dit  exploit  door  Omey  * 
niet  beleyt  is  hoewel  daer  selfs  niet  vernomen  wierde.  Van  Mallacca 


1  Het  jacht  Medemblik,  van  Ambon  komende. 

2  Jan  de  Homey,  bevelhebber  van  H  fort  Henricus  op  Solor,  die  in  't  begin 
van  1C29  naar  de  Portugeezen  overgeloopen  was  en  zich  uu  te  Makassar  bevond. 


165 

waren  doen  al  ses  fusten  aengecomen  ende  wierden  noch  vyf  ver- 
wacht, in  vougen  dat  den  v^ant  aldaer  meester  ter  zee  ende  veylen 

handel  becomen  zal * 

Actnm  desen  2n  May  1630  int  Gasteel  Nasson  in  Banda. 


XLIV.  Crijn  van  Raemburch,  gouverneur  van  Banda, 
aan  den  Gouv.-6en,  Jacques  Specx,  10  Juni 
1630. 


't  Schip  Den  Briel  is  den  23  Maye  hier  van  d'eylanden  ^  wel 
aengecomen.  .  .  .  Tgene  bij  hun  aldaer  verricht,  heeft  weynigh 
te  beduyden;  brengen  alleenlijck  mede  134000  st.  sagu  sonder  dat 
meerder  becomen  conden,  hoe  wel  op  verscheyden  plaetsen  aenge- 
weest  zyn.  Ten  is  geen  vaerwater  om  voor  sulcke  groote  scheepen 
te  gebruycken,  door  de  weynich  ende  quade  ancker  gronden,  die 
der  gevonden  werden.  Voor  cleyn  vaertuych  ist  een  ander  gelegent- 
heyt ,  die  terstont  op  de  wal  halen ,  als  aireede  voor  de  compste  van 
den  Briel  verscheyden  Macassaren,  Cerammers  en  andere  gedaen 
hadden  die  veel  in  getale  waren  om  slaven  ende  diergeiycke  te 
coopen.  De  Bandanesen  nemender  oock  zeer  toe  soo  in  menichte  als 
authoriteyt,  synde  op  te  vier  eilanden  van  Gora,  Oratta,  Ely  * 
en  Kay  wel  ses  hondert  manspersoonen  sterck  behalven  vrouwen 
ende  kinderen.  Si)  soucken  bij  alle  middelen  de  inwoonders  tot  t' 
Moorsdom  te  brengen  gelljck  aireede  eenige  van  de  Overicheyt  ge- 
daen hebben ,  daerinne  van  de  Macassaren  oock  seer  gestijft  werden. 

Door  de  vrye  luyden,  die  van  Kay  ende  Aru  gecomen  zyn, 
wert  ons  gerapporteert  dat  in  de  zelve  eylanden  ende  dandre  daer- 
omtrent  gelegen  veel  vaertuych  van  de  Maccassaren  was  tot  omtrent 
50  int  getal,  copende  daer  slaven,  paradijsvogels  ende  diergelijcke. 
D'onse  hadden  mede  van  de  Macassaren  verstaen  hoe  haren  Coninck 
in  presentie   van  de  Portugijsen,   Bandanesen  ende  zijnen  adel  een 


1  Namelijk  de  Kei-  en  Aroe-eilanden. 

2  Oeratoe  en  Eli  zgn  plaatsen  op  Groot  Kei. 


166 

algemene  bytsjaringe  gehouden  hadde,  in  de  welcke  hy  hun  voor- 
droech  dat  wel  genegen  was  met  de  Hollanders  in  pays  te  treden , 
maer  dat  hij  niet  wel  tevreden  was  zy  niet  wilden  toestaen  dat 
noten  ende  foiy  in  Banda  mochte  halen,  stellende  daeromme  de  ver- 
gaderinge  voor  of  hij  niet  met  alle  zijn  macht  in  Banda  behoorde 
te  vallen  omme  de  vruchten  te  vernielen  ende  de  boomen  om  te 
houwen;  daer  gemelte  vergaderinge  op  geantwoort  hadden  den  Co- 
ninck  sulcx  behoorde  te  doen  en  dat  eerst  Pouleron  daema  P :  Ag 
en  ten  derde  het  groote  lant  van  Banda  souden  aentasten  en  alles 
vernielen  ende  dan  weder  nae  Ceram  vertrecken,  doende  soo  alleen- 
lick  een  vliegende  tocht,  dat  de  Bandanesen  oock  sustineerden  in 
diervougen  bequamelijck  conde  geschieden  sonder  datter  eenige  ap- 
parentie  was  aen  onse  forten  yets  te  cunnen  attenteren  die  zg  wel 
wisten  al  te  defensyf  waren  om  voor  haer  aen  te  tasten.    Wat  daer 

af  mach  zijn  is  Godt  bekent 

Actum  int  Gasteel  Nassau  desen  lOn  Juny  a°  1630  in  Banda. 


XLV.  Jan  Oosterwij ck,  opperkoopman  te  Djambi,  aan 
den  Directeur  generaal  Antonie  van  Diemen ,  15 
Maart  1630. 


Onlangs  hebben  seeckere  tijdinghe  becomen  in  wat  manieren  en 
met  wat  macht  den  Atch^nder  voomam  Malacca  te  incorporeeren , 
als  meede  hoe  deselve  teenemael  affgeslagen  ende  zijn  armade  verdes- 
trueert  is.  Namentlijck  naer  dat  den  oppersten  van  den  Atchijnders 
armade,  Laxamana,  ontrent  9  maenden  [geleden]  met  een  machtvan 
30  goraps  ende  350  cleyn  vaertuych,  gemant  met  16.000  coppen, 
sich  aen  'tRoode  eylandt  onder  de  Portngeesen  schut  vast  gemaect 
ende  100  stucken  geschuts  soo  cleyn  als  groot  op  geworpen  ende 
vier  maenden  langh  wtgehonden  hadde,  met  apparentie  om  de  selve 
te  incorporeeren,  is  ten  laetsten  de  Yiceroy  in  persoone  ^  met  36 


1    Dit  is  niet  jnist.  De  admiraal  der  Portngeesche  vloot,  NunoAlyaresBotelho, 
was  geen  yicekoning. 


167 

wel  gemonteerde  fuysten  en  3  jachten  als  meede  die  van  Joor  met 
2000  ende  de  Coninginne  van  Patanie  met  3000  mannen  tot  ontset 
derselver  verscheenen,  met  welcke  macht  sylnyden  gelijcker  handt 
den  Atchynder  thooft  booden  ende  op  de  vlucht  cregen  tot  in  de 
rivier  van  Bnyjong  genaempt,  alwaer  hem  andermael  sochte  starck 
te  maecken,  dan  t'eenemael  moras  Bijnde  ende  geen  vasticheyt  con- 
nende  crygen,  als  meede  door  brack  waeter  honger  en  dorsts  noot 
zyn  volck  affstervende,  ende  door  de  geseyde  macht  beset  sijnde, 
heeft  ten  laetsten  geen  wtcompste  siende  alle  sgn  vaertnych  in  brant 
gesteecken  en  door  'tmoras  de  vlncht  landewaert  ingenomen,  daer 
wel  een  dach  lanck  tot  de  midden  toe  doorliep  eer  hart  lant  onder 
syn  voeten  creech.  Wel  2000  van  'tvolck  bleven  halff  weegen  steec- 
ken.  Die  van  Jhoor  en  Patanie  hebben  datelijck  haer  voetstappen 
vervolcht  en  op  'tvaste  lant  geattrappeert,  alwaer  den  geseyden 
Laxamana  hem  met  zgn  resteerende  leeger  van  5  a  6000  mannen 
den  Coninck  van  Jhoor  overgegeven  heeft,  met  verseeckeringhe  dat 
niet  in  handen  van  de  Portugijsen  sonde  vervallen.  Waer  over  eerst 
naer  Jhoor  vervoert  wiert,  welcken  sij  darwarts  comende  contrarie 
haere  beloften  neffens  4  èt  5  groeten  den  Viceroy  ter  hant  gestelt 
hebben  ende  naer  Goa  vervoert  sullen  werden.  Van  ditto  veroveringhe 
hebben  de  Portugijsen  alle  tgeschut  tot  100  stuks  toe  neffens  2000 
Atchynders  soo  nu  soo  dan  becomen. 

Vele  zijn  van  opinie  dat  bijaldien  den  Atchijnder  met  3  li  4  van 
onse  jachten  waeren  gesecundeert  geweest  (om  'tontset  wt  Goa  haer 
aencomptste  en  'tsecours  der  Jhoristen  en  Pataniers  te  beletten) 
Mallacca  sonder  twijffel  geincorporeert  sonde  hebben. 

Met  deesen  neerlach  van  den  Atchynder  steecken  die  van  Jhoor 
thooft  in  de  lucht;  hebben  een  ambassadeur  aen  hun  Maten  alhier  ^ 
gesonden  om  seeckere  plaetse  tusschen  Andregiry  en  Jamby  gelegen , 
Toncal  genaempt,  over  langen  tijt  die  van  Jhoor  met  gewelt  affhan- 
dich  gemaect ,  int  minnelijck  over  te  geven ,  ofte  dat  bij  weygeringe 
van  dien  de  selve  met  gelijcke  macht  sal  affloopen  en  soncken  te 
overwinnen,  waerop  onse  Koningen  niet  weetende  wat  antwoorden 
de  geseyde  ambassadeurs  2  a  3  maenden  opgehouden  ende  noch  geen 
dispescie  verleent  hebben. 


1    De  Fanembaham  en  Pangeran  yan  Djambi. 


168 

Na  Palembam  hebben  mede  ambassade  gesonden  om  restitutie  van 
200  man  door  den  Atcbynder  voor  deesen  darwarts  gevlucht ,  welcke 
zy  meede  bij  weygeringe  van  dien  dreygen  te  halen. 

Verstaen  verder  wt  ditto  ambassade  harwarts  gecomen,  sijn  Majes- 
teijt  van  meeninghe  is  Zijn  Edelheyt  een  persoon  toe  te  senden  waer 
toe  een  goerap  geprepareert  wort,  om  van  seeckre  saecken  te  con- 
cludeeren.  Waerop  t'selve  draeyt  connen  niet  recht  verstaen,  dan 
presumeeren,  bij  aldien  zijn  Edelheyt  hun  niet  wilde  resisteeren, 
toch  wel  op  Jamby  mocht  geworpen  zijn. 


XLVI.  Gouverneur-Generaal  (J.  Specx)  en  Raden  van  Indië 
aan  Bewindhebbers  der  O.  I.  Compagnie ,  7  Maart 
1631. 


Bij  aldien  den  Atchynder  met  een  goede  macht  andermael  voor 
Malacca  conde  gebracht  ende  met  onse  cruysende  jachten  ter  zee 
neffens  eenige  weynige  subsidjen  van  amonitie  ofte  andersints  te 
lande  geadsisteert  werden,  zoude  Malacca  onghetwijffelt  in  d'uytter- 
ste  peryckel,  ofte  de  Portugiese  macht  van  de  custe  van  India  int 
geheel  ofte  alsulcken  gedeelte  derrewaerts  getrocken  werden  dat  in 
de  quartieren  yan  Persia  en  Suratte  tot  naerdeel  van  onsen  handel 
niet  machtigh  zouden  blyven  iets  t'onderstaen. 

De  voorighe  belegeringhe  *  heeft  den  Coninck  heel  secreet  ende 
buyten  onse  als  der  Engelschen  kennisse  aengevangen,  welcke  hem 
zonder  t'ontset,  naer  de  becomen  rapporten  ende  opinien  eenigher 
van  daer  overgecomen ,  oock  apparent  zulcx  zoude  hebben  geluckt 
dat  hy  Malacca  soude  vermeestert  ende  in  zijn  gewelt  becomen  heb- 
ben, 't  welck  door  d°  ontseth  van  Goa,  daer  hun  de  secoursen  van 
Pahang  ende  Patana  bij  gevoecht  hadden,  zoo  contrarie  is  gesucce- 
deert  dat  alle  zijne  navale  macht,  geschut  ende  volck  geheel  verloo- 


1     Nameiyk  het   beleg  van   Malaka  door  den  Saltan  van  Atjeh,  die  hier  met 
„den  Coninck"  bedoeld  wordt.  Vergelijk  hiervóór  bl.  166! 


169 

ren  ende  in  de  Portugiesen  handen  gevallen  zijn ,  van  welck  onge- 
val wij  hem  met  onse  ernyssende  jachten  (wanneer  die  maer  wat 
versterckt  waren  geweest)  zouden  hebben  connen  bevr^den,  zoo  den 
Coninck  ons  zijn  voornemen  gecomnniceert  ende  des  versocht  hadde, 
alsoo  de  macht  van  Don  Botelho  maar  in  omtrent  36  fdsten  ende 
ander  royvaartuych  met  drye  jachten  bestaen  heeft,  daermede  hij 
(zeer  corts  naer  zijn  aencomste  voor  Maliacca)  de  Atchijnse  armade 
in  een  cleyn  rivierken,  ten  znyden  Malacc^  toebedijckt  leggende, 
onversiens  zulcx  beset  ende  sich  te  lande  datelyck  zoo  versterckt 
heeft  dat  d'Atchynders ,  hun  perijckel  te  laet  ontwaer  wordende, 
haer  leger  voor  Malacca  confuselyck  op  gebroocken  ende  naer  hnii 
gemelte  beleegerde  vloote  gevlucht  zijn,  alwaer  (naer  eenighe  ge- 
bruyckte  pratijcken  en  tegenstandt)  geen  wtcomste  zyende,  hebben 
eyntlijcken  alzulcken  accoort  aengegaan  als  Botelho  belieft  heeft 
hun  te  vergunnen  ende  naermaels  te  houden,  t'welck  zoo  slecht  ende 
desolaet  geweest  is  dat  als  vooren  all  hun  macht  in  der  Portugie- 
sen handen  gevallen,  den  Oversten  Laximana  met  eenige  principale 
Edelen  in  een  van  s'Conincx  galeyen  gevanckelyck  naar  Goa  ge- 
voert,  t'gemeene  overgebleven  volck  meest  in  diversche  qnartieren 
tot  slaven  vercocht  zQn. 

Aan  geschut  en  vaertuych  is  Malacca  hierdoor  seer  versyen  ende 
gesterckt,  daer  tegen  te  lande  all  hun  thuynen  ende  vruchtdragende 
boomen  (zoozeer  als  omtrent  Batavia)  geraseert  ende  vernielt  zijn, 
zulcx  dat  se  de  victorie  oock  wel  met  groote  schade  hebben  behouden. 

Naer  dat  wg  van  twee  nu  cortelingh  overgecomen  Nederlanders 
werden  bericht,  waren  alle  eetwaren  in  Malacca  seer  dier,  t'Casteel 
als  de  stadt  met  weynich  blancke  coppen  versyen  en  in  alles  soo 
confusen  ordre  datse  opineerden  geen  tweede  belegeringe  van  den 
Atchynder,  als  hij  door  ons  te  water  gesecoadeert  wiert,  zouden 
connen  wtstaen.  't  Is  buyten  twijfel,  als  wij  de  zaecke  met  den 
Atchynder  'tsamen  tot  een  ernstighe  belegeringe  aenleyden,  dat  Ma- 
lacca na  alle  apparentien  niet  zoude  connen  bestaen  maer  off  de 
Compagnie  haere  jegenwoordighe  constitutie  tot  zulcken  entreprinse 
gedisponeert  ende  soo  een  lastighe  naer  slepende  victorie  oock  dien* 
stich  zoude  zgn,  staet  grootelijcx  te  considereren.  'T  ware  wel  een 
groote  conqueste,  waer  door  den  handel  der  Portugiesen  in  China, 
Jappan  ende  de  Philippinas  oock  metter  ti)dt ,  geheel  installich  conde  ge' 


170 

maeckt  werden,  doch  wat  baten  groote  conqnesten  ofte  incorporatien 
van  plaetsen  als  de  vrachten  ende  proffijten  de  voorvnytlopende  las- 
ten niet  en  connen  supporteren ,  gelijck  de  Compie  met  Malacca  weder- 
varen zonde.  Weshalven  (boven  dat  het  bnyten  onsQ  presente  gelegent- 
heyt  zij  ten  principale  iets  groots  met  den  Atchynder  te  beginnen) 
honden  wy  geraetsamer  de  Atchijnse  ende  Portngiese  lichamen  door 
onderlingh  worstelen  te  laten  debiliteren  als  de  macht  van  de  Gompie 
tot  iets  te  engageren  daer  geen  apparente  presente  snbsidyen  ofte 
proffytten  by  te  verwachten  staen.  Eenighe  Atchynders,  die  hare 
slavernye  ontloopen  zijn,  hebben  haer  zoo  hier  als  andere  plaetsen 
in  onse  protectie  comen  begeven,  die  alle  wel  ontfangen,  van  noot- 
dmfticheyt  onderhouden,  ende  eenighe  naer  haer  landt  geholpen 
zijn. 

De  jachten  Oostsanen  ende  Cleyn  Heusden,  haren  gelimiteerden 
tijt  int  vaerwater  van  Malacca  vuytgecruyst  hebbende,  zQn  volgens 
haer  ordre  naar  Jambi  geloopen,  alwaer  zij  den  28n  Martii  voor  de 
revier  arriveerden,  varende  den  coopman  van  Oostzanen  S^^  Draeck 
ende  den  schipper  van  Cleen  Heusden  disordentelljck,  ider  met  zgn 
bgsonder  schnyt  ende  volck,  't  samen  28  man  sterck,  naer  boven 
om  te  vernemen  off  aldaer  iets  ten  dienste  van  de  Compangie  te  ver- 
richten was.  Ondertusschen  is  vooren  gementionneerde  Don  Botelho 
den  5n  april  met  een  armade  van  36  fusten  en  een  groot  deel  gelias 
de  gemelte  jachten  comen  bestoocken ,  die  onder  zeyl  ende  haer  tege- 
moet gingen;  doch  zijn  door  de  stroomen  tegen  de  droochten  ge- 
raeckt,  daerse  van  de  Portugiesen  so  hart  ende  onversaecht  aenge- 
vallen  zijn,  dat  't  jacht  Oostzaenen  eyntlgck  in  brandt  geraeckt  ende 
van  zgn  kruljt  gesprongen  ende  Cleyn  Heusden,  naer  dat  door  de 
groote  lecte  van  d'onse  all  verlaaten  was,  in  handen  van  de  Portu- 
giesen gevallen  is ,  gelijck  mede  't  Engelsch  jacht  den  Coster  twelck 
de  Portugiesen  (naer  dat  daer  8  gotelingen  wt  hadden  gelicht)  heb- 
ben verbrandt.  Eer  't  jacht  Oostzanen  van  zyn  cruyt  opsprongh, 
hadde  hij  twee  Portugiesche  fusten  op  zijn  zQde  doen  zyncken  ende 
door  't  springen  waren  de  Portugiesen  noch  aen  volck  als  aen  voer- 
tuych  seer  beschadight.  Don  Botelho  begaff  sich  naer  deze  becomen 
victorye  met  zyn  armada  voorts  binnen  de  riviere,  daer  alle  spmy- 
ten   ende  aencomsten  zulcx  besette  dat  des  gemelten  Conincx  prauw 


171 

mette  voorz.  brieven,  daer  den  Schipper  van  Cleyn  Heusden  mede 
herrewaerts  gesonden  was ,  ter  naeuwernoot  hadde  connen  doorcomen, 
zijnde  d'onse  door  Dato  de  Nassara  voorder  verwitticht  dat  de  Por- 
tagiese  armade  noch  tot  80  stncx  soo  van  fasten  als  ander  vaertuych 
waren  versterckt,  hnn  voorts  gereet  maeckende  om  de  riviere  op  te 
comen.  Den  jongen  Coninck  hadde  d'onse  int  eerste  zijn  assistentie 
platt  wtt  geweygert  doch  naer  gedaene  toezegginghe  dat  onse  schee- 
pen (volgens  des  Conincz  wille)  voortaen  beneeden  de  logie  zonden 
anckeren,  heeft  datelijck  belooft  dat  d'onse  tegen  de  Portugiesen  as- 
sisteeren  ende  op  de  bequaemste  plaetsen  twee  fortgiens  doen  opwer- 
pen zoude,  om  den  vijant  te  statten.  Nae  welcke  gemelte  tijdingen, 
by  ons  in  consideratie  genomen  zQnde,  hebben  zoo  tot  ontset  ende 
maintenne  van  des  Compe  volck,  middelen  ende  behoudenisse  van 
Jambi  als  verseeckeringhe  vant  schip  Walcheren  ende  vloote  die  on- 
der den  commandeur  Carel  Lievens  int  vaerwater  van  Mallacca 
cruyste,  gelijck  mede  om  den  vyandt  zelver  alle  meugelijcke  aff- 
breuck  te  doen,  goet  gevonden  in  haesten  van  hier  wt  te  setten 
ende  onder  't  commandement  van  den  Hr  Pieter  Vlack  als  Com- 
mandeur mitsgaders  Francisco  Pelsaert  als  Vice  Commandeur 
naer  Jambi  te  zenden,  de  scheepen  Groot  Mauritius,  Texell, 
Amsterveen,  't  jacht  Manitha  ende  de  Peerl  toebehoorende  S^  Adolff 
Thomassen  en  Oomp. ,  tsamen  gemant  met  260  coppen  varent  volck 
ende  150  soldaten,  zynde  voorts  van  al  znlcken  oorloogs  als  andere 
gereetschappen  versien  als  om  den  vijandt  binnen  ofte  buyten  de 
riviere  aen  te  tasten  noodich  geoordeelt  wiert.  Onse  hoope  en  insich- 
ten  waeren  oft  dat  d'onse  den  vijandt  in  de  ryviere  zouden  betrapt 
ende  geruyneert,  ofte  bij  vertreck  voorts  vervolcht  hebben,  tot  dat 
hem  omtrent  Mallacca  off  elders  hadden  gevonden  ende  aengetast. 
De  H^  Vlack  is  mette  gemelte  scheepen  den  lesten  April  van  hier 

vertrocken 

Den  10  Juny  volgende  zQn  gemelte  Hr  Vlack  ende  Sr.  Pelsaert 
mette  fluyt  Amsterveen  hier  wederom  wel  gearriveert,  wt  welckers 
rapporten  wij  verstonden  dat  't  costeiijcke  schip  Walcheren  met  zgn 
ingeladen  cargasoen  ende  volck  vgff  dagen  voor  d'aencompste  onser 
scheepen  voor  Jambi  oock  door  d^.  Botelho's  armade  voor  de  ryviere 
aengetast,  den  brandt  daer  in  gecregen  ende  eyntlyck  door  zQn 
crnyt  gesprongen  was ,  naer  welc  succes  des  vy  ants  armade  wederom 


172 

naer  Mallacca   gekeert  is^   hebbende  te  vooren  met  zijn  armade  zoo 
hooge  de  ryviere  op  geweest,  dat  eenige  gelias  ende  fusten  baer  tot 
onder  'tgeschut   van  Velsen  ende  Broeckerhaven ,  die  op  baer  voor- 
deel in  de  ryviere  versterekt  lagben,  quamen  vertboonen,   doch  zoo 
ontbaelt  wierden ,  dat  ze  naer  't  verlies  van  twee  baerder  vaertuygen 
ende  verscheyden  gedaene  dreygementen  aen  de  Coningen,  de  ryvier 
wederom  affdreven,  alwaer  'tschip  Walcheren  ontwaer  wordende  heb- 
ben 't  zelve  den   6  Mey  des  morgens  vroech  voor  dage  soo  furieuse- 
lijck  aen  boort  gedampt  ende  geëntert   dat  se  naer  eenige  vuyren 
gevechts   als   vooren    door   den  brandt  meester  daer  van  geworden 
zyn.   Naer   wy    vnyt   een   overgecomen   persoon   van  Ö9,  schip,  die 
naderhant  vuyt  Malacca  ontvlucht  is,  bericht  zijn   zouden  die  van 
Walcheren  in  de  straet  Palimban  van  des  vijandts  armade  voor  Jamby 
verwitticht  geweest  zijn,   zulcx   datse   baer  daer  over  oock  tzedert 
slachvaerdich   gehouden    hadden,    maer   wierden   met  zulcken  furye 
aengetast   dat  de  Portugiesen  niet  tegenstaende  alle  t  geweer  ende 
datse  tot   2  maal  affgeslagen  waren  eyntelijck  den  brant  int  achter- 
schip cregen  waer  door  het  d'onse  (geen  wttcompst  zyende)  aen  de 
Portugiesen   overgaven.   Onder  tusschen   den  brandt  toenemende  is  't 
cruy t  gesprongen ,  waer  door  veele  van  d'onse  ende  bysonder  van  de 
Portugiesen  zoo  veele  in  de  loop  gebleven  zijn,  dat  in  Mallacca  ge- 
secht  wiert  in  desen  tocht  naer  Jambi  over  de  400  blancke  Portu- 
giesen   (behalven   zwarten)    verlooren   hadden,    daeronder   gemelten 
Don  Botelho  mede  een  geweest  is.  Den  coopman  de  Vries  ^  meteen 
schipper  Cornelis  Jansz.  ende  omtrent  30  persoonen  waren  gevancke- 
Igck  in  Malacca  gebracht,  diese  int  eerste  'tsamen  in  revengie  van 
Botelho  hadden  willen  dooden ,  gelijck  naerderhant  noch  genoecbzaem 
door  miserye  geschiet  is,   zijnde   den  Coopman   de  Vries  naer  van 
d'onse  in  Malacca  gesecht  ende  alhier  gerapporteert  wert  noch  even- 
wel  tot  weder  wraecke  van  Don  Botelho  int  secreet  vermoort,  daer 
van  hun   in  tijden  ende  wijlen  onse  revengyen  te  verwachten  staen. 
Door  't  missen   van  de  Walcheren  heeft  de  Heer  Vlack  metten  Raet 
niet  connen  goet  vinden  den    vijandt  te  vervolghen  ofte  iets  voirders 
te  onderstaen  sulcx  dat  bij  't  schip  Mauritius  met  't  jacht  Manilla  vol- 


1    Frans   Adriaensen    de  Vries,  een  bekwaam  opperkoopman ,  die  sinds  1629 
op  Djambi  voer. 


173 

• 

gens  resolutien  van  hier  voorts  naar  Chiam,  ende  Texel  met  de 
Peerl  tot  versterckinghe  van  de  cruyssende  vloote  onder  den  com- 
mandeur Carel  Lievensz  naer  'tvaerwater  van  Malacca  gedepecheert 
hebbende  in  zijne  gemelte  fluyt  Amsterveen  als  vooren  met  162  picol , 

87  catti  Andrigierise  peper  alhier  weder  gekeert 

Den  onden  ende  jongen  Coninek  waren  in  Jamby  beyden  overleden 
doch  de  vexatiën  tegen  donse  evenwel  niet  vermindert.  Des  jongen 
Conincx  zoon  becleedde  bij  provisie  des  vaders  plaetse ,  maer  onzeecker 
off  hij  dien  staet  zoude  behouden.  De  coningen  van  Palimbang, 
Pahangh  ende  Andrigiri  wierden  voor  eenige  attentaten  op  Jambi 
bedenckelijck  gehouden,  sulcx  dat  te  beduchten  staet  Jamby  onder 
geen    vreedige    possessye    zonder    embrouille   sal   gebracht  werden. 

Ed:  Heeren !  Den  tijt  van  depecheren  der  schepen  aireede  seer  ver- 
loopen  zijnde  mitsgaders  dagelljcx  verwachtende  retouren  ende  advy- 
sen  van  de  cust  van  China  als  Jappan  niet  en  verschgnen,  ende  dat 
d'Heer  Generael  eenige  dagen  aen  sijn  oude  quale  vant  graveel  seer 
indispoost  geweest  is,  (hebben)  goetgevonden  desen  t'abbrevieren  ende 
door  den  Ed.  Hr  van  Diemen  onderwegen  op  de  reyse  te  laten  sup- 
pleren ,  daer  toe  s^n  Ed.  alle  noodige  pampieren  ende  advijsen  mede 
gegheven  zijnde,  sullen  vertrouwen  etc.  ^ 

Actum  int  Gasteel  Batavia  adj  7n  Martij  A^  1631. 


XLYII.    Antonio  van  Diemen,  Directeur  generaal,  aan 
Bewindhebbers  der  O. I. Compagnie,  5  Juni  1631. 


Wt  de  bocht  van  Patany  is  den  4n  Janwari  1630  gekeert  den 
oppercoopman  Gerrit  Broeckmans  met  het  schip  Schiedam,  hebbende 
aldaer   zeer   weynig  in  negotie  verricht.    .    • 

Den  coopman  Broecmans  claecht  dat  door  de  quade  genegentheyt, 
eygenbaet  ende  monopolise  handelingh  van  Orangcaye  Chery  Paducca , 
die  Patany  genoechsaera  gouvemeert,  de  negotie  aldaer  soo  slechten 


De  volgende  brief  is  das  grootendeels  eene  suppletie  van  dezen. 


174 

succes  heeft  gesorteerd.  Item  dat  Oya  Berchelangh ,  Coninck  in  Lygor , 
800  haest  d'aencompst  van  ons  schip  vernam  onder  een  bedeckte  ende 
vrintlycke  sch^n  hadde  getracht  de  gereede  peper  in  handen  te  be- 
coomen  omme  ons  deselve  naer  zyn  appetyt  aen  te  smeeren,  mits- 
gaders dat  voor  zyn  aencompste  aldaer  wel  14  a  1500  bhaer  peper 
naer  Siam  waren  vervoert 

Naer  ons  den  ondercooproan  Gerrijt  Corsen  raporteert,  die  onge- 
veer 385  bhaer  peper  in  Ligor  bequam,  stont  Broeckmans  wat  te 
veel  op  zijn  reputatie,  willende  noch  connende  niet  toegeeven  ende 
den  tijt  van  peper  coopen  waernemen,  zich  gants  onredel^ck  ende 
bovenmaten  hooveerdich  teegen  de  Grooten  vant  landt  dragende , 
waerdoor  veel  misnoegen  ende  verachteringh  inden  handel  tot  nadeel 
van  de  Gompie  verooirsaecktt  heeft. 

Ondertussen  comt  den  Opra  ofte  t  hooft  vande  Japanders  in  Siam 
met  200  Japoneesen  ende  3  a  4000  Siammers  wtt  Siam  ^ ,  destrneert 
Sangora,  maecktt  sich  meester  van  Ligor  ende  sent  den  Coninck 
gevangen  naer  Siam,  stellende  voort  alles  daer  om  heer  in  confusie 
ende  Patany  in  geen  cleene  vreese,  waer  door  de  negotie  in  de 
geheele  bocht  onder  de  voet  geraeckt  zijnde  ende  Broeckmans  geen 
voirdel  ziende,  keert  naer  Batavia  als  voren  geseyt,  achterlatende 
de  chaloupe  de  Nieuwicheyt  door  ouderdom  vergaen. 

Broeckmans  raet  aen  ende  meent  dat  men  behoort  een  jacht  in 
Ligor  over  te  houden  omme  al  den  peper  te  becoomen  ende  de 
vruchten  van  dien  handel  te  genieten,  't  Scheut  dat  hy  en  veel 
andere  niet  eens  en  considereren  noch  calculeeren,  als  de  peper  die 
daer  geprocureert  can  worden  met  d'oncosten,  maentgelden  ende 
sleet  vant  jacht  gechargeert  zijnde,  de  Compie  meer  sal  coomen 
te  staen  als  in  't  patria  waerdich  is. 


1  In  een  brief  van  den  koopman  Daniel  van  Vliet,  uit  Siam  17  Oct.  1631, 
wordt  verhaald  dat  de  Japanners  „  per  fante  van  een  lange  tongh  en  vnjle  on- 
beradige  uytstroyselen  jegens  sgn  Mt.  alhier,  anno  pass.  door  ds.  mandaat  meest 
al  haer  goederen  berooft,  haer  woonigen  verbrandt  ende  vechtender  handt  tot  in 
de  mont  van  de  rivier  (met  haer  eene  jonck ,  d'  ander  niet  machtich  om  te  man- 
nen ,  derhalven  hier  gelaeten)  gevlucht  sijn.  In  de  vlucht  zijnde  voornemens  Ligoor 
aff  te  loopen,  doch  door  wederstandt  der  inwoonderen  soo  stieten  haer  harde 
coppen,  soo  dat  haeren  cours  stelden  naer  Camboodja,  alwaert  metten  Coninck 
soo  eens  sijn  als  hier  met  sijn  Mt.  (tsedert  overladen  van  Oya  Japon)  verscheyde 
waeren,  soo  dat  beyde  haer  der  compste  als  voor  de  deur  staaf'  etc. 


175 

Voor  d'aencompste  van  Schiedam  in  Patani  waren  eenige  Javanen 
van  Cheribon  ende  elders  aldaer  gecoomen,  die  soo  groot  van  des 
Matarams  preparaten  ende  oirloge  tegen  Batavia  opgegeven  hadden, 
dat  de  Coninginne  mondelingh  teegen  Broeckmans  seyde,  als  wan- 
neer moderatie  van  tollen  ende  andersints  versocht ,  off  datt  de 
Compie  genootsaeckt  wierd  Patani  onbesocht  te  laeten ,  waer  connen 
de  Neederlanders  elders  gaen  als  in  Patani  nu  tegen  den  Mattaram 
niet  bestaen  connen  ende  wt  Batavia  verjaecht  ende  overwonnen  zQn  ? 
Naerderhandt  ende  op  syn  affscheyt,  als  verstonden  Batavia  in  esse 
was  gebleeven,  wierd  beeter  ende  vrintlQcker  bejegent. 

Die  van  Patany  hebben  A^  1629  aen  die  van  Malacca  tegen  den 
Atsinder  sooveel  assistentie  gepresteert  als  eenichsints  hebben  connen 
wtmaecken,  'twelck  hnn  d'een  off  d'ander  tgt  tott  ruyne  wel  mocht 
strecken.  Sgn  vry  wat  ontreqnident  geworden ,  opposeeren  hun  oock 
teegen  die  van   Siam 

In  Siam  waren  d'onse  aengenaem  geweest  ende  wel  bejegent.  'T 
Rijcke  hadde  zich  geset  ende  bleeff  den  Coninck  seer  vreet  ^  regee- 
rende.  Met  Cambodja  ende  Patany  was  in  oorlooge.  Den  Opra  Japan, 
Coninck  in  Ligor  was  overleeden ,  men  presumeerde  vergeeven  te  zQn. 

Den  tegenwoordigen,  Oya  Bergelangh,  was  gedestineert  naer  Ligor 
tot  Coninck,  ende  alsoo  met  zijn  vaertnych  niet  vertroude  derwaerts 
te  gaen ,  vreesende  van  die  van  Patany  off  Cambodja  te  water  ge- 
rescontreert  te  worden,  werd  den  coopman  Croock  wt  den  naem  van 
den  Coninck  versocht  het  jacht  Manilha  tot  convoy  meede  te  senden 
dat  promteiyck  toestondt  ende  embarcqueerde  zich  den  Berchelangh 
op  Comps  jacht.  In  zee  coomende  wierd  sieckelgck  ende  keerde 
te  rngge.  Deese  promtitnde  wierd  soowel  genomen  dat  d'onse  oock 
datelQck  op  haer  versoeck  een  tra  om  rijs  wtt  te  voeren  beqnamen 
ende  zeer  spoedich  in  Siam  aff  geladen  zijn.  Den  coopman  Croock 
is  vanden  Coninck  met  een  gouden  kopken  begifticht 

Op  Macqnian   stont  het  gewas  zeer  abondant.  Den  oppercoopman 

Comelis   de   Meyer 

twljffelt  niet,  soo  't  nagelplacken  behoorlyck  voirderen  ende  door  den 
coninck  Hamsia  onder  d'een  off  d'ander  pretecxtt  niet  wort  verhindert 
teegen  Meert  1631  over  de  500  k  600  bhaer  geleevert  zullen  worden. 


1     Yreedcaam. 


176 

Van  Batsjan  becoome  niet  een  catty  nagelen,  t  gebreeckt  dien 
Coninek  aen  macht  ende  niet  aen  zijn  boos  gemoet  om  de  Compie  ende 
haeren  staet  alle  moogelijcke  verhinderingh  te  bieden.  Betracht  bij 
alle  manieren  om  ons  de  Labouwers  t'onttrecken.  Heeft  zeecker  La- 
bouse  vrouwe,  zijnde  christen,  tot  zich  genoomen,  refuseert  die 
weederom  te  geeven,  seggende  daermeede  getrout  te  weesen. 

De  Labonwers  zijn  oock  andermael  vant  fort  affgeweecken  ende 
int  bos  gevlucht  geweest  maer  opt  inroepen  van  den  Gouverneur 
weeder  gekeert,  na  dat  een  van  hun  princepaelste  gelargeert  hadde, 
die  wat   inconsideraet   door  den  coopman    van  't   fort   bij  den  cop 

gevat  ende.  in  hechtenis  gestelt  was 

't  Is  seecker  datt  d'indiscretie  ende  ongereegeltheyt  van  d'onsen  de 
Labouwers  seer  affkeerich  maeckt. 

Batsjan  cost  de  Gompie  jaerlicx  niet  min  als  15000  f.  sonder  dat 
eenighe  proffijte  of  nagelen  van  daer  trecken.  't  Fort  is  beset  mett 
47  persoenen. 

Wg  connen  niet  bedencken  op  wat  consideratie  de  Gompie  die 
plaetse  noch  mayntineert;  't  is  zulcx  datt  eenige  sustineeren  soo  die 
verlaten  den  Spaignaert  zich  daer  vesten  ende  dies  te  naerder  Am- 
boyna  wesen  zall,  ende  dat  Batsjan  de  spljscamer  van  Ternata  is; 
dan  ben  van  opinie  den  Spaignaert  soo  veel  te  besetten  heeft  als 
machtich  is.  't  Is  waer,  Galamatte  bij  ons  verlaten,  geincorppreert 
heeft,  daerteegen  een  ander  namentlijck  St  Lucia  b^  hem  verlaten 
is.  Zijn  garnisoen  t'extendeeren  achte  niet  datt  doen  zall    .     .    .    • 

Den  oppercoopman  de  Meyer  heeft  zeer  goet  genoegen  aen  de 
comportementen  van  de  Mackjannesen ;  seyt  datt  met  hem  goede 
correspondentie  houden,  gelyck  oock  doen  die  van  Tahane  ende 
Babaue,  die  voor  dato  de  belhamers  vant  eylandt  zyn  geweest.  Ver- 
seeckert  ons  dat  jaer  niet  een  nagel  vant  eylandt  vervoert  noch  de 
Gompie  ontvreemt  is. 

Gemelte  Meyer  advyseert  meede  de  Macjanneesen  wegen  de  over- 
lasten ende  quade  proceduren  van  den  Ternataensen  Goninck  meer 
ende  meer  clagen  ende  genochsaem  te  kennen  geeven,  als  hun 
principale ,  die  met  Ali  noch  wt  zijn ,  't  huys  zullen  zijn  ge- 
Gomen,  wel  licht  het  Ternataense  jock  souden  vanden  hals  werpen 
ende  hun  onder  onse  sauvegarde  ende  gehoorsaemheyt  begeeven ,  dat 
den  tijt  leere.  Dan  wij  zijn  van  opinie  de  Moorse  secte  hun  zoo  danich 


177 

aen  den   anderen  verbindt ,  dat  niet  licht  tot  mptnre  coomen  snllen. 

Met  Zeebnrch  heeft  de  Generael  aen  den  Ooninck  van  Temate  ende 
Eitchil  Ali  geschreven  ende  hun  yder  een  goede  schenckagie  ge- 
sonden,  namentiyck:  aen  den  Coninck  een  vergalde  gelacte  ledicant 
met  zQn  behangsel  ende  een  damaste  deecken,  mitsgaders  dry  zilvre 
gegraveerde  moorse  schotels  met  haer  decsels,  t'  samen  weegende 
26^  marck,  ende  aen  Ali  een  colder  met  goade  passement  geboort 
met  een  gonde  kettingh  weegende  9^  R.  swaer.  Alys  schenckagie 
bleeff  tot  zgn  compste  in  handen  van  den  Gk)nvernear  op  Malleye 
wachten.  Den  Coninck  is  de  missive  ende  bij  gesonde  schenckagie 
behandicht,  die  hem  scheen  aengenaem  te  weesen.  In  antwoorde 
schrijft  dat  op  de  recommandatie  van  d'  H^.  Generael  in  oirloge 
met  den  Spaignaert  ende  Tidorees  was  getreeden  ende  dat  goede 
ordre  opt  plncken  ende  t'  niet  vervoeren  der  nagelen  hadde  gestelt, 
zoodat  van  zijder  zijde  alles  voldaen  was.  Overzulcx  zeyt  dat  bij  al- 
dien  int  aenstaende  niet  geseconreert  wordt  met  een  goede  macht 
van  schepen  ende  voick  omme  een  eynde  van  den  oirloge  te  maecken , 
de  saecke  meent  op  zijn  beloop  te  laaten  ende  de  handt  daer  aff  te 
trecken,  ende  dat  men  hem  in  znlcke  geleegentheyt  niet  meer  tot 
oirloge  sonde  aenraden  noch  nagelen  wt  Ternate  ontbieden.  Ende  in 
recompense  van  ontfangen  schenckagie  sendt  een  lonry  oft  papegay. 

AlleenlQck  salder  dit  bij  doen  ^  [dat  ik]  van  gevoelen  ben,  wat 
te  veel  wercx  van  des  Tamataens  maximas  ende  menees  gemaeckt 
wordt  ende  dat  het  een  abuys  is  dat  men  meent  Gompies  tegenwoor- 
dige  constitutie  niet  toelaet  den  Tarnataen  tot  reeden  te  brengen 
ende  alsulcke  wetten  voor  te  schryven  als  den  dienst  van  de  Gompie 
in  dat  quertier  vereyscht,  mits  dat  van  onser  z^de  eerst  rondeiyck 
voldaen  ende  naer  gecoomen  wordt  daerinne  bij  contract  verplicht 
zQn  ende  d'  inwoonderen  vmntelyck  ende  well  bejegent ,  geen  ongelyck 
noch  onredeiykheyt  voor  liggende,  dat  niet  meer  pretendeeren  als 
ons  competeert,  't  Is  seecker  soo  dit  geschiet,  van  den  Tarnataen  ons 
wil  zullen  becoomen,  zonder  tot  verwyderinge  oft  in  openbare  oirlooge 
te  vervallen. 


1    Nameiyk  bg  de  gezonden  stukken  betreffende  de  Molukken. 

12 


178 

In  den  nagel  prys  dient  geen  veranderingh  noch  verhoogingh  ge- 
daen.  Zoo  daer  aen  qnamen  zouden  nimmermeer  gedaen  werck  hebben. 
Overzulcx  salmen  all  moeten  ontfangen  t'  geene  volgens  contract 
leuren  ende  dat  in  India  met  voirdeel  niet  can  worden  gedebiteert 
zal  naer  Europa,  gelijck  UEd.  ordonneeren,  gesonden  dienen.    .    • 

Wtt  onse  vorige  advysen  zullen  UEd.  verstaen  hebben  Kitchil  AU 
zich  in  de  Manipe  onthielt.  'T  sedert  heeft  voorsz.  Ali  in  September 
daer  aen  volgende  van  daer  in  ambassade  affgesonden  aen  den  Coninck 
van  Macassar  met  twee  correcorren  den  Amba  Radja  Calimbatte  wt 
last  ende  met  brieven,  soo  zeyt,  van  den  Tamataensen  Coninck 
Hamsia.  Deese  ambassade  is  door  Ali  secreet  ende  buyten  kennisse 
off  communicatie  van  de  Gouverneur  in  Amboyna  ende  Moluoqos 
onderleyt.  D'  oorsaecke  van  deese  besendingh  was  niett  recht  bekent, 
Den  E.  Lodensteyn  advyseert  verstaen  te  hebben  datt  Hamsia  by 
zyne  missive  vanden  Maccassar  was  eyschende  restitutie  van  zQne 
affgenoomen  landen  ende  by  weygeringh  hem  den  oirlogh  aen  seyde. 
Den  Gouverneur  Lucasz  presumeert  gemelte  ambassade  aengeleyt  is, 
om  den  Tamataen  ende  Maccassar  weeder  te  reconcilieeren  ende  in 
naerder  alliantie  met  den  anderen  te  treeden ,  omme  hun  in  t^t  ende 
wgle  daer  van  te  dienen,  't  Goet  tractement  door  Kitchil  Ali  aen 
die  van  Maccassar  in  de  quertieren  van  Amboyna  beweesen  geeven 
dien  aengaende  groote  inditien. 

Wtt  Maccassar  wort  ons  gerapporteert  Calembatte  aldaer  met  brieven 
van  den  Coninck  van  Tamate  ende  Ali  aengecoomen  was ;  dat  gemelte 
brieven  gants  vrintlQck  geschreeven  waren,  dat  daer  bg  restitutie 
van  eenige  plaetsen,  den  Coninck  van  Tarnate  affgenoomen,  worde 
versocht,  mitsgaders  aenpresenteeringh  van  onderlinge  vruntschap 
ende  naerder  verbintenisse  tusschen  die  twee  rgcken,  ende  dat  d' ant- 
woorde  noch  secreet  wierd  gehouden. 

Voorschreven  Calembatte  is  in  Maccassar  overleeden  ende  men  ver* 
neemt  niet  den  Coninck  van  Maccassar  in  antwoorde  aen  Hamsia 
off  Ali  gecommitteerde  heeft  gesonden. 

H  Is  buyten  allen  twijffel  de  Maccassaren  ende  vreemde  handelaers 
omme  naer  de  quertieren  van  Amboyna  te  varen  door  gemelten  Ca- 
lembatte in  Maccassar  zeer  geinduceert  ende.  geanimeert  zijn  ende 
apparent  wt  Alys  naem  vrygeleyde  ende  protectie  toegeseyt  heeft , 
want  als   vooren  geseyt  zyn  eenighe  van  Maccassar  inde  Manipe 


179 

eerst  bi)  Alij  geweest  ende  voorschryven  van  hem  aen  de  Eypati 
van  Combello  etc:  becoomen.  Let  eens ,  mgn  Heeren ,  op  de  ongesta- 
dicheyt  ende  snoode  practyeke  van  deese  Mooren.  A^  1629  heeft 
Aly  in  de  qaertieren  van  Amboyna  de  Maccassaren  ende  alle  vreemde 
handelaers  geweert,  vyanteiyck  aengetast  ende  de  becoomene  aende 
Compie  vercocht.  't  Jaer  daeraen  noodicht  haerlieden  ^,  gheeft  haer 
vrijgeleyde  ende  doet  haer  tegens  ons  protegeeren.  't  Is  zeecker  dat 
alle  de  vorige  schoone  samblanten  maer  zyn  geweest  om  ons  t'  abu- 
seeren  ende  credet  te  becomen  omme  daerna  wat  qnaets  teegen  de 
Gompies  staet  in  Amboyna  t'  attenteeren  ende  niet,  zoo  voorgaven , 
de  gereesene  onlusten  t'  assopieeren 

't  Gesach  van  Hamsia,  Coninck  van  Tamate ,  seyt  den  Gronvemenr, 
is  in  de  qnertieren  van  Amboyna  van  cleene  estime,  ende  doen  de 
perticaliere  Kimelahas ,  Sengages  ende  Kepattis  dat  hun  goet  dunckt , 
in  voege  zyne  gecommitteerden,  per  Zeebnrch  op  Bouro  aen  landt 
geset  tot  redres  van  zaecken,  weynich  zullen  verrichten.  'T  en  moet 
oock  in  Tamate  niet  gesocht  worden. 

Tot  redres  van  Gompies  affairen  in  de  querti^en  van  Amboyna 
ende  omme  voor  te  coomen  de  sinisterUjcke  practycken  der  Maccas- 
saren ende  trouloose  hanthavinge  van  de  Gombelleesen  ende  con- 
soorten,  waerdoor  de  Gompie  meer  ende  meer  in  haere  preminentie 
aldaer  wort  vercort,  de  nagelen  ontvoert  ende  den  cleethandel  in- 
fiructneus  gemaeckt:  is  goet  gevonden  derwaerts  wt  te  setten  onder 
't  commandement  van  Adriaen  Anthonissen ,  Mayoor  over  't  Battavias 
gamisoen ,  400  cloecke  ervaren  soldaten ,  verdeelt  in  5  Gompies  onder 
goede  officiren  met  250  bootsgesellen  van  alle  crysrustingh  ende  voor 
seven  maenden  met  victualie  versien,  nevens  7  stucken  geschut.    • 

Den  9  Januario  1631,  als  vooren  geseyt,  is  deese  macht  van 
Batavia  gescheyden  met  last  omme  alle  vreemdelingen  met  gewelt 
wt  de  qnertieren  van  Amboyna  te  weeren,  ende  te  straffen  de  zulc- 
ken  die  hun  zullen  onderwinden  de  vreemdelingen  te  prot^eeren 
ende  assisteren 


1  Die  noodiging  is  natuurlek  slechts  een  vermoeden  yan  Y.  D.  AU  had  de 
^handelaars  die  van  Makassar  naar  Ceram  gingen  en  op  Maniba  aankwamen ,  geld 
afgezet  en  toen  laten  doorgaan.  Zie  ook  beneden. 


180 

Veel  te  spade  is  deese  macht  van  Batavia  gescheydea  't  welck 
wellicht  groote  verachteringh  mocht  canseeren 

[V.  D.  was  bevreesd  dat  de  Makassersche  handelaars  die  vanden 
voorgenomen  tocht  afwisten  öf  reeds  met  de  nagelen  vertrokken  zou- 
den zijn,  6f  zich  op  Ceram  versterkt  zonden  hebben.] 

Wij  meenen  dat  bij  dnsdanige  vliegende  tochten  y  mits  dat  tijdeigck 
wt  geset  worden  7  't  ware  redres  in  Amboyna  zal  connen  worden 
wt  gevrocht,  den  Maccassar  ende  andre  rebellsnchtige  in  thoom  ende 
vreese  gehouden  zonder  dat  hij  off  de  gevluchte  Bandaneesen  op 
eenighe  entreprinsen  sullen  durven  dencken ;  ende  connen  deese  ende 
diergelgcke  exploicten  buyten  groote  of  geen  beswaringh  van  de 
Comp.  jaerlijcz  int  werck  gestelt  ende  van  Batavia  na  de  quertieren 
van  Banda,  Amboyna  of  Moluccos,  daer  den  dienst  van  de  Gompie 
sonde  mogen  vereysen,  gebruyckt  worden. 

Buyten  beswaringe  van  de  Gompie,  seggen  wQ,  ende  dat  ten 
reguarde  in  Batavia  nootsaeckelyck  vooreerst  een  garnisoen  van  1000 
k  1200  coppen  teegen  den  Mattaram  moet  worden  gehouden ,  daer 
wt  altyt  4,  5  è,  600  man  tot  gemelte  exploicten  gefoumeert  ende  van 
November  tot  primo  Juni)  gemist  connen  worden,  in  welcken  tgt 
den  Mattaram  omtrent  Batavia  niet  te  vreesen  noch  te  verwachten 
is.  't  Vaertuych  can  meede  sonder  eenig  verlet  in  gemelte  tyt  ge- 
bmycktt  worden  ende  tljtiyck  de  retour  weesen  om  na  de  Westcuste 
van  Sumatra,  Patani,  Siam  ende  Teyouhan  te  varen,  hebbende  in 
gemelte  tyt  sonderlingh  geen  ander  employ. 

En  passant  can  met  deese  macht  meer  andre  diensten  bevoirdert 
worden,  als  namentlyck  dat  dezelve  onder  Solor ende Timor  inneward 
wordt  gehouden ,  om  den  Portugies  aldaer  affbreuck  te  doen ,  sandel- 
hout sonder  geit  te  coopen,  den  handel  te  vryen  ende  onse  bont- 
genooten  aldaer  voor  oppressie  te  maintineeren.  Int  keeren  naer  Ba- 
tavia can  de  reede  van  Maccassar  aengedaen  worden  ende  van  daer 
gelicht  der  Portugiesen  ende  andere  vyanden  vaertuych,  f  welck  om 
dien  tyt  wt  Solor  ende  van  andere  quertieren  over  Maccassar  naar 
Malacca  ende  Maccau  comt;  ende  soo  lange  met  den  Mattaram  in 
oorlooge  zyn  zou  de  custe  van  Jaua  almeede,  zoo  wel  int  gaen  als 
comen,  in  trouble  connen  worden  gehouden,  daermeede  alom  groot 
ontsach  souden  veroorsaecken  ende  veel  geduchte  swaericheeden  voor- 
coomen ,  als  namentlyck  dat  den  Macassar  d'een  off  d'ander  tyt  zoude 


181 

voorneemen  sich  in  de  qnertieren  van  Amboyna  te  vesten,  Cay  ende 
Aron  te  tronbleren,  Bouton  te  venneesteren  oft,  soo  voorgeeven,  de 
notenboomen  in  Banda  te  ruineeren.  Want  dit  is  seecker:  den  Mac- 
cassar  noch  eenighe  andre  omtrent  geleegen  Indischen  princen  teegen 
een  macht  van  6  k  800  blancqne  coppen  gecombineert  met  onse 
bontgenooten  ende  ondersaten  van  Amboyna  niet  bestaen  connen. 
Ende  bnyten  den  gemelten  tyt,  namentiyck  in  de  maenden  Jnly, 
Augnstns,  September,  October,  is  inde  qnertieren  van  Amboyna  ende 
Banda  vermits  den  reegen  ende  contrarye  monsson  geen  peryckel  te 
verwachten. 

Alsoo  den  E.  Philips  Lncasz  seer  instantelijck  om  zQn  verlossinge 
was  schrgvende  ende  de  Hr.  Artns  Gesels  by  vacatie  van  't  Gou- 
vernement in  Amboyna  tot  't  selve  ampt  van  UEd.  zeer  gerecomman- 
deert  wordt,  is  gemelte  Gysels  tot  Gouverneur  in  Amboyna  gepro- 
moveert  ende  primo  Maert  met  zyn  familie  per  't  jacht  Brouwers- 
haven om  voorsz.  Lucasz  te  vervangen  derwaerts  gevaren.  Wy  willen 
niet  twiffelen  zyn  E.  zal  't  selven  ten  besten  van  de  Compie  ende 
t'syner  eere  bedienen. 

In  Compie  van  d*Heer  Gysels  zyn  meede  na  Amboyna  gekeert 
d'Amboinse  kinderen ,  Soya  Kelang  ende  Fretis.  Tack  is  in  dienst  van 
de  Gompie  voor  adelborst  in  Batavia  gebleeven  ende  den  Javaen  is 
op  de  wttreyse  gestorven   * 

De  schole  in  Banda  cost  de  Gompie  jaerlicx  tusschen  de  vy  ff  ende 
ses  duysent  gulden,  behalve  de  gagie  die  de  schoolmeesters  zyn 
treckende.  208  kinderen  der  inwoonderen  worden  continueeiyck  als  ter 
schoole  coomen  met  rijst  gespyst  ende  63  Bandaneese  kinderen  ge- 
nieten rys  en  cleeden.  Ende  alsoo  geooirdeelt  wort  wt  de  dagelicxe 
ervaringh  ende  d'advyzen  van  daer  becoomen,  de  Gompie  tegen  de 
sware  excessive  lasten  nu  soo  veel  jaren  van  de  Bandanese  schoole 
gedragen,  zeer  weynich  oflt  geen  vruchten  heeft  te  verwachten  ten 
aensien  van  de  boosaerdigheyt  der  jeucht  ende  den  slappen  y ver  der 
ouderen ,  die  soo  haest  als  bemercken  met  hunne  kinderen  meer  voor- 
deel int  bos  connen  doen  als  de  rys  bedraecht  die  van  de  Compie 
genieten,  de  kinderen  van  de  schoole  onttrecken  ende  soo  vergeeten 


1  Ygl.  Bouwstoffen  I.  bl.  LXI  en  tt.  —  De  drie  eersten  werden  door  Gpels 
„in  dienst  der  Comp.  genomen  in  qnaliteit  als  adelborst  appoincté  onder  tracte- 
ment  van  yeder  10  gl.  per  maendt "  (Besol.  Ambon ,  22  Nov.  1630). 


182 

alles  dat  tot  costen  van  de  Compie  hadden  geleert.  De  Bandaneese 
kinderen,  schoon  tot  goede  kennisse  gecoomen,  ende  reedelgck  in  de 
fondamenten  der  ChristelQcke  religie  onderweesen  zgnde  laeten  niet 
volgens  haer  boose  aert,  soo  haest  tot  haer  jaren  gecoomen  zijn,  bij 
de  haere  over  te  loopen  ende  gants  quade  ende  moorddadighe  prac- 
tycken  tot  naerdeel  van  de  staet  in  Banda  int  werek  te  stellen.  Is 
overznlcx  goet  gevonden  d'wtdeelingh  van  de  rgs  ende  cleeden  die 
tot  noch  toe  aldaer  aen  de  schoolkinderen  is  wtgereykt,  te  cesseren 
ende  Compie  daer  van  t'ontlasten,  mits  dat  noch  eenighe  school- 
meesters gecontinueert  bleven  omme  de  kinderen  van  vermogende 
onders  onder  een  cleene  recognitie,  ende  d'onvermoogende,  die  ge- 
sint  zyn  haer  kinderen  school  te  zenden,  buyten  laste  t'onderwQsen. 
Hier  bij  zal  de  Compie  in  Banda  niet  min  als  5000  galden  jaerlijcx 
gesonlageert  worden. 

Niet  alleen  in  Banda  maer  oock  in  Amboyna,  Batavia  ende  elders 
behoort  de  Compie  buyten  last  der  schoole  gehouden  te  worden,  mits 
dat  eenige  goede  schoolmeesters  versorgen  ende  vooreerst  noch  ga- 
geeren, nevens  plaets  tot  de  schole,  ende  dat  d'ingesetene  door  gve- 
rige  predicanten  aengemaent  ende  zoo  geinduceert  worden  dat  de 
kinderen  op  haer  eygen  costen  school  honden 

Maccassar  neemt  in  aenwas  van  volck  ende  negotie  meer  ende  meer 
toe.  Den  proffijt  geevende  nagel  handel  doet  verscheyde  natiën  der- 
waerts  tendeeren.  Den  Portugies  is  daerin  groote  reputatie.  Bij  gein- 
tercipieerde  brieven  verneemt  men  dat  schreven  groote  hoope  hadden 
ende  seer  apparent  was,  den  Coninck  eerlangh  een  goet  Roems 
Christen  te  werden,  ende  dat  hem  genoech  tot  haer  devotie  hadden. 
Anno  1630  heeft  den  Portugies  vrij  wat  vaert  op  Maccassar  gehadt. 
In  Mey  ende  Juny,  soo  geseyt  wort,  lagen  voor  Maccassar  te  reede 
12  stnck  vaertuych,  zoo  van  Maccauw  als  Malacca,  daer  onder  ge- 
telt  wort  ons  jacht  den  Jager  nevens  een  ander  jacht  dat  van  Mac- 
cauw na  Mallacca  gedestineert  was  geweest;  de  reste  fiisten  ende 
Timorse  handelaers.  Veel  Atchinders,  voor  Malacca  becoomen,  heb- 
ben in  dat  quertier  altsamen  vercocht  ende  goede  buyt  gemaecktt. 

Met   voorschreve  Francen  ^    schrgft   den  Coninck  van  Maccassar 


1    Le  Coq  en  Chevaiicliart  „die  zich  voor  ingezetenen  yan  Batavia  uitgeven 
als  zij  daar  profyt  in  zien^*  schrift  Yan  Diemen.  Zg  voeren  op  Makassar. 


183 

in  Portngiese  tale  aen  d'Heer  Generael  in  Batavia,  de  Needer- 
landers  met  t'fregatt  Snratte  op  Saleyer  verongelnct,  zijne  gevange- 
nen ' ,  aen  de  Portngiesen  op  haer  ernstich  versoeck  ende  langh 
aenhonden  hadden  geschonken,  omme  de  zelve  teegen  eenige  van 
d'haren ,  op  Batavia  gevangen ,  te  relacheren.  Over  znlcx ,  soo  daer 
toe  gesint  s^n,  mochten  alsnlcke  Portngiesen  (daer  van  notitie  sond) 
nevens  een  schip  of  jacht,  tVelck  vrggeleyde  toe  zeyden,  na  Mac- 
cassar  senden,  omme  d'onse  daer  teegen  te  lichten.  Dit  brief  ken  was 
niet  min  bot  als  arrogant  ingestelt  sonder  van  eenige  andre  saecken 
mentie  te  maecken 

't  Zal ....  voor  de  Gompie  ende  repnblicke  van  Batavia  beyden 
dienstich  weesen  't  overvoeren  ende  transport  der  vrglieden  ende 
andere  hnnne  goederen  en  capitalen  met  Gompies  schepen  gants  aff- 
geschaft  ende  verbooden  wordt,  als  wanneer  de bnrgerye genootsaeckt 
zal  worden  zelver  teqnipeeren ,  daer  bij  leeven  ende  neeringhe  onder 
den  anderen  veroirsaecken  znllen,  ende  die  gewoon  zijn  te  varen 
Knllen  henr  becommen;  arbeyts  Inyden  znllen  daerby  verbeetert  wor- 
den, daer  nn  ter  contrarye  alles  van  de  Gompie  gaet  ende  maer 
eenighe  weynighe  hij  verryckt  worden,  die  als  de  sacken  gevnlt 
hebben  na  'tvaderlandt  tendeeren.  Om  dan  de  saecke  ten  besten  van 
de  Gompie  ende  Batavias  progres  te  voirderen  ende  te  handthaven 
dienen  DEd.  te  versorgen  luyden  mett  middelen  na  India  coomen 
ende  datt  5  a  6  ofte  meer  flnyten  ten  overvloede  wt  Neederlandt 
worden  gesonden  om  de  bnrgerye  daermeede  voor  haer  geit  t'acco- 
modeeren ,  alsoo  de  timmeragie  of  bonwingh  van  schepen  als  noch  in 
India  te  costeiyck  valt  ende  met  joncqnen  connen  d'onse  hnn  qna- 
lyck  behelpen. 

Op  Ghoromandel  mach  en  can  de  bnrgerye  onder  behoorlQcke  ge- 
limiteerde conditien  bnyten  eenighe  prejnditie  van  de  Gompie  te  han- 
delen geadmitteert  worden,  als  't  selve  met  haer  eygen  vaertnych 
beamen  cnnnen.  In  Pegn,  Bengale,  Arackan,  de  bocht  van  Patani, 
Cambodja,  Siam  tot  Gontchinchina,  in  Solor,  Maccassar,Borneoende 
elders  zQn  voor  hnn  goede  proffijten  te  bevaren  als  maer  de  saecke 
by  haer  gemeent  ende  alles  met  goede  ordre  aengeleyt  wordt.  Ende 
't  is  zeecker,  als  d'accomodatie  van  de  Gompie  cesseeren,  gelijck  het 


1    Zie  Merroor  bl.  163. 


184 

wel  eens  tijt  wordt,  zullen  haest  andre  ende  beqname  middelen  bij 
de  hand  nemen  om  haer  te  snstenteeren  ende  hnn  capitaelen  te  ver- 
grooten.  Voirder  ouverture,  als  namentiyck  in  de  quertieren  van 
Saratte,  Mocha  ende  Persia,  mitsgaders  China  en  Japan  meene  niet 
goet  zal  weesen  ende  dient  den  handel  van  quertieren  in  zQn  geheel 
voor  de  Compie  als  noch  geconserveert  te  bleven. 

't  Presente  vaertuyeh  van  de  burgerij  is  gants  weynich  ende  meest 
aff,  bestaende  int  naer  volgende  te  weeten 

De  Peerle  )  toebehoorende   S^  Adolff  Thomasz   en    Gomp. 

De  Cleene  Peerle     )  Waren  naer  Bomeo  vertrocken. 
De  Bloempott       )  cleen  slecht  vaertuyeh,  naer  Balamboan  om  rijs 
De  Goutsbloem     ^  gevaren. 

Den  Harinck  .  •  .  was  gants  aff,  zou  van  Balamboan  naer  Amboyna 

met  rgs  varen. 

In  Banda  heeft  de  burger^  geen  vaertuyeh  ende  in  Amboyna  geen 
ander  dan  een  schaloup  ende  een  jonquen  off  twee 

De  soldaten,  met  d'Heer  Gijsels  vloote  gecoomen,  zijn  meest 
wttheemse  natiën,  oock  veel  Paepse  Waellen,  die  in  de  MoUucqos 
ontrent  den  Spaignaert  in  gamisoen  niet  moogen  vertrout  worden. 
Zoo  't  moogelijck  is  diene  UEds  niet  als  volck  van  onsen  lande 
te  senden,  of  de  Compie  sall  bet  noch  eens  beclagen.  't  Varent 
volck  is  meede  zeer  slecht,  ende  al  te  veel  jongens,  dat  groote 
inconvenienten  baert  alser  rescontre  van  vgant  voor  valt,  geiyck  A^dO 
is  gebleecken.  ÜEd  gelieve  doch  mannen  naer  India  te  senden  ende 
laet  het  wat  meer  costen ,  't  sall  de  Compie  wel  in  coomen.  Jongens 
moogen  wel  gesonden  worden  maer  zoo  niet  dat  mannen  wt  de 
plaets  houden 

Int  schip  Deventer  deesen  5  Juny  1631  seylende  bij  westen  de 
Vleysch  Bay  omtrent  Cabo  d'Aguilles,  ter  hoochte  van  35  graden 
20  mten  zuyder  breete. 

UEd:  dienaer 
Antonio  van  Diembn. 


185 

XLVIII.    Artus  GijselS;   gouverneur  van  Ambon  aan  den 

Gouv.  Gen.  Jacq.  Specx,  23  Mei  1631. 

• 

Den  24en  ditto  [Maart]  sijn  wij  Godt  lofP  voort  Gasteel  Amboina 
wel  ter  reede  gecomen;  met  lieff  verstaen  't  goet  succes  wegens 
t'exploict  tegens  de  Maccassaer(sche)  ende  andere  vreemde  hande- 
laers  ^  in  voegen  dat  21  stucx  joncken  van  haer  sijn  vermeestert, 
waer  van  4  aent  fort  gebracht;  de  rest  verbrandt  ende  eenige  aen 
de  wal  gejaeght.  Het  voorder  bericht  sal  UEd.  van  de  heer  Gouver- 
neur *  ende  Commandeur  connen  verstaen 

Alsoo  ons  dagelicx  advQsen  van  de  coopluyden  soo  op  Louw  als 
Lissidi  sgn  geworden  dat  sich  wederom  eenige  joncquen  vertoonden 
ende  algereets  seecker  getal  op  Kelangh  bij  den  anderen  waeren, 
als  oock  op  Erangh,  is  goet  gevonden  andermael  onse  macht  derre- 
waerts  te  seynden  ondert  beleyt  van  d'Heer  Commandeur  Adriaen 
Antonisz,  die  Godt  loff  alles  gelnckelgck  verricht  heeft  in  voegen 
dat  naer  haer  rapport  22  stucx  foncquen  verbrandt  hebben ,  in  welck 
exploict  maer  3  man  gequetst  sijn.  In  summa  t'schijnt  alsof t  van  dit 
jaer  joncquen  geregent  heeft.  Het  is  te  gelooven  dat  de  vreemdelin- 
gen haer  van  dit  jaar  meester  vant  velt  hebben  gemeent  te  maec- 
ken  ende  ons  alle  de  nagelen  te  ontvoeren ,  die  ick  gelooff  dat  bij 
ontrent  300  baer  in  handen  hebban.  Sullen  se  haer  beletten  te  ver- 
voeren soo  't  eenichsins  mogelick  is. 

Myn  Heer,  t'sal  noodich  wesen  dat  in  toecomende  hierinne  wordt 
versien,  jae  ist  mogelijck  hoe  eer  hoe  liever,  daer  toe  mijns  oordeels, 


1  Namelgk  door  het  eskader  onder  Adriaen  Antheunisz,  den  9  Januari  uit 
Batavia  vertrokken.  [Zie  hiervoor  bl.  179].  Enkele  jonken  werden  op  Kelang  en 
Boeroe  vermeesterd,  maar  de  voornaamste  slag  werd  geslagen  aan  de  oostzgde 
van  Manipa  by  de  negorij  Noeri  [Norilila  op  het  kaartje  van  Bnmphins  b^  Ya- 
lentyn?]  in  de  bocht  van  Hari,  waar  de  „vreemde  handelaars"  zich  verschanst 
hadden.  De  schans  werd  genomen ,  de  „  logie "  die  zich  daarin  bevond ,  vol  r^st 
en  kleeden,  en  13  jonken  verbrand.  Het  volk  weerde  zich  dapper  maar  moest 
voor  de  overmacht  w^ken  en  verschool  zich  toen  iu  de  negory ,  die  op  een  steilte 
gelegen  was  waar  slechts  een  smal  voetpad  heen  leidde,  zoodat  men  geen  kans 
zag  hen  daaruit  te  verdreven.  Ook  op  den  lateren  tocht  naar  Erang  en  Eelang 
werden  wel  jonken  en  ander  vaartuig  vernield ,  maar  de  lieden  zei  ven  kreeg  men 
niet  in  handen.  (Joumael  van  den  tocht  van  9  Jan.  tot  8  Juni  1631). 

2.    Philips  Lucasz ,  die  met  Antheunisz  naar  Batavia  terugkeerde. 


186 

onder  correctie  van  een  beter  ^  geen  ander  middel  is  (om  ons  te  ont- 
lasten van  den  overvloet  der  nagelen  ende  den  overlast  der  tronwe- 
looze  Mooren)  salt  vooral  noodich  wesen  dat  UEd.  ordre  geeft  dat 
wy  hare  nageleboomen  myneren  ende  in  den  grondt  verdelgen,  alsoo 
Hittoe  ende  de  plaetse  onder  t  Gasteel  sorterende  den  eysch  van  de 
Heeren  Meesters  genoech  connen  voldoen.  Sallen  anders  genootsaekt 
worden  eer  weynich  jaeren  den  brandt  in  de  nagelen  te  steecken. 
Derhalve  donckt  mij  goet  dat  wij  dese  gerechtige  saeke  waememen 
ende  eenmaal  voorcomen  dat  die  niet  meer  in  handen  van  vreemde- 
lingen vallen.  Wij  en  hebben  den  Coninck  van  Tematen  in  geenen 
deele  te  ontsien  alsoo  wij  exempels  genoech  hebben  dat  sijne  Kime- 
lahaes  hem  noch  niemandt  en  achten  ende  wel  stontelgck  wtseggen 
dat  haere  nagelen  willen  vercoopen  aen  wien  dat  willen.  Dit  seght 
Naningh  (sic)  hem  belast  is  aen  ons  te  segghen.  Oversulcx  best  ende 
noodich  is  dat  UEd.  ons  corte  ende  goede  resolutie  toesendt  om  ons 
daer  naer  te  rechten. 

Wat  belanght  Capitain  Hittoe  ende  den  sijnen  daer  van  worden 
ons  goede  rapporten  gedaen 

Hier  rontsomme  in  alle  dorpen  neempt  de  school  seer  toe  ende 
sgn  de  kinder  al  t'samen  seer  wel  gestileert  ende  in  alle  de  gebeden 
geoeffent  daer  de  schoolmeesteren  d'eere  van  hebben  ende  niet  de 
predicanten  die  in  sommige  plaetsen  in  geen  twee  jaer  de  visite 
gedaen  hebben  ende  oversnlcx  veel  hondert  kinder  gedoopt  moeten 
worden,  daervoor  metten  eersten  sorghe  gedragen  sal  werden,  be- 
neffens t'gene  ten  dienste  van  de  kercke  meer  vereyscht  wordt. 
Versoecken  ons  metten  eersten  qoantiteyt  goede  ende  slechte  boecken 
mogen  gesonden  werden,  het  voorder  bericht  sal  UEd.  vanD^'Danc- 
kaert  connen  verstaen 

Op  heden  den  23  May  heeft  ons  d'Heer  Gouverneur  Philips 
Lucasz  z^n  gouvernement  geresigneert  ende  is  sijn  E.  van  meeninge 
van  den  nacht  met  Brouwershaven  te  vertrecken 

Actum  Amboina  adij  23  May  a<>  1631.  Onder  stondt:  UEd.  ge- 
trouwe dienaer  A.  Gijsels. 

[Ik  voeg  hierbij  een  fragment  uit  den  brief  van  den  fiskaal  Joan 
Ottens  aan  Specx  van  22  Mei.] 


187 

Tegens  onser  ende  veler  opinie  ist  dat  d'  E.  Gompie  voor  vruchten 
haerder  gans  swaere  lasten  inde  qnartieren  Amboina  (door  Gk)de8 
miltheyt)  desen  verloopen  monsson  ongemeen  besegent  ende  verryckt 
sQ ,  in  voegen  een  retour  wel  ruym  van  1300  baeren  giroffel  nagelen 
per  de  schepen  Brouwershaven,  Medemblick,  de  Brack  ende  t'jacht 
Contchin  costi  UEd.  toegesonden  werdt,  dat  consequent  een  beter 
genoegen  aen  d'Heeren  Meesters  ende  geen  minder  solaes  opereren  sal. 

Behalven  dese  rgcke  quantiteyt  vruchten  soude  de  Compie  (naer 
alle  apparentiën)  ingevalle  het  noodige  secours  van  Batavia  niet  soo 
langh  door  obstaculen  getardeert  maer  tydel^cker  toegecomen  ende 
verschenen  waer,  door  behulp  der  comptanten  ende  courante  cleeden 
een  ruym  gedeelte  meerder  in  handen  becomen  hebben,  die  nu  met 
d'overcompste  der  vreemdelingen  off  aen  haer  gelevert  ofte  tot  beter 
gelegentheyt  frauduleusel^ck  achter  gehouden  werden.  Tot  weeringe 
desselffs  is  vele  jaeren  herwaerts  groote  ende  verscheyde  macht 
(hoewel  met  weinich  voordeel)  niet  sonder  excessive  oosten  van  tyt 
tot  tgt  geemployeert  soo  tot  den  oorloogh  der  inwoonders  als  tot 
gestadich  crnyssen  der  cleyne  jachten  op  de  vreemdelingen  selffs, 
welcke  soo  cleynen  voordeel  t'onser  sQde  baert  ofte  voortbrenght  dat 
de  Comp  jaerlijcx  meer  ende  meer  van  haer  toe  behoorende  vruchten 
niet  alleeniyck  geirnstreert  maer  een  merkelyck  deel  aen  de  buyrige 
Rycken  in  Europa  behandicht  ende  de  Comp.  eenelijck  met  de 
sware  lasten  belemmert  blijven. 

Onses  oordeels  is  noyt  tot  dien  eynde  practicabelder  middel  dan 
dese  onderleyt,  welcke  onweerspreeckelijck  ende  sonder  twljffel  't 
gemeene  maxima  in  deser  manieren  can  obtineren,  namentl^ck  dat 
soo  wanneer  onder  een  paisibelen  standt  der  inwoonders  alle  jaeren 
sonder  versuym  van  Batavia  een  macht  van  6,5  ja  alwaert  maer 
400  geverseerde  soldaten  voor  de  maenden  December,  Januari), 
Februarg  tot  de  maent  Juni)  in  cluys  neffens  een  dienstich  cargasoen 
van  comptanten,  goede  sorteringe  cleeden  ende  abundante  ri)s  Am- 
boina connen  toegesonden  werden,  men  alsdan  genoechsaem  op  alle 
stranden  de  vreemdelingen  sonder  pergckel  aendoen,  vaertuych  en 
goederen  verbrandt  ende  deselve  all  omme  (soo  als  dit  jaer)  mat- 
terende, binnen  t'eerste,  tweede  off  derde  jaer  hare  lusten  van  her- 
waerts te  navigeren  door  't  evident  peri)ckel  wel  benomen,  de 
proffijteiycke   couragieuse  hope  haerder  participanten  ofte  uytreeders 


188 

voorseecker  eyndelijck  gedoocht  (sic),  d'inwoonders  van  behoeften 
versorght,  met  vele  cleynicheden  geaccommodeert  ende  daer  naer 
den  gantflchen  nagelhandel  sonder  oorloge  in  onse  comptoiren  sonde 
geleydet  wesen  i. 

Wel  is  waer  dat  't  sedert  de  regeringe  van  d'Heer  Gouverneur 
Philips  Lucasz  de  saeeke  naer  dusdanigh  hervat,  met  veel  practyc- 
quen  soo  aen  Qnitchil  Alij ,  verscheyde  Singadis  als  met  de  hooflFden 
der  Moorsche  inwoonderen  selffs,  tot  onderhoudt  van  vrede  ende 
procure  der  meeste  vruchten  gedirigeert  sg,  sulcx  dat  in  absentie 
van  vreemdelingen  al  dien  gantschen  hoop  ougeruste  Mooren  met 
ongelijck  meerder  redelijckheyt  de  vruchten  hebben  connen  afitrecken. 

Daer  ter  contrarie  de  groote  destructie . in  de  maenden  April,  May 
ende  Junij  a^  25  met  behulp  der  Nassause  Vlote  sonderlingh  geen 
affbreuck  maer  een  groote  verbitteringh  op  ons,  aengenaemheyt  tot 
de  vreemdelingen  ende  een  ongeloofflijck  nadeel  aen  de  Compie  ge- 
daen  is.  Maer  de  rechte  middel  dat  wy  segghen  ('t  aentasten  der 
vreemdelingen  vaertuych  ende  goederen  onder  vaste  vrede  der  in- 
woonderen ,  met  accommodatie  tot  den  handel  haer  jaerlicx  te  versien, 
de  stercke  senuwe  te  wesen)  heeft  ons  off  int  eene,  off  int  ander, 
off  in  allen,  den  meesten  tijt  ontbroken,  in  voegen  dat  tot  meer- 
malen door  gebreck  van  macht,  vrede,  tydich  cargasoen  ende  andere 
behoeften  schadelijcke  accoorden  (deses  betreffende)  hebben  moeten 
aengaen  ende  met  leedwesen  inwilligen. 

Wij  bekennen  gaern  (gelijck  wel  eenige  sustineren)  dat  door  een 
royale  macht  aen  de  custe  Cheram  t'  employeren,  al  het  gewas,  ja 
de  nagel  ende  alle  vruchtboomen  selffs  metter  tyt  souden  connen 
geruineert  ende  uytgeroeijt  werden:  wanneer  men  naer  verrichter 
saeeke  noch  der  inwoonders  vrede,  noch  den  oorlogh  op  de  vreem- 
delingen, noch  de  sorge  van  haer  behoeften  niet  van  nooden  sonde 
hebben,  maer  off  die  costelijcke  macht  geen  oorlogh  op  ons  eygen 
bodem  veroorsaecken ,  d'  inwoonders  tot  nova  aenplantingh  verwecken 


1  Dit  was  ook  de  meening  van  Philips  Lucasz  blgkens  zgn  brief  aan  Bewind- 
hebbers nit  Gamron,  29  Februari  1632.  Ik  moet  er  echter  bgvoegen  dat  Ottens 
(misschien  door  Gijsels  overreed),  bl^kens  een  „Discours"  in  Sept.  1632  door 
hem  aan  Specx  gezonden ,  meer  tot  het  radicale  middel  van  uitroeiing  der  nagel- 
boomen  op  Ceram  overhelde. 


189 


ende  omme  met  de  vreemdelingen  (die  doch  van  een  ende  deselve 
ketterye  sijn)  te  trafficqneren,  haer  selven  tot  nagelen  te  verroeren 
niet  animeren  sonde,  can  bij  UEd.  ryp  oordeel  licht  affgemeten 
werden. 


XLIX.  Ggsbert  van  Lodensteyn,  gonvernenr  der 
Molnkken,  aan  den  Gk)av.  Gen.  Jacq.  Specx,  7 
April  1631. 


In  goeden  vreede  ende  eenicheyt  Bijn  wg  metten  Tarnataen  seedert 
het  vertreck  van  [het  schip]  Zeebnrch  geweest,  waer  van  eensdeels 
d*oorsaecke  is  den  geduyrigen  oorloge  ende  t'gebreck  van  vivres. 
.     •     •     ••     ••.•••..••••^•.•••* 

Des  anderen  daechs  ^  verschijnt  bij  ons  den  Hoccnm  Oelebale, 
vergeselschapt  mette  Sengagies  van  ToUucco  en  Himetan,  de  Cime- 
lahas  Marsaoly  ende  Tommagolo  met  de  Onoffamaniera  Bennno ,  sQnde 
meest  deselve  die  Hamsia  tot  de  croone  hebben  gevordert  ende  haet 
jegens  d'onse  alle  tijt  de  hertste  parthie  hebben  bethoont,  wanneer 
int  lange  volgens  haere  maniere  verhaelden  des  Conincx  quaet  goa- 
vemo  ende  den  apparenten  vall  van  hunnen  staet,  mitsgaders  hoe 
sg  Inyden  hun  met  eede  aen  den  anderen  vercnocht  hadden  ende 
wel  wisten  die  van  de  vaste  cust  als  Loloda ,  Gammacanorre ,  Sabouwa, 
Gillola  ende  van  gelijcken  die  van  het  eylandt  Macqaian  hun  van 
den  Coninck  afsonderden  ende  op  sQn  ontbieden  niet  meer  begeeren 
herwaerts  te  commen,  off  ten  waere  sij  door  ons  soo  wel  als  den 
Coninck  ontbooden  wierden,  als  wanneer  snlcx  tot  gemeenen  beste 
vant  Rijck  sonde  strecken.  Hadden  derhalven  gesamentlgck  met  de 
resterende  Tarnataense  raet  beslooten  van  na  voortaen  niet  weder  by 


1    Be   Sultan   had   Makian   bezocht   en  yan  den  Gonvernear  vergunning  ont- 
vangen  om  eenige   Makiansclie   prauwen,   die  hem  begeleid  hadden,  te  mogen 
gebruiken  om  hout  te  halen  van  Halmahera,  tot  opbouw  zgner  woning.  Op  bevel 
van   ,)  eenige  van  de   Tarnataense  overicheyt"   waren  echter  deze  prauwen  bg 
nacht  vertrokken. 


190 

hem  te  verschenen  off  sQn  gebodt  naer  te  comen ;  dat  sij  derhalven 
bedncht  waeren  hij  haerluyden  om  dier  oorsaecke  sonde  mogen  moles- 
teeren,  waeromme  goet  gevonden  hadden  haer  by  ons  te  vervoegen, 
ons  advQs  diesaengaende  te  verstaen  ende  geprotegeert  te  worden. 
Wg  gaven  antwoort  sy  haer.  volcommentlyck  op  ons  mochten  ver- 
trouwen ende  dat  wij  geneegen  waeren  haer  jegens  des  Conincx 
qnaede  proceduiren  te  beschermen;  dat  derhalven  de  conclusie  haer- 
der  bootschap  zonden  verhaelen. 

Wanneer  sy  ronduyt  seyden  van  meninge  waeren  een  ander  Coninek 
in  Hamsias  plaetse  te  stellen  ende  soo  haer  voor't  selve  volbrengen 
de  minste  overlast  geschiedde,  de  wapenen  jegens  hem  in  de  handt 
te  nemen;  dat  de  overicheden  van  Macqian  van  dit  oock  kennisse 
hadden ,  die  binnen  weynich  dagen  met  eenige  corcorren  naer  Sabonwa 
soaden  vaeren,  om  aldaer  wegens  deese  saecken  met  de  principaele 
overicheyt  van  de  vaste  custe  te  spreecken •    .    •    .    • 

Wij  namen  voor  haer  soo  stille  voor  een  tyt  met  de  gedane  belofte 
te  voeden,  d'een  noch  d'ander  sgde  te  kiesen,  om  ons  naermaelssoo 
te  voegen  dat  ons  doen  tot  des  E.  Comp.  voordeel  sonde  mogen 
strecken.  Dat  sy  een  van  Modafars  kinderen  voor  Coninek  begeerden 
was  ons  gantsch  niet  aengenaem,  alhoewel  wy  stil  sweegen,  want 
alsdan  niemant  gesach  over  deesen  godtloosen  hoop  en  sonde  hebben  ^ 
een  yder  Coninek  op  sich  selffs  s^nde,  gelijck  ten  tijde  van  den 
erancksinnigen  Modafar  genonch  tot  des  E.  Comp.  schade  gebleecken 
is 

Twee  dagen  naer  deese  leste  boven  comste,  sijnde  een  vrydach, 
verstonden  den  Coninek  de  saecke  ontdeckt  was ,  alsoo  sonder  coninck- 
lycke  teeckenen  in  haer  moskee  was  gecomen  ende  syn  gewoone- 
lycke  plaets  hadde  geabandoneert,  alhoe  wel  hem  de  Moorse  priesters 
daer  toe  seer  nodichden ;  ende  naer  gedaene  godtsdienst ,  den  Coninek 
vertrocken  synde,  comt  den  oppersten  paep  ende  eenige  anderen  by 
een  van  de  geconfedereerden ,  alsdoen  noch  in  den  tempel  sgnde, 
waer  jegens  den  een ,  sijnde  een  Marinje ,  seyde  hoe  dat  op  gisteren 
van  den  Coninek  geroepen  wiert,  die  hem  te  kennen  gaff  hoe  dat  de 
Overicheyt  metten  anderen  geresol veert  hadden  hem  aff  te  stellen, 
ende  dat  sijlnyden  diesaengaende  met  d'Overicheyt  van  de  vaste 
custe  ende  Macqian  oock  versproocken  waeren ;  dat  de  corcorreft  hier 
vooren  vermaent  door  haer  toedoen  stilswygens  vertrocken  waren;  in 


191 

somma  all  't  gant  onder  haer  was  gepasseert;  daer  bijvougende  sQ 
hadden  hem  Coninck  gemaeckt,  conden  hem  de  croone  wederomme 
benemen;  versocht  alleenl^ck  sy  hem  't  leven  wilden  laeten  ende 
gebrnycken  als  andere  gemeene  Citchils.  Soude  t'haren  dienst  alle 
tyt  bereyt  staen 

Des  anderen  daechs  becomen  tljdinge  van  Sr.  de  Meyer,  wien  alle 
tvoorenverhaelde  hadde  aengeschreven ,  hoe  dat  de  Macqianneesen 
onder  den  anderen  (naer  diverse  pitsjaringe  op  de  comste  van  de 
gevlnchte  prauwen  gehouden)  hadden  beslooten  haer  met  dit  stnck 
niet  te  moeyen,  seggende  de  Soasgves  hadden  hem  sonder  haer 
Coninck  gemaeckt,  mochten  hem  nu  weder  alQfsetten  off  dootslaen, 
naer  sg  't  souden  goet  vinden ;  begeerden  oock  geen  prauwen  naer  de 
overcuste  te  senden. 

Hieruyt  can  UËd.  bespeuren  wat  trouwe  in  deese  canaglie  is.  De 
Macqianneesen,  gelQck  als  voor  deesen  geseyt  is,  sijn  meest  alle  tyt 
de  grootste  roepers  geweest,  ende  nu  syiuyden  de  Tamataenen  aen 
den  dans  hebben  geholpen  weeten  nieuwers  van;  willen  haer  met 
geene  dingen  bemoeyen ' 

[Zoo  als  Lodensteyn  verwacht  had  ontstaat  oneenigheid  onder  de 
verbondenen.  Hg  raadt  Hamza  aan  geen  //straffe  procedureu'/  te 
gebruiken.] ' 

Des  anderen  daechs  de  Overicheyt  generalick  bij  hem  ontbooden 
synde,  crygen  vreese  doordien  hy  alle  syn  soldaten,  'twelck  synde 
Colano  Gnoffagnaris,  in  waepenen  hadde  doen  comen.  Hy  liet  ons 
weten ,  hy  van  meeninge  was  de  geconfedereerde  wyder  wt  te  hooren 
omme  den  principaelen  autheur  desselfis  te  weten  ende  datter  wel 
eenige  haer  ampten  mochten  verliesen;  dan  dat  de  saeck  anders  geen 
last  lyden  soude;  dat  ons  op  morgen  alle  't  gepasseerde  soude  ver- 
wittigen. De  geconfedereerden  senden  aen  ons  om  raet.  Wy  raeden 
haer  tot  stillicheyt.  In  somma  verschynen  alle  by  hem,  doen  haer 
beelach,  hoe  dat  in  haere  laetste  vergaderinge  den  Coninck  haere 
faulten  hadde  vergeven,  ende  tot  meerder  bewys  van  gehoorsaem- 
heyt  hadden  nu  mede  in  de  vergaderinge  gebracht  de  resterende 
Overicheyt  lest  absent  synde,  ende  soo  'tsyne  Mat  gelieffde  wilden 
op  nieuws  wederomme  soubatten  ende  getrouwicheyt  sweeren.  Hy 
antwoordde  haèr,  syiuyden  al  te  samen  in  de  samensweeringe  jegens 
hem  door  den  Hoccum  Oelebalo,  den  Sengagie  Limetaou  ende  Chi- 


192 

melaha  Castelle  als  principaele  roervincken  verleyt  waeren,  die  hij 
niet  van  meeninge  en  was  langer  in  haere  ampten  en  qoaliteyten  te 
laten  continueeren. 

De  andere  Overicheyt,  s^nde  meest  van  de  geconfedereerde ,  siende 
den  Coninek  het  alleene  op  dese  drie  gemunt  hadde,  vielen  gemeen- 
stemmich  toe,  invoegen  de  andere  drie  by  haere  mede  comploteurs 
verwesen  ende  datelgck  van  hunne  ampten  berooft  wierden. 

Wt  deese  geheele  actie,  die  een  commedie  gelijck  is,  can  UEd.  dit 
volcx  aert ,  genegentheyt  ende  trouwe  bemercken  ende  hoe  schelmach- 
tich  sy  malcanderen  bedroogen  hebben.  &elove  dat  de  rechters,  die 
d'anderé  hebben  veroordeelt,  diegene  sijn  die  daer  de  verweesene 
meest  toe  hebben  aengeport,  want  sQ  anders  van  haer  selven  t  ver- 
standt  niet  en  hadden  ^ 

Hamsia  heeft  sich  vrij  wat  naerder  aen  ons  soo  't  schijnt  sedert 
gebonden ,  onsen  raet  meer  gevolcht  ende  onse  woorden  meer  gelooft. 

Dat  wy  hem  tot  soete  proceduiren  aenraeden  was  om  een  achter- 
deure  open  te  houden ,  omme  off  hij  t'  avondt  ofte  morgen  sich  wederj 
omme  te  veel  mUchts  wilde  toeeygenen  wij  alle  tijt  eenige  pQlen  tot 
onse  boogen  mochten  gereet  hebben ,  want  alhoewel  eenige  van  haeren 
staet  berooft  sgn,  blQven  evenwel  Soasives,  t'  welck  haer  van  ge- 
slachts wegen  toecomt  ende  soo  t'  schijnt  üiet  en  can  benomen  worden. 

Sedert  hebben  Hamsia  diverse  malen  boven  gehadt,  principalijck  op 
de  compste  van  den  Sengagie  van  Gammacanorre,  die  ons  seer  toe- 
gedaen  ende  een  erffvyant  der  Spangiaerden  ende  Tydoreesen  is, 
waeromme  van  Hamsia  meest  altyt  gevreest  is  ende  principaiyck  in 
dese  verhaelde  t'  samensweeringe.  Sijn  macht  is  wel  de  grootste  van 
alle  de  Sengagies,  vermogende  10000  man  optebrengen,  ende  voert 
op  de  vaste  custe  jegens  den  Tydorees  geduirigen  oorloch.     .    .     • 

Op  Tijdoor  heeft  de  Overicheyt  ende  gemeente  jegens  den  Coninek 
meede  een  tijt  over  hoop  geleeghen;  ende  dat  meest  omdat  de  Ove- 
richeyt  den  oorloogh  jegens  den  Tarnataen  wilde  staecken,  als  wel 
voor  desen  geschiet  was.  Den  Coninek  weygerde  herwaerts  om  vreede 
aen  te  soucken,  seggende  wel  verseeckert  was  sulcx  niet  obtineeren 
sonde,  soodat  aldaer  mede  eenige  syn  gedeporteert 

Malleyen  op  Tematen  Adj  7en  April  Anno  1631. 


1    Van  den  Hoekom  zegt  Lodesteyn  dat  h^  «meer  dan  geck  is". 


193 

L.    Hamza,  saltan  vanTernate,  aan  den  Goaverneur- 
Generaal  Jacq.  Specx,  10  Augnstos  1631. 

UEd.  versoeckt  dat  ik  den  oorloge  jegens  de  vyanden  sonde  voeren 
en  versorgen  dat  de  nagelvmchten  aen  de  E.  Comp.  gelevert  wierden. 
'T  selve  doe  iek  naer  wtterste  vermogen,  weshalven  wederom  aen 
ÜEd.  versoeeke  mij  met  geschnt,  mnsqnetten,  roers,  crnyt,  loot, 
coegels,  hamassen  als  andere  wapenen  en  ammnnitiën  die  in  den 
oorlogh  van  noode  sijn  te  versien  en  daer  neffens  een  goede  macht 
van  schepen  herwaerts  te  senden  om,  daer  ick  deselve  van  doen 
hebbe,  naer  m^n  eygen  goetduncken  totte  gemeene  welvaert  te  mogen 
gebrnycken.  Ende  soo  UEd.  mgn  versoeck  niet  naerencompt,gel]]ck 
alreets  gesien  hebbe  daer  voor  desen  weynich  ofte  niet  op  volghde, 
sal  den  oorlogh  staecken.  Ick  hebbe  int  voorgaende  monsson  snlcx 
oock  aen  ÜEd.  versocht  maer  hebbe  noch  't  een  noch  't  ander,  jae 
niet  een  brieff  tot  antwoordt  van  UEd.  becomen,  als  alleen  door 
mondelinge  aensegginge  van  d'  Heer  Gouvernenr  Lodenstegn,  die 
my  geiyck  als  voor  desen  den  aengevangen  oorlogh  te  onderbonden 
en  't  plncken  der  nagelen  recommandere ,  waer  van  ick  noyt  in  ge- 
breecke  gebleven  ben.  Soo  ick  int  aenstaende  monsson  niets  en  ver- 
neme  vant  gene  ick  jegenwoordich  versoeeke  soo  protestere  ick  van 
minder  sQde  voldaen  te  hebben  en  begeere  oock  niet  men  mi)  in 
toecomende  beschnldige  dat  ick  de  oorsaecke  sonde  wesen  den  oorlogh 
gestaect  werd  want  sonder  wapenen  en  can  ick  niet  oorlogen  en  hebbe 
UEd.  sulcx  al  tweemael  vertoont  sonder  datter  yets  op  volght.  Ick 
hebbe. aen  den  Gonverneur  alhier  versocht  hij  my  mette  geëyste  wa- 
penen te  vercoopen  sonde  willen  gerieven,  dan  slaet snlcx aff en seght 
daertoe  eerst  ordre  van  UEd^  moeste  hebben.  Dat  ick  de  boven  ge- 
mentioneerde  wapenen  eysche  en  is  niet  dat  ick  se  te  schenck  begeere , 
maer  wil  deselve  volcomen  betaelen ,  sal  oock  met  die  niet  proncken 
maer  jegens  den  algemeynen  vijandt  gebrnycken*  Soo  ÜEd«  geleek 
ick  verhope  resolveert  my  mette  bovengeschreven  geëyste  wapenen 
te  versien  gelieft  vryelyck  voor  de  waerdye  van  100  k  200  baeren 
nagelen  te  senden ;  sal  deselve  danckelyck  betalen.  Ende  oft  geviele 
dat  UEd.  daer  jegenwoordich  niet  versien  waert  gelieft  aen  den  Gon- 
vernenr  in  dese  qnartieren  te  ordonneren  hy  ons  eenige  stncken  tot 
corcorren,  cmyt  en  hamassen  vercoopt,  in  welcken  gevalle  wy  aen 

19 


194 

UEd.  yersoecken  dat  ons  een  Igste  by  ÜEd.  selffs  onderteeckent  gelieft 
toe  te  senden,  waer  in  verhaelt  staet  tot  wat  pryse  wy  yeder  sorte- 
ringe  snllen  betalen,  op  dat  bg  vertreck  van  den  jegenwoordigen 
Oonvernenr  mette  navolgers  daerover  niet  en  behoeven  te  disputeren. 

't  Is  d'  oprechte  vninden  maniere  hunne  meeninge  recht  wt  sonder 
omwegen  malcanderen  te  openbaren  ^  waeromme  ick  sulcx  oock  vol- 
gende, UEd.  mijn   hart  volcomen  opene   opdat  soo  de  saecken  hier 
naermaels  qualyck  qnamen  te  gaen  ick  onschnldich  mach  gehouden 
werden.  Geldt,  goudt,  silver  ende  coopmanschappen  werden  byüEd. 
Gomp.  soo  wel  als  bij  andere  natiën  vercocht,  soo  dat  ickseggenwil 
ingevalle  ick   om  eenige  derselver  de  E.  Gomp®  verbQ  ginge  en  mg 
bg  vreemde  vervoeghde,  sonde  men  met  goet  recht  mij  connen  be- 
claegen  ^,  doordien  sulcx  bg  de  Gomp.  genoechsaemtebecomenwas, 
maer  soo  de  wapenen  die  ick  jegenwoordich  aen  de  Gomp.  te  coop 
versoecke  mij  geweygert  werden,  sal  (sonder  dat  mij  daerover  met 
recht  yets  can  te  laste  geleyt  werden)  deselve  bg  andere  natiën  als 
Maleyers,  Javanen,  Macassaren  ofte  Spaignaerden,  daer  sulcx  dan 
te   crggen   is,   laten   coopen,  die  welcke  geleek  UEd.  genoechsaem 
bekent  onse  v^anden  sgn,  die  't  buscruyt  tot  een  heel  civielen  prijs 
te  weten  12  R<^^  van  S^^  voor  een  Giamse  pot  vercoopen,  welk  aen- 
roere  opdat  UEd.   int  maecken  van  den  prQs  daerop  gelieven  soude 
te  dencken. 

De  scheepsmacht  die  ick  versoecke  en  behoeft  niet  seer  groot  te 
sgn.  't  Is  genoech  als  deselve  maer  in  4  a  5  ofte  ten  minsten  2  a  3 
schepen  bestaet ,  mids  dat  deselve  om  hier  te  gebruycken  een  geheel 
jaer  overbigven  en  niet  geigck  ordinaris  geschiet  gaen  en  keeren. 
Ende  soo  UEd.  sulcx  naercompt  sgn  de  gantsche  Moluccos  tot  UEd. 
devotie  en  verdoen.  Doch  mgn  versoeck  affslaende  sal  oock  van  alle 
't  gunt  UEd  mg  soudet  mogen  recommanderen  de  handt  afftrecken. 
Hiermede  wil  UEd.  den  Almogenden  bevolen  laten. 

Malleyen  op  Tomaten  lOn    Augusty  a^  1631. 

[Op  dezen  brief  antwoordde  de  Oouvemeur-Oeneraal  Specx  (7  Mrt. 
1632)  in  hoofdzaak:  dat  hg  niet  meer  hulp  naar  de  Molukken  kan 
zenden  omdat  hg  al  zgn  macht  gebruiken  moet  tegen  de  „rebellige 


1    Dat  is  aanklagen. 


195 

Hakassaren  én  Z.  Maj.  tronwelooze  onderdanen  in  de  kwartieren  van 
Ambon".  De  Oonvemenr  van  Lodensteyn  zal  hem  wapenen  en  am- 
munitie verstrekken  voor  zoo  ver  hg  die  missen  kan.  Voorts  verwacht 
hg  nit  Nederland  een  goeden  voorraad  ammunitie  en  zal  dan  aan 
Z.  Maj.  opgeven  tot  welken  prys  hy  die  kan  ontvangen. 

Vóór  de  Spimjaarden  Temate  innamen  en  de  Hollanders  bg  ons 
kwamen,  herneemt  hierop  Hamza  (5  Augastus  1632)  vreesden  al  mijne 
onderdanen  ons  als  God  zelven,  maar  sinds  ons  de  macht  ontnomen 
is  hebben  zij  de  ooren  gestopt.  Zend  dus  uw  macht  niet  naar  Ambon , 
maar  naar  de  Molukken,  om  de  Spanjaarden  te  verdrgven,  dan  kan 
ik  mijn  gezag  ook  in  de  kwartieren  van  Ambon  laten  gelden  engQ 
zult  zien  dat  de  Compagnie  er  voordeel  by  heeft. 

Als  wy  de  Makassaren  bestryden,  antwoordt  hierop  de  Gouv.-Gen. 
Hendrik  Brouwer  (1  Nov.  1632),  bestryden  wy  ook  uwe  vyanden, 
die  met  de  Spanjaarden  en  Tidoreezen  heulen.  De  Spanjaarden  in 
korten  tyd  nit  de  Molnkken  te  krygen,  daarin  vinden  wy  „groote 
difficulteit".  De  oorlog,  dien  wy  met  hen  in  Nederland  voeren ,  heeft 
ook  al  zestig  jaar  geduurd!  „Hoe  lang  heeft  Uwe  Maj.  al  oorlog 
tegen  den  Tidorees  gevoerd,  en  echter  blyven  de  ryken  nog  machtig 
tegen  elkander''. 


LI.    Artus    Gysels,    gouverneur    van    Ambon,   aan 
den  Gouv.-Gen.  Jacq.  Specx,  23  Mei  1632. 


Volgens  expres  bevel  ende  last  van  Syn  Ëd.  hebben  wy  ons  op 
10  November  aP  1631  met  de  corcorre  van  't  Gasteel  op  de  roy 
begeven  om  de  rebellen  van  Tobo  ende  Warnamma  soo  't  mooge- 
lyck  waer  te  straffen  ende  op  dat  ons  deseyn  niet  ondeckt  sou 
worden,  gelieten  ons  voor  Capt.  Hittoe  al  off  wy  't  op  Iha  gemunt 
hadden,  die  om  haer  van  onse  komst  te  waerschuwen  terstondt 
eenige  booden  darwarts  sondt,  ende  wert  by  Capt.  Hittoe  groote 
misnoegen  betoont  dat  soo  by  de  neus  geleyt  was.  In  somma,  na 
dat  wy   ons  op  Honomoa  wat  gerust  hadden  ^  hebben  onse  coar$  t' 


196 

see  gesteld  en  de  Cast  van  Zeram  ontrent  Tammelanw  ende  Haya 
aengedaen,  welcke  onderdaenen  sich  seer  over  de  Hittesen  beclagen. 
Sostineerden  dat  sij  Casteels  onderdaenen  ende  Olisivas  waeren  ende 
de  Hittees  onlanckx  geleeden,   die   Olisivas  van  Hattemette  op  de 
naem  vanden   Gk>nvemenr   soo  leelgck  ende  schandelgck  bedroogen 
hadde,  ja  dat  haer  Kacqny  Aly  de  naem  van  Olysivas  hadde  doen 
affsweeren  ende  de  naem  van  Olilima  doen  aenneemen,  dat  nimmer 
meer  gedoocht  most  worden;  dienvolgende  ootmoedelgck  versochten 
dat  mj   die  van   Tobo   ende  Wamamma  hierover  wilden  straffen, 
alsoo  die  Hittees  sonder  baer  doen  nimmer  meester  van  de  gemelte 
negry  Ribot  Hattemette  sonde  sgn  geworden.  Alsoo  dit  versonckmet 
onse  meeninge  gantsch  overeen  quam,  ende  ons  oock  gelieten  als  off 
om  haer  te  mainteneeren  daer  gecoomen  waeren,  hebben  haer  belast 
haere   correcorren   aff  te  setten,  dat  sij  op  Tommelonw  ende  Haya 
met  groote  naersticheyt  int  werck  gesteld  hebben ,  jae  tot  Mahoellos 
(sic)  inclns,  ende  wordt  datelijck  door  't  hooft  van  HaQa  aen  sgnen 
broeder  den  Orangquay  van  Hattihanw  gesonden  om  van  daer  ende 
nyt  de  bocht  de  correcorren  in  aller  ijl  aff  te  presten ,  ende  dat  hy 
met  soo  veel  boeren  als  gevoeghlyck  b^  malcandren  brengen  konden 
sich  in  aller  haest  op  Tobo  sou  laten  vinden  ende  alle  de  gevluchten 
ende  verloopenen  van  Ribot  Hattemette  voor  hem  met  sou  brengen. 
Voorder  sgn   wij   van  daer  met  14  a  15  stux  soo  groote  als  cleene 
correcorren   van   Haya  naer   Tobo   gesteken   ende  op  21  dito  des 
morgens   voor    daech    gestrandt    met    onse    ende    des    Mardickers 
Oranghbay.   De   resteerenden  sgn,  alsoo  noch  achter  waren,  oock 
voor    den    daegh    gecoomen    ende    datelijck    alle    passagien    ende 
wegen   beset,    op  dat   niemandt   van   boven   vluchten  soude.   Den 
23   d^  quamen   de  boeren  tot  1180  persoenen  int  getalle  met  een 
bloetvlagh,    vergesellschapt    met    den    Oranghquay   van    Hattisouw 
(een   ondt  grgs   knecht).   Deese  luyden  scheenen   seer  verbiyt  te 
weesen,   namentlijck    als  wij   haer  seyden   dat   wQ  meede  Olisivas 
waeren.  Sy  vraechden  off  de  Prins  van  HoUandt  oock  Olisivas  was 
ende  off  verckensvlees  at,  daer  op  wy  antwoorden  jae,  waer  in  sQ 
haer  scheenen  seer  te   verbidden   ende   meenden,   nu  mochte  haer 
niemandt  deeren  ende  nu  mostender  al  de  Olilimas  die  geen  vare- 
kens vlees  aeten  onderdeur,   ende  soo   wij   haer  over  de  Tobesen 
wilden  helpen  wreecken  wegens  het  ongeiyck  dat  sy  die  van  Ribot 


197 

Hattemette  gedaen  hadden,  souden  niet  van  daer  gaen  voor  en  al 
eer  dat  sg  al  in  haeren  handen  sonden  wesen  ende  speek  gegeten 
hadden.  Opt  de  comste  der  boeren  vast  den  darden  daeh  dat  wij 
daer  geweest  hadden,  waren  besich  om  onse  correcorren  op  te 
haelen,  daer  geen  raedt  toe  geweten  sonden  hebben  door  dehoochte 
van  de  strangh  ende  gallicheyt  vant  sandt.  Sy  op  't  strangh  koo- 
mende  en  dit  siende,  werpende  schildt,swaert,pgienbooch  vanhaer 
ende  vielen  met  soo  een  fnrie  aen  de  eorcorren  sonder  dat  wg  haer 
snlex  belasten,  dat  alle  de  eorcorren  metter  haest  opgehaelt  waeren; 
voor  welcken  dienst  ick  geen  twee  hondert  reallen  genomen  sonw 
hebben,  alsoo  dien  aengaende  niet  anders  geschapen  was  off  sonde 
eenighe  correcorren  yerlooren  hebben ,  alsoo  eenighe  aireede  schaedeloos 
waeren  niettegenstaende  dat  onder  't  selve  getael  veel  correcorren 
waeren  die  haeren  eersten  tocht  deeden. 

Den  30  December  hebben  die  van  Tobo  haer  onder  de  gehoor- 
saemheyt  van  haere  Ho:Mog.,  Syne  Princel.  Ext  ende  de  E.  Heeren 
Bewinthebberen  begeven  volgens  den  inhoudt  der  contracte  bg  ons 
ende  haer  gemaeckt  ^  Alle  onse  onderdaenen,  vernamenlijck  de 
boeren  hadden  't  gaeren  anders  gesien,  alsoo  al  't  saemen  van 
meeninge  waeren  haer  te  verdueren,  daer  toe  ick  meen  haer  minder 
tyt  gebrack  als  ons,  ende  alsoo  't  mousson  begon  te  verloopen  ende 
tusschen  Tobo  ende  onse  eylanden  niet  meer  als  twee  reen  zijn  om 
met  eorcorren  te  anckeren  hebbe  dit  alsoo  oorborst  voor  de  Compe. 
geacht.  Voor  ons  vertreck  hebben  alle  onse  presente  onderdaenen 
eene  mattekanw  ofte  eedt  op  de  Amboyneesche  wgse  met  malcan- 
deren  laten  drincken,  ende  naer  dat  sy  ons  belooft  hebben  in  alles 
de  behulpsame  handt  tegens  alle  onse  vganden,  namentiyck  de 
Olilimas  op  de  cust  Seram,  Uliasser  ende  Oma,  soo  hebben  sy  haer 
oock  verbonden  haer  van  deselve  te  suy veren,  ende  alsoo  eyntiyck, 
naer  dat  het  scheemael  gegeten  hadden,  haer  affscheyt  genoomen 
ende  te  rugge  gekeert.  Ende  syn  ondertusschen ,  off  daechs  voor 
deesen,  dat  wy  met  die  van  Tobo  in  accordt  waeren,  door  andre 
400  boeren,  die  oock  naer  ons  toe  quamen,  twee  cleene  negris  van 
Tobo  int  gebercht  leggende  in  de  brandt  gesteecken.  Sulcx  Monsr. 


1    Bg  Yalentgn  n  2,  bl.  87. 


198 

Hnlft  ^  booven  in  de  negrye  in  ostagie  sQnde  gesien  heefl.  Yóor 
een  derselve  negrijs  was  daeghs  te  vooren  de  helft  van  onse  gant- 
8che  macht  afifgeslaegen,  met  verlies  van  veel  geqnetsten  ende  twee 
dooden,  soo  dat  wQ  presumeeren  dat  sQ  door  vreese  gevlucht  sgn, 
ende  deese  krawaetten  mette  resterende  roof  door  gegaen. 

Tot  verseeckeringe  van  de  Tobesen  haer  wel  doen  ende  goede 
gehoorsaemheyt  sgn  ons  in  ostagie  gelanght  den  soon  van  Radja 
Maninero  ende  een  vande  principaelste  Oranghquays.  De  gevangens 
van  Kibot  Hattemette  hebben  sy  belooft,  naer  dat  haer  getracteert 
hadden  ende  wQ  vertrocken  waeren,  wederomme  in  de  negrg  Hatte- 
mette souden  brengen  ende  d'andre  resteerenden  op  Warnamma 
wederom  souden  procureeren.  Het  gevolch  leert  den  tgt. 

Door  ongelegentheyt  des  tijts,  alsoo  nu  algereets  een  maent  uyt 
geweest  waeren  hebben  wy  volgens  sijn  Ëd.  ordre  Warnamma  niet 
connen  aendoen,  maer  t'selve  tot  naerder  gelegentheyt  laeten  be- 
rusten. Hare  negrye  is  gantsch  hooch  ende  vast  op  eenen  hoogen 
berch  geleegen.  Evenwel  meen  ick  datter  raet  toe  sal  weesen.  De 
negrg  Tobo  is  uyter  nature  starck  en  onwinbaer  om  daerop  met 
gewelt  iets  te  attenteeren  y  sulcx  wg  tVeemael  met  stormen  onder- 
vonden hebben.  Voorder  raport  sal  d'Hr  Vlack  sijn  Ed.  daer  van 
connen  doen  alsoo  ick  verstaen  dat  d'Heer  Vlack  tot  Bijn  ongeluck 
daer  sgnen  eersten  intre  heeft  gedaen;  doch  hebbe  naer  dat  geac* 
cordeert  waeren  bevonden  dat  ons  ongelijck  vordelyck  was  soo  een 
accort  aen  te  gaen  dan  langer  met  het  hooft  tegen  de  muer  te 
loopen,  te  meer  alsoo  sij  haer  weederom  door  eenen  harden  viamen- 
ten  reegen  voor  langen  tijt  met  water  versien  hadden  ende  haer 
volgens   de  Amboyneese  wijse  met  haere  provisie  langen  tgt  souden 

connen  behelpen .    .    «    . 

[Door  toedoen  van  Eimelaha  Loehoe  worden  de  vluchtelingen  van 
Sirisori  en  Toehaha  (op  Saparoea)  te  Ihamahoe  tot  den  Islam  ge- 
bracht *]. 

Den  Quimelaha  verschoont  sijn  doen  met  ongelijck  dat  hij  segt  dat 
hem  geschiet  is  met  het  veroveren  van  Tobo.  Hi)  heeft  sich,  soo 


1  De  opperkoopman  Evert  Huift. 

2  Zie  uitvoerig:  Yalentjjn  II  2  bl.  88. 


j 


199 

m^  bericht  is  van  een  Hittees,  laeten  ontvallen:  den  Gk)averneur 
kan  niet  bestaen  tegen  Iha,  daerom  sal  ick  de  üleassers  opt  hertste 
aentasten,  ende  soo  hg  haer  niet  en  secondeert  salt  haer  verdrieten 
ende  sij  (om  van  de  Hollandsche  tyrannie  ontslagen  te  weesen)  haer 
lichtelijck  om  werpen ,  ende  als  de  Hollanders  haer  qnyt  sijn  sal 
Oma  oock  wel  volgen.  Met  die  van  Nosselauw  weeten  wg  raet  ende 
daermede  snllen  die  van  Seram  oock  affvallen  ende  Bij  van  haer 
boeren  verstc^ecken  weesen.  Soo  dat  hy  gemeent  heeft  eenen  hoop 
verscheyde  vliegen  met  een  lap  (sic)  te  slaen,  ende  meede  ald'ander 
Moorenslacht,  die  niet  vorder  als  haer  neus  sien.  Alle  dese  hier 
vooren  genomineerde  onverdraechelycke  reedenen  hebben  den  raedt 
gemoveert  eenstemmich  te  resolveren  dat  men  die  van  Iha  soodanige 
afbrenck  sonde  doen  in  alle  haer  naegel,  clappis,  sagonw,  vrucht- 
boomen  ende  vaertuych  als  tijt  ende  gelegentheyt  sonde  toelaeten. 
Tot  welcken  eynde  ons  met  alle  de  scheepen  ende  jachten  (nytge- 
sondert  Contchin  dat  tot  de  besettinge  voor  Loehoe  geordineert  was) 
darwart  getransporteert,  daer  bg  gevoecht  13  stnx  correcorren  van't 
Casteel,  een  van  Oma,  twee  van  Nosselouw,  een  van  Quelpaponta, 
neffens  eenige  Oranghbays  van  de  omliggende  plaetsen. 

Den  13  April  sQn  wg  voor  Iha  met  de  gantsche  macht  gearriveert 
ende  op  14  ditto  gelandt  met  9  Oompn  yder  van  75  blancke  coppen , 
item  10  Amboynesche  Compn  onder  haer  vaendel  naer  dat  elcx  heb- 
ben connen  uytmaecken.  Soo  wg  onder  de  negrije  waeren  is  Capt. 
Westerman  met  de  gantsche  macht  van  de  üleassers  by  ons  gecomen 
ende  hebben  ons  in  twee  qnartieren  gedeelt,  op  welcken  tyt  meest 
alle  haer  correcorren,  oranghbays  ende  pranwen  om  stucken  syn  ge- 
smeeteu  ende  een  Macassarse  jonck  vant  strandt  gehaelt  die  maer  Ö 
a  6  daeghen  was  gearriveert.  Soo  ons  van  de  Oranghqays  van 
Qnelpapouty  verhaelt  wert  was  hg  van  Koack  gecomen,  daer  hij  van 
Zalana  ende  Sillemoa,  Oranghqnays  van  Mackariece  ende  Ammahe 
al  gewaerschont  was  wie  dat  onse  vrienden  ofte  vijanden  waeren. 
Die  van  Quelpaponte  bewesen  haer  groote  vriendschap  ende  belofte 
van  naegelen  op  hoop  van  de  joncq  ende  den  rys  te  becoomen, 
maer  gaeven  tot  antwoort  dat  haer  moesten  presten  alsoo  advQs- 
brieffen  vanden  Goninck  van  Macasser  aen  den  Quimelaha  hadden. 
Dese  Oranghqnay  is  swaeger  van  Paty  Naey  ende  ons  seer  gnnstich; 
syn  negerg  leyt  op  de  poort  van  de  boeren.   Dat  dit  vaertuych  des 


200 

konincx  van  Macasser  sQ  waer  niet  vreemi  want  ick  noyt  pertinenter 
vaertuych  gesien  hebbe.  Soo  sulcx  is  waer  wel  niet  vreemt,  dat  int 
aenstaende   monsson   quantiteyt  Macassaeren  quamen/te  meer  alsoo 
naer  alle  apparentie   een  goet   gewas   sal  wesen.  Op  den  29  April 
quam   Paty   Naey   met   300  boeren,  namentlyck  beyde  soonen  van 
Radja  Sanlou,    haer  excuseerende   dat  niet  starcker  qaamen,  was 
door  oorsaeck  dat  haer  meeste  volck  met  Radja  Sammit  waeren  ver- 
troeken  ende   ontrent  Lisebatte  een  negrye  belegert  hadden  als  oock 
dat   sy    eenich    volck  naar   Caybobo   hadden  gesonden  om  haer  te 
wreeken  over  de  nederlage  ende  doot  van  een  sljner  neven;  dat  men 
hem  op  een  ander  mael  een  maent  te  vooren  moest  laeten  weetenals 
men  hem  begeerde,  om  syn  volck  rontsom  op  te  soecken,  alsoo altijt 
op  hasaert  nyt  sijn  ende  nimmermeer  thuys.   Paty  Naey  hadt  eenen 
Oranghqnay  van  Samiet  den  Radja  Samiet  naer  Lisbatte  gesonden, 
welck  persoon  16  daegen  int  gaen  ende  comen  uyt  geweest  was,  die 
ons  rapporteerde  dat  Radja  Samiet  ons  deede  groeten  ende  liet  weeten 
dat  hy   voor  soodanighe  plaets  lach  als  Iha  ende  hem  schande  son 
weesen  daer  van  af  te  trecken  alsoo  sij  liem  hadde  laeten  weeten  dat 
haeren  dreck  (met  reverentie  gesprocken)  son  eeten,  gelyck  hg  haer 
soa  doen ,  ende  omdat  wg  niet  en  sonden  dencken ,  dat  hij  ons  affge- 
vallen  was  soo  sont  ons  11  van  syne  beste  soldaeten,  ende  soo  wij 
Iha  nu  niet  vermeesterden   dat   hijt  met  ons  op  een  andermael  sou 
helpen  hervatten,  maer  datt  men  hem  tijdelgck  moeste  waerschouwen 
om  sich  daer  naer  te  rechten. 

Ëijnteigck  naer  dat  wij  voor  gemelte  Iha  soo  veel  hebben  verrecht 
als  den  tijt  heeft;  willen  toelaeten  ende  al  het  qnaet  gedaen  dat  in 
ons  vermogen  was,  hebben   geresolveert  op  5  May  wederom  opte- 

breecken. 

De  boeren  ^  presenteeren  haeren  dienst  goetwillich.  Sij  seydendat 
haer  schande  son  weesen  soo  sonder  hoofden  weerom  quamen.  Ënde 
alsoo  wij  dese  soldaeten  sonder  geldt  ofte  rantsoen  connen  houwen, 
hebben  wijt  haer  niet  affgeslaegen;  mogen  sien  dat  haer  ider  hooft 
met  een  ouwe  parangh  betaelen;  t'en  is  noyt  gesien  dat  300  boeren 
op  een  eylandt  gesmetten  syn.  Dien  volgende  die  van  Iha  hiermet 
meer  benart  sijn  dan  off  wg  duysent  Neerlanders  opt  landt  gelaeten 


1    De  Alfoeren  van  Ceram  die  te  Iha  gekomen  waren. 


201 

hadden.  Sg  sullen  haer  tnynen  niet  konnen  gebrnyeken;  t'is  al 
opgehetten  (sic)  ende  afgehouwen  wat  rontsom  die  negrye  staet.  lek 
geloof  als  de  Inyden  beneeden  comen,  dat  bij  malcanderen  sullen  gaen 
sitten  weenen,  want  soedaene  jammer  geloof  ick  is  in  Amboyna  niet 
gesien.  Dit  Iha  is  den  lusthofT  geweest  van  gantsch  Amboyna  ende 
't  vermaeckelgckste  landt  dat  gevonden  eau  worden.  Het  is  soo  gelad- 
deert  met  bossen,  valayen  dat  het  een  lust  om  sien  is 

Komende  ter  materie  van  SQn  Ed.  voorslach  oft  niet  mogelijck  sou 
wesen  de  Christenen  ^  aen  t'Casteel  te  trecken  ende  de  eylanden 
desert  gemaeckt,  veel  eer  souden  ons  aff  vallen  als  tot  sulcx  gehoor- 
samen.  T'waer  oock  sonde  ende  jammer  dat  sulcx  geschiedde  ende 
alle  die  op  Amboyna  woonen,  miserabel,  alsoo  dese  eylanden  ons  aller 
spQscamer  is 

Naer  dat  wij  algereets  met  onse  Amboynesche  macht  van  't  Gasteel 
waeren  vertrocken  ende  de  scheepen  ontrent  Iha  op  haer  versamelplaets 
waeren  bequamen  wij  schrgvens  per  Texel  uyt  de  Molouques  met 
eenen  seeckeren  brieff  van  den  coninck  van  Tomaten,  waarin  hg 
den  Quimelaha  Loehoe  mandeert  sgn  genomen  stuck  ^  ende  naegelen 
van  ons  niet  te  mogen  voorderen  ende  wart  hem  mede  bevolen  geeue 
vreemdelingen,  namentlyck  Macassaeren,  op  haere  stranden  teadmit- 
teren  op  hooghe  straffe;  item  dat  SQne  Ht.  ons  toestaet  een  steenen 
huys  ofte  logis  tot  verseekeringe  van  onse  coopmanschappen  '.  Den 
oppercoopman  Sr.  Ottens  wiert  datelyck  met  den  correcorre  naer 
Louhoe  gesonden  om  deselve  brieff  naer  haere  wQse  over  te  leveren, 
doch  den  Quimelaha  was  niet  te  vindend  ich  gisse  omdat  hg  sach 
dat  wij  na  Iha  gingen  niet  .voorden  daech  wilde  coomen.  Soo  dat 
Sr.  Ottens  sonder  antwoordt  op  den  brieff  te  hebben  weerom  quaem , 
dan  naer  datum  verstaen  dat  den  Coninck  geen  steenen  huys  wil 
inwilligen,  waer  uyt  genouchsaem  te  besluyten  is,  dat  sQ  noch 
naer  Coninck  noch  naer  niemandt  niet  en  vraegen,  en  soo  maer 
eenich  voordeel  sien  ons  weerom  achter  de  banck  sullen  setten. 
Ondertusschen  dat  wg  van  Iha  geweest  s^n,  heeft  den  Quimelaha 
sich    seer    onhebbeigck    aengesteldt    in    voeghe  als  voorighe.  jaer 


1  Van  de  Uliassers  namelgk. 

2  Een  stok  geschat  dat  in  der  tyd  door  de  Hollanders  was  medegenomen. 

3  Te  Loehoe  namelijk. 


202 

geschiet  is.  Die  van  Louhoe  hebben  onse  logie  eenige  Dachten 
helpen  bewaeren,  doch  eyndelgk  d'onse  aengeraeden  al  het  goet  int 
jacht  Contchin  te  inbarckeren,  ende  met  hetselve  van  daer  te  gaen, 
alsoo  door  den  Qnimelaha  soo  wel  op  't  jacht  als  de  logie  ietwes 
voorgenomen  hadde.  'T  schijnt  de  vrees  heeft  den  ondercoopman 
ende  officieren  van't  schip  doen  vertrecken  ende  wat  des  Qnimelahas 

voornemen  geweest  is  weten  wij  niet  ^ 

De  Papoeë'n   hebben   op    ons   nytweesen  niet  weynich  de  beest 

gespeelt [Een  hunner  correcorren  werd  door 

kapitein  Westerman  voor  Mamala  veroverd). 

Een  ander  correcor  van  de  Papoën  is  d'onse  ontrent  het  eylandt 
Oaybobo  gemoet  ende  met  deselve  slaechs  geweest,  die  oock  bij 
naer  inde  koers  was  gevloogen ,  doch  met  verlies  van  8  a  10 
dooden  den  dans  ontsprongen ;  dus  doende  sullen  sij  omt'  acherst  (sic) 
beginnen  te  dencken.  6  a  7  der  gemelten  correcorren  hebben  3  a  4 
daeghen  vóór  ons  t'huys  weesen  ontrent  den  houck  van  Alangh 
geweest  maar  voorder  niet.  Dese  roevers  hebben  onder  haer  eenige 
correcorren  van  Tidoor  ende  desselffs  Conincx  onderdaenen.  lek 
geloof  dat  de  Qnimelaha  syn  personagie  met  haer  soo  veel  speelt 
als  hem  mogelgck  is,  alsoo  wij  dickmaels  bevinden  dat  sgne  onder- 
daenen, namentlgck  die  van  Bono,  Assahoudy  ende  Lisbatta  met 
haer  vermengt  ende  haere  gidies  sijn. 

't  Schynt  dat  den  Coninck  van  Tomaten  ommers  soo  trouwloos  is 
als  sijne  onderdaenen.  'T  voorleeden  jaer  hadden  wij  in't  langhe 
aen  Bx.  Gouverneur  Lodensteyn  geadviseert  t'geene  in  dese  quar- 
tieren  was  gepasseert  ende  ons  misnoegen  wegens  des  Conincx 
bevelhebbers  int  breedegeremonstreert,  namentlijck  eenige  ongeregelt- 
heden  door  Saraffi  gepleecht.  Soo  wij  verstaen  heeft  hem  in  plaets 
van  daerover  te  straffen  met  het  Sengagieschap  van  Gnofficqua 
versien,  soo  dat  hij  voor  qualijck  doen  goede  belooninge  ontfanght. 
Waer  uyt  anders  niet  te  beslnyten  is  oft  dese  gasten  haer  doen 
moet  den  wil  van  haer  meesters  wesen 

Actum  Amboyna  int  Gasteel  adij  23  Mey  a^  1632. 


1  Kimelaha  Loehoe  liet  zich  kort  daarop  door  Leliatta  bg  den  Qouvemenr 
verontsclinldigexi  —  hQ  wordt  door  Gjjsels  oen  nar  genoemd  —  en  het  kantoor 
te  Loehoe  werd  hersteld. 


503 


LIL    Artns  Ggsels,  gonvemenr  van  Ambon,  aan  den 
Gouv.-Gen.  Jacq.  Specx,  10  September  1632. 

Onder  en  tussen  waeren  den  4  deser  [Juni]  bericht  van  een 
Amboynees  genaamt  Abraham  Boette  woonachtig  in  Banda,  die  met 
licentie  van  den  Heer  Gk)avernenr  Raembnrch  met  eenige  Noussa- 
lanwers  in  onse  eylanden  waeren  koomen  handelen  ende  haer  volgens 
hun  versouck  geconsenteert  darwaerts  te  mogen  keeren ;  gemelte  par- 
soonen  sgn  door  contrary  wint  ende  stroom  op  de  cust  Swam 
verdreven  ende  hare  champan  op  een  reciff  ontrent  Seram  Laut  in 
stncken  gestooten;  over  snlx  haeren  toevlucht  naer  een  Olisives 
negerij  EefSingh  genaempt  begaven,  daer  wel  onthaelt  ende  ge- 
tracteert  werden.  Welcke  parsonen  verclaeren  dat  met  die  van 
Keffingh  tot  verscheyde  maelen  op  het  eyland  Seram  Laut  geweest 
sijn,  alwaer  gesien  hebben  28  stux  vremt  vaertuych  namentl^ck 
8  Malleyen,  6  Macassaers  ende  de  rest  Javaenen  van  Bantam , 
Japara  ende  Boecqnitt.  De  Javaenen,  alsoo  verstonden  dat  geen 
naegel  moussoen  en  was,  wilden  meest  al  weerom  keeren,  maer  de 
reste  waeren  vast  geresolveert  haer  avontuer  op  Loehoe,  Cambello 
ende  Lissidy  te  soucken.  Hier  van  well  verseeckert  sgnde,  als  oock 
dat  daer  mede  gekoomen  waeren  twee  champans,  een  van  Combello 
ende  een  van  Mamaio,  die  haer  naer  alle  apparenti  gewaerschowt 
sullen  hebben  vant  apparente  vroeghe  ende  goede  moesson,  hebben 
derhalven  geresolveert  het  gemelte  jacht  voor  eenen  tgd  hier  te 
houwen  op  [omdat]  off  t'  volck  oft  selve  schip  vannoode  mochte 
hebben 

Hier  op  is  gevolcht  den  16  Juny  ses  derselver  joncquen  op 
Kelangh  ende  Assahoudi  syn  gearriveert,  dewelcke  met  de  gemelte 
champan  van  Cambello  achter  Seram  om  sgn  geloopen  ende  haer  in 
de  revier  van  Assahoudy  ende  ontrent  Hattaboetti  verstarckt,  de- 
selve  rontsomme  met  eenen  pallesaen  pagger  beset,  de  revier  gestopt 
ende  haer  inderhaest  soo  veel  verseeckert  alst  mogelyck  was  .    •    . 

Den  21  Jung  arriveert  hier  aen  't  Gasteel  eenen  Radia  Sammet, 
den  rechten  Ooninck  van  Sanmiet^  een  plaetse  gelegen  op  het 
eylandt  Oma,  wesende  denselven  die  ongevaer  dry  maenden  geleden 
aen  t'  Gasteel  geweest  is,  ende  versocht  met  sQne  negr|}e  Wacka- 


204 

hela  op  Oma  mocht  komen   vronen,   op   vrelcken   tyt  hg  ons  ver- 
haelde  dat  s^n  vader  van  de  Portugeesen  op  Seram  aen  de  Alifoeresen 
was  gesonden  ten  tgde  als  d'Hittesen  vant  lant  Amboyna  op  Seram 
waeren  verdreven,  om  haer  van  dien  kant  door  gemelte  boeren  den 
oorloch  aen  te  doen,  ende  is  eyntlick  gemelte  Radja  Sammet  door 
de  Mooren  van  Asmen  ^  ende  Locki  fhooft  afgeslaegen  ende  desen 
sijn   soon  met  een  dochter  der  principaelste  Oranghqnays  van  eenen 
Radja  Sesonlon,  hooft  over  31  Oüsivas  negeries  getronwt,  waer  bij 
geprokreëert    een    soon   ende   dochter,   ende   alsoo   hy   volgens  de 
natner   van   aller   menschen   naer   sijn   vaderlandt  haeckt  heeft  hy 
tVoorgaende   versouck   by   ons   geobtineert   ende  hem  plaets  aenge- 
wesen  waer  met  syn  volck  opt  strandt  sou  koomen  om  als  dan  met 
correcorren   gehaelt  ende   op   Oma  gebracht  te  worden,  synde  hem 
al   vooren   affgevraecht  off  gemelte  syne  negery  niet  onder  t'  gebiet 
van  den  Quimelaha  en  stondt,  daer  op  geantwoort  heeft  neen,  ende 
nimmer   meer   gedoocht   moest   worden,   doch  dat  door  de  veerheyt 
vant  Fort  ende  de  Olisivas  daer  onder  sorteerende,  met  den  Qnime- 
laha  in  vreede  waeren,  die  haer  oock  alle  middel  afsneden  om  met 
de   Neerlanders    ende   Olisivas  te   verkeeren.    Niettegenstaende   dit 
voorgaende  versonck  verclaert  Radja   Sammet  met  noch  drie  ander 
Oranghqnays   Alfoeresen   expres   affgevaerdicht   te  wesen  van  haer 
hooft  den  Coninck  van  Lesonlou  als  oock  wt  den  naem  van  alle  de 
Oranghqnays  van  31  negries  die  ons  hare  alliantie,  onderdaenicheyt 
ende  dienst  jegens  de  Mooren  presenteren,  als  wesende  haere  ende 
onse  doodtvyanden,  namentiyck  de  Olilima's,  daerby  voegende  dat 
sy   31  negeries  starck  waeren  ende  3480  weerbaer  man  konden  wt- 
maecken,  waer  met  sy  presenteren  die  van  Loehoe,  den  Qnimelaha, 
Oambello,  Lissidy  ende  Erangh  den  oorloch  aen  te  doen  ende  met 
den  Coninck  van  Sammet  ende  Saulanw  sampt  alle  de  Olisivas  te 
willen  leven  ende  starven,   ende  nimmer  sou  bevonden  worden  dat 
sy  ons  sullen  ontvallen,  alsoo  sy  doch  niettegenstaende  het  contract 
met  Quimelaha  gemaeckt  haer  dagelicx  soo  veel  affbreuck  doen  als 
haer   mogeiyck  is   ende   haer  wijs  maecken  dat  sulcx  van  Saulaus 
volck   geschiet,  soo  dat  myn   onder  correctie  dunkt  dat  van  dese 
ende  andere  boeren  groote  dienst  te  trecken  is. 


1    Denkel^k  ia  Anin  bedoeld.  Zie  Yalentgn  II  2.  bl.  45. 


205 


Bacya  Sanlanw  heeft  op  sijn  vertrec  wt  de  üliassers  verclaert 
dat  11350  weerbaer  man  kan  by  malcander  brengen;  dienvolgende 
ernstelgck  versoebt  dat  die  van  Iba  met  het  drooghe  monsson  weder- 
om aengetast  moehten  worden  ende  dat  geen  Alfoeresen  als  alleen 
hij  mocht  geroepen  worden ,  maer  dat  men  hem  tydelick  moest 
waerschonwen.  Int  raseeren  der  boomen  sou  ons  dit  volck  groeten 
dienst  konnen  doen 

De  Tamatenen,  namentlijck  Quimelaha,  heeft  in  dese  saeck  hier 
boven  gemelt  ^  mede  sgn  personagie  gespeelt,  want  onlancx  naer 
haer  groote  feest  heeft  hij  de  dochter  van  Capt.  Hittoe  getroawt 
ende  op  Hittoe  koomen  haelen  op  welcken  tyt  Qnimelaha  Leliatte 
op  Capha  ^  is  aengepangayt  ende  van  daer  naer  Loehoe  overge- 
steecken.  Als  Capt.  Hittoe  gevraecht  werd  wat  de  Tamaetanen 
daer  gingen  maecken  ontkende  hg't  wel  expresselick  dat  sij  daer- 
waerts  waeren.  Hoedaenigen  contract  alle  de  Mooren  eenige  maenden 
geleden  met  malcander  gemaeckt  hebben  ende  hoe  sij  aen  den  anderen 
verplicht  sQn  is  een  Qder  niet  meer  dan  tewel  bekent,  want  sQ  sien 
dat  het  haer  gelden  wil  ende  dat  het  ons  nn  voortaen  niet  alleen 
te  doen  en  is  om  de  naegelen  maer  ook  de  religie,  ende  soo  wi) 
een  weynich  jaerlicx  continneeren  willen  een  groote  menichte  boeren 
tot  onse  devotie  krijgen  sullen,  die  mQns  oordeels  wel  1000  tegens 
hondert  sijn,  die  &ij  weten  dat  met  het  humeur  ende  gevoelen  van 
de  Christenen  in  veel  dinghen  overeen  komen.  Eerstelgck  seggen 
sij  dat  een  man  niet  meer  dan  één  vrouw  moet  hebben  snlcx  van 
ouwen  haerkoomen  een  gebrnyck  onder  haer  is  geweest  ende  ter 
contrarie  met  de  dqot  sonder  genade  gestraft  moet  worden;  bovens 
dat  soodaenige  spQs  mogen  eten  als  de  Nederlanders  doen,  waer 
nyt  sy  een  besluyt  maecken  dat  ook  Christenen  sgn,  ende  bovens 
dat  Olisivas,  soo  dat  in  desen  geene  veranderingh  te  maecken  sg. 
Veel  vrouwen  te  hebben  seggen  Bij  eenen  grouwel  te  syn  ende  on- 
natuerli)ck.  Sy  seggen  een  vrouw  eer  veel  mans  van  noode,  maer 
recht  contrarij  het  doen  van  de  Mooren 


1  Die  Tan  liamalo  en  omliggende  dorpen  op  Hitoe  hadden  geweigerd  aan 
Qysels  eenige  Fapoes  uit  te  leyeren  van  het  door  de  Hollanders  yeroverd  yaar- 
tttig.  (Zie  Meryoor  bl.  202). 

2  Kapaha  b^  Mamalo.  Ygl.  Yalentjjn ,  n  1 ,  bl.  103. 


206 

[Hierop  volgt  een  verward  verslag  van  onderhandelingen  door 
Gijsels  met  die  van  Loehoe  e.  s.  gevoerd  over  het  weren  der  vreem- 
delingen, waarvan  het  einde  was  dat  zg  hem  zeiden  meer  heloofd  te 
hehhen  dan  zg  konden  volvoeren,  en  geen  last  hadden  van  den 
Koning  (nl.  den  Sultan  van  Ternate)  om  de  vreemdelingen  te 
weren].  Soo  dat  klaerl^ck  te  bespeuren  is  dat  nu  voortaen  anders 
geen  middel  te  geforaycken  sy  dan  de  wterste  remedie,  die  niet 
anders  en  is  dan  de  nagelen  ofte  haere  boomen  selver  aen  te  tasten. 
Dienvolgende  sou  ick  sustineren  contrarie  't  gevoelen  van  velen, 
dat  dit  redres  niet  gevonden  sal  worden  uyt  kruysen  van  jachten  off 
verbranden  van  joncquen,  sulcx  ons  d'  experientie  genoech  geleert 
heeft.  Soo  lange  sij  't  met  de  inwoonders  eens  sijn  salt  haer  nimmer- 
meer aen  vaertuych  gebreecken,  dat  sy  oock  soo  versteecken  kon- 
nen  dat  wijt  quaiyck  vinden  sullen.  Haer  mancqueert  tegens  dat 
gaen  sullen  geen  middel  om  vaertuych  van  Bonoa,  Lisbatta  ende 
Hattewe  te  haellen,  sulcx  altyd  myn  advies  geweest  is  ende  noch 
is.  Dienvolgende  ons  quantiteyt  soldaten  gebreeken  ende  maer  soo 
veel  cleene  jachten  als  tot  vervoeren  derselver  van  noode  is. 

Dese  boven  gemelte  raporten  •  .  .  den  8  Augusto  becomende, 
hebben  wy  den  raet  daeteiyck  beroepen,  ende  geresolveert  soo  ras 
mogeiyck  onse  macht  aff  te  setten  ....  om  de  vremdelingen 
met  deselve  te  gaen  besoucken 

Doort  ongestadich  weer,  daer  door  verscheyde  oorrecorren  niet 
affgeseth  syn  konnen  worden,  hebben  wy  de  macht  ofte  onsehongie 
bestaende  in  27  stux  vaertuych,  namentlyck  17  correcorren  van  3 
ende  5  nagies,  8  orangbays  ende  2  tinganghs,  versien  met  onge- 
vaer  300  blancke  koppen  op  den  20  Augusti  voor  Oerien  by  mal* 
cander  versamelt,  op  ditto  'smorgens  van  daer  overgesteecken  ende 
den  21  d"*  geluckelick  by  de  scheepen  gekoomen,  de  jachten  Coutchin 
ende  boeyer  Banda  belast  van  de  cust  Ceram  naer  de  plaetse  daer 
wy  meenen  de  joncquen  te  wesen  doen  loopen,  sulcx  aen  Amboyna 
ende  Mocha  oock  gelast  is,  die  w^  met  de  correcorren  door  t  gat 
van  Eelangh  deden  boechsaeren,  (doch  hebben  haer  door  harden 
wint  ende  tegenstroom  niet  heel  buyten  gaets  connen brengen, nochte 
oock  mette  correcorren  konnen  koomcD  daer  wy  meenen  de  joncquen 
te  vinden  waeren.  Over  sulcx  om  tyt  te  winnen  genootsaeckt ,  alsoo 
voor  dat  mael  door  continuellen   regen    ende  harden  windt   niet 


207 

geraeden  was  ietwes  te  attenteren ,  gijn  wij  den  23  ditto  met  alle  de 
Gorrecorren  naer  Assahondi  gepan^eyt ,  alwaer  bevonden  wert  dat  de 
inwoonders  de  negrij  verlaeten  hadden  ende  de  vremdelingen  op 
varsser  daet  t'  sij  dan  te  waeter  off  te  lande  gevlucht  waeren ,  in 
vonge  dat  by  verscheyde  van  onse  Amboynesen  redelicke  bnyt  ge- 
maeckt  is.  Eenighe  sacken  naegelen  werden  door  deselve  becoomen 
doch  weynich;  in  somma  t'  is  snlcx  datt  d'  gantsche  negrg  daer 
haer  de  vremdelingen  oock  onthouden  hebben  geplundert  is  ende 
e^en  grooten  hoop  boeken  tot  verversinge  bequaemen.  Denselffden 
avonts  hebben  wij  alle  de  oranghbays  om  den  hoeck  naer  Lisbatta 
gesonden  om  de  krecken  te  besetten  ende  ons  geen  vaertuych  sou 
ontslippen.  Des  smorgens  daeraen  sgn  twee  joncquen  gevonden  alsoo 
een  premie  van  25  R.  op  deselve  gestelt  was.  De  menichte  der 
gaeten  ende  kreucken  sQn  soo  veel  dat  het  vinden  desselfs  ons  well 
licht  ontstaen  sou  hebben.  Alsoo  t  waeter  den  heelen  dach  leech 
was  is  den  brandt  in  deselve  gestecken,  het  eene  wesende  een 
Halaysche  Oorab  met  eenen  spiegel  ende  pen,  d'welcke  voor  ons 
vertreck  tot  asse  verbrandt  syn.  Des  selffden  avonts  syn  oock  alle 
de  vremdelinge  hutten  rontom  Assahoudi  in  brandt  gesteecken  ende 
naer  dat  een  weynich  gerust  hadden  van  daer  vertrocken  ende  s'mor- 
gens  metten  daegh  het  gat  ofte  straet  van  Eelangh  gepasseert,  de 
jachten  Mocha  ende  Amboyna  bij  Goutchin  ende  boeyer  geanckert 
ende  met  d'  gantsche  macht  van  correcorren  int  gesicht  van  den 
vgandt  geseth.  Desselffden  avonts  spraecken  de  inwoonders  van  Hatte- 
boetti  onder  ostagiers,  die  ons  raporteerden  datt  de  vremdelingen 
300  gewapende  manen  starck  waeren,  100  met  lange  roers  ende 
d'  resterende  200  met  spatten,  pyl  ende  booch  onder  dewelcke  10 
Bandanesen  waeren  door  haer  met  van  Seram  gebracht.  Item  dat  7 
stux  joncquen  in  een  kreek  tussen  twee  bargen  laegen ,  maer  voorder 
oopeningh  konde  van  haer  niet  becoomen,  dan  alleenlijck  datt  sQ 
borstweringe  tseewaert  hadden  ende  haer  ontrent  de  joncquen  met 
pallesaden  beschanst  hadden. 

Den  26  op  donderdaech  naer  dat  een  grooten  viamenten  slach- 
regen  gehat  hadden  en  't  weer  sich  begonde  te  bedaren  hebben  goet 
geacht  ons  voornemen  t  effectueren;  dienvolgende  gelast  aen  alle  de 
cappitcjen  ende  hooffden  der  Amboynesen  met  hare  waepenen  ende 
JToorder   preparaeten  gelgckelgck  te  landen,  sulcz  geschiet  is,  aen 


208 

een  ragge  van  eenen  barch  daer  sij  haer  voor  dato  dagelicx  op  ver- 
toont hadden.  Boven  sijnde  wert  belast  daeteiyck  voort  te  marsieren 
alwaer  onlancx  daer  naer  met  verlies  van  een  man  haer  eerste  starekte 

0 

geemporteert  wert,  waer  wt  sQ  handt  aen  handt  vochten.  Eyntlijck 
de  vlucht  nemende  werden  soo  vervolcht  dat  sy  ons  selver  een  wech 
wesen.  By  de  joncqnen  komende  bevonden  dat  sij  ons  langhs  ^en 
wech  niet  verwacht  hadden  ende  in  haer  opinie  gans  bedroegen 
waeren ,  want  beneden  op  ons  soo  gekoockt  was ,  dat  het  onser  veelen 
sich  beklaecht  souden  hebben.  Aende  eenne  sy  van  de  revier  had- 
den sy  een  treffelicke  borstweringe  ende  aende  ander  sg  een  be- 
qnaeme  schans  van  binnen  met  een  loopgraeff,  borstweringh  ende 
dicke  pallisaden  beset,  daer  vry  wat  fatsoens  aen  sou  sijn  gewest 
800  sy  hadden  willen  vechten.  Yerscheyden  parsoonen  hebben  sy 
wech  gesleept,  soo  dat  d'  onse  maer  een  hooft  hebben  bekomen.  Date- 
lyck  syn  alle  de  joncqnen  tot  seven  int  getale  waer  onder  een 
fregatt,  ongevaer  van  dier  grootte  als  Amboyna,  verbrandt,  geUjck 
de  hutten  oock  gedaen  hebben* naer  dat  geplundeert  waeren,  ende 
syn  alsoo  geluckeUjck  geembarquert.  Hebben  in  alles  ongevaer,  soo 
geschooten  als  die  in  de  voet  angels  geloopen  syn,  in  de  20  ge- 
questen.  Aan  haerder  syde  hebben  sy  niet  misgedobbelt.  Desselven 
avonts  hebben  ordre  gesteldt  dat  de  jachten  souden  vertrecken ,  sulcx 
wy  oock  gedaen  hebben  ende  syn  des  anders  daeghs  smorgens  voor 
Lissidi  gecommen  daer  den  Quimelaha  Loehoe  op  het  strandt  stondt, 
laetende  van  syne  aranghbay  achter  ende  voor  een  prinse  vlagge 
waeyen,  die  ons  deet  weeten  datt  hy  maer  alleen  daer  was,  doch 
dat  hy  met  alle  de  Oranghquays  gepitsiaert  hadde,  dat  niemant  op 
de  verbeurte  van  lyff  ende  goet  eenich  vaertuych  aende  vremde- 
lingen  sou  verkoopen,  met  een  hoop  auder  loogens,  volgens  haeren 
gewoonlicken  aert;  ende  versocht  dat  ick  my  op  Hittoe  willdelaette 
vinden  om  een  generaele  bitsiaringe  te  houwen.  Ick  heb  hem  doen 
weten  datt  hy  my  die  van  Soresori  ende  Touwaha  weerom  souw 
restitueren  off  datt  ick  die  van  Iha  den  oorlooch  werom  sal  aandoen. 

Den  9  [September]  savonts  arriveert  Eackiali  Hockom  van 
Hittoe  aent  casteel,  die  ons  rapporteert  dat  die  van  Iha  gans 
genegen  syn  tot  vreede  ende  restitutie  onser  onderdaenen.  Derhalve 
geresolveert  dat  Sr  Huift  ende  gemeltten  Eackiali  met  malcandet 


naer  Sorrisorry  sullen  gaen  om  van  daer  met  gemelte  Oranghquays 

harrewaert  te  koomen 

Actum  Amboyna  deesen  10  September  a^.  1632. 

ÜE.  gans  getrouwe  Dienaer 
A.  Gijsels. 


[In  een  brief  aan  Speex  van  27  September  1632  vermeldt  Gijsels  y 
dat  Kakiali  met  een  der  hoofden  van  Mahoe  en  een  orangkaja  van 
elke  negerij  onder  Ihamahoe  aan  't  kasteel  geweest  is,  en  dat  zg 
beloofd  hebben  de  weggeloopen  inwoners  der  zoogen.  Ghristendorpen 
uit  te   leveren.    Uit  dien  brief  nog  het  volgende:] 

Daeghs  voor  gisteren  bekoomen  wij  schrijvens  vanden  coopman 
op  Loehoe  dat  daer  twee  Maeleysche  joncquen ,  comende  jongst  van 
Seram  Laut  waeren  gearriveert^  die  algereets  haere  seylen,  roers 
ende  ander  behoefte  aen  landt  hadden  gebracht,  jae  met  haere 
cleeden  ende  slaeven  die  sij  over  de  hondert  met  brachten  ende 
meest  op  Seram  geruylt  hebben  den  passer  gefrequenteert,  doch  de 
Oranghquays  haer  hadden  doen  vertrecken,  den  passer  ontseyt  ende 
haer  daetelijcken  doorgesonden.  Werwaerts  dat  vervaeren  sQn  weeten 
niet,  daer  voorder  op  gelet  sal  worden.  Met  het  versenden  des  selffs 
sullen  sy  nu  meenen  dat  schoone  kinders  syn,  nochtans  staet  ons 
anders  niet  te  gelooven  dan  dat  haer  een  ander  bequaem  plaets 
gewesen  hebben,  alsoo  haer  geen  liever  coopmanschap  toe  kompt  als 
slaven.  Dienvolgende  reecening  maecken  moeten  soo  meenich  slaeff 
soo  meenich  bhaer  naegelen 

Ons  is  seeckerlick  gerapporteert  dat  den  Quimelaha  ende  Ihaesen 
30  groote  gongen  met  30  swaerden  ende  door  die  van  Laetto 
Halooy  10  van  elcx  aende  Alfoerse  Coningen  gepresenteert  sijn  tot 
een  horromoet,  maer  hebben  se  niet  willen  accepteeren  maer  sijn 
onverrichter  saecke  wederom  gekoomen.  SQn  Ëd:  sal  op  ietwes 
fraeys,  dat  de  Mooren  niet  en  hebben,  gelieven  te  letten  sulcx 
haer  seer  aengenaem  sal  wesen. 


14 


2iö 

LUI.  Gysbert  van  Lodensteyn,  gonvemeur  der 
Molnkken,  aan  den  Gonv.-Oen.  Jacq.  Specx, 
15  Maart  1632. 


Den  gesant  Saraffi,  die  in  Angnsti  1630  met  het  jacht  Zeeburch 
naer  Amboyna  met  missive  van  den  Coninck  Hamsia  aen  de 
Overicheyt  aldaer  vertrocken  was,  is  alhier  op  den  26eu  October  11. 
wel  gearriveert. 

Wg  seggen  wel,  wt  oorsaecke  hy  beroyt  van  hier  gegaen  synde 
ryck  weder  gekeert  s^.  Wy  hebben  den  Coninck  alle  syne  boeverije 
derwaerts  gepleecht,  mitsgaders  die  van  de  Temataense  overheden 
synent  wegen  aldaer  synde,  soo  ons  t  selve  van  den  Heere  Gouver- 
neur Gysels  aengeschreven  is  int  lange  voorgehouden,  beneffens 
dien  hem   oock  vermaent  sulcx  eenmael  ter  herten  te  nemen.    .    . 

Hy  hoorde  lanckmoedichiyck  ons  seggen  aen,  belovende  sulck 
danige  ordre  te  sullen  stellen,  men  naermaels  geen  clachte  van  daer 
sonde  hooren.  Off  sulcx  geschieden  sal  staet  ons  t  synder  tyt  te 
vernemen 

Kitchil  Aiy  soude  sich  naer  verstaen  op  t'  eylandt  Tabocke  ^ 
aen  de  custe  van  Macasser  onthouden,  van  waer  hy  de  Macassarea 
met  een  groote  nederlage  hadde  verdreven  ende  tot  des  eylants 
bevrydinge  aldaer  een  cleyn  fortgen  opgeworpen ,  doch  door  de  vrunden 
met  Texel  gecomen  verstaen  hy  wederom  van  daer  vertrocken  ende 
naer  Bonton  gescheept  soude  syn. 

Den  Coninck  heeft  ons  aengedient  van  geiycken  de  Overheyt 
alhier  van  meeninge  waren  een  gemande  corcorre  naer  toe  te  senden , 
omme  hem  tot  herwaerts  keeren  te  verwilligen  waertoe  wij  van 
geiycke  ons  beste  sullen  doen 

Door  de  Champan,  wt  de  quartieren  van  Mindenao  hier  gearri- 
veert, versta  hoe  den  Coninck  van  Mindenao  den  Spangaert  op  syn 
landt  gelicentieert  heeft  een  fort  te  bouwen ;  't  schynt  door 
geschencken  daer  toe  gebracht  is.  Lange  voor  desen  heeft  den  Span- 
gaert een  fort  door  des  Conincx  bewilligen  daer  gehadt,  dan  alsoo't 
Mooren  en  Swarten  syn  hebben  de  Spangaerden  op  een  tyt  vergast 


1    Tamboekoe  aan  de  oostkust  van  Celebes. 


J 


211 

ende  al  doot  geslagen^  't  gemaeckte  fort  raserende.  De  coningen  van 
Bonayo,  Saranganie  ende  voornamentl^ck  die  van  Solock  conti- 
nueeren als  noch  den  oorloch  jegens  den  Spangaert.  £g  aldien 
gelegentheyt  voorvalt  omme  derwaerts  te  schrijven  sullen  trachten 
800  veele  ons  mogeiyck  siju  sal  dese  nienwe  vrintschap  te  breecken 
ende  d'ander  in  haren  iver  jegens  den  Spangaert  op  te  wecken. 

Den  Ternataen,  alhoewel  geloove  genoech  jegens  de  principalen 
alhier  haren  wil ,  continueert  als  noch  den  oorloch  soo  jegens  den 
Spangaert  als  Tydorees,  doch  niet  soo  vurich  als  wij  wel  wenschten. 
Dan  naer  ons  dunckt  is  de  traecheyt  meer  bg  de  gemeente  als  den 
Coninck.  Den  lesten  van  dese  twee  voorgenoemde  syne  ende  onse 
vganden  heeft  diverse  malen  om  vrede  aengesocht,  soo  onder  dexel 
van  religie  als  andersints,  doch  is  't  selve  off  door  ontsach  ofte 
toe  doen  van  ons  tot  noch  toe  naer  gebleven 

't  Comptoir  op  Teljabo  hebben  gelicht  door  dien  ons  van  daer 
soo  weynich  sagouw  quam.  Nu  jongst  sijn  ons  met  Tertholen  niet 
meer  als  42020  tacken  van  daer  toegesonden,  't  welck  gelove  voorts 
compt  omdat  Citchil  Alg  dickwils  t  volck  van  die  eylande  op  de 
roey  neempt  en  den  Ternataen  ende  Macquiannees  continueiyck 
vóór  ons   gereet  sijn  die  op  te  coopen 

Actum  int  Gasteel  Malleyen  op  Ternate  ady  löen  Maert  a^.  1632. 


LIV.  Gijsbert  van  Lodensteyn,  gouverneur  der 
Molukken,  aan  den  Gouv.-Gen.  Jacq.  Specx, 
9  Augustus  1632. 


In  mijnen  vorigen  hebbe  verhaelt  de  Tarnatanen  ende  Macquia- 
neesen  van  meeninge  waeren  2  oif  meerdere  prauwen  naer  de  quar- 
tieren  van  Amboyna  aff  te  senden,  eensdeels  omme  te  vernemen 
wat  aldaer  passeert,  anderdeels  omme  den  Sengagie  van  Gnofficquia 
herwaerts  te  brengen.  Dese  besendinge  he^ft  voortganck  gehadt, 
sljnde  3  correcorren  sterck.  Wanneer  den  Coninck  Hamsia  2  mis- 
siven hem  door  Saraffy,  wt  die  quartieren  coomende,  behandicht, 
den   eenen  van  Kimelaha  Louhoe  ende  een  anderen  van  de  Overic- 


212 

heyde  aldaer  beantwoordde.  'T  schrgven  van  Louhon  was  hoe  dat 
Citchil  Aly,  na  jongst  in  de  qnartieren  zijnde,  de  Overicheyt  bg 
een  geroepen  ende  gepoocht  hadde  sich  Coninek  te  maecken  doch 
t  selve  was  bij  hem  Louhoe  alleene  verhindert.  Ende  die  bij  de  Ki- 
pattys  ende  Sengagies  van  gelycken  bij  Louhoe  mede  onderteec- 
kent,  geschreven  hielt  in  hoe  sij  layden  soo  door  de  vreemde  han- 
delaers  Macassaren,  Malleyers  ende  Hollanders  groote  swaricheden 
te  verwachten  hadden,  dat  aldaer  door  de  Hollanders  t'  voorleden 
jaer  twee  sijnder  onderdanen  correcorren  als  die  van  Lissebatte  ende 
Latoehaloy  met  volck  en  al  genoomen  waren,  ende  soo  sij  hun 
alsdoen  machtich  genoech  gekent  hadden  souden  alle  Sgn  Magts 
landen  in  die  quartieren  ingenoomen  en  geraseert  hebben;  dan 
hun  te  swack  vindende  hadden  t'  selve  tot  naerder  gelegentheyt  wt 
gestelt;  welcken  aenstoot  sQ  ongetwijffelt  t'  naeste  mousson  hadden 
te  verwachten.  Weshalven  sQ  sulcx  Sijne  Magt  lieten  weeten,  wat 
begeerde  gedaen  te  hebben,  doch  soo  hun  ondertusschen  ietwes 
overquame  souden  hun  naer  gelegentheyt  voegen,  namentlyck  bij 
aldien  de  Hollanders  met  gewelt  op  haer  voornemen,  souden  de 
selve  middel  gebruycken ,  ende  soo  deselve  met  vrientschap  begeerden 
te  handelen,  souden  bereyt  staen  van  gelijcken  te  doen.  Versochten 
daer  beneffens  den  Coninek  haer  senden  wilde  een  Sabander  schrijvei 
ende  hondert  Tematanen  omme  den  Kimelaha  Louhoe  te  vergesel- 
schappen. 

Op  welck  schrijvens  Hamsia  ons  seght ,  gelyck  wij  oock  van  sijnen 
schreven  hebben  verstaen,  geantwoort  te  hebben  hoe  dat  de  Macas- 
saren  ende  Maleyers  wel  voor  desen  in  die  quartieren  quamen  han- 
delen, maer  geen  nagelen  gelijck  sij  nu  doen  en  trocken,  die  sij 
luyden  volgens  t'  accoort  aen  de  Hollanders  ende  aen  niemandt 
anders  vermochten  te  leveren,  dat  de  Hollanders  machtich,  hem 
altijts  voorgestaen  ende  veel  goets  gedaen  hadden,  daerentegen  de 
Maleyers  ende  Macassaren  niet  dan  coopluyden  en  waren;  dat  sij 
derhalven  hadden  voor  haer  te  sien  wat  bij  der  handt  namen.  Het 
maecken  van  een  steenen  huys  op  Loehoe  stondt  hij  toe  condendaer 
van  met  malcanderen  handelen 

Bij  den  Coninek  van  Mindanao  is  een  halffslachtige  galleye  den 
Temataensen  Coninek  toegesonden  ende  naer  ons  syn  gesanten  die 
mede  een  missive  aen  ons  van  hem  brachten  waervan  hier  beneffens 


213 

copye  des  translaets  gaet,  rapporteerde,  soude  des  Mindanaders 
soon  aende  dochter  des  Conincx  van  Solock  getronwt  sgn,  soo  dat 
den  vreede  tnsschen  die  van  Mindanao  ende  Spangiaert  een  girooten 
craeck  daerdoor  heeft.  Sij  versochten  instantelgck  hulpe  van  een 
schip  ofte  jacht  omme  haer  alsoo  geheel  van  den  Spangiaert  te  ver* 
vreemden  met  presentatie  óns  een  fort  in  de  Calderas,  alwaer  het 
landt  opt  smalste  is ,  te  helpen  boa  wen  ^  doch  alsoo  't  Mooren  syn  y 
ongetrouw  ende  weynich  (gelyck  alle  anderen  van  die  seckte)  woordt 
hondende,  snllen  hem  tot  ÜËdts  naerder  ordre  affsetten.  Myns  ge* 
voelens  ware  beter  men  met  2  cloecke  jachten  ende  cbaloapen  een 
tocht  in  de  Besayse  eylanden  voornam  omme  perthye  volck,  twelck 
aldaer  seer  arbeytsaem  ende  ongewoon  de  wapenen  te  handelen  is, 
van  daer  te  haelen,  ende  deselve  op  Batavia,  Banda,  Amboyna  ofte 
Batsian  te  doen  woouen.  Den  Spangiaert  heeft  in  die  qnartieren 
weynich  besettinge  ende  worden  de  meeste  plaetsen  door  een  paep 
ofte  soldaet  geregeert.  Gont  naer  wij  verstaen  valt  daer  veel,  doch 
omme  t'  selve  te  becoomen  sonde  men  sich  selven  aldaer  op  d'eene 
off  d'ander  bequame  plaets  op  Sarangany  moeten  vesten. 

De  Tydoreesen  hebben  corts  seer  overhoop  gelegen  waer  onder  wQ 
ende  den  Temataen  onse  personagie  sochten  te  speelen,  dan  alsoo 
den  last  om  sulcx  te  verrichten  aen  eenige  Tematanen  daer  bekent 
gegeven  was,  versuymen  door  nonchalance  de  goede  occasie,  soodat 
den  Spangiaert  sulcx  gewaer  geworden  sgnde  perthye  weder  ver- 
eenicht 

Hamsia  is  alsnn  met  dit  vertreckende  schip  aen  sijn  broeder  Cit* 
chil  Aly,  dien  hy  verstaet  op  Bouton  te  sijn,  schrijvende  t'naer vol- 
gende: hoe  dat  hij  nn  lange  jaeren  wtgeweest  ende  weynich  wtgerecht 
hadde,  dat  by  aldien  hij  iets  tot  s'Rycx  voordeel  onder  handen 
hadde  mettet  selve  voortgaen  mochte  ende  sich  metten  eersten  her- 
waerts  aen  vervoegen. 

Ende  aen  d'Overicheyt  vant  eylant  Bouro:  hoe  dat  hij  dooreenen 
overlooper  verstaen  hadde  de  Tijdoreesen  haer  weder  vaerdich  maeckten 


1  Hieryan  staat  niets  in  den  brief  des  konings.  Deze  behelst  slechts  het 
verzoek  om  een  metalen  stak,  eenig  lood  en  yerschillende  stoffen,  en  het  aanbod 
een  galei  te  laten  maken. 


214 

omme   een   tocht   derwarts   te  doen,  want  de  Tydoreesen  sijn  corts 

van  daer  met  groote  buyt  herwaerts  gecomen 

MaMeyen  int  Gasteel,  desen  9en  Angusty  A\  1632. 


LV.    Antonie   Caen's    Verslag     zyner   zending  naar 
Patani  en  Siam  (31  Juli  —  27  November  1632). 

Schriftelyck  rappoort  van  seker  besen- 
dinge  gedaen  met  vijff  scheepen ,  ende 
jachten  zoo  op  negotien  als  tot  afifbreuck 
van  onse  algemeyne  v^anden  alsmede 
om  onse  missive  ende  mede  gegeven 
presenten  van  d'Ed:  Heer  Oenerael  aen 
de  Conninginne  van  Patana  ende  Con- 
ninck  van  Chiam  te  presenteeren. 

Naer  dat  wij  den  lesten  Jaiy  passado  van  BattaviasQn  vertrocken, 
quamen  den  12  Augusty  daer  aenvolgende  onder  Poulo  Laar  wei 
ten  ancker,  alwaer  verstonden  datter  acht  Portugise  navetten  te 
weeten  vgff  van  Mallacco  ende  drye  van  Solor  10  dagen  voor  onse 
aencomste  van  daer  naer  Maccanw  waeren  vertrocken,  die  dese 
plaets  jaeren  achter  den  anderen  altgt  int  eerste  van  Augusti  heb- 
ben aengedaen,  alwaer  zy  haer  van  waeter  ende  brandthont  voor  de 
geheele  reyse  provideeren.  Volgende  het  seggen  van  de  inwoonders 
soo  vreesen  zij  Poulo  Tyamon  aen  te  doen  om  dat  onse  jachten 
aldaer  veel  commen.  Van  eenige  andere  groote  macht  uyt  de  Ma- 
nilhas,  Mallacca  ofte  andere  quartieren  hebben  niet  vernomen,  wes- 
halven  naer  ons  van  partij  brandthout  ende  waeter  hadden  versien 
den  14  Ö9  wederomme  onder  zeyl  gegaen  zijn,  doende  onsen  cours 
N.  ten  W.  dicht  bij  Poulo  Tyamon  langs,  zoo  dat  den  20en  daer 
aen  volgende  ontrent  den  avondt  voor  Patana  wel  sijn  aengecommen. 
Des  anderen  daechs  smorgens  wesende  21^  dito  hebben  wij  de  coop- 
luyden  Sr  Gerrit  Corssen  ende  Middelhoven  naer  landt  gesonden  om 
aen  den  Paducca  Solnara  ofte  andere  regenten  wt  onsen  naem  te 
verthoonen  dat  wij  als  een  expres  gesandt  van  üEdt  met  besondere 


215 

brieven  ende  eenige  presenten  aen  de  Conninginne  en  Dato  Besaer 
waeren  affgesonden  versonckende  licentie  om  de  selve  aen  haere 
Majts  te  mogen  overleveren,  ende  voorts  tot  soodanige  audiëntie 
geadmitteert  te  mogen  werden  als  een  gesant  van  noode  zij.  Welcke 
coopluyden  des  avonts  wederomme  aen  boort  comende ,  rapporteerden 
ons  dat  bij  eenige  van  de  regenten  als  mede  by  Besaer  geweest 
hadden,  van  wien  zij  seer  minnelijck  ende  vriendelijck  ontfangen 
waeren  geweest,  dewelcke  zg  t  bovenst  hadden  voorgehouden,  die 
antwoordde  de  Conninginne  t  zelve  zoude  aendienen,  waer  naerhaer 
bescheyt  wilde  laeten  weeten.  Hij  vraechde  haer,  als  geheel  ver- 
wondert zgnde,  wat  wy  aldaer  met  soo  veel  scheepen  quamen  doen 
ende  watter  met  de  Conninginne  te  pitschaeren  was.  Zg  antwoordden 
t'selve  niet  te  weten  en  dat  Zijnne  E.  alles  van  den  gesant  wel 
zoude  comen  te  verstaen. 

Des  achtermiddachs  kregen  bescheyt  dat  des  anderen  daechs  vrouch 
met  de  brieven  aen  landt  souden  comen,  tot  welcken  eynde  zg  een 
hnys  ontrent  onse  logie  ledich  hebben  doen  maecken  om  aen  landt 
comende  in  te  mogen  gaen,  alwaer  Dato  Besaer  met  eenige  Rycx 
Raaden  soude  verschijnen  om  den  brieff  te  helpen  transiateeren. 
Op  welck  rapport  wij  des  ander  daechs  smorgens  sQnde  22  d9 
ons  naer  landt  hebben  vervoucht ,  alwaer  den  secretaris  van  < 
Dato  Besaer  ons  verwachtte,  dewelcke  sich  dadeiyck  naer  de 
Btadt  vervouchde  om  Zijne  Ed:  aen  te  dienen  dat  wi)  al  aen  landt 
waeren. 

Omtrent  2  uren  met  patientie  gewacht  hebbende  is  den  Dato 
Besaer,  Dato  Bandara,  Dato  Lacsemana  ende  eenige  andere  regenten 
ontrendt  de  middach  met  eenige  oliphanten  ende  paerden  aen  ons 
logement  gecomen,  alwaer  wi)  seer  vriendeiyck  met  alle  beleeftheyt 
van  haer  gegroet  ende  gewellecompt  wierden,  waer  naer  by  den 
anderen  neder  zijn  gaen  sitten,  als  wanneer  zy  dadelijck  naer  de 
brieven  hebben  gevraecht  om  die  te  translateeren,  die  haer  zijn 
behandicht,  de  welcke  zy  uyt  het  Malleyse  translaet  met  duytse 
letters  geschreven,  t  welcke  haer  voorlas,  wtschreven.  Zij  waeren 
soo  precys  ende  punctueel  datse  dickmael  een  woort  drie  a  viermael 
vraechden,  jae  den  geheelen  zin  lieten  erleesen  ende  daer  naer  int 
geheel  tot  diversche  reysen  collationneeren ,  om  alles  recht  te  treffen. 
Wy    hebben    haer  daer  naer  oock  den  geheelen  zin  mondelingh  ver- 


216 

claeri,   daer   weynich  antwoorde  op  volchde,  niet  anders  als  eenige 
sware   sucliten,    soo    dat   men  genouchsaem  conde  bespeuren  eenige 
over   onse   comste  meer   ontroert   als    verblyt  waeren.  Zij  hebben  t 
samen,  alsoo  den  avondt  aent  vallen  was,  wederomme haer affscheyt 
genoomen,    seggende   dat   sij    het  translaet  des  anderen  daechs  int 
net   zouden   schreven  ende  wg  op  morgen  audiëntie  souden  krygen, 
als  wanneer  zy  den  brieff  wilden  commen  haelen.  Welcken  volgende 
wg    dien   geheelen   dach   naer  het  oversetten  van  den  brief  hebben 
gewacht.   Geduerende   dese   onderhandelinge   hebben   de  coopluyden 
haer  best  gedaen  om  te  vernemen  wat  in  den  handel  té  doen  was, 
daer   in   voor   die   tyt   weynich    tot    profijte    vande  Gompie  hebben 
connen  verrichten.  Des  anderen  daechs,  wesende  24  dP  omtrendt  de 
middach,   zijn  partye  olyphanten  ende  paerden  met  eenige  regenten 
ende  een   groot  getal  van  pieckeniers  ende  musquettiers  met  pijpen 
ende    trommelen   op  haer  manier  om  den  brieff  gecommen  ende  ons 
voorts  int  Hooff  te  brengen.  Welcken  volgende  wy  op  d^  olyphanten 
ende   paerden   met   onse   swijte   sijn  gaen  sitten,  rgdende  van  daer 
voorts   naer   de   stadt,    alwaer  met  eenige  eerschooten  van  groflF  ge- 
schutt,   als  valeoens,   bassen  ende  roers,  int  incomen  van  de  poort 
zijn  gecongratuleert.   Int  voortrijden  naert  Hoff  stonden  voor  alle  de 
groeten   haere   huysen   menichte   bas  cammers  ^   die  alle  int  verb^ 
passeeren  gelost  ende  offgeschooten  wierden.    Daer  waeyen  oock  op 
alle  plaetse  in  de  stadt  als  int  Hoff  ontelbare  vlaggen  ende  vaendels, 
en  werden  van  meenichte  menschen  (als  om  wat  wonder  wat  nieuws 
te  sien)  gevolcht.  Omtrendt  het  Hoff  comende  zijn  gelijckelijckaffge- 
seeten,  wordende  voorts  binnen  gebracht  tot  op  de  balleye,  die  zeer 
cirieuselyck   met  veele  goude  laeckenen  ende  fluweelen  geborduerde 
hemels  toegemaeckt  was,  daer  alle  de  Mandarijns  ende  Rycx  Raden 
in   groot   getal  by   den  anderen  vergaedert  waeren.  Alwaer  de  Con- 
ninginne   oock   daedelijck    wt   een  groot  vergulden  venster  van  haer 
palleys  zeer  costelijck  toegemaeckt  verscheen ,  als  wanneer  den  brieff 
overluyt   ten   aenhooren  van  een  ider  gelesen  wiert ,  die  met  snlcke 
stillicheyt  ende  modestie  aengehoort  werden  dat  men  niet  een  muys 
nauw  conde  hooren  ritselen.  Gelesen  zijnde  begon  de  Conninginne  in 
deser   manieren   te   spreecken.   lek  hebbe  den  inhout  van  den  brieff 


Bas-  of  basse  kamers,  stukken  gescliut  op  lage  affuiten. 


217 

van  den  Nederlantschen  Generael  verstaen,  waer  op  met  corte  woor- 
den sal  antwoorden. 

Seggende  op  het  eerste  poinct  tgene  noyt  gebroocken  en  was  en 
behouffden  niet  weder  te  maecken  ofte  vernieuwen  en  t  geene  noyt 
gemaeckt  en  was  en  conne  men  oock  niet  breecken. 

Zij  en  hadden  het  contrackt  tusschen  de  Nederlanders  ende  Haer 
niet  gebroocken;  derhalven  geen  vernieuwinge  van  noode  en  was. 
Zij  hielt  het  selve  voor  soo  vast  ende  voadich  als  het  van  onden 
tijden  geweest  was,  twelck  zij  met  haer  schryven  aen  DEdt  oock 
sonde  confirmeeren  ende  doen  blijcken. 

Sg  en  hadden  oock ,  zoo  lange  geleeft  hadden ,  geen  contract  mette 
Portugiesen  gemaeckt ,  derhalven  geen  conden  breecken  ende  nu  noch 
in  der  eeuwicheyt  niet  en  souden  breecken.  Dat  zij  ofte  eenige  van 
Patana  de  Portugiesen  tegens  den  Coninck  van  Atchin  ofte  Chiam 
hadden  geassisteert ,  wilden  de  Portugiesen  den  Chiammer  (gelijck 
sij  hem  verachtelijck  noemen)  verdreven,  zij  mochtent  doen  t  soude 
haer  lieff  sgn.  Op  het  tweede  poinct  ^gaff  voor  antwoorde  dat  oock 
niet  van  meeninge  en  was  van  de  twee  aengehaelde  joncquen  een 
coupan  te  restitueeren ,  en  wenster  noch  wat  meer  conde  crygen , 
alsoo  den  Chiammer  haer  joncq,  daer  noch  een  hoUants  assistent 
met  eenige  Mardgckers  van  Battavia  op  waeren,  eerst  hadde  aen- 
geslaegen ,  daer  het  volck  noch  in  Siam  gevangen  saeten. 

Belangende  het  derde  poinct ,  wegens  de  gepretendeerde  schaede  van 
de  Chineesen  van  Battavia,  was  zij  gewillich  te  restitueeren  als 
UEdt  maer  de  vruntschap  metten  Chiammer  geliefde  aff  te  snijden 
hoewel  sg  daer  geen  kennisse  aff  en  hadde  te  dragen,  alsoo  ditto 
joncquen  den  Chiammer  ende  niet  Nederlanders  toe  quamen. 

Maer  om  alle  vrundtschap  met  UEd.  te  onderhouden  wilden  haer 
over  dit  stuck  tot  de  redelijckheyt  laeten  vougen. 

Dat  zij  den  Chiammer  in  soodanige  hommagie  zoude  erkennen  als 
de  Croone  van  Patane  bij  ouden  tyden  aen  de  Coningen  van  Chiam 
altgt  hadden  bethoont ,  gaff  voor  antwoorde  met  een  gealtereert  ge- 
moet  sulcx  nu  noch  inder  eeuwicheijt  niet  en  soude  geschieden  soo 
langh  als  soodanigen  verrader  ende  moorder  die  de  croone  niet  toe 


1    Het  aanhalen  van  twee  Siamsche  jonken. 


218 

en  quam  in  de  regeringe  was  ^  Doen  begonnen  de  Mandorijns  ende 
Rycx  Raeden  van  alle  canten  op  te  steecken,  seggende  liever  den 
lesten  droppel  bloet  wilden  storten  eer  dat  geschieden  sonde,  daer 
by  vougende  tot  een  beslnyt  dat  sg  sonden  helpen  bevoirderen  datter 
^asschen  den  staedt  der  Vereenichde  Nederlanden  ende  Coningen  van 
Chiam,  Patana,  Cambodja,  Jhoor,  Jamby,  Andrigiery  als  andere 
omleggende  plaetsen  een  eenwich  verbondt  ende  vrede  mochte  te 
wege  gebracht  werden  omme  malcanderen  in  tgden  van  noode  tegen 
alle  attentaten  ende  aenslaegen  van  de  Spanjaerden  ende  Portagiesen 
te  assisteeren.  Wilde  daer  soo  veel  in  te  wege  brengen  als  in  haer 
vermogen  was,  maer  den  Chiammer  most  daer  buyten  blyven»  Aen 
de  geene  die  onder  haer  gehoorsaemheyt  sorteerden  en  hadden  noyt 
geen  manqnement  geweest  ende  en  souden  nu  noch  tot  geenen  tyde 
anders  bevinden.  Waermede  (zonder  dat  ick  tot  eenich  antwoord 
conde  commen)  stille  sweech  ende  sloot  dadelijcken  haer  venster  toe, 
soo  dat  ick  een  gern3rmen  tijt  (als  een  staten  stnyver)  bleeff  sitten 
kijcken,  zonder  dat  mij  iemandt  meer  aensprack.  Waer  naer  een 
van  de  Mandorgns  ofte  Rijcx  Raeden,  die  naest  Dato  Besaer  zijn 
zitplaets  hadde,  van  Haere  Majest  aen  mijgesonden  wiert,  mij 
vragende  off  ick  t'gene  de  Coninginne  op  üEdt  missive  geantwoort 
hadde  wel  hadde  verstaen,  waer  op  ick  antwoorde  niet  al  te  wel 
alsoo  vrij  wat  stille  hadde  gesproocken.  Hg  verhaelde  mij  alle 
't  voorsz.  andermael  van  woorde  tot  woorde,  op  dat  üEd.  goet 
rappoort  mochte  gedaen  werden ,  als  wanneer  my  wederomme  vraechde 
off  ick  alles  wel  ende  ten  rechten  verstaen  hadde  waer  op  ant- 
woorde:  jae,  geheel  wel 5  vragende  my  voorts  off  daer  iets  op 
te  seggen  viel.  Ick  seyde:  vrij  wat  veel,  waermede  wederom 
voor  dé  tweede  mael  naer  binnen  gegaen  is.  Vuytcomende,  versocht 
vrindelijck  wtten  naem  van  Haere  Majts  dat  ick  doch  soude  seg- 
gen watter  aen  schortte.  Zij  wilde  mijnen  raet  in  alles  gaerne 
volgen.  Waer  mede  reedenen  bequam  om  te  spreecken.  Ick  stelde 
haere  Majt  ende  alle  de  Mandorijns  voor  de  quade  procedueren, 
die  buyten  alle  recht  ende  reden  zoo  tegen  ons  als  des  Con- 
nincx   van   Chiam   staet   hadden   gepleecht,    waer  over   den  staedt 


1    De   vorst   van    Siam  was  in  1628  vermoord  en  ook  zijn  tienjarige  broeder 
die  hem  was  opgevolgd,  waarop  de  moordenaar  den  troon  beklom. 


219 

van  Patana  oock  swaerder  onheylen  hadde  te  verwachten ,  rae- 
dende  hun  daerover  naerder  te  bedencken  ende  soodanige  goede 
resolutie  te  laeten  volgen  als  de  mayntenne  van  haeren  staet  ver- 
eyste.  Hier  op  keken  zQ  malcander  vast  aen  zonder  te  antwoorden, 
lek  verclaerde  als  doen  volgende  UEdt  last  rontwt  dat  se  nimmermeer 
en  zouden  gelooven  wy  noch  den  Conninck  van  Ohiam  de  geledene 
quade  affronten  ende  proceduyren  zouden  vergeeten.  Dato  Besaer 
viel  alsdoen  in  mgn  reeden,  seggende  dat  UEdt  qualijck  geinfor- 
meert  waert  en  dat  de  saecken  als  ick  op  Battavia  quam  wel  souden 
veranderen  principaeltjck  als  UEdt  hoorde  hoe  vrij  de  Portugiesen 
nu  in  Chiam  woonden,  aldaer  haer  kercke  hadden  ende  haeren 
godtsdienst  deden,  alsmede  de  overgroote  vrnntschap,  die  zg  van 
den  Conninck  genooten,  daer  zg  ter  contrarie  noch  Portugiesen  mis- 
tis  [sic]  in  hun  lant  metter  woon  wilden  gedoogen,  seggende  gij 
siet  wel  dat  hier  noch  vaettuych  noch  Portugiesen  en  syn,  en  soo 
gij  se  vindt,  slaet  se  vry  doot.  Ende  wat  aengaet  de  Chiammer, 
wij  en  vragen  daer  niet  naer  en  willen  van  hem  niet  hooren;  daer 
en  was  geen  bedencken  mede  gemengt;  wat  hij  cost  doen  wilden  zi) 
haer  getroosten:  Godt  soude  de  rechtveerdigen  helpen;  seggende 
wederom :  hoe  zouden  wy  zulck  een  verrader  ende  moorder  kennen , 
die  het  noch  niet  genouch  is,  dat  hy  den  onnoosele jongen  Conninck 
van  Chiam  vermoert  heeft;  hg  heeft  se  noch  allen  doen  vermoorden 
die  van  den  bloede  waeren;  wy  en  hoopen  emmers  niet,  dat  d' 
Ed:  Hr  Generael  soo  veere  van  de  gerechticheyt  geweecken  is  dat 
hy  sulck  een  verrader  in  sijn  ongerechticheyt  sal  voorstaen,  daer 
wij,  zoo  wel  als  den  Chiammer  metten  Nederlanders  soo  lange jaeren 
in  alliantie  ende  vruntschap  zyn  geweest.  Jae  t'  is  sulcx  dat  men 
eer  een  staelen  berch  zoude  doorgraven  eer  men  dit  volck  van  haer 
bloetdorstich  passieus  gemoet  soude  affbrengen.  Wesbalven,  alsoo 
ick  wel  sach  hoe  het  laecken  hier  geschooren  was,  de saecke  voorder 
hebbe  laeten  berusten,  versouckende  myn  afscheyt,  ende  dat  haere 
Majts  oock  schriftelijck  op  üEd:  missive  gelieffde  te  antwoorden, 
alsoo  mijn  last  niet  toe  en  liet  daer  langer  te  blijven.  Op  welck 
versouck  gemelte  Mandorijn  wederomme  binnen  gegaen  is,  die  naer 
ontrendt  een  quartier  uyrs  weder  buyten  quam,  mi)  van  Haere  Majt 
wege  biddende,  dat  ick  met  de  cooplnyden  ende  anderen  die  bij  mij 
waeren    op    overmorgen    aldaer   op    een    banquet   zoude  gelieven  te 


•  220 

verschgnen  als  wanneer  Haere  Majt  ordre  zoude  geven  om  de  ant- 
woorde  op  üEdt  brieff  te  schry ven.  Waer  mede  ons  afFscheyt  hebben 
becommen,  zoo  dat  met  alle  eerbiedicheyt  int  vrindelycke  van  den 
anderen  zyn  gescheyden.  Int  wech  gaen  werden  van  den  Secretaris 
van  Dato  Besaer  gevolcht,  die  ons  eer  dat  wy  weer  op  saeten,  bat 
dat  wij  t  sijnen  hnyse  souden  aengaen.  Dato  Besaer  meenden  ons 
dadelijck  te  volgen.  Soo  dat  niet  lange  en  wachtten  offte  quam  met 
noch  eenige  Mandoryns  by  ons.  Hy  liet  ons  allerley  confitueren  ende 
bancquetvoor  setten  om  ons  te  tracteeren ,  all  waer  de  bovengeschreven 
reedenen  wederom  verhaelde,  daer  ick  weynich  op  antwoordde,  alsoo 
wel  sach  dat  het  pluymen  in  de  windt  waren  ende  all  piek  intvuyr 
was.  Ick  hadde  gehoopt  dat  se  int  laetste  noch  waeter  in  haer  wijn 
souden  gedaen  hebben,  maer  ter  contrarie  most  ick  seyl  minderen 
ende  een  riffjen  inneemen,  voorgevende  als  UEd.  nu  antwoorde  op 
den  brieff  bequam  als  oock  het  mondelingh  rappoort  van  ons ,  dat  de 
saecken  lichteiyck  op  een  ander  voet  souden  drayen.  Dit  bolde  Dato 
Besaer  met  de  geene  die  met  hem  gecommen  waeren  geheel  wel. 
Zg  en  twyffelen  daer  oock  niet  aen  off  UEd.  soude  (naer  dat  van 
haer  saecke  wel  ende  ten  rechten  geinformeert  waert)  alles  ten  besten 
duyden,  waer  mede  dese  prepoosten  gestaeckt  wierden.  Hy  begon 
doen  te  spreecken  van  de  peeper  ende  cleeden.  Ick  antwoordde  hem 
dat  de  coopluyden  daer  last  toe  hadden.  Waer  over  Sr.  Gerrit  Corssen 
met  hem  in  handelingh  begon  te  treeden.  Hij  hielt  zyn  peeper  op 
28  En.  de  bhaer ,  zonder  een  coupan  aff  te  commen ,  zeggende  dat 
Barent  Pesser  ^  en  de  Chinese  jonck,  die  vertrocken  waeren  zoo 
veel  daer  voor  betaelt  hadden.  Dese  bovenschreven  peper  bestondt 
in  2  a  300  bhaar,  die  noch  meest  van  Sangora  ende  Ligor  moste 
gehaelt  worden,  daer  hy  al  twee  prauwen  (zoo  hij  seijde)  naer  toe 
gesonden  hadde. 

Dese  boucht  *  vonden  wij  soo  verarmpt  als  voor  desen  wel  placht 
te  floreeren,  gelyck  wy  oogenschijnlijck  hebben  ondervonden,  want 
janders  geen  vaertuych  cleyn  noch  groot  (anders  als  twee  cleyne 
prauwen  van  Maccassar)  aldaer  opt  landt  gehaelt  vonden.  Die  van 
Andrigirij,  Campher,  '  Jhoor,  Pahang  ende  ander  omleggende  qaar- 


1  Barent  Pessaert,  een  vrijburger  van  Batavia. 

2  De  zoogenoemde  „bocht"  van  Patani,  waar  de  peperhavens  lagen. 

3  Kampar  op  Sumatra. 


S2i 

tieren,  die  jaerlicx  aldaer  veel  toevoer,  volgende  hun  eygéii  sèggell, 
van  peper  plachten  te  brengen,  bleven  achter.  De  Chineesejoncquen 
loopen  verbij.  Lygoor  is  geheel  verdestrueert  ende  de  Siammer  worde 
dagelycx  verwacht,  die  het  overgebleeven  mede  sal  vernielen  ende 
raseeren,  zoodat  van  daer  voor  eerst  weynich  ofte  geen  peeper  te 
verwachten  is.  Deze  luyden  haer  saecken  dus  slecht  staende,  ist 
nochtans  onmogelijck  haer  tot  bekentenisse  van  haere  wel  weetende 
dwalinge  te  brengen.  Zij  en  willen  gans  niet  weeten  dat  het  naer 
blijven  van  den  Nederlantschen  handel  hier  van  d'oorsaecken  z^n. 
Praetjens  en  geldender  niet,  t'zgn  al  roosen  voor  verekens  en 
pluymen  in  de  windt.  Dato  Besaer  zeyde  zoo  wij  jaerlicx  eenige 
scheepen  aldaer  wilden  seynden  ofte  wederom  een  logie  maecken, 
daer  en  zoude  geen  peeper  ontbreecken ,  want  die  van  de  boven- 
genoemde plaetsen  tselve  vemeemende  souden  dan  ongetwyffelt  wel 
weercommen.  Hier  brocht  hg  sijn  eygen  vonnis  meede,  dat  het 
naerblijven  van  den  Nederlantschen  handel  d'oorsaecke  van  haer 
quaiyck  vaert  was.  lek  seyde  hem  off  nu  daer  peeper  genouch  waer 
en  hielde  deselve  tot  soo  hoogen  prijs,  soo  en  sonde  men  even  wel 
niet  connen  handelen,  want  de  Compie  nimmermeer  de  peper  tot 
haere  groote  schaede  ende  nadeele  tot  soo  hoogen  prijs  en  soude  op- 
coopen ,  vragende  hem  met  eenen  wat  dit  beduyde  dat  zQ  haer  peper 
soo  costeiyck  hielden  en  voor  wien  zij  die  anders  als  voor  de  Por- 
tugiesen  bewaerden?  Hy  antwoorde  al  grunlachende  voor  de  Chineese 
jonck  die  t  naeste  jaer  commen  zoude.  lek  antwoordde,  dat  die  wel 
achter  blQven  soude  want  d^  jonck  was  (volgens  sfln  eygen  seggen) 
met  een  ambassade  naar  Battavia  ende  niet  naer  Patana  gedestineert, 
die  door  groote  leckagie  aldaer  heeft  moeten  aencomen,  zoodat  maer 
per  accident  ende  bij  gevalle,  genouch  tegen  haeren  danck,  daer 
was  aengecomen  en  daerenboven  met  de  helft  van  haer  ingelaeden 
coopmanschappen  onvercocht  weder  naer  China  hebben  moeten  keeren, 
hem  vragende  wat  reden  zij  dan  zouden  hebben  om  t  naeste  jaer 
daer  weder  te  commen,  seggende  dat  wij  ons  dit  qual^ck  conden 
laeten  wgs  maecken.  Waer  op  h^  stille  sweech,  ende  alsoo  den 
avont  aen  t  vallen  was,  hebben  ons  affscheyt  genoomen,  radende 
wederom  naer  ons  logement,  alwaer  totten  27sten  d^  (dat  wij  ont- 
boden wierden)  naer  de  antwoorde  op  onsen  brieff  hebben  gewacht^ 
die  ons  des  avonts  naer  dat  hij  de  Conninginne  te  gast  waeren  ge- 


Ö22 

weest  ende  ons  affscheyt  hadden  becommen,  is  behandicht,  den 
welcken  ons  tot  Dato  Basar  voorgelesen  wiert.  Ende  alsoo  ick  ver- 
stondt  datter  op  stuck  vanden  restitutie  van  joncquen  en  goederen 
van  de  Chineesen  als  op  andere  punten  meer  soo  absoluyt  niet  ge- 
schreven en  wiert  als  van  de  Conninginne  was  geantwoordt,  vraech- 
den  derhalven  aen  Dato  Besar  waeromme  de  Conninginne  niet  schreeff 
soo  recht  wtt  gelijck  zy  mij  geantwoort  hadde?  Waer  op  hij  seyde 
dat  sulcx  beeter  zoude  vougen  dat  ick  daer  selver  mondelingh  rap- 
poort  van  dede,  daer  hy  noch  meer  onnoodige  praetjens  en  viese- 
vaesen  bij  vougde ,  waemaer  eyndelingen  ons  aflfecheyt  hebben  becomen. 
Soo  dat  ick  des  anderen  daechs  naer  boort  ben  gevaeren,  laetende 
de  coopluyden  (alsoo  op  ons  vertreck  stonden)  noch  aen  lant  blyven 
om  te  sien  off  op  t'  laetste  noch  iets  proffitabels  in  de  peperhandel 
voor  de  Gompie  soude  connen  verricht  geworden  hebben,  die  den 
29en  d^  des  avonts  alle  t  samen  aenboort  quamen,  mij  rapportee- 
rende  daer  gansch  niet  en  hadden  connen  doen  alsoo  totten  lasten 
toe  styff  op  de  28  Ren  bleven  staen.  Weshalven  des  smorgens, 
wesende  uM^  d®,  ons  ancker  hebben  gelicht  ende  voorts  onse  reyse 
naer  Chiam  hebben  gevoirdert,  daer  wg  den  9en  September  voor  de 
bhaar  wel  ten  ancker  gecommen  s^n,  van  waer  wij  ons  mette  sloup 
naer  boven  aen  de  logie  hebben  getransporteert,  daer  den  14en  d^ 
arriveerden w 

Den  26en  d®  quam  Sr  van  Kensen  en  Middelhoven  [die  naar  de 
schepen  gezonden  waren  om  de  brieven  en  geschenken  te  halen] 
des  smorgens  metten  brief  boven  die  gebracht  wiert  aen  de  overzyde 
van  de  revier  omtrent  het  Japansche  quartier,  voor  de  deur  van  een 
groote  kerck  ofte  apotap,  soo  zijse  noemen,  alwaer  wy  ons  op  haer 
versonck  met  Sr  van  Rensen  ende  Lasero  om  den  brieff  te  transla- 
teeren naertoe  hebben  gevoucht,  daer  wQ  de  tolcken  van  den  Con- 
ninck  met  eenige  regenten  by  den  anderen  vonden ,  dewelcke  brieven 
eerst  uyt  het  Nederduyts  in  Portugies  en  daer  naer  wt  Portugies  in 
Malleys  ende  uyt  Malieys  voorts  int  Chiams  werden  getranslateert. 
Dit  duyrden  by  den  avont  toe,  alsoo  zij  vrij  wat  lancksaem  ende 
poinctueel  in  haer  translatteeren  zQn.  Wg  scheyden  naer  gedaene 
werck  int  vruntschap  van  den  anderen,  sonder  dat  ergens  eenich 
discours  ofte  reedenen  van  gehadt  hebben. 

Des   anderen   daechs  wesende  27  d^  zyn  wederomme  ter  voorsz. 


!^3 

plaetse  gegaen,  alwaer  den  brieff  van  [aan]  den  Berehalangh  ^  mede 
op  de  voorgaende  maniere  getranslateert  wiert,  de  welcke  zy  meede 
namen  seggende  als  die  int  net  geschreven  waeren  (twelck  noch 
twee  daegen  sonde  aenloopen)  dat  wy  als  dan  audiëntie  bij  haren 
Conninck  zouden  crygen. 

Den  30en  d^  quam  den  Sabandaer  van  wegen  den  Conninck  ons 
aendienen  dat  des  anderen  daechs  te  Hove  zouden  comen,  daer  wij 
noch  weynich  gelooff  in  stelden,  doch  hebben  haer  woort  gehouden 
ende  zijn  des  anderen  daechs  ontrent  de  middach  ons  commen 
haelen  zoodat  wg  in  comp.  van  haer  naer  t  Hooff  zijn  gevaeren ,  al- 
waer meer  als  2  uren  wachtten  eer  binnen  quamen.  Binnen  comende 
mosten  andermael  op  een  balleye  ontrent  een uyr wachten,  waernaer 
ick  alleen  int  binnen  Hoff  geroepen  wiert  zonder  iemandt  meer  van 
de  coopluyden  mede  te  mogen  gaen,  zoo  dat  ick  van  daer  voorts 
door  den  Sabandaer  ende  tolck  geleyt  wiert  tot  voorde  deure  vant 
binnen  hoff,  alwaer  wy  oock  een  langen  tijt  wachtten,  daer  zij  voor 
de  deure  als  op  haer  aensicht  bleven  liggen ,  tot  dat  ingelaeten  wier- 
den. Binnen  commende  wert  mij  geweesen  dat  een  weynich  al  buckende 
zoude  gaen  't  welck  vrg  wat  moeyelflck  viel  alsoo  t'  selve  wel  300 
treeden  duyrde,  maer  voor  haer  noch  ongemackeiycker  wantkroopen 
alle  de  wech  door  slgck  ende  dreck  op  handen  ende  voeten  tot  voor 
de  trap  van  des  Connincx  huys,  alwaer  naer  geknielt  hebbende 
binnen  quamen ,  daer  de  Rijcx  Raeden  ende  Mandorgns  alle  t' 
samen  met  haer  aengesicht  op  de  aerde  liggende  vergadert  wae- 
ren,  daer  de  Conninck  uyt  een  groot  vergulde  venster  met  dicke 
vergulde  houten  traliën  zeer  costelijck  toegemaeckt  verscheen,  die 
UEdt  missive  dadelijck  belaste  overluyt  gelesen  te  werden,  twelck 
gedaen  zijnde  vraechde  my  naer  UEdt  gesontheyt  als  mede  naer  de 
stadt  ende  stant  van  Battavia.  Ick  antwoorde  Zgn  Majt  dat  UEdt  in 
goeden  doene  ende  Battavia  in  redelycken  staet  gelaeten  hadden.  Hy 
vraechde  myn  hoe  lange  onderwegen  waren  geweest  ende  off  ick  in 
Zijn  Conninckrycke  noch  al  gesont  was.  Ick  antwoordde  hem  29  dagen 
van  Battavia  waeren  geweest  als  voor  Zijne  Majts  bhaer  ten  ancker 
quamen  ende  dat  ick  Godt  voor  goede  gesontheyt  hadde  te  bedancken. 


1    Lees:    Phra-khlang,    groot-thesaurier.    Hij    schgnt  nog   in  onzen  tijd  tus- 
schenpersoon  tusschen  den  vorst  en  de  vreemdelingen  te  zjjjn. 


224 

iTraechde   nig  mede  hoe  lange  in  Patana  hadde  geleegen  en  off  de 
Oonninginne   ende   Mandorgns    UËdts  aengeboden  hnlpe  ende  goeden 
raet  int  restitueeren  van  de  joncken ,   als  tot  haere  vorige  hommagie 
te  helpen  bringen  geen  gehoor  hadden  willen  geven.  Gaff  Zyne  Majt 
ten  deele  hierop  alsulcken  antwoorde  als  ick  van  de  Conninginne  in 
Patana  hadde  ontfangen,   daer  voorts  op  stille  sweech,  sonder  daer 
meer  naer  te  vragen.  Hg  seyde  ooek  dat  verstaen  hadde  de  Mattaram 
Battavla  voor  de  3  mael  wilde  commeh  beleegeren ,  vragende  off  sulcx 
waer  was.   Ick   antwoorde  jae  ende  dat  daeromme  eenige  scheepen 
ende  krijschvolck  metten  eersten  mosten  vertrecken.  Hy  seyde  tselve 
maer  en  hielt  voor  dreygementen ,  daer  hg  wel  wiste  üEdt  weynich 
naer  vraechden,    my    met  een  seggende  zoo  ick  iets  in  sgn  rycke 
hadde  te   verrichten   dat  ick  my   bg   den  Berchalang  soude  vervoe- 
gen, die  ons   in  alles  sonde  behulpsaem  zyn.  Dit  belastte  hij  oock 
aen  den  Berchalang  openbaerlijck,    in  presentie  van  alle  den  Adel, 
opdat   alles   te  beeter  mochte   naer   gecommen  werden,   waer  naer 
de  gonrdijnen  van  zQn  venster   toegingen  ende  mij  werde  belast  te 
vertrecken. 

Den  2en  October  quam  den  Sabandaer  ons  aenseggen  dat  des  anderen 
daechs  by  den  Berchalangh  zouden  commen  om  met  hem  te  handelen 
van  t  geene  ons  noodich  was,  daer  wij  des  anderen  daechs  wesende 
den  3e  d®  ons  naer  toe  hebben  vervoucht.  Daer  commende  vonden 
noch  eenige  Rgcx  Raeden  bij  hem.  Naer  dat  wat  gewacht  hadden 
dede  hij  een  cleyn  doncker  vensterfcen  ontrent  twee  vingeren  breet 
open  en  vraechde  mij  naer  UËdt  gesontheyt  als  mede  naer  de  gele- 
gentheyt  van  Battavia,  waerop  hem  gelycke  antwoorde  gaff  als  Zijne 
Majt  van  ons  hadde  ontfangen,  gemerckt  hij  daer  meede  present 
was  geweest.  Hg  vraechde  mg  off  noch  iets  te  versoucken  hadden. 
Antwoordde  dat  gaerne  trae  hadde  van  1000  lasten  rgs,  waerop  hg 
antwoordde  dat  hg  trae  van  500  lasten  van  den  Conninck  hadde 
becommen  en  dat  de  Prins  (als  ick  bg  hem  geweest  was)  mede  trae 
van  200  lasten  wilde  geeven;  dat  wg  dat  eerst  souden  ontfangen; 
^en  de  rest  zoude  geen  mancquement  weesen  want  in  lange  jaeren 
in  Chiam  zoo  veel  rgs  niet  en  hadde  geweest.  Ick  stelde  den  Bercha- 
langh voor  off  van  den  Conninck  in  erkentenisse  van  onse  diensten 
ende  assistentie  aen  syne  Majt  beweesen  niet  en  soude  te  obtineeren 
«gn ,  dat  jaerlgks  aen  de  Gompie  5  k  600  last  rgs  tot  eenen  civielen 


I 


225 

prijs  aldaer  mochten  gelevert  werden,  ooek  dat  alle  het  sapanhout 
ende  hartevellen  daer  vallende  alleen  bg  de  Comp.  ende  niemandt 
anders  jaerlijcx  tot  eenen  civielen  prys  mochten  werden  vercocht,  daer 
weynich  antwoorde  op  volchde,  zeggende  hij  soude  het  den  Conninck 
aendienen;  voor  de  Nederlanders  was  alles  ten  besten;  de  genooten 
vrantschappen  van  UEdt  en  soude  den  Conninck  niet  ongeloont  laeten ; 
wg  en  hoeffden  daer  niet  voor  te  sorgen.  Waermede  zfln  vensterken 
toesloot  zonder  dat  ick  in  voorder  discours  met  hem  conde  tommen 
zoo  dat  metten  Sabandaer  Olangschudt  gelijkelijck  opstonden  ende 
vertrocken ,  den  welcken  vanden  Berchalangh  belast  wiert  dat  ons  in 
alles  soude  voort  helpen. 

Den  7  d^'  waeren  bij  de  Prins  om  den  trae  van  200  lasten  rijs  te 
versoucken,  alwaer  ick  oock  maer  alleen  mochte  binnen  coomen,  die 
op  mijn  versouck  geen  antwoorde  en  gaff  maer  vraechde  my  in  plaetse 
van  te  antwoorden  altselve  mQ  den  conninck  ende  Berchalangh  ge- 
vraecht  hadden,  daer  hem  als  vooren  verhaelt  gelijcke  antwoorde  op 
volchde.  Ick  vraechde  den  tolck  ende  Sabandaer  waerom  de  Prins 
mij  geen  antwoorde  en  gaff  van  den  trae  en  dat  ick  daer  omme  ge- 
commen  was,  die  mij  seyde  dat  het  de  manier  niet  en  was  dat  daer 
dadelijck  bescheyt  op  gegeven  wiert.  Hy  sonde  het  selve  daer  naer 
voirderen  ende  ons  brengen,  geigck  hij  den  11  d"*  daer  aen  volgende 
ons  bracht,  doch  niet  meer  als  van  100  lasten,  die  ick  niet  en 
wilde  aennemen ,  seggende  ons  tselve  weynich  mochte  helpen.  Waer 
over  hg  deur  ginck  ende  tegen  den  avont  weder  quam,  seggende 
nu  trae  hadde  van  200  lasten,  twelck  tsamen  700  lasten  was,  maer 
dese  trae  moste  totte  Berchalangh  gehaelt  werden.  Oja  Rabbetsick 
most  hem  leesen,  den  OppratsiouUa  most  hem  t  slappen  en  dan 
soude  hij  ons  die  thuys  brengen.  Ick  vraechde  hem  wederomme 
[waarom]  tselve  geen  voortganck  en  hadde?  Hg  antwoordde  dat 
dese  groote  Mrs  eerst  somba  met  een  cleyn  schenkagie  moste  gedaen 
werden;  dit  gedaen  zgnde  (twelck  nu  maer  aen  ons  en  stondt)  zoo 
was  alles  claer.  Meer  trae  begeerende  moesten  dan  noch  somba  ofte 
schenkagie  aen  den  Berchalangh  doen,  zoo  zoude  de  rest  wel  volgen. 
Daar  wg  weynich  naer  luysterden  en  seyden  plat  wtt  dat  ons  daer 
naer  niet  en  wilden  vongen,  staende  wederom  op  de  excessive  on- 
costen  die  de  Comp.  ten  haeren  dienste  hadde  gedaen,  de  welcke 
geen   meerder  beswaerenisse  en  mocht  igden,  en  dat  tselve  bg  ons 

16 


^26 

niet  sonde  connen  verantwoort  werden,  met  veele  andere  bestandige 
redenen  meer,  hier  te  langh  om  te  verhaelen.  Wfl  hebben  dese 
saecken  (alsoo  onse  bareken  noch  niet  toegemaeckt  en  waeren)  eenige 
daegen  laeten  berusten,  om  te  sien  off  van  haer  gierige bedelachtich 
begeerlicheyt  niet  en  souden  desisteeren ,  twelck  alles  weynich  mocht 
helpen.  Zy  besteken  haere  saecken  zoo  behendich  datmen  can  voelen 
en  tasten  hoe  rechtschapen  zy  den  bal  van  andermans  dack  den 
anderen  weeten  toe  te  kaetsen,  en  off  ment  allschoon  sach  soo  isser 
niet  tegen  te  doen,  want  wil  men't  den  Berchalangh  clagen,  die  sal 
ons  uytlachen  'en  sluyten  zijn  venster  toe.  Claeggen  wij  't  Oya 
Rabbetsick  die  sall  ons  als  formeele  pertye  met  het  gesicht  verjaegen 
Gaeii  wij  bij  den  Oppratsioulla ,  die  sal  hem  geck  houden  en*  weet 
nergens  van  te  spreecken.  Spreeckende  den  Olanghschut  aen,  (daer 
alle  dese  schelmerye  door  gebrocht  wort ,)  die  slacht  Pilatus  en  wast 
syn  handen.  In  somma  soo  comen  wij  soo  wys  thuys  als  uyt  ge- 
gaen  zijn  zonder  ieyts  uytgerecht  te  hebben.  Mogen  dan  op  die 
manieren   ons   mondt  eens   veegen  en  seggen  dat  wij  niet  gegeten 

en  hebben 

Den  15  d^  quam  den  Olanghschut  wederomme  seggende  dat  wy 
tegen  den  middach  te  Hove  om  ons  affscheyt  zouden  commen,  daer 
wy  naer  toe  gevaeren  zijn;  alwaer  comende  moste  gelyck  de  eerste 
reyse  wederom  wel  drye  uren  wachten  ende  werden  oock  op  de 
voorgaende  beestachtige  manieren  bij  de  Coninck  gebracht,  alwaer 
alle  den  bovenste  Adel  wederomme  vergadert  was.  Den  brieff  van 
üEd.  werden  daer  oock  openbaeriyck  gelesen,  die  daer  beneffens  de 
presenten  by  malcanderen  geleyt  wiert.  Den  Conninck  vraechden  my 
off  ick  metten  Berchalangh  mijnne  zaecken  al  verricht  hadde.  lek 
antwoordde  neen,  alsoo  wy  den  trae,  die  Zijnne  Majt:  en  de  Prins 
ons  verleent  hadden  noch  niet  en  hadden  vernomen,  t  Welck  schelm- 
achtich  en  valsch  overtolckt  werd,  want  Zijne  Majt:  daer  niet  op 
en  antwoordde.  Zy  vreesen  den  Berchalangh  en  d'ander  grooten  meer 
als  de  Coninck  selver,  waer  door  ons  de  wech  affgesneeden  wordt 
om  iets  proffitabels  voor  de  Compie  te  connen  verrichten.  Hy  belastte 
my  voorts  met  corte  woorden,  dat  ick  DEdt  voor  de  gedaenevmnt* 
schap  aen  syn  jonck  ende  volck,  mede  voor  de  expresse  beseyndinge 
naer  Patana,  als  de  bewesene  assistentie  hoocheUjck  ende  duysent 
werven  soude  bedancken,  wel   wenschende  dat  hy  tot  erkentenisse 


at 

ende  teecken  van  onverbreeckelijke  vruntschap  UEd.  met  Zijne  macht 
jegens  üEdts  vijanden  eens  mochte  bij  wesen ,  mij  voorder  belastende 
dat  ick  UEdt  doch  soude  vermaenen  dat  de  langhduyrige  vruntschap 
onverbreeckelijck  bij  ÜEdt  onderhouden  mocht  werden.  Van  zijner 
zijde  sonde  soo  langh  daer  in  continueeren  tot  de  zon  ende  maene 
beyde  haer  glans  ende  schijn  souden  benomen  weesen.  Ende  naer 
dat  hij  tot  diversche  reysen  dit  gerepeteert  ende  belast  hadde  wiert 
ÜEdt  brieff  als  presenten  voor  mij  geset  seggende  dat  ick  desen 
brieff  ende  cleyne  presenten  UEdt  tot  teecken  van  onverbreeckelycke 
vruntschap  sonde  behandigen  ende  dat  Zijne  Majt  op  UEdt  missive 
in  alles  poinctuelijck  geantwoort,  mij  voorts  gelnck,  goede  wint 
ende  behouden  reyse  wensende,  waer  mede  de  gordijn  (gelijckoffde 
comedie  wt  was)  toesloot  en  mij  werde  belast  te  vertrecken. 

Des  anderen  daechs  wesende  15  69  werden  wij  bij  den  Prins  ont- 
booden  om  mijn  affscheyt  te  neemen ,  alwaer  commende  alle  het 
voorgaende  tgeene  mij  den  Conninck  belast  hadde,  door  hem  oock 
vermaent  wiert,  mij  recommandeerende  dat  ick  doch  de  last  van 
sijnen  broeder  poinctuelyck  soude  naercommen  op  dat  de  vruntschap 
tnsschen  UEdt  ende  haer  altijt  onverbreeckelijck  en  onveranderlijck 
mochte  blyven,  waer  door  ick  (volgens  zijn  zeggen)  een  grooteende 
schryckelijcke  costelijcke  naem  bij  haer  zoude  becomen.  Ick  ver- 
maende  aldaer  weder  omme  van  den  trae,  dat  gelijck  als  bij  den 
Conninck  mede  al  vals  overgetolckt  wiert,  want  daer  geen  antwoort 
op  en  volchde,  anders  niet  dan  dat  wij  boven  den  gegeven  trae  als 
dat  ontfangen  was,  noch  soo  veel  trae  souden  becommen  als  wij 
mette  scheepen  gevouchlijck  souden  mogen  vaeren,  waermede  mij 
gelnck  ende  behouden  reys  wenschte,  sluytende  voorts  all  mede 
de  gordijnen  van  sijn  venster  toe  en  wij  werden  belast  te  ver-» 
trecken. 

Den  17n  69  waren  totten  Berchalangh  om  den  brieff  vanden 
Conninck  aen  UEdt  te  translateeren,  daer  wij  tot  den  avont  meede 
doende  waeren.  Gedaen  zijnde  liet  den  Berchalang  ons  aenseggen, 
dat  aldaer  door  last  vanden  Conninck  mosten  te  gast  blijven ,  t  welck 
accordeerden  om  te  sien  off  wij  op  t  lest  met  hem  noch  in  eenich 
discours  souden  hebben  connen  commen;  daer  niet  uytgericht  en 
hebben,  alsoo  niet  te  voorschijn  quam,  zittende  van  binnen  in  een 
doncker   camer   daer   de   deure    ontrent   2  a   3  vingeren  breet  int 


2Ö8 

laeste  geopent  wiert,  alwaer  hij  sijn  neus  een  weynich  deur  stack^ 
ons  aenseggende  dat  wij  souden  eten,  want  het  ons  wel  gegnnt 
wiert;  hij  sonde  den  brieff  bij  den  Coninck  laeten  bringen  om  te 
t'schappen,  en  dat  wij  den  selven  des  anderen  daechs  wel  mochten 
cómmen  haelen.  Waermede  zijn  hoofb  wederomme  terngge  troek  ende 
de  deure  toesloot  zonder  dat  wy  hem  meer  te  sien  qnamen.  De 
Chiamse  conrtesie  begon  ons  te  verdrieten  waer  over  opstonden  ende 
vertrocken.  Des  anderen  daechs  wesende  18e  d^,  worden  ons  aen- 
gedient  dat  den  brieff  noch  niet  geschaipt  en  was  Qn  dat  wy  op 
morgen  den  selven  mette  presenten  totten  Berchalangh  zonden  vinden 
daer  wij  mede  ons  affscheyt  mosten  nemen.  Welcken  volgende  wy 
des  anderen  daechs  wesende  19  d^  ons  daer  naer  toe  hebben  ver- 
voncht,  daer  alles  gereet  vonden.  Den  Berchalangh  hadden  nu  zgn 
denrken  vry  wat  wyder  opengedaen,  zoo  dat  men  te  met  zijn  ge- 
heele  hooft  zien  mocht  j  en  was  oock  wat  gespraecksamer.  Hg  recom- 
mandeerde mij  mede  al  't  selve  my  den  Conninck  ende  den  Prins 
belast  hadden,  daer  hem  gelijcke  antwoorde  op  gegeven  wiert.  lek 
vraechde  hem  wederom  naer  den  trae.  Hij  antwoorde  dat  die  claer 
was  ende  als  wy  de  schenckagie  ende  gerechticheyt  betaelt  hadden, 
dat  die  ons  sonde  geworden.  lek  vraechde  hem  off  noch  geen  be- 
scheyt  becommen  en  hadde  van  den  Conninck  wegens  t'geene  hem 
voorgedragen  hadde  van  de  rijs,  sappanhout,  harttevellen  etc,  daer 
op  hij  antwoordde  dat  wy  al  te  haestich  waeren,  dat  alles  metter 
tijt  wel  sonde  comen  en  dat  dit  het  naeste  jaer  als  den  brieff  ende 
presenten  van  den  Prins  qnamen  beeter  zonde  willen  vallen.  Wij 
conden  t'selve  alsdan  wtten  naem  van  zyne  Excelltie  versoucken, 
twelck  den  Conninck  (zoo  hy  seyde)  alsdan  niet  en  sonde  weygeren. 

Hier  mede  wenschte  hy  ons  geluck ,  goede  wint  ende  een  voor- 
spoedigen  behouden  reyse,  my  met  eenen  aenseggende  dat  soo  ick 
het  naeste  jaer  daer  weder  quam ,  wat  vrouger  moste  comen  op  dat 
daer  wat  langer  mochte  blijven  om  Chiam  wat  beter  te  doorsien. 
Waer  op  hem  antwoordde  dat  ick  aldaer  (in  den  tijt  dat  daer 
geweest  was)  meer  ondervonden  ende  gesien  hadde  dan  mij  iemant 
sonde  connen  wys  maecken  en  dat  niet  en  wenschte  daer  meer 
te  commen ,  daer  mede  hij  (als  wel  verstaende  wat  myn  mee- 
ninge  was)  begon  te  lachen,   wenschende   ons   ander   mael  geluck 


229 

ende  welvaeren.  Wij  bedaackten  hem  voor  alle  faveuren  ende 
vrantschappen ,  door  hem  aen  ons  beweeeen,  waermede  int  vran- 
delijck  van  den  anderen  sQn  gescheyden.  Waer  naer  de  brieven 
ende  presenten  van  [voor]  UËdt  door  den  Sabander  ende  tolck  in 
ons  logement  syn  gebracht,  die  wij  met  alle  beleeftheyt  hebben  ont- 
fangen.  Des  anderen  daechs  wesende  20en  d^  ben  ick  de  rivier  aff 
ende  voort  naer  boort  toegevaeren  alwaer  den  22e  d^  arriveerden. 
Ende  alsoo  wij  beyde  onse  jachten  volgens  onse  ordre  zeyl  reet 
vonden ,  zQn  des  anderendaechs  smorgens  wesende  den  23  d^  onder 
zeyl  gegaen  om  onse  reyse  naer  Battavia  te  vervoirderen.  Den  7 
November  naer  de  middach  commende  onder  PouUo  Tyamon  vonden 
aldaer  ter  reede  seecker  armade  de  rema,  bestaende  in  9  stacx 
fergatten  ende  4  a  5  stacx  geliassen,  de  welcke  ons  seer  stoutelijck 
inwachtten.  Doen  wij  op  een  gotelingh  schoot  naer,  daer  by  quamen 
(zijnde  meest  stil)  lichtten  zQ  haer  anckers  en  bleven  in  een  halve 
maen  op  haer  riemen  stil  liggen,  laetende  alle  tsamen  Portngiese 
vlaggen  boven  ende  bloetvlaggen  achter  aff  wayen.  Daer  qnam  een 
van  de  inwoonders,  zgnde  een  Malleyer,  met  een  coUetgen  aen 
boordt,  ons  aendienende,  dat  wij  mosten  voor  ons  sien;  de  Portn- 
giese meeningh  was  om  dadelijck  te  enteren  ende  aen  boort  te  comen. 
Wg  vraechden  hem  wat  vaertuych  het  was.  Hg  zeyde  dat  het  een 
armade  van  6oa  was,  bestaende  in  15  stacx,  zgnde  alle  t  samen 
galleyen  van  die,  de  welcke  de  Portagiesen  voor  desen  van  den 
Atchinder  hadden  verovert,  schietende  ieder  drye  stacken  voor  ende 
twee  op  de  wyntveringh  achter  ayt,  sommige  op  hebbende  26  è.  30 
blancken  maer  meest  mestiessen  ende  Cannergns  ^  tot  roeyers. 
D'ander  vijff  lagen  volgende  zQn  seggen  onder  Ponllo  Tingy  ende 
hadden  daer  al  over  de  2  maenden  met  den  anderen  geleegen, 
wachtende  op  de  Hollantsche  scheepen  ende  joncken  die  van  China, 
Ohiam,  Patana  ende  ander  qaartieren  naer  Battavia  wilden.  Wij  en 
conden  t  selve  voor  geen  galeyen  aennemen ,  alsoo  geen  besaens  maer 
ieder  2  masten  ende  reeseyls  op  hadden.  Den  Ainirael  ende  vies 
Amirael  voerden  ieder  topseyls  en  waeren  vrfl  veel  grooter  als 
d'ander.  Desen  Malleyer ,  siende  den  avont  aen  't  vallen  was  en  wij 
malcanderen  al  binnen  schoot  van   een  musqaet  hadden ,  is  van  ons 


1    Canarijns  =  Kanareezen  uit  den  omtrek  van  Goa. 


230 

gescheyden.  Dsier  geheel  dicht  bij  comende  ende  den  avont  all  ge- 
vallen was  ende  sy  siende  wij  onse  cours  recht  op  den  Amirael 
hielden  dewelcke  ten  halven  in  de  armade  lach,  als  mede  wg  ons 
voor-maerseyl  lieten  loopen  ende  t'  schoverseyl  in  de  bandt  namen , 
hebben  ons  alsdoen  plaets  beginnen  te  maecken,  haer  verdeelende 
in  2  pertyen  te  weten  5  aen  stuyrboort  ende  4  aen  baokboort,  die 
doen,  sonder  dat  noch  van  weder  zijde  iemandt  geschooten  hadde, 
met  sulcken  gekrijt  ende  geraes  van  trommels  al  scheldende  aen- 
quamen  roeyen  ende  oock  van  alle  canten  zoo  begonnen  te  schieten 
dat  wij  des  Malleyers  woorden  waer  bevonden,  maer  wierden  van 
ons  zoowel  outfangen  dat  zij,  alle  hoope  verlooren  gevende,  geheel 
van  schieten  cort  ophoudende,  onordenteiyck  onder  malcanderen  ge- 
heel dwars  gerocht  ^  zgn ,  daer  wij  doen  met  groff  geschudt  ende 
musquetten  soo  weynich  geen  (sic)  voordeel  op  en  cregen  want 
kraeckten  all  watter  by  offte  omtrent  was.  Sij  werden  zoo  gegroet 
datse  het  overcomen  ende  enteren  vergaeten,  laetende  Bommel,  die 
een  muschetschoot  achter  was  ongemolesteert  door  haer  geheele 
armade  passeren,  die  met  zijn  groff  geschutt  haer  oock  redelgck 
goeden  avont  boot.  Wij  lieten  dadelgck  onse  anckers  vallen  ende 
staecken  onse  lanteerens  achter  op,  om  off  sij  noch  iets  vergeeten 
hadden,  t  selve  conden  commen  haelen,  want  zij  by  ons  ende  wy 
bij  haer  niet  en  conden  commen.  Des  morgens  laegen  met  haer 
achten  een  weynich  buyten  schoots  boven  wints  van  ons  geset.  Wy 
en  conden  den  vies  Amirael  niet  sien  want  te  vooren  twee  topseyls 
onder  de  armade  waeren  geweest  ende  nu  maer  een  en  vernaemen, 
zoo  dat  presumeerden  gesoncken  ofte  schadeloos  aen  de  wal  ge- 
loopen  moste  zijn.  Zij  lichtten  haere  anckers  ende  maeckten  zeyl, 
waermede  wij  dochten  ons  wederomme  aen  boort  wilden  comnaen, 
maer  trocken  het  haesevel  aen  en  liepen  bij  Noorden  om  Poulo 
Timon  lancx.  Wij  lichtten  onse  anckers  (alsoo  geen  apparentie  voor 
ons  meer  en  was)  om  by  haer  te  commen  en  liepen  over  naer  Poulo 
Tingy  om  d'ander  vijff  te  soucken,  daer  wij  metten  avont  ontrent 
quamen,  maer  hebben  niet  vernoomen,  zoodat  wij  onsen  cours  voort 
hebben  geset  naer  de  caep  Romane  ende  voorts  naer  Pedro  Blanco 
om    te   sien   off  wij    de   commandeur  Coster  ^  daer  ontrendt  conden 

1  Geraakt. 

2  Deze  was  met  een  eskader  uit  kruisen  gezonden. 


231 

vinden,  om  hem  van  dese  armade  te  adviseeren,  daer  wij  den  10 d^ 
ontrent  qnamen^  maer  hebben  niemandt  vernomen,  waeromme  wij 
resolveerden  (soo  sonder  verlet  geschieden  conde)  dat  wy  Jamby 
sonden  aendoen  om  te  sien  off  de  Commandenr  aldaer  mochte  wesen , 
alsmede  om  de  scheepen  ende  jachten  aldaer  ter  reede  leggende  te 
waerschonwen  datter  zoodanige  armade  int  vaerwaeter  was.  Alwaer 
door  contrarie  wint  ende  stroom  niet  en  hebben  connen  commen, 
weshalven  onsen  cours  recht  door  naer  Battavia  hebben  gestelt 
alwaer  wij  den  27  Novembr  6odt  loff  wel  zgn  aengecomen. 

Onder  stondt  UEdts  dienstbereyden  dienr 

Anthont  Caen. 


LVL  Gysbert  van  Lodensteyn,  gouverneur  der 
Molukken  aan  den  Gouverneur-generaal  Hendrik 
Brouwer,  6  April  1633. 

Den  Tydorees,  die  bij  openbare  oorloge  den  Tamataen  te  swack 
is,  doch  met  sinistre  practycquen  hem  alle  tyt  te  booven  compt, 
versocht  corts  naert  vertreck  van  't  Zeepaert  met  hem  in  vreede  te 
coomen,  waerinne  soo  verde  gehandelt  wiert,  nie^egenstaende  onse 
teegen  weer  ende  protesteeren  dat  den  Tamataen  op  des  Tydorees 
begeeren  eyndel^ck  eenige  volmachten  naer  Tydoor  sondt  omme  des 
Tydorees  gemoet  grondelinge  te  doortasten ,  alsoo  malcanderen  hadden 
aengeschreven  niet  langer  met  brieven  te  willen  handelen  overmits 
wij  ende  den  Spangiaert  onder  soodanich  schreven  over  ende  weder 
onse  personagie  speelden,  haer  volck  by  den  cop  creegen  eude  doot- 
sloegen  twelck  niet  alles  geloogen  en  was. 

Want  hem,  seyde  de  Tydorees,  ware  wel  bewust  van  wat  voor- 
nemen wij  ende  den  Spangiaert  waren,  namentlgck  om  haer  in  den 
oorloch  te  doen  consumeeren,  ende  wanneer  't  landt  van  weerbaer 
volck  soude  syn  ontbloodt,  hare  vrouwen,  kinderen  en  landen  te 
eygenen;  't  ware  derhalven  best  sij  van  oorloge  op  hielden  ende 
verwachten  't  aenstaende  secours  van  wedersijden,  ende  bij  soo  verre 
den   Spangiaert   een   groot   secours  bequam  conden  alsdan  met  hem 


232 

aenspannen  ende  ons  als  de  swackste  wt  de  Molncqnos  helpen.  Wan- 
neer si)  j  met  gelegenthey t  haer  van  ons  ontslagen  siende ,  den  Span- 
giaert  op  sijn  onversienst  denselven  wech  souden  doen  ingaen;  ende 
800  in  contra  ons  secoers  des  Spangiaerts  overtrefte,  wilden  haerby 
ons  vervoegen )  den  Spangiaert  wtjagen  ende  ons  den  selven  naermaels 
doen  naerloopen. 

Den  Coninck  van  Tomaten  Hamsia ,  niet  jegenstaende  onse  ver- 
maninge  ende  waerschouwinge  bleeflF  even  obstinaet  om  sijn  gesanten 
te  senden ,  alhoewel  wy  hem  hooch  waren  dreygende  ende  onse  vrunt- 
schap  geheellijck  aflfeeyden.  Eyndelyck,  snachts  te  vooren  eer  syn 
gesanten  vertrocken,  verbrandt  des  Tydorees  negrlj  Taflfbngo,  een 
plaetse  opt  vaste  landt  en  recht  over  Malleyen  geleegen,  wanneer 
juist  de  boeren  van  den  Sengagie  van  Gammacanorre,  alsdoen  daer 
ontrent  op  den  rooflf  sijnde,  de  verbaesde  Tydoreesen,  die  met  haer 
goet  te  bergen  ende  ^en  brandt  te  lesschen  doende  waren,  opt  lyff 
vielen,  perthye  daer  van  doot  sloegen  ende  eenige  gevangen  wech 
voerden ,  twelk  op  Tydoor  gehoort  sijnde  weynich  tijts  te  vooren  eer 
de  Tamataense  gesanten  aldaer  verscheenen,  sulcken  onlust  ende 
vervreemdinge  tot  vreede  causeerde  dat  de  Tydoreesche  Coninck  sich 
niet  eens  en  verweerdichde  de  Tarnataeuse  gesanten,  die  om  de 
plaets  der  bijeencompste  te  ramen  ende  sgn  meeninge  te  doortasten 
aldaer  gesonden  waren ,  aen  te  spreecken ,  soo  dat  sy  naer  dat  ontrent 
een  etmael  hadden  gewacht  ende  van  den  Tydoreese  Gougoe  off 
Stadthouder  met  eenige  excusen  ende  praetgiens  waren  gepayt,  on- 
verrichter saecken  op  Malleyen  arriveerden,  genoech  met  confusie. 

Onderwijlen  sij  met  den  anderen  in  dese  onderhandelinge  waren, 
't  welck  al  vrij  wat  tijts  aenliep,  rooffden  wy  gedurich  op  den  Ty- 
dorees, gevangen  nemende  ende  dootslaende  wat  becoomen  conden, 
omme  hem  door  dien  middel  als  voor  desen  wel  meermaels  is  gedaen 
te  tergen;  vermaenden  oock  van  gelijcken  de  Singagies  van  Gamma- 
canorre  ende  Sabouwe  de  Tydoreesen  opt  vaste  landt  aentetasten, 
tot  dien  eynde  haer  tot  dy verse  malen  van  cruyt,  loot  ende  andere 
oorloghs  gereetschap  versiende;  't  welck  bij  haer  oock  wiert gedaen, 
soo  dat  de  Tydorees,  van  verscheyden  canten  aengetast,  op  't  leste 
geterght  ende  siende  weynich  in  de  Mollucquos  sou  de  connen  ver- 
richten, vijff  correcorren  te  water  werpt,  daer  meede  een groote rooff 
op    de    eylanden    XuHa  ende  Teljabo  becompt,  naer  dat  al  voorens 


— 1 


233 

den  Ternataen ,  om  hem  in  slaep  te  houden ,  doen  weeten  hadde  dese 
vyff  geseyde  correcorren  naer  Sangy  om  olye  ende  clappus  voor  hem 
te  coopen  gegaen  waren. 

Den  coninek  ende  de  Tarnataense  overicheyt,  wel  siende  wg  om 
haer  doen  heftich  t'  onvreeden  waren  ende  bemerckende  tot  haer 
voorneemen  met  den  vreede  niet  en  conden  coomen ,  meede  vreesende 
wij  haer  t  avondt  off  morgen  mochten  opt  lijff  vallen  wanneer  ons 
secours  sonde  sijn  gearriveert ,  qoamen  van  verre  de  vruntsehap  weder- 
soecken,  veynsende  t  voorgaende  haer  leet  te  sijn 

Onderwylen  verstonden  eenige  Maccassaerse,  Javaense  off  Malleyse 
ioncquen  voor  ende  ontrent  t  eylandt  Morotay  geanckert  lagen ,  gedes- 
tineert  aen  den  Coninek  van  Tydoor,  ende  datter  van  gel^cken  een 
op  Mojauw  1  was  gearriveert,  t  welk  wij  Hamsia  te  kennen  gaven, 
versoeckende  hij  deselve  wilde  aensnoeren.  Dan  alsoo  hij  met  veel 
sammelen  off  wel  al  willens,  dat  wel  te  geloovenis,  sijn tgt verloor, 
geraeckten  de  Maceassaren  naer  dat  haer  van  de  boeren  eenich  volck 
was  dootgeslagen,  achter  't  vaste  landt  om  aen  Maba,  een  plaetse 
toecomende  den  Tydorees  ende  van  daer  met  eenige  correcorren  ver- 
geselt  sQnde  door  de  straet  van  Patientie  op  Tydoor 

Weynich  dagen  naer  dit  gepasseerde  advyseert  ons  Sr  van  Gendt 
als  dat  voor  Tahana  mede  een  Javaense  jonck  was  ten  ancker  ge- 
coomen  ende  dat  hij  deselve  met  de  correcorre  hadde  doen  neemen 

ende  voor  Gnofficquia  doen  brengen.     . 

t  welck  wQ  den  Coninek aenseyden,  daer  bij  voe- 
gende wij  alle  de  vreemdelingen ,  sonder  pas  cedel  van  UEdt  hier 
verschijnende,  op  soodanige  manieren  souden  tracteeren,  ende  bij  soo 
verre  sulcx  niet  en  wilde  helpen  souden  haer  sonder  eenich  aensien 
levende  over  boort  werpen,  alsoo  wy  niet  van  sin  en  waren  sulck- 
danige  inbreeckinge  in  den  handel  te  verdragen,  waeromme  men  in 
toecomende  soude  coomen  over  hoop  te  raecken,  gelijck  in  Amboyna 
tot  ons  leetwesen  geschiedde.  Waer  op  bg  hem  geantwoort  wiert  wij 
niet  te  rigoreus  mette  vreemde  handelaers  en  conden  te  werck  gaen, 
dat  door  haer  toedoen  de  moeiten  in  de  Amboyneese  quartieren  waren 
ontstaen,  met  veel  meer  andere  reedenen  hier  te  lange. 

Het  schijnt  dat  de  vreemdelingen,   sien[de  dat]  in  de  quartieren 


1     Het  eiland  Majoe  ten  NW.  van  Ternate. 


234 

van  Amboyna  seer  nauw  wordt  opgepast,  haer  geluck  in  de  MoUuc- 
quos  willen  versoecken. 

Over  de  clachte  bij  ons  int  lange  aen  den  Coninek  gedaen  weegens 
den  Gouverneur  Ghijsels  over  de  quade  proceduren  bij  sijne  stadt- 
houders  aldaer  voorgestelt  [werd  door  hem  geantwoord  dat  hij  daarop] 

alsnu  sulckdanige  ordre  [zou]  stellen  [dat]  wy  noch 

hi)  in  toecomende  wt  die  quartieren  geen  clachte  meer  en  souden 
hooren 

Dan  wij  gelooven  den  noodt  die  hem  alsdoen  druckte  rQck  van 
belofte  maeckten,  alsoo  hy  onser  opt  hoochst  van  noode  hadde,  heb- 
bende den  Spangiaert  Tacomy  by  surprinse  bijnaer  verrast  ende  inge- 
noomen,  als  wy  nu  sullen  verhalen. 

Tusschen  den  20  ende  21  November  des  nachts  sgn  de  Spangiaerden 
met  2  Comp.  soldaten ,  alle  haer  Mardyckers  ènde  perthye  Tydoreesen 
met  de  galeye  ende  eenige  prauwen  om  den  hoek  van  Tacomy  ge- 
coomen,  't  geseyde  volcq  aldaer  gelandt,  die  haer  booven  de  Taco- 
miese  negr^  in  een  bosken  tot  smorgens  onthielden ,  wanneer  met  het 
aencomen  van  den  dach  de  galleye  beneffens  het  andere  vaertuych 
haer  voor  de  negrij  ende  't  fort  vertoonde  ende  het  Tarnataens  vaer- 
tuych t  welck  was  opgehaelt  aensnoeren.  De  Tacomeesen ,  dat  siende , 
begaven  haer  naer  beneden,  omme  t  selve  te  beletten.  Onderwijlen 
de  twee  Compen,  siende  't  meeste  manvolck  naer  beneden  loopen, 
marcheeren  naer  het  dorp  ende  het  fort ,  soodat  sy  ter  eerster  instantie 
2  bolwercken  in  creegen  treckende  voorts  door  de  negrij  met  groot 
geschal  naer  de  andere  bolwercken  alwaer  eenige  Mooren  opgecoomen 
sijnde,  wederstandt  doen  ende  een  Spaens  cappittegn  onder  den  voet 
schieten,  doch  siende  dat  den  Spangiaert  haer  te  machtich  wilde 
worden  ende  de  bolwercken,  daer  op  sij  waren,  niet  te  sullen  connen 
honden ,  steecken  den  brandt  eerst  in  haren  tempel  ende  soo  voorts 
in  alle  de  naest  gelegen  huysen  't  welck  soo  vehementen  roock  ende 
hitte  causeerde  dat  de  Spangiaerden  op  de  veroverde  bolwercken  niet 
en  conden  geduiren  maer  genootsaeckt  waren  deselve  niet  alleene  te 
verlaten  maer  noch  daer  en  booven  door  een  gadt  in  de  guar- 
dyne  gemaect  te  cruypen  ende  alsoo  op  den  dubbelden  hals  van  de 
dippen  om  laech  te  coomen ,  daer  haer  de  Tacomeesen  met  steenen 

ende  calleweyen  een  quaet  affscheyt  gaven [Op  verzoek 

van  de  Ternatanen  laat  Lodensteyn  hierop  Tacomi  tijdelijk  bezetten.] 


235 

Dit  onverwacht  exploict  des  Spangiaerts,  daertegens  onse  prompte 
hulpe ,  gevoecht  bij  d'  absentie  des  Conincx  die  alsdoen  met  de  voor- 
naemste  macht  van  Tematen  op  Saboua  was  alwaer  hij  niets  en 
hadde  te  verrechten  dan  houwelijcke  te  maecken,  heeft  ons  groot 
aensien  ende  crediet  gemaect,  soo  dat  daer  op  gevolght  is  t  welck 
men  noyt  van  haer  en  hadde  connen  becoomen ,  dat  men  een  generale 
vergaderinge  sonde  houden  omme  den  oorloch  eenstemmich  te  be- 
sweeren ende  generalijck  by  de  handt  te  neemen ,  soo  wel  jegens 
den  Spangiaert  als  Tydorees  t  welck  oock  alsoo  geschiet  is 

Kitchil  Aly  Capn  Laout ,  die  sich  seedert  het  jaer  1628  in  de  quar- 
tieren  van  Amboyna  ende  cust  van  Maccasser  onthouden  heeft,  sgn 
van  hier  3  correcorren  toegesonden  waermede  hg  emstich  weder 
herwaerts  te  keeren  genoodicht  wordt •    • 

[Hamza  doet  nu  den  Gouverneur  aanzeggen  dat  hy  den  oorlog 
tegen  de  Tidoreezen  met  alle  macht  wil  aanvatten  en  vraagt  zijn 
raad  in  't  begeven  der  voorname  ambten  die  hij  niet  meer  aan  Ter- 
natanen  wil  toevertrouwen] .  Eyndelijck  naer  veele  gehouden  pitsiaringe 
wierden  naer  ons  contentement  vercooren  tot  gougouge  den  Sengagie 
van  Gammacanorre  ende  tot  cappn  Laout  den  Sengagie  van  Gnoffic- 
quia,  beyden  wel  de  machtichste  in  dese  quartieren  ende  ons  meest 
toegedaen.  Voerders  wiert  bestempt  men  overal  ende  in  ieder  negrij 
een  correcorre  2  a  3,  naer  de  dorpen  sterck  ende  volkrijck  sijn, 
soude  opsetten  omme  deselve  metten  eersten  claer  te  hebben  ende 
de  vyanden  aen  te  tasten ,  tot  welcken  eynde ,  naer  dat  sij  allegader , 
soo  wel  Tarnatanen  als  die  van  de  vaste  cust  ende  eylandt  Macquian , 
den  eedt  op  haren  alcoran  hadden  gedaen,  naer  eenige  op  haer  ma- 
niere gehouden  feesten,  vertrocken  omme  haer  vaertuych  claer  te 
maecken,  't  harer  thuys  compste  oock  datelijck  den  Tydorees  soo  te 

water  als  te  lande  affbreuck  doende 

Evenwel  hebben  [wij]  de  Macquianeesen  int  generael  het  nagel- 
plucken  ende  leveren  gerecommandeert ,  opdat  niet  en  soude  schijnen , 
als  voor  desen  wel  is  geschiet,  wij  met  nagelen  vervult  sulckdanige 
proceduiren  voorstelden,  waer  op  alsdoen  gevolght  ende  alsnu  oock 
wel  volgen  soude  de  nagelen  evenwel  gepluckt  den  vijandt  toegevoert 
souden  worden 

Met    de   vertreckende   correcorre  naer  den  Cappn  Laout  heeft  den 


1 


236 

Coninck  Hamsia  een  brieff  naer  den  coninck  van  Maccasser  ge- 
sonden,  waer  van  de  copye  des  translaets  hier  beneffens  gaet,  ende 
alsoo  ons  tselve  wat  vreemt  dacht  hij  van  houweiycke  met  hem 
tracteerde  * ,  daer  sijn  broeder  algereets  met  den  selven  in  den 
oorlogh  was,  deeden  hem  affvragen  wat  daer  met  voor  hadde.  Gaff 
ons  tot  antwoordt  dat  hij  gelooffde  den  Maccasser  met  hem  de  geck 
hielt  ende  dat  hy  hem  met  gelijcke  mnnte  meende  te  betalen,  doch 
dat  het  principaelste  was  omme  de  alliantie  tosschen  hem  ende  den 
Tydorees  te  croocken  op  dat  si)  met  den  anderen  tot  sijner  schade 
niets  voor  en  namen 

't  Placcaet  wegens  den  vryen  handel  is  ter  gewoonlijcke  plaetse 
affgecondicht  ende  aengeslagen.  Sullen  trachten  soo  veel  ons  mooge- 
lljck  is  't  selve  naergecomen  wort.  Dan  alsoo  de  vrijeluyden  by  het 
selve  wordt  gebooden  haer  wt  dese  quartieren  te  vertrecken,  hebben 
ons  dese  nevensgaende  requeste  overgelevert ,  waermede  versoecken 
te  continaeeren  *. 

Wg  en  connen  niet  bespenren  wat  schade  de  Ed.  Compe  wt  haer 
blijven  can  toecommen,  dewijle  bij  haer,  noch  bij  niemant  alhier, 
eenigen  handel  tot  nadeel  van  de  Ed:  Gompie  en  can  gedreven  wor- 
den, ter  eener  sijde  door  gebreck  van  occasie,  alsoo  alhier  geenen 
handel  en  valt  off  tensy  sagonw  en  touback,  dat  evenwel  genoech 
door  de  Mooren  sal  worden  gedaen,  die  de  proffijten  anders  sullen 
coomen  te  genieten.  'T  ander,  t  welck  het  principaelste  is  ende 
haer  't  handelen  geheel  verbiet,  is  gebreck  van  middelen,  waer 
door  sij  genootsaeckt  sgn  alschoon  eenigen  handel  voorvallende « 
deselve  vermits  haer  onvermogentheyt  naer  te  laten  UEdt  bijnaer 
verseeckerende  dat  alle  hare  middelen,  wtgesondert  de  wooninge, 
bg  den  anderen  gebrocht  sijnde  booven  de  5000  realen  niet  en  soude 
wtbrengen.  Meest,  ende  dat  wel  de  principaelsten ,  geneeren  haer 
met  kielangh  tappen  onder  de  guarnisoenen ,  waervan  de  pacht  jaer- 


1  „  'T  is  m^  van  volck  aeagedient,"  zoo  staat  er  in  het  translaat  van  den 
brief,  „dat  ghij  gesecht  hadt  ...  als  den  Coninck  van  Tamaten  in  vreede  wil 
wesen  met  den  Coninck  van  Macassar,  dat  moste  een  bontgenoot  van  trouw 
maecken   (sic),   een    vrouw   van   Macassar   aen  een  van  Ternaten,  ende  een  van 

Ternaten  aen  een  van  Macassar  moeste  trouwen Zoo  gby  met  m^  geckt 

en  weet  ick  niet,  soo  ghij  H  meent  sent  een  Ambassadeur,"  enz. 

2  De  inhoud  van  het  request  biykt  uit  hetgeen  volgt. 


237 

iijcx  ruym  2000  realen  bedraecht,  't  welck  de  Ed:  Compe  mede  sal 
coomen  te  missen.  Daerenbooven  sullen  bïj  meestal  in  den  gront 
bedorven  sijn,  alsoo  op  Battavia,  Amboyna  off  Banda  coomende 
niets  en  sullen  hebben  waer  met  haer  t'erneeren.  Op  welcke  in- 
sichten  wij  met  advijs  des  Raets  tot  naderen  last  van  UEdt  haer 
vertrecken  voor  als  noch  hebben  wtgestelt  ende  haer  aengeseyt  sy 
haer  jegens  toecomende  jaer  mochten  veerdich  houden  omme  UEdts 
naerder  ordre  te  gehoorsamen 

Belangende  Batsjan  wij  souden  van  gevoelen  sijn  off  H  selve  te 
bevolcken  off  geheel  te  verlaten,  ten  ware  dese  volgende  verhin- 
deringe  onse  meeninge  niet  en  contrarieerde. 

Ten  eersten  't  misnoegen  't  welck  dese  omleggende  volckeren  daer 
in  sullen  hebben  ende  voomamentlijck  den  Tamataen,  principalyck 
soo  wij  de  Labouers  van  daer  op  andere  plaetsen  vervoeren  als  voor 
desen  op  Sjauw  geschiet  is,  waerdoor  wij  die  natie  voor  doot 
vijanden  hebben  becoomen 1    .    • 

Ten  tweeden  dat  den  Spangiaert  met  hulpe  des  Tydorees  met  ge- 
welt  off  anders ,  alsoo  den  coninck  van  Batsjan  niet  machtich  en  is 
hem  te  defendeeren,  sich  van  die  plaetse  sal  verseeckeren ,  waermede 
wij  te  weege  brengen  sullen,  geen  van  onse  onderdanen  nochte  bont- 
genooten  sonder  des  Spangiaerts  off  Tydorees  believen  van  daer  haer 
behoeften  soo  van  sagouw,  visch,  dammer  als  anders  en  sullen  con- 
nen  cr^gen,  soo  dat  de  Macquianeesen ,  diens  spijscaemer  het  is, 
dapper  souden  verlegen  vallen. 

Ten  derden  ende  laetsten  dat  ons  soo  veel  nagelen  alsdan  van 
Macquian  sullen  werden  ontvoert  ende  dat  selffs  door  d'inwoonders 
omme  door  dien  middel  toelatinge  van  haer  sagouw  te  maecken  ende 
andere  behoeften  te  coopen,  te  becoomen,  het  in 't  eynde  den  cancker 
in  des  Comps  handel  op  Macquian  sal  causeren  alsoo  seecker  ende 
vast  gaet  Macquian  sich  qualyck  sonder  Batsjan  can  emeeren. 

Soodat  Batsjan  om  Macquian  gehouden  dient '  .    .     . 

Wij  sullen  Hamsia  met  gelegenthey t ,  't  gnndt  UEdt  ons  aen- 
schrgft  weegen  de  aenplantinge  des  rijs  in  plaetse  van  nagelen  op 
de  cust  van  Ceram  eens  voorhouden,  doch  geloove  hij  tot  sulcx  syns 
incomenshalven  qualijck  sal  te  brengen  syn. 

't  Heeft  ons  goet  gedacht  UEdts  missive  hem  int  geheel  te  laten 
geworden    sonder   de   aenmaninge   der   oude  schulden  te  verswijgen 


öinme  daer  door  te  meer  te  bethoonen  het  geduirich  inmanen  voor 
desen  ons  ernst  is  geweest ,  doeh  evenwel  souden  wij  de  straffe  oft 
precijse  invorderinge  niet  goet  vinden  alsoo  't  selve  ongetwijffelt 
groote  verbitteringe  souw  veroorsaecken. 

Wt  het  nevensgaende  translaet  des  Coninex  van  Tematens  missive 
aen  den  Eimelaha  Louhoe ,  Sengagies  ende  Kipatijs  der  Amboyneese 
quartieren  geschreven ,  sal  UEdt  sien  't  gundt  aen  haer  ordonnerende 
is.  Bij  d^Overicheyt  alhier  is  lange  in  bedencken  genoomen  off  niet 
best  waer  iemandt  beneffens  den  brieff  derwaerts  te  senden ,  dan  alsoo 
den  Coninek  seyde  dat  de  gesondene  tot  noch  toe  met  Louhoe  ende 
d'andere  aldaer  hadden  aengespannen  ende  sijnen  last  helpen  contra- 
rieeren  ist  seynden  van  persoenen  naer  gebleeven  * 

Des  Coninex  missive  aen  ÜEdts  gaet  hier  beneffens ;  't  versoeck  is 
't  oude;  hg  vermeet  sich  alles  gedaen  te  hebben  wat  hij  schul- 
dich  is  * 

Weegens  de  Amboyneese  quartieren,  wij  willen  gelooven  hij  wel 
wilde  alles  over  wedersgden  met  contentement  geschiedde,  dandewyle 
int  begeeren  verschillen  sal  't  één  different  qualijck  geeffent  sijn  off 
t'ander  sal  sich  verthoonen 

Den  Coninek  van  Gilola,  wiens  missive  hier  neffens  gaet  ^  is  een 
soone   van   de  dochter  des  ouden  Coninex  Saydadjrns  in  Manilha  in 


1  In  dezen  brief  werd  hun  op  lijfstraf  verboden  om  met  de  vreemde  han- 
delaars te  handelen.  Toen  de  Ternatanen  later  vernamen  met  welke  macht  de 
Hollanders  in  de  Ambonsche  eilanden  de  vreemdelingen  vervolgden  en  hoe  zif 
op  verscheidene  plaatsen  hadden  huisgehouden  zonden  zij  in  't  laatst  van  Au- 
gustus den  Sedaha,  die  de  Hollanders  gunstig  gezind  was  naar  Ambon,  met 
last  om  de  Eamelaha's  Loehoe  en  Leliato  naar  Ternate  te  brengen ,  voorts  om 
hun  vader  Kimelaha  Fakiri,  den  Ternataanschen  stadhouder  op  Boeroe  in  hun 
plaats  te  stellen.  Ook  hem  werd  streng  verboden  de  vreemde  handelaars  toe  te 
laten.  Men  kan  echter  bij  Valentijn  (II  2  p.  96  vv.)  lezen  hoe  hy  zich  van  dien 
last  kweet.  Het  is  natuurlek  mogel^k  (en  waarschijnlijk)  dat  hij  een  geheimen 
last  had  waarvan  de  Hollanders  niets  vernamen. 

2  „öhy  belast  mij"  (zoo  luidt  het  translaat  van  den  brief)  „dat  ick  oorloch 
sal  voeren;  dat  doe  ick.  Ghy  belast  mij  dat  ick  mette  dochter  van  Tydoor  niet 
trouwen  soude;  ick  hebbe  het  oock  naar  gelaeten.  Ghij  belast  mij  dat  ick  sorge 
voor  de  nagelen  sal  dragen,  dat  doe  ick  oock,  en  alle  't  geene  wat  ghg  op  m^ 
versocht  hebt,  dat  hebbe  ick  al  te  mael  gedaen.  Maar  van  alle  't  geene  dat  ick 
soo  menich  jaer  op  den  öenerael  versocht  hebbe  en  hebbe  ick  tot  noch  toe  niet 
vernomen:  geen  macht  van  schepen,  geen  wapenen"  enz. 

3  Deze  is  niet  meer  aanwezig. 


&39 

gévangenisse  gestorven ,  een  jonghman  van  goeder  hoope ,  meest  ondei* 
d'onsen  opgevoedt,  ende  die  sich  tot  noch  toe  in  den  oorlogh  naer 
vermoogen  altijt  heeft  gequeten ,  jegenwoordich  getrouwt  hebbende  de 
dochter  van  de  huysvrouw  des  Conincx  Hamsia    . 

Malleyo  op  Tematen  adj.  6ea  April  a"*  1633. 


LVII.    Artns  Gysels,  gouverneur    van   Ambon,   aan 
den  Gouv.-Gen.  Hendrik  Brouwer,  25  Mei  1633. 


Ijn  Ed.  verscheyde  missiven  in  dato  10  Nov.  per  Mocha,  die 
vanden  12  dito  met  d'  Hr  Commandeur  Adriaen  Antonisz  per  de 
schepen  de  Leuwinne,  Medemblick,  Coutchin  ende  d'  Brack,  die  van 
den  6  Jano  per  t'  oorloch  schip  Buren ,  Grootenbroeck ,  Diemen  ende 
Macau  onder  't  commando  van  den  Hr  Adv.  fiscaal  van  den  Heuvel  ^ 
syn  ons  tijdelijck  geworden 

Ed.  Heer,  't  is  sulcx  dat  wij  volgens  sgn  Ed.  gegeven  ordre  op 
de  plaetsen  Erang,  Houlong,  Noela  Touwa  ende  Tabmalo  de  de- 
structie der  nagelen  ende  andere  vruchtdragende  bomen  hebben  be- 
ginnen te  effectueeren  voor  soo  veel  Godes  weer  ende  wint  heeft  willen 
toelaten.  Als  oock  sijn  voor  datum  de  Negriè'n  Massavooy  opt  eylant 
Manipa,  de  stercke  negrij  Kelang  opt  eylant  Kelang  ende  de  negry 
Erang  op  Ceram  in  de  assche  geleyt  in  ende  voor  deselve  negryen 
veel  vaertuyg,  soo  correcorren,  orangbais  ende  ontelbare  menichte 
kleene  prauwen,  verbrand  ende  in  stucken  geslagen,  tot  groote  dis- 
commoditeyt  van  de  inwoonders,  ende  boven  dien  op  Massavoy  2 
joncquen  2  op  Kelang,  2  op  Hattibouty  ende  3  op  Erang  gesloopt, 
verbrand  ende  onbequaam  gemaackt  ende  goede  partij  nagelen  door 
onse  Amboinesen  becomen  boven  de  gene  die  door  d'  onse  in  de 
rivier  van  Massavoy  sgn  gesmeten,  soo  dat  wij  in  desen  hoeck  naer 
ons  oordeel  soo  ontsacheiyck  huys  hebben  gehouden  als  eenichsints 
mogelijck  was  ende  de  tyt  lijden  mocht 

In  somma  t'  is  sulx  dat  wij  op  gemelte  plaetsen  wel  5000  grote 


1    Naar   Amboii)   Banda   en   de  Molakken  gezonden  als  commissaris  van  on- 
derzoek naar  den  staat  der  forten,  kantoren  enz. 


240 

üagelbomen  hebben  omgehouwen  behalven  de  ontelbare  cléyne.  Item 
8  a  900  notenboomen,  500  kocusboomen  op  out  Erang  ende  groote 
quantiteyt  ander  vruchtdragent  hout.  Echter  beeld  ick  my  in,  dat 
aen  de  ander  syd  van  de  berch  voornoemt  omtrent  de  negris  daar 
wQ  door  hare  steylte  ende  starcte  niet  en  hebben  connen  comen, 
noch  wel  soo  veel  hoornen  sgn  gebleven ,  daer  oock  beswaarlyck  ende 
niet  sonder  groote  bloetstortinge  bij  te  comen  Bal  wesen 

Dit  hier  voren  verhaalt  op  gemelte  plaetsen  verricht  wesende  hebben 
ons  beginnen  te  prepareren  tot  de  Ceramlautse  tocht  ^ 


lijn  Ed.  sal  naa  alle  apparentie  grootelijcx  verwondert  sgndatsoo 
weynich  vruchten  van  de  Alfoeresen  sgn  voortgecomen.  Wat  aengaet 
die  van  Radja  Salauw,  sijn  niet  gemoeyt  door  dien  dat  verre  van 
desen  hoeck  gelegen  sijn  ende  wel  14  dagen  door  het  bosch  souden 
moeten  marcheeren  ende  ter  oorsaake  dat  de  Ihaësen  haer  gansch 
tot  den  vrede  genegen  tonen ,  sulcx  sy  metter  daet  hebben  doen  blykeu 
ende  onse  verloopene  wederom  gerestitueert,  sodat  gemelten  Salauw 
in  desen ,  daer  hy  wel  naest  gelegen  is ,  niet  en  hebben  behoeven  te 
employeren 

Wat  aengaet  Eadja  Sammit,  die  was  int  hart  van  sQn  duyveljagerij, 
doch  beloofde  dat  naer  eenige  dagen  souw  verschijnen,  gelyck  ons 
naer  dato  voor  Erang  door  die  van  Oma  gerapporteert  wiert,  dat  hij 
op  Toulalie  bij  Cammarie  met  300  man  was  gecomen,  maer  hebben 
noyt  connen  vernemen  dat  hij  omtrent  Assahoudy ,  daer  hy  bescheyden 
was ,  geweest  is.  D'oorsaack  sullen  hier  nae  comen  te  verstaen ,  doch 
en  hebben  ons  noyt  in  dat  gewest  op  sijne  macht  verlaten,  door 
oorsaack  der  ongelegen  wegen  ende  moeyelyckgebercht,  ende  alhoewel 
sy  ons  voor  Olisivas  houden  ende  genegen  tonen,  soo  en  vertrouwen 
sy  ons  mijns  oordeeis  soo  veel  niet  dat  met  onse  schepen  over  see 
souden  willen,  sulcx  sy  gemeenlijck  sullen  excuseeren  met  de  see, 
dat  wel  eensdeels  syn  reden  heeft  ende  te  gelooven  is,  maer  daer 
en  boven  ist  seeker  dat  haer  alle  onse  quaetwilligen  wys  maakenals 


1  Het  journaal  van  dezen  tocht  is  in  nittreksel  medegedeeld  naer  het  ex. 
van  H  R.  A.  door  H.  Bokemeyer,  Die  Molukken  (Leipzig  1888),  S.  XLII  ff. 
Het  zal  door  mg  worden  uitgegeven  naar  het  ex.  dat  in  Gjsels  bezit  was  met 
afbeeldingen  der  bezochte  plaatsen.  Zie  ook  hierna  bl.  241 ,  v. 


241 

sy  in  ons  vaertuygh  komen  den  eenen  tijt  of  den  anderen  vervoert 
sullen  werden,  dat  altgt  met  die  van  Siauw  bevesticht  wort  endebg 
soodanige  slechte  Inyden  geloof  meriteert.  Soo  yrij  iets  sonders  van 
dit  volck  willen  hebben  so  moeten  by  ieder  Coninek  2  a  SNeerlan- 
ders  geley t  worden  opdat  sij  ons  ende  wij  haer  beter  leeren  kennen. 
De  Coninek  van  Sesoulouw  heeft  mijn  ongevaer  een  maent  voor 
't  arrivetnent  der  schepen  door  eenige  Orangquais ,  door  my  derwaerts 
gesonden,  laten  weten  dat  tusschen  haer,  den  Qaimelaha  ende  die 
van  Hoeion  Tabinaly  de  vrede  was  gemaackt,  doch  dat  ick  daerom 
niet  en  souw  laten  mijn  devoir  te  doen;  hy  sonde  sich  alsdan  oock 
laten  vinden,  tot  welcken  eynde  hij  mij  sijne  siawat  (sic)  tot  een 
belofte  sond  met  een  armteecken  van  rottingh,  volgens  hare  wljse, 
seggende  te  willen  persisteeren  bij  syne  oude  belofte.  Daer  op  heb 
doen  weeten  dat  haer  op  soo  een  tijt  omtrent  Assahondy  souden  laten 
vinden.  Op  Erangh  comende  verstonden  van  twee  gevangenen  van 
Lissidy,  so  sij  seyden,  dat  de  Quimelaha  met  Sesoulouw  ende  Calla- 
mony  was  geaccordeert  ende  dat  de  Quimelaha  tot  sgne  verseekeringe 
de  principaelste  Orangquais  bij  hem  had.  Item  dat  van  BonO;  Assa- 
houdy  ende  de  plaetsen  daer  omtrent  als  oock  uyt  de  bocht  van 
Caybobo  veel  volck  lach,  doch  wisten  niet  tot  wat  eynde,  ten  waer 
tegens  d'  andere  boeren,  daer  gesonden  waeren,  so  dat  ons  een  be- 
dencken  gaf  of  tegen  Sesoulouw  gesonden  waren  ende  of  den  Quime- 
laha iets  ontdect  was.  In  somma  't  is  sulcx  dat  wij  niemant  van  de 
gemelte  boeren  vernomen  hebben.  Ick  heb  altijt  vrees  gehad,  dat  de 
Quimelaha  op  dese  saack  niet  en  souw  slapen,  maar  alle  middelen 
int  werck  stellen  om  haer  van  ons  te  diverteren.  Dat  de  Quimelaha 
pertg  boeren  op  Way  heeft  gehad  *  is  seecker ;  daer  wort  oock  geseyt 
dat  Callamonie  daer  selfs  present  is  geweest,  soodat  de  Quimelaha 
volgens  syne  oude  gewoonte  haer  trouwe  hier  oock  met  christen  bloet 
heeft  doen  bevestigen.  Soo  't  hem  mogelijck  waer,  d'  andere  boeren 
oock  tot  sijn  devotie  te  trecken,  daeraen  en  souw  hij  geen  costen 
spaaren,  doch  hoop  sulcx  voor  te  comen,  want  'et  seecker  is,  dat 
door  dese  boeren  grote  dienst  te  wachten  staet  ende  blyf  noch  van 
advis,  dat  sy  metter  tijt  daer  toe  te  brengen  sullen  wesen.    .    .    . 


1     Over  *t  voorgevallene  te  Way  zie  het  Journaal  boven  vermeld. 

16 


242 

Met  redelijcke  voorspoet  sgn  wij  God  lof  wel  ter  rede  op  Ceramlant 
gearriveert  alwaer  die  vant  land  al  over  5  dagen  van  onse  comste 
waren  gewaerschonwt.  Wat  daer  van  tijt  tot  tyt  is  gepasseert  sal  sgn 
Ed.  int  brede  ayt'et  dagjonrnael  konnen  verstaen.   Wij  hebben  den 
stant  van   Ceramlant  gansch  anders  bevonden   als  ons  deselve  bg 
verscheyde  is  afgemaelt,  soo  dat  dese  plaets  naer  waerheyt  gesprooken 
geen  cat  is  geweest  sonder  handschoenen  aen  te  tasten.  Uyt  de  prin- 
cipaelste   negrie   Killiwaron   genaemt  waren  9  stacx  corcorren  naer 
Onrin  ende  Botey  vertrocken  om  de  vast  masoy  ende  slaven  voorde 
vreemdelingen  te  procureren;  sonder  dat  mochten  wg  naer  apperentie 
wel  swaerder  rescontre  gevonden  hebben ,  maer  wert  'et  fort  van  dese 
inwoonderS)  dat  wel  soo  groot  was,  datter  Amboyna  in  staen  sonw, 
door  haer  verlaten.  De  mnren  desselfs  waren  10  a  11  voet  breet  ende 
18  a  19  hooch  met  een  beqname  borstwering  ende  sommige  flancken , 
van   binnen   vol   schoone  hnysen.   Oelycke  plaats  lach  noch  een  op 
deselve  plaet,  dicht  onder  t  eylant,  daer  de  inwoonders  oock  nytge- 
vlucht  waren.   Drie  dagen  naer  dato,  dat  wij  den  voet  op  het  lant 
stelden ,  hebben  wi)  den  v^ant  uyt  drie  negrien  ende  stercten  leggende 
aen  de  S.  W.  sijde  van  de  haven  gejaacht,  naar  dat  eenige  schooten 
met  canon  bres  geschooten  was,  waar  nyt  sy  met  pranwen  aen  de 
oversijde   vluchten,   doch   wert  des  selven  daechs  door  onse  Amboi- 
nesen,  voornamentlijck  de  Uliassers,  veel  van  haer  goet  gerooft,dat 
binnen   de   haven  onder  den  voet  van  haer  joncxte  stercte  in  corre- 
corren,  orangbais  ende  pranwen  gereet  lach,  ick  dencke  om  snachts 
door  onse  besettinge  te  breecken.  Op  gemelte  plaetse  vonden  wg  seven 
Javaense  joncqnen ,  een  van  Macassar  ende  noch  twee  aen  de  enst 
van  Ceram  tasschen  Keffing  ende  Goalogoello;  item  een  champan  met 
nagelen   die  daer  door    een  Orangquay   Abdnrachman   van  Loehoe 
gebracht  s^as.  Alle  welcke  vreemdelingen  haar  bij  d'  inwoonders  op 
hare  gemelte  stercte  vervouchden.    Des  selfden  daechs  versochten  sy 
accoort,   met  presentatie  ons   't  land  op  te  dragen  ende  onderdanen 
van  onsen  staat  te  wesen.  Waarop  wij  begeerden  dat  sQ  haer  vrouwen 
ende  kinderen  souden  afsenden  sulcx  sij  .beloofden;  maer  naer  dato 
excuseerden  dat  haer  het  afcomen  door  de  vremdelingen  belet  wiert, 
die  haer  •  dreychden   te  vermoorden  ende  amock  te  spelen.   Daer  op 
wg  resolveerden  't  geschut  boven  op  onse  veroverde  stercte  te  brengen 
ende  haer  alsoo  met'et  selve  te  dwingen  ende  door  vreese  int  bosch 


243 

te  doen  retireren,  sulcx  oock  geschiet  iS;  alsoo  d'  Amboinesen  ver- 
claart  hebben  254  gevangenen  becomen  hadden  ende  wel 50 hoofden, 
behalven  die  gene  die  sy  de  hoofden  niet  afgehouwen  hadden.  Eyn- 
delijck  hebben  goet  gevonden  alsoo  ons  gerapporteert  wiert  door  som- 
mige gevangenen  dat  de  plaetse  achter  vlack  was  ende  niet  sterck, 
deselve  te  gaen  besichtigen.  Sulcx  geschiet  is  in  voegen  dat  de  arrier- 
guarde  eenige  rescontre  buyten  haere  wercken  vonden,  die  te  rugge 
in  deselve  wierden  gedreven,  daer  op  door  d'onse  soo  geweldich 
gedrongen  wiert  dat  dateiyck  onder  de  muren  raacten  ende  alsoo  de 
rest  oock  aen  den  dans  quamen ,  in  voegen  dat  eenen  langen  ty t  seer 
heftich  gevochten  wiert  ende  wij  in  de^  136  gequetsten  cregen ,  3  a  4 
doden,  soodat  genootsaact  waren  met  goede  ordre  te  retireren. 

Des  anderen  daegs  deden  weerom  vuyr  geven  ende  maecten  den 
boehae  van  ons  fort  tothet  haer,  een  brugge  te  maaken  om  haer  alsoo 
onder  t  gewelt  van  ons  geschut  wederom  te  comen  besoecken,  doch 
was  van  dien  kant  seer  weynich  kans  om  't  volck  te  landen,  waer 
door  wederom  in  bespreek  geraact  syn,  in  voegen  alsoo  wel  sagen 
dat  de  luyden  a  la  desperado  wilden  vechten  ende  liever  de  doot 
souden  gecosen  hebben  als  van  haar  lant  te  willen  gaen,  daer  wQ 
haer  oock  seer  beswaerlijck  souden  hebben  connen  toebrengen  alsoo 
't  land  ongeiyck  grooter  is  dan  men  ons  wel  wijs  gemaact  heeft, 
wesende  vol  bergen  ende  dalen  met  sagouwbosch  ende  caja  [kajoe] 
mangi  mangi.  Soo  hebben  wij  haar  een  eysch  gedaen  van  50  ®  gout 
ende  200  stucx  slaven,  sulcx  sij  datelijck  accepteerden  met  de  op- 
dracht van  haer  land ,  haer  seer  ontschuldigende  dat  noyt  tegens  ons 
geopposeert  hadden,  doch  om  met  ons  in  vrede  te  leven  soo  wilden 
sij  onsen  eysch  presteren  ende  als  onderdanen  van  onsen  staet  blijven 
met  grote  ende  hoge  beloften  van  trouwe  etc.  lek  geloof  dat  deselve 
luyden  gemeent  hebben,  dat  wij  tails  geeyscht  hebben  want  wij  maar 
tot  de  helft  van  de  betalinge  hebben  connen  comen,  die  met  sooda- 
nige  moeyte  door  hulp  der  Oranquays  van  Keflfing  uy t  haer  getrocken 
is,  dat  meer  dan  8  dagen  daer  met  besich  sijn  geweest.  Sij  versochten 
int  bosch  te  mogen  gaen  om  haer  slaven  te  soucken  daer  sij  in  plaets 
van  de  selve  geraamt  van  dode  lichamen  hebben  gevonden,  soodat 
van  elcx  maer  de  helft  hebben  connen  betalen  daer  voor  die  van 
Keffing  ende  Ourin,  wesende  Olisivas,  met  haere  negries  haer  ver- 
binden ende  beloven  't  restant  met  ten  eersten  te  voldoen  ende  in  te 


244 

vorderen;  sulcx  sij  seggen  wanneer  de  correcorren  thnys  comen  betaelt 
ende  door  haer  aen  't  Gasteel  gebracht  sal  werden.  SQ  hebben  eenige 
accorde  met  ons  willen  aengaen  ende  een  geteeckent  accort  ende  con- 
tract van  ons  begeert,  daer  in  niet  en  hebben  willen  treden  voor  syn 
Ed.  naerder  ordre.  Wat  de  plaets  aengaet  ende  d'  apparente  handel 
aldaer,  sullen  hier  nae  breeder  van  adviseeren,  opdat  Syn  Ed.  daer 
uyt  soodanige  ordre  can  stellen  als  sQn  Ed.  sal  welgevallen.  Echter 
ist  sulcx,  dat  myns  oordeels  Banda  ende  Amboyna  aen  gemelte  plaatse 

ten  hoochsten  gelegen  is     .... •     .     • 

tWas  die  van  Keffing  gansch  wel  na  de  sin,  dat  dese Olilimas  so 
vemestelt  waren.  Deselve  Keffingers  hebben  ons  ter  plaetse  voornoemt 
grote  dienst  gedaen,  die  oock  eenige  Orangquais  van  hare  cleene 
negrg  hebben  doen  compareren  ende  belooft  alle  trouwe  aen  t  fort 
te  bewijsen.  Sij  hebben  ons  alle  hare  negries  opgegeven,  soe  aen  de 
seecant  als  in  't  geberchte,  die  door  vreese  der  Hongie  alle  gevlucht 
waren.  Keffing  leyt  recht  over  Ceramlaut  opeen  plaet  of  gansch  vlack 
eylantjen  vant  groot  eylant  Ceram  afgesepareert ;  de  negrie  is  beslooten 
met  een  bequamen  muur  ende  op  de  vier  houcken  met  bolwercken, 
daer  uyt  sij  groot  gewelt  souden  connen  doen,  soo  dat  dese  luyden 
een  ander  leven  leyen  als  in  dese  quartieren  van  Amboina  gedaen 
wort.  Sg  klagen  seer  over  den  Tidorees,  die  haer  jaerlijcx  comt  be- 
soecken;  die  van  Goulogoella  seggen  sy  onder  haer  te  staen,  die  haer 
oock  in  voegen  als  voren  gefortificeert  hadden,  doch  alte  samen  int 
bosch  gevlucht  ende  voor  ons  niet  te  vinden;  derhalven  aen  die  van 
Keffing  ende  Ourin  belasten,  dat  sy  onse  gevangenen  wederom  pro- 
cureren  ende  aen  't  fort  brengen  sullen ,  of  dat  ick  haer  eens  op  haer 
onversienst  bi)  sal  comen,  waer  toe  sy  belooft  hebben  haer  devoir 
te  doen  ende  sorch  te  sullen  dragen  dat  niemant  van  Ceram  op  eenige 
onse  plaetsen  sullen  rooven.  Eenige  ander  negries  van  Oerin  tot  Quil- 
lemouri,  Quillebon,  wesende  Olilimas,  die  oock  alle  gevlucht  waren 
ende  maer  een  perty  sagouw  ende  ververschinge  op  het  strant  of  in 
hare  tempels  gelaten  hadden,  heb  ick  van  den  brand  geexcnseert  ende 
die  van  Keffing  belast,  dat  haer  met  souden  brengen.  Sulcx  geschie- 
dende hebben  wy  de  gansche  cust  van  Ceram  suyver  tot  Caybobo, 
uytgesondert  die  van  Latohaloy,  die  ronduyt  seggen  met  ons  niette 
willen  pangayen  maer  wel  als't  Captn  Hito  belast  ende  anders  niet. 
Hoe    geluckig  souden   d'  eylanden  van  Banda  ende  Amboina  wesen 


245 

800  deselve  soo  gehouden  wierden,  waer  door  altyt verseekert souden 
wesen  van  een  goede  brootkamer  ende  een  goeden  troost  voor  de 
malareuse  negotianten  van  Banda 

't  Is  seecker  ende  warachtich  dat  de  Quimelaha  sedert  ons  uytwesen 
veel  quaets  heeft  gedaen  ende  op  verscheyde  plaetsen  tot  6  a  68 
personen  soo  dootgeslagen  als  met  genomen  heeft 

Op  Ceram  bequamen  schr^vens  van  Monsr  Huift,  gelijck  ons  hier 
op  Amboina  comende  geaflSrmeert  wiert,  dat  de  20  verwachte  joncquen 
op  Boero,  Manipa  ende  Eelang  waren  gearriveert  ende  van  deselve 
eenich  goet  op  Cambello  was  gebracht,  sulcx  dat  wy  dien  aengaende 
ende  in  onse  opinie  gans  bedroogen  sljn  geweest  ende  sij  ons  op  ons 
swackst  1  waergenomen  hebben ,  daertoe  den  Quimelaha  apparent  op 
het  W:  eynde  van  Boero  wacht  heeft  doen  houden,  soodat  ons  het 
tweede  quaad  voor  handen  staat  ende  geresolveert  sgn  so  wanneer 
ons  volck  wat  gerust  hebben  ende  de  siecken  verquict  sQn,  te  sien 
wat  ons  tegens  haer  te  doen  staet,  daertoe  ons  God  Almachtich  een 
goede  uytcomst  wil  verleenen.  Wij  en  konnen  volgens  opgenomen 
notitie  jegenwoordig  soo  int  fort  als  op  de  schepen  niet  meer  als 
297  cloucke  soldaten  uytmaaken;  boven  dat  sijn  de  schepen  soo 
sober  versien ,  dat  meest  alle  deselve  in  de  kaye  leggen  of  onbe- 
quaam  sijn.  Het  staat  gansch  te  bevreesen  dat  ons  dese  gemelde 
Macassaren  eenige  nagelen  sullen  vervoeren,  sulcx  seer  licht  voor- 
gecomen  waer  geweest  so  men  ons  behoorleek  met  contant  versien 
hadde   

Sljn  Ed:  recommandeert  ons  ten  hoochsten  ende  seyt  dat  de 
Gompie  ongelijck  meerder  dienst  sal  geschieden  met'et  vervoeren  der 
nagelen  te  beletten  dan  dat  Bij  selver  groote  pértyen  becomen.  Over 
dese  remedie  heb  ick  menichmael  in  bedencken  geweest,  dat'et  een 
vremt  maxime  is  de  nagelen  selver  niet  te  begeeren  of  [noch]  te 
willen  dat  door  andere  genoten  worden.  Derhalven  seg  ick  noch- 
maels  dat  om  sulcx  ganscheiyck  te  weeren  geen  middel  en  sij ,  ten 
waer  dat  ons  naer  den  ontfanck  des  selfs  voogden  of  deselve  trachten 
te  raseren,  al  souw  er  noch  hondert  mael  geoordeelt  worden  dat'et 
ondoeniyck  is 

Actum  Amboyna  int  Gasteel  ady  25  May  A^  1633 


1    Z^  keerden  met  veel  zieken  van  Ceramlant  temg. 


246 


LVIII.    Artus  Gysels,  gouverneur  van  Ambon.  aan  den 
Gouv.-Gen.  Hendrik  Brouwer,  12  Juni  1633. 


In  de  bocht  van  Caybobo  heeft  de  Quimelaha  grote  verandering 
gedaen.  Drie  a  4  van  de  negries  naest  gelegen  heeft  hij  by  sich  op 
Lusiella  getrocken  ende  drie  a  4  op  Lockie.  Vorder  hebben  sy  door 
vreese  dat  wy  daer  oock  eenmael  komen  sullen  alle  de  wegen  tot 
haer  negries  ende  nagelbomen  onb^ruyckeiyck  gemaeckt  dewelcke, 
80  mij  bericht  wort,  gansch  verre  in  't  lant  leggen  ende  't  sedert 
de  vorige  destructie  geene  nagelbomen  door  haer  omtrent  het  strand 
geplant  syn    .     . .     . 

wy  syn  in  immer  so  grote  verwondering  als  SynEd.  ten  aensien 
der  grote  ende  geleden  schade,  die  de  vremdelingen  soo  in  goet  als 
vaertnygh  hebben  geleden,  dat  sy  echter  wederom  comen.  Dat  hare 
profyten  so  groot  syn  als  wel  gemeent  wort  kan  ick  niet  wel  be- 
vroeden, ten  aensien  dat  slj  alle  de  cleden  verr  over  de  marct  geven 
ende  2  realen  voort  barot  nagelen  betalen,  ten  waer  dat  sy  vanden 
bhaar  4  a  500  realen  connen  maaken.  Sonder  sulcx  mogen  sy  qua- 
lyck  behouden  blyven  want  'et  vaertuyg  dat  sy  hier  nieuw  moeten 
koopen  seer  kosteUjck  valt  ende  bovendien  noch  veel  andere  be- 
hoeften van  node  hebbén.  Doch  't  is  sulcx,  gelyck  Syn  Ed:  wel 
seyt,  dat  de  nagelsouckende  Portugesen,  Engelsen,  Deenen  ende 
andere  daertoe  genouch  aenporren  sullen  ende  al  ist  schoon  soo, 
dat  sy  eenige  intrest  lyden,  door  haar  van  tyt  tot  tyt  op  hoope  van 
eenmaal  een  geluckige  voyagie  te  doen  geport  ende  aengemaant 
worden.  Dese  vremdelingen  bevinden  wy  meest  al  Manacabers  ^y  Ma- 
leyers  ende  de  minsten  Macassaren  te  syn.  Syn  Ëd:  en  gelieft 
niet  te  geloven  dat  alle  de  nagelen  die  in  Macasser  gebracht 
worden  eeniyck  uyt  Amboyna  comen,  maer  staet  vasteiyck  te  ge- 
loven dat  deselve  uyt  de  Molucques  oock  derrewaerts  gebracht 
worden  ende  dienvolgende  soo  een  massa  uytbrengen;  echter  ist 
sulcx   dat  'et  ran  hier  niet  dan  te  veel  geschiet,  dat  ick  qualyck 


1  De  nachoda^s  dier  vaartuigen  noemden  zich  zoo,  biykens  een  l^st  yanyer- 
overde  jonken.  Men  weet  dat  de  Fortugeezen  dien  naam  gaven  aan  de  inlanders 
van  't  schiereiland  Malaka. 


247 

weet  te  weeren  door  oorsaack  der  menichvuldige  gelegentheden , 
sowel  op  Ceram  als  de  naburige  eylanden.  Het  heeft  gebleecken 
dat  de  Loehesen,  ja  de  principaelste  Orangquais,  hare  nagelen  selver 
op  Ceramlaut  hebben  gebracht  sulcx  ick  vastelijck  geloof,  die  van 
Hittoe  t  voorleden  jaar  oock  hebben  gedaen  sodat  sij  al  te  samen 
met  een  sop  overgoten  sgn 

So  men  van  dit  jaer  van  ons  niet  t^  veel  en  begeert  hadde  ende 
te  verre  gesonden,  daer  soud  apparent  meer  verricht  sijn  geweest. 
Derhalven  sal  dese  middel  onder  correctie  de  beste  ende  geassu- 
reerdste  sijn  ende  so  S^n  Ed:  voornemens  is  te  persisteeren ,  so 
dienen  w^  in  toecomende  met  clouck  ende  meerder  volck  versien  ende 
souden  oock  gansch  vriendelyck  versoecken  dat  in  onse  ende  des 
Raets  liber  dispositie  gestelt  wiert  waer  dat  wij  den  vQant  den 
meesten  af  breuck  sullen  doen  also  d'occasien  dickmaels  waergenomen 
dienen 

Het  principaelste  ende  swaerste  is,  dat  'et  ons  aen  gidjes  ende 
goede  swarte  soldaten  gebreect,  die  haer  int  bos  beter  weten  te 
redden  als  de  Nederlanders,  die  met  haer  sware  musquets,  bande- 
liers ende  lang  sijdgeweer  datelijck  verlegen  sijn,  dienvolgende  op 
de  wegen  voor  doot  blijven  leggen  sulcx  in  de  corte  tyt  ondervonden 

hebben .     Wegens   't   point   van   Iha  ' , 

daer  op  hebben  Sijn  Ed:  in  onse  vooi^aende  gedient ;  't  is  ons  voor 
desemaal  dienstich  ende  nodich  geweest  met  haer  in  vrede  te  leven, 
daer  in  Bij  haer  tot  noch  toe  wel  gedragen  hebben,  ende  soo  mg 
van  twee  schoolmeesters  gerefereert  wert,  hebben  ons  d'Ihaësen 
wegens  des  Quimelahas  aenslagen  op  sommige  plaetsen  in  de  Uly- 
assers  gewaarschout.  800  wij  met  haer  in  oorloch  gebleven  waren 
wy  en  souden  niet  één  correcor  of  Amboinees,  veel  min  soldaten  uyt 
deselve  quartieren  hebben  connen  trecken  sulcx  niet  vremt  is,  want 
een  yder  weet  hoe  dangereus  dat  het  is  den  oorlog  op  sQn  bodem 
te  hebben,  te  meer  als  men  andere  vganden  daer  buyten  wil  gaen 
besoucken,  sulcx  by  ons  geschieden  most.  Derhalven  is  ons  de  vrede 
in  dese  gelegentheyt  vorderlijker  geweest  als  de  oorloch,  doch  in 
toecomende  sullen  ons  van  sQn  Ed:  ample  voorslagen  connen  dienen 


1    GtouY,  Gen.  en  Baden  hadden  gewild  dat  h^  den  aanslag  op  Ihamahoe  zon 
hervatten. 


248 

ende  sulcx    doen    als    ten    meesten   dienst   der   Compie   vereyscht 

wort lek   en   can   alsnoch  niet  sien  dat  de 

borgeren  van  Amboyna  eenich  vordeel  voor  de  Compie  geven,  maer 
eer   soad   't  nadeel  bewesen  worden,   t  Is  seecker  dat  met  de  ver- 
delen die  sy  van  de  Compie  trecken  noch  eens  so-  veel  soldaten  voor 
de  qnantiteyt   der  burgeren  gehouden  souden  worden,  te  meer  soo 
wij  rantsoen  als  nu  geschiet  is,  aen  haer  moeten  geven,  wanneer  in 
onse  absentie  ende  uytwesen  't  fort  moeten  bewaren.  Het  sijn  oieest 
al  een  hoop  Borachios  ende  gedebaucheerde  menschen.   Wat  vordeel 
is  ons  van  sulcke  te  verwachten  ?  Bovendien  moeten  de  Compie  die- 
naers  desulcke  onderhouden  ende  voor  'tgene  dat  van  doen  hebben, 
in  plaets  dat  de  Comp.  75  cent  per   cent  betaelt,  haer  driemael  soo 
veel  geven.   Ende   dat   wy   meenen   't  guarnisoen  in  Amboyna  door 
haer   te   verlichten,   ducht   ick   dat    door  niemant  die  in  Indien  is, 
beleeft   sal   worden.   Sodat   mij   onder  correctie   best  dunkt  dat  'et 
vordelijker   voor   de  Compie  waer,  dat  niewers  als  in  Batavia  ende 
Banda  vryeluyden  gehouden  wierden.  De  cleeden  worden  dickmaels 
door   haer  op  de  comptoiren  onderstallig  gemaackt,  waerdoor  eenige 
misverstanden   oock   onder    d'inwoonderen    ontstaen.    In   Banda    ist 
een   heel   ander   werck;   daer  en  hebben  wy   met  niemant  te  doen 
als  met  degene  [die]  onder  ons  commandement  staen  .     .     ^    .     .     . 
Actum  Amboina  desen  12  Juny  a®  1633. 

[Behalve  deze  brieven  zQn  er  nog  drie  door  Oysels  in  dit  jaar  aan 
den  Ö.-G.  geschreven,  maar  't  voornaamste  wat  daarin  voorkomt, 
ook  veel  van  wat  ik  uit  de  voorgaande  brieven  wegliet,  heeft  Valentyn 
reeds  medegedeeld.  Somtijds  is  zQn  verhaal  wel  wat  verward.  Zoo 
zegt  hg  dat  op  den  tocht  naar  Assahoedi  (October  1633)  die  plaats 
nauw  besloten  werd.  Assahoedi  was  echter  verlaten  toen  Gyselsdaar 
aankwam  en  werd  geheel  door  hem  vernield.  De  inwoners  waren 
naar  Henetello  in  't  gebergte  gevlucht,  op  een  hooge  rots  gelegen, 
waar  zfl  dapper  weerstand  boden  en  hulp  ontvingen  van  Eimelaha 
Loehoe  en  die  van  Bano,  zoodat  Gysels  weder  moest  aftrekken. 

Ook  voor  de  gebeurtenissen  op  de  Ambonsche  eilanden  in  1634 
kan  ik  in  hoofdzaak  volstaan  met  naar  Valentijn  te  verwezen,  aan 
wiens  verhaal  de  brieven  van  A.  Gysels  en  van  zQn  tijdeiyken  op- 
volger A.  van  den  Heuvel  ten  grondslag  liggen.  Ik  heb  weinig  onnanw- 


249 

kenrigheden  in  dat  verhaal  aangetroffen.  De  voornaamste  is  deze. 
Als  hij  zegt  (blz.  100)  dat  de  Sadaha  van  de  Compagnie  in  't  alge- 
meen terng  eischte  wat  den  koning  van  Ternate  toekwam,  voegt hy 
er  aan  toe:  //waarop  de  Ambonsche  Orangkaja's  op  Hitoe  hem 
bespottende  en  uitlachende,  vlak  uit  zeiden  dat  zy  noit  onder  zQn 
Koning  gestaan  hadden//.  Van  den  Heuvel  echter  schrijft  (30  Mei 
1634)  «"Dewgl  alle  onse  Orangquajas  van  de  Camer  ^  daer 
present  waren  hebbe  in  sijn  presentie  yder  afgevraecht  of  oock  oyt 
onder  den  Ternataen  gestaen  hebben,  daer  op  hem  bewesen  is  dat 
de  Portugesen  vóór  de  comste  der  Hollanders  bij  de  tseventich  jaren 
het  lant  van  Amboina  beseten  ende  noyt  onder  den  Ternataan  gestaan 
hadden ,  dat  in  [vóór]  200  jaren  die  van  de  eylanden  den  Ternataen 
nietgekent  en  hadden  voor  haerconing,  ende  dat  het  een  slechte  saack 
soude  wesen  haer  onder  sodanigen  Coningh  te  begeven  die  noch  nae 
haer  omgesien  hadde,  nochte  haer  beschermen  conde;  't  was  een  lust 
om  hooren  hoe  treffelijck  de  voorsz.  eylanders  haer  verantwoorden 
connen,  ende  men  most  lacchen  als  men  sach  hoe  seer  sy  haer- 
lieden  veracht  hielden,  dat  den  Sadaha  haer  [dat  is  degenen  die  onder 
't  Kasteel  stonden]  als  des  conincx  van  Ternate  onderdanen  wederom 
eyschte ,  want  in  't  secreet  quamen  my  vragen  of  ick  haerlieden  con- 
sent wilde  geven  dat  den  Sadaha  met  al  sijn  volck  op  eten  mochten ; 
sQ  hadden  haer  handen  daerop  al  schoon  gemaeckt//.  Dit  laatste 
klinkt  zonderling.  Misschien  waren  het  hoofden  van  Noesa  laoet  die 
dit  aanboden;  deze  waren  toen  nog  als  menscheneters  bekend.  —  Zie 
verder  de  drie  volgende  stukken.] 


LIX.    H a  m  z  a ,  Sultan  van  Ternate  aan  den  G.-G.  Hendrik 
Brouwer,  11  Juli  1634. 

Ghij  hebt  mg  belast  dat  ick  den  oorloogh  jegens  den  Spanyaert 
ende  Tydorees  soude  voeren ,  't  houwelijck  mette  dochter  van  Tydoor 
staecken,  't  havenen,  plucken  ende  leveren  der  nagelen  versorgen 
ende  d'  onheylen  in  de  quartieren  van  Amboynasien  needer  te  leggen; 


1    Dat  is:  die  onder  ^t  Kasteel  staai). 


250 

't  selve  hebbe  ick  van  mijoe  sijde  t'eenemael  voldaen.  Soo  ÜEdt  hoort 
dat  ick  mette  Tydoreesen  spraecke  boude,  sulcx  is  waer,  maer 
daer  toe  zijn  dese  oorsaecken  geweest;  't  gebeele  eylants  volck  op 
Tydoor  verwierpen  baren  ouden  Coninck  ende  verkooren  eenen 
nieuwen,  dien  sij  zeyden  de  recbte  erffgenaem  van  de  croone  te 
weesen.  En  als  doen  bQ  my  bier  op  Ternaten  was  genoemt  Kitcbil 
Gorontale  ende  alsoo  de  Tydoreesen  op  mij  versoebten  dat  ick  hun 
gemelte  Kitcbil  Gorontale  tot  baren  Coninck  soude  willen  laten 
volgen,  hebbe  ick  den  President  *  sulckx  te  kennen  gegeven  ende 
met  goetvindinge  van  mijne  Overicbeden  bem  voorts  naer  Tydoor 
gesonden,  daer  bij  voor  Coninck  aengenoomen  is,  uitgesondert  van 
de  Soasives  die  bet  nocb  metten  ouden  Coninck  bielden.  Maer  nu  zijn 
deselve  al  meest  bij  den  nieuwen  Coninck  overgecomen.  Dit  is  de 
oorsaecke,  dat  ick  mette  Tydoreesen  spraecke  gebonden  bebbe,  doch 
t  geene  door  mij  met  deselve  verbandelt  ende  oock  de  conditie  die 
van  baerder  syde  mij  aengebooden  is  bebbe  aen  d'  Heer  President 
altijt  laten  weten,  soodat  ick  jegenwoordicb  maer  alleeniyck  na  de 
macht  wachte,  die  ÜEdt  sal  gelieven  herwaert  te  senden,  t  welck 
wel  in  tyts  dient  te  commen  op  dat  den  Spanyaert  syn  secours  niet 
voor  het  Uwe  bier  en  compt  te  verscbynen,  Maer  hoe  gaet  dit  toe? 
Ter  compste  van  den  Heer  Commissaris  van  den  Heuvel  ende  Presi- 
dent Ottens  wiert  in  presentie  van  d'  Heer  Gouverneur  Lodensteyn 
in  volle  vergaderinge ,  daer  ick  met  myne  Overicheyden  oock  ver- 
scheen, geiyckstemmich  geresolvert  dat  den  Sadaba  met  eencorcorre 
van  bier  naer  de  qüartieren  van  Amboyna  soude  vertrecken  om  de 
vervallen  saecken  aldaer  te  redresseeren ,  soo  dat  ick  naer  't  vertreck 
van  d*  Heer  Commissaris  [en]  Gouverneur  Lodensteyn  naer  Batavia 
den  Sadaba  naer  Amboyna  dispacbeerde,  die.aldaer  ontrent  3  maenden 
int  gouverno  vand'  Heer  Gbysels  getardeert  hebbende,  d'  Heer  Com- 
missaris bejegent  heeft ,  dewelcke  zoo  baest  't  gouvernement  ontvangen 
hadde  den  Sadaba  by  bem  ontboot  om  te  resolveren  wat  voor  eerst 
diende  gedaen.  Ende  naerdat  uitte  vergaderinge  gescheyden  waren 
heeft  desen  nieuwen  Gouverneur  ofte  Commissaris  Capiteyn  EUtoe 


1    Johan  Ottens,   vroeger  opperkoopman  op  Ambon,  die  den  Goayemenr  der 
jtfolukken  Gysbert  yan  Lodensteyn  in  Angnstas  1633  was  opgevolgd. 


251 

0 

m 

met  9  zijner  overicheden  verraden  ^ ,  waerdoor  als  na  niet  alleenlijck 
't  eylant  Hitoe  verlooren  is,  maer  oock  die  van  Ceram  en  d' andere 
eylanden  op  de  Hollanders  zoo  gepiqneert.  ende  verbittert  zQn  ge- 
woorden  dat  met  deselve  geen  gemeenschap  meer  begeeren  te  honden ; 
van  alle  twelcke  de  Commissaris  de  eenige  oorsaeeke  is.  Invoegen , 
soo  men  de  saecke  aldaer  weder  op  eenen  goeden  voet  wil  brengen, 
sal  het  noodich  weesen  ick  selfs  in  persoone  derwaerts  vertreck ,  alsoo 
men  door  H  senden  van  eenige  gesanten  mgns  oordeels  niet  sal  connen 
verrichten.  Soo  nu  Uwe  Edt  gelieft  de  qaartieren  van  Amboyna  in 
een  vredigen  standt  te  brengen,  soo  versoeck  ick  dat  ghQ  metten 
eersten  een  goede  macht  van  scheepen  recht  door  sonder  eenige  plaetsen 
aen  te  doen  herwaerts  sent,  soo  om  den  Tydorees  t' onder  te  brengen 
als  om  op  't  Spaens  secours  te  craysen ,  naert  welck  (soo  men  bevindt 
den  Spanjaert  hier  maer  middelmatige  macht  crijght)  ick  alsdan  self 
mette  schepen  naer  Amboyna  vertrecken  en  mgn  uytterste  devoir  aen- 
wenden  zal  om  alles  in  een  vreedigen  staut  te  brengen.  Soo  Gij  der- 
halven mij  voor  u  vrint  hondt  en  mij  gelooff  presteert,  soo  en  houdt 
my  niet  langer  sleepende ,  maer  sent  een  goede  macht  tijdelijck  her- 
waerts. Want  hoe  sal  dit  toegaen  ?  Doen  wij  onsen  staet  alleen  sonder 
de  Hollanders  staende  hielden  floreerden  wij  en  nu  wQ  mette  Hollan- 
ders in  verbont  zyn  wert  ons  lant  ende  volck  van  andre  ingenomen. 
GelQck  den  Macassaer  alreets  Bouton  verovert  ende  Taljabo  affgeloopen 
heeft,  staeter  yets  anders  te  verwachten  als  dat  hij  met  Bouro  ende 
quartieren  van  Amboyna  oock  zal  doorgaen?  Soo  Uwe  Edt  de  Mol- 
lucqes  ende  de  quartieren  van  Amboyna  voor  U  behouden  wilt  soo 
en  paeyt  ons  niet  langer  met  idle  beloften  maer  sent  in  tyts  een 
goede  macht  herwaerts  en  geeft  daer  neffens  last  om  met  mij  tepit- 
saren.  Ick  sal  Uw  officieren  met  goeden  raet  bijstaen,  sal  oock  al 
mgn  macht  neffens  de  Uwe  naer  Amboyna  nemen,  die  qaartieren 
bevreedigen  ende  mgn  revengie  op  den  Maccassaer  gaen  soucken. 
Soo  gij  begeert  dat  wij  vrienden  zQn  soo  compt  dit  mijn  versoeck 
nae,  want  het  heeft  bij  de  voorgaende  coningen  haer  tyden  noyt 
soo  geweest  dat  die  van  Macassaer  het  hooft  hebben  dorven  opsteecken. 
Ick  ben  jegenwoordich  verleegen  en  hebbe  veel  waer  te  nemen.  Soo 


1    Zie  den  volgenden  brief  en  het  uittreksel  nit  dien  van  Gysels  van  1  Jan. 
1636  hierna. 


252 

ghij  mij  niet  helpen  wilt  latet  mij  recht  uyt  mettet  eerste  van  't 
mosson  weten,  lek  en  sal  dan  oock  geen  assistentie  meer  van  U 
verwachten.  Soo  ghg  zeght  dat  ghy  mij  helpen,  wilt  zoo  sent  metter 
haest  een  goede  [macht]  maer  en  paeyt  mij  niet  langer  met  woorden 
gelQck  gij  tot  na  toe  heht  gedaen,  want  soo  des  Prinsen  goet  hier 
in  de  Molucques  comt  verlooren  te  gaen,  lek  wilder  mij  vrg  van 
houden.  Godt  heware  Uwe  Ëdt  lange  jaren. 
Gheschreven  op  Maleye  den  lln  July  Anno  1634. 

lek  hebbe  met  den  Heer  Oonvernenr  Loodensteyn  een  falcoen  naer 
Batavia  gesonden  om  daer  van  een  tsethiady  te  laten  gieten.  Inge- 
valle  t  selve  gedaen  is  gelieft  UEdt  het  mij  toe  te  senden. 


LX.  Gou  vemenr- Generaal  (Hendrik  Brouwer)  en 
Raden  aan  Bewindhebbers  der  O.  I.  Compagnie , 
15  Augustus  1634. 


[Den  10  Januari  1634  was  een  vloot  onder  bevel  van  Gijsbert  van 
Lodensteyn  naar  Martapoera  ^  gezonden  om  alle  vaartuigen  van 
Makassar  die  men  daar  aantrof  te  verbranden,  voorts  Poeloe  Laoet 
aan  te  doen ,  waar  die  vaartuigen  gewoonlijk  aanliepen ,  en  zich  dan 
naar  Makassar  te  begeven  om  die  stad  te  blokkeeren]. 

Voorsz.  vloote  de  voorn,  rendevous  ende  eylanden  van  Pulolaut 
onderwegen  aengedaen  ende  sich  aldaer  versterct  hebbende  met  de 
schepen  der  Goes,  Heusden,  Sterre  ende  Amboyna,  d'welcke  op  den 
18  Januario  passado  tot  versterckinge  ende  meerder  aensieneiyckbeyt 
vande  voorgenomen  Maccassaersche  besettinge  van  hier  afgeveerdicht 
ende  op  den  eersten  Februario  daer  aen  volgende  wel  te  passé  aldaer 
aengecomen  waeren,  was  op  den  5  Februario  voorts  nae  Maccassar 
vertrocken  ende  tusschen  den  12n  en  13ii  dito  voor  Sambuppo  aen- 
gecomen, hebbende  int  vaerwater  tusschen  Pulo  Laut  ende  Maccassar 
ontmoet  ende  gepasseert  verscheyden  droochten ,  sanden  ende  rudsen 


1    Yergeiyk   van  Dgk,  Neerlands  vroegste  betrekkingen  met  Boroeo,  bl.  16. 


253 

dVelcke  tot  noch  toe  niet  bekent  ende  als  nu  tot  weeringe  van  alle 
voordere  onheylen  op  haere  rechte  hoochten  ende  streckingeti  in  de 
caerten  geleyt  ende  aengewesen  sljn   ^. 

W0  hadden  wel  verhoopt  dat  onse  voorsz.  macht  soo  vrouch  ende 
tijdelijck  [op]  de  reede  van  Macassar  soude  aengelanght  s^n  dat  sij 
d'aencompste  der  Portngeesche  navetten  van  Macao  ende  Malacca 
mitsgaders  t'  vertreck  van  de  Macassaersche  ende  Maleytsche  joncken 
naer  Ambojna  ende  Ceram  hadde  mogen  prevenieeren ,  doch  hebben 
bevonden  datter  in  het  laetste  van  Januario  passado  ende  voor  d'aen- 
compste  van  onse  gem:  vloote  niet  alleenlijck  twee  Portugeessche 
navetten  van  Macao  aldaer  aengecomen  waeren,  hebbende  boven 
haere  ingeladen  goederen  ende  coopmanschappen  voor  den  coninck 
van  Maccassar  mede  gebracht  twee  stucken  geschat ,  40  cassen  met 
roers  ende  4000  ®  boscruyt,  maer  den  gem:  Coninck,  sQnde  van 
onse  desseynen  ende  d'aéncompste  onser  jachten  wel  drie  weecken 
te  vooren  over  Japara  verwitticht,  hadde  oock  wel  buyten  onse  ex- 
spectatie  ende  vroeger  als  ordinarie  tot  opcoop  van  nagelen  7  groote 
ende  vijf  minder  joncken,  waer  van  d'eene  bij  den  Coninck nytgereet 
op  70  k  80  duizend  realen  van  achten  wiert  ghewaerdeert,  naer  Am- 
bojna ende  Ceram  ende  noch  twee  dito  naer  de  quartieren  vanSolor 
ende  Timor  doen  vertrecken,  ende,  nae  het  relateeren  van  seeckere 
gevangene  ende  geintercipeerde  Macassaren,  hebben  op  d'aencompste 
van  onse  gemelte  macht  voor  Macassar  noch  in  de  riviere  vanSam- 
buppo  volcomen  claer  ende  seylreet  gelegen  omme  nae  de  quartieren 
van  Ambojna  ende  Ceram  te  vertrecken  drie  groote  ende  eenige  min- 
dere coopvaerdye  joncken  mitsgaders  een  machtige  Conincx  armada 
van  30  stucx  snelle  ende  wel  beroeyde  pranwen,  bij  haer  galeyen 
genoempt,  alle  van  volck  ende  ammonitie  van  oorloge  wel  versien. 

Omme  gemelte  s'  Conincx  prauwen  ende  Macassaersche  joncken 
in  te  houden  ende  voor  te  comen  dat  de  Compie  in  Ambojna  door 
der  selver  macht  ende  presentatie  geen  voordere  onheylen  mochte 
overcomen,  heeft  den  Commandeur  Ggsbert  van  Lodensteyn  dVoorsz : 
jachten  langs  de  strant  ordenteiyck  in  een  halve  maene  geleyt  ende 
Macassar   soo  dicht   als   mogelijck  beseth  ende  beslooten,  sendende 


1    Daartoe  was   de   ervaren   schipper   Gterrit  Thomasz  Pool  aan  Lodensteyn 
medegegeven* 


254 

dagelicX)  omme  alle  t'aencomende  Portugeesch,  Maleytsch  ende  ander 
vreempt  vaertnyeh  in  handen  te  becomen ,  eenige  jachten  ende  kleyn 
vaertuych  in  zee ,  daermede  s^ne  E.  sesthien  joncken  ende  yaertuygen 
van  diverBche  quartieren  aencomende  ende  geen  onraet  vermoedende 
aengehaelt  ende  noch  een  nieuw  Portugeesch  naveth  comende  van 
Macao  naegejaecht  ende  soo  benart  hadde  dat  de  Portugesen  van 
dito  jacht  siende  geen  andere  uytcompste,  t'  vier  in  het  cmyt  ge- 
steecken  en  haer  met  de  vlucht  gesalveert  hebben.  Oock  hadden 
d'onse  van  seeckere  Macassaersche  galeyen ,  die  den  Coninck  om  een 
onser  jachten  aen  te  tasten  ende  te  vermeesteren  uytgesonden  hadde , 
twee  stucx  vaertuych  vernielt  ende  wel  30  Macassaren  soo  gevangen 
als  dootgeslagen. 

De  voorn:  Conincx  armade  was  echter  op  den  15  Meert  met  een 
schoone  ende  frissché  lantwint  in  spijt  van  onse  vloote  uytgelopen, 
houdende  ses  voeten  waters  langs  de  wal  ende  tusschen  het  recif 
door,  t'  welck  landwaerts  van  onse  voorsz.  jachten  gansch  qnalyck 
ende  sonderlinge  favorabel  t'zeewaert  van  voorsz:  Conincx  vloote  ge- 
legen was,  alsoo  onse  voorsz.  jachten,  hoewel  onder  seyl  gingen 
ende  geduyrich  met  grof  canon  chargeerden  ter  saecke  van  t'  voorn, 
recif  de  wal  niet  naerderen  of  d' voorsz.  prauwen,  die  omme  te  scha- 
peren ende  boven  den  hoeck  van  Tanakeka  te  geraecken  met  roeyen 
ende  seylen  haer  uytterste  devoir  aenwendden  ende  op  ons  chargeeren 
weynich  waren  passende,  eenigen  merckelijcken  afbreuck  hebben 
connen  aendoen,  sonder  dat  sij  oock  d'selve  armade  wegen  de  stilte, 
die  corts  daer  naer  opgecomen  is  ende  t'  eschapeeren  der  selver 
pranwen  mede  niet  weynich  gesecondeert  heeft,  hebben  connen  ver- 
volgen. 

Waerover  den  Commandeur  Lodesteyn,  die  met  den  breden  raet 
van  sgne  vloote  niet  anders  en  conde  dencken  off  de  voorsz.  armade 
was  bij  den  Coninck  van  Macassar  den  Quimelaha  Louhou  ende  het 
trouweloose  Ceram  tot  assistentie  naer  Amboina  afgesonden,  ten  selven 
daege  des  nachts  met  de  lantwint  van  Macassar  opgebrooken  ende 
met  s^ne  gantsche  macht  de  geseyde  Conincx  vloote  naer  Amboina 
gevolcht  is,  hoopende  dat  hij  d'selve  onderwegen  achterhalen,  in 
Bouton  belopen  of  ten  minsten  haer  aencomen  in  Amboina  prevenieren 
sonde,  dan  heeft  van  sijne  voorsz.  hope  ende  expectatie  niet  anders 
erlangt   alsdat   hij   onderwegen   Bouton  vier  Maccassaersche  oork)chB 


1 


255 

prauwen,  die  den  Coninck  van  sijne  voorsz.  armade  noch  uyt  Sam- 
buppo  naegesonden  hadde,  gerescontreert  ende  drie  derselver  ledich 
ende  sonder  yolck  verovert  ende  geraseert ,  sonder  dat  hij  des  Coninex 
principale  oorlochs  vloote  onderwegen  achterhaelt  off  in  Bon  ton  beloopen 
beeft,  of  dat  oock  eenighe  andere  jachten  als  Mocha,  Maen,  Sterre, 
Negapatnam  ende  twee  chalonpen  de  reyse  naer  Amboina  hebben 
connen  gewinnen,  sgnde  tot  groote  verachteringe  ende  pre jadicie  van 
des  Compie  stant  ende  constitutie  in  Amboina  van  daer  versteecken 
gebleven  d'jachten  der  Goes,  Grotenbrouck,  Son,Macao,KleynWesel 
ende  Ambojna  soo  ten  aensien  d'selve  in  Bouton,  alwaer  eerst  van 
den  22n  Marty  tot  op  den  eersten  April,  wachtende  sonder  eenigb 
fondament  op  een  ander  Macassaersche  armade,  ende  noch  andermael 
van  den  23n  tot  den  29n  des  nachts  stil  gelegen  hadden,  te  lang 
hebben  geremoreert,  maer  insonderhejrt  omdat  haer  opcomen ,  soo  door 
d'oostelycke  winden  die  desen  jaere  buyten  opinie  van  alle  ervaerne 
zeeluyden  extra  ordinarie  vrouch  ende  wonder  hart  doorgewaeytt  hebben 
alsmede  door  de  vehemente  om  de  westloopende  stroomen  soodanich 
belet  ende  verhindert  is  geweest  dat  den  Commandeur  Lodesteyn, 
bevindende  sich  ter  saecke  van  de  voorsz.  ongelegentheden  vansyne 
reyse  naer  Amboina  gefrustreert,  sich  wederomme  nae  Bouton  ende 
van  daer  voorts  naer  Macassar  om  de  besettinge  aldaer ,  gelQck  voor- 
desen  waer  te  nemen,  begeven  heeft,  hebbende  in  Bouton  van  den 
9n  May  tot  op  den  16n  dito  wederomme  stil  gelegen  ende  sich  niet 
alleen  van  water,  branthout  ende  andere  verversinge  versien,  maer 
oock  7  Macassaersche  coopvaerdye  joneken,  d'welcke  aldaer  tot  be- 
voorderinge  van  haren  handel  gearriveert  ende  in  de  rivier  opge- 
haelt  waeren,  vernielt  ende  gedestrueert. 

Den  Coninck  hadde  op  sijne  £.  wederaencompste  van  Macassar  de 
stadt  ende  Gasteel  van  Sambuppo  vrij  versterct  ende  gefortificeert 
en  bovendien  t'  Engelsche  eylant,  tVelck  alleen  de  reede  van  Ma- 
cassar voor  de  cracht  der  westeiycke  winden  bevr^t,  met  gewelt 
van  volck  geheel  afgedraeghen  ende  in  zee  gewurpen  ten  eynde  wij 
ons  op  gemelte  eylandt  niet  verstercken  noch  Macassar  in  het  Wester 
Mouson  soude  connen  beseth  houden 

Nae   den  Captn  van  voorsz.  joncke  *  rapporteert  ende  d'onse  uyt 


1    Van  een  Japansche  jonk,  varende  van  Kambodja  op'Makassar. 


256 

d^overhoofden  van  het  Deensche  jacht  de  Charitas ,  t'welck  op  dea 
12  Juny  passado  van  Macassar  opgebroocken  ende  met  eenige  wey- 
nige  nagelen  nae  de  custe  van  Choromandel  vertrocken  was ,  ver- 
staen  ende  vernomen  hebben,  soo  hadde  den  Coninek  van  Macassar 
t'arriveeren  onser  jachten  ende  t'besetten  van  sgn  stad  in  soo  hooge 
achtinge  genomen,  dat  hij  tot  bescherminge  van  sijne  stad  ende  tot 
weeringe  van  alle  assaulten  ende  invasien  daervoor  hy  niet  weynich 
beducht  was  een  macht  van  40000  man  bij  een  vergadert  ende  tot 
het  verstercken  ende  fortificeeren  vande  stad  ende  casteel  van  Sam- 
bnppo  wel  17000  man  gebruyct  ende  gestadich  geoccnpeert  gehouden. 

Daertoe  hielt  hij  om  het  noordelyckste  ende  zuydelijckste  eynde 
vande  stadt  gestadich  claer  ende  slachvaerdich  twee  bgsondere 
machten,  gder  van  300  prauwen  sterck,  soo  omme  de  daegeiyckse 
excursien  onser  jachten  te  stutten  als  omme  de  Macassaersche  jonc- 
ken  ende  vaertuygen  van  Ambojna,  die  dagelic^  uyt  de  quartieren 
van  Ceram  verwacht  wierden  te  secondeeren  ende  tegens  t'  gewelt 
onser  jachten  te  beschermen.  Daertegens  hield  den  Commandeur 
Lodensteyn  den  houck  van  Tanakeka  met  drie  ende  de  reede  van 
Sambuppo  met  twee  jachten  beseth 

Het  schip  Batavia despererende  syne  reysenaer 

Macassar  te  gewinnen  is  nae  de  straet  van  Bonton  geloopen,  ende 
synde  aldaer  op  den  30  Martij  gearriveert,  bevont  present  in  Bouton 
een  armade  van  den  Coninek  van  Macassar  sterck  wel  200  ofte  300 
seylen  soo  groot  als  kleyn,  dewelcke  niet  alleen  t'  lant  van  Bouton 
afgelopen,  vermeestert  ende  den  Coninek  onder  contributatie  off 
vasallagie  gebracht  hadde  maer  soude  oock  op  den  10  Martij  [April] 
een  assault  gedaen  hebben  op  t'voorsz.  jacht  Batavia  ten  waere 
t'selve  door  eenige  Orangkays  van  Bouton  van  t'voorsz.  attentaetder 
Maccassaeren  gewaerschout ,  sijnde  op  den  9en  April  uyt  dito  straet 
vertrocken ,  de  geseyde  macht  ontweecken  ende  geresol veert  om  sgne 
onbeseyltheyt  nae  Batavia  te  keeren 

't  Voorsz.  1  bij  den  Heere  Gijsels  verricht  sijnde,  waren  op  Com- 
bello,   Kelang  ende  Manipe  verscheenen  43  stuk  Macassaerse  jonck- 


1    Namel^k  een  tocht  naar  Manipa  en  Kelang,    waarop  hy  y^f  jonken  uit 
Makassar  verbrandde  en  eene  neger^  met  al  hare  yruchtboomen  vernielde. 


257 

jens  daermede  den  Coninck  van  Macassar  den  Qaimela  Louhou  tot 
assistentie  toegesonden  hadde  ontrent  2000  coppen,  daeronder  20 
blancke  Portageesen,  groote  quantiteyt  roers  ende  musquetten  als 
andere  ammonitie  van  oorloge,  ende  hebbende  haer  op  Combello 
versterct  ende  een  fort  opgeworpen ,  waeren  met  den  Quimela  Lonhou 
ende  Captn  Hitoe  geconspireert  ende  aengespannen  omme  den  oorloge 
tegen  ons  aen  te  vanghen,  t*  lant  van  Amboina  op  s^n  swackste 
t'overvallen  ende  ons  en  onse  christen  onderdanen  allen  mogelijcken 
afbrenek  aen  te  doen,  daertoe  haer  het  tardeeren  van  ons  afgesonden 
seconrs  ende  de  sobere  constitutie  vande  Nederlandsche  macht  in 
Amboina  geen  kleyne  advantagie  beloofde  ende  bg  nae  d'victorie  ver- 
seeckerde. 

Omme  t'  voorsz:  attentaet  int  werck  te  stellen  hadde  den  Captn 
Hitou  aireede  100  mnsqnets  ende  roers  van  de  vreemdelingen  be- 
comen  en  was  gereet  ende  volcomentlQck  geresolveert  geweest  den 
vijant  in  Bijn  lant  t'  ontvangen  ende  den  Gonvemeur  Gesels,  die 
hem  tot  tegenweer  geprepareert  [en]  de  gantsche  macht  van  Am- 
bojna  byeen  versamelt  hadde,  vganteiyck  te  bejegenen,  hebbende 
tot  dien  eynde  sgne  menblen  ende  de  vrouwen  van  Hitoe  nae  syne 
sterckte  gevlucht  ende  de  negryen  Hitoe  ende  Lebeleeuw  met  ge- 
wapent  volck  beset  ende  op  Cajetto  ende  Essingh,  Wawanij  twee 
nieuwe  sterckten  gebouwt. 

Omme  des  v^ants  aenslagen  te  breecken,  den  Captn  Hitoe  in  sijn 
quaet  ende  pemitieus  voornemen  te  stutten,  syn  parsoon  te  ver- 
seeckeren  ende  met  gewelt  oft  practgcke  in  handen  te  becomen  is 
den  Gouverneur  Anthonio  van  den  Heuvel,  synde  ondertusschen 
ende  staende  dese  troubelen  in  Amboina  aengelanght ,  op  den  8  May 
passato  met  de  voorsz:  armade  opgetrocken  ende  naer  Hitou  gepan- 
gayt,  ende  hebbende  den  voorn:  Captn  Hitou  een  vrundelQck  sam- 
blant  ende  een  goede  mine  getoont,  heeft  denselven  neffens  de  principale 
hoofden  ende  belhamers  van  Hitou  met  naemen  Barus,  Totahatoende 
Faty  Touba(n)  met  bewillinghe  vanden  Coninck  ende  andere  prin- 
cipale Orangkags  van  Hitou,  die  sïjne  actiën  niet  en  hadde  connen 
laudeeren  off  approbeeren,  met  een  behéndlcheyt  gevadt  ende  ge- 
vanckeiyck  nae  het  casteel  gevoert  om  aldaer  over  syne  begaene 
feyten  ende  misdaden  voor  den  landtraet  van  Amboina  gesisteert  ende 

uaer  merite  van  soo  enormen  delict  gestraft  te  werden. 

17 


2Ö8 

Yoorsz:  apprehentie  heeft  des  Compies  staet  in  Amboina  grootelicx 
verbetert  ende  verseeckert  ^  ende  ter  contrarie  den  Quimela  een 
groote  vercleyninge  toegebracht  alsoo  daerop  gevolcht  is,  dat  den 
Coninck  ende  alle  de  hoofden  ende  Orangkays  van  Hitou  haer  ende 
haere  ondersaten  de  gehoorsaemhej^t  van  het  Ca  steel  ten  eënwigen 
daege  onderworpen ,  den  eedt  van  getrouwicheyt  gedaen,  tnet  de 
Orangkays  van  de  caniere  van  Ambojna  ende  d'üliassars  een  Mat- 
tacauw;  t'welck  den  hoochsten  ende  solemneelsten  eedt  is  dewelcke 
die  natie  malcanderen  doen  oft  presteeren  connen,  toegedroncken 
ende  vordérs  geconditioneert  hebben  enz.  *  .    . 

In  de  Molucos ,  nae  den  Gouvemear  Gysels  per  een  expresse  pranw 
van  daer  was  geadviseert,  hadde  de  President  Joan  Ottens  op  den 
26en  December  1633  t'  schip  Tholen,  wel  gemant  ende  gemonteert, 
wederomme  nytgesonden  ende  geordonneert  omme  onder  t'  beleiyt  van 
den  Fiscael  Daniel  Ottens  op  het  verwacht  Spaensche  secottrs  buiten 
d'eylanden  te  kmyssen,  als  wanneer  op  den  27en  dito  's  morgens 
van  den  vijant  opgedondert  ende  bij  t'  schip  Tholen  vernomen  sijn 
twee  cloecke  schepen,  een  jacht  ende  een  jonck,  alle  wel  gemon- 
teert  ende  ten  oorloge  nytgernst,  op  hebbende  den  Admirael  28  ende 
den  Vice-Admirael  20  metaele  stucken  ende  boven  haer  ordinarie 
scheepsvolck  gemant  met  80  gastadores  oft  wercklnyden,  200  Spaen- 
sche ende  170  Panpansche  soldaeten. 

Yoorsz:  machten  ende  partQen  malcanderen  genadert  ende  geap- 
procheert  sijnde,  bejegenden  den  anderen  met  een  groote  ftarie  ende 
hevicheyt  vechtende  ende  met  malcanderen  schntgevaer  houdende  van 
s'morgens  ten  seven  tot  s'middachs  ten  twaelf  nyren  als  wanneer 
partyen  aen  wedersyden  haer  soodanich  gestelt  ende  gematteert  von- 
den ,  dat  den  vijand ,  hoewel  het  schip  Tholen  in  schut  ende  macht  van 
volck  verre  te  boven  gingh,  voor  uyt  nae  Gamma  Lamma  geloopen 
ende  het  schip  Tholen  mede  naegevolcht  ende  seer  schadeloos  ^  voor 
Malayo  geretireert  is,  sgnde  in  syn  hol  46  mael  doorboort  endeheb- 


1  Volgens  bericht  yan  Van  den  Heuvel ,  maar  het  bleek  spoedig  dat  hij  zich 
daarin  volkomen  vergiste  en  dat  die  zoogenaamde  onderwerping  der  Hitoeezeo 
niets  beteekende.  Zie  hierna  bl.  266. 

2  Zie  Valentfln  II  2 ,  bl.  101. 

3  Beschadigd. 


269 

bende  in  de  voorsz.  actie  14  doode  ende  13  gequetsen  becomen, 
mitsgaders  syn  chaloup  ende  twee  anckers  van  de  boech  ver- 
looren. 

Wat  schade  den  vijant  int  geseyde  rescontre  geleden  hadde  was 
niet  te  recht  bekent.  Ondertusschen  was  den  Spaenschen  Gouverneur  ^ 
met  d'aencompste  van  t'  voorsz.  secours  wonder  animeus  ende  ver- 
metel geworden ,  dat  hy  niet  alleen  syne  nieuw  aengecomen  schepen , 
jachten  ende  andere  vaertuych  wel  opgepronckt  ende  met  vlaggen 
ende  wimpels  verciert  buyten  de  bocht  van  Roumy  ende  int  gesicht 
van  Maleye  ten  ancker  gehouden  maer  oock  somwglen  voor  het  Gas- 
teel een  gdele  bravade  met  sijne  galeye  gemaect  heeft. 

Bovendien  soude  met  den  coninck  van  Tidore  versproocken  syn 
omme  syne  voorsz.  drie  aengecomen  schepen,  syne  galeye,  een  bar- 
gantyn  ende  6  Tidoresche  correcorren  uyt  te  setten  ende  het  schip 
Tholen  niet  tegenstaende  onder  het  recif  voor  het  Gasteel  gecort  was , 
op  syn  onversienste  by  nacht  aen  te  tasten  ende  soot  mogeiyck  waere 
nae  Gammalamma  te  slepen.  Dan  aengesien  de  Sengadies,  Quime- 
laas  ende  resterende  adel  van  Tidore  tegen  haeren  coninck  gecon- 
spireert  waeren  en  een  ander  in  syne  plaetse  substitueren  wilden, 
soo  was  t'  voorsz :  complot  ende  voorgenomen  assault  ten  opsien  vande 
geseyde  Tidoresche  onlusten  weynich  te  duchten. 

Den  coninck  Hamsia,  die  selfs  deb  Spanjaert  op  syn  swackste 
meer  als  te  veel  suchts  ende  affectie  toegedragen  heeft,  was  door 
t'  voorsz.  nieuw  aengecomen  secours  ende  gepleechde  animeusheyt 
van  den  Spaenschen  Gouverneur  vry  versaecht  geworden  ende  toonde 
hem  in  die  conjuncture  van  tyt,  dat  wy  syne  hulp  ende  assistentie 
meest  van  noode  souden  hebben,  tot  vervolch  van  den  oorloge gansch 
ongenegen  ende  geinclineert  omme  met  den  Spanjaert  ende  Tidoresen 
den  vrede  aen  te  gaen. 

Evenwel  hadde  den  President  Joan  Ottens  by  den  Goninck  ende 
syne  respective  Quimelaas  als  andere  Orangkays  van  Temate  soo 
veele  te  wege  gebracht,  dat  sy  seeckeren  Eitchil  van  Tidore  Ritchil 
Gor[on]taiy ,  synde  eertyts  uyt  miscontement  by  den  Tarnataen  over- 
gecomen,  d'voorsz,  gerebelleerde  ende  geconspireerde  Tidoresen  weder- 


2    Pedro  d^  Heredia, 


260 

omme  toegesonden  hebben,   met   intentie  om  d'onlosten  aldaer  soo 
veel  mogeigck  te  voeden  ende  te  vermeerderen. 

Actmn  in  't  Gasteel  Batavia  adi)  15n  Angnsto  1634. 

U.  E.  tronwschnldige  Dienaeren 
Hbkdbigk  Bboüweb. 

AlTTOinO   VAK  DlBlCBK. 
PiBTBB  VlACK    *. 
Jav  vak  DEB  BüBGH. 


LXL  Oouvemeor-Generaal  (Hendrik  Brouwer)  en 
Raden  aan  Bewindhebbers  der  O.  I.  Compagnie, 
27  December  1634.  (Afgesloten  8  Januari  1635). 


Door  de  uytstroyingen  van  de  Engelsen  ende  Deenen  tot  Coro- 
mandel,  Bantam  ende  Batavia,  alsoo  hier  noch  somtyts  ter  vlucht 
een  Engelschman  van  Bantam  comt,  hebben  wg  seeckeriyck  ver- 
noomen ,  datter  omtrent  de  2000  baren  naegelen  het  voorleden  jaere 
tot  Maccassar  aengebracht  waeren ,  die  daer  conrant  vercocht  wierd^ 
tegens  tweehondert  realen  de  bahar 

De  vaert  der  Macassaren  heeft  t  sedert  weynigen  tgt  herwaerts 
sonderlinge  toegenomen  door  den  toeloop  der  verdreven  vreemdelingen 
van  de  Maleyse  landen,  als  Johor,  Pahan  ende  Lingen,  item  van 
Grece,  Bonckit,  Jortan,  Cidayo  ende  veele  andere  plaetsen,  ende 
snlcx  omdat  gemelte  Macassar  deselve  vreemdelingen  seer  civQl  be- 
jegent. Hij  heeft  oock  een  groot  deel  van  de  oostcnste  van  Gelebes 
onder  sijn  heerschappg ,  daer  s^ne  joncquen  veel  goede  havenen  weeten 
te  vinden.  Het  sijn  oock  niet  alleen  de  nagelen  van  de  Amboynse 
qnartieren,  die  hy  UE.  onttreckt,  maersQnvolck  weeten  de  Tidoorae, 
de  Meaose,  die  van  Bnro  ende  de  Macqnianse  mede  te  crggen  door 


1  Blpens  resolntien  van  Gt.-Gt.  en  B.  14  Febr.  en  8  Ang.  16S4  had  hg 
dezen  brief  opgesteld,  eveneens  bet  Dagregister  gebonden  in  't  Kasteel  BataYia, 
dat  biennede  meestal  woordelijk  overeenkomt. 


261 

jonoqnen  die  op  Znla,  Znlabessy,  Sapelnlo,  finro,  Onbij  ende  op  de 
cnste  van  Weda  haere  handelinge  soecken ,  daer  hun  gemelte  nagelen 
van  Tidoresen  ende  onse  Macqnianen  bedecktelgcken  by  cleyne  ende 
groote  partyen  toegebracht  werden,  ende  Uë.  dienaeren  in  Tarnata 
ende  Macqnian  paeyt  men  metpraetiens,  beclach  van  qnade  gewassen 
ende  de  tochtdoeningen  van  Hamsia.    « 

De  Maccassaren  weeten  selffs  de  plaetsen  des  Tydorees  op  Halama- 
hera  gelegen,  Aqnilamma  ende  Batachina  gODaemt,  te  besoecken  bQ 
N(oort)  Ceram  door  de  Snyd  Zee,  als  nyt  geintercipieerde  brieven 
vernoemen  hebben,  soo  dat  alle  ons  doen  tegen  haer  noch  weynich 
opereert.  De  begeerelQcheyt  van  alle  degeene  die  haer  nagelen  aen 
UE.  verbonden  hebben  is  te  groot;  trouw  noch  dancbaerheyt  heeft 
by  haer  geen  plaetse.  Hamsia  is  int  harte  gants  gespanjoliseert  ende 
meent  den  President  Ottens,  dat  hy  eerlange  tegen  ons  uytbarsten 
sal  onder  pretext  dat  wy  den  Spanjaerden  van  Tarnata  niet  en  ver- 
dry  ven,  daer  hem  den  Spaenschen  raet  seer  toe  ophitsen,  alsoo  se 
gaeme  souden  sien,  dat  wy  onse  machten  in  Molnco  vruchteloos 
consumeerden  ende  onse  saecken  elders  versuymden.  Gemelte  Span- 
jaerden provideeren  den  Tidorees  met  soo  veele  Europise  waepenen 
van  schoone  roers  ende  musquetten,  als  sy  begeren  soo  wel  te  leen 
als  te  coop.  Soo  doen  oock  de  Portugysen  aen  de  Macassaren,  diese 
jaerUjx  Macaos  isere  geschut,  Japanse,  Oeylonse  ende  andere  roers 
in  meenichte  toeschicken,  contrary  de  oude  Spaense  ende  Portugyse 
strenge  wetten  van  geen  wapenen  aen  den  ongeloovigen  te  mógen 
vercoopen ,  op  poene  van  de  alder  swaerste  excommunicatie  doch  heeft 
den  Paus  daervan  gedispenceert. 

Echter  connen  de  Macassaren  alsulck  geweer  van  de  Engelschen 
ende  Deenen  mede  genoech  crygen  ende  bevinden  wy  dat  deselve 
Macassaren  ende  vreemdelingen  niet  alleen  syn  cloecke  Indiaense 
zeevaerderis ,  maer  oock  hart  ende  stout  int  bieden  van  tegen  weer. 

Onse  aldaer  gehouden  besettinge  ^  is  voor  ons  lastich  geweest  ende 
heeft  hun  weynich  affbreuck  gedaen,  maer  syn  daer  door  stouter 
geworden  ende  hebben  hun  te  meer  gefortificeert.  Sy  hebben  oock 
dwars  over  lant  eenen  bequamen  wech  gemaeckt  naer  de  Oostcust 
van  t  Maccassaerse  lant ,  daer  se  de  naegelen  over  lant  connen  brengen 


1    Zie  hiervoor  bil.  253,  y. 


262 

ende  alsoo  t'  daer  vlack  waeter  is,  wetep  die  met  cleyn  vaertuycb 
Djt  hnnne  joncqnen  te  haelen  ende  daer  te  brengen,  die  veelecreecken 
hebben  aen  de  Oostsgde  van  Celebes  ende  b^na  onbesetteiyck  sgn, 
ende  geleek  onse  Bantamse  besettinge  den  Engelschen  voorderl^cken 
is  geweest,  soo  is  de  Maeassaerse  niet  alleen  den  Engelschen  maer 
ooek  den  Deenen  proffitabel  gevallen ,  want  als  men  hnn  niet  en  weert 
ende  de  Portngijsen  daer  van  daenhont,  soo  ged^t  sulckx  grootelgckx 
tot  voordeel  van  haer  handel 

Waere  ons  attentaet  op  de  caraecken  ^  gelnckt,  ofte  waeren  voor- 
leden jaere  de  prinsen  van  China  grooter  gevallen,  ofte  de  negotie 
beter  gesnecedeert ,  ofte  dat  men  vasten  staet  op  den  Chineesen  ende 
Japansen  handel  mochte  maecken,  ofte  dat  ons  eenige  andere  extra- 
ordinarij  goede  saecken  waerën  toegevallen,  wQ  sonden  wel  derven 
voorslaen ,  dat  UE.  de  nagelen  in  Europa  behoorden  te  brengen  eenige 
jaeren  op  een  legen  prQse ,  om  daer  naer  te  beter  des  Compies  maxi- 
men te  erlangen. 

De  continuatie  van  des  Compies  octroy  sal  doch  ongetwijffeld  gecon- 
tinueert  moeten  werden;  de  proffijten  die d'eenejaeren missen, souden 
d'andere  genieten;  t'en  is  geen  voordeel  weynige  naegelen  dier  te 
vercoopen  ende  het  ooge  te  houden  op  een  hipoteeck  dat  sich  selven 
door  interesten  consumeert.  Als  men  over  d'eene  bouch  geen  cours 
beseylen  can  moet  men  't  wenden,  om  beter  gelegentheyt  tesoecken 
om  geen  verlooren  arbeyt  tè  doen.  Hier  arbeyden  wij  met  lijff  ende 
siel  om  ÜE.  met  verscheyden  nieuwe  cargasoen  effecten  soo  tesecun- 
deren  dat  de  Heeren  depositarissen  soo  niet  souden  behoeven  te  star- 
oogen  op  het  verstervende  effect  der  naegelen,  maer  op  ÜE.  vaste 
ende  wel  gestabileerde  Indische  commercie 

Wauneer  dan  de  naegelen  bij  UE.  op  legen  prQs  waeren,  souden 
wij  daermede  hier  de  marckt  connen  doen  daelen  ende  daer  door  den 
handel  der  Macassaren  geheel  tot  niet  brengen,  de  Irouloose  nagel- 
vervoerders breydelen ,  ons  bij  alle  onse  gebuyren  min  hatich  maecken 
ende  daer  door  min  vijanden  hebben;  de  commercie  van  alle  vreem- 
den souden  wij  daerdoor  meerder  op  Batavia  aenlocken  soodat  ons 
de  Maccassaren  dan  selffs  toecomen  souden;  onse  scheepsbesettingen 
ende   gamisoenen   souden    wij    connen    verminderen,    de  imaginatien 


1     Namelijk  in  de  zeestraten  omtrent  Malaka.  Zie  hierna. 


263 

van  meer  nieuwe  forten  te  maecken  sonden  cesseeren. 


De  GoQunandenr  Coper's  ^  gestadige  doorsoeckentheyt  heeft  hem 
doen  vinden  ende  ontdecken  de  straete  van  Bencalis  op  Snmatras 
custe  gelegen ,  inganek  neemende  door  de  mont  van  Campher 
^ide  nytcomende  recht  over  Malacca,  daer  een  schoon  canaei  ende 
goede  diepte  is,  ten  minste  van  drie  vademen ,  waer  door  het  Maleysch 
ende  Javaens  vaertuych  voor  desen  doorgaens  haere  passagie  sonder 
ons  weten  hebben  genomen ,  soo  de  Portngijsen  mede  desen  jaere 
hebben  gedaen  ende. met  drie  navetten  bij  nacht  den  onsen  ontsnapt 
ende  daer  door  voorby  geraeckt  s^n,  welcke  canaei  nu  mede  beset 
sal  worden  gehouden  ' 

Bi]  de  brieven  des  coopmans  Joost  Schouten  van  26  July  ende 
15n  lïovember  vernoemen  wy  dat  de  Siamse  armade  omtrent  de 
40,000  mannen  sterck  in  April  lestleden  te  lande  voor  Patany  was 
gecomen  ende  dat  haere  uAvale  macht ,  bestaende  in  8  joncquen  ende 
50  fusten  ter  zee  voor  Patany  niet  hadden  derven  comen  omdat  de 
Portngysen  neffens  de  Coningen  van  Johor,  Pahangh  etc.  met  omtrent 
100  vaertuygen ,  5000  man ,  een  Portugese  fust  ende  een  gelia  den 
Patanesen  te  hulpe  gecomen  waeren^  maeckende  met  de  zeemacht 
der  Patanesen  t  saemen  een  fraeye  vloote  van  meer  als  50  Maleyse 
fusten,  die  d'onse  voor  Patany  comende  den  denJunio  op  strant  op- 
gehaelt  saegen  leggen,  soodat  gemelte  Siamse  armade,  meer  resis- 
tentie ende  zeemacht  bevonden  hebbende  danse  vermoedet  hadden, 
naer  eenige  rencontren  ende  ons  daer  niet  vindende,  eensdeels  oock 
door  gebreck  aen  provisie,  Patany  verlaeten  ende  over  Ligor  naer 
Siam  te  rugge  gekeert  sQn.  D'onse  '  om  te  toonen  datse  tot  hulpe 
des  coninckx  van  Siam  gecomen  waeren  tegens  Patanij,  staecken 
den  brant   in    ses  joncquen  die  daer  op  de  reede  tegen  de  modder 


1  Jacobus  Cooper,  commandant  van  de  vloot  Van  kruisers  in  den  omtrek 
van  Malaka.  Sinds  16  September  1633 ,  toen  h^  het  oppergezag  aanvaardde ,  tot 
November  1634  bad  b^  63  yaartoigen  boit  gemaakt,  zoo  Fortngeescbe  als  Ja- 
vaanscbe,  maar  geen  geladen  karaken. 

2  Dit  kanaal  werd  naar  den  Grouvernenr-Generaal  Straat  Brouwer  ge. 
noemd. 

3  Den  14  Mei  1634  waren  6  schepen  onder  bevel  van  Claes  Bruyn  naar 
Patani  vertrokken  om  de  Siammers  bulp  te  verleeneti. 


264 

aenlaegen  ende  cregen  neffens  5  overlopers,  10  Patanesen gevangen , 
die  met  Hnysdaynen  naer  Siam  sonden. 

Het  schip  't  Wapen  van  Delff  den  16ii  Jnnio  voor  Siam  met  den  ge- 
meiten  Schonten  gecomen  sgnde,  soo  vonden  de  gemoederen  des  Coninckx 
ende  alle  de  groote  seer  tegen  ons  vervreemt,  alsoo  de  Siamse  over- 
booffden,  die  voor  Patany  waeren  geweest,  het  missen  van  onse 
assistentie  imputeerden  te  wesen  de  eenige  oorsaecke  van  geen  victorie 

becomen  te  hebben Maer  als  den  Goninck  door 

gemelte  Schontens  verclaringe  pertinentelgcken  vernam  onse  machtige 
assistentie  ende  hem  het  verbranden  vande  joncken  voor  Patany  door 
de   gevangene  Patanesen  wiert  gerapporteert,  die  door  Huysdnynen 
daer   aengebracht  waeren,   soo  werden  niet  alleen  de  benomen  vrij- 
heden gerestitueert  maer  de  audiëntie  aen  Schouten  toegestaen.    .    . 
•     •••••     •     ••••••••••••••«^     ■■ 

Den  coopman  Schouten  mach  t'sijnen  believen  als  Mandoryn  in  de 
vergaderinge  van  Mandorijns  compareren  ende  neffens  deselve  voor 
den  Coninck  verschenen ,  dat  een  groote  reputatie  voor  onse  natie  is. 
Tot  dancbaerheyt  onser  alhoewel  vruchteloose  assistentie  heeft  den 
Coninck  de  Compa  omtrent  de  helft  van  de  ordinary  gerechticheyden 
mildelijcken  ontlast,  dat  jaerlijcx  omtrent  de  5000  gl:  bedraeghen 
sal,  hebbende  daer  van  verleent  een  ordonnantie  in  de  behoorlycke 
forme  verseegelt  ende  beschreven  daermede  des  Compies  dienaers  van 

veele  fastidien  verlost  s^n  geworden 

Wij  souden  oock  vant  eylant  Engano  voor  de  straet  van  Sonda 
gelegen  omtrent  27  mQlen  West  ten  Noorden  van  den  vlackenhoeck 
een  deel  volck  hebben  laeten  haelen ,  ^  dat  bi|  faute  van  jachten 
doch  aldermeest  omdat  die  naer  't  vertimmeren  door  gebreck  van 
timmerluyden  hebben  moeten  wachten ,  niet  heeft  connen  geschieden. 
Gemelte  Engano  is  bewoont  van  omtrent  duysent  sielen,  aldaer.van 
vervallen  volck  aengegroeyt  die  seer  armelijck  leven,  geen besundere 
sterckte  noch  geweer  hebben,  meest  naeckt  gaende  ende  niet  ken- 
nende rijs  nochte  kleeden  maer  decken  haer  schamelheyt  met  matjens 
ende  eeten  cocos,  andere  aertwortelen  ende  visch,  soo  daer  veel  ge- 
vangen wert,  synde  oock  soo  bangh  voor  t'schieten  dat  ter  aerden 
vallen  als  een  musquet  gelost  \>wrt 


1    Tot  bevolking  van  de  Ban  da-eilanden. 


265 

Den  president  [van  de  Molnkken]  Jan  Ottens  adviseert  bij  sgn 
schryven  van  den  15en  Jaig  ^' dat  de  Spaensche  Gonvemeur  Pedrode 
Heredia  nyt  Gammalamma  in  Augusto  1633  seeckeren  brieff  aen  den 
Coninck  van  Tamaten  heeft  geschreven  ^  daerbij  denselven  aen  Sijne 
Majesteyt  was  vermaenende  de  hooge  beloften  in  de  Manilha  gedaen 

doch  nn  eenmael  wilde  gedencken Soo  heeft 

echter  den  Coninck  Hamsia  voorscreven  saecken  soo  verre  vervolcht, 
dat  hy  neffens  den  voornoemden  Quitchil  Gorontaly,  die  sonder  voor- 
weten van  de  onse  door  Hamsia  naer  Tidor  gerelaxeert,  op  uit. 
April  passado  als  Coninck  van  Tidor  gecroont  ende  met  de  behoor- 
Hjcke  ceremoniën  aldaer  geinvestigeert  was,  met  voorseyden  Spaen- 
schen  Gonvemenr  op  Gammalamma  niet  alleen  vereenicht,  maermet 
den  anderen  soodanich  verdragen  syn,  dat  den  Coninck  Hamsia  tegen 
de  comste  van  het  Spaens  seconrs  uyt  de  Manilla  (t  welck  nn  sterck 
ende  groot  geestimeert  wiert)  Maleye  verlaeten,  hem  met  syn  Tar- 
nataenen  onder  de  bescherminge  van  den  Spanjaert  op  Soula  ende 
Tacomy  begeven,  syn  residentie  daer  neemen,  de  Nederlanders  aff- 
vallen  ende  tot  affbrenck  van  deselve  den  voornoemden  Spaenschen 
Gonvemeur  op  Gammalamma  met  duysent  gewapende  mannen  con- 
tinueeUjck  sonde  assisteeren. 

Oock  was  daer  op  den  eersten  Juiy  uyt  de  quartieren  van  Amboyna 
ende  Ceram  geretoumeert  den  Sadaha  des  Coninckx  Hamsia  ende 
naer  dattet  gepasseerde  in  de  quartieren  aen  synen  Coninck,  soo 
mondelingh  als  by  brieven  van  de  Quimelahas  Louhou  ende  Leliatta 
vertoont  hadde,  soo  heeft  den  Coninck  ende  grooten  van  Tamaten 
daerin  soodanich  miscontentement  genomen,  dat  de  onse  door  den 
tolck  dede  aenseggen  synen  Sadaha  by  den  Gonvemeur  in  Amboyno 
verachteiyck  ende  gansch  quaiyck  was  bejegent,  dat  den  Coninck 
door  dito  Gouverneur  voor  een  valsch  mensch  uytgescholden  was, 
dat  op  den  raad  van  den  Sadaha  om  de  vreemdelingen  te  verdry  ven 
niet  eens  en  was  gelet,  dat  Capn  Hittoe  ende  ander  gevangen  Orang- 
kays  valscheiyck  waeren  verraeden,  dat  men  met  gewelt  ende  tegens 
recht  Coninckx  landen  ende  volckeren  socht  te  usurpeeren,  dat  hy 
derhalven  de  Neerlanders  niet  meer  geloven  maer  tegen  deselve  wel 
andere  middelen  practiseeren  sonde,  ende  wat  goede  bewys  redenen 
d'onse  hem  daerentegens  deden,  wonde  deselve  niet  aennemen  maer 
was  sich  gansch  verongeiyckt  houdende. 


266 

üyt  alle  welcke  omfitandicheden  niet  anders  te  vennoeden  is  dan 
dat  den  Coninck  van  Tarnaten  in  si)n  begonnen  vreede  handelinge 
met  den  Spanjaert  op  't  arrivement  vant  Spaens  seconrs  sal  voort- 
vaeren;  derhalven  was  de  president  Ottens  noodich  achtende  dat  de 
Molncos  met  twee  ofte  drie  beqoame  schepen  tegens  primo  Jannarg 
1635  mochten  werden  versien  soo  omme  op  het  voorsz.  Spaens  seoonrs 
uyt  de  Manilla  tijdel^ck  te  mogen  passen,  t'selve  in  handen  te  be- 
comen  als  om  tot  andere  noodige  diensten  gebrnyckt  te  worden  waer- 
door  apparent  wel  alle  de  voorszeide  onlosten  sonden  connen  geweert 
werden > 

Naer  de  brieven  van  eenen  Qnitchil  Diny,  hooft  op  Tabonco, 
melden,  soo  hadde  de  Coninck  van  Maoassar  met  macht  van  vaer- 
tuych  ende  volck  de  plaetse  van  Tabnco  belegert,  alle  het  vaertaych 
verbrant  ende  voors:  plaetse  soodanich  benaent  gebonden  datter  niets 
nyt  nochte  in  mochte  comen. 

Voor  Teljabo  waeren  deselve  mede  met  130  praenwen  verschenen, 
de  principale  negeryen  aldaer  afigeloopen  ende  wel  200  stncx  gevangen 
Tamatanen  in  handen  becomen 

Aengaende  U£.  stant  in  Amboyno,  de  overgroote  verhoopte  voor- 
deelen  van  Kaky  Ali's  apprehentie  ende  vast  settinge  sijn  altemael 
in  roock  verdweenen  ende  staen  de  saecken  aldaer  soo  verwart  als 
dien^.     . 

Den  onden  Coninck  van  Hittoe  was  overleden  ende  wiert  verhoopt 
dat  syn  overlyden  aldaer  groote  veranderinge  tot  voordeel  vande 
generale  Compe  sonde  canseeren,  dan  de  Hittoeesen  waeren  onder 
den  anderen  seer  twistich  om  de  snccessie  van  het  ryck ,  waerin  sij 
wilden  stellen  eenen  die  tot  de  croone  niet  gerechticht  en  was,  niet 
tegenstaende  seeckeren  Tanahitoe  messingh  daertoe  wel  de  naeste 
ende  aireede  bij  de  onse  geprojecteert  was 

Op  Hittoe  ende  inde  quartieren  van  Ceram  waeren  desen  jare 
wederom  groote  menichte  van  vreemde  handelaers  methnnnejoncken 
ende  vaertuygen  verscheenen  welcke  goede  qnantiteyt  roers,  bosae- 
crnyt  ende  ammunitie  van  oorloge  mede  hebben  gebracht  tot  versterc- 
kinge  van  onse  vijanden,  die  daer  heel  handich  ende  wis  trots  de 
Nederlantse  natie  mede  weeten  om  te  gaen — ,  op  t'incomen  van  't 
aenstaende  nagelgewas,  dat  hem  desen  jaere  in  die  quartieren  seer 
schoon  vertoont  heeft  ende  apparent  i^as  dat  die  vs^n  Bitton  groote 


267 

q(aantiteyt  aen  de  selve  snllen  connen  nytleveren,  het  welcke  door 
manquement  van  machten  niet  en  connen  heletten. 

Belangende  de  particulariteyten  van  den  E.  Aert  Gysels,  die  ons 
door  den  E.  van  den  Heuvel  soo  groot  ende  hooch  waeren  voorge- 
dragen, dat  m}  daerom  met  ernst  voorgenomen  hadden  deselve  ezem- 

plaerlijcken  te  corrigeeren  tot  exempel  voor  andere 

Gemelte  van  den  Heuvel  heeft  ons  een  merckeigcke  partye  depositiën 
ende  certificatien  toegesonden,  inhoudende  te  veel  verhaels  ende  te 
weynich  bewijs  van  considerabele  particulariteyten,  die  hij  bij  sgn 
brieven  meer  met  vreemde  termen  als  met  substantieuse  meriten  tracht 
te  begrooten  insonderheyt  en  blijckt  ons  nergens  van  20  paer  sijde 
coussens  etc 

Interim  meer  ende  meer  vernomen  hebbende  dat  gemelte  van  den 
Heuvel  in  s^n  commissaris  ampt,  soo  wel  in  Moluco,  Amboyno  als 
Banda  verscheyde  impertinentien  hadde  gepleecht,  compositien  ge- 
maeckt  ende  andere  quade  gangen  gegaen,  tot  schande  van  soo 
loffeiycken  ampt  ende  van  degeene  die  hem  daermede  hadden  be- 
cleet ;  item  dat  hij  hem  in  Amboyno  bij  ons  onderdanen  door  te  veel 
herdicheyt,    vreemde  bejegeningen   ende   quaet   spreecken   vrij  wat 

odieus  hadde  gemaeckt; item  dat  wg  in  den  Raet 

van  Justitie  ons  gants  ontbloot  vinden  van  eenige  rechtsgeleerden, 
soo  door  t'  vertreck  van  den  Heere  Vlack  als  het  overlQden  van 
D.  Pieter  van  Naeltwijck ;  soo  hebben  geresolveert  gemelten  van  den 
Heuvel  wederom  herwaerts  te  ontbieden,  om  (alles  wel  sijnde)  in 
den  gemelten  Raed  van  Justitie  als  Vice  Preses  gebruyckt  te  werden 
ten  aensien  de  Heere  Antonio  van  Diemen  in  den  selven  het  Pre- 
sidents  ampt  is  becleedende 

Onse  tocht  het  voorleden  jaere  op  Ceramlaut  gedaen  heeft  Banda 
desen  jaere  seer  voordelijcken  geweest  want  daer  se  te  vooren  schouw 
voor  d'  onse  waeren,  soo  comen  nu  bQ  deselve  op  Nera  vrgelijcken 
handelen,  aenbrengende  groote  partye  sagu  ende  andere  behoeften. 
Te  desen  regarde  hebben  aen  den  Heere  Gysels  geordonneert ,  dat 
hij  daer  in  passant  aenseylen  sal  als  hij  van  Amboyna  naer  Banda 
bij  Noorden  Geram  in  May  aenstaende  sal  vertrecken  om  aende  selve 
liberalgcken  quijt  te  schelden,  ten  aensien  schamele  luyden  sijn  ende 
apparent   is   qualijck  sonder  meerder  onlust  betaelt  souden  werden, 


268 

al  finlcke  25  pont  slecht  gout  ende  eenige  slaven  als  per  reste 
schnldich  sgn  gebleven 

Die  van  Ooram  sal  hij  mede  aenspreecken  om  haer  aen  Bandaas 
vrontschap  te  verbinden  ende  van  den  Maccassaren  ende  alle  andere 
Mooren,  die  daer  beginnen  te  comen^  te  vervreemden 

Om  dese  redenen  sullen  wij  noch  de  groote  landen  int  Noord- 
Oosten  van  _Banda  gelegen  mede  laeten  besoecken , 

ende  om  niet  raenwelijcken  daer  in  te  treeden  soo  snllen  trachten 
van  de  Goramse  inwoonderen  te  gebmycken  om  te  seylen  daer  sy 
bekent  syn  ende  wederom  met  andere  noch  voorders. 

Wy  houden  voorseecker,  dat  alsoo  groote  ontdeckinge  sullen  doen 
ende  dat  daer  omtrent  op  plaetsen  comen  sullen^  alwaer  men  met 
proffijtabele  cleeden  vertieringe,  goede  slaven  voor  Banda  sal  con- 
nen  becomen  om  dan  Banda  van  syn  ingeboorenen  t'  eenemael  te 
ontblooten,  tot  meerder  gerustheyt  ende  peupelatie  van  Batavia, 
daer  se  nu  versoecken  te  wesen  omdat  hun  hier  vrijgegeven  hebben 
ende  by  malcanderen  woonen  in  goede  verseeckeringe ,  soo  wel  voor 
haer  als  voor  ons  selven 

Op  de  eylanden  Rossingyn,  het  Vrouwen  eylant,  den  Gfonnongh 
apy  etc:  waeren  alle  de  nooteboomen  geschilt  ende  vernielt ,  daer 
vee,  als  grove  beesten,  harten,  boeken  ende  verekens  in  redelgcke 
quantiteyt  op  waren  geset 

Geschreven  op  Batavia  den  27en  December  A^  1634. 

UEd:  trouschnldige  dienaeren 

Henbige  Bbouweb. 
Antonio  van  Diemen. 
Jan  vaut  deb  Bttbch. 
Jan  van  Bboeceom. 


Voor  de  goede  hulpe,  die  UE:  my  in  den  persoon  van  den  Heer 
Antonio  van  Diemen  hebben  gelieven  toe  te  seynden,  ben  UE.  seer 
hoochiycken  bedanckende  ende  verclare  oock  dat  sonder  deselve  het 
werck  niet  wel  machtich  soude  wesen,  doch  met  de  vruchten  van 
die  missen  egeene  hulpe  altoos  van  de  vertrockene  van  hier,  als  de 


-\ 


269 

wercken  nytw^sen.  Gemelten  Heere  van  Diemen  is  seer  arbeytsaem , 
wercks  voorderaer,  vgant  van  te  verachteren,  seer  opmerckende, 
vriendeiycky  eertrachtende ,  respectabel,  respect  dragende  ende  met 
alle  goede  ordre  seer  menagieerende  soo  dat  nE.  aen  hem  hebbe  een 
dienaer  naer  wenscben 

Gesloten  op  t'  schip  Vtrecht  den  Villen  Jannarij  A*  1635. 

ÜE.  dienstwilligen  ende  tronwen  dienaer: 

HvimicK  BsomoiB. 


LXII.  Artns  Gesels,  Yisitatenr  der  kantoren  van 
Ambon  en  Banda,  aan  den  Gonv.-Gen.  Hendrik 
Brouwer,  27  April  1635. 

Den  5  Jannari  heeft  ons  den  wint  soo  favorabel  gedient  dat  des 
avonts  met  de  vloot  ^  voort  casteel  Victoria  zijn  gearriveert    .... 

Soo  haast  op  Amboina  waren  gearriveert,  hebben  volgens  UE: 
ordre  den  Raat  doen  beroepen,  een  secreeten  Raat  geformeert  ende 
onse  mede  gebrachte  instructie  gecommuniceert ,  waerop  dan  gear- 
resteert  is  geworden  dat  men  de  starckte  Luciella  met  alle  rigoreus- 
heyt  volgens  UE:  ordre  aantasten  ende  belegeren  zonde. 

Ondertusschen  hebben  boden  naar  die  van  Hietto  gedepescheert , 
die  de  haare  met  goet  bescheydt  wederom  aan  ons  zonden,  protes- 
teerende  niet  anders  als  tot  een  oprechte  vrede  genegen  te  wesen, 
met  hoope  dat  door  onse  kompst  iets  goets  sal  verricht  worden. 

De  besendinge  naar  Ceram  Laut^  ende  Goram  is  door  gelegentheyt 
over  Banda  ende  langhs  de  cust  van  Groot  Seram  gedaan,  daar  den 
gantschen  Oosthouck  in  roere  was;  die  van  Ceram  waaren  meest  op 
de  vaste  cust  ende  Goram  verdeelt;  derhalven  soodanigen  macht  niet 


1  Deze  vloot  bestond  nit  2  scliepen  en  5  jacliten,  met  400  soldaten  onder 
bevel  van  Jocbem  Boelofsz  van  Dentecom ,  die  als  vice-gonvernenr  Ant.  van  den 
Eenvel  moest  vervangen.  Gigsels  ging  mede  als  commissaris  en  visitateor  en 
had  zoo  lang  hg  in  Ambon  was  het  hoofdbeleid.  —  By  deze  macht  zouden 
zich  100  man  van  de  bezetting  op  Banda  voegen  en  natnuriyk  het  garnizoen  op 
Ambon  en  de  hulptroepen  der  bondgenooten. 


270 

eenden  senden  aki  wel  behoorde,  znlex  dat  maar  drie  stncx  vaar- 
tnych  van  daar  is  geeoomen  ende  thien  correcorren  als  arangbayen 
van  de  westeltjcke  plaatsen,  waarmede  Captn  Westerman  eerst  den 
19  Maart  voor  Lnciella  verscheenen  is,  medebrengende  ontrent  660 
mannen 

Mette  corcorren  hadden  oock  gehoopt  het  land  van  Hietto  aan  te 
doen ,  maar  als  boven  door  Godes  weer  en  wint  belet ,  hebben  een 
anderen  wegh  moeten  kiesen ,  tot  dat  eyntelgek  den  27  Jannarij  met 
de  gantsehe  macht  voor  Lnciella  gelandet  sijn  ende  leger  geslagen  hebben. 

Het  leger  voor  Lnciella  redelijck  gevestet  zQnde,  hebben  geconsi- 
dereert  de  £.  Comps  standt  grootelijckx  voordelijck  te  zijn  byaldien 
het  landt  van  Hietto  in  syn  voorigen  standt  gestelt  ende  bevredicht 
konde  worden;  derhalven  mij  met  advQs  van  d'E:  Heeren  Gouver- 
neurs '  persoonleek  derwaarts  hebbe  getransporteert  ende  Godt  loff 
eenige  goede  diensten,  seg  beginselen,  te  wege  gebracht.    .    .     .    . 

Op  mijn  wedercompste  in  het  leger  [voor  Luciela]  bevondt  dat 
aldaar  velerley  siecten  als  berberij ,  buyckloop  ende  diergelgcke  crach- 
tich  d'overhandt  namen  ende  soodanigh  grasseerde  dat  onse  macht 
door  veelvoudige  sieckten  grootelijcx  vercleent  was,  ja  hebben  Grodt 
betert  de  gementioneerde  plaagen  soodanich  d'overhandt  genoomen, 
dat  op  15  Maart  passado,  soo  alle  preparaten  [gemaakt  waren]  om 
het  Maleysche  quartier  van  den  vijandt  aen  te  tasten,  bij  gemeen 
advys  van  alle  de  crQsofiScieren  gedifficulteert  is  eenich  assault  op 
den  vgandt  te  doen  of  eenige  veroverde  wercken  gevoegeigck  te 
konnen  besetten  alsoot'  getal  onser  soldaten  tot  ontrent  vier  hondert 
versmolten  waaren  ^. 

Door  dese  ontstaane  swaaricheden  gedespereert  wordende  eenich 
naarder  voordeel  op  de  beleegerde  te  bekomen,  hebben  raadtsaamst 
gedacht  Onse  macht  tot  de  destructie  der  nagelbosschen  te  gebmycken, 
derwaarts  aan  in  aller  haast  met  alle  de  correcorren  ende  party  van 
hondert  twintich  zoldaten  vertrocken  ben,  ende  is  t  selve  soodanigh 
ons  geluckt  dat  in  corten  tijt  vijffthien  negerijen  met  ontallicke  negel- 


1  Dat  is  Tan  Ant.  van  den  Henvel  en  van  J.  Bz.  van  Deutecom  die  hem 
moest  opvolgen.  Zie  hierna  bl.  274. 

2  Men  ziet  hieruit  dat  er  geen  sprake  is  van  veroveren  en  verbranden  der 
vesting  van  Luciela  zooals  Valenten  vermeldt  (2  bl.  104),  hetgeen  trouwens  in 
strjd  is  met  hetgeen  hg  later  verhaalt. 


271 

boomen  ^  t'  eenemaal  geraineert  hebben  ende  op  nlt.  Maart  weder 
voor  Lnciella  gearriveert  sgn,  alwaar  terstondt  het  ppbreeken  vant 
leger  bQ  den  Raadt  geresolveert  is,  bevindende  noch  292  eenichsints 
Weivaarende  soldaten  van  ontrent  700  daarmede  voor  Lnciella  waaren 
gearriveert.  Over  het  voorder  gepasseerde  gedurende  de  belegeringe 
refereeren  ons  aan  het  journaal  ende  schriftelijcke  advQsen  dielJEd: 
door  den  Heer  Deatecom  toegesonden  worden  >. 

De  gantsche  cnst  van  Seram  is  als  geseyt  door  de  Qoimelahaas 
goetgnnstige  t'eenemael  in  roer  gestelt,  daar  noch  dagelQcx  gearbeyt 
wort  ende  de  Mooren  zoo  veel  mogelyck  is  haar  saat  stroyen.  Het 
opbreecken  voor  Lnciella  sal  ons  oock  in  geenen  deelen  voordelgck 
maar  ter  contrarie  gans  schadeigck  zQn.  Soo  doen  wg  dan  dagelijcx 
devoir  onse  bontgenooten ,  vrienden  en  onderdaanen  inteprenten  ende 
[te  doen]  gelooven  dat  «nooyt  onse  rechte  meeninge  geweest  is  Ln- 
ciella te  vermeesteren  maar  wel  ons  voor  gemelte  plaats  te  legeren 
ter  Üji  alle  des  Qnimelahas  nagelboomen  daar  ontrent  geraseert  sullen 
wesen  ende  alsoo  t  selve  nu  geeffectneert  was  ons  gants  ongelegen 
quam  des  Quimelahas  fort  met  bloetstortinge  te  vermeesteren ,  alsoo 
ons  doch  onnut  was  ende  [indien  wg]  foorten  wilden  maken ,  ons  geen 
ander  bequamer  gelegenheyden  ontbraacken,  doch  onse  drgvende 
forten  de  beste  estimeerden,  alsoo  met  deselve  bg  alle  quaatwillige 
komen  konden. 

't  Is  sulcx  ende  waarachtich,  Ed:  Heere,  dat  wy  den  Quimelaha 
met  de  destructie  der  15  negerijs  ende  het  raseeren  haarder  treffelijcke 
nagelboomen  ende  vruchtboomen,  soodanigen  ramp  ende  ongeval 
hebben  toegebracht,  dat  wij  sustineeren  dese  luyden  t  selve  haar 
leven  niet  sullen  connen  verwinnen,  hoe  oock  den  Quimelaha  dese 
beleeringh,  off  hg  schoon  onverwonnen  blgff,  smarten  zal  kan  bg 
alle  verstandigen  lichteigck  geoordeelt  worden 

Weynich  boeren  z^n  verscheenen,  als  eenige  van  de  naastgelegen 


1  Wie  de  bizonderheden  wil  weten  raadplege  het  „Joumael  gehouden  op  de 
tocht  inde  bocht  yan  Caybobbe  ghednerende  de  distmctie  der  nagel-  ende 
yruchtboomen ,  item  de  negerien  Nonlenw,  Laael,  Panwlessi,  Hennekelangh , 
Honnetonban,  Haetonw,  Hennelessie,  Ftuwayl,  Hennewaly,  Amien,Sotéella  ende 
S  k  ^  alfoeros  negrgs  ons  onbekendt  ende  int  selye  gebergte  ghelegen"  (B.  A.). 

2  Dese  zgn  op  *t  B.  A.  aanwezig.  Zie  oyer  het  beleg  yan  Lnciela  hierna 
bl,  280. 


272 

plaatsen,  alhoewel  ons  groote  hoop  tot  deselve  was  gegeven.  Den 
Coninek  van  Sanlonw  segt  men  door  Radja  Oelat,  op  Onlat  in  de 
Uliassers  woonachtich,  opgerockent  te  wesen;  die  van  Sammet  heeft 
niet  willen  compareeren^  die  boven  dat  noch  het  volckvanSesonlon, 
alsoo  hg  voor  uytgecomen  was,  gestat  ende  met  hem  naar  Lissbatta 
gevoert  heeft.  Kitchil  Lacxman  was  met  veel  swaarden  endegongen 
door  last  van  den  Qnimelaha  int  geberghte  van  Lisbatta  verscheenen 
om  daar  sQn  parsonagie  te  speelen  y  doch  is  sulcx  dat  haar  wel  hebben 
connen  derven   ende  genonch  te  doen  hadden  den  anderen  hoop  in 

devotie  te  houden 

Het  gantsche  gros  der  Hietteesen  inclineert  tot  relaxatie  van  Capt. 
Hietto  ^  ende  openbaaren  haar  sgne  groote  maechschappen  ende 
vrienden ,  alle  sgne  verlossingen  procnreerende  met  presentatie  van 
betalinge  zijner  scholden  ende  trouwe ,  on^er  suf&sante  osstagiers.  Zg 
verhoopen  ende  vertrouwen  dat  sljn  vaders  gedaane  diensten  ende 
sijn  jonge  onbedachtheyt  bij  ÜEd:  zullen  ingesien  worden  ende  alsoo 
noch   by   leven  is^  hem  pardonneeren ,  waartoe  haare  gesanten  aan 

UEd.  te  mogen  senden  versoecken 

Hebbe  daarop  hen  lieden  tot  antwoordt  gedient  wanneer  ons  de 
preuve  van  haar  weldoen  sal  blijcken,  verder  op  haar  versouck  soude 

geleth  worden. Baros,  een  der  Hietteesche  hoofden 

ende  den  grootsten  belhamel  heeft  groote  naarsticheyt  gedaan  de 
vreemdelingen  onder  seecker  conditie  te  bewegen  een  fort  op  den 
houck  van  Seyt  te  leggen,  dewelcke,  coopluyden  synde,  daartoe  niet 
verstaan  conden. 

't  Is  te  gelooven  dat  den  Quimelaha  henlieden  tot  een  spiegel 
dient,  dat  men  met  forten  te  leggen  de  nagelbossen  niet  can  preser- 
veeren; den  welcken  de  sterckte  Luciella  niet  geholpen  heeft  tegens 
de  meergemelte  groote  destructie,  die  nu  onlangs  in zyne nagelbossen 
is  geschiet.  Soo  dat  wanneer  de  rest  op  syn  onverwacbst  oock  een 
beurt  cryght,  den  Eimelaha  s^n  hooft  niet  meer  sal  hebben  te  breecken 
met  de  nagelen  ende  vreemde  Potentaten  op  sijnen  bodem  te  noodigen. 
In  geiycke  gestalten  is  het  met  de  Hiettoeesen  want  soo  wij 
emstelijck  met  haar  ruyne  wilden  verhaasten,  soude  mogelgck  sijn 
alle  haar  nagelbossen  in  den  ty t  van  een  jaar  te  destrueeren ,  ge- 


1    Kakiali  namelQk. 


273 

i&erckt  deselve  niet  in  de  nieuw  gemaackte  negerijs  maar  bij  ende 
ontrent  haar  oude  ende  verloopen  plaatsen  te  vinden  zijn,  die  in 
geenen  deele  beschermen  konnen  maar  met  defendeeren  haarder 
plaatsen,  vrouw  ende  kinderen  genouch  te  doen  hebben. 

Geduerende  deese  Hiettoeese  troubelen  hebben  haar  Tannahietto- 
messen  met  Eadja  Mamalen  eenelQck  vroom  ende  ontrent  het  fort 
Wantrouw  onthouden.  Eenige  negergs  daarbg  geleegen  heeft  den 
Quimelaha  onlangs  voor  onse  compst  verbrant  ende  d'  inwoonders 
op  Leaoelye  (sic)  ende  Cap(a)ha  ontrent  malcander  gelegen  verdeelt , 
vervoerende  door  misvertrouwen  d'  Orangquais  naar  Luciella. 

Die  van  Iha,  Hatouwa  ende  Laato  Halooy  wederstreeven  onsen 
staat  even  hartneckich.  Geduerende  t  leger  voor  Luciella  sgn  dage- 
lijcx  met  haar  vaartuych  op  onsen  boodem  uit  gaaren  geweest  ende 
verscheyde  persoonen  gevangen  wechgevoert.  Nu  jonghst  de  groote 
correcor  van  Titouway  van  de  tocht  naar  hays  keerende  hebben  met 
seven  correcorren  ende  twee  mahoulis  denselven  aangetast  maar 
dese  met  een  metaale  stuck,  bassen  ende  acht  soldaten  versien, 
heeft  hen  lieden  soodanich  gegroet,  dat  in  plaats  van  buyt  eenige 
dooden  ende  gequetste  daar  aff  gebracht  hebben ,  zonder  ymant  van 
d'onse  beschadicht  te  worden. 

Soo  van  verscheyden  persoonen  verstaan  sijn  d'  Uliassers,  doch 
met  al,  vrij  wat  wanckelmoedich,  waarin  om  quader  voor  tecoomen 
nootsaackelgck  dient  versien,  't  welck  mgns  oordeels  door  verdruc- 
kinge  der  Ihaeesen  moet  gepractiseert  worden,  want  zoo  langh  dese 
domineeren  kan  noch  sal  den  stant  van  Amboyna  geensints  ver- 
seeckert  zijn. 

Van  de  Noesselauwers  hebben  beter  vertrouwen,  hoewel  gelooflP- 
lijck  is,  dat  neffens  de  Uliassers  tot  rust  genegen  zijn  ende  van  de 
gestadige  tochten  soucken  ontslagen  te  wesen. 

Die  van  Oma  houden  haar  wel;  evenwel  bemercke  dat  haer  den 
arbeydt  van  gestadich  royen  neffens  onse  Amboynees  verveelt    .    .    . 

Den  12  deser  bekomen  tijdinge  van  Combello  dat  op  den  9en  snachts 
ontrent  Kelangh  ende  Maniepo  27  stucx  joncken  haar  verthoonden  ■, 
daar  terstont  de  jachten  Mocha  ende  Zon  met  twee  saloupen  onder 
setten,  doch  overmits  stilte  sljn  al  t  samen  geeschappeert  ende  voor 


1    Deze  kwamen  van  Makassar. 

18 


2U 

daagh  ter  reede  voor  Combello  gearriveert,  een  groote  joncq  nytge^ 
sondert  dewelcke  syn  conrs  weder  naar  de  Maniepo  off  Kelangh 
stellende,  met  goede  hoop  van  overwinninge  door  t  jacht  de  Son 
vervolcht  bleef.  Het  gemelte  vaartnych  bestondt  in  14  joncquen, 
fregatswi}se  met  pennen,  topseyls  ende  boechsprieten  versien,  onder 
drye  vlaggen  als  Admiraal,  vice  Admiraal  ende  Schont-by-Nacht; 
de  reste^rende  waren  gorabs  ende  diergelgck  Javaans  vaartuycli. 
Door  t  arrivement  deser  joncqaen  is  apparent  dat  d'aengehondene 
van  t  voorleden  jaar  met  haar  geprocureerde  nagelen  bg  alle  mid- 
delen sullen  onderstaan  te  vertrecken 

Volgens  üEd:  expresse  ordre  vertreckt  oock  hiermede  de  Heer 
Gouverneur  Anthonio  van  den  Heuvel  met  sfln  huysvrou  ende  famillie 
neffens  noch  eenige  inpotente  ende  getroude  officiers  ende  soldaten. 

Volgens  ÜEd:  expresse  ordre  is  op  28  April  den  E.  Heer  Jochem 
Roeloffsen  van  Deutecom  met  behoorlgcke  solemniteyten  int  gou- 
vernement van  Amboyna  geinvestigeert 

Door  een  overlooper  van  Luciella  verstaen  dat  den  Coninck  van 
Bantam  aan  den  Quimelaha  met  jongstl.  gearriveerde  joncquen  3 
stucken,  een  metaal  ende  twee  van  ^ser^  heeft  gesonden,  die  op 
drie  joncquen  met  haar  behoeften  waaren  verdeelt.  Zoo  uytgeeveD 
soude  yder  joncq  een  petack  cruyt  met  gebracht  hebben,  sulcx  ons 
oordeels  soo  breet  niet  sijn  en  zal.  Voorder  verclaert  den  Quimelaha 
persooneliyck  om  de  destructie  te  beoogen  in  de  cleene  negerys  ge- 
weest was  daar  van  alteratie  op  sijnen  duym  beet,  datter  t'  bloet 
uytliep,  makende  een  hoop  dnyvels  van  ons,  scheldende  sïjiie  onder- 
daanen  niet  weynich  uyt  om  dat  ons  geen  meer  tegenstand!  gedaan 
hadden *    .     .    * 

Geschreven  int  casteel  Victoria  desen  XXVHen  Apryl  1635  *. 


1  Naar  het  afschrift  in  *t  Copye  hoeck  der  öeneraale  Brieven ,  2e  deel ,  af- 
komstig van  Artus  Gesels  en  aanwezig  ter  Earlsmher  „K.  Hof-  und  Landes- 
bibliothek"  (N».  463). 


276 


LXIII.  Ant.  van  den  Heuvel,  gouverneur  van  Am- 
bon,  aan  den  G.-G.  Hendrik  Brouwer,  27  April 
1635. 


lek  hebbe  mede  op  Bonton  soodanige  ordre  gestelt  ^  dat  mg  van 
daer  in  November  11.  kennisse  ende  advertentie  gedaen  van  de 
goede  wille  ende  genegentheyt  van  den  Coninek  van  Boutges  (sie) 
om  met  de  Generale  Compie  in  verdrach  ende  accoort  te  treeden 
opdat  den  oorloch  tegens  den  Maccassaar  gelgckerhant  souden  mogen 
aenvaerden.  Met  welcken,  soo  niet  per  resolutie  van  den  Secreten 
Raedt  verhindert  waere ,  gehoopt  hadde  in  eygener  persoon  op  deese 
mijn  herwaerts  compste  getracteert  te  hebben  ende  een  Ambassa- 
deur van  hem  medegebracht,  opdat  ÜËdd.  eenmael  de  rechte  ende 
ware  verseeckeringe  van  dien  becomen  ende  alles  naerder  soude 
mogen  besluyten.  'T  is  wel  soo  dat  dit  selve  op  de  verschee  daet 
(sic)  seer  gaerne  gedaen  ende  daer  toe  met  den  vryburger  Daniel 
Isacxsz:  Roobol  hebbe  willen  in  handelinge  treeden,  alsoo  wij  voor 
dien  tyt  van  vaertuych  ontbloot  waeren,  opdat  hy  met  syn  fi-egat 
nae  Bouges  vaeren  ende  ons  van  des  Conings  wille  een  preuve  toe- 
brengen soude,  maer  hy  hadde  geen  moet  om  de  reyse  tegens  wints 
op  te  haelen;  daerom  achtergebleven  is 

Van  Bouges  hebbe  geseyt,  maer  vergeeten  dat  gemelte  Coningh 
onder  anderen  gepresenteert  heeft,  indien  met  hem  den  oorloch 
tegens  Maccassaar  aennemen  willen,  dat  ons  jaerl^ckx  eenige  duy- 
sende  lasten  rys  ende  pady  tot  civilen  prys  wil  vercoopen  ende  dat 
aireede  seeckeren  tolck  op  Bouton  gelast  was  met  een  van  onse 
jachten  by  hem  te  comen,  t'  welcq  ick  seer  gaerne  soude  gedaen 
ende  niet  versuympt  hebben,  alsoo  Bougies  gelegen  is  noordelijck 
van  de  Bougeronnes,  in  de  bij  gelegene  straet,  palende  int  Westen 
tegens  Samboppa  ende  t^  gantsche  lant  van  den  Coningh  van  Mac- 
cassaer,  met  welcken  dagelycks  te  lande  den  oorloch  voert.  Maer 
alsoo  geen  cleyn  vaertuych  bij  ons  hadden  ende  om  redenen  hier 
vooren  verhaelt  is  t'  selve  uytgestelt,  dewijl  met  dit  swaer  schip 
sulcx  niet  heb   durven   onder    leggen  om  de  vuyle  gronden,  aldaer 


1     Toen  hg  in  't  voorjaar  van  1034  naar  Ambon  ging. 


276 

sijnde,  gelyck  Leonart  Adriaensen,  Capiteyn  van  de  bnrgrg  op  Am- 
bon,  die  aldaer  geweest  is  ende  t'  jacht  de  Valck  1613  heeft  helpen 
verliesen(?),  my  verhaelt  heeft.  Dan  soo  ÜEd.  geliefden  mg  met 
een  beqnaem  ende  wel  beroeyt  jacht  van  hier  derwaerts  te  senden 
om  aldaer  alles  t'  onderst  aen  ende  soo  veel  tijts  te  winnen  soude 
mij  vermeeten  met  de  hulpe  des  Almachtigen  tegen  t'  mousson  op 
Bonton  te  loopen  aldaer  den  tolcq  in  te  neemen  ende  voort  ['t  land] 
van  der  Boages  te  beseylen  ende  te  doen  sien  wat  vrucht,  nuttic- 
heyt,  handel  ende  commertie  voor  de  Generale  Compie  soo  tot  aff- 
bruyck  der  Maccassaren  als  tot  verseeckeringe  van  de  inlantsche 
quartieren  te  verrichten  ende  te  verwachten  staet 

Desen  versz.  Goningh  heeft  oock  veel  vaertuych,  gelyck  cbiam- 
pans,  corcorren  ende  andere  pranwen,  met  welcque  in  Bouton  rijs, 
pady,  goudt  ende  andere  dingen  verhandelt  ende  verraylt  worden 
voor  ende  outiout^s  (sic),  alsoo  dat  de  cleeden  aldaer  wel  getroc- 
ken  ende  mijns  oordeels  geen  cleeden  proffyt  voor  de  Gompie  te 
doen  is.  Van  deese  chiampams  heeft  den  Heer  Lodesteyn  zalr  int 
laeste  van  Aprill  1634  in  de  rivier  van  Bonton  eenige  verdestrueert, 
daer  over  gemelte  Coninck  hem  grootelijcx  was  beclagende  ende  om 
snlcx  voor  te  comen  genegen  is  met  ons  in  vaste  alliantie  te 
treeden.     .    • 

Gegeven  op  Ambon  deesz  27en  Aprilis  a*^  1635  ende  was  onder- 
teeckent Antonio   van   dek  Hbttvel  i. 


LXIV.  Jochem  Roeloffsen  (van  Deutecom),  gouver- 
neur van  Ambon,  aan  den  Gouv.-Gen.  Hendrik 
Brouwer,    19  September  1635. 

^t  Heeft  sijn  Edt  gelieft  ons  bij  instructie  te  gelasten  dat  wy  souden 
[ondersoecken]    off  het  garnisoen  op  de  Passou   '  niet  conden  geex- 


1  Vergelgk  het  geiyktijdige  bericht  hetrefifende  de  „Bouggs"  uit  een  brief 
van  öouv.-Q-en.  en  Raden  aan  den  Commandeur  Herman  Q-erritsz  voor  Makassar , 
opgeteekend  door  van  Dijk,  Neerlands  betrekk.  met  Borneo  bl.  23  aant.  1.  Zie 
verder  hetz.  werk  bl.  39  en  den  brief  van  Gouv.-Gen.  en  Kaden  aan  Bewindfa. 
van  28  Deo.  1636  hierna. 

2  Be  pas  van  Baguala. 


277 

cuseert  worden.  Wy  verclaeren  neen!  al  waert  maer  alleenich  om  die 
van  de  üliassers,  dat  alleen  de  victualycamer  van  geheel  Amboino 
is,  want  de  goederen,  die  sil(uiden)  uyt  d'üliassers  brengen,  souden 
die  van  Ottemoery  opcoopen  ende  alsdan  eens  soo  dier  wederom  aent 
Casteel  comende  vercoopen,  want  het  moeyelgck  valt  voor  d'üliassers 
haere  vaertuygen  over  de  passo  te  haelen ;  ende  noch  meer  andre  con  • 
sideratien  die  aengeweesen  connen  werden  waerom  het  gamisoenniet 
en  can  werden  gelicht.  Indien  gemelt  garnisoen  daer  niet  en  was 
soude  de  Negros  altijt  het  moesc  oppen  vanden  v^ant  subject  moeten 
weesen  te  weten  Ottemoery,  Soelij  ende  Bagiwala,  jae  selffs  de  vis- 
schergen  tusschen  de  pas  ende  het  Casteel  souden  geheel  onvrij 
weesen. 

Op  de  reduyt  van  Hittouw  hebben  wij  met  voordachten  sin  seer  wel 
gelet  ende  gemerckt,  dat  den  omslach  aldaer  niet  minder  als  met 
100  mannen  behoorde  beset  te  s^n  om  t'selve  naer  behooren  waerte 
nemen 

De  reduyt  op  Larrique  dient  seer  noodich  aen  2  syden  versien  ende 
tegen  het  schieten  van  sassen  ofte  andre  diergelijcke  schietgeweer 
gefortificeert  ende  versien  te  werden 

Wij  en  hebben  niet  connen  naerlaeten  syn  Edt  te  verwittigen  van 
den  jegenwoordigen  stant  in  d'üliassers,  principaiycken  van  Oulat^ 
vermits  Radia  Oulat,  den  welcken  met  die  van  Yha  (deur  dien  met 
vruntschap  aen  malcanderen  verbonden  syn)  seer  groote  familiare 
correspondentie  houdende  is,  jae  soodanich  dat  de  paertysn  (?)  ront 
uyt  seggen  by  aldien  door  ons  daerinne  niet  versien  en  wert  dat 
gemelden  Radia  Oulat  ons  sal  affvallen,  tVelk  wel  te  gelooven  is, 
allsoo  de  principale  hooffden  meer  naert  Moorsdom  dan  naert  Chris- 
tendom streckende  syn.  Ende  ingevalle  sulx  gebeurde  (t'welk  Godt 
verhoude),  t'soude  te  beduchten  staen,  dat  wy  niet  alleeneiycken 
Oulat  ende  d'Uliassers  souden  moeten  derven  maer  de  geheele  custe 
van  Ceram,  gemerckt  alle  het  vaertuych  dat  van  Ceram  compt  altyt 
d'Uliassers  eerst  aen  doet,  ende  ten  ware  gemelte  plaetse  tusschen 
Seram  ende  het  Casteel  waere  dat  weynich  ofte  geen  vaertuych  van 
Seram  aent  Casteel  souden  cnjgen 

Ende  gemerckt,  als  gesecht  hebben,  dat  die  van  Oulat  met  die 
van  Yha  soo  in  maechschap  vercnocht  syn,  hebben  hooch  noodich 
geacht  Oulat  met  eenich  garnisoen  te  besetten 


278 

Wij  bevinden  dat  de  cruysende  jachten  voor  Combello,  Licidij, 
Kelangh  ende  Ërangh  op  de  vreemde  handelaers  ende  nagelcoopers 
alles  te  vergeefs  is,  alsoo  sQ  bij  donckere  nachten  al  waeren  der 
50  jachten,  genonchsaem  connen  wech  comen  ende  met  haer  retouren 

vertrecken Maer  om  voor  te  comen  dat  se  geen 

meer  nagelen  en  vervoeren ,  gelyck  se  dus  lange  gedaen  hebben ,  soo 
sont  noodich  weesen  dat  men  {aerlycx  met  een  aensleniycke  macht 
op  Ceram,  Manipe  ende  elders  waar  nagelboomen  staen,  deselve 
tracht  te  raineeren.  Soo  sonde  de  E.  Compie,  soo  w^  vastelijck  sos- 
tineeren,  best  van  de  vreemde  handelaers  bevryd  worden  ende  in 
corten  goede  proffijten  smaecken,  voomaementlyck  als  onseeust  maer 
wel  bewaert  wort,  alsoo  als  gesecht  hebben  van  gevoelen  sgn,  dat 
die  van  Amboina  veel  nagelen  naer  overen  voaren,  jae  meer  alsser 
selfs  op  Ceram  wassen  ende  ofte  al  2  a  3  craysende  jachten  langs 
de  custevan  Bitton  leggen,  t'en  can  niet  helpen  want  sg  vaerensoo 
stout  naer  overen  toe  tot  spgt  van  onse  jachten  ende  sloupen  als 
ofte  se  daer  niet  en  waeren 

Den  laetsten  Augustij  syn  met  onse  macht  selfs  in  persoon  van 
Passonw  naer  Hattua  vertrocken ,  alwaer  den  2en  September  smorgens 
heel  vrouch  arriveerden  ende  ons  ten  ancker  leyden.  Hier  gecomen 
weesende  is  ons  een  gesant  van  Ternaten  met  een  vreedevlagge  aen 
boort  gecomen  ende  versocht  dat  doch  geenich  quaet  aen  die  van 
Hattuwa,  Kellole  oft  Kabau  en  wil  doen,  alsoo  hy  verclaerde  dat 
van  Sijn  Mayt  in  Ternaten  expresselijcken  aen  den  Qnimelaha  ge- 
sonden  was  als  mede  aen  die  van  Loehoe ,  Combelle  ende  Licidy , 
Ërangh,  Manipe,  Kelangh,  Cappaha,  Hattuwa,  Yhamou,  Latehaloy 
ende  voorts  aen  alle  de  andere  plaetsen,  die  haer  nagelen  aende 
vreemdelingen  vercoopen,  om  hun  luyden  aen  te  seggen  dat  sulci 
naer  souden  laeten  ende  ingevalle  syt  meer  deeden ,  dat  den  Coninck 
van  Ternaten  met  den  Prince  van  HoUant  te  samen  sullen  spannen 
ende  alle  haere  plaetsen  destrueeren,  mitsgaders  hunne  nagelboomen 
schillen  ende  haer  alsoo  geheel  ten  ruine  brengen,  waerop  hy  op 
sommige  plaetsen  geen  goet  bescheyt  heeft  becomen,  soo  datternoch 
bij  vougde,  dat  oock  niemant  aen  den  Quimelaha  nagelen  sonde  ver- 
coopen op  de  peene  hier  boven  verhaelt. 

Wg  hebben  hier  vooren  UEdelheyt  wegens  de  saecke  van  Hattuwa 
geschreven  ende  hoedanich  het  ons  van  die  van  Oma  te  vooren  gestelt 


279 

is  geworden  ende  doen  wij  daer  quamen  met  5  jachten ,  4  saloupen 
ende  24  corcorren)  versien  met  sulcke  aensienlijcken  macht,  dat 
sonder  enich  pergckel  hare  vrucht  dragende  boomen  mitsgaders  de 
dorpen  Eellole  [Kailolo]  ende  Kaban  gesamentlQcken  conden  des- 
traeeren  ,  soo  comen  die  van  Krea ,  [Earise  ?]  gelegen  op  het  selffde 
lant,  ende  maecken  groote  swaricheyt  hierinne,seggendewelis  waer, 
dat  tot  destructie  genouchsaem  in  handen  hebben,  maer  considereert 
wat  ons  hier  uyt  staet  te  verwachten.  Als  alles  sal  gedaen  wesen, 
dat  willet  en  connet  doen,  soo  sullen  wy  de  eene  ofte  d'ander  tgt, 
vermits  t'weynich  volcq  dat  hebben,  oock  perijckel  loopen  om  van 
haer  ^  te  worden,  even  als  haer  gedaen  hebben.  Ende 
hieromme  versochten  sglieden  alsmede  de  Orangkays  van  onse  camere , 
dat  haer  dese  reyse  noch  wilden  ezcnseeren 

Nu  soo  hebben  wij  wel  opt  versoucq  der  Orangkays  van  Hattuwa 
ende  die  van  onse  Gamere  met  die  van  Hattuwa  tot  vreede  verstaen , 
doch  niet  langer  als  voor  drye  maenden  ofte  ten  waere  dat  sij  haer 
beter  comporteerden  als  tot  noch  toe  gedaen  hebben 

Ende  alsoo  wij  met  onse  bijhebbende  macht  voor  Capaha  quamen 
om  haer  tot  een  reedelgcke  conditie  te  brengen,  soo compt ons tegens 
den  avont  Tannittoumessingh  met  eenen  orangbay  aan  boort,  mede* 
brengende  eenen  heymelijcken  gesant  van  S,  Mayt  in  Ternaten,  ge- 
naempt  Abdulrahman,  die  voor  desen  woonachtich  is  geweest  op 
Loehoe  ende  door  Sebandaer  (sic)  naer  Ternaten  gevourt,  alwaer 
voor  sijn  [Maj.]  verschijnende,  heeft  denselven  sulcken  contentement 
gedaen,  dat  hem  naer  alle  de  gelegentheden  van  den  Quimelaha 
gevraecht  heeft,  waer  van  gem.  Coninck  tot  sijnen  leetweesen  soo 
veel  verstout  dat  genouchsaem  conde  speuren  dat  den  Quimelaha  anders 
niet  en   socht   dan  sich  selven  als  Coninck  te  maecken  ende  onder 

den  Macassaer  te  soorteeren Want  de  Coninck  hem 

ontbiet,  dat  nu  al  2  &  3  jaeren  achter  den  anderen  geschiet  is,  soo 
en  heeft  hij  nooyt  willen  comen 

Actum  Amboyna  int  Casteel  Victoria  desen  XIX  Septemb:  a<^1635 
ende  was  onderteeckent Jochxtm  RoiiLOESEif. 


1     Hier  is  een  woord  opengelaten. 


280 

LXV.  Gouverneur-Generaal  (Hendrik  Brouwer)  en 
Raden  aan  Bewindhebbers  der  O.  I.  Compagnie, 
4  Januari  1636. 


[Na  vermelding  hoe  zy  aan  de  krygsmacht ,  naar  Ambon  gaande 
onder  Jochem  Roelofsz  van  Deutecom  last  gegeven  hebben  de  vesting 
Luciëla  op  Klein  Ceram  te  veroveren  * ,  gaan  zij  voort:} 

Wij  hadden  haer  bij  ons  advys  geordineert  dat  men,  tot  minder 
spillinge  van  volck,  de  conqueste  soude  bevoorderen  door  formele 
belegeringe  ende  plantinge  van  canon,  doch  sy  hebben  als  oner- 
vaeren  crygsluyden  de  plaetse  beginnen  te  approcheren  langcs  de 
laege  zeecant,  tegens  des  viands  hooghte,  die  daerdoor  gestadigh 
over  haer  commandeerde,  sonder  datse  oyt  de  plaetse  beslooten 
hebben  gehad  nochte  oyt  getracht  hebben  te  incorporeren  eenige 
bijgelegen  hooghte  om  over  des  viands  fort  te  commanderen,  maer 
hebben  denselven  het  geberghte  ende  de  westsijde  des  lants  gansch 
open  gelaeten.  Gemelten  Quimelaha  *  waeren  mede  over  de  vier- 
hondert  Macassaren,  meest  alle  met  portaguyse  roers  voorsien,  te 
hulpe  gecomen.  D^onse  dan,  alsoo  aen  de  Noordcant,  onder  des 
viands  commando  traghtende  door  loopgraeven  ende  met  wercken  te 
maecken  te  naerderen ,  daermede  over  de  seven  weecken  toegebraght 
hebben,  soo  is  ons  volck,  die  oock  van  goet  drinckwater  doorgaens 
onversien  bleven,  soo  sieck  geworden,  ingevallen  ende  verswackt 
datter  wel  twee  hondert  man  gesturven  syn,  daerdoor  gedrongen 
syn  geweest  van  haer  voornemen  te  desisteren  naert  misbruyck  van 
683  schooten  groff  canons  ende  het  onnut  spillen  van  22  groote 
granaten 

Gelijck  het  voor  onmogelyck  wert  geaght  ter  zee  het  aencomen 
der  joncken  in  de  Amboinse  en  Ceramse  quartieren  te  connen  be- 
letten, soo  wert  het  voor  wel  doeneiyck  gehouden  alle  de  resterende 
naegelplantagien   te   ruyneren,    waertoe    wij  volgens  UE.    ordre  alle 

mogelijcke  vlijt  ende  dienstige  middelen  aenwenden  sullen 

Wij  sien  hoe  UB.  nogh  in  gevoelen    syn  dat  onder  den  naem  der 


1  Zie  hiervoor  bl.  269. 

2  Eimelalia  Loehoe. 


281 

Maccassaren  veele  vreemde  natiën  schuylen,  die  de  Compie  de 
nagelen  ontvoeren  ende  die  alleen  te  Macassar  brengen  om  den 
hoogen  prijs  die  se  daer  connen  maeeken.  Item  dat  den  Coninek  van 
Macassar  op  de  claghte  van  d'onse,  over  't  vervoeren  der  nagelen 
gedaen,  sonde  hebben  geantwoort  dat  het  geschiedde  by  sijn  onder- 
danen buytjBn  syn  ordre,  ende  wel  lyden  moghte  wy  die  becomende 
naer  ons  believen  straffen  etc.  Item  dat  {wij]  de  Macassaren,  synde 
een  vrye  natie,  den  nagelhandel  door  gewelt  niet  en  behooren  te 
beletten  maer  syn  onderdaenen  te  straffen  als  die  ter  plaetse  daer 
de  naegelen  ontvoert  werden  becomen  connen  ^ .  Voorwaer  E.  Heeren, 
ÜE,  werden  hiervan  verkeert  geinformeert  ende  geschiet  ons  onge- 
lijck,  dat  ÜE.  hierjegens  onse  advijsen  niet  gelieven  te  balanceren, 
't  Is  seecker  dat  den  Macassar  aspireert  door  aenhitsinge  ende  scherp- 
sinnigen  raed  van  Spaenjaerden ,  Portuguysen ,  Engelsen  ende  Deenen 
om  sijn  staet  te  vergrooten  uyt  het  naedeel  vanden  Nederlandsen, 
ende  heeft  sigh  door  deselve  beginnen  soo  sterck  te  vesten ,  dat  hij 
allé  Indiaense  Princen  omtrent  sijn  lant  gelegen  onder  contrebntie 
brenght. 

Buton,  Buro,  Zula,  Bengay,  Manado,  Tabnco  ende  verscheyde 
andere  plaetsen,  die  onder  Ternate  hebben  gesorteert,  heeft  hij 
onder  syn  heerschappye  gebraght. 

Het  heele  lant  van  Salaijer,  Calauro,  Flores  alias  Ende,  Sum- 
bava  ende  Bima,  sijn  onder  sgn  contrebntie. 

Den  Coninek  van  Martapura  heeft  hij  de  gansche  Oostcust  van 
Bomeo  affgenomen. 

De  maghtige  Bongys  int  bini;ienlant  van  Celebes  gelegen  sijn  mede 
sijn  tribntarissen. 

Den  naegelhandel  doet  hem  toebrengen  de  cleeden  van  Coro- 
mandel  ende  Indostan  door  Portngnysen,  Engelsen  ende  Deenen. 

De  frequentatie  van  de  commercie  om  de  nagelen  te  becomen 
ende  andere  waeren,  soo  hem  van  Timor  ende  elders  toegebraght 
werden,  doenx  den  Chynesen  handel  daermede  toevloeyen.  Om  sigh 
van  gemelten  naegelhandel  te  verseeckeren  doet  hij  soo  groote 
assistentie  aen   den    Qnimela   Loehoe,    verhopende    daer   door  plus 


1    Yergelijt  den  brief  van  A.  öijsels  hierna  bl,  289. 


282 

nltra  te  oomen  ende  is  hij  derhalven  den  schaedelijcksten  viant, 
die  des  Gompies  gtant  in  Indien  is  hebbende,  als  wesende  den 
maghtighsten  Christofiel  van  alle  haere  contramineerders  ende  wan- 
gunstige,  die  soo  capabel  is  om  den  Raed  derselver  te  apprehen- 
deren  als  hQ  abyi  is  om  met  een  gedissimuleert  praetjen  te  payen 
de  geene  die  geen  verre  gesight  en  hebben 

De  harde  regieringh  van  Mr.  Antonie  van  den  Heuvel,  gesuc- 
cedeert  op  de  saghte  van  den  E,  Artus  Gesels,  hadde  des  Gompies 
onderdaenen  over  heel  Amboino  seer  gealtereert,  soodat  in  s^n  tgt 
is  gebeurt  dat  noyt  te  vooren  was  geschiet ,  te  weeten  dat  de  Ulias- 
serse  hadden  bestaen  te  weygeren  op  de  roey  ende  op  een  voorge- 
nomen toght  te  comen,  van  den  Gouverneur  daertoe  omboden  sijnde 
etc:  Ende  sulcx  om  de  veelheyt  derselver  aengevangen  onnutte 
toghten,  midtsgaders  door  rude  ende  vreemde  beyegeninge,  soodat 
hij  daer  niet  en  diende  te  continueren  ende  wg  verhopen  dattet 
den  E.  Deutecom  beter  sal  maecken 

Het  geheele  gros  van  de  Hittoese  gemeente  intercéderen  ernstelijck 
om  den  gevangen  Eackialij  gerelaxeert  te  crygen.  Te  dien  eynde 
sijn  neffens  den  E.  GQsels  hier  gecomen  Tannahittoemessingh  ende 
Bulan  met  nogh  27  van  de  Hittoese  Orangkayen.  Maer  alsoo  ons 
het  boos  gemoet  deses  persoons  gebleecken  is,  ende  dat  hg  vrij 
comende  onversoenelycken  viant  ende  snooden  contramineur  van  de 
Gompie  soude  wesen,  ten  aensien  in  verscheyden  voorvalligheyden 
yegens  alle  goet  gebruyck  met  hem  is  gehandelt,  soo  big  ven  wij 
geresolveert  om  den  selven  herwaerts  te  ontbieden,  daer  hem  tot 
naerder  ordre  geconfineert  sullen  houden  tot  voorcominge  van  veele 
gedughte  swaerigheyden.  Ende  om  de  Hittoese  regeeringe  aen  de 
Gompie  te  verbinden  soo  sullen  gemelten  Tanna  Hittoemessingh  in 
Kackialijs  qualiteyt  institueren  ende  voerders  alle  goede  ordre 
stellen 

Van  Amboino  sijn  ons  desen  jaere  toegecomen  den  20en  May 
lestleden  met  het  schip  Buren  111.707   ® 

naegelen   ende  den   14en  October  met  den  Arent, 
Batavia   ende  Gochijn   t'   saemen  49.630   f8 

Sijnde  alsoo  alle  de  naegelen  desen  jaere  van  Am-  

boino  ontfangen  maer  161.337    ® 

Daer  tegen  rapporteert  men  ons  seeckerlycken  datter  in  Macassar 


283 

sijn    gecomen   over  de  dnysent  baharen,  dat  omtrent  de  600.000  68 
compt  te  wesen  ende  immers  al  te  onverdraeghlijck  valt. 

De  meeste  derselver  dnysent  baharen  sonden  die  van  Hittou  naer 
de  overcnste  hebben  gevpert 

Aen  waerschonwingen,  aenmaningen  ende  dreygementen  heeft  het 
voor  desen  niet  ontbroocken,  soo  nogh  al  continnerende  sal  ge- 
schieden. Doch  soo  sulcx  niet  helpen  wil,  sal  't  Hittoes  beurt  wer- 
den als  men  op  Vemoela  ^  gedaen  sal  hebben 

Met  gemelte  Der  Goes  ^  is  den  president  Jan  Ottens  hier  aen 
gecomen,  van  den  welcken  midtsgaders  nyt  voorgaende  advysen  met 
Weesp  ontfangen  ende  de  alsnn  gearriveerde  van  den  E.  Jan  van 
Broecum  vernemen ,  dat  gemelten  E.  Gnrcum  ^  aldaer  in  Moluyekse 
gouvernement  met  alle  goede  ordre  was  geinvestigeert. 

Dat  sedert  de  jongste  advysen  uyt  Molucco,  aen  ons  gesonden  m 
Augustus  1634,  niet  als  verargemissen  in  de  proceduren  des  Conincx 
Hamsia  vernomen  hadden,  alsoo  hy  niet  alleen  stilstant  van  wape- 
nen, maer  volcomen  vreede  met  den  Spaenjaerden  ende  Tidoresen 
tegens  onse  aenradingen,  persuasien  ende  protestatien  hadde  gemaeckt. 

Dat  den  Eitchil  Gorontalij ,  die  den  Tarnataensen  Coninck  Hamsia 
(tegens  het  goetvinden  van  den  onsen)  opt  versoeck  van  eenige  gemis- 
contenteerde  Tijdorese  Edelluyden  op  Tidore  hadde  gesonden ,  aldaer 
als  wettige  Coninck  met  approbatie  van  den  Spaensen  Gouverneur 
geeligeert,  geinvestigeert  ende  publyekelijck  gecroont  was. 

Dat  voorsz.  Gorontalij  cort  naer  voornoemde  bevestinge  door  Spaen- 
sen raed  ende  met  advijs  des  Gonincx  Hamsia  de  waepenen  tegens 
den  ouden  Coninck  Garolamma  soo  hevigh  hadde  comen  te  gebruycken 
dat  hij  den  selven  nyt  het  velt  tot  in  sijn  sterkte ,  Gomafifo  geheeten, 
de  vlught  heeft  doen  nemen,  nietyegenstaende  gemelten  Garolamma 
voor  een  cloeck  ende  couragieus  crygsman  gereputeert  was,  dogh 
sigh  van  de  dadelycke  Spaense  ende  Tamataense  hulpe  ontbloot  vin- 
dende, die  den  GrorontalQ  onder  de  hand  assisteerden  soo  heeft  hij 
op  den  aenbiedinge  des  Conings  Hamsia  sijn  rijck  gequiteert,  sijn 
doghter  aen  gemelten  Hamsia   ten  houwel^ck  gegeven  ende  de  pro- 


1  Dat  is  op  Klein  Ceram  (Hoamohel). 

2  Komende  uit  de  Molukken  te  Batavia  den  20  September  1635. 

3  Jan  van  G-orcam  noemde  zich  bij  zijn  terugkomst  in  Indie  van  Broeckum| 
denkelijk  naar  eene  heerlijkheid  die  hg  gekocht  had. 


284 

texie  vanden  selven  op  Ternate  aengenomen,  daer  hij  hem,  bij  per- 
missie der  Spanjaerden  ende  [van]  den  Gorontaly ,  met  sijn  familie 
ende  eenige  Edelen,  te  saemen  omtrent  tweehondert  zielen,  getrans- 
porteert  heeft  op  den  24en  Jnly  lestleden.  Hiermede  is  den  oorloge  op 
Tidore  gecesseert  nietyegenstaende  alle  bedenckelycke  middelen  by 
den  onsen  voorgewent  waeren  om  die  te  voeden. 

Den  Garolamma  was  den  Spanjaerden  te  wQs  ende  wert  hem  naege- 
geven  dat  hg  verstont  de  behoudenisse  van  synen  ende  den  Tama- 
taensen  staet  te  wesen,  de  continuatie  van  de  Spaense  ende  Neer- 
landse  besettinge  in  Molncco.  Hier  om  heeft  gemelten  Spanjaert  van 
langerhant  getraght  denselven  te  lighten  ende  een  ander  tot  Coninck 
te  eligeren,   die  t'eene  mael  van  haere  autoriteyt  sonde  dependeren. 

Hamsia,  die  door  sonderlinge  uytmnntende  grootsheyt  aspireert 
naer  de  Molnyckse  monarchie  beelt  sigh  nu  in  door  pure  pratgcke 
ende  maght  der  Spanjaerden  daertoe  gecomen  te  sgn,  insonderheyt 
nn  hy  de  Tydoreese  doghter,  die  erffgenaem  is,  te  wyve  heeft  ende 
den  Gorontalij,  die  sQn  gevangen  is  geweest,  door  hem  behouden 
ende  tot  de  croone  gebraght'  is,  die  hem  oock  daerover  gestadigh 
te  erkennen  belooft  soude  hebben,  daertoe  den  Spaenjaert  hem  oock 
houden  sullen  volgens  hun  beloften  aen  gemelten  Hamsia  gedaen. 

De  grootsheyt  van  Hamsia  is  mede  geaccompanjeert  met  een  ex- 
treme gierigheyt,  die  den  Spaenjaerden  te  gemoet  comen  met  soo 
veele  secrete  geschenken  ende  gaeven ,  die  oock  door  gemelten  Hamsia 
soo  gedistribueerd  werden  *  onder  de  grooten  van  Ternate,  Maqnian, 
Bachiam,  Gilolo,  Gamcanorra  ende  de  gansche  cust  van  Moro,  dat  niemant 
meer  de  wapenen  tegens  den  Spanjaerden  gebruyckt  als  wy  alleen. 

Hamsia  ende  Gorontaly  continueerden  met  de  correspondentie  van 
den  Spaenschen  Gouverneur  in  Manila,  die  nu  is  een  Don  Joan 
Cereso  de  Salamanca,  ende  hadden  op  nieuws  een  correcorre  met 
secrete  advysen  naer  Manila  gesonden.     ...*.• 

De  liberteyt  die  de  Tarnatanen  ende  Maquianen  becomen  door  den 
gemaeckten  vreede  met  de  Tidoresen  bevalt  haer  soo  wel,  dat  geen 
werck  meer  van  ons  maecken  ende  syn  de  Tidoresen  op  Maquian 
soo  vrij   ende   stout   geworden,  datse  de  IQffeygenen  van  de  Gompie 


1     Men    zou   zeggen   (als    het   waarheid   behelst)    dat   dit  nog  al  zoo  gierig 
niet  was. 


285 

ende  haere  dienaren ,  soo  se  deselve  wat  buy téns  wegs  vinden ,  durven 
vatten  ende  gevanckelyck  wegh  voeren  sonder  dat  sigh  de  Maquianen 
daer  tegens  stellen.  Indien  sulx  compt  toe  te  nemen  sullen  onse  saecken 
sleght  op  Maquian  staen  ende  wy  bg  nae  in  onse  forten  belegert 
sitten ,    . 

Hamsia  payt  den  onsen  met  praetjens  ende  gevoelen  d'onse  te 
missen  den  ouden  Sengagie,  ^  die  wijs  ende  onse  vrunt  was ,  wesende 
den  nieuwen  aldaer  gestelden  Sengagie  een  puyr  creatuyr  van  Ham- 
sias  geveynstlieden 

Naer  den  President  Ottens  ons  rapporteert ,  soo  hadde  Hamsia  aen 
den  persoon  van  den  Gouveineur  Broecum  een  goet  genoegen.  Het 
schijnt  dat  de  Grijse  daer  werden  gehouden  voor  Wyse.  Wij  blijven 
verhopende  dattet  syne  E.  wel  claeren  sal  als  maer  op  sgn  hoede  is 
«nde  dat  hij  wel  lette  op  gemelte  Hs^msias  loose  ende  snoode  pra- 
toeken. 

UE  saecken  in  Banda  staen  God  loff  in  goede  termen ;  de  vrughten 
werden  vreedigh  gebenifitieert  ende  ordenteiyck  gehavent,  soo  wy 
hoopen  de  overcomende  effecten  UE  doen  blijcken  sullen 

Die  van  Ceramlaut,  Goram,  Gouwer  ende  andere  daerby  gelegen 
plaetsen  begonnen  meer  ende  meer  tot  Banda  te  comen,  aenbrengende 
quantiteyt  sagu  ende  andere  noodwendigheden ,  diese  yegens  cleeden 
ruylen,  waerdoor  daer  omtrent  de  taghtigh  lasten  rys  gemenagieert 
waeren. 

Soo  was  oock  de  frequentatie  van  de  inwoonderen  der  landen  Eey 
ende  Arn  vry  wat  geaugmenteert  door  de  goede  beyegeninge  ende 
negotie  naer  hun  genoegen,  soo  se  in  Banda  doen. 

Onse  Bandanese  Burgerye  hebben  deselve  landen  mede  beginnen 
te  frequenteren  ende  bedancken  hun  van  goet  onthael,  dat  haer  daer 
is  aen  gedaen,  hadden  oock  verleden  jaere  daer  omtrent  egeen  Ma- 
cassaers  vaertuygh  altoos  vernomen. 

De  twee  principale  Orangkayen  van  Key  genaempt  May  Ebico 
ende  Mendato  waeren  in  hoogen  ouderdom  gestorven ,  welckers  zoonen , 
die   in   hun  vaders  plaetsen  gesuccedeert  syn,  op  Nera  waeren  ge- 


1  Namelijk  de  Sengadji  van  Ngofakiaha  op  Hakian,  die  door  Hamza  was 
afgezet,  even  als  die  van  Gamoekanora  op  Halmakira,  omdat  z^  zich  naar  zijn 
zin  te  veel  gezag  aanmatigden.  De  laatste  was  zelfs  onder  zeker  voorwendsel 
om  't  leven  gebracht. 


386 

éomen ,  rapporterende  dat  haer  naederen  uy terste  wille  was  geweest , 
dat  80  het  Christen  gelove  souden  aannemen  ende  daerinvolherden, 
tot  welcken  eynde  hun  in  Banda  hadden  vervoeght,  dat  een  goede 
saeck  is  ende  wij  verhopende  blyven  den  Almaghtigen  haer  daerin 
verstereken  sal.  Domine  Jan  Jansen  Priserius  sonde  in  November 
voorleden  met  drie  stightelïjeke  Nederlanderen  ^  in  de  Maleytse  taele 
wel  ervaeren,  met  eene  van  de  Boeyers  derwaerts  werden  gevoert, 
dat  men  vastelgck  vertrouwt  gedyen  sal  om  die  blinde  heydenen  tot 
het  light  der  waerheyt  te  brengen ,  waerdoor  oock  verhoopen  te  ver- 
nemen de  gelegentheyt  vant  overgroote  lant,  dat  daer  by  Oosten  is 

gelegen 

De  geringe  voordeelen  die  den  sandelhandel  eenige  jaeren  aen  de 
Gompie  heeft  gegeven  ende  dat  die  veel  volcx  consumeert,  heeft  ons 

de  twee  jongst  voorleden  jaeren  denselven  doen  staeken 

Met  maght  en  is  daer  ^  geen  negotie  te  erggen.  Door  den  Macaosen 
handel  ende  haere  veeljaerige  frequentatie  weeten  de  Portnguysen 
den  Timoresen  beter  als  wy  te  gerieven,  connen  oock  beter  met  hun 
omgaen  alsoo  daer  weynigh  nieuwelingen  comen.  Het  fort  van  Solor 
can  den  Timorsen  handel  int  minst  niet  voorderen,  alsoo  die  met 
jaghten  waergenomen  moet  werden ,  die  als  men  staet  van  dien  handel 
soude  maecken  van  Amboino  wel  derwaerts  souden  connen  seylen. 
Soo  is  oock  doorgaens  de  Gompie  ten  aghteren  gecomen,  soo  lange 
als  men  Solor  beset  heeft  gehouden ,  het  geheel  bedraegen  vant  selve 
guamisoen,  doch  sijn  de  Soloresen  die't  met  de  Portnguysen  houden 
ende  de  habylste  handelaeren  van  Timor  sijn  op  Larentuca  gereti- 
reert,  daer  gemelte  Portnguysen  mede  wat  versterckt  sijn  ende  den 
onsen  haer  hooft  eens  gestooten  hebben 

Geschreven  in  Batavia  desen  4en  January  A®  1636. 

UE  trouwschuldige  Dienaeren 

Hbïtbick  Bbotjwhb. 

AnIjoitio  van  DiBMBir. 

Phs  Lucas. 

Mabten  IJsbbants.  ^ 

Aebts  GtsbIiS. 

Jan  van  dbb  Bitbch. 


1  Dat  is  op  Timor. 

2  Gewezen  directeur  aan  de  kust  van  Koromandel. 


j 


287 


LXVI.  Aert.  Gysels,  raad  van  I.  en  gewezen  goü-^ 
verneur  van  Ambon  aan  Bewindhebbers  der 
O.  I.  Compagnie,  Batavia  1  Januari  1636. 


In  wat  vougen  de  impartinentien  van  Van  den  Heuvel  haren 
anvanek  op  Hittoe  genoomen  hebben,  daer  van  zal  Uë.  ten  on- 
twgfifel  niet  meer  dan  te  veel  voorgecoomen  zQn  ende  zal  desselfs 
procedure  de  Gompie  aenhangen,  waer  in  ick  vertrouwe  onschuldig 
gekent  zal  werden,  alsoo  mgn  plicht  getoont  ende  hem  de  behulp- 
saeme  hant  gepresenteert  hebbe,  zulcx  hij  niet  en  heeft  willen 
accepteeren  ofte  eenigen  raedt  aennemen.  Onse  resolutie  was  wel  om 
Capn  Hittoe  bg  den  cop  te  vatten  maer  wie  souw  ghedacht  hebben 
wanneer  zulcx  verricht  was,  hg  z^n  hooft  zoude  volgen  ende  nie- 
mants  raedt  aenneemen,  zulcx  wel  behoorleek  waer  geweest  ten 
aensien  hy  int  alder  minste  gheen  kennis  vanden  Amboyneeschen 
stant  en  hadde,  doch  hem  te  zeer  op  den  predicant  Helmichio  ver- 
latende, die  ommers  in  geene  authoriteyt  off  ontsach  by  haer  en 
was,  maer  opt  stont,  naert  vatten  van  Captn  Hittoe,  by  haer  als 
eenen  valssaris  ende  loogenaer  verclaert  wert.  Hoe  condet  minder 
wesen  off  den  oorlogh  most  volgen  ende  veel  persoenen  [aan] 
Captn  Hittoe  ['s]  voorgeven,  dat  ick  haer  uyt  het  hooft  gesteecken 
hadde,  gelooff  geven,  alsoo  naer  dat  hy  met  de  drye  hoofden  aen 
onse  corcorren  quam  ende  neffens  andere  principale  gevat  was,  wij 
ons  niet  gecontenteert  hieuwen,  maer  in  zijne  corcorre  schooten, 
waerdoor  eenige  doot  ende  sommige  gequetst  worden,  ende  soo 
d'  Hr.  Huift  niet  daer  geweest  ware  ende  hem  wederhouwen  hadde, 
het  soude  noch  qualijcker  afgeloopen  hebben  ende  veel  onnosele, 
ja  onse  beste  vrunden  vermoort  zijn  geworden.  'T  geene  bij  haer 
hadden  is  hun  afgenoomen  ende  zijne  huysinge  op  Hittoe  ten  rooff 
gestelt;  dit  en  zyn  ommers  gheen  ander  middelen  dan  t'  lant  over- 
hoop ende  aldus  tot  onrust  te  helpen. 

Naer  datum  heeft  hij  de  drye  hoofden  onder  de  beloften  van  vèi*- 
scheyden  conditien  ende  onderdanicheden ,  die  haer  onmoogelgck 
waeren  te  presteeren  ende  naer  te  coomen,  gerelacxeert.  Waer  sal 
men  gheen  Mooren  vinden  die  ongelgck  meer  belooven  zullen  om 
uyt  banden   ende  gevangenis  verlost  te  worden?  Mijne  waerschou- 


288 

winge,  Vati  Baros  (daer  nu  al  het  quaet  van  daen  comt)  in  soo 
goede  verseeckeringe  te  nemen  als  Captn  Hittoe ,  heeft  hij  niet  aen- 
genoomen  ende  noch  veel  minder  mgn  advys  willen  hooren  hoe  't 
met  de  gemelte  gevangenen  zonde  aenleggen,  hem  eeneiyck  ver- 
trouwende op  hare  schoone  beloften  ende  moorsche  praetjens,  waer 
met  hg  meende  gants  Amboyna  geconquesteert  te  hebben 

Hoe  grooten  miscontentement  dat  onder  d*inwoonderen  geweest 
is  den  ë.  Huift  niet  gebleven  zy  ende  een  ander  in  desselfs  plaetse 
gesonden  om  den  Gouvernr  van  den  Heuvel  te  vervangen  dat  is 
gants  Amboina  ende  Ceram  niet  meer  dan  te  veel  bekent  .    •     .    . 

lek  vertrouwe   dat   de  E.  Hren  Bewindhebberen 

zynen  dienst  ende  overblijven  in  Amboina  in  consideratie  zullen 
nemen.  lek  verclare  Uë.  met  waerheyt  zoo  zijnE.  niet  daer  geweest 
en  ware,  het  heele  lant  overhoop  gelegen  soude  hebben.  Wat 
redenen  daer  geweest  zyn  mij  niet  wederom  derwaerts  te  willen 
gaen  laten  ofte  Huift  ^  in  plaets  van  Deutecom ,  die  geene  ervarent- 
heyt  in  de  negotie  heeft  ende  ommer  soo  onbequaem  om  de  bergen 
op  ende  aff  te  loopen   en  weet  ick  niet 

Het  schgnt  voor  sommige  die  den  grondt  van  de  saeck  niet  en 
verstaen  vremt  ende  buyten  propoost,  datter  gesegt  wort,  gelyck 
oock  seecker  is,  dat  vant  jaer  1635  soo  meenichte  boomen,jaontel- 
baer  getal  van  een  vadem  ende  meer  dickte  geschilt  zijn,  echter  de 
vremdelingen  wel  800  k  1000  bhaer  vervoert  hebben,  boven  de 
geenen  die  men  segt  op  LissidQ  in  eenen  vehementen  brant  veron- 
geluckt  z^n.  Dit  moet  verstaen  wesen  gheen  nagelen  te  zyn,  die 
naer  de  destructie  zijn  geplnct  maer  voor  dato  int  jaer  1634  ge- 
durende d'gouvemo  van  den  Hr.  van  den  Heuvel  ende  soo  laeten 
mo'esson  dat  niet  vervoert  hebben  connen  worden 

Ende  alsoo  ick  vertrouwe  UE.  my  ten  goede  zulle  neemen  ick  ten 
dienste  der  Gompie  mijne  meeninge  verclare,  soo  en  can  niet  na- 
laten voor  te  stellen  off  niet  noodich,  de  Gompie  vorderlyck  ende 
dienstich  waer  met  den  cooninck  van  Macassar  vrede  gemaect  wert, 
alsoo  zeecker  zy  de  inwaert  gaende  scheepen  sonder  merckelijck 
verlet  ter  zelver  plaetse  van  goeden  ende  bequamen  rijs  versien  soude 
werden,  die  men  nu  elders  souckt ende  meest  door  langduricheyt  in  de 


1    Huift  stierf  op  zgn  overtocht  van  Ambon  naar  Batavia  in  1635. 


j 


289 

scheepen  verleegen  ende  verbroeyt  is,  zulcx  by  alle  onse  onderdanen 
ende  bontgenooten  onlust  veroorsaeckt.  Dus  dunct  mg  onder  correctie 
van  een  beter  hier  op  geleth  ende  des  Gompies  voordeel  gesocht 
dient  y  zulcx  al  overlange  gepractiseert  behoorde  te  wesen.  Ist  ge- 
laten om  dat  de  Macassaren  de  Amboyneesche  quartieren  gefrequen- 
teert  hebben,  daerop  wert  geantwoort,  dat  si]  de  minste  zQn  ende 
de  daer  coomende  vremdelingen  meest  Mannacabers,  Jooreesen,  Pat- 
taneesen,  Javanen  van  Japparen,  Gresej,  Joortan  ende  Bantam  zyn. 
Des  tot  een  besluyt,  soo  den  gemelten  cooninck  wel  onderrecht 
wert  ende  voorseeckert  waer  dat  men  hem  jaerlicx  4  a  500  lasten 
ofte  coyangs  rijs  soude  afhalen,  daer  in  het  meeste  welvaren  vande 
grooten  bestaet,  ons  daercoomon  soude  haer  aengenaem  wesen  ende 
sij  zulcx  liever  sien  dan  datter  groote  pertye  nagelen  arriveeren, 
waerby  de  gemeene  man  geen  voordeel  heeft.  Des  soo  dese  alliantie 
geeffectueert  wort  zal  door  ons  ter  plaetse  aldaer  een  oogh  int  zeyl 
gehouden  werden  ende  wij  altijts  weeten  connen  wat  macht  tot  na- 
deel van  Amboina  ofte  Banda  geprepareert  wert. 

Beter  waert  de  macht  die  men  voor  Macassaer  hout  in  Amboina 
aengelegt  ende  tot  de  destructie  geemployeert  werde. 

Actum  Batavia  primo  Januari)  Anno  1636. 

UE.   getrouwe   ende   dienst- 
schuldigen  dienaer 

Aebt.  Gijsels. 


LXVII.    Justus  Heurnius,  predikant  op  Ambon,  aan 

Bewindhebbers   der   O.   I.   Compagnie,  Ambon 
17  September  1636. 


De  rechte  oorspronckelicke  oorsaeck  deser  beroerte  *  is: 

eensdeels   het  al  te  dickwils,   al  te  lang  ende  te  verdry etelick  pan- 


1    Namelgk  van  den  opstand  van  de  onderdanen  der  compagnie  op  Ambon  en 
in  de  Uliasers,  waarover  Valentgn  voldoend  bericht  geeft. 

19 


290 

gayen  ofte  roeyen  op  de  correcorren  ende  ten  anderen  principalick 
de  bejegeningen  dieze  voornamelick  op  de  vermeit  e  twee  laeste  zee- 
tochten zeggen  uytgestaen  te  hebben. 

Aengaende  het  pangayen  ofte  roeyen  op  de  correcorren ,  haer  clagte 
is  dat  de  roeyers  duerende  de  tochten  die  somtyts  van  6  weecken, 
somtij ts  langer,  somtij ts  corter  vallen,  ellendichlicker  leven  dan 
eenige  slave  op  heel  Amboina  hebben ;  als  dat  zij  moeten  nacht  ende 
dagh  roeyen,  sittende  met  het  lichaem  meestendeel  nat,  soo  dat 
sommige  het  onderlijff  door  de  lange  natticheyt  ende  ongemaeck  ver- 
seeriget  ende  verrottet  ende  dat  soo  met  tochten  beswaert  zgn  ge- 
weest dat  geen  tijt  hebben  gehadt  nae  behooren  haere  hooven  ofte 
thnynen  te  besayen  ende  te  beplanten,  soodat  ze  tot  groote armoede 
gecomen  zijn;  dat  wijf  ende  kinderen  hebben  moeten  gebreck  lyden 
ende  zy  gedrongen  zijn  geweest  haere  gouden  ende  silverenjnweelen, 
cleden  ende  andere  goederen  tot  onderbonden  van  haer  huysgesgn 
te  vercopen.  Dit  achten  zij  noch  verdraegelick  voor  haer  te  wesen. 
Maer  haere  clachte  is  voornamelick  dat  op  dese  laetste  tocht  nae 
Kelebom,  die  geschiet  is  in  December  1635,  buyten  alle  maete  on- 
redelicken  mishandelt  zijn.  Want  de  roeyers  (seggen  sij)  wiert  geen 
tijt  vergont  snachts  te  rusten;  werden  van  de  Nederlantsche  opper- 
hooffden,  op  de  correcorren  doe  vaerende,  geboden  in  ses  uyren  soo 
verre  te  roeyen  als  in  12  uyren  geraecken  conden ,  met  dreygementen 
soo  dat  niet  deden  dat  geslagen  souden  werden.  Voegen  hier  by  dat 
ze  het  eeten  der  Amboinesen  met  voeten  trapten  willende  dat  voort 
pangayen  souden;  stieten  tvolck  met  voeten;  sloegen  ze  met  rotang; 
onder  andere  dat  een  van  Oma  van  een  officier  met  een  hout  een 
gat  in  t  hooft  geslagen  werde,  het  welcke  groote  verbitteringe  ver- 
oorsaeckte.  Scholden  (nae  haer  seggen)  niet  alleen  t  gemeine  volck 
maer  oock  de  Orangcayen  voor  schelmen,  beesten,  honden;  stieten 
tvolck  met  voeten.  Clagen  voor  alle  datze  twee  opperhooffden  de 
eene  van  de  negry  Bagouala,  d'andere  van  de  negry  Way  opde 
corre  corren  in  de  boeyen  slooten  omdat  een  luttel  achter  aen  qnamen ; 
het  welcke  zi)  achten  een  onverdragelicke  versmaetheyt  niet  alleen 
voor  die  twee  maer  alle  Ambonsche  opperhooffden  te  wesen,  ende 
seggen  liever  te  willen  sterven  dan  op  haer  eygen  cost  roeyende 
sulcke  overlast  te  lijden.  Dit  was  het  vier  dat  haer  gemoet,  t  welcke 
met  de  andere  miscontementen  als  met  swavel  opgevullet  was^gants 


291 

ontstack  soodat  gelijck  de  opperhooffden  der  dorpen  nu  openlick  ver- 
claeren^  dit  de  oorsaeck  is  deser  ontstaener  oproericheyt  ende  vandt 
wecbloopen  des  volcx  nae  t  gebergte 

Gegeven  int  Gasteel  Victoria  op  Amboina  den  17  Sept.  An.  Dom.  1636.